Start van deze pagina
Skip navigatie, ga direct naar de Inhoud

Overheid.nl - de wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden.

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Tekstgrootte
+


Vergaderjaar 2018-2019
Kamerstuk 35000-VI nr. 2

Gepubliceerd op 18 september 2018 15:17



35 000 VI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (VI) voor het jaar 2019

Nr. 2 MEMORIE VAN TOELICHTING

Inhoudsopgave

A.

ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETSVOORSTEL

3

     

B.

BEGROTINGSTOELICHTING

5

       
 

1.

LEESWIJZER

5

       
 

2.

BELEIDSAGENDA

7

 

2.1

Beleidsprioriteiten

7

 

2.2

Belangrijkste beleidsmatige mutaties

21

 

2.3

Overzicht niet-juridisch verplichte uitgaven

29

 

2.4

Meerjarenplanning beleidsdoorlichtingen

31

 

2.5

Overzicht Risicoregelingen

32

       
 

3.

BELEIDSARTIKELEN

34

 

3.1

Artikel 31. Politie

34

 

3.2

Artikel 32. Rechtspleging en rechtsbijstand

40

 

3.3

Artikel 33. Veiligheid en criminaliteitsbestrijding

48

 

3.4

Artikel 34. Straffen en beschermen

58

 

3.5

Artikel 36. Contraterrorisme en nationaal veiligheidsbeleid

70

 

3.6

Artikel 37. Migratie

75

       
 

4.

NIET-BELEIDSARTIKELEN

84

 

4.1

Artikel 91. Apparaat kerndepartement

84

 

4.2

Artikel 92. Nog onverdeeld

87

 

4.3

Artikel 93. Geheim

88

       
 

5.

AGENTSCHAPPEN

89

 

5.1

Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI)

89

 

5.2

Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND)

97

 

5.3

Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB)

102

 

5.4

Nederlands Forensisch Instituut (NFI)

108

 

5.5

Justitiële Uitvoeringsdienst Toetsing, Integriteit, Screening (Dienst Justis)

113

       
 

6.

RAAD VOOR DE RECHTSPRAAK

117

       
 

7.

WETGEVINGSPROGRAMMA

127

       
 

8.

BIJLAGEN

132

   

Bijlage 8.1. Zelfstandige Bestuursorganen en Rechtspersonen met een Wettelijke Taak

132

   

Bijlage 8.2. Verdiepingsbijlage

138

   

Bijlage 8.3. Moties en Toezeggingen

150

   

Bijlage 8.4. Subsidieoverzicht

227

   

Bijlage 8.5. Overzicht evaluaties en overige onderzoeken

236

   

Bijlage 8.6. JenV nader beschouwd

239

A. ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETSVOORSTEL

Wetsartikel 1

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld.

Het wetsvoorstel strekt ertoe om de onderhavige begrotingsstaat/begrotingsstaten van het Ministerie van Justitie en Veiligheid voor 2019 vast te stellen. Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor dat jaar. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota 2019.

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten vastgesteld. De in de begrotingsstaat/begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zogenoemde begrotingstoelichting).

Wetsartikel 2

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de baten en de lasten, het saldo van de baten en de lasten en de kapitaaluitgaven en -ontvangsten van de in de staat opgenomen baten-lastenagentschappen, Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI), Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB), Nederlands Forensisch Instituut (NFI), Justitiële Uitvoeringsdienst, Toetsing, Integriteit, Screening (Justis) en Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) voor 2019 vastgesteld. De in die begrotingen opgenomen begrotingsartikelen worden toegelicht in onderdeel B (Begrotingstoelichting) van deze memorie van toelichting en wel in de paragraaf inzake de agentschappen.

Wetsartikel 3

Met ingang van 2002 is het stelsel van de rechtspraak ingrijpend gewijzigd. De belangrijkste wijziging is dat de rechtspraak, mede door de instelling van de Raad voor de rechtspraak en de invoering van het principe van integraal management bij het besturen van de gerechten, verantwoordelijk is geworden voor het eigen beheer. Op grond van de nieuwe bevoegdheidsverdeling is de Minister voor Rechtsbescherming niet verantwoordelijk voor de doelmatigheid van de rechterlijke organisatie, wel heeft de Minister een toezichthoudende verantwoordelijkheid.

Met de vaststelling van dit wetsartikel wordt de positie van de Minister voor Rechtsbescherming ten opzichte van de rechterlijke organisatie verduidelijkt. Dit betekent voorts dat in deel B naast de toelichting op beleidsartikel 32, waarin de beleidsdoelstelling van de Minister voor Rechtsbescherming ten aanzien van de rechtspleging wordt toegelicht, een apart hoofdstuk Raad voor de rechtspraak wordt opgenomen, waarin de feitelijke vertaling van de aan de rechterlijke organisatie ter beschikking gestelde bijdrage in concrete beleidsdoelstellingen en prestaties van de Raad en de gerechten voor het jaar 2019 wordt gegeven.

Onze Minister voor Rechtsbescherming heeft op grond van de artikelen 93 en 105 tot en met 107 van de Wet op de rechterlijke organisatie een toezichthoudende verantwoordelijkheid ten aanzien van de Raad voor de rechtspraak. Conform artikel 93 kan onze Minister algemene aanwijzingen geven ten aanzien van de taken zoals genoemd in artikel 91, voor zover dit noodzakelijk is met het oog op een goede bedrijfsvoering van de rechterlijke organisatie.

Mede namens de Minister voor Rechtsbescherming, de Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus

B. BEGROTINGSTOELICHTING

1. LEESWIJZER

Deze leeswijzer gaat kort in op de hoofdonderdelen van de begroting.

Groeiparagraaf

Ten opzichte van het voorgaande begrotingsjaar zijn in deze begroting de volgende punten gewijzigd.

Ten opzichte van het voorgaande begrotingsjaar zijn in deze begroting de volgende punten gewijzigd.

  • Er is een naamswijziging van het DG Vreemdelingenzaken in DG Migratie doorgevoerd, zoals vastgelegd in het organisatiebesluit van 28 november 2017. Voor de nieuwe naamgeving is gekozen, omdat deze beter past in de huidige tijdgeest en omdat het begrip «migratie» een meer treffende definitie is van het huidige taakveld van het DG.

  • Naar aanleiding van een toezegging van de Minister in het Wetgevingsoverleg over het jaarverslag en de slotwet 2017 is er een overzicht opgesteld waar ingegaan wordt op de relatie van het kerndepartement met de uitvoeringsorganisaties in het JenV-domein. Dit overzicht is opgenomen in hoofdstuk 8.6 «JenV nader beschouwd» waarin ook de vijfde voortgangsrapportage van JenV Verandert is opgenomen.

  • In deze begroting is de Veiligheidsagenda 2015–2018 niet meer opgenomen. Momenteel wordt met alle betrokken partijen gewerkt aan een vervolg op de Veiligheidsagenda. De Kamer wordt hier separaat over geïnformeerd.

  • De bijdrage aan het Nationaal Register Gerechtelijke Deskundigen (NRGD) wordt in de begroting opgenomen bij het beleidsartikel 32, waar het in voorgaande jaren op het beleidsartikel 33 was gepositioneerd. De bijdrage aan DJI voor de vreemdelingenbewaring is overgeheveld van het beleidsartikel 34 naar het beleidsartikel 37.

Hoofdstuk 2: Beleidsagenda

In de beleidsagenda wordt ingegaan op drie kernthema’s van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV). Dit zijn de prioriteiten voor de kabinetsperiode Rutte III. In de beleidsagenda is verder een cijfermatig overzicht opgenomen van de belangrijkste beleidsmatige mutaties, een overzicht van de niet-juridisch verplichte uitgaven, een overzicht met de meerjarige planning voor de beleidsdoorlichtingen en een overzicht van de risicoregelingen vallend onder dit ministerie.

Hoofdstuk 3 en 4: Beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen

Met het Ministerie van Financiën is de afspraak gemaakt dat de apparaatsuitgaven van de Hoge Raad (HR), het Openbaar Ministerie (OM) en de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) niet in het centrale apparaatsartikel 91 maar apart in beleidsartikel 32 (HR), 33 (OM) en 34 (RvdK) worden opgenomen.

Hoofdstuk 5: Agentschapsparagrafen

De begrotingen van de agentschappen (met uitzondering van de dienst Justis) kennen een afwijkende lastencategorie, namelijk de post «(materiële) programmakosten». Onder deze post zijn de kosten opgenomen die samenhangen met de primaire taken van deze agentschappen. De betreffende kosten worden net als apparaatskosten gekwalificeerd.

Hoofdstuk 6: Raad voor de rechtspraak

In het wetslichaam is een apart wetsartikel opgenomen voor de Raad voor de rechtspraak. In de Wet op de rechterlijke organisatie is de verantwoordelijkheid voor de bedrijfsvoering geattribueerd aan de gerechten en aan de Raad voor de rechtspraak. Per 1 januari 2005 kent de Raad een bekostigingssystematiek die gebaseerd is op outputfinanciering en gelijktijdig is het baten-lastenstelsel ingevoerd. In deze begroting is gekozen voor een «bijdrage-constructie». Dit betekent dat op artikel 32 «Rechtspleging en rechtsbijstand» de bijdrage aan de Raad is opgenomen en de Raad voor de rechtspraak niet in de begrotingsstaat inzake agentschappen is opgenomen. Voor de Raad is in de begroting een apart hoofdstuk opgenomen, met daarin de gevolgen van de verstrekte bijdrage op het gebied van de bedrijfsvoering.

Overzichtsconstructies

Het Ministerie van JenV levert een bijdrage aan interdepartementale overzichtsconstructies Caribisch Nederland, Milieu en de Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS). De coördinatie is voor de eerste twee overzichtsconstructies in handen van respectievelijk de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Minister van Infrastructuur en Waterstaat. De Minister van Buitenlandse Zaken is verantwoordelijk voor de coördinatie van de HGIS.

Regeerakkoord

Bij verwijzingen naar «het Regeerakkoord» in deze begroting wordt verwezen naar het Regeerakkoord «Vertrouwen in de toekomst». Indien er verwezen wordt naar een ander regeerakkoord is dit expliciet vermeld.

2. BELEIDSAGENDA

2.1 Beleidsprioriteiten

Kerntaak van het Ministerie van Justitie en Veiligheid is de zorg voor een vrije, veilige en rechtvaardige samenleving. De rechtsstaat vormt hiervan een belangrijke pijler. Het begrip rechtsstaat krijgt betekenis in de beleving van mensen. Mensen ervaren een sterke rechtsstaat als criminaliteit bestreden wordt, wetsovertreders worden berecht en geschillen effectief worden opgelost. Tegelijkertijd dient de staat te waken over de bescherming van de rechten van zijn burgers, bijvoorbeeld door de bescherming van de persoonlijke levenssfeer of de borging van een eerlijke procesgang.

Dit vergt van ons departement dat we de balans moeten vinden tussen kernwaarden die, bij de uitoefening en invulling, soms begrensd worden door andere, even belangrijke kernwaarden. Maatregelen die bijdragen aan een veiliger Nederland bijvoorbeeld, komen soms rechtstreeks in botsing met vrijheidsrechten. Maatregelen die zien op modernisering van het rechtsbestel leveren soms spanning op met rechtsstatelijke waarborgen. Dit vergt een alert departement want de samenleving verandert sterk.

De sterk veranderende samenleving leidt ook tot nieuwe vormen van criminaliteit. Aan de ene kant steeds zichtbaarder wordende zware criminaliteit, waarbij het gebruik van grof geweld te midden van gewone burgers steeds minder geschuwd wordt. Criminaliteit die haar tentakels op allerlei manieren in de bovenwereld probeert uit te spreiden en zo onze rechtsstaat tracht te ondermijnen. Aan de andere kant onttrekt een deel van de criminaliteit zich juist meer aan ons gezichtsveld, met name door digitalisering en internationalisering. De aanpak van deze nieuwe vormen vraagt een aanpassing van onze oude denkpatronen en de ontwikkeling van nieuwe strategieën. Tegelijkertijd moeten we de aanpak van «traditionele» misdrijven niet laten verslappen.

De veranderende samenleving maakt ook dat ons departement alert moet blijven op de vraag hoe geschillen opgelost worden. Dit vraagt een rechtsbestel dat mee gaat met de tijd en aansluit bij de veranderde behoeften van mensen, en tegelijkertijd stabiliteit en zekerheid biedt door rechtsstatelijke waarborging.

In de rechtsstaat wordt iedereen op gelijke en consequente manier recht gedaan. Om geschillen daadwerkelijk op te lossen zet dit kabinet in op vroegtijdige, snelle en duurzame geschilbeslechting. Met de rechtspraak zetten we ons in voor rechtspraak die maatschappelijk effectief is en bevorderen we buitengerechtelijke geschiloplossing zoals het toepassen van mediation. Deze aanpak wordt versterkt door het wetsvoorstel Experimentenwet rechtspleging dat begin 2019 naar de Tweede Kamer zal worden gezonden en door het moderniseren van het stelsel van rechtsbijstand.

Het zoeken naar de juiste balans loopt ook voortdurend als een rode draad door het migratiebeleid. In nauwe samenwerking met tal van nationale én internationale partners werken de verantwoordelijke departementen (BZ/BHOS, SZW, BZK en JenV) aan een beleid dat bescherming biedt aan diegenen die dat echt nodig hebben en dat er tegelijkertijd op toeziet dat de migratie goed aansluit op de draagkracht en behoefte van de Nederlandse samenleving. Dit beleid is verwoord in de dit voorjaar gepresenteerde Integrale migratieagenda. Op basis van de nadere uitwerking van deze plannen, gaan JenV en partners aan de slag om deze ambitieuze migratieagenda in de praktijk te realiseren.

Bij het werken aan deze grote maatschappelijke uitdagingen waar JenV voor staat, doet ons departement in toenemende mate een beroep op een breed palet aan partners: binnen én buiten het JenV-domein, publiek en privaat. Om zo, via een brede, integrale aanpak, gezamenlijk te werken aan effectieve oplossingen voor grote maatschappelijke opgaven, opdat ook burgers ervaren dat de overheid er op dit punt voor ze is. Een goed voorbeeld is de manier waarop we de verbinding met de sociale wijkteams en de meerjaren-agenda zorg- en veiligheidshuizen vormgeven. Op deze manier dragen we bij aan het vergroten van veiligheid op lokaal niveau in het kader van de aanpak van personen met verward gedrag, aanpak kindermishandeling en huiselijk geweld en de uitvoering van het programma Zorg voor jeugd.

Deze aanpak wordt ook gestimuleerd door het programma JenV Verandert. Samen werken we aan een meer transparante en wendbare organisatie, die openstaat voor innovatie en die de benodigde capaciteit in zijn gelederen heeft om die ontwikkelingen van de grond te brengen. Een organisatie die z’n huis «op orde» heeft en die haar medewerkers een stimulerende en veilige werkomgeving biedt en die constant in dialoog is met de samenleving om zich heen, mede gestimuleerd door toepassing van open data. Een organisatie die inzichtelijk maakt waar ze tegenaan loopt in de uitoefening van haar taken en de hand uitsteekt naar maatschappelijke partners in de oplossing ervan.

Een sterke rechtsstaat

Onze rechtsstaat staat er goed voor, zoals de bewindslieden van JenV dit voorjaar tijdens het debat in de Eerste Kamer over «de staat van de rechtsstaat» constateerden. Maar het huis van de rechtsstaat vereist wel permanent onderhoud. Dat is niet alleen een kwestie van modernisering, «bij de tijd blijven», maar ook van «maatschappelijk effectief» blijven.

Geschillen moeten zoveel mogelijk worden opgelost op een zodanige manier dat mensen er ook echt mee geholpen zijn. Op de meest eenvoudige, efficiënte en duurzame manier. De meest duurzame oplossingen zijn oplossingen die mensen zelf zijn overeengekomen.1 Daarom zet JenV in op versterking van de mogelijkheden van mensen om hun geschillen zoveel mogelijk zelf op te lossen. Al dan niet met behulp van een bemiddelaar. Dit begint bij een goede informatievoorziening over de voor- en nadelen van de verschillende methoden om geschillen op te lossen. En een goede triage door een neutrale adviseur, die mensen (online of offline) het liefst in een vroegtijdig stadium van het geschil weet te bereiken. Dit geldt voor iedereen, ongeacht achtergrond of inkomen.

Dit krijgt onder meer beslag in het programma «Scheiden zonder Schade», het programma dat een vervolg geeft aan de aanbevelingen van het platform onder voorzitterschap van de heer Rouvoet dat tal van acties en maatregelen voorstelde met het oog op voorkoming van escalatie bij scheidingen. Een van de stappen van het programma «Scheiden zonder Schade» is het ontwikkelen en uittesten van een scheidingsloket in gemeenten waar burgers terecht kunnen voor informatie, voorlichting en ondersteuning.

Het vertrouwen van mensen in de rechtspraak is onveranderd groot. Terecht, want de Nederlandse rechtspraak behoort internationaal gezien tot de wereldtop. Maar daarmee is niet gezegd dat de rechtspraak een rustig bezit is. Er moet veel gebeuren om te waarborgen dat onze rechtspraak ook in de toekomst aan de top blijft. De digitalisering van de rechtspraak is hierbij een belangrijk aandachtspunt, zowel voor de rechtspraak als voor JenV. De digitalisering is niet verlopen zoals verwacht, maar gaat door op een verantwoorde manier. JenV voert overleg met de rechtspraak over het vervolg (waarover nog besloten moet worden). In aanvulling daarop onderzoekt JenV welke verdere vereenvoudiging van wetgeving mogelijk is om de digitalisering makkelijker te maken.

Een toekomstbestendige en doelmatige financiering van de rechtspraak is eveneens noodzakelijk voor een goed functionerende rechtspraak. Het terugdringen van tekorten die de afgelopen periode bij de rechtspraak zijn ontstaan, is daar een belangrijk onderdeel van. Met deze begroting lost het kabinet het verwachte tekort voor 2019 op door een eenmalige bijdrage van € 40 miljoen. Om te onderzoeken hoe de opgelopen tekorten kunnen worden teruggedrongen en toekomstige tekorten kunnen worden voorkomen, wordt een extern doorlichtingsonderzoek uitgevoerd naar de financiële positie van de rechtspraak. Ook brengt een extern deskundige advies uit over onderdelen van de bekostigingssystematiek. Deze onderzoeken zullen op de gebruikelijke wijze worden betrokken bij de voorjaarsbesluitvorming 2019 en gesprekken die in 2019 worden gevoerd over de financiering van de rechtspraak voor de periode 2020-2022.

Uitgangspunt is dat het stelsel van rechtsbijstand wordt herzien binnen de bestaande budgettaire kaders. Bij de vernieuwing van het stelsel van de gesubsidieerde rechtsbijstand staat het bieden van snelle, vroegtijdige en duurzame oplossingen voor problemen met mogelijke juridische consequenties, centraal. Dat betekent hulp die beter is afgestemd op het geschil en het onderliggende probleem en een adequate vergoeding voor juridische hulpverleners. Het uitgangspunt voor vernieuwing van het stelsel is gebaseerd op een intensief ontwerpproces met betrokken professionals in en om het stelsel. In de aanloop naar de voorjaarsbesluitvorming zullen de voorstellen nader worden uitgewerkt en bezien op hun (financiële) consequenties.

Daarnaast zien we dat een uitspraak van de rechter de concrete problemen van mensen niet altijd oplost. Dat ziet de rechtspraak zelf ook. Het kabinet en de rechtspraak zetten zich dan ook gezamenlijk in voor maatschappelijk effectieve rechtspraak.2 JenV werkt op dit moment aan wetgeving die rechters de ruimte biedt om te experimenteren met eenvoudige procedures die conflicten niet op de spits drijven, maar partijen nader tot elkaar brengen – en zo effectief bijdragen aan de oplossing van het probleem. De verwachting is dat deze «experimentenwet rechtspleging» in 2019 door het parlement kan worden behandeld. In 2019 kunnen de experimenten die worden ontworpen van start. Te denken valt aan pilots met buurtrechters, spreekuurrechters en de schuldenrechter.

Ook onderzoekt het kabinet de mogelijkheden om het gebruik van buitengerechtelijke geschiloplossingsmethoden uit te breiden. Omdat zelf overeengekomen oplossingen de meest duurzame oplossingen opleveren, richt het kabinet zich hierbij vooral op de methoden waarbij mensen zelf, al dan niet met hulp van een bemiddelaar, tot overeenstemming komen, zoals bij mediation. In het verlengde hiervan spant het kabinet zich ook in op verdere uitbreiding van mediation in strafrecht. Mediation tijdens een lopende strafzaak kan in gevallen die zich daar toe lenen een zinvolle manier zijn om bij te dragen aan de afdoening van een strafzaak.

Rechtszekerheid en rechtswaarborgen zijn ook gebaat bij een toekomstbestendige en goed functionerende strafrechtketen, die zich tijdig aanpast aan de veranderende maatschappij. Dat vergt dat tijdig wordt ingespeeld op nieuwe mogelijkheden om het werk slimmer te organiseren en processen efficiënter in te richten. Verbetering van de kwaliteit van de dienstverlening aan de burger én van het vermogen om samen met organisaties buiten de strafrechtketen concrete maatschappelijke problemen aan te pakken zijn daarbij belangrijke uitgangspunten. De samenleving moet kunnen vertrouwen op de rechtvaardigheid, kwaliteit en voorspelbaarheid van de strafrechtspleging. Dat vertaalt zich in drie concrete ambities van de partners in de strafrechtketen voor de komende jaren: digitalisering in de gehele strafrechtketen (papier uit de keten, inzet van multimedia en dienstverlening aan de burger), verbeteren van doorlooptijden en verbetering van het inzicht in, de aanpak van en de samenwerking met partners buiten de strafrechtketen omtrent multiproblematiek.3

Samen met de korpsleiding werkt JenV aan een moderne politieorganisatie, die – geworteld in de wijk – nog beter is toegerust op de grote uitdagingen van dit moment: bestrijding van de zware, georganiseerde (drugs)criminaliteit en de aanpak van cybercrime. Met het oog hierop worden de intensiveringen van 291 miljoen euro uit het Regeerakkoord ingezet voor verdere uitbreiding van de politiecapaciteit en versterking van de politieorganisatie.4 Deze moet flexibeler worden, met ruimte voor lokaal maatwerk, beter aansluiten bij wat de samenleving en het gezag van haar vragen en beter bereikbaar worden, zowel op het platteland, als in de steden. De politie zal daarom het gezag van betere informatie voorzien om hen in staat te stellen de juiste keuzes te maken. Bijzondere aandacht hierbij is er voor meer inzicht in de effectiviteit van het politieoptreden.

De huidige Veiligheidsagenda, met daarin de beleidsprioriteiten van de Minister voor de politie, loopt eind 2018 af. De nieuwe beleidsprioriteiten zullen in samenspraak met de gezagen vorm krijgen en per 1 januari voor de komende vier jaar worden vastgesteld.

De opsporing wordt verder versterkt en toekomstbestendig gemaakt, aan de hand van de Ontwikkelagenda opsporing. Deze bevat onder meer:

  • Maatregelen gericht op kwaliteitsverbetering van de eerstelijns opsporing.

  • Experimenten die moeten leiden tot modernisering van de opsporing en vervolging (o.a. gericht op burgeropsporing, private opsporing, cybercrime, gebruik van big data in ondermijningszaken, forensische opsporing en de aanpak van financieel-economische criminaliteit).

  • Specifieke afspraken tussen politie en het Openbaar Ministerie, bijvoorbeeld om te komen tot efficiëntere en zorgvuldiger processen in ZSM-zaken.

Ook in kwantitatief opzicht vindt er versterking plaats. Het «Jaarbeeld Opsporing» (2019) van de Inspectie JenV focust zich op de selectie en toewijzing van zaken en de kwaliteit van intelligence en het gebruik daarvan door de recherche. Dit beeld kan daarmee een bijdrage leveren aan de verdere ontwikkeling van de opsporing. Het voorportaal van de opsporing bevindt zich in de gebiedsgebonden politiezorg. Het betreft de signaalfunctie vanuit de wijk en de politietaken die toezien op het contact met: de, de wijk en aanpalende partners binnen sociaal domein. De GGP wordt – mede op het oog op de inspanningen bij opsporing en de aanpak van ondermijning – verder versterkt. Zo wordt de gebiedsgerichte opsporing en daarbinnen de recherchefunctie binnen het basisteam doorontwikkeld. Ook in kwantitatief opzicht vindt er versterking plaats uit de Regeerakkoord-gelden (291 miljoen euro) voor de politie.

Een veilige en rechtvaardige samenleving vereist niet alleen dat verdachten worden opgespoord, vervolgd en berecht. De burger moet er ook op kunnen vertrouwen dat er op onrecht een passende sanctie volgt. 2019 wordt een belangrijk jaar voor het al enkele jaren lopende programma Uitvoeringsketen Strafrechtelijke Beslissingen (USB). Op 1 januari 2020 moeten alle partners in de executie van de strafrechtketen klaar zijn om sancties, conform de wet USB, tijdig, persoonsgericht en juist uit te voeren.

«Onvindbare» veroordeelden worden actief (internationaal) opgespoord. Hierbij gaat JenV, in samenwerking met kennisinstituten, gebruik maken van verschillende methodes van data-analyse. Ook opsporingscommunicatie speelt hierbij een belangrijke rol.

Bij de tenuitvoerlegging van straffen gaat het in de eerste plaats om genoegdoening van het aan de slachtoffer en samenleving toegebrachte leed of de toegebrachte schade. Een consequente tenuitvoerlegging is fundamenteel voor het vertrouwen in de rechtsstaat en draagt bij aan het draagvlak voor ons rechtsstelsel. Belangrijk is dat de sanctie ook goed wordt benut om aan de problematiek van te dader werken. Dit kan het risico op herhaling van het criminele gedrag – en dus op nieuwe slachtoffers – verkleinen. Daarom gaat JenV steviger inzetten op het terugdringen van de recidive. Dit gebeurt via een persoonsgerichte aanpak, waarbij de gedetineerde de juiste zorg, behandeling of begeleiding krijgt, maar waarbij de nadruk ook ligt op zijn of haar eigen verantwoordelijkheid en zelfredzaamheid. Er komt een brede, fundamentele verkenning naar het stelsel van (volwassenen)reclassering. Ook vinden er pilots plaats met de inzet van vrijwilligers binnen het reclasseringstoezicht en het gevangeniswezen. Eind 2019 moet dit leiden tot een toekomstvisie op de reclassering. Voor het verminderen van recidive is in het Regeerakkoord een extra bedrag van 20 miljoen euro gereserveerd.

In 2019 gaat ook een wetsvoorstel naar de Tweede Kamer om de voorwaardelijke invrijheidsstelling (VI) te wijzigen. Gedetineerden komen straks niet meer «automatisch» vrij, na tweederde van hun straf te hebben uitgezeten. Per gevangene wordt dan individueel bekeken of deze in aanmerking komt voor VI. Het gedrag in de detentie speelt daarbij een belangrijke rol. Ook wil JenV de periode van VI voortaan beperken tot maximaal twee jaar.

Een passende straf voor de dader, geeft het slachtoffer genoegdoening voor het onrecht dat hem of haar is aangedaan. Maar in een sterke rechtsstaat biedt slachtofferbeleid uiteraard méér. Slachtoffers krijgen ook bescherming en ondersteuning bij het verwerken van hun leed en worden geholpen om de draad van hun leven weer zo goed mogelijk op te pakken. In 2019 werkt JenV aan verdere verbetering van het slachtofferbeleid, aan de hand van de Meerjarenagenda Slachtofferbeleid. Drie ambities staan daarbij centraal:5

  • Versterking van de rechtspositie: zo worden verdachten van gewelds- of zedenmisdrijven straks verplicht om bij de behandeling van hun zaak aanwezig te zijn, zodat het slachtoffer dat gebruik maakt van het spreekrecht ook gehoord wordt. Verder wordt het spreekrecht landelijk uniform geregeld en krijgen slachtoffers (of nabestaanden) ook een vorm van spreekrecht op de zitting waarop de rechter besluit over de voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging bij tbs.

  • Verbetering bejegening: professionals in de strafrechtketen moeten de belangen van het slachtoffer steeds goed voor ogen hebben. Zo gaan het OM en Slachtofferhulp Nederland slachtoffers actiever en persoonlijker begeleiden, voor en tijdens het strafproces. Ook start in 2019 een proef met het ketenbrede informatieportaal, waar slachtoffers op elk gewenst moment informatie kunnen vinden over hun zaak – afkomstig van politie, OM, Slachtofferhulp Nederland, de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven en het CJIB.

  • Ruimere mogelijkheden om de schade te verhalen: onder meer door civiele expertise in te zetten en verzekeraars bij de schadeafhandeling te betrekken, moet het slachtoffer de schade makkelijker op de dader kunnen verhalen. De Wet affectieschade, die het vorderen van affectieschade voor slachtoffers (onder wie ook stiefkinderen) mogelijk maakt, treedt op 1 januari 2019 in werking. De wet zorgt voor erkenning van het verdriet dat ook naasten van slachtoffers lijden, in het geval het slachtoffer overlijdt of ernstig en blijvend letsel ondervindt door de fout van een ander. De wet maakt het ook mogelijk dat naasten van slachtoffers van strafbare feiten de vordering tot vergoeding van affectieschade kunnen verhalen binnen het strafproces.

Betere samenwerking, gedeelde afwegingscriteria en het uitbannen van dubbel werk moeten leiden tot een sneller werkende jeugdbeschermingsketen, die het mogelijk maakt om eerder en effectiever in te grijpen in situaties die onveilig zijn voor kinderen. Dat is de essentie van het programma Zorg voor de jeugd. Om te komen tot de gewenste versnelling, gaan in 2019 in verschillende jeugdregio’s pilots van start. Op basis van de uitkomsten van deze experimenten vindt, waar nodig, aanpassing plaats van protocollen, wet- en regelgeving. Lokale basisteams krijgen de beschikking over een basisset van criteria om te bepalen wat echt werkt en effectief is om kinderen beter te beschermen.

Om te komen tot een betere aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling is een wetswijziging naar de Kamer gestuurd met als doel om de maximumstraf voor het stelselmatig mishandelen van kinderen te verhogen. Ook is daarin meegenomen dat de verjaringstermijn voor kindermishandeling pas ingaat op de dag nadat het mishandelde kind 18 jaar is geworden. De parlementaire behandeling van deze wetswijzigingen vindt naar verwachting plaats in 2019. Op 1 januari van dat jaar treedt ook de aangescherpte Meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld in werking. Professionals die beroepsmatig met ouders en kinderen te maken krijgen, zijn dan verplicht om ernstige situaties van kindermishandeling altijd te melden bij Veilig Thuis (advies en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling). Het opstellen van letselrapporten bij kindermishandeling (forensisch medisch expertise) wordt verder geprofessionaliseerd, hiervoor wordt aangehaakt bij de integrale aanpak toekomst forensische geneeskunde. Eind 2019 moet er ook een overzicht beschikbaar zijn van effectieve justitiële interventies bij huiselijk geweld en kindermishandeling.

Een veiliger Nederland

Nederland is de afgelopen jaren aantoonbaar veiliger geworden, afgaande op de bestendig dalende trend van de geregistreerde criminaliteit. Die dalende trend tekent zich niet alleen af bij door de politie geregistreerde criminaliteit, maar ook in slachtofferenquêtes, waarin burgers zelf aangeven van welke delicten zij het afgelopen jaar slachtoffer zijn geworden. JenV zet er door aanvullend onderzoek op in ook beter inzicht te verkrijgen in ontwikkelingen in niet of minder goed geregistreerde criminaliteit.

De daling van geregistreerde criminaliteit blijkt vooral uit de forse afname van juist die vormen van criminaliteit die een grote impact hebben op de slachtoffers. Delicten als overvallen, woninginbraken, straatroof en geweld (de zogeheten High Impact Crimes, HIC) zijn sinds de start van de integrale aanpak in 2010 met tientallen procenten afgenomen. Nu is het een kwestie van doorzetten en niet verslappen. In nauwe samenwerking met tal van publieke (gemeenten, politie, OM, reclassering, veiligheidshuizen, andere Ministeries) en private partners (o.a. VNO-NCW, Detailhandel Nederland, Verbond van Verzekeraars, Marktplaats, banken, gsm-providers en woningcorporaties), zet JenV deze succesvolle aanpak in 2019 dan ook door. Het departement blijft gemeenten ondersteunen bij hun HIC-aanpak en faciliteert politie en OM bij de opsporing en vervolging. Verder blijft het JenV preventie door burgers en bedrijven stimuleren en maatregelen nemen om de afzetmarkt voor gestolen goederen te frustreren. Ook starten er in 2019 drie trajecten specifiek gericht op (potentiële) plegers van HIC-delicten: vroegsignalering, arbeidstoeleiding en probation officer. Bij jongeren blijven we inzetten op een zinvolle vrijetijdsbesteding, door verdere uitrol van de gedragsinterventie «Alleen jij bepaalt wie je bent».

Het aantal incidenten met personen die verward gedrag vertonen (in 2017 een groei naar bijna 84.000 meldingen) baart zorgen. Vaak gaat het om personen die wanneer ze niet op tijd de juiste zorg en ondersteuning krijgen, voor veel overlast kunnen zorgen en soms ook overgaan tot geweld. Gemeenten werken momenteel aan een sluitende, lokale aanpak voor deze problematiek, waarbij vroegsignalering, preventie, passende opvang en zorg centraal staan. Het Schakelteam personen met verward gedrag ondersteunt hen hierbij in opdracht van de Ministeries van JenV en VWS en de VNG. Omdat het Schakelteam per 1 oktober 2018 wordt opgeheven zijn de voorbereidingen voor een vervolg op en borging van de activiteiten en resultaten van het Schakelteam in volle gang. Dit mede in navolging van de motie Sazias.6 Zo wordt bijvoorbeeld gewerkt aan een landelijke dekking van alternatief (passend) vervoer voor personen met verward gedrag die geen strafbare feiten hebben gepleegd, zodat geen vervoer door de politie hoeft plaats te vinden. Voor personen met verward gedrag die toch in het justitiële circuit terechtkomen, ontwikkelen JenV en partners een persoonsgerichte aanpak, die kan worden toegepast vanuit de Zorg- en Veiligheidshuizen.

De problematiek van georganiseerde, ondermijnende criminaliteit vraagt ook de komende jaren intensieve aandacht. Het gaat om vormen van criminaliteit die een ontwrichtende en ondermijnende werking hebben op de samenleving en de rechtsstaat. De problematiek wordt niet alleen als een criminaliteitsprobleem benaderd, maar als een bredere maatschappelijk opgave. Intensieve samenwerking met een brede coalitie van partijen, binnen en buiten de overheid, is noodzakelijk. Daarom wordt de aanpak in 2019 verder verbreed en versterkt aan de hand van de ambitieuze Toekomstagenda Ondermijning, tot stand gekomen in nauw overleg met alle betrokken – publieke én private – partners. Om de ambities uit de Toekomstagenda te kunnen waarmaken heeft het kabinet in het Regeerakkoord ruimere financiële middelen beschikbaar gesteld, in de vorm van een eenmalig ondermijningsfonds van 100 miljoen euro en structureel 10 miljoen euro extra. Deze extra middelen stellen JenV in staat te investeren in versterking van de capaciteit en de kwaliteit van de integrale aanpak.

De extra middelen zullen primair worden ingezet om in alle regio’s te komen tot versterking van de aanpak, passend bij de integrale ondermijningsbeelden per regio die momenteel worden opgesteld. Op basis van die beelden kan elke regio komen tot een meer gerichte aanpak op maat, gefaciliteerd en ondersteund door het departement.

Bij die aanpak lopen de professionals in de uitvoering nu nog regelmatig aan tegen (juridische) knelpunten. Om deze uit de weg te ruimen, werkt JenV in 2019 verder aan «Ondermijningswetgeving», een verzamelnaam voor meerdere wetsvoorstellen, die alle tot doel hebben de aanpak van ondermijning te versterken, zoals:7

  • het wetsvoorstel om de maximale straf voor leden van een criminele organisatie fors te verhogen: van zes naar tien jaar;

  • het wetsvoorstel Gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden, dat het delen van informatie in samenwerkingsverbanden moet vergemakkelijken;

  • ruimere mogelijkheden voor burgemeesters om een woning te sluiten;

  • ook krijgen bestuursorganen ruimere mogelijkheden om zelfstandig onderzoek te doen in het kader van de Wet Bibob;

  • verder is beoogd dat straks alle aanbestedingen onder de Wet Bibob te vallen en er meer mogelijkheden komen om de wet toe te passen bij vastgoedtransacties.

Van de bedreiging en intimidatie van (lokale) bestuurders door onder andere Outlaw Motorcycle Gangs, die zich bezig houden met allerlei vormen van zware criminaliteit, gaat een sterk ondermijnende werking uit. In het Regeerakkoord wordt uitbreiding aangekondigd van de mogelijkheden om criminele motorbendes te verbieden. De Tweede Kamer werkt aan een initiatief wetsvoorstel om een verbod langs bestuurlijke weg mogelijk te maken.

Al deze ontwikkelingen in hun samenhang zullen in 2019 leiden tot een aanmerkelijke versterking van de integrale aanpak en de slagkracht in de strijd tegen de georganiseerde, ondermijnende criminaliteit.

Het Regeerakkoord stelt dat onze democratische rechtsstaat weerbaarder moet worden gemaakt tegen radicale antidemocratische krachten. De slagkracht van de bestaande privaatrechtelijke mogelijkheid om organisaties te verbieden (artikel 2:20 BW) wordt daarom vergroot door middel van een wetsvoorstel dat de bewijslast van het Openbaar Ministerie in dit soort gevallen verlaagt. In de wet wordt daarvoor geëxpliciteerd welke doelen en werkzaamheden in ieder geval strijd opleveren met de openbare orde. Tevens wordt gewerkt aan een wettelijke verplichting geldstromen van wezenlijke omvang naar maatschappelijke organisaties inzichtelijk te maken. Van deze geldstromen kan immers onwenselijke invloed uitgaan die antidemocratisch, anti-integratief en onverdraagzaam gedrag tot gevolg kan hebben. Het wetsvoorstel waarmee we dit mogelijk maken zal begin 2019 naar de Tweede Kamer worden gezonden.

Een buitengewoon ernstige vorm van georganiseerde criminaliteit is mensenhandel. Het gaat om allerlei vormen van gedwongen arbeid en uitbuiting, waarbij mensen worden beroofd van hun persoonlijke vrijheid. In het najaar van 2018 wordt het Plan van Aanpak Mensenhandel aan de Tweede Kamer aangeboden.

Hierin wordt een brede, integrale benadering van het fenomeen mensenhandel in al z’n verschijningsvormen gepresenteerd. Een benadering die loopt van preventie, via een effectieve aanpak van daders tot een goede bescherming, opvang en ondersteuning van de slachtoffers. De integrale aanpak van mensenhandel is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van JenV, VWS, SZW en BZ. Het plan van aanpak bevat maatregelen en activiteiten voor de hele kabinetsperiode. Zo komen in belangrijke bronlanden van mensenhandel Nederlandse politieliaisons te werken, om de informatie uitwisseling te verbeteren en de internationale opsporing te intensiveren. Ook wordt een landelijk dekkend netwerk van zorgcoördinatoren opgezet. Met gemeenten is afgesproken dat zij werken aan de ontwikkeling van beleid om regionaal de aanpak van mensenhandel te borgen. De regionale Prostitutie Controle Teams gaan de prostitutiebranche controleren op vormen van uitbuiting en andere misstanden die (kunnen) duiden op mensenhandel. Voor mensen die niet langer in de prostitutiewereld willen werken, subsidieert JenV een landelijk dekkend netwerk van uitstapprogramma’s. Daarnaast wordt het wetsvoorstel Regulering prostitutie aangepast, zodat uniformiteit ten opzichte van alle sectoren in de prostitutiebranche is verzekerd en bescherming tegen misstanden waaronder mensenhandel in al deze sectoren gewaarborgd blijft.

Het Nederlandse harddrugsbeleid blijft ongewijzigd. Op het gebied van softdrugs is er wél sprake van beweging. Er komt een kleinschalig experiment met het gedecriminaliseerd telen van cannabis voor recreatief gebruik, mede gebaseerd op het onafhankelijke advies van de commissie Knottnerus. Met dit experiment willen we onderzoeken of het mogelijk is om een «gesloten coffeeshopketen» te creëren, waarbij op kwaliteit gecontroleerde cannabis, zonder inmenging van criminelen, aan de coffeeshops wordt geleverd. De hiervoor benodigde wet- en regelgeving zijn in voorbereiding. De implementatie van de experimenten vindt plaats in samenspraak met alle bij dit vraagstuk betrokken partijen: volksgezondheid, voedsel en waren, justitie, lokaal bestuur, de juridische wetenschap, de coffeeshopbranche en klanten van de coffeeshops. Ook vindt er zorgvuldige monitoring en evaluatie van het experiment plaats.

Het meest recente Cyber Security Beeld Nederland laat zien dat de omvang en ernst van de dreigingen in het digitale domein nog altijd aanzienlijk zijn – en zich in snel tempo blijven ontwikkelen. Zorgelijke ontwikkelingen, die roepen om actie. Digitale veiligheid is een topprioriteit van dit kabinet en in het Regeerakkoord is een structurele investering van 95 miljoen vastgelegd. Deze middelen worden ingezet voor de ambitieuze Nederlandse Cyber Security Agenda (NCSA), die dit voorjaar werd gepresenteerd8. In 2019 zet de overheid, onder coördinatie van de Minister van Justitie en Veiligheid, stevig in op de uitwerking van de belangrijke acties uit de NCSA. Dit neemt niet weg dat de uitdagingen groot zijn, die veel vragen van alle betrokken partijen. De NCTV versterkt haar regierol op dit onderwerp en gaat in nauwe samenwerking met de partners aan de slag met de zeven hoofdambities van de agenda. Dit alles om ervoor te zorgen dat Nederland op een veilige manier de economische en maatschappelijke kansen die de digitalisering biedt kan verzilveren.

Enkele concrete maatregelen die voor 2019 op de agenda staan:

  • Versterking van het Nationaal Cyber Security Centrum als Computer Emergency Response Team (CERT) voor de rijksoverheid en de vitale infrastructuur.

  • De NCTV gaat rondetafelgesprekken organiseren om te komen tot een visie voor een landelijk dekkend stelsel van cybersecurity-samenwerkingsverbanden voor overheden, het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties. Dit stelsel moet een snelle informatie-uitwisseling mogelijk maken over recente, ernstige cyberdreigingen en over effectieve maatregelen die de deelnemende partijen kunnen nemen.

  • De vorming van cybersecurity-samenwerkingsverbanden wordt gestimuleerd en – waar nodig – wordt ondersteuning geboden. De mogelijkheden worden verkend om te komen tot een certificeringsstelsel voor dienstverleners op het gebied van cybersecurity bij wie private partijen veilig diensten kunnen afnemen.

  • In EU-verband werkt Nederland mee aan de (verdere) uitwerking van het pakket maatregelen, onder andere op het gebied van certificering en het mandaat van het Europese agentschap ENISA van de Europese Commissie, om de cybersecurity binnen Europa te versterken.

  • Er wordt gewerkt aan een publiek-private cybersecurity-alliantie. De alliantie heeft als doel om publieke en private partijen te verbinden om onder meer de gezamenlijke ambities en maatregelen uit de Nederlandse Cybersecurity Agenda te realiseren.

Ook bij de aanpak van cybercrime, zoals digitale vormen van diefstal, afpersing en fraude, het platleggen van websites, bedrijfsspionage en illegale handel op het darkweb, is de laatste jaren steeds meer sprake van een integrale werkwijze, in goede samenwerking met bedrijven, burgers en maatschappelijke organisaties. Dit heeft geleid tot een breed palet aan mogelijke acties, waarbij per geval gericht wordt bekeken welke actie (of combinatie van acties) het criminele verdienmodel het effectiefst treft.

In 2019 gaan JenV en partners concreet aan de slag met de uitwerking van deze integrale aanpak, die over vier sporen loopt:

  • Preventie: onder meer door voorlichting over de risico’s die burgers en ondernemingen lopen en de maatregelen die zij zelf kunnen nemen om zich beter te beschermen tegen cyberdelicten.

  • Versterking van de opsporing: niet alleen door te zorgen voor voldoende capaciteit en specifieke kennis bij de politie (Team High Tech Crime bij de Landelijke Eenheid; regionale cybercrimeteams) en het OM (gespecialiseerde capaciteit bij het Landelijk Parket en de regionale parketten); maar ook door de invoering van de Wet Computercriminaliteit III, die politie en OM ruimere mogelijkheden biedt om cybercrime te bestrijden. Deze wet zal naar verwachting in 2019 in werking treden.

  • Ondersteuning van slachtoffers van cybercrime: door slachtoffers snel te informeren en hen te helpen de juiste maatregelen te nemen, wordt de criminele activiteit verstoord en kan de schade (ook voor anderen) worden beperkt. Verbetering van het aangifteproces moet de politie beter bereikbaar maken voor slachtoffers van cybercrime.

  • Wetenschappelijk onderzoek: via een breed wetenschappelijk onderzoeksprogramma wil JenV meer te weten komen over daderschap en slachtofferschap van veel voorkomende vormen van cybercrime.

De aanhoudende terroristische dreiging is complex en veranderlijk. Uit de meest recente Dreigingsbeelden Terrorisme Nederland blijkt dat de jihadistische dreiging de meest bepalende terroristische dreiging voor Nederland vormt. De verzwakking van ISIS betekent niet dat de dreiging tot het verleden behoort. Hoewel het fysieke «kalifaat» van ISIS uiteen is gevallen, blijft de terroristische organisatie voortbestaan en het jihadistisch gedachtengoed verspreiden. Ook moet er rekening worden gehouden met de mogelijkheid dat geweld vanuit andere motieven wordt gepleegd, bijvoorbeeld door rechts- of links-extremistische personen of groepen. Het is dus van het grootste belang om de aanpak van terrorisme en de weerstand tegen dit soort dreigingen, zoals die in de afgelopen jaren is opgebouwd, op orde te houden en waar nodig te actualiseren en aan te passen, op basis van het Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland, dat meerdere keren per jaar verschijnt. Bij het Regeerakkoord zijn er tevens extra financiële middelen beschikbaar gekomen voor de aanpak van terrorisme.

De huidige Nederlandse aanpak is eind 2017 opnieuw vastgesteld langs de lijnen van de Nationale Contraterrorisme-Strategie 2016–2020. Bij de integrale aanpak terrorisme Nederland richt men zich op:

  • het tijdig zicht krijgen op en duiden van (potentiële) dreigingen in of tegen Nederland en de Nederlandse belangen in het buitenland;

  • het voorkomen en verstoren van extremisme en terrorisme en het verijdelen van aanslagen;

  • het beschermen van personen, objecten en vitale processen tegen extremistische en terroristische dreigingen, zowel fysiek als online;

  • het optimaal voorbereid zijn op extremistisch en terroristisch geweld en de gevolgen daarvan.

Door het tijdig signaleren en zo nodig door vervolging, handhaven we de democratische rechtsstaat tegen extremisme en terrorisme. In 2019 zal het accent hierbij liggen op de volgende acties:

  • extra inzet op preventie, om proactief te kunnen inspelen op de veranderingen binnen de jihadistische beweging;

  • aanvullende inzet op deradicalisering en re-integratie. Dit niet alleen vanwege de (verwachte) terugkeer van strijders (en hun kinderen) uit het kalifaat, maar ook om de «home grown» radicalisering van ingezetenen in Nederland tegen te gaan;

  • versterking van de digitale weerbaarheid en de aanpak van online extremistische uitingen, zoals jihadistische propaganda;

  • verdere versterking van de internationale samenwerking en uitwisseling van informatie – cruciaal voor een succesvolle aanpak van dit fenomeen met een grote internationale dimensie.

De internationale veiligheidssituatie is de afgelopen jaren verslechterd. Dit heeft duidelijke effecten op Nederland. Statelijke actoren mengen zich steeds meer ongewenst in Nederland, door beïnvloeding van bevolkingsgroepen met een migratieachtergrond. Daarnaast gebruiken statelijke actoren in toenemende mate onder andere desinformatie en vormen van strategisch economisch handelen – al dan niet in combinatie (hybride conflictvoering) – om hun doelstellingen te bereiken. In 2019 wordt er onder coördinatie van de NCTV verder gewerkt om Nederland weerbaarder te maken tegen dreigingen van statelijke actoren. Om ongewenste buitenlandse inmenging tegen te gaan worden signalen van beïnvloeding structureel en snel bijeengebracht en gedeeld door rijks- en lokale partijen, en bij incidenten treden deze partijen gezamenlijk op. Om de weerbaarheid van Nederland tegen nationale veiligheidsrisico’s bij overnames en investeringen en aanbesteden en inhuur te vergroten, zet de Interdepartementale Werkgroep Economische Veiligheid zijn activiteiten voort. Er wordt een instrumentarium voor het mitigeren van risico’s voor de nationale veiligheid bij overnames en investeringen ontwikkeld, en er komen maatregelen om risico’s voor de nationale veiligheid bij aanbesteding en inhuur kleiner te maken. De weerbaarheid tegen hybride conflictvoering wordt onder andere versterkt door bewustzijn van de dreiging binnen de overheid te vergroten en door het informatie-uitwisselingsproces verder in te richten. Onder meer op deze wijze draagt JenV bij aan de implementatie van de Geïntegreerde Buitenland- en Veiligheidsstrategie (GBVS) van het kabinet.

Veiligheidsdreigingen kunnen van velerlei aard zijn en kennen vaak hun eigen, unieke omstandigheden. Bedreigingen van de veiligheid van Nederland hebben vrijwel altijd tegelijkertijd een lokale, nationale en internationale component. Dit vraagt veel van het adaptief en lerend vermogen van de veiligheidsregio’s en andere partners op het terrein van risico- en crisisbeheersing. In 2019 werken JenV en partners verder aan de totstandkoming van een breed gedragen, robuust en up-to-date stelsel van crisisbeheersing, dat kan rekenen op voldoende expertise en inzet van middelen. Ook gaat de evaluatie van de Wet Veiligheidsregio’s van start. In 2019 wordt ook het pakket middelen voor het waarschuwen van burgers (met o.a. NL Alert) verder uitgewerkt. Dit komt in de plaats van de huidige sirenes («eerste maandag van de maand»), die met ingang van 2020 uit de roulatie worden genomen. Samen met de veiligheidsregio’s werkt JenV aan een moderne, kwalitatief hoogwaardige brandweerzorg. De door de Inspectie JenV geschetste aandachtspunten in het rapport «Inrichting repressieve brandweerzorg» (2018) worden hierbij betrokken.

Een belangrijke schakel tussen de burger in nood en de hulpverlening is de meldkamer. In 2019 werken politie, brandweer en ambulancediensten verder aan de vorming van één toekomstbestendige Landelijke Meldkamerorganisatie, met 10 locaties (Drachten, Apeldoorn, Soest, Haarlem, Amsterdam, Den Haag, Rotterdam, Bergen op Zoom, Den Bosch en Maastricht). Het wetsvoorstel dat de nieuwe meldkamerorganisatie regelt zal naar verwachting in 2019 worden aangenomen. Ook de vernieuwing van C2000, het communicatienetwerk voor de hulpdiensten, wordt in 2019 afgerond.

Migratiebeleid

Het Nederlandse beleid is verwoord in de dit voorjaar gepresenteerde Integrale migratieagenda. De beleidsvoornemens hebben betrekking op 6 met elkaar samenhangende pijlers:

  • voorkomen irreguliere migratie;

  • versterken opvang en bescherming voor vluchtelingen en ontheemden in de regio;

  • solidair en solide asielstelsel binnen de Europese Unie en Nederland;

  • minder illegaliteit, meer terugkeer;

  • bevorderen legale migratieroutes;

  • stimuleren integratie en participatie.

Op basis van de nadere uitwerking van deze plannen, gaan JenV en partners aan de slag om deze ambitieuze migratieagenda in de praktijk te realiseren. Punt van aandacht bij de realisatie van de migratieagenda is de afhankelijkheid van de hervorming van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel (GEAS). Los hiervan streeft JenV ernaar op enkele punten in 2019 al concreet spijkers met koppen te slaan.

  • De ambitie is dat er in 2019 stappen zijn gezet om het asielproces te herontwerpen en de transparantie en voorspelbaarheid van dit proces te vergroten. Naar verwachting zijn er stappen gezet om het identificatie- en registratieproces te stroomlijnen en versnellen. In het asielproces moet sneller duidelijk zijn wat de kansen zijn op inwilliging van een asielverzoek en welk vervolgtraject nodig is. Ook wordt wetgeving zo aangepast dat deze meer in lijn komt met Europese wetgeving. Eind 2019 is naar verwachting het Vreemdelingenbesluit aangepast zodat er geen gehoor meer hoeft te worden afgenomen bij evident kansloze herhaalde asielaanvragen. Er wordt bezien hoe herhaalde asielaanvragen sneller kunnen worden afgehandeld. De korte termijn maatregelen hebben als doel om de schriftelijke fase te versnellen en zullen vanaf 2019 uitgevoerd worden.

  • In het Regeerakkoord staat het voornemen om de vergunningstermijn voor bepaalde tijd aan te passen van 5 naar 3 jaar. Het streven is om begin 2019 een wijzigingsvoorstel Vreemdelingenwet aan het parlement te sturen voor behandeling. De genoemde maatregelen moeten in samenhang leiden tot betere beheersing van de doorstroomtijden in de asielprocedure.

  • Het treffen van voorbereidingen voor het samenbrengen van alle partners in de asielketen onder één dak, in Gemeenschappelijke Vreemdelingen Locaties (GVL), zoals in Ter Apel. Dit moet op langere termijn leiden tot snellere en betere samenwerking – en daardoor tot verkorting en een betere beheersing van de doorlooptijden in het (nieuw ontworpen, flexibelere en efficiëntere) asielproces. Het COA is bezig hierover met enkele gemeenten bestuursovereenkomsten te sluiten.

  • Om te bevorderen dat er meer kennismigranten naar Nederland komen, werkt JenV voor deze groep aan kortere, eenvoudigere toelatingsprocedures en een betere elektronische dienstverlening. Voor startups wordt het makkelijker om internationale talenten aan te nemen.

  • Samen met BZ faciliteert JenV een onafhankelijk onderzoek naar de vraag of het VN Vluchtelingenverdrag uit 1951 nog bij de tijd is en welke aanpassingen er eventueel nodig zijn, opdat het Verdrag een duurzaam juridisch kader biedt voor het internationale asielbeleid van de toekomst.

  • Constructieve gesprekken met de VNG moeten leiden tot een afspraak waarmee Rijk en gemeenten gezamenlijk de 8 geplande Landelijke Vreemdelingen Voorzieningen (LVV's) stap voor stap in de praktijk ontwikkelen. Met de LVV's wordt een netwerk van voorzieningen beoogd waarin vreemdelingen zonder recht op verblijf worden begeleid naar een duurzame oplossing en daarbij tijdelijk onderdak krijgen. Deze ontwikkeling maakt onderdeel uit van de opgave «Nederland en migrant voorbereid» in het Interbestuurlijk Programma (IBP).

Om migratie beter beheersbaar te maken is effectief grensbeheer essentieel. In 2019 werkt JenV aan de inrichting van het grensmanagement, op basis van de nieuwe EU richtlijnen. Daartoe wordt een programmastructuur opgezet die de directies van JenV en de taakorganisaties gaat helpen de noodzakelijke veranderingen in samenhang te realiseren.

Conform het Regeerakkoord werkt JenV in 2019 aan modernisering van het nationaliteitsrecht. Zo krijgen nieuwe (eerste generatie) immigranten én emigranten ruimere mogelijkheden om meerdere nationaliteiten te bezitten. Voor volgende generaties komt er een verplicht moment waarop zij moeten kiezen, met als resultaat het behoud van niet meer dan één nationaliteit.

2.2 Belangrijkste beleidsmatige mutaties

De onderstaande tabellen bevatten de belangrijkste mutaties voor respectievelijk de uitgaven en ontvangsten sinds de begroting 2018. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen mutaties bij nota van wijziging, bij Voorjaarsnota 2018 en bij Miljoenennota 2019. Het mutaties die groter zijn dan € 10 mln. worden toegelicht en, indien politiek relevant, worden ook kleinere mutaties toegelicht.

Tabel 2.2.1. Belangrijkste beleidsmatige uitgavenmutaties (x € 1.000)
   

Beleids- artikel

2018

2019

2020

2021

2022

2023

 

Stand uitgaven ontwerpbegroting 2018

 

12.080.537

12.031.713

11.905.127

11.729.516

11.341.366

11.767.592

                 
 

Nota van Wijziging

             

1.

Politie maatregel Regeerakkoord

31

100.000

100.000

100.000

100.000

100.000

100.000

2.

Digitalisering werkprocessen strafrechtketen

33

15.000

         

3.

Terugdringen recidive

34, 91

10.000

15.000

20.000

20.000

20.000

20.000

4.

Contraterrorisme

36, 91

8.000

13.000

13.000

13.000

13.000

13.000

                 
 

Voorjaarsnota/ eerste suppletoire begroting

             

5.

Vernieuwd C2000

31

10.000

         

6.

Prognosemodel Justitiële Ketens (PMJ)

32, 34, 37, 91

19.557

60.758

       

7.

Apparaatsuitgaven

91

– 20.000

         

8.

Rechtsbijstand

32

– 15.000

         
                 

9.

Asiel

37

129.737

95.280

       

10.

Asiel: ODA toerekening

37

– 94.221

– 21.503

16.740

7.879

7.774

7.774

11.

Eurojust

91

13.000

         

12.

Besparingsverlies vitale ketens

32, 33, 34, 92

8.000

22.500

29.500

28.500

28.500

28.500

13.

Loonbijstelling 2018

alle

240.654

240.864

238.640

235.354

227.699

236.405

14.

Prijsbijstelling 2018

alle

45.973

44.623

43.799

43.027

41.524

42.952

15.

Inzet prijsbijstelling

92

– 45.973

– 44.623

– 43.799

– 43.027

– 41.524

– 42.952

16.

Eindejaarsmarge

92

86.278

         

17.

Inzet eindejaarsmarge

alle

– 86.278

         
                 
 

Overig

             

18.

Brexit

31, 33, 37,92

4.412

23.600

27.100

18.152

18.152

18.152

19.

Opvang tijdelijk effect uitstroom Politie

31

 

29.000

19.000

10.000

   

20.

Politie tranche 2019 RA

31

 

45.000

45.000

45.000

45.000

45.000

21.

Uitwerkingskader Meldkamer

31

4.090

19.290

42.400

42.400

42.400

42.400

22.

Computercriminaliteit III

31,32,33,91

 

9.700

9.700

9.700

9.700

9.700

23.

Rechtspraak vertraging Kei en frictiekosten volume

32

 

40.000

       

24.

Vertraging Rechtsbijstand

32

 

10.000

18.000

25.000

12.000

6.000

25.

Ramingsbijstelling uitgaven

32, 33

 

– 20.000

       

26.

Afpakken

33

30.000

         

27.

MH17

33

 

9.000

9.000

9.000

9.000

9.000

28.

Kasschuif frictiekosten DJI

34, 92

 

96.000

     

– 96.000

29.

Capaciteitsscenario DJI

34, 37

 

– 24.076

– 28.700

– 29.800

– 28.500

– 28.200

30.

Capaciteit GW PMJ DJI

34

   

12.700

13.800

12.500

12.200

31.

Inzet eigen vermogen COA

37

19.850

         

32.

Inzet eigen vermogen IND

37

11.027

         

33.

Kasschuif rijksbijdrage aan DJI

34

116.600

– 39.000

– 57.700

– 19.900

   

34.

Verwacht onderuitputting en positief exploitatieresultaat JenV begroting

92

 

– 53.124

– 96.000

– 96.000

– 96.000

– 96.000

35.

Cybersecurity

92

30.000

         
                 
 

Overige mutaties

 

3.560

35.057

15.001

22.370

143.876

– 107.902

                 
 

Stand uitgaven ontwerpbegroting 2019

12.724.803

12.738.059

12.338.508

12.183.971

11.906.467

11.987.621

Toelichting op de tabel

Bij het Regeerakkoord zijn extra middelen beschikbaar gesteld voor de JenV-begroting. Deze middelen zijn in afwachting van bestedingsplannen gereserveerd op de Aanvullende Post. Bij de nota van wijziging op de Ontwerpbegroting 2018 zijn de middelen vermeld bij de mutaties 1 tot en met 4 overgeheveld van de Aanvullende Post naar de JenV-begroting.

1. Politie maatregel Regeerakkoord

In het Regeerakkoord is voor Politie € 100 mln. structureel beschikbaar gesteld voor uitbreiding van politiecapaciteit. Er wordt ingezet op het werven en opleiden van nieuwe medewerkers. Ook wordt extra aandacht besteed aan de zorg voor personeel. Tevens wordt budget beschikbaar gesteld voor de verbreding en verdieping van de aanpak van cybercrime en wordt er geïnvesteerd in het versterken van de uitrusting ten behoeve van politieoperaties op straat en in de eigen cybersecurity van de politie.

2. Digitalisering werkprocessen strafrechtketen

In 2018 zal de strafrechtketen verder worden gedigitaliseerd. De digitalisering van de werkprocessen en processtukken in de strafrechtketen levert een belangrijke bijdrage aan de verbetering van de logistiek en de informatie uitwisseling.

3. Terugdringen recidive

In het Regeerakkoord is extra geld uitgetrokken voor innovatie in de aanpak van recidive met preventieve en repressieve middelen.

4. Contraterrorisme

Er zijn extra middelen vrijgemaakt voor de intensivering van een aantal speerpunten die deel uitmaken van de integrale aanpak terrorisme.

In de Voorjaarsnota en de eerste suppletoire begroting zijn diverse uitvoeringsmutaties en de doorwerking daarvan opgenomen. Het gaat om de nummers 5 tot en met 17.

5. Vernieuwd C2000

In verband met de oplevering van het nieuwe C2000 systeem is voor de migratie van het nieuwe systeem in 2018 extra budget beschikbaar gesteld.

6. Prognosemodel Justitiële Ketens (PMJ)

Het uitgavenkader is in het jaar 2018 in totaal met € 19,6 mln. en in 2019 met € 60,8 mln. verhoogd op basis van de meest recente uitkomsten van het Prognosemodel Justitiële Ketens (PMJ).

7. Apparaatsuitgaven

Jaarlijks kent de JenV begroting een onderuitputting op de uitgaven. In 2018 is rekening gehouden met een verwachte onderuitputting van € 20 mln. Deze post is vooralsnog geplaatst bij de apparaatsuitgaven.

8. Rechtsbijstand

De verwachting is dat het beroep op de rechtsbijstand in 2018 lager uit komt dan geraamd.

9. Asiel

De Meerjaren Productieprognose (MPP) leidt tot extra productie bij IND en een hogere bezetting bij het COA. Met deze mutatie wordt de bijstelling van de MPP voor de asielketen voor 2018 en enkele andere kleine mutaties in het budget van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) en de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) verwerkt.

10. Asiel: ODA toerekening

De kosten voor de eerstejaarsopvang van asielzoekers uit DAC-landen worden toegerekend aan ODA. In de toerekening wordt de MPP-mutatie voor de instroom 2018 verwerkt, net als de bijstelling en de nacalculatie over 2017. Dit leidt tot een overheveling tussen de begroting van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) en de begroting van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (BHOS).

11. Eurojust

De technische verrekening met het Rijksvastgoedbedrijf voor wat betreft de egalisatieregeling met betrekking tot Eurojust heeft in 2017 niet plaatsgevonden. Door middel van de eindejaarsmarge worden de gelden toegevoegd aan 2018, zodat verrekening dit jaar alsnog kan plaatsvinden.

12. Besparingsverlies vitale ketens

Besparingsverlies vitale ketens betreft het niet realiseren van maatregelen in de begroting 2017 als invulling van de taakstelling op de strafrechtketen. Een deel van de maatregelen blijkt (juridisch) niet haalbaar, waaronder de maatregelen aangaande doeltreffende aanpak zeer jeugdige daders en het onderdeel «kind centraal in een efficiëntere en effectievere jeugdbeschermingsketen». Deze tegenvaller wordt gedekt door inzet van de prijsbijstelling tranche 2018 en de eindejaarsmarge.

13. Loonbijstelling 2018

De loonbijstelling 2018 is met deze mutatie aan de begroting van JenV toegevoegd en is vervolgens verdeeld naar de desbetreffend artikelen.

14. Prijsbijstelling 2018

De prijsbijstelling 2018 wordt ingezet voor dekking van JenV-brede problematiek (m.n. besparingsverlies vitale ketens, zie punt 12).

15. Inzet prijsbijstelling

Om de tegenvallers (waaronder besparingsverlies vitale ketens) op de JenV begroting op te kunnen vangen is de ontvangen prijsbijstelling ingezet als dekking.

16. Eindejaarsmarge

De eindejaarsmarge 2018 is met deze mutatie aan de begroting van JenV toegevoegd en is ingezet om de uitvoeringproblematiek in 2018 te dekken.

17. Inzet eindejaarsmarge

De ontvangen eindejaarsmarge is deels gebruikt om de kaseffecten van overlopende verplichtingen te financieren. Het restant is ingezet om de tekorten in 2018 te dekken.

De mutaties 18 tot en met 33 zijn nieuw. Zij vloeien voort uit de besluitvorming over de begroting 2019 en de bijbehorende meerjarenreeks.

18. Brexit

In iedere vorm van Brexit waarbij het VK uit de EU stapt, moet JenV in staat zijn en blijven om haar taken op het gebied van veiligheid, grensbewaking en migratie goed uit te voeren. Conform rijksbrede afspraken dienen organisaties zich voor te bereiden op een no deal-scenario («cliff edge brexit» per maart 2019). In het voorjaar van 2018 zijn hiervoor extra middelen vrijgemaakt waarbij dekking is gevonden binnen de JenV begroting. In de loop van het jaar zal de raming opnieuw worden bezien als er nieuwe informatie beschikbaar komt.

19. Opvang tijdelijk effect uitstroom politie

Voor de jaren 2019–2021 zijn incidenteel extra middelen vrijgemaakt voor de politie om bij de operationele onderdelen gericht in te spelen op de negatieve effecten van de uitstroom van ervaren personeel.

20. Politie tranche 2019 RA

In het Regeerakkoord is extra geld uitgetrokken voor politie. Met deze middelen, politie tranche 2019, worden de mogelijkheden van de politie om in te spelen op de maatschappelijke ontwikkelingen structureel vergroot door meer politie, het vergroten van de diversiteit in opleiding en het verbeteren van de uitrusting. Daarmee wordt onder andere een bijdrage geleverd aan digitale veiligheid. Er kan hierdoor ook beter worden ingespeeld op de diversiteit binnen en tussen eenheden door te experimenteren met flexibilisering van de organisatie.

21. Uitwerkingskader Meldkamer

In het Uitwerkingskader meldkamer zijn de kosten van het beheer van de meldkamer door de politie vastgesteld. De benodigde middelen worden vanaf 2020 beschikbaar gesteld door de verschillende partijen. In de tabel belangrijkste mutaties staan hier de structurele bijdrage van de KMar (€ 6,3 mln.), VWS (19,1 mln.) en de bijdrage vanuit de Aanvullende Post (€ 17,0 mln.). Daarnaast dragen de Politie € 44,2 mln. en de veiligheidsregio’s en ambulance € 14,0 mln. bij.

22. Computercriminaliteit III

In het Regeerakkoord is opgenomen dat vanaf 2019 jaarlijks € 10 miljoen extra is voorzien voor de uitvoering van de Wet Computercriminaliteit III. Dit bedrag zal vooral worden besteed aan capaciteit en ICT-ondersteuning bij de Landelijke Eenheid van de politie. Daarnaast wordt aanvullend geïnvesteerd in de toezichtstaak van de Inspectie JenV, capaciteit voor leiding en toezicht op de opsporingsonderzoeken bij het OM en de rechterlijke macht. Ook de KMar werkt nauw samen met de politie bij de uitvoering van de wet en krijgt hiervoor jaarlijks een bedrag van € 0,3 mln (toegevoegd aan de begroting van Defensie).

23. Rechtspraak vertraging Kei en frictiekosten volume.

Bij de Rechtspraak wordt voor 2018 een negatieve stand verwacht van € 40 mln. als gevolg van het uitstel van de inning van de baten door de vertraging KEI (Kwaliteit en Innovatie) en de frictieproblemen door de gedaalde instroom. Een negatief eigen vermogen per ultimo 2018 moet in 2019 door JenV worden aangevuld.

24. Vertraging Rechtsbijstand

Het kabinet heeft in het Regeerakkoord aangegeven tot een herziening van het stelsel van rechtsbijstand te komen. Om het eindresultaat te behalen is tijd nodig waardoor de eerdere verwachte financiële effecten van het wetsvoorstel duurzaam stelsel rechtsbijstand met 3 jaar wordt opgeschort.

25. Ramingsbijstelling uitgaven

Op basis van volumeontwikkelingen bij diverse regelingen is de begrotingsraming voor 2019 bijgesteld.

26. Afpakken

In de Miljoenennota 2018 heeft het kabinet het afpakken van crimineel vermogen als prioriteit betiteld. Hiervan was € 30 mln. op de Aanvullende Post bij het Ministerie van Financiën gereserveerd. Thans zijn deze middelen toegevoegd aan de JenV begroting. Uit het budget zullen de uitgaven voor de partijen in de strafrechtketen worden bekostigd, waaronder de inzet van het strafrecht, maar ook samenwerking van de partijen in de strafrechtketen met bestuurlijke partners (waaronder de Belastingdienst en gemeenten).

27. MH17

Betreft middelen ten behoeve van de opsporing in het kader van de vervolging en berechtiging van MH17 verdachten.

28. Kasschuif frictiekosten DJI

Ter financiering van de frictiekosten die het gevolg zijn van sluitingen bij DJI wordt een kasschuif bij DJI doorgevoerd ten gunste van 2019 en administratief ten laste van 2023.

29. Capaciteitsscenario DJI

Een deel van de overcapaciteit bij het gevangeniswezen en vreemdelingenbewaring wordt in 2019 afgestoten, waardoor de bijdrage aan DJI daalt.

30. Capaciteit Gevangeniswezen en vreemdelingenbewaring PMJ DJI

De in de begroting van 2017 ingeboekte leegstandstaakstelling wordt gecorrigeerd voor de nieuwe PMJ ramingen voor gevangeniswezen en vreemdelingenbewaring.

31. Inzet eigen vermogen COA

De agentschapsregeling geeft aan dat een eigen vermogen dat hoger is dan 5% van de omzet, kan worden afgeroomd. Bij de COA is sprake van een maximaal eigen vermogen. Het surplus boven het eigen vermogen wordt ingezet ten behoeve van de kosten in verband met de hogere bezetting die wordt verwacht bij COA.

32. Inzet eigen vermogen IND

Het eigen vermogen van de IND is conform de agentschapsregeling afgeroomd en de vrijgekomen middelen worden ingezet voor de IND.

33. Kasschuif rijksbijdrage aan DJI

Binnen de rijksbijdrage DJI is een kasschuif toegepast om de rijksbijdrage in overeenstemming te brengen met de afgesproken productie.

34. Verwachte onderuitputting en positief exploitatieresultaat JenV begroting.

Ieder jaar is er bij de realisatie van de begroting sprake van onderuitputting bij het kas -en verplichtingendeel, en hebben de baten -en lasten diensten veelal een positief resultaat. Met ingang van 2018 wordt op voorhand rekening gehouden met deze twee ontwikkelingen. Voor 2019 resteert nog een in te vullen bedrag van € 53,1 mln. Voor de jaren 2020 tot en met 2023 gaat het om een bedrag van € 96 mln. dat nog moet worden ingevuld.

35. Cybersecurity

Het Kabinet maakt in 2018 € 30 mln. vrij voor cybersecurity.

Tabel 2.2.2 Belangrijkste beleidsmatige ontvangstenmutaties (x € 1.000)
   

Beleidsartikel

2018

2019

2020

2021

2022

2023

 

Stand ontvangsten ontwerpbegroting 2018

 

1.713.616

1.662.018

1.674.583

1.632.315

1.593.315

1.563.315

                 
 

Nota van wijziging

             

1.

Intrekken eigen bijdrageregeling

32,34

– 27.420

– 42.500

– 44.100

– 45.000

– 45.000

– 45.000

2.

Afpakken crimineel vermogen

33

– 90.000

– 60.000

– 30.000

– 30.000

– 30.000

– 30.000

                 
 

Voorjaarsnota/ eerste suppletoire begroting

             

3.

Prognosemodel Justitiële Ketens (PMJ) Griffierechten

32

– 26.474

– 56.489

– 61.366

– 26.262

– 27.861

– 32.096

4.

Afrekening agentschappen

34,37

29.400

         

5.

Besparingsverlies vitale ketens

32,33

– 9.000

– 12.000

– 10.000

– 7.000

– 7.000

– 7.000

                 
 

Overig

             

6.

Ramingsbijstelling ontvangsten

32–92

 

13.700

13.700

13.700

13.700

13.700

7.

Dekking uit asielreserve

37

 

93.800

       

8.

Inzet eigen vermogen COA

37

19.850

         

9.

Inzet eigen vermogen IND

37

11.027

         

10.

Effect schikking ING

 

624.000

         
 

Overige mutaties

 

30.706

2.035

2.035

2.035

2.035

32.035

                 
 

Stand ontvangsten ontwerpbegroting 2019

2.275.705

1.600.564

1.544.852

1.539.788

1.499.189

1.494.954

Toelichting op de tabel

1. Intrekken eigen bijdrageregeling

Het wetsvoorstel voor een eigen bijdrage in de kosten voor de strafvordering en de slachtofferzorg is ingetrokken.9 De ontvangsten die hiervoor op de begroting van JenV waren geraamd komen nu te vervallen. Met de derving is rekening gehouden bij de begrotingsvoorbereiding 2017, door reservering van de betreffende middelen op de Aanvullende Post. De middelen worden nu aan de begroting van JenV worden toegevoegd, waarbij de mutatie per saldo budgetneutraal is.

2. Afpakken crimineel vermogen

De raming voor de verwachte opbrengsten uit afpakken is de laatste jaren verhoogd. Met deze bijstelling opgenomen in het Regeerakkoord (maatregel B11) wordt het tempo van de verwachte toename in 2018 en 2019 verlaagd. Met ingang van 2020 wordt rekening gehouden met een structureel lagere opbrengst van € 30 mln.

3. Prognosemodel Justitiële Ketens (PMJ) Griffierechten

Op basis van de meest recente uitkomsten van het Prognosemodel Justitiële Ketens (PMJ) zijn de Griffierechten structureel verlaagd. De verwachting is dat de instroom van zaken in de civiele sector en – in minder mate – in de sector bestuur lager zullen uitvallen dan geraamd. Op basis van de huidige PMJ raming resteert er nog een ramingsrisico in de jaren 2021 t/m 2023. Aan de hand van de nieuwe PMJ in 2019 zal worden bezien in hoeverre een verdere verlaging van de raming onvermijdelijk is. Deze zal dan aan de orde kunnen komen bij de voorjaarsbesluitvorming.

4. Afrekening agentschappen

In 2017 hebben diverse agentschappen een zodanig positief resultaat gehaald dat het eigen vermogen boven de norm van 5% is uitgekomen. Dit surplus is ingezet als dekking van de JenV problematiek 2018.

5. Besparingsverlies vitale ketens

Het betreft het niet realiseren van maatregelen in de begroting 2017 als invulling van de taakstelling op de strafrechtketen. Een deel van de maatregelen blijkt (juridisch) niet haalbaar, waaronder de maatregelen aangaande doeltreffende aanpak zeer jeugdige daders en het onderdeel «kind centraal in een efficiëntere en effectievere jeugdbeschermingsketen». Deze tegenvaller wordt gedekt door inzet van de prijsbijstelling tranche 2018 en eindejaarsmarge. Zie ook de tabel met belangrijkste uitgavenmutaties.

6. Ramingsbijstelling ontvangsten

Op basis van volumeontwikkelingen bij diverse regelingen is de begrotingsraming bijgesteld. Zie ook de tabel met belangrijkste uitgavenmutaties.

7. Dekking uit asielreserve

Ten behoeve van de meerkosten van asiel in het jaar 2019 wordt het restant van de middelen uit de asielreserve ter dekking ingezet.

8. Inzet eigen vermogen COA.

Bij het COA is sprake van een maximaal eigen vermogen. Het surplus boven het eigen vermogen wordt via een desaldering ingezet ten behoeve van de kosten in verband met de hogere bezetting die wordt verwacht bij COA. Zie ook de tabel met belangrijkste uitgavenmutaties.

9. Inzet eigen vermogen IND

Het eigen vermogen van de IND is conform de agentschapsregeling afgeroomd en de vrijgekomen middelen worden via een desaldering ingezet voor de beschikking IND. Zie ook de tabel met belangrijkste uitgavenmutaties.

10. Effect schikking ING

In 2018 is een schikking met ING (775 mln.) getroffen. In de JenV begroting is al rekening gehouden met de ontvangen bedragen vanwege afpakken. Daarom is het effect een meevaller van 624 mln.

2.3 Overzicht niet-juridisch verplichte uitgaven

Tabel 2.3.1 Overzicht niet-juridisch verplichte uitgaven en bestemming (bedragen x € 1.000)

Art. nr.

Omschrijving

Juridisch verplicht

Niet Juridisch verplicht

Bestemming van de niet-juridisch verplichte uitgaven

31

Politie

6.039.307

2.095

* 400 voor impactanalyses gevolgen nieuwe wetgeving voor politie

 

(6.041.402)

(100%)

(0%)

* 850 voor ondersteuning overleg politievakorganisaties en overige onderwerpen mbt arbeidsvoorwaarden

       

* 500 voor onderzoeken ikv meldkamer van de toekomst

       

* 315 subsidies aan organisaties die een relatie met de politie hebben

       

* 30 diversen

32

Rechtspleging en rechtsbijstand

1.469.237

0

 
 

(1.469.237)

(100%)

(0%)

 

33

Opsporing en vervolging

215.137

16.123

* 7.898 voor de uitvoering van het programma verkeershandhaving (voor o.m. flitspalen en trajectcontroles).

 

(231.260)

(95%)

(5%)

* 8.225 Verdeling over de ketenpartners zoals Politie en FIOD ten behoeve van het afpakken van op criminele wijze verkregen vermogen

34

Straffen en beschermen

2.494.254

16.116

* 1.604 voor initiatieven op het gebied van integriteit. kansspelen en overige preventieve maatregelen

 

(2.510.370)

(99%)

(1%)

* 3.010 opdrachten forensische zorg

       

* 2.064 uitvoeringskosten ketenregie ten uitvoerlegging

       

* 5.600 voor de opdrachten op het gebied van het terugdringen van recidive

       

* 1.545 voor initiatieven op het gebied van slachtofferbeleid

       

* 800 opdrachten risicojeugd en jeugdgroepen

       

* 1.493 voor overige opdrachten op het gebied van de jeugdbescherming en jeugdsancties

36

Contraterrorisme en nationaal veiligheidsbeleid

231.852

40.119

* 19.200 bijdragen mede-overheden voor contra-terrorisme (w.o. lokale aanpak)

 

(271.971)

(85%)

(15%)

* 1.200 incidentele subsidies voor contra-terrorisme

       

* 9.900 opdrachten tbv cybersecurity

       

* 3.800 opdrachten voor een effectieve nationale crisisorganisatie (w.o. het Nationaal Coördinatie Centrum). contra-terrorisme (tegengaan radicalisering) en voor het identificeren en beoordelen van dreigingen op de nationale veiligheid

       

* 300 ten behoeve van schadeclaims op basis van de WTS (Wet Tegemoetkoming Schade)

       

* 2.917 opdrachten voor ontwikkeling. onderhoud en beheer van nieuw alerteringssysteem NL-Alert

       

* 1.257 opdrachten voor een effectieve nationale crisisorganisatie (w.o. het Nationaal Coördinatie Centrum).

       

* 1.327 projecten innovatief werken binnen JenV

       

* 218 diversen

37

Migratie

1.047.913

15.667

* 500 ondersteuning zelfstandig vertrek

 

(1.063.580)

(99%)

(1%)

* 750 project subsidies op het gebied van de terugkeer

       

* 2.500 vervoerskosten vreemdelingen

       

* 4.000 vervoerskosten vreemdelingen escort

       

* 1.000 vreemdelingen gezondheidszorg keuring/begeleiding

       

* 1.200 tolken

       

* 2.000 kosten uitzetting vreemdelingen

       

* 1.862 reis- en verblijfkosten buitenland medewerkers inzake opdracht vreemdelingenvertrek

       

* 1.855 diversen

2.4 Meerjarenplanning beleidsdoorlichtingen

Tabel 2.4.1. Planning beleidsdoorlichtingen

Artikel

Omschrijving

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Gehele artikel

31

Politie

             

Nee

31.2

Bekostiging Politie

     

       

31.3

Kwaliteit, arbeidsvoorwaarden en ICT politie

 

           

32

Rechtsbijstand en rechtspleging

             

Ja

32.1

Apparaatskosten Hoge Raad

         

   

32.2

Adequate toegang tot het rechtsbestel (Rechtsbijstand)

         

   

32.2

Optimale randvoorwaarden doelmatig en doeltreffend rechtsbestel (Rechtspraak)

         

   

33

Rechtshandhaving en vervolging

             

Ja

33.1

Apparaatskosten OM

       

     

33.2

Bestuur, informatie en technologie

       

     

33.3

Opsporing en vervolging

       

     

33.4

Vervolging en berechting MH17-verdachten (toegevoegd bij begroting 2018)

               

34

Straffen en beschermen

             

Nee

34.1

Raad voor de Kinderbescherming

     

       

34.2

Preventieve maatregelen

     

       

34.3

Tenuitvoerlegging strafrechtelijke sancties en Vreemdelingenbewaring

 

       

 

34.4

Slachtofferzorg

       

     

34.5

Uitvoering jeugdbescherming en Voogdij AMV’s

   

         

34.5

Tenuitvoerlegging justitiële sancties Jeugd

 

       

 

36

Contraterrorisme en nationale veiligheidsbeleid

             

Nee

36.2

Nationale Veiligheid en. Terrorismebestrijding

 

       

 

36.3

Onderzoeksraad Voor Veiligheid

 

           

37

Migratie

             

Ja

37.2

Toegang, toelating en opvang vreemdelingen

 

           

37.2

Toegang, toelating en opvang vreemdelingen (grensbewaking)

 

       

 

37.3

Terugkeer

 

           

2.5 Overzicht Risicoregelingen

2.5.1 Overzicht verstrekte garanties (x € 1.000)

Art.

Omschrijving

Uitstaand garanties

Geraamd te verlenen

Geraamd te vervallen

Uitstaand garanties

Geraamd te verlenen

Geraamd te vervallen

Uitstaande garanties

Garantie- plafond

Totaal plafond

   

2017

2018

2018

2018

2019

2019

2019

   

31

Inkoop Max

598.464

 

56.700

541.764

 

147.600

394.164

nvt

nvt

33

Garantiestelling Faillissementscuratoren dienst Justis

18.040

3.479

4.873

16.646

5.000

4.000

17.646

nvt

nvt

34

Garantstelling Hypothecaire leningen aan JJI's

26.398

 

791

25.607

 

822

24.785

nvt

nvt

 

totaal

642.902

3.479

62.364

584.017

5.000

152.422

436.595

   
2.5.2 Overzicht uitgaven en ontvangsten garanties (x € 1.000)

Art.

Omschrijving

Uitgaven

Ontvangsten

Stand risico-voorziening

Saldo

Uitgaven

Ontvangsten

Stand risico-voorziening

Saldo

Uitgaven

Ontvangsten

Stand risico-voorziening

Saldo

   

2017

2017

2017

2017

2018

2018

2018

2018

2019

2019

2019

2019

33

Garantiestelling Faillissementscuratoren dienst Justis

2.626

 

18.040

– 2.626

4.477

 

16.646

– 4.477

2.700

 

17.646

– 2.700

Inkoop Max

In de stand is de meerjarige verplichting opgenomen die JenV heeft aan de politie in het kader van het prepensioen en levensloopregeling (Inkoop Max regeling). De verplichtingen die hieruit voortvloeien zijn gerelateerd aan het bedrag dat als vordering in de jaarrekening van de politie worden opgenomen10.

Faillissementscuratoren

De garantstellingsregeling faillissementscuratoren (GSR) biedt faillissementscuratoren de mogelijkheid om iets te doen met signalen van mogelijk kennelijk onbehoorlijk bestuur door bestuurders in de aanloop van een faillissement, ook als daarvoor in de faillissementsboedel onvoldoende middelen beschikbaar zijn. Concreet gaat het erom dat de curator nader onderzoek kan doen en een procedure kan starten om onrechtmatig aan de boedel onttrokken gelden en goederen terug te halen. De GSR wordt onder het rijkskader voor garantieregelingen gebracht. Dit betekent onder meer de invoering van een premie gefinancierde begrotingsreserve. In 2017 is de Tweede Kamer geïnformeerd11 dat de motie Gesthuizen c.s. in uitvoering is genomen.

Hiertoe wordt de mogelijkheid en wenselijkheid van uitbreiding van de Garantstellingsregeling Curatoren 2012 onderzocht, waarbij tevens modellen voor bekostiging zullen worden bezien, gegeven de budgettaire kaders. De curatorenverenigingen zijn om hun visie gevraagd. Tevens is het WODC verzocht om de uitvoering van een effectmeting van de GSR. Dit gaat in 2018 plaatsvinden, waarna de regeling zal worden herzien.

Hypothecaire leningen aan JJI's

Het feitelijk risico van de verleende garanties aan particuliere jeugdinrichtingen betreft borgstellingen ten behoeve van het restantbedrag van leningen die particuliere inrichtingen zijn aangegaan ter financiering van de gebouwen. Zonder garantie verlening was het niet mogelijk tegen gunstige condities dergelijke leningen bij externe financiers af te sluiten. Omdat DJI de kapitaalslasten van de betreffende leningen bovennormatief vergoedt aan de inrichtingen was het uit efficiency-overwegingen van belang dat de leningen tegen een zo gunstig mogelijk rentepercentage konden worden afgesloten.

3. BELEIDSARTIKELEN

3.1. Artikel 31. Politie

Algemene doelstelling

Een veilige samenleving met behulp van een goed functionerende politieorganisatie.

Rol en verantwoordelijkheid

De Minister heeft een financierende en regisserende rol ten aanzien van de politie. Hierbij zijn drie verantwoordelijkheden te onderscheiden:

  • De eerste verantwoordelijkheid betreft de inrichting, werking en ontwikkeling van het politiebestel;

  • De tweede verantwoordelijkheid betreft de bevoegdheden en het beheer ten aanzien van de politie. Onder deze beheersverantwoordelijkheid van de Minister12 valt het vaststellen van de begroting, de meerjarenraming, de jaarrekening, het beheersplan, het jaarverslag en de operationele sterkte. De korpschef is belast met de leiding en het beheer van de politie. De korpschef opereert binnen de kaders die de Minister stelt. De Minister kan de korpschef te allen tijde over alle beheeraangelegenheden algemene en bijzondere aanwijzingen geven;

  • Tot slot stelt de Minister vanuit zijn beleidsverantwoordelijkheid, gehoord het College van procureurs-generaal en de regioburgemeesters, ten minste eens in de vier jaar de landelijke beleidsdoelstellingen van de politie vast.

De Minister heeft ten aanzien van het politie- en brandweerkorps Bonaire, Sint Eustatius en Saba (Caribisch Nederland) een financierende en regisserende rol. De beheersverantwoordelijkheid voor het politie- en brandweerkorps Bonaire, Sint Eustatius en Saba, berust bij hem.13

Beleidswijzigingen

De politie zal in deze kabinetsperiode een nieuwe fase ingaan: een fase van versterking, vernieuwing en modernisering. De inzet is meer en betere politie die sneller en effectiever inzetbaar is, geworteld in de haarvaten van onze maatschappij, zichtbaar op straat en die voor alle burgers makkelijk benaderbaar is. Daartoe investeert het kabinet in extra capaciteit en middelen voor de politie en worden maatregelen genomen voor een slagvaardigere en flexibelere politieorganisatie.14 Omdat politiecapaciteit per definitie schaars en kostbaar is hecht het kabinet waarde aan het verder flexibiliseren van de organisatie, opdat de beschikbare mensen en middelen zo effectief mogelijk worden ingezet. De huidige dominante sturing op middelen met een dubbel slot (een vaststaande sterkte en een vaststaand budget) beperkt de kwaliteit en de flexibiliteit van de politieorganisatie. Om die reden en om in de bedrijfsvoering meer ruimte te creëren voor lokaal maatwerk wordt een bandbreedte op de operationele sterkte geïntroduceerd. Daarmee kunnen de politiechefs binnen hun eenheid – in overeenstemming met het gezag en binnen de financiële kaders – maximaal 2% van de formatieruimte voor operationele sterkte (exclusief aspiranten) inzetten om de daarmee vrijvallende middelen anders en daardoor effectiever te gebruiken. Andere maatregelen uit de flexibiliseringsagenda zijn het flexibeler toedelen van aspiranten aan de eenheden zodat beter kan worden in gespeeld op de vervangingsvraag en het creëren van een betere verbinding tussen de operationele keuzes en de consequenties in middelen of voor de bedrijfsvoeringorganisatie onder andere door het vergroten van het mandaat op beheergebied (personeel en financieel) van de chefs op lokaal niveau.

Het is van belang om meer inzicht in de effectiviteit van politieoptreden te krijgen. Bij de politie wordt een monitoring- en evaluatie-eenheid opgestart die analyses zal gaan uitvoeren naar de maatschappelijke ontwikkelingen op het terrein van veiligheid en effecten van de inzet van de politie op de veiligheid. Tevens wordt in een drietal pilots op het terrein van cybercrime, ondermijning en contraterrorisme een werkwijze en/of verantwoordingsmethodiek ontwikkeld over behaalde prestaties, met als doel meer inzicht te krijgen in de samenhang tussen activiteiten, resultaten, effecten en in te zetten middelen.

Ondanks al deze investeringen zijn ook in de komende jaren ongemakkelijke keuzes in zowel de veiligheids- als verbeterambities onvermijdelijk. Mede als gevolg van de in het verleden lagere instroom bij de Politieacademie, de hogere uitstroom ten gevolge van pensionering en de in de meeste eenheden nog bestaande situatie van overbezetting. Op de iets langere termijn leidt dit tot een fors verjongd en diverser personeelsbestand en een betere inzetbaarheid. De vraag naar de inzet van de politie zal de mogelijkheden van de politie echter altijd overtreffen. Het is dus blijvend noodzakelijk dat in de driehoeken het gesprek wordt gevoerd over prioritering in de inzet van de politie. Het is aan de politie om het gezag van betere informatie te voorzien om hen in staat te stellen deze keuzes te maken.

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 3.1.1 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 31 (x € 1.000)
   

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Verplichtingen

6.038.522

5.832.776

6.032.749

6.002.185

5.889.057

5.787.886

5.796.741

                 

Programma-uitgaven

6.020.985

5.842.149

6.041.402

6.003.032

5.889.057

5.787.886

5.796.741

Waarvan juridisch verplicht

   

100%

       

31.2 Bekostiging Politie

             
 

Bijdrage ZBO's/RWT's

             
 

Politie

5.861.219

5.674.344

5.859.572

5.739.625

5.625.538

5.524.390

5.533.232

 

Politieacademie

2.797

2.856

2.852

2.859

2.860

2.860

2.860

 

Bijdrage medeoverheden

             
 

BES brandweer- en politiekorps

23.075

26.235

23.214

23.211

23.219

23.217

23.218

 

Opdrachten

             
 

Taptolken

9.136

10.628

10.618

10.616

10.620

10.620

10.620

                 

31.3 Kwaliteit, Arbeidsvoorwaarden en ICT politie

 

Bijdrage ZBO's/RWT's

             
 

Internationale samenwerkingsoperaties

10.476

10.795

10.793

11.109

11.109

11.109

11.109

 

Beheer multisystemen

100.164

103.032

116.688

197.957

198.050

198.030

198.041

 

Overige bijdrage ZBO's/RWT's

837

828

828

828

828

828

828

 

Bijdrage medeoverheden

             
 

Bijdragen in het kader van de kwaliteit van de politiezorg

750

900

900

900

900

900

900

 

Subsidies

             
 

Opsporing

700

700

700

700

700

700

700

 

Overige subsidies

337

515

515

515

515

515

515

 

Opdrachten

             
 

Providers

8.895

9.239

9.228

9.218

9.222

9.222

9.222

 

Overige opdrachten

1.126

363

1.780

1.780

1.782

1.781

1.782

 

Bijdragen Sociale fondsen

             
 

Stichting Arbeidsmarkt en Opleidingsfonds Politie

1.473

1.714

3.714

3.714

3.714

3.714

3.714

                 

Ontvangsten

16.199

500

500

500

500

500

500

Budgetflexibiliteit

Het juridisch verplichte deel van de bijdragen ZBO’s/RWT’s heeft betrekking op uitgaven voor de politie en de Politieacademie op grond van wetgeving, de beheersovereenkomst met de politie voor de jaarlijkse exploitatiekosten van C2000 en de uitgaven voor internationale samenwerking. De juridisch verplichte opdrachten omvatten onder andere de meerjarige contracten met de telecomaanbieders in verband met tapkosten. Als gevolg van onder andere deze meerjarige contracten met de telecomaanbieders wijkt voor de jaren 2018 tot en met 2020 het bedrag van de aangegane verplichtingen af van het bedrag van de programma-uitgaven.

31.2 Bekostiging politie

Toelichting op de instrumenten

Bijdrage ZBO’s en RWT’s

Politie

De politie levert een belangrijke bijdrage aan het handhaven en vergroten van de veiligheid in Nederland. De politie ontvangt daartoe bijdragen van de Minister15. De algemene bijdrage wordt als lumpsumbudget ter beschikking gesteld aan de politie en komt altijd volledig ten gunste van een adequate politiezorg. Het beleid is erop gericht de politie zoveel mogelijk flexibiliteit te geven om afgesproken doelen te realiseren. De algemene bijdrage bedraagt in 2019 ruim € 5,9 mld. Dit is inclusief de tranche 2019 van € 45 mln. structureel uit de extra gelden voor de politie in het Regeerakkoord en de gelden Opvang tijdelijk effect uitstroom politie.

Naast de algemene bijdrage worden bijzondere bijdragen gegeven voor een bepaald doel zoals onder andere de Dienst Speciale Interventies (€ 70,3 mln.), de teams verkeershandhaving (€ 49,4 mln.), digitalisering en cybercrime (€ 13,8 mln.), de versterking van de gebiedsgerichte inzet politie (€ 8,9 mln.) In het Regeerakkoord is opgenomen dat vanaf 2019 jaarlijks € 10,0 mln. extra is voorzien voor de uitvoering van de Wet Computercriminaliteit III. Van dit bedrag wordt € 8,0 mln. in de vorm een bijzondere bijdrage aan de politie beschikbaar gesteld voor capaciteit en ICT-ondersteuning bij de Landelijke Eenheid.

De politie voert een batenlastenstelsel. De personeelskosten voor de politie zijn voor 2019 geraamd op € 4,3 mld. Het overgrote deel zijn reguliere salariskosten van het operationele en niet-operationele personeel. Voor materiële kosten wordt ongeveer € 1,2 mld. begroot. Hiervan zijn de grootste posten huisvesting, vervoer, operationele kosten, beheer en verbindingen en automatisering.

Tabel 3.1.2 kengetal operationele sterkte politie
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

 

Realisatie

Prognose

         

Operationele sterkte in fte

(incl. aspiranten)

50.316

50.616

50.861

50.886

50.888

50.890

50.888

Bron: Jaarverslag 2017 en begroting politie 2019

De volledige begroting van de politie is als separate bijlage met de JenV-begroting meegezonden.

Politieacademie

Het budget van de Politieacademie betreft de personele kosten van de leiding en de kosten voor extern onderzoek. Het overige personeel en de middelen zijn ondergebracht bij de politie. De bekostiging van het personeel en de middelen die door de korpschef ter beschikking worden gesteld aan de Politieacademie, is opgenomen in de algemene bijdrage aan de politie.

Bijdrage medeoverheden

BES brandweer- en politiekorps

De Minister is korpsbeheerder van het brandweer- en politiekorps Caribisch Nederland. Ter bekostiging van de personele en materiële uitgaven van deze korpsen wordt een bijdrage verstrekt. De jaarlijks vastgestelde begroting vormt de wettelijke grondslag voor de bekostiging van de beide korpsen van het Caribisch Nederland. In 2018 is deze post eenmalig € 3 mln. hoger vanwege de bijdrage van het departement aan het Pensioenfonds Caribisch Nederland.

Opdrachten

Taptolken

Uit dit budget worden de taptolken betaald die de politie inhuurt voor het beluisteren en vertalen van telefoon- of VoIP-gesprekken van verdachten.

31.3 Kwaliteit, arbeidsvoorwaarden en ICT politie

Bijdrage ZBO’s en RWT’s

Internationale samenwerkingsoperaties

In opdracht van de Minister voert de politie activiteiten uit in het kader van internationale politiesamenwerking (IPS) en strategische landenprogramma’s (SLP’s). Ook coördineert de politie de uitzending van haar politiefunctionarissen naar internationale (civiele) missies en operaties, waarbij de politie en de Koninklijke Marechaussee (KMar) waar mogelijk gebruik maken van elkaars faciliteiten. Politie en KMar hebben een gezamenlijk liaisonnetwerk. De KMar levert een eigenstandige bijdrage aan de internationale politiesamenwerking en draagt vanuit Defensie bij aan uitzendingen.

Beheer multisystemen

De politie voert het beheer voor de verschillende multisystemen van de meldkamerorganisatie, waaronder C2000 en het geïntegreerd meldkamersysteem (GMS). Gebruikers van deze systemen zijn met name politie, brandweer, ambulance, Koninklijke Mareschaussee en de douane. De politie voert dit beheer uit binnen de governance van het multi-domein. Dit brengt met zich dat er steeds meer vanuit een multidisciplinaire invalshoek integrale afwegingen plaatsvinden over het beschikbare budget. Om de systemen te laten voldoen aan de vereisten vanuit wet- en regelgeving en technologische ontwikkelingen, vindt op de systemen continue doorontwikkeling plaats.

Op basis van het bestedingsplan meldkamer wordt het budget van de meldkamer in 2019 met € 15,2 mln. en vanaf 2020 structureel met € 17 mln. verhoogd uit de extra gelden voor de politie in het Regeerakkoord. De verdere stijging van dit budget vanaf 2020 betreft in hoofdzaak de structurele overboeking van het aandeel van de betrokken partijen (veiligheidsregio’s, ambulance, KMar, VWS en de politie), voor het beheer van de meldkamer door de politie, zoals door partijen overeengekomen in het uitwerkingskader meldkamer.

Bijdrage aan medeoverheden

Bijdragen in het kader van de kwaliteit van de politiezorg

Dit budget wordt gebruikt voor de ondersteuning van de regioburgemeesters in hun rol als overleg- en adviesorgaan voor de Minister in het kader van de Politiewet 2012.

Subsidies

Opsporing

Deze subsidie wordt verstrekt aan de onafhankelijke Stichting NL Confidential voor de exploitatie van de meldlijn Meld Misdaad Anoniem, zodat burgers makkelijker een bijdrage kunnen leveren aan de bestrijding van criminaliteit in Nederland. Deze begrotingsvermelding vormt de wettelijke grondslag voor de hier bedoelde subsidieverlening als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, onder c, van de Algemene Wet Bestuursrecht.

Opdrachten

Providers

De Staat heeft, op grond van de Regeling vergoeding kosten aftappen en gegevensverstrekking16, een overeenkomst gesloten met de grote telecomaanbieders. Deze overeenkomst wordt periodiek vernieuwd. Op grond van hoofdstuk 13 Telecommunicatiewet zijn telecomaanbieders verplicht om hun netwerken en diensten aftapbaar te maken en mee te werken aan aftappen en gegevensverstrekkingen over hun klanten. De Staat vergoedt bepaalde kosten die aanbieders in dit verband maken.

Bijdragen Sociale fondsen

Stichting Arbeidsmarkt en Opleidingsfonds Politie (SAOP)

De Stichting Arbeidsmarkt en Opleidingsfonds Politie, het A&O fonds voor de sector politie, subsidieert, adviseert en registreert scholings-, arbeidsmarkt- en werkgelegenheidsprojecten. Het primaire doel van de SAOP is het bevorderen van het goed functioneren van de arbeidsmarkt van de politie en het stimuleren van opleidingsactiviteiten. Dit doet de SAOP met behulp van een financiële bijdrage die zij op basis van arbeidsvoorwaardelijke afspraken ontvangt van de Minister. In afstemming met de politievakorganisaties en de politie is de jaarlijkse bijdrage van het Ministerie van JenV aan SAOP structureel verlaagd. In 2018 met € 3 mln. naar € 1,7 mln. en vanaf 2019 met € 1 mln. naar € 3,7 mln. structureel.

3.2 Artikel 32. Rechtspleging en rechtsbijstand

Algemene doelstelling

Een doeltreffend en doelmatig rechtsbestel.

Rol en verantwoordelijkheid

Als stelselverantwoordelijke schept de Minister voor Rechtsbescherming optimale voorwaarden voor het in stand houden en verbeteren van een goed en toegankelijk rechtsbestel. De Minister heeft:

  • Een financierende rol voor de rechtspraak. De Minister houdt toezicht op het beheer en is de werkgever voor de rechterlijke macht;

  • Een financierende rol voor de Raad voor Rechtsbijstand, het Bureau Financieel Toezicht en het Register beëdigde tolken en vertalers.17 Hij is verantwoordelijk voor het wettelijk kader waar binnen tolken, vertalers, advocaten, notarissen en andere zelfstandige professionals binnen het justitiële domein opereren;

  • Een stimulerende rol voor alternatieve geschillenbeslechting en schuldsanering. Ten aanzien van de schuldsanering is hij verantwoordelijk voor het wettelijke traject van de schuldsaneringsregeling, de faillissementsrechters en de bewindvoerders.18

Beleidswijzigingen

De strafrechtpleging moderniseert. Het Wetboek van Strafvordering wordt bij de tijd gebracht. Zaken tegen verdachten worden sneller afgedaan door het Openbaar Ministerie en de strafrechter. De kwaliteit van de buitengerechtelijk afdoening wordt versterkt door uitbreiding van rechtsbijstand. De strafrechtsketen digitaliseert door zowel het organiseren van digitale stukkenstromen als het toenemend gebruik van informatietechnologie als logistiek hulpmiddel bij de planning en behandeling van zaken.

De digitalisering van de rechtspraak in het civiele recht en het bestuursrecht wordt, met waarborgen in de besturing en het toezicht, opnieuw vormgegeven.

Het werkveld voor forensisch onderzoek zal in 2019 volop in beweging zijn, allereerst door het cultuurveranderingstraject dat medio 2017 bij het NFI is gestart naar aanleiding van onderzoek naar de management-en organisatiecultuur bij het NFI. Daarnaast wordt in 2018 de visie op forensisch onderzoek gepresenteerd. Door deze veranderingen zal beter worden voorzien in de behoeften van de strafrechtketen aan forensisch onderzoek.

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 3.2.1 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 32 (x € 1.000)
   

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Verplichtingen

1.452.199

1.447.474

1.497.644

1.462.110

1.466.064

1.449.497

1.446.922

                 

Apparaatsuitgaven

28.071

29.422

28.407

28.481

28.530

28.529

28.536

                 

32.1 Apparaatsuitgaven Hoge Raad

 

Personeel

24.354

25.862

24.860

24.937

24.982

24.983

25.994

 

waarvan eigen personeel

23.489

24.060

23.058

23.135

23.180

23.181

25.178

 

waarvan externe inhuur

865

748

748

748

748

748

792

 

waarvan overig personeel

0

1.054

1.054

1.054

1.054

1.054

24

 

Materieel

3.717

3.560

3.547

3.544

3.548

3.546

2.542

 

waarvan ICT

1.725

1.723

1.716

1.714

1.717

1.716

1.384

 

waarvan SSO's

60

61

61

61

61

61

63

 

waarvan overig materieel

1.932

1.776

1.770

1.769

1.770

1.769

1.095

                 
 

Programma-uitgaven

1.423.351

1.418.052

1.469.237

1.433.629

1.437.534

1.420.968

1.418.386

 

Waarvan juridisch verplicht

   

100%

       

32.2 Adequate toegang tot het rechtsbestel

 

Bijdrage ZBO's/RWT's

             
 

Raad voor Rechtsbijstand

49.471

48.165

47.113

46.486

46.072

46.072

46.072

 

Bureau Financieel Toezicht

5.907

5.903

5.916

5.908

5.909

5.909

5.909

 

Subsidies

             
 

Stichting Geschillencommissies Consumentenzaken

1.156

843

635

498

515

523

523

 

Overige subsidies

117

115

120

130

130

130

130

 

Opdrachten

             
 

Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen

10.386

12.235

10.208

12.203

12.213

12.212

12.213

 

Toevoegingen rechtsbijstand

387.949

385.587

402.916

406.654

402.592

385.984

380.018

 

Mediation in strafzaken

360

1.200

1.000

1.000

1.000

1.000

1.000

 

Overige opdrachten

1.160

1.147

574

711

732

721

722

                 

32.3 Optimale randvoorwaarden voor een doelmatig en doeltreffend rechtsbestel

 

Bijdrage aan de Raad voor de rechtspraak

946.306

937.656

973.667

933.363

941.730

941.747

945.127

                 
 

Bijdrage ZBO's/RWT's

             
 

Autoriteit Persoonsgegevens

10.894

13.065

15.188

15.134

15.138

15.137

15.138

 

College voor de Rechten van de Mens

7.120

7.148

7.188

7.057

7.057

7.056

7.057

 

Nationaal Register Gerechtelijk Deskundigen

0

1.643

1.595

1.703

1.624

1.655

1.655

 

Overige bijdrage ZBO's/RWT's

738

1.030

1.036

743

743

743

743

 

Subsidies

             
 

Subsidies Rechtspleging

574

688

455

455

455

455

455

 

Subsidies Wetgeving

1.160

1.520

1.520

1.519

1.519

1.519

1.519

 

Opdrachten

             
 

Overige opdrachten

53

107

106

65

105

105

105

                 

Ontvangsten

205.181

177.139

181.992

187.288

225.392

223.793

219.558

 

waarvan griffierechten

171.787

173.604

177.457

182.753

217.857

216.258

212.023

Budgetflexibiliteit

Juridisch verplicht zijn de bijdragen aan ZBO’s en RWT’s. Dat geldt ook voor de bijdrage voor de kosten voor de rechtsbijstand in de vorm van toevoegingen en piketten (opdrachten) en de bijdrage aan de Raad voor de rechtspraak. Ook de opdrachten in het kader van de WSNP zijn volledig juridisch verplicht. Daarmee is 100% van de uitgaven die in de vorm van opdrachten worden gedaan juridisch verplicht.

De subsidies die op dit artikel worden verantwoord zijn geheel juridisch verplicht. Dit heeft in hoofdzaak betrekking op de subsidierelaties met de Stichting Geschillencommissies voor Consumentenzaken (SGC), de Nederlandse Vereniging voor de rechtspraak (NVvR), de Academie voor Overheidsjuristen en de Academie voor Wetgeving.

32.1 Apparaatsuitgaven Hoge Raad

Toelichting op de instrumenten

Hoge Raad (HR)

De Hoge Raad der Nederlanden is het hoogste rechtscollege in het Koninkrijk op het gebied van het civiele-, straf- en fiscale recht. De Hoge Raad bevordert de rechtseenheid en de rechtsontwikkeling. Ook kan hij rechtsbescherming bieden in de individuele zaken die aan hem worden voorgelegd. Hij doet dit door te beslissen op cassatieberoepen, die worden ingesteld om de raad te laten beoordelen of het gerechtshof – en in voorkomende gevallen de rechtbank – in zijn uitspraak het recht juist heeft toegepast en of de gegeven motivering deugdelijk is. Aan deze taken wordt tevens invulling gegeven door te beslissen op prejudiciële vragen in het civiele en fiscale recht en op vorderingen van de procureur-generaal bij de Hoge Raad tot cassatie in het belang der wet. De Hoge Raad en de procureur-generaal hebben daarnaast nog enkele bij wet opgedragen bijzondere taken.

32.2 Adequate toegang tot het rechtsbestel

Bijdragen aan ZBO’s en RWT’s

Raad voor Rechtsbijstand (RvR)

Het betreft hier de financiering voor apparaatsuitgaven van de RvR en het Juridisch loket, een advies- en doorverwijsinstelling voor eerstelijns rechtshulp. De RvR is belast met de uitvoering van de Wet op de rechtsbijstand, die er voor zorgt dat on- en mindervermogenden verzekerd zijn van toegang tot het rechtsbestel.

Bureau Financieel Toezicht (BFT)

Het Bureau Financieel Toezicht houdt financieel toezicht op zo’n 1.500 notarissen en 380 gerechtsdeurwaarders. Ook is het belast met het toezicht op de naleving van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (WWFT).

Subsidies

Stichting Geschillencommissies voor Consumentenzaken (SGC)

De SGC behandelt klachten van consumenten tegen ondernemers door middel van bindende adviezen. De SGC heeft op dit moment bijna 70 geschillencommissies die klachten in een groot aantal sectoren behandelen. De SGC ontvangt voor de kosten van de koepelorganisatie een subsidie van JenV. De geschillencommissies zijn met hun laagdrempelige werkwijze een goed alternatief voor de gang naar de rechter.

Opdrachten

Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP)

Het bureau WSNP coördineert de uitvoering van de Wet schuldsanering en reguleert de kwaliteit van de bewindvoering, onder andere door het register WSNP en een helpdesk. Via het bureau WSNP wordt een bijdrage verstrekt aan de bewindvoerder die een schuldsaneringsprocedure naar behoren afwikkelt. Gespecialiseerde insolventierechters houden toezicht op de goede afwikkeling van de circa 14.000 nieuwe schuldsaneringen per jaar. De gemiddelde subsidie voor een schuldsaneringstraject bedraagt afgerond 1.100 over een periode van gemiddeld 3 jaar.

Toevoegingen Raad voor Rechtsbijstand

De Raad voor Rechtsbijstand verstrekt toevoegingen aan een advocaat of mediator voor de verlening van rechtsbijstand aan rechtzoekenden met een laag inkomen en vermogen. In tabel 32.2 is een uitsplitsing in uitgaven en in aantallen weergegeven van de productiegegevens van de Raad over de verschillende onderdelen binnen de rechtsbijstand.

Tabel 3.2.2 Productiegegevens Raad voor Rechtsbijstand1
 

Realisatie

Prognoses

         
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Strafzaken (ambtshalve)

             

Aantal afgegeven toevoegingen

41.635

37.345

37.658

38.086

38.455

38.369

38.307

Uitgaven (mln.)

€ 67,70

€ 60,00

€ 60,20

€ 60,50

€ 60,70

€ 58,00

€ 56,60

               

Strafzaken (regulier)

             

Aantal afgegeven toevoegingen

79.247

77.588

77.257

77.122

76.734

75.732

74.792

Uitgaven (mln.)

€ 52,90

€ 50,50

€ 50,30

€ 50,20

€ 50,00

€ 48,60

€ 48,30

               

Civiele zaken*

             

Aantal afgegeven toevoegingen

189.400

207.078

212.198

212.768

208.969

200.029

177.771

Uitgaven (mln.)

€ 125,80

€ 138,40

€ 141,80

€ 142,20

€ 139,70

€ 132,00

€ 118,10

               

Bestuur

             

Aantal afgegeven toevoegingen

71.330

58.908

56.785

58.138

58.903

54.246

50.510

Uitgaven (mln.)

€ 47,50

€ 39,00

€ 37,60

€ 38,50

€ 39,00

€ 35,90

€ 34,00

               

Piketdiensten

             

Aantal afgegeven toevoegingen

119.728

123.770

144.191

152.689

152.574

151.974

151.759

Uitgaven (mln.)

€ 38,70

€ 42,00

€ 51,90

€ 53,40

€ 53,40

€ 54,00

€ 53,90

               

Lichte adviestoevoeging

             

Aantal afgegeven toevoegingen

9.007

7.547

6.947

6.555

6.305

5.789

5.316

Uitgaven (mln.)

€ 1,70

€ 1,50

€ 1,40

€ 1,30

€ 1,30

€ 1,20

€ 1,10

               

Asiel

             

Instroom asielzoekers (eerste, tweede en opvolgende aanvragen en inreis van nareizigers)

35.030

37.000

22.500

22.500

22.500

22.500

22.500

Aantal afgegeven toevoegingen

34.251

33.651

33.651

33.651

33.651

33.651

33.651

Uitgaven (mln.)

€ 49,50

€ 45,90

€ 45,90

€ 45,90

€ 45,90

€ 45,40

€ 45,40

               

Het Juridisch Loket

             

Aantal klantencontacten

737.583

737.583

737.583

737.583

737.583

737.583

737.583

Uitgaven (mln.)

€ 24,50

€ 25,00

€ 25,00

€ 25,00

€ 25,00

€ 25,00

€ 25,00

               

Overige (rogatoire commissie, pilots ZSM en rechtsbijstand, inning en restitutie) (mln.)

€ 0,50

€ 3,60

€ 6,10

€ 6,10

€ 4,10

€ – 0,50

€ 8,80

               

Uitvoeringslasten Rechtsbijstand

             

Raad voor Rechtsbijstand (mln.)

€ 24,00

€ 23,00

€ 24,20

€ 24,30

€ 24,20

€ 23,50

€ 22,30

               

Totaal uitgaven (mln.)

€ 432,90

€ 429,10

€ 444,40

€ 447,50

€ 443,20

€ 426,80

€ 421,00

Bron: Subsidiebrieven aan Raad voor Rechtsbijstand, Prognosemodel Justitiële Ketens

X Noot
1

De aantallen afgegeven toevoegingen in de tabel bij realisatie wijken af van de aantallen die vermeld worden in het Jaarverslag van de Raad voor Rechtsbijstand. Dit heeft te maken met het feit dat voor de financiering van de Raad voor Rechtsbijstand de aantallen over de periode 1 september t/m 31 augustus worden gehanteerd.

32.3 Optimale randvoorwaarden voor een doelmatig en doeltreffend rechtsbestel

Bijdrage aan Raad voor de rechtspraak (Rvdr)

De Minister voor Rechtsbescherming bekostigt de rechtspraak via de Raad voor de rechtspraak. De Raad voor de rechtspraak is het landelijk orgaan van de Rechtspraak, die verder bestaat uit de rechtbanken, de gerechtshoven, de Centrale Raad van Beroep en het College van Beroep voor het Bedrijfsleven. De Raad bevordert de kwaliteit en eenheid van de rechtspraak, verzorgt de financiën, houdt toezicht en ondersteunt de bedrijfsvoering bij de gerechten. De Raad spreekt zelf geen recht. In dit artikelonderdeel wordt de totstandkoming van de bijdrage van de Minister voor Rechtsbescherming aan de Raad voor de rechtspraak toegelicht.

Prijsafspraken

In het besluit Financiering Rechtspraak 2005 is bepaald dat de prijzen voor de Rechtspraak voor een periode van drie jaar worden vastgesteld en opgenomen in de begroting van JenV. Er zijn met de Rvdr prijzen overeengekomen voor de periode 2017–2019.19

Instroom, financiering en productie

Conform de Wet op de rechterlijke organisatie heeft de Rvdr zijn begrotingsvoorstel ingediend bij de Minister voor Rechtsbescherming op basis van de in- en uitstroomramingen uit onder andere het Prognosemodel Justitiële ketens, op basis van de prijzen zoals zijn vastgelegd in de het Prijsakkoord 2017–2019.

Tabel 3.2.3 Instroomontwikkeling rechtspraak
 

Realisatie

Prognoses

         
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Instroom totaal aantal begroting 2018 (x 1.000)

 

1.660

1.687

1.713

1.744

1.778

1.778

Mutatie (x 1.000)

 

– 96

– 108

– 102

– 84

– 72

– 27

Instroom totaal aantal begroting 2019 (x 1.000)

1.550

1.564

1.578

1.611

1.660

1.706

1.751

Jaarlijkse mutatie

– 2%

1%

1%

2%

3%

3%

3%

Bronnen: Jaarverslag Rechtspraak 2017 en Prognosemodel Justitiële Ketens

Tabel 3.2.4 Financiële bijdrage Raad voor de rechtspraak
 

Realisatie

Prognoses

         
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Begroting 2017 (x € 1.000)

 

922.853

914.215

915.958

924.127

924.144

924.144

Mutatie (x € 1.000)

 

15.203

59.852

17.805

18.003

18.003

21.383

Begroting 2018 (x € 1.000)

946.306

938.056

974.067

933.763

942.130

942.147

945.527

Tabel 3.2.5 Productieafspraak rechtspraak
 

Realisatie

Prognoses

         
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Productie totaal aantal (x € 1.000)

1.520

1.616

1.646

1.658

1.711

1.742

1.774

Jaarlijkse mutatie

– 5%

6%

2%

1%

3%

2%

2%

Toelichting

De Rechtspraak verwacht over 2018 een tekort van circa € 40 mln. te gaan realiseren. Het tekort wordt voornamelijk veroorzaakt door de vertraging van het digitaliseringsprogramma van de Rechtspraak waardoor de beoogde baten (lagere kosten) pas later gerealiseerd kunnen worden. Ook heeft de rechtspraak in 2018 te maken met frictieproblematiek als gevolg van een sterk gedaalde zaaksinstroom.

In de actuele instroomprognoses wordt een daling van het aantal rechtszaken geraamd ten opzichte van de prognoses uit de vorige begroting. Op basis hiervan zou de financiële bijdrage aan de Rvdr verlaagd moeten worden ten opzichte van de vorige begroting. De Rvdr heeft in haar begrotingsvoorstel toegelicht dat zij een verlaging van de bijdrage van deze omvang maar ten dele kan opvangen. De Rechtspraak neemt maatregelen om de kosten aan te passen aan de verlaagde zaaksinstroom, maar het tempo waarin de kosten kunnen worden teruggebracht is beperkt vanwege het relatief vaste karakter van de kosten. Gezien ook het verwachte negatief eigen vermogen ligt de uit de JenV-begroting 2019 gefinancierde productieafspraak voor de begrotingsjaren 2018 en 2019 boven het niveau van de geraamde instroom van het huidige Prognosemodel Justitiële Ketens (en in afwachting van het doorlichtingsonderzoek vooralsnog ook de jaren daarna).

Na volledige inzet van de reserves bij de Raad voor de rechtspraak en de middelen uit de productieafspraak die corresponderen met de geraamde volumedaling resteert ultimo 2018 naar verwachting een negatief eigen vermogen van circa € 40 mln. Op grond van het Besluit financiering rechtspraak dient in 2019 aanzuivering plaats te vinden door de Minister van het negatieve vermogen tot nulstand. Vanwege deze aanzuivering van het eigen vermogen is de mutatie van de financiële bijdrage aan de Rvdr in 2019 hoger dan in de andere jaren.

Bij een dreigend negatief eigen vermogen overleggen de Minister en de Rvdr over de te nemen maatregelen. Het aangekondigde doorlichtingsonderzoek vindt in dat kader plaats.

Bijdragen aan ZBO’s en RWT’s

Autoriteit Persoonsgegevens (AP)

De AP houdt toezicht op de naleving en toepassing van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), de Wet politiegegevens, de Wet basisregistratie personen en de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens. Met ingang van 25 mei 2018 is de AVG in werking getreden; deze vervangt de Wbp. In 2018 is de bijdrage aan de Autoriteit Persoonsgegevens, in verband met de extra werkzaamheden die dit naar verwachting met zich meebrengt, verhoogd met een bedrag dat oploopt tot € 7 miljoen structureel extra per jaar.

College voor de Rechten van de Mens (CRM)

Het CRM vervult zijn wettelijke taak als waakhond op het gebied van mensenrechten in Nederland. Het CRM doet dit door gevraagd en ongevraagd onderzoek te doen naar verboden onderscheid. Dat kan zijn op basis van individuele klachten of naar aanleiding van concrete verzoeken over hoe gelijke behandelingswetgeving toe te passen. Ook heeft het CRM een rol bij normontwikkeling en periodieke evaluatie van de effectiviteit van wetgeving voor gelijke behandeling.

Nationaal Register Gerechtelijke Deskundigen (NRGD)

Het NRGD waarborgt en bevordert de kwaliteit van de inbreng van deskundigen in de rechtsgang. Indien een deskundige, zoals een psycholoog, toxicoloog of orthopedagoog, zich als gerechtelijk deskundige wil laten registreren, dient de aanmelding getoetst te worden door het NRGD. Het NRGD heeft een wettelijke basis (Wet deskundigen in strafzaken) en is onafhankelijk.

Subsidies

Subsidie Rechtspleging

De subsidie Rechtspleging betreft met name een subsidie aan de Nederlandse Vereniging voor de Rechtspraak (NVvR).

Subsidie Wetgeving

De subsidie Wetgeving betreft een subsidie aan de Stichting Recht en Overheid (Academie voor Wetgeving en Academie voor Overheidsjuristen) en aan het Nederlandse Juristencomité voor de mensenrechten voor de bescherming van mensenrechten.

Ontvangsten

Griffierechten

Het Ministerie van JenV ontvangt griffierechten van burgers, overheden, bedrijven en ander rechtspersonen die civiele of bestuursrechtelijke procedures starten.

3.3 Artikel 33. Veiligheid en criminaliteitsbestrijding

Algemene doelstelling

Een veiliger samenleving door een doelmatige en effectieve rechtshandhaving en criminaliteitsbestrijding, en door versterking van de bestuurlijke aanpak van criminaliteit door de decentrale overheden.

Opsporing en vervolging

Rol en verantwoordelijkheid

  • De Minister heeft een regisserende rol. Hij is beleidsverantwoordelijk voor het landelijke opsporings- en vervolgingsbeleid en financiert daartoe onder andere het Openbaar Ministerie (OM) en het Nationaal Forensisch Instituut (NFI). Het OM is belast met de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde (Wet op de rechtelijke organisatie). Het voert het gezag over de opsporing door politie en bijzondere opsporingsdiensten, beslist over de vervolging van strafbare feiten en ziet erop toe dat de opgelegde straf naar behoren wordt uitgevoerd.

Veiligheid en lokaal bestuur

  • Op het gebied van veiligheid en lokaal bestuur heeft De Minister een stimulerende rol. Hij is belast met het ontwikkelen van visie, beleid en samenwerkingsvormen op het terrein van de bestuurlijke aanpak van onveiligheid en criminaliteit.

  • Inspanningen zijn er op gericht het lokaal bestuur zo effectief en efficiënt als mogelijk in staat te stellen de lokale veiligheid te vergroten, onder andere door het bewaken van de bestuurlijke integriteit (Bibob) en de inzet van de Regionale Informatie- en Expertise Centra (RIEC’s).

  • JenV faciliteert en ondersteunt de aanpak van de meest voorkomende vormen van overlast, zoals overlast gerelateerd aan jeugdgroepen, alcohol, uitgaan, voetbal en evenementen. Dit wordt ingevuld samen met het lokale bestuur, onder andere via structureel overleg met de G4, de G32 en de VNG.

Vervolging en berechting van verdachten van het neerhalen van vlucht MH17

  • De Minister is verantwoordelijk voor het strafrechtelijke vervolgings- en berechtigingsmechanisme en financiert daarvoor onder andere het Openbaar Ministerie (OM), de rechtspraak en de politie.

  • De vervolging en berechting van de verdachten van het neerhalen van de vlucht MH17 zal in Nederland plaatsvinden onder de Nederlandse wet, ingebed in internationale steun en samenwerking. Hiertoe wordt nauw samengewerkt met het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

Computercriminaliteit

Beleidswijzigingen

Voor de uitvoering van de Wet Computercriminaliteit III komt € 10 mln. extra beschikbaar. Daarbij zal slechts in een specifieke zaak hacksoftware worden ingekocht door opsporingsdiensten. Leveranciers van dergelijke software worden gescreend door de AIVD en verkopen niet aan dubieuze regimes. Statistieken over het gebruik van hacksoftware worden jaarlijks openbaar gemaakt. Bij de evaluatie van de wet na twee jaar wordt bezien in hoeverre deze regeling de effectiviteit van de wet ernstig aantast. In dat geval wordt alsnog de aanschaf van hacksoftware voor algemeen gebruik overwogen.

Er wordt ingezet op het beschermen van de privacy van burgers onderling. Het verspreiden van wraakporno grijpt diep in de persoonlijke levenssfeer in en wordt als een zelfstandig delict strafbaar gesteld.

Het wetsvoorstel Aanpassing bewaarplicht telecommunicatiegegevens wordt heroverwogen. Hierbij verkent het kabinet in hoeverre het Europese recht ruimte biedt voor een afgewogen bewaarplicht voor bepaalde telecommunicatiegegevens, in het bijzonder voor gegevens die strekken tot identificatie van de gebruiker van een communicatiedienst. Bijzondere aandacht gaat daarbij uit naar waarborgen voor de persoonlijke levenssfeer van burgers, beperkte toegang, aangescherpt toezicht, noodzakelijkheid van bewaartermijnen, adequate bescherming en beveiliging van de gegevens en een rapportage- en evaluatieplicht. Alle nieuwe wetgeving waarin gegevensbewaring wordt geregeld ten behoeve van de opsporing van ernstige strafbare feiten zal worden voorzien van passende waarborgen. Ook zal die wetgeving na vijf jaar worden geëvalueerd, waarbij in ieder geval aandacht zal worden besteed aan de effectiviteit en de impact van die wetgeving.

Verkeer

Het aantal verkeersdoden en -gewonden neemt de laatste jaren toe, onder meer onder kwetsbare verkeersdeelnemers zoals fietsers en voetgangers. Het aantal slachtoffers moet omlaag. Samen met (branche)organisaties, provincies, gemeenten en handhavende instanties zetten we ons in voor de realisatie van het manifest «Verkeersveiligheid: een nationale prioriteit». Notoire verkeersovertreders worden harder aangepakt en in het verlengde daarvan dragen we bij aan het realiseren van het Strategisch Plan Verkeersveiligheid dat in het najaar van 2018 verschijnt. Het boetesysteem wordt gewijzigd, zodat voor overtredingen met veel gevaarzetting of herhaalde overtredingen de boetes worden verhoogd en de boetes voor kleine overtredingen kunnen worden verlaagd. Het traject van het progressief boetestelsel wordt voortgezet en medio 2018 wordt een beslissing genomen over het progressief boetestelsel.

Ondermijning

Er komt ondermijningswetgeving om geconstateerde juridische knelpunten in de huidige aanpak van georganiseerde criminaliteit en ondermijnende criminaliteit op te lossen. Daarnaast wordt een ondermijningsfonds opgezet waarin eenmalig € 100 mln. wordt gestort ten behoeve de intensivering van de aanpak. Voor een effectieve aanpak moet er daarnaast meer oog zijn voor innovaties binnen het strafrecht en voor creativiteit in de aanpak van ondermijning. Er wordt ingezet op intensieve samenwerking tussen verschillende publieke en private instanties, zoals dat nu ook gebeurt tussen de Taskforce Brabant Zeeland en Intensivering Zuid Nederland.

Er komt een verbod op Outlaw Motorcycle Gangs (criminele motorbendes). Dit verbod maakt deel uit van de ambitie van het kabinet om met een integrale aanpak van ondermijning en georganiseerde criminaliteit te komen. Motorbendes ontwrichten de samenleving door intimidatie en bedreiging van het lokale bestuur en door drugsoverlast, witwaspraktijken, fysiek geweld en tal van andere criminele activiteiten.

Mensenhandel

Het is belangrijk om mensen in de prostitutie te beschermen tegen misstanden, zoals uitbuiting en mensenhandel. De strijd tegen mensenhandel wordt daarom versterkt. Er wordt geïnvesteerd in internationaal opsporingsonderzoek. In bronlanden van mensenhandel wordt een vaste politieliaison gestationeerd. Door structureel geld beschikbaar te stellen voor een landelijk dekkend netwerk van uitstapprogramma’s worden mensen die de prostitutie willen verlaten, geholpen. De behandeling van het initiatiefwetsvoorstel Strafbaarstelling misbruik prostituees die slachtoffer zijn van mensenhandel wordt voortgezet. Er wordt geïnvesteerd in de regionale Prostitutie Controle Teams. Ook komt er extra geld voor slachtoffers van mensenhandel.

Gemeenten en politie moeten over effectieve mogelijkheden beschikken om mensenhandel te voorkomen, te signaleren en te bestrijden. Mensenhandelaren mogen niet profiteren van ongelijke toezichts- en handhavingsmogelijkheden. Het wetsvoorstel Regulering prostitutie wordt daarom aangepast, zodat uniformiteit ten opzichte van alle sectoren in de prostitutiebranche is verzekerd en bescherming tegen misstanden waaronder mensenhandel in al deze sectoren gewaarborgd blijft. Om ongewenste verplaatsingen van prostitutie naar minder zichtbare delen van de sector te voorkomen, worden alle vormen van bedrijfsmatige seksuele dienstverlening, waaronder ook escort en zelfstandig werkende prostituees, vergunningplichtig. Er komt een wettelijke grondslag voor lokale intakegesprekken, die als doel hebben vanuit de gezondheidszorg (GGD) zicht te houden op prostituees teneinde misstanden te voorkomen. Er komt een pooierverbod, in aanvulling op de mogelijkheden die artikel 273f Sr biedt voor de strafrechtelijke aanpak van mensenhandel in de prostitutie. Wie betrokken is bij onvergunde bedrijfsmatige seksuele dienstverlening en daar financieel voordeel uithaalt, wordt strafbaar. Er is geen sprake van strafbare betrokkenheid als gedragingen niet aan de kern van de seksuele dienstverlening raken.

Gesloten coffeeshopketen

Er komt wet- en regelgeving ten behoeve van een uniform experiment met een gesloten coffeeshopketen. Deze experimenten worden uitgevoerd in een aantal (middel)grote gemeenten (zes á tien). Doel van de experimenten is om te bezien of en hoe op kwaliteit gecontroleerde wiet gedecriminaliseerd aan de coffeeshops geleverd kan worden en wat de effecten hiervan zijn. De experimenten worden onafhankelijk geëvalueerd, waarna het kabinet beziet wat het te doen staat.

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 3.3.1 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 33 (x € 1.000)
   

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Verplichtingen

645.995

773.949

729.731

725.922

715.835

709.966

714.262

                 

Apparaatsuitgaven

507.040

519.562

498.471

491.754

486.447

486.548

491.724

                 

33.1 Apparaatsuitgaven Openbaar Ministerie

 

Personele uitgaven

396.900

395.289

388.291

380.755

380.725

380.872

386.025

 

waarvan eigen personeel

358.160

368.427

361.427

353.937

353.907

354.054

359.207

 

waarvan inhuur externen

36.979

24.910

24.896

24.862

24.862

24.862

24.862

 

waarvan overige personele uitgaven

1.761

1.952

1.968

1.956

1.956

1.956

1.956

 

Materiele uitgaven

110.140

124.273

110.180

110.999

105.722

105.676

105.699

 

waarvan ICT

15.216

11.320

9.717

9.693

9.712

9.708

9.710

 

waarvan bijdrage aan SSO's

32.584

53.647

42.226

43.276

43.958

43.939

43.948

 

waarvan overige materiele uitgaven

62.340

59.306

58.237

58.030

52.052

52.029

52.041

                 
 

Programma-uitgaven

224.557

254.387

231.260

234.168

229.388

223.418

222.538

 

Waarvan juridisch verplicht

   

93%

       

33.2 Bestuur, informatie en technologie

 

Bijdrage medeoverheden

             
 

Regionale Informatie en Expertise Centra

8.067

8.322

7.378

7.350

7.350

7.350

7.350

 

Uitstapprogramma's prostituees

1.987

1.953

1.503

1.500

1.500

1.500

1.500

 

Overige bijdragen medeoverheden

692

1.046

915

911

912

912

912

 

Subsidies

             
 

Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid

4.582

3.946

3.751

3.558

3.559

3.175

3.175

 

Keurmerk Veilig Ondernemen

1.325

1.375

731

385

385

0

0

 

Uitstapprogramma's prostituees

1.185

1.622

1.500

1.500

1.500

1.500

1.500

 

Veiligheid Kleine Bedrijven

439

323

243

162

162

0

0

 

Overige subsidies

1.591

1.029

1.028

1.027

1.027

1.027

1.027

 

Opdrachten

             
 

Overige opdrachten

374

105

166

52

130

100

100

                 

33.3 Opsporing en vervolging

 

Bijdrage Agentschappen

             
 

Nederlands Forensisch Instituut

67.924

69.243

69.434

67.159

67.565

67.555

67.561

 

Bijdrage ZBO's/RWT's

             
 

Nationaal Register Gerechtelijk Deskundigen

1.707

0

0

0

0

0

0

 

Bijdrage aan medeoverheden

             
 

BES Staatkundige hervorming Nederlandse Antillen

4.324

6.862

4.624

4.606

4.607

4.608

4.608

 

FIU.Nederland

4.755

4.755

4.755

4.755

4.755

4.755

4.755

 

Aanpak ondermijning

0

5.000

2.890

2.890

2.890

2.890

2.890

 

Overige bijdragen medeoverheden

3.590

7.237

9.721

10.178

10.487

10.449

10.466

 

Subsidies

             
 

Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV)

0

705

669

635

635

566

566

 

Overige subsidies

2.874

2.926

2.338

2.029

2.029

2.029

2.029

 

Opdrachten

             
 

Schadeloosstellingen

22.132

20.035

17.928

19.912

19.951

19.942

19.946

 

Keten Informatie Management

1.400

7.288

3.900

3.900

0

0

0

 

Onrechtmatige Detentie

7.492

10.959

9.849

10.140

10.161

10.156

10.159

 

Gerechtskosten

33.613

31.497

28.855

29.173

29.524

29.519

29.521

 

Restituties ontvangsten voorgaande jaren

1.068

0

0

0

0

0

0

 

Verkeershandhaving OM

36.895

17.511

25.337

25.312

25.369

28.301

27.886

 

Afpakken

0

6.705

10.655

14.001

11.854

4.053

3.553

 

Bewaring, verkoop en vernietiging inbeslaggenomen voorwerpen

13.743

15.352

13.047

13.037

13.061

13.056

13.059

 

Overige opdrachten

159

15.575

274

252

231

231

231

 

Garanties

             
 

Faillissementscuratoren

2.639

3.831

744

744

744

744

744

                 

33.4 Vervolging en berechting MH17-verdachten

 

Vervolging en berechting MH17-verdachten

0

9.185

9.025

9.000

9.000

9.000

9.000

                 

Ontvangsten

1.174.629

1.743.957

1.200.408

1.233.959

1.191.510

1.152.510

1.152.510

 

waarvan Boeten en Transacties

936.080

1.532.597

859.048

860.599

862.150

862.150

862.150

 

waarvan Afpakken

225.213

201.360

330.360

360.360

316.360

277.360

277.360

Budgetflexibiliteit

De juridisch verplichte bedragen betreffen de bijdragen aan het OM, de bijdragen genoemd onder (inter)nationale organisaties/medeoverheden, de bijdragen aan het agentschap NFI, aan DRZ en aan het ZBO College Gerechtelijk Deskundigen. Daarnaast zijn de subsidiebedragen juridisch verplicht, alsook de opdrachtbudgetten schadeloosstellingen, onrechtmatige detentie en de gerechtskosten. De niet juridisch verplichte budgetten (opdrachten) Verkeershandhaving OM en Afpakken worden ingezet om invulling te geven aan de doelstellingen met betrekking tot de verkeershandhaving en het afpakken van crimineel verkregen vermogen.

33.1 Apparaatsuitgaven Openbaar Ministerie

Toelichting op instrumenten

Openbaar Ministerie (OM)

Het OM is de enige instantie in Nederland die een verdachte voor de strafrechter kan brengen, afgezien van de bijzondere procedure die geldt voor ambtsdelicten van Kamerleden en bewindspersonen. Samen met de rechtspraak is het OM onderdeel van de rechterlijke macht. Het OM zorgt ervoor dat strafbare feiten worden opgespoord en vervolgd. Daarvoor wordt samengewerkt met politie en andere opsporingsdiensten. Het OM is een landelijke organisatie verdeeld over tien arrondissementen. Deze zijn gelijk aan de tien regionale eenheden van de politie. Daarnaast richt het Landelijk Parket zich op de bestrijding van (internationaal) georganiseerde misdaad, bestrijdt het Functioneel Parket criminaliteit op het gebied van milieu, economie en fraude en worden alle beroepen tegen verkeersboetes en eenvoudige misdrijfzaken door het Parket Centrale Verwerking OM (CVOM) behandeld. De zaken waarin hoger beroep wordt aangetekend komen bij een van de vier vestigingen van het Ressortsparket. Dit budget is bestemd voor de financiering van de apparaatsuitgaven van het OM. In 2018 realiseert het OM naar verwachting de hieronder genoemde uitstroom.

Tabel 3.3.2 Productiegegevens Openbaar Ministerie
 

realisatie

prognose

         
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

WAHV beroep-, kanton- en appèlzaken

454.357

475.148

495.502

495.502

495.502

495.502

495.502

               

Overtredingszaken

124.451

125.734

125.734

125.734

125.734

125.734

124.451

– waarvan na herinstroom

15.734

15.900

15.900

15.900

15.900

15.900

15.734

               

Misdrijfzaken

234.723

248.667

245.021

245.021

245.021

245.021

245.021

Eenvoudige misdrijfzaken

28.208

31.650

28.961

28.961

28.961

28.961

28.961

– waarvan na herinstroom

1.617

1.650

1.510

1.510

1.510

1.510

1.510

Interventie/ZSM zaken

177.170

186.210

183.108

183.108

183.108

183.108

183.108

– waarvan (sepot of) buitenrechtelijke afdoening in voorfase1

44.381

52.845

5.800

5.800

5.800

5.800

5.800

– waarvan na herinstroom

5.997

8.725

8.676

8.676

8.676

8.676

8.676

Onderzoekszaken1

20.698

22.115

24.260

24.260

24.260

24.260

24.260

Ondermijningszaken

8.647

8.692

8.692

8.692

8.692

8.692

8.692

               

Appèlzaken

24.068

28.639

28.735

28.735

28.735

28.735

28.735

Bron: OM fact factory, Prognosemodel Justitiële Ketens 2019

X Noot
1

Vanaf 2019 wordt het BOSZ systeem gekoppeld GPS. Hierdoor zullen de zogenaamde BOSZ sepots niet meer separaat zichtbaar zijn. Deze zaken stromen dan voortaan in als reguliere zaak: grotendeels (95%) onder «Interventie/ZSM zaken» en een klein deel (5%) onder «Onderzoekszaken».

De in de tabel opgenomen aantallen zijn gebaseerd op de beschikbare capaciteit van het Openbaar Ministerie voor de behandeling van zaken. In 2019 beoordeelt het OM naar verwachting ruim 495.000 zaken van burgers die beroep instellen tegen een verkeersboete (WAHV). Het OM verwacht in 2019 meer beroepen te behandelen dan in voorgaande jaren vanwege de toenemende inzet op de handhaving van de verkeersveiligheid.

Verder neemt het OM in ruim 125.000 overtredingszaken een strafrechtelijke beslissing. Het OM kan de zaak zelfstandig afdoen (bijvoorbeeld met een strafbeschikking of een sepot) of de zaak aan de kantonrechter voorleggen. In 15.900 zaken is sprake van zogenaamde her-instroom vanwege verzet tegen een genomen strafbeschikking.

Het OM zet verreweg de meeste capaciteit in bij de behandeling van misdrijfzaken. De capaciteit van het OM is er op gericht om bijna 29.000 eenvoudige misdrijfzaken, meestal zogenaamde feit-gecodeerde misdrijven te behandelen. Bij interventiezaken is het doel dat bij veel voorkomende (wijkgerelateerde) criminaliteit de burger als verdachte, slachtoffer of betrokkene een merkbare, zichtbare en betekenisvolle (strafrechtelijke) interventie ervaart die waar mogelijk snel (ZSM) wordt uitgevoerd. Het gaat in 2019 naar verwachting om ruim 183.000 zaken.

De onderzoekszaken en ondermijningszaken omvatten de opsporing en vervolging van ernstige delicten. In ondermijningszaken ligt de focus op de aanpak van criminele activiteiten die niet primair ter kennis van de opsporingsinstanties komen via aangiften. De strafrechtelijke onderzoeken en de daaruit volgende strafzaken zijn vaak langdurig, complex en omvangrijk. Hierin wordt verder geïnvesteerd.

Tot slot kan een verdachte of de officier van justitie (of beiden) in appèl gaan tegen het vonnis van de strafrechter. In dat geval wordt de strafzaak door het Ressortsparket in behandeling genomen. Het gaat hier naar verwachting om circa 28.700 zaken.

33.2 Bestuur, Informatie en Technologie

Bijdragen aan medeoverheden

Regionale Informatie en Expertise Centra / Landelijk Informatie en Expertise Centrum (RIEC's/LIEC)

Voor een structurele aanpak van georganiseerde ondermijnende criminaliteit zijn er 10 RIEC's en een LIEC. De RIEC’s ontwikkelen en ondersteunen regionaal bestuurlijke interventies en combineren die zo mogelijk met een fiscale en strafrechtelijke aanpak. Binnen de RIEC’s wordt samengewerkt tussen openbaar bestuur, politie, Openbaar Ministerie, Belastingdienst en andere partners. Het LIEC is een shared service center voor de RIEC’s en heeft tot doel het zoveel mogelijk stroomlijnen van de werkwijzen van de RIEC’s en het ondersteunen van de onderlinge afstemming. Voor 2019 ontvangen de RIEC’s een reguliere bijdrage van in totaal € 7,4 mln.

Uitstapprogramma Prostituees

Als gevolg van de motie van de leden Van der Staaij en Segers tijdens de begrotingsbehandeling JenV 2014, is de regeling uitstapprogramma’s prostituees II (RUPS II) tot stand gekomen. Daarmee zijn middelen vrijgemaakt voor de cofinanciering van gemeentelijke uitstapprogramma's voor prostituées. Het doel is om een landelijk dekkend netwerk van uitstapprogramma’s te realiseren. In het Regeerakkoord is besloten dat de regeling een structureel karakter krijgt. De bestaande regeling wordt geëvalueerd en is verlengd tot eind juni 2019. Hierna treedt de structurele regeling in werking.

Subsidies

Het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV)

Het CCV ontvangt een subsidie om kennis en instrumenten te ontwikkelen op het terrein van criminaliteitspreventie en veiligheid, gericht op integrale aanpak door samenwerking tussen zowel publieke als private organisaties. Via onder andere bijeenkomsten, publicaties, instrumenten en de website ondersteunt het CCV professionals op het gebied van criminaliteitspreventie en veiligheid.

Keurmerk Veilig Ondernemen (KVO)

Het KVO heeft als doel het creëren van een veiligere werk- en leefomgeving ter preventie van inbraken, overvallen en brand. Samenwerking tussen ondernemers, gemeente, politie en brandweer staat hierbij centraal. Bedrijventerreinen en winkelgebieden komen voor KVO- certificatie in aanmerking als zij een aantal structurele maatregelen op het gebied van veiligheid treffen.

Uitstapprogramma’s prostituees

Als gevolg van de motie van de leden Van der Staaij en Segers tijdens de begrotingsbehandeling JenV 2014, is de regeling uitstapprogramma’s prostituees II (RUPS II) tot stand gekomen. Daarmee zijn middelen vrijgemaakt voor de cofinanciering van subsidie instellingen ten behoeve van uitstapprogramma's voor prostituées. Het doel is om een landelijk dekkend netwerk van uitstapprogramma’s te realiseren. In het Regeerakkoord is besloten dat de regeling een structureel karakter krijgt. De bestaande regeling wordt geëvalueerd en is verlengd tot eind juni 2019. Hierna treedt de structurele regeling in werking.

33.3 Opsporing en vervolging

Bijdragen aan agentschappen

Nederlands Forensisch Instituut (NFI)

Het NFI is een intern verzelfstandigde organisatie die forensische diensten levert. De grondslag, doelstelling en kerntaken van het NFI zijn vastgelegd in de Regeling Taken NFI. Als primaire taak heeft zij het verlenen van forensische diensten en expertise aan de Nederlandse strafrechtketen. Een meer gedetailleerde toelichting vindt u verderop in de agentschapsparagraaf van het NFI.

Bijdragen aan medeoverheden

Staatkundige hervorming Nederlandse Antillen (shna)

De periode na de staatkundige hervorming kenmerkt zich door het steeds verder vorm geven aan de inrichting van de BES-eilanden. Daaraan draagt een goede inrichting van de rechtspraak en het Openbaar Ministerie bij. Vanuit Europees Nederland wordt gestimuleerd dat het aantal rechters zowel kwantitatief als kwalitatief op goed niveau blijft. Ook zal er zorg voor worden gedragen dat de staande magistratuur van het OM BES op sterkte blijft. De Raad voor de Rechtshandhaving wordt zodanig geëquipeerd dat er een goede bijdrage is gedaan voor het doen van voldoende en gekwalificeerde onderzoeken.

Financial Intelligence Unit Nederland (FIU-Nederland)

In het kader van de bestrijding witwassen en terrorisme financiering ontvangt de FIU-Nederland op grond van de Wet ter voorkoming van Witwassen en Terrorisme Financiering (WWFT) signalen over ongebruikelijke transacties (OT’s) van meldplichtige instellingen zoals banken, geldtransactiekantoren, autohandelaren en notarissen. FIU analyseert de ongebruikelijke transacties en kan besluiten ze als verdachte transactie (VT) door te melden aan de opsporing.

Tabel 3.3.3 Kengetallen FIU-Nederland
 

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Aantal LOvJ-verzoeken1

1.219

1.277

1.246

1.200

1.200

1.200

1.200

1.200

Aantal Eigen onderzoeksdossiers

1.464

1.566

1.522

1.500

1.500

1.500

1.500

1.500

Bron: FIU-Nederland

X Noot
1

Een verzoek of dossier kan meerdere verdachte transacties bevatten

Aanpak ondermijning

Uit de aanvullende middelen die vanuit het Regeerakkoord beschikbaar zijn gesteld voor de aanpak van ondermijning, ontvangen de RIEC’s jaarlijks € 2,5 mln. ten behoeve van de versterking van de intelligence. De investering ziet op het verbeteren van de informatie- en kennis gestuurde inzet van de overheidscapaciteit bij de aanpak van ondermijnende criminaliteit. Het RIEC Oost-Nederland ontvangt daarnaast een extra bijdrage ter hoogte van € 0,39 mln. voor structurele versterking.

Overige opsporing en vervolging

Dit betreffen o.m. bijdragen voor vergoeding voor de verstrekking van persoonsgegevens van Telecomproviders aan het CIOT (Centraal Informatiepunt Onderzoek Telecommunicatie), Internationale- en Europese arrestatiebevelen, de bestrijding van mensenhandel op de Nederlandse Antillen, de Nationaal Rapporteur Mensenhandel, het tegengaan van misbruik van rechtspersonen, het passagiersnamen register systeem (TRIP), de Veiligheidsmonitor, de implementatie van de EU Wapenrichtlijn en de aanpak van ondermijnende criminaliteit.

Subsidies

Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV)

Het CCV ontvangt een subsidie om kennis en instrumenten te ontwikkelen op het terrein van criminaliteitspreventie en veiligheid, gericht op integrale aanpak door samenwerking tussen zowel publieke als private organisaties. Via onder andere bijeenkomsten, publicaties, instrumenten en de website ondersteunt het CCV professionals op het gebied van nalevingsexpertise.

Opdrachten

Schadeloosstellingen

Dit betreft de budgetten voor schadeloosstellingen buiten de strafrechtelijke keten, zoals vergoedingen vanwege onrechtmatige vreemdelingenbewaring en in het geval van bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (BOPZ). Daarnaast kunnen ook vergoedingen worden verstrekt voor bijvoorbeeld juridische bijstand.

Keten Informatie Management (KIM)

Het doel van KIM is het realiseren van innovatie op het gebied van informatiegestuurde opsporing, vervolging en executie. Binnen KIM zijn er verschillende programma’s zoals de Digitalisering Strafrechtketen, het Digitaal Proces Dossier en het E-justice programma.

Onrechtmatige Detentie

Ten laste van dit budget worden de vergoedingen verantwoord aan ex-justitiabelen waarvan is vastgesteld dat recht is ontstaan op een vergoeding. Over het algemeen worden deze vergoedingen vastgesteld door de rechter.

Gerechtskosten OM

Ten laste van dit budget worden de uitgaven gebracht die betrekking hebben op deskundigen en tolken en vertalers, die een bijdrage leveren aan het strafproces en worden bekostigd in overeenstemming met het Besluit tarieven in strafzaken.

Verkeershandhaving OM

Het OM voert het programma verkeershandhaving uit. Uit dit budget worden de uitgaven voor dit programma gedaan, niet zijnde bijdragen aan ZBO of agentschap, bijvoorbeeld trajectcontrolesystemen.

Afpakken

Misdaad mag niet lonen. In de Miljoenennota 2018 heeft het kabinet het afpakken van crimineel vermogen als prioriteit betiteld. Uit dit budget zullen de uitgaven voor de partijen in de strafrechtketen worden bekostigd, waaronder de inzet van het strafrecht, maar ook samenwerking van de partijen in de strafrechtketen met bestuurlijke partners (waaronder de Belastingdienst en gemeenten).

Bewaring, verkoop en vernietiging inbeslaggenomen goederen

De Minister van Financiën is volgens de Comptabiliteitswet verantwoordelijk voor het beheer van het overtollige materieel bij het Rijk. Domeinen Roerende Zaken is belast met de bewaring, verkoop en vernietiging van strafrechtelijk inbeslaggenomen voorwerpen en bekommert zich daarnaast over overtollige Rijksgoederen.

Garanties

Faillissementscuratoren

Deze regeling voorziet er in dat curatoren in faillissementen bij ontoereikendheid van de boedel van De Minister een voorschot kunnen verkrijgen ter dekking van de kosten die zij moeten maken om een rechtsvordering in te stellen tegen bestuurders van de rechtspersoon in geval van vermoedelijk «kennelijk onbehoorlijk bestuur» of ten behoeve van een voorafgaand onderzoek naar de mogelijkheden daartoe. Tevens stelt het de curatoren in faillissementen in staat om een procedure te beginnen teneinde de vervreemde activa weer terug te laten vloeien in de boedel om benadeling van de crediteuren zoveel mogelijk te beperken.

33.4 Vervolging en berechting van verdachten van het neerhalen van vlucht MH17

In juli 2017 hebben de landen wiens opsporingsautoriteiten samenwerken in het Joint Investigation Team (JIT) – Australië, België, Maleisië, Oekraïne en Nederland – gezamenlijk besloten dat de vervolging van verdachten voor het neerhalen van vlucht MH17 in Nederland onder Nederlands recht, kan plaatsvinden. De JIT-landen hebben hun politieke en financiële steun uitgesproken en deze steun wordt bekrachtigd door de ondertekening van Memoranda of Understanding (MoU’s). Nederland zal zelf de kosten dragen voor getuigenbescherming, rechtspraak en het Openbaar Ministerie. Vanaf 2018 is hiervoor per jaar € 9 mln. gereserveerd. De overige kosten, waarbij gedacht moet worden aan detentie, beveiliging, vertaling, communicatie etc., worden gezamenlijk door de JIT-landen gefinancierd.

Ontvangsten

Boeten en Transacties (B&T)

Conform het Regeerakkoord zijn per 1 januari 2018 alle ontvangsten uit B&T een generaal dossier. De geraamde B&T-ontvangsten blijven op de begroting van JenV staan, maar afwijkingen in de ontvangsten zullen geen last (of voordeel) voor de begroting van JenV vormen. In het budgettaire kader voor 2018 is rekening gehouden met het effect van getroffen schikking met de ING.

Afpakken

Misdaad mag niet lonen. In de Miljoenennota 2018 heeft het kabinet het afpakken van crimineel vermogen als prioriteit betiteld. Ook de opbrengsten uit afpakken kennen sinds 1 januari 2018 een generale behandeling. Op basis van eerdere verhogingen lopen de geraamde opbrengsten tot en met 2020 op tot € 360 mln. Na 2020 dalen de verwachte opbrengsten tot een structureel niveau van € 277 mln. In deze ramingen zijn de bijstellingen conform het Regeerakkoord verwerkt.

3.4. Artikel 34. Straffen en beschermen

Algemene doelstelling

Voorkomen dat burgers (opnieuw) dader of slachtoffer worden van criminaliteit, volwassenen en kinderen beschermen die vanwege de kwetsbare positie waarin zij verkeren bedreigd of verleid worden door (herhaalde) criminaliteit of die bedreigd worden in hun ontwikkeling en bewerkstelligen dat met een straf genoegdoening wordt geboden aan het slachtoffer en aan de samenleving als geheel.

Het borgen van de veiligheid door de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke sancties, het bevorderen van het nemen van preventieve maatregelen door burgers en bedrijven, het versterken van de positie van slachtoffers, het beschermen van jeugdigen die in hun ontwikkeling worden bedreigd in de opvoed- en leefsituatie en het realiseren van een effectieve aanpak van jeugdcriminaliteit en geweld in huiselijke kring.

Rol en verantwoordelijkheid

Tenuitvoerlegging van sancties en strafrechtelijke maatregelen20:

  • De Minister voor Rechtsbescherming heeft een uitvoerende rol bij de tenuitvoerlegging van vrijheidsbenemende straffen en maatregelen door de DJI.

  • Ten aanzien van de forensische zorg heeft de Minister voor Rechtsbescherming een regisserende rol. Hij is verantwoordelijk voor de tijdige beschikbaarheid van de juiste, kwalitatief hoogwaardige zorg, waar nodig in combinatie met afdoende beveiliging.

  • De uitvoering van toezicht in strafrechtelijk kader, advisering aan het OM en de rechter over justitiabelen en taakstraffen is opgedragen aan drie erkende reclasseringsorganisaties. Ook hier heeft de Minister voor Rechtsbescherming een regisserende rol. De taken van de reclasseringsorganisaties dragen bij aan het terugdringen van recidive.

Integriteit en Kansspelen

  • De Minister voor Rechtsbescherming stimuleert preventie door het beschikbaar stellen van integriteitsinstrumenten zoals de Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) en het toezicht op rechtspersonen. De Minister voor Rechtsbescherming draagt stelselverantwoordelijkheid voor het kansspelbeleid en de daaraan verbonden regelgeving. De Minister voor Rechtsbescherming wil ervoor zorgen dat Nederlandse burgers op een veilige en verantwoorde manier kunnen deelnemen aan kansspelen.

Slachtofferzorg

  • De Minister voor Rechtsbescherming kent een financierende rol op het gebied van slachtofferzorg. De Minister voor Rechtsbescherming draagt beleidsverantwoordelijkheid voor de zorg – in brede zin – aan slachtoffers en nabestaanden die getroffen zijn door een strafbaar feit en is verantwoordelijk voor de uitvoering van het slachtofferbeleid.

Jeugdbescherming en jeugdsancties21

  • De uitvoering en financiering van de jeugdbescherming en de jeugdreclassering is per 1 januari 2015 gedecentraliseerd naar de gemeenten. De Minister voor Rechtsbescherming heeft na de decentralisatie een regisserende rol en vervult hiermee zijn stelselverantwoordelijkheid.

  • De Minister voor Rechtsbescherming heeft een uitvoerende rol bij de taken die belegd zijn bij de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) en de Justitiële Jeugdinrichtingen (JJI) van DJI.

  • De Minister voor Rechtsbescherming heeft een regisserende rol ten aanzien van de aanpak van jeugdcriminaliteit, kindermishandeling en preventie. De Minister heeft een samenwerkingsrelatie met de gemeenten/steden, brancheorganisaties en de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) betreffende de aanpak van jeugdcriminaliteit, kindermishandeling, zorg & veiligheid en High Impact Crimes (HIC). Sturing geschiedt door middel van regelgeving en kaderstelling.

  • De Minister voor Rechtsbescherming is verantwoordelijk voor het stelsel op het gebied van interlandelijke adoptie en heeft daarbinnen, als Centrale Autoriteit, tevens een uitvoerende rol.

Recidivevermindering

Beleidswijzigingen

In het Regeerakkoord zijn extra middelen uitgetrokken, oplopend tot € 20 mln. structureel vanaf 2020, voor het terugdringen van recidive. Het programma «Koers en kansen» voor de sanctie-uitvoering zoekt daarvoor de samenwerking met de justitieketen, de zorg en het lokale domein. Met projecten en onderzoek wordt nagegaan welke interventies succesvol zijn en welke niet, en wat daarbij de bepalende factoren zijn. Succesvolle elementen uit de projecten worden verduurzaamd. Hierbij wordt een verbinding gelegd met de toekomstvisie op het gevangeniswezen.

Toekomstvisie gevangeniswezen

De Minister voor Rechtsbescherming heeft de Tweede Kamer op 17 juni 2018 geïnformeerd over zijn visie op de toekomst van het gevangeniswezen22 zoals aangekondigd in het Regeerakkoord. De maatschappelijke opgave die hierin centraal staat is samen met betrokken partners te komen tot een effectievere uitvoering van straffen: straffen die invulling geven aan vergelding én bijdragen aan het vergroten van veiligheid in de samenleving door het voorkomen van herhaald crimineel gedrag. Hiertoe wordt de uitvoering van gevangenisstraffen aangescherpt, zodat meer recht wordt gedaan aan de behoeften van de samenleving en van slachtoffers en nabestaanden in het bijzonder. Gedrag tijdens detentie zal zwaarder meewegen bij beslissingen over vrijheden. De detentietijd wordt actiever benut, onder meer door scholing en arbeid. Extra inspanningen zijn nodig om de recidive onder ex-gedetineerden te verminderen. Om te zorgen voor een veilige terugkeer van ex-gedetineerden in de samenleving zoekt het gevangeniswezen meer de verbinding met partners buiten, zoals gemeenten, reclassering en zorginstanties. In 2019 wordt uitvoering gegeven aan de beleidsvoornemens in de visie. De Tweede Kamer is hiernaast op 22 juni 2018 geïnformeerd23 over de capaciteitsmaatregelen bij de Dienst Justitiële Inrichtingen als gevolg van de aanhoudende leegstand.

VI/detentiefasering

In 2018 wordt een wetsvoorstel ingediend bij de Tweede Kamer dat strekt tot wijziging van de regelingen detentiefasering en voorwaardelijke invrijheidstelling (v.i.). Met dit wetsvoorstel, aangekondigd in het Regeerakkoord, wordt voorzien in een logisch samenhangend en consistent stelsel van detentiefasering. Detentiefasering, v.i. en nazorg vormen samen één systeem dat tot doel heeft zowel recht te doen aan het karakter van de vrijheidsstraf (vergelding, herstel van de rechtsorde) als bij te dragen aan de voorbereiding op de terugkeer in de samenleving en de vermindering van de kans op recidive. Veroordeelden komen niet meer van rechtswege in aanmerking voor v.i. maar moeten deze met hun gedrag tijdens de detentie verdienen. De v.i.-periode zal worden gehandhaafd op maximaal een derde van de opgelegde straf maar met een maximum van twee jaar.

Programma geweld hoort nergens thuis

Huiselijk geweld en kindermishandeling vormen een hardnekkig maatschappelijk probleem. De Ministeries van VWS en JenV geven daarom met gemeenten uitvoering aan het programma «Geweld hoort nergens thuis», dat is gericht op de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling in de periode 2018–202124. Het programma is opgebouwd langs drie actielijnen: (1) eerder en beter in beeld krijgen van geweld, (2) stoppen van geweld en het veilig maken van gezinssituaties met behulp van samenhangende hulp in een optimale samenwerking van zorg- en justitieorganisaties en (3) extra aandacht voor specifieke groepen die kwetsbaar zijn.

Slachtofferzorg

In 2019 worden verdere stappen gezet bij de uitvoering van de Meerjarenagenda slachtofferbeleid die op 22 februari 2018 door de Minister voor Rechtsbescherming aan de Tweede Kamer is gestuurd25. Aan drie prioriteiten wordt gewerkt: (1) de versterking van de rechtspositie van slachtoffers, (2) de verbetering van de bejegening van slachtoffers en (3) de vergroting van de mogelijkheden tot het verhalen van schade. Op het begrotingsartikel slachtofferzorg zijn middelen hiervoor gereserveerd.

Scheiden zonder Schade

Het Programma Scheiden zonder Schade geeft uitvoering aan de acties de voorzitter van het platvorm «Scheiden zonder Schade» heeft aanbevolen in zijn Actieplan «Scheiden... en de kinderen dan?». Het Actieplan bevat zo’n 45 actielijnen en oplossingsrichtingen. Die voorstellen gaan wij de komende jaren uitwerken binnen het Programma. De inzet is erop gericht om de schade met concrete acties zoveel als mogelijk te beperken. Het uitgangspunt daarbij is dat kinderen niet de dupe mogen worden van de scheiding van hun ouders.

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 3.4.1 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 34 (x € 1.000)
   

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Verplichtingen

2.668.603

2.615.503

2.686.793

2.539.723

2.540.315

2.535.715

2.536.831

                 

Apparaatsuitgaven

175.525

177.849

176.423

170.388

172.515

172.503

172.509

                 

34.1 Apparaatsuitgaven Raad voor de Kinderbescherming

 

Personeel

137.165

140.695

139.271

133.256

135.332

135.333

135.333

 

waarvan eigen personeel

132.114

135.015

133.578

127.569

129.645

129.646

129.646

 

waarvan externe inhuur

3.523

4.433

4.434

4.434

4.434

4.434

4.434

 

waarvan overig personeel

1.528

1.247

1.259

1.253

1.253

1.253

1.253

 

Materieel

38.360

37.154

37.152

37.132

37.183

37.170

37.176

 

waarvan ICT

14.737

13.501

14.013

14.027

14.054

14.047

14.050

 

waarvan SSO's

16.571

15.137

14.563

14.529

14.535

14.533

14.534

 

waarvan overig materieel

7.052

8.516

8.576

8.576

8.594

8.590

8.592

                 
 

Programma-uitgaven

2.463.785

2.437.654

2.510.370

2.369.335

2.367.800

2.363.212

2.364.322

 

Waarvan juridisch verplicht

   

99%

       
                 

34.2 Preventieve maatregelen

 

Bijdrage Agentschappen

             
 

Dienst Justis

3.855

3.561

3.561

3.542

3.537

3.536

3.536

 

Bijdrage medeoverheden

             
 

Overige bijdragen medeoverheden

5.975

957

952

951

953

952

952

 

Subsidies

             
 

Integriteit

1.174

2.800

2.799

2.797

2.799

2.798

2.798

 

Overige subsidies

4.477

4.904

4.368

4.163

4.165

4.164

4.165

 

Opdrachten

             
 

Kansspelbeleid

426

392

386

497

498

498

498

 

Overige opdrachten

3.162

2.600

2.586

2.584

2.588

2.588

2.588

                 

34.3 Tenuitvoerlegging strafrechtelijke sancties en vreemdelingenbewaring

 

Bijdrage Agentschappen

             
 

DJI-gevangeniswezen-regulier

960.288

981.082

1.038.183

935.735

931.572

931.806

931.281

 

DJI-Forensische zorg

805.297

803.789

802.571

769.028

771.648

772.695

774.697

 

DJI-Vreemdelingenbewaring en uitzetcentra

83.076

0

0

0

0

0

0

 

CJIB

114.109

114.982

115.409

115.473

115.787

115.787

115.787

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

             
 

Reclassering Nederland

139.597

145.112

143.727

142.807

143.183

142.871

142.477

 

Leger des Heils

20.861

22.624

22.705

22.701

22.812

22.810

22.811

 

Stichting Verslavingsreclassering GGZ Nederland

69.414

71.473

70.383

70.372

70.711

70.704

70.708

 

CAK

0

0

0

0

0

0

0

 

Overige bijdrage ZBO's/RWT's

0

537

1.100

1.100

1.100

1.100

1.100

 

Bijdrage medeoverheden

             
 

Overige bijdragen medeoverheden

2.698

2.450

2.487

2.485

2.490

2.488

2.489

 

Subsidies

             
 

Vrijwilligerswerk gedetineerden

3.009

4.183

4.180

4.179

4.180

4.180

4.180

 

Overige subsidies

3.155

3.941

2.569

2.566

2.567

2.567

2.567

 

Opdrachten

             
 

Forensische zorg

279

2.027

6.019

5.491

5.494

1.493

1.494

 

Uitvoeringskosten ketenregie tenuitvoerlegging

673

3.392

10.320

10.313

9.816

9.812

9.814

 

Terugdringen recidive

0

8.600

14.000

19.000

19.000

19.000

19.000

 

Overige opdrachten

3.767

6.247

8.283

8.127

8.068

8.065

8.066

                 

34.4 Slachtofferzorg

 
 

Bijdrage ZBO's/RWT's

             
 

Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven

6.689

6.479

6.729

5.791

5.784

5.783

5.783

 

Slachtofferhulp Nederland

34.330

36.351

37.054

37.854

37.870

37.866

37.868

 

Bijdrage medeoverheden

             
 

Overig Slachtofferzorg

303

0

0

0

0

0

0

 

Subsidies

             
 

Perspectief Herstelbemiddeling

1.649

1.879

1.866

1.365

1.365

1.365

1.365

 

Overige subsidies

74

0

0

0

0

0

0

 

Opdrachten

             
 

Slachtofferzorg

1.883

7.925

7.723

7.914

7.933

7.928

7.931

 

Schadefonds Geweldsmisdrijven

21.244

21.519

21.528

14.579

14.011

14.004

14.007

 

Voorschotregelingen schadevergoedingsmaatregelen

1.875

1.400

2.636

3.876

3.883

3.882

3.882

                 

34.5 Jeugdbescherming en jeugdsancties

 
 

Bijdrage Agentschappen

             
 

DJI – jeugd

146.780

143.161

143.239

140.537

140.379

140.368

140.373

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

             
 

Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdrage

1.828

1.789

1.787

1.787

1.787

1.787

1.787

 

Halt

12.065

11.946

11.699

11.697

11.701

11.700

11.700

 

Bijdrage medeoverheden

             
 

BES Voogdijraad

1.050

1.069

1.068

1.067

1.067

1.067

1.067

 

Overige bijdragen medeoverheden

586

250

250

250

250

250

250

 

Subsidies

             
 

Jeugdbescherming

1.263

2.087

2.084

2.084

2.085

2.085

2.085

 

Overige subsidies

2.509

1.870

2.246

2.245

2.246

2.246

2.246

 

Opdrachten

             
 

Risicojeugd en jeugdgroepen

735

5.806

3.999

4.207

4.291

4.289

4.291

 

Projecten straf jeugd

61

0

0

0

0

0

0

 

Taakstraffen/erkende gedragsinterventies

2.533

3.920

3.902

3.900

3.907

3.905

3.906

 

Overige opdrachten

1.036

4.550

5.972

6.271

6.273

4.773

4.773

                 
 

Ontvangsten

219.877

120.198

97.740

97.980

97.980

97.980

97.980

Budgetflexibiliteit

Het juridisch verplichte deel betreft bij de artikelen DJI, Justis en CJIB de uitgaven voor de overeengekomen productieafspraken met het moederdepartement. Verder bestaat het juridisch verplichte gedeelte voornamelijk uit subsidiëring/bijdragen aan o.a. Slachtofferhulp Nederland, Schadefonds Geweldsmisdrijven, Reclassering, Halt, LBIO, Stichting Adoptievoorziening en het Centrum Internationale Kinderontvoering.

34.1 Apparaatsuitgaven Raad voor de Kinderbescherming

Toelichting op instrumenten

De Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) heeft de taak om kinderen te beschermen indien de ontwikkeling van het kind in gevaar komt. De RvdK heeft een taak op terrein van bescherming, gezag en omgang, straf en adoptie. De voorgenomen meerjarige productie van de RvdK is weergegeven in onderstaande tabel.

Tabel 3.4.2 Productiegegevens Raad voor de Kinderbescherming

Raad voor de Kinderbescherming

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Coördinatie taakstraffen

7.439

7.641

7.019

7.019

7.019

7.019

Strafonderzoek LIJ

8.665

8.478

9.277

9.277

9.277

9.277

Strafonderzoek LIJ + aanvulling

2.951

2.837

3.338

3.338

3.338

3.338

Actualisatie straf

1.351

1.378

1.503

1.503

1.503

1.503

Onderzoeken schoolverzuim

3.087

3.167

3.767

3.767

3.767

3.767

Strafonderzoek GBM

50

50

128

128

128

128

Beschermingszaken

17.280

17.280

14.572

14.572

14.572

14.572

Adoptiegerelateerde zaken

1.911

1.921

2.321

2.321

2.321

2.321

Gezag en omgangszaken

5.352

5.343

5.006

5.006

5.006

5.006

Toetsende taak

7.200

7.200

6.359

6.359

6.359

6.360

Bron: Prognose model Justitiële ketens 2018 (gefinancierde beschikbare capaciteit)

34.2 Preventieve maatregelen

Bijdragen aan agentschappen

Dienst Justis

De Dienst Justis toetst of personen antecedenten hebben die het uitoefenen van bepaald werk in de weg staan. Daarnaast toetst Justis of partijen die bepaalde verklaringen, vergunningen en subsidies aanvragen, aan integriteitseisen voldoen. Deze screening van betrouwbaarheid vermindert veiligheidsrisico’s en draagt zo bij aan een integere en veiligere samenleving. Een uitgebreidere toelichting is te vinden in de agentschapsparagraaf van Justis.

Bijdrage aan medeoverheden

Overige bijdrage medeoverheden

JenV werkt nauw samen met andere departementen en gemeenten op het gebied van innovatie, preventie, onderzoek en het terugdringen van recidive door het bieden van perspectief. In dit kader worden gezamenlijke initiatieven opgestart en wordt vanuit JenV ondersteuning geboden bij de opstart en implementatie van trajecten die een bijdrage leveren aan de verduurzaming van de lokale aanpak. De integrale aanpak van overvallen, woninginbraken, straatroven en expressief geweld, de zogenoemde «High Impact Crimes» (HIC) krijgt ook in 2019 veel aandacht. Blijvende aandacht is nodig om de afgelopen jaren geboekte resultaten vast te houden en het aantal slachtoffers van deze ingrijpende vormen van criminaliteit te minimaliseren.

Subsidies

Integriteit

Overheid, vrijwilligers, burgers en bedrijven hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor een integere en veilige samenleving. Naast de inzet van screeningsinstrumenten wordt gewerkt aan een breder integriteitsbeleid.

JenV stimuleert de sector filantropie om als professionele en volwaardige gesprekspartner deel te nemen aan sociaal maatschappelijke vraagstukken. Het convenant «Ruimte voor geven» vormt de basis voor structurele samenwerking op thema’s als de totstandkoming van een stelsel van toezicht op de sector filantropie. Hieronder vallen onder meer de subsidies aan Centraal Bureau Fondsenwerving.

Overige subsidies

Het voorkomen en aanpakken van High Impact Crimes is de gezamenlijke verantwoordelijkheid van burgers, overheid, bedrijven en andere maatschappelijke instanties. Continue aandacht vanuit deze partijen is noodzakelijk om de geboekte resultaten te verduurzamen en pas te houden met nieuwe ontwikkelingen. Deze subsidies worden verstrekt aan organisaties en stichtingen op het gebied van HIC, woninginbraken, aanpak geweld, aanpak geweld in het Openbaar Vervoer, straatroof etc. Voorbeelden van subsidieontvangers zijn Stichting Consument en Veiligheid, Koninklijke Horeca Nederland en sportverenigingen in het kader van «Alleen Jij Bepaalt».

Opdrachten

Kansspelbeleid

Het kabinet zet in op modernisering van het kansspelbeleid. Uitgangspunt is dat de Nederlandse burger op een veilige en verantwoorde manier deel kan nemen aan kansspelen. Onder deze post worden de uitgaven opgenomen voor opdrachten in het kader van deze modernisering, zoals de implementatie van wet- en regelgeving en diverse beleidsonderzoeken naar de effecten van het voorgestelde beleid.

Overige opdrachten

JenV zet in op het vasthouden en verduurzamen van de afgelopen jaren geboekte resultaten. Onder deze post worden de uitgaven opgenomen voor opdrachten die een bijdrage leveren aan het voorkomen van de zogenoemde «High Impact Crimes» (HIC) en de persoonsgerichte aanpak van personen met verward gedrag.

34.3 Tenuitvoerlegging strafrechtelijke sancties en vreemdelingenbewaring

Bijdragen aan agentschappen

Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI)

DJI levert een bijdrage aan de veiligheid van de samenleving door de tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen en vrijheidsbenemende maatregelen en door de aan hun zorg toevertrouwde personen de kans te bieden een maatschappelijk aanvaardbaar bestaan op te bouwen.

Er wordt een bijdrage gegeven voor:

  • Gevangeniswezen regulier

  • Forensische zorg

Tabel 3.4.3 Belangrijkste productiegegevens 2019 DJI volwassenen

Productie 2019

Aantal

Dagprijs in €

Strafrechtelijke sanctiecapaciteit (direct inzetbaar)

8.894

266

FPC-capaciteit

1.327

585

De bijdrage voor vreemdelingenbewaring is in 2018 overgeheveld naar artikel 37 en wordt daar toegelicht.

In de agentschapsparagraaf van DJI worden de capacitaire en financiële gevolgen uitgebreider en meerjarig toegelicht. Ook de uitgaven die DJI doet voor de capaciteit Caribisch Nederland (BES) zijn terug te vinden in de agentschapsparagraaf van DJI.

Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB)

Het CJIB is het inning- en incassogezicht van de overheid en vervult een centrale rol bij de afhandeling van strafrechtelijke beslissingen. Daarnaast coördineert en informeert het CJIB binnen de executieketen. Hiermee levert het CJIB een belangrijke bijdrage aan het gezag van de overheid. In de agentschapsparagraaf van het CJIB is nadere informatie, zoals de productiegegevens, te vinden.

Bijdragen aan ZBO’s en RWT’s

Reclasseringsorganisaties

Er zijn drie erkende reclasseringsorganisaties: Reclassering Nederland waarbinnen de Stichting Reclassering Caribisch Nederland (SRCN), de Stichting Verslavingsreclassering GGZ (SVG) en het Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering. In de praktijk werken de drie organisaties nauw met elkaar samen, zij het dat ze elk hun eigen aandachtsgebied hebben:

  • De SVG richt zich vooral op cliënten met verslavingsproblematiek.

  • Het Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering heeft als doelgroep met name de dak- en thuisloze cliënten binnen de reclassering.

  • Reclassering Nederland kent geen specifieke doelgroep, maar bedient alle andere cliënten.

  • De SRCN richt zich op de reclasseringstaak op de BES-eilanden.

De reclasseringsorganisaties kennen drie hoofdproductgroepen: adviezen, toezichten en werkstraffen. Voor adviezen worden de reclasseringsorganisaties lump sum gefinancierd. Toezichten en werkstraffen worden op basis van P*Q gefinancierd. De geraamde meerjarige productie toezichten en werkstraffen van de drie reclasseringsorganisaties is weergegeven in onderstaande tabel.

Tabel 3.4.4 productiegegevens reclasseringsorganisaties

Productgroep

Aantal

Gemiddelde Prijs

Instroom toezichten

18.582

€ 7.010

Instroom werkstraffen

37.249

€ 1.079

Uitstroom werkstraffen

37.303

€ 1.079

Bron: Prognosemodel Justitiële Ketens 2018 (capaciteitsbehoefte).

Overige bijdrage ZBO’s/RWT’s

Deze middelen worden ingezet voor deradicalisering en re-integratie van gezinnen en kinderen die terug komen uit IS-gebied.

Bijdrage aan medeoverheden

Overige bijdragen medeoverheden

Deze middelen worden ingezet voor een bijdrage van JenV aan gemeenten in het kader van nazorg ex-gedetineerden. Gemeenten benutten deze bijdrage om lokaal nazorgtrajecten voor ex-gedetineerden te financieren.

Subsidies

Vrijwilligerswerk gedetineerden

De middelen voor vrijwilligerswerk bij gedetineerden zijn conform het Regeerakkoord met ingang van 2018 met € 1 mln. verhoogd tot € 4,1 mln. Deze middelen worden ingezet bij een groot aantal grotere en kleinere vrijwilligersorganisaties die verschillende activiteiten verrichten om de kansen op een duurzame resocialisatie en het terugdringen van recidive te vergroten.

Overige subsidies

Deze middelen worden ingezet voor diverse (incidentele) subsidies op het terrein van sanctiebeleid.

Opdrachten

Forensische Zorg

JenV is stelseleigenaar van de Forensische Zorg. De inkoop van Forensische Zorg wordt door DJI gedaan en de uitvoering van zorg ligt bij (private) zorginstellingen.

Uitvoeringskosten ketenregie tenuitvoerlegging

Deze middelen worden ingezet om de tenuitvoerlegging van straffen en maatregelen te verbeteren en de ketenregie in de executieketen te optimaliseren. In dit kader wordt structureel budget aan ketenpartners ter beschikking gesteld voor de financiering van de verbeteringen binnen de executieketen. In 2019 ligt, net zoals in 2018, het zwaartepunt bij de invoering van nieuwe ICT-trajecten ten behoeve van de implementatie wet USB en verbeterinitiatieven waarvoor incidentele middelen benodigd zijn.

Terugdringen recidive

Met het programma Koers en kansen wordt invulling gegeven aan een wens uit het Regeerakkoord, waarvoor ook extra geld beschikbaar is gesteld. Het programma Koers en kansen voor de sanctie-uitvoering zoekt de samenwerking met de justitieketen, de zorg en het lokale domein.

Overig opdrachten

Deze middelen worden ingezet voor diverse (incidentele) projecten en opdrachten op het terrein van sanctiebeleid.

34.4 Slachtofferzorg

Bijdragen aan ZBO’s en RWT’s

Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven

De commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven krijgt jaarlijks een bijdrage vanuit JenV voor de bureaukosten.

Slachtofferhulp Nederland (SHN)

Slachtofferhulp Nederland biedt gratis juridische, praktische en emotionele ondersteuning aan slachtoffers, getuigen of nabestaanden na een misdrijf, verkeersongeluk of calamiteit en krijgt hiervoor een bijdrage van JenV.

Subsidies

Perspectief Herstelbemiddeling (voorheen: Slachtoffer in Beeld (SiB))

Stichting Perspectief Herstelbemiddeling brengt slachtoffers en daders op vrijwillige basis met elkaar in contact, begeleid door een professionele bemiddelaar. Naast slachtoffer-dadergesprekken faciliteert Perspectief Herstelbemiddeling ook briefwisselingen en bemiddelingen. Perspectief Herstelbemiddeling is een zusterorganisatie van Slachtofferhulp Nederland.

Opdrachten

Slachtofferzorg

In 2019 worden verdere stappen gezet bij de uitvoering van de Meerjarenagenda slachtofferbeleid die door de Minister voor Rechtsbescherming aan de Tweede Kamer is gestuurd26. Met name in het kader van de prioriteit versterking rechtspositie slachtoffers worden voorstellen ingediend waarvan de uitvoering kosten met zich mee zal brengen.

Schadefonds Geweldsmisdrijven

Onder deze post worden de financiële uitkeringen voor slachtoffers met ernstig psychisch of fysiek letsel geraamd, indien deze schade niet op andere wijze wordt vergoed. Deze uitkering wordt verstrekt via het Schadefonds Geweldsmisdrijven.

Voorschotregelingen schadevergoedingsmaatregelen

Slachtoffers en nabestaanden kunnen in aanmerking komen voor een voorschot, als de veroordeelde 8 maanden na het onherroepelijk worden van het vonnis nog niet alle opgelegde schadevergoeding heeft betaald. Het wetsvoorstel affectieschade voorziet in een schadevergoeding voor naasten van slachtoffers die zijn overleden of ernstig en blijvend letsel zijn toegebracht als gevolg van een misdrijf. Het wetsvoorstel treedt vanaf 1 januari 2019 in werking en heeft met een ingroei vanaf 2019 effect op de voorschotregeling die wordt uitgevoerd door het CJIB.

34.5 Jeugdbescherming en jeugdsancties

Bijdragen aan agentschappen

DJI-Jeugd

DJI zorgt voor de tenuitvoerlegging van straffen en vrijheidsbenemende maatregelen, die na een beslissing van een rechter zijn opgelegd. Voor jeugdigen vindt deze tenuitvoerlegging plaats in een justitiële jeugdinrichting (JJI). In de agentschapsparagraaf van DJI worden de capacitaire en financiële gevolgen toegelicht.

Tabel 3.4.5 Belangrijkste productiegegevens 2019 DJI jeugd

Productie 2019

Aantal

Dagprijs in €

Capaciteit justitiële jeugdinrichtingen (direct inzetbaar)

517

647

Bijdragen aan ZBO’s en RWT’s

Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdrage (LBIO)

Het LBIO verricht in opdracht van JenV wettelijke taken op het gebied van onderhoudsbijdragen (inning kinder- en partneralimentatie en inning internationale alimentatie).

Halt

Halt voert in opdracht van JenV de Halt-afdoening uit. Haltstraffen hebben tot doel grensoverschrijdend gedrag van jongeren zo vroeg mogelijk te stoppen en genoegdoening te bieden aan slachtoffers en maatschappij.

Bijdrage aan medeoverheden

BES voogdijraad

De BES voogdijraad heeft civielrechtelijke en strafrechtelijke taken (civiele onderzoeks- rekestrerende taak en de uitvoering van jeugdreclassering). die uitgevoerd worden in Caribisch Nederland, namelijk op Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Subsidies

Jeugdbescherming

Deze middelen worden ingezet voor subsidiëring van het Centrum Internationale Kinderontvoering (IKO) en de Stichting Adoptievoorzieningen (SAV). In opdracht van JenV verricht het IKO advies en mediation wanneer sprake is van internationale kinderontvoering. SAV verricht in opdracht van JenV administratieve taken en voorlichting op het gebied van adoptie.

Overige subsidies

JenV subsidieert meerdere projecten op het terrein van jeugdbescherming. Hierbij gaat het onder meer om de financiële tegemoetkomingen voor slachtoffers van seksueel misbruik in jeugdzorginstellingen en pleeggezinnen (commissie Samson), subsidies voor pilots met familiegroepsplan (netwerkberaad) en subsidie voor de aanpak van vechtscheidingen.

Opdrachten

Risicojeugd & Jeugdgroepen: Integrale aanpak Kindermishandeling en Jeugdgroepen

JenV draagt € 2,3 mln. bij aan het programma «Geweld hoort nergens thuis»27. Het beschikbare budget wordt verder besteed aan het ondersteunen van experimenten in het sociaal domein, activiteiten ter verbetering van samenwerking en informatie-uitwisseling en onderzoeken die hiermee van doen hebben.

Taakstraffen/erkende gedragsinterventies

In het kader van het coördineren van taakstraffen zet de Raad voor de Kinderbescherming opdrachten erkende gedragsinterventies in de markt uit voor passende interventies voor de betrokken jeugdigen.

Overige opdrachten

De middelen worden ingezet voor diverse projecten en onderzoeken op het terrein van jeugdbeleid, waaronder adolescentenstrafrecht en de Transitie Autoriteit Jeugd.

Ontvangsten

De ontvangsten bestaan met name uit de door het CJIB ontvangen administratiekostenvergoedingen. De hogere ontvangsten op artikel 34 voor het jaar 2017 zijn met name het gevolg van het afromen van een gedeelte van het eigen vermogen van de agentschappen DJI, het CJIB en de dienst Justis.

De verklaring voor de vanaf 2019 lager geraamde ontvangsten is gelegen in het feit dat via de ontvangsten in 2018 een taakstelling ter grootte van € 18,4 miljoen van het agentschap DJI heeft plaatsgevonden tezamen met een in 2018 relatief hoog aantal door Justis afgegeven VOG-verklaringen.

3.5 Artikel 36. Contraterrorisme en nationaal veiligheidsbeleid

Algemene doelstelling

Bijdragen aan een veilig en stabiel Nederland door het voorkomen en beperken van maatschappelijke ontwrichting door dreigingen te onderkennen, de weerbaarheid van burgers, bedrijfsleven en overheidsorganen te verhogen en de bescherming van vitale belangen te versterken.

  • De Minister heeft een regisserende rol op het gebied van nationale veiligheid en crisisbeheersing, terrorismebestrijding en cybersecurity.28 De taken worden namens de Minister uitgevoerd door de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV). Daarnaast is bij koninklijk besluit vastgelegd dat de Minister doorzettingsmacht heeft wanneer het gaat om het voorkomen van terroristische misdrijven.29

  • De Minister heeft op basis van onder andere de Politiewet de verantwoordelijkheid voor de veiligheid van de leden van het Koninklijk Huis en is daarmee verantwoordelijk voor een adequate en proportionele uitvoering van de beveiliging rondom de leden van het Koninklijk Huis en hun woon- en werkverblijven. De Minister van Justitie en Veiligheid en de Minister van Defensie zorgen voor de uitvoering daarvan in personele zin. Deze Ministers hebben middelen voor deze beveiligingstaken op hun begroting staan, ongeacht of deze uitgaven voor beveiliging betrekking hebben op leden van het kabinet, van de Kamers der Staten-Generaal of het Koninklijk Huis. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties zorgt voor een adequate uitvoering van fysieke beveiliging van woon- en werkverblijven. Vanwege veiligheidsrisico’s worden deze uitgaven niet nader toegerekend, omdat daar informatie over de beveiliging aan zou kunnen worden ontleend naar de te beveiligen objecten en personen.

Rol en verantwoordelijkheid

De maatschappelijke effecten van het beleid ter bescherming van de nationale veiligheid (onder andere crisis- en cybersecuritybeleid en terrorismebestrijding) laten zich door het grote aantal activiteiten en instrumenten, de afhankelijkheid van derden bij de realisatie van de doelstellingen en met name de onvoorspelbaarheid van gebeurtenissen die de nationale veiligheid bedreigen, niet (altijd) in prestatie-indicatoren of kengetallen uitdrukken. Kwalitatieve indicatoren zijn te vinden in de voortgangsrapportages met betrekking tot contraterrorisme en -extremisme, cybersecurity en nationale veiligheid die jaarlijks aan de Tweede Kamer worden aangeboden.30

  • In het Regeerakkoord is een structurele investering van € 95 mln. euro in cybersecurity vastgelegd. Deze middelen worden de komende jaren vanaf 2019 oplopend structureel ingezet in concrete maatregelen. Het CyberSecurity Beeld Nederland (CSBN 2018) laat zien dat de omvang en ernst van de dreiging nog altijd aanzienlijk is en in ontwikkeling blijft. Er is sprake van een continue dreiging in het digitale domein en de weerbaarheid loopt soms achter bij de dreiging. Daarom wordt geïnvesteerd in cybersecurity aan de hand van de door de NCTV gecoördineerde Nederlandse Cyber Security Agenda (NCSA). Hiermee worden in 2019 belangrijke stappen gezet op de hoofdambities waaraan, onder coördinatie van de NCTV en in samenwerking met publieke en private partners, gewerkt wordt.

  • In 2011 zijn de taken met betrekking tot Rampen- en Crisisbeheersing en de Veiligheidsregio’s samengevoegd met de taken van de NCTb en opgegaan in de nieuwe organisatie NCTV vanwege de synergie op het terrein van de Nationale Veiligheid. De NCTV heeft zich de afgelopen jaren ontwikkeld naar een organisatie die zich vooral toelegt op de rol van coördinator op het terrein van Nationale Veiligheid. De uitvoering van de decentrale taken op het gebied van Veiligheid en Crisisbeheersing worden daarom overgedragen aan het politiedomein (artikel 31). Dit betreft onder andere de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (€ 181 mln.), het Instituut Fysieke Veiligheid (€ 28 mln.) en het Project NL-Alert (€ 6 mln.). Vanwege de continuïteit van de artikelindeling blijft het budget staan op artikel 36.2.

  • Voor contraterrorisme stelt het kabinet 13 miljoen euro extra per jaar beschikbaar. Deze gelden worden gebruikt om, naast de continuering van reeds bestaande maatregelen, het voorveld én de achterkant van de aanpak verder te versterken. Dit samenhangende pakket van aanvullende maatregelen, die hun basis vinden in de integrale aanpak terrorisme 2017–2021, stelt het kabinet in staat om wat terrorismebestrijding betreft ook in de komende periode op alle aspecten te schakelen; van preventie tot repressie, van lokaal tot internationaal. De volgende maatregelen worden uit deze additionele middelen bekostigd:

    • Vroegtijdige onderkenning van dreiging door intensivering van (internationaal) inlichtingenonderzoek naar radicalisering en salafisme in het kader van contraterrorisme;

    • Borging aanpak van financiering van extremisme en terrorisme;

    • Versterking van digitale weerbaarheid en online aanpak van extremisme;

    • Investeren in deradicalisering, re-integratie en strafrechtelijke aanpak;

    • Versterking internationale samenwerking.

Beleidswijzigingen

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 3.5.1 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 36 (x € 1.000)
   

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Verplichtingen

258.157

278.548

271.971

262.931

264.472

264.414

264.444

                 

Programma-uitgaven

255.711

278.548

271.971

262.931

264.472

264.414

264.444

Waarvan juridisch verplicht

   

85%

       
                 

36.2

Nationale veiligheid en terrorismebestrijding

 

Bijdrage Agentschappen

             
 

Overige bijdragen agentschappen

0

321

320

319

319

319

319

 

Bijdrage ZBO/RWT's

             
 

Instituut Fysieke Veiligheid

29.374

28.431

28.480

28.402

28.429

28.424

28.427

 

Bijdrage medeoverheden

             
 

Brede Doeluitkering Rampenbestrijding

179.323

196.902

181.138

167.076

167.249

167.209

167.230

 

Overige bijdragen medeoverheden

5.874

13.354

22.103

27.128

28.410

28.410

28.410

 

Subsidies

             
 

Nederlands Rode Kruis

1.400

1.257

1.257

1.257

1.257

1.257

1.257

 

Nationaal Veiligheidsinstituut

1.265

1.274

1.267

1.266

1.269

1.267

1.269

 

Overige subsidies

4.908

2.433

2.422

2.420

2.424

2.423

2.423

 

Opdrachten

             
 

Project NL-Alert

5.243

5.947

5.917

5.912

5.923

5.921

5.922

 

Opdrachten NCSC

4.121

9.764

9.939

9.931

9.954

9.949

9.951

 

Overige opdrachten

11.854

6.230

6.456

6.579

6.591

6.589

6.590

                 

36.3

Onderzoeksraad voor Veiligheid

 

Bijdrage ZBO/RWT's

             
 

Onderzoeksraad voor Veiligheid

12.349

12.635

12.672

12.641

12.647

12.646

12.646

                 

Ontvangsten

565

0

2.000

2.000

2.000

2.000

2.000

Budgetflexibiliteit

Het juridisch verplichte deel heeft voornamelijk betrekking op de verplichtingen die voortvloeien uit de Wet Veiligheidsregio’s (BDuR) en het Besluit Rijksbijdrage IFV alsmede op een doorlopende subsidieregeling.

36.2 Nationale veiligheid en terrorismebestrijding

Toelichting op instrumenten

Bijdragen aan ZBO’s en RWT’s

Instituut Fysieke Veiligheid (IFV)

Het IFV verricht taken op het terrein van brandweer, GHOR, rampenbestrijding en crisisbeheersing. De taken betreffen onder meer het brandweeronderwijs (opleiden, trainen en oefenen), het ontwikkelen van lesstof, de uitvoering en organisatie van examens alsmede de verwerving en het beheer van (rampenbestrijdings-)materieel. Andere taken zijn het verzamelen en beheren van relevante kennis en het doen van onderzoek. Daarnaast maakt ook USAR.NL deel uit van het IFV. Dit is de Nederlandse bijstandseenheid voor het zoeken naar en redden van ingesloten of bedolven slachtoffers bij rampen in binnen- en buitenland. Het IFV ontvangt voor deze wettelijke taken op grond van artikel 2 van het Besluit rijksbijdragen IFV een lumpsumbijdrage.31

Los van de bijdragen van JenV voor wettelijke taken verricht het IFV in opdracht van de veiligheidsregio’s gemeenschappelijke werkzaamheden en, op commerciële basis, werkzaamheden voor derden, zoals bedrijven, Ministeries en gemeenten (ook wel aangeduid als wettelijk toegestane werkzaamheden).

Bijdragen aan medeoverheden

Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR)

De BDuR is een lumpsumbijdrage die wordt verstrekt aan de 25 veiligheidsregio’s voor de uitvoering van wettelijke taken. Dit betreft onder andere de volgende hoofdtaken (zie ook artikel 10 van de Wet Veiligheidsregio’s):

  • de bestrijding van branden en het organiseren van rampenbestrijding en crisisbeheersing;

  • het instellen en in stand houden van de brandweer en de geneeskundige hulp bij ongevallen en rampen.

Naast deze rijksbijdrage, die ongeveer 15 procent van de inkomsten van de veiligheidsregio’s behelst, ontvangen de veiligheidsregio’s een bijdrage van de gemeenten. De verdeling van de BDuR over de veiligheidsregio’s in een vast en een variabel deel vindt plaats conform het verdeelsysteem dat te vinden is in bijlage 2 van het Besluit veiligheidsregio’s. In overeenstemming met artikel 8.1 van het Besluit veiligheidsregio’s worden de bijdragen bekend gemaakt in een brief die wordt verstuurd aan de veiligheidsregio’s.

Op basis van het uitwerkingskader meldkamer vindt in 2018 een eenmalige compensatie van € 15,3 mln. plaats aan de veiligheidsregio’s voor de frictiekosten. Het aandeel van de veiligheidsregio’s in de kosten van het beheer door de politie van de meldkamer bedraagt € 14 mln. en wordt vanaf 2020 via een korting op de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding beschikbaar gesteld aan politie.

Overig Nationale Veiligheid en terrorismebestrijding

De middelen met betrekking tot de gemeentelijke aanpak contraterrorisme in het kader van de versterking van de veiligheidsketen worden jaarlijks overgeboekt naar het Gemeentefonds. Voor 2018 heeft deze budgettaire overboeking (€ 5,2 mln.) reeds plaatsgevonden. Ook de middelen met betrekking tot de oprichting van de eenheid Passagiersinformatie Nederland (Pi-NL) worden op dit instrument verantwoord.

Subsidies

Nederlands Rode Kruis

Jaarlijks ontvangt het Nederlandse Rode Kruis een subsidie van JenV. Deze subsidie wordt toegekend op grond van artikel 8 van het Besluit Rode Kruis.32

Nationaal Veiligheidsinstituut

Het Nationaal Veiligheidsinstituut ontvangt subsidie om een landelijk expositiecentrum op het terrein van veiligheid te beheren. Deze begrotingsvermelding vormt de wettelijke grondslag voor de hier bedoelde subsidieverlening als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, onder c, van de Algemene Wet Bestuursrecht.

Overige Nationale Veiligheid en terrorismebestrijding

Onder dit instrument vallen de subsidies die worden verstrekt met het doel de aantasting van de nationale veiligheid te voorkomen en crisisbeheersing te verbeteren. Onder meer worden in dit kader projecten gefinancierd die het presterend vermogen van veiligheidspartners verhogen door slimmer, sneller en/of efficiënter te gaan werken. Het gaat om incidentele subsidies die worden verstrekt op grond van de Wet Justitiesubsidies.

Opdrachten

Project NL-Alert

NL-Alert is het systeem voor rampen- en crisisinformatie per mobiele telefoon. De overheid alarmeert en informeert met dit systeem mensen via een bericht op hun mobiele telefoon over een acute crisis. Hierbij kunnen aan burgers verschillende handelingsperspectieven worden meegegeven. Het Ministerie van JenV financiert de jaarlijkse beheer- en exploitatiekosten voor dit systeem van onder andere de telecomproviders en tevens de kosten voor de doorontwikkeling ervan.

Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC)

Het NCSC is het centrum in Nederland waar publieke (onder andere het Ministerie van Defensie en de AIVD) en private partijen, wetenschap en onderzoeksinstellingen operationele informatie bijeen brengen rondom cybersecurity. Daarnaast treedt het NCSC namens de Nederlandse overheid op als Computer Emergency Response Team (CERT) en fungeert in deze hoedanigheid als Nationaal Contactpunt voor cyber security, die meldingen verwerkt en trends en ontwikkelingen op internet waarneemt. Periodiek wordt het Cyber Security Beeld Nederland opgesteld op basis waarvan beleidsvorming plaatsvindt op het gebied van cybersecurity.

Overige Nationale Veiligheid en terrorismebestrijding

Onder dit instrument vallen de opdrachten die worden verstrekt met het doel de aantasting van de nationale veiligheid te voorkomen en crisisbeheersing te verbeteren. Onder meer worden in dit kader projecten gefinancierd die het presterend vermogen van veiligheidspartners verhogen door slimmer, sneller en/of efficiënter te gaan werken.

36.3 Onderzoeksraad voor Veiligheid

Bijdragen aan ZBO’s en RWT’s

Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV)

De OVV verricht op grond van de Rijkswet Onderzoeksraad voor veiligheid onafhankelijk onderzoek en stelt op basis daarvan aanbevelingen op voor het structureel vergroten van de veiligheid. De OVV besluit op eigen gezag en in volledige onafhankelijkheid tot het doen van onderzoek naar de oorzaak van (ernstige) ongevallen en rampen of een dreiging daarvan. Uitzonderingen hierop zijn de bij wet of internationaal voorgeschreven onderzoeken die door de OVV worden verricht (waaronder op het terrein van lucht- en scheepvaart). De bijdrage voor 2019 bedraagt € 12,6 mln.

3.6 Artikel 37. Migratie

Algemene doelstelling

Een op maatschappelijk verantwoorde wijze en in overeenstemming met internationale verplichtingen gereglementeerde en beheerste toelating tot, verblijf in en vertrek uit Nederland van vreemdelingen, alsmede verkrijging van het Nederlanderschap of de intrekking daarvan.

Rol en verantwoordelijkheid

De Minister ontwikkelt en geeft uitvoering aan het vreemdelingenbeleid en het beleid op grond van de Rijkswet op het Nederlanderschap. Hij heeft daarbij:

  • een uitvoerende rol ten aanzien van de opvang van asielzoekers, de afwikkeling van toelatingsprocedures in Nederland en de terugkeer van vreemdelingen uit Nederland;

  • verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de Vreemdelingenwet en de Rijkswet op het Nederlanderschap door het geheel aan overheidsorganisaties dat zich (primair) met het vreemdelingen- en nationaliteitsbeleid bezighoudt;

  • verantwoordelijkheid voor de uitvoeringsorganisaties Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V), het zelfstandig bestuursorgaan Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) en voor de centra van de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) waar de vreemdelingenbewaring en de grensdetentie ten uitvoer wordt gelegd;

  • een gezagsrelatie met de Koninklijke Marechaussee en de politie voor wat betreft het vreemdelingentoezicht.

Beleidswijzigingen

De belangrijkste beleidswijzingen op artikel 37 zijn opgenomen in de beleidsagenda. Hieronder volgt een samenvatting daarvan.

Het Nederlandse migratiebeleid is verwoord in de dit voorjaar gepresenteerde Integrale migratieagenda. Op basis van de nadere uitwerking van deze plannen, gaan JenV en partners aan de slag om deze ambitieuze migratieagenda in de praktijk te realiseren.

De ambitie is dat er in 2019 stappen zijn gezet om het asielproces te herontwerpen en de transparantie en voorspelbaarheid van dit proces te vergroten. Daarnaast wordt gestart met het treffen van voorbereidingen voor het samenbrengen van alle partners in de asielketen onder één dak, in Gemeenschappelijke Vreemdelingen Locaties (GVL). Voorts wordt gewerkt aan maatwerk voor samenwerking waar het gaat om terugkeer van (voorlopig) veertien als veilig beschouwde landen.

Om te bevorderen dat er meer kennismigranten naar Nederland komen, werkt JenV voor deze groep aan kortere, eenvoudigere toelatingsprocedures en een betere elektronische dienstverlening. Samen met BZ faciliteert JenV een onafhankelijk onderzoek naar de vraag of het VN Vluchtelingenverdrag uit 1951 nog wel bij de tijd is en welke aanpassingen er eventueel nodig zijn

In 2019 werkt JenV aan de inrichting van het grensmanagement, op basis van de nieuwe EU richtlijnen.

Tot slot in deze samenvatting werkt JenV conform het Regeerakkoord aan modernisering van het nationaliteitsrecht.

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 3.6.1 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 37 (x € 1.000)
   

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Verplichtingen

1.513.581

1.287.622

1.063.580

937.160

918.675

904.828

904.489

                 

Programma-uitgaven

1.526.383

1.287.622

1.063.580

937.160

918.675

904.828

904.489

Waarvan juridisch verplicht

   

99%

       
                 

37.2

Toegang, toelating en opvang vreemdelingen

 

Bijdrage Agentschappen

             
 

Immigratie- en Naturalisatiedienst

365.759

361.893

323.759

299.587

299.904

299.870

299.585

 

DJI-Vreemdelingenbewaring en uitzetcentra

0

82.177

80.085

80.162

81.320

81.315

81.315

 

Bijdrage ZBO/RWT's

             
 

Centraal Orgaan opvang Asielzoekers

964.901

660.599

496.917

403.980

383.972

370.177

370.123

 

Nidos-opvang

135.649

121.601

111.769

102.292

102.299

102.294

102.294

 

Subsidies

             
 

Vluchtelingenwerk Nederland

10.017

9.633

9.642

9.643

9.643

9.643

9.643

 

Overige subsidies

938

2.065

1.749

1.691

1.692

1.691

1.691

 

Opdrachten

             
 

Keteninformatisering

6.041

5.237

5.288

5.286

5.288

5.287

5.287

 

Versterking vreemdelingenketen

6.356

10.294

3.051

3.161

3.191

3.191

3.191

                 

37.3

Terugkeer

 

Bijdrage Agentschappen

             
 

Dienst Justitiële Inrichtingen

9.921

9.824

8.519

8.534

8.537

8.535

8.535

 

Subsidies

             
 

REAN-regeling

4.843

5.823

6.686

6.689

6.690

6.689

6.689

 

Overige subsidies

2.221

2.547

2.553

2.554

2.554

2.554

2.554

 

Opdrachten

             
 

Vreemdelingen vertrek

19.737

15.929

13.562

13.581

13.585

13.582

13.582

                 

Ontvangsten

308.945

207.008

96.800

3.000

3.000

3.000

3.000

Budgetflexibiliteit

Ten aanzien van de budgetflexibiliteit voor 2019 is 99% van de begrote bedragen is juridisch verplicht. De bijdrage aan de IND, het COA, Nidos en Vluchtelingenwerk Nederland zijn juridisch verplicht evenals een groot gedeelte van de opdrachten die voortvloeien uit het programma van de keteninformatisering en de uitgaven voor de vervoersbewegingen van de vreemdelingen. Dit laatste als gevolg van een meerjarig convenant met het agentschap DJI.

37.2 Toegang, toelating en opvang vreemdelingen

Toelichting op de instrumenten

Kengetallen vreemdelingenketen

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de belangrijkste kengetallen voor de vreemdelingenketen. De hoogte van de instroom (asiel, regulier en naturalisatie) is een belangrijke bepalende factor voor de werkhoeveelheid en daarmee voor de bijdragen aan de organisaties in de vreemdelingenketen.

Tabel 3.6.2 Kengetallen vreemdelingenketen

Vreemdelingenketen (aantallen)

Realisatie

Prognose

         
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Asiel

             

Asielinstroom

35.030

27.332

22.885

21.310

21.310

21.310

21.310

Overige instroom

2.580

2.000

2.000

2.000

2.000

2.000

2.000

Opvang COA

             

Instroom in de opvang

39.190

29.540

24.660

23.770

23.410

23.040

23.040

Uitstroom uit de opvang

46.090

34.630

24.850

23.770

23.410

23.040

23.040

Gemiddelde bezetting in de opvang

23.150

18.590

15.200

15.000

15.000

15.000

15.000

Toegang en toelating IND)

             

Machtiging tot voorlopig verblijf nareis (MVV nareis)

7.590

6.500

6.200

5.700

5.500

5.400

5.400

Verblijfsvergunning regulier (VVR)

40.460

39.000

40.000

41.000

42.000

43.000

 

Toelating en Verblijf (TEV)

51.410

49.000

50.000

51.000

52.000

53.000

53.000

Visa

3.000

2.700

2.700

2.700

2.700

2.700

2.700

Aantal naturalisatie verzoeken

23.360

23.000

23.000

23.000

23.000

23.000

23.000

Streefwaarden Terugkeer (%)

             

Zelfstandig vertrek

14%

20%

20%

20%

20%

20%

20%

Gedwongen vertrek

29%

30%

30%

30%

30%

30%

30%

Zelfstandig vertrek zonder toezicht

58%

50%

50%

50%

50%

50%

50%

Bronnen: INDIS/INDIGO, Maandrapportage COA,KMI en Meerjaren Productie Prognoses (MPP) Vreemdelingenketen

Begrotingsreserve Asiel en ODA-toerekening

De begrotingsreserve Asiel is in 2010 gecreëerd toen het asieldossier in plaats van generaal specifiek werd en is aan de Tweede Kamer gemeld via de begroting 201133. De asielreserve is bedoeld om fluctuaties in de lastig voorspelbare uitgaven voor (de instroom van) asielzoekers op te vangen.

Tabel 3.6.3 Overzicht geraamd verloop begrotingsreserve Asiel (x € 1 mln.)

Stand per 1/1/2018

Verwachte toevoegingen jaar 2018

Verwachte onttrekkingen 2018

Verwachte stand per 1/1/2019

Verwachte toevoegingen 2019

Verwachte onttrekkingen 2019

Verwachte stand per 31/12/2019

129,9

118,1

165,7

81,3

0

81,3

0

De verwachte stand van de asielreserve op 1 januari 2019 is € 81,3 mln. In 2019 wordt € 81,3 mln. ingezet voor de dekking van de meerkosten van de asielinstroom in 2019. De onttrekkingen uit de asielreserve in 2019 zijn juridisch verplicht.

Onderstaande tabel is opgenomen naar aanleiding van een toezegging van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking34

Tabel 3.6.4 ODA-aandeel opvangkosten voor asielzoekers (x € 1 mln.)
 

2019

Bijdrage ZBO/RWT’s: COA

496.917

Deel ODA-toerekening

347.046

   

Bijdrage ZBO/RWT’s: Nidos-opvang

111.769

Deel ODA-toerekening

72.907

Bijdragen aan agentschappen

Immigratie- en Naturalisatiedienst

De IND is verantwoordelijk voor de uitvoering van het vreemdelingenbeleid en het beleid ten aanzien van de Rijkswet op het Nederlanderschap. Dat houdt in dat de IND alle aanvragen beoordeelt van vreemdelingen die in Nederland willen verblijven of die Nederlander willen worden.

De bekostiging van de IND vindt plaats door de bijdrage van het moederdepartement en opbrengsten uit leges die vreemdelingen betalen voor het behandelen van aanvragen voor reguliere verblijfsvergunning of verzoeken tot naturalisatie. Naar huidige verwachting is voor 2019 iets minder budget nodig dan voor 2018 (zie tabel 37.1). Het budget voor 2018 ligt hoger omdat de IND in dit jaar extra productie heeft onder meer vanwege het terugdringen van voorraden.

In onderstaande tabel wordt zichtbaar hoe het budget is verdeeld over de verschillende productgroepen van de IND.

Tabel 3.6.5 Bekostiging IND (x € 1.000)

Productgroep

Budgettaire kader 2019

%

Asiel

81.713

25,2%

Regulier

122.185

37,8%

Naturalisatie

8.955

2,8%

Ketenondersteuning

5.701

1,8%

Lumpsum

151.476

46,8%

     

Totale bekostiging

370.029

114,3%

Bijdragen derden

46.400

14,3%

     

Bijdrage JenV

323.629

100%

Tabel 3.6.6 Kengetallen IND doorlooptijden: vreemdelingenzaken waarop binnen de wettelijke termijn is besloten
 

Realisatie

Streefwaarde

 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Asiel

86%

86%

90%

90%

90%

90%

90%

Regulier

82%

82%

95%

95%

95%

95%

95%

Naturalisatie

93%

93%

95%

95%

95%

95%

95%

In de agentschapsparagraaf van de IND vindt u verdere informatie.

Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI)

De vreemdelingenbewaring van DJI is verantwoordelijk voor aan de grens geweigerde vreemdelingen, illegale vreemdelingen en drugskoeriers. Het is de taak van DJI om vreemdelingen in de detentiecentra zo goed mogelijk te verzorgen, te ondersteunen bij voorbereiding van de terugkeer en hen beschikbaar te houden voor vertrek uit Nederland.

De vreemdelingen verblijven op grond van een bestuursrechtelijke maatregel in een detentiecentrum. Gezinnen met minderjarige kinderen en alleenstaande minderjarige vreemdelingen verblijven in de Gesloten Gezinsvoorziening (GGV). In de agentschapsparagraaf van DJI vindt u nadere informatie.

Bijdragen aan ZBO’s en RWT’s

Centraal Orgaan opvang Asielzoekers

Het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) draagt zorg voor de opvang van vreemdelingen in Nederland. Het COA biedt vreemdelingen huisvesting, verstrekt middelen van bestaan en geeft begeleiding. Het opvangbeleid is gericht op de opvang van asielzoekers gedurende de asielprocedure. Het opvangbudget waaruit COA wordt betaald daalt in 2019. Dit komt omdat de bezetting naar verwachting daalt.

Tabel 3.6.7 Bekostiging COA

Productgroep

Aandeel

Personeel

30%

Materieel

34%

Rente en afschrijving

4%

Gezondheidszorg

23%

Regelingen

9%

Totaal

100%

Overheadkosten maken onderdeel uit van bovengenoemde kosten.

Tabel 3.6.8 Prestatie-indicator Centraal Orgaan opvang Asielzoekers
(gemiddelde verblijfsduur in maanden)
 

Realisatie

Prognose

 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Gemiddelde opvangduur vergunninghouders na vergunningverlening

4,1

3,5

3,5

3,5

3,5

3,5

3,5

Gemiddelde verblijfsduur opvang op basis van uitstroom

7,4

7,3

7,2

7,1

7,0

7,0

7,0

Bron: Maandrapportage COA.

Stichting Nidos

Nidos is conform het Burgerlijk Wetboek aangewezen als instantie die belast is met de voogdij over alleenstaande minderjarige vreemdelingen. Daarnaast is Nidos aangewezen voor het uitvoeren van de kinderbeschermingsmaatregel ondertoezichtstelling (OTS) bij kinderen van gezinnen met een vreemdelingenstatus.

Nidos is verantwoordelijk voor de opvang in pleeggezinnen van alle alleenstaande minderjarige vreemdelingen (AMV’s) die op het moment van aankomst in Nederland 14 jaar of jonger zijn.

Sinds 2016 verzorgt NIDOS de opvang voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen (AMV’s) na vergunningverlening in kleinschalige opvangvoorzieningen tot zij 18 jaar oud zijn.

De subsidie aan Nidos bestaat uit begeleidingskosten (voogdij, jeugdbescherming en begeleiding) en verzorgingskosten (met name opvang). Deze subsidie wordt op basis van jaarplannen verstrekt en is voor voogdij gerelateerd aan het aantal AMV’s onder begeleiding van Nidos en voor verzorging aan het aantal opgevangen AMV’s.

Het aantal AMV’s onder begeleiding en in de opvang is afhankelijk van de in- en uitstroom van AMV’s (uitstroom bijvoorbeeld als gevolg van gezinshereniging) en het bereiken van de leeftijd van 18 jaar van de AMV’s.

Het hieronder gehanteerde normbedrag voor verzorgingskosten is afhankelijk van de verdeling over de verschillende opvang vormen (pleeggezin, woongroep of wooneenheid). Deze is geraamd op basis van de verwachte opbouw van de AMV populatie. Afrekening vindt jaarlijks plaats op basis van de werkelijk gemaakte kosten voor opvang.

Tabel 3.6.9 Kengetal instroom en bezetting AMV’s
 

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Instroom AMV’s

1.590

2.160

2.000

1.380

1.160

1.110

1.100

Aantal pupillen onder Nidos begeleiding

3.230

3.110

5.530

5.275

3.975

3.975

3.975

 

Normbedrag 2018

Normbedrag 2019

Begeleidingskosten per AMV

€ 7.097

€ 7.097

Verzorgingskosten per AMV

€ 19.632

€ 19.632

Instroomteam(organiseren initiële begeleiding en opvang)

€ 1.225

€ 1.225

Subsidies

Vluchtelingenwerk Nederland (VWN)

VWN zet zich op basis van de Universele verklaring voor de Rechten van de Mens in voor de bescherming en het behartigen van de belangen van en geven van voorlichting aan vluchtelingen en asielzoekers. De subsidie aan VWN wordt op basis van (kalender)jaarplannen verstrekt en is deels gerelateerd aan de instroom van asielzoekers.

Het grootste deel van de kosten is toe te rekenen aan het proces toelating (circa 84%). Een deel van de werkzaamheden draagt bij aan het welbevinden van de mensen die in opvang verblijven en bewaren van de rust in de opvangcentra en kan hierom worden toegerekend aan het proces opvang (circa 8%). Een laatste deel kan worden toegerekend aan het proces terugkeer (circa 8%) vanwege informatieve gesprekken na afwijzing door IND of negatieve uitspraken door de rechtbank.

Opdrachten

Keteninformatisering

Het budget Keteninformatisering is bestemd voor het beheer en de reguliere doorontwikkeling van de ketenvoorzieningen.

Versterking vreemdelingenketen

In 2019 worden vanuit dit budget diverse kleinere opdrachten gefinancierd met als doel verbeteringen in de vreemdelingenketen te bewerkstellingen.

37.3 Terugkeer

Bijdragen aan agentschappen

Dienst Justitiële Inrichtingen

De Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) schakelt de Dienst Vervoer en Ondersteuning (DV&O) van DJI in voor het vervoer van vreemdelingen. DJI – onderdeel Vreemdelingenbewaring – maakt deel uit van de vreemdelingenketen. Samen met de partners in de vreemdelingenketen werkt DJI aan het gewenste ketendoel: gedwongen vertrek van vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf in Nederland. DJI draagt zorg voor de vreemdeling vanaf het moment dat een vreemdeling vanuit de politie, de DT&V of de Koninklijke Marechaussee is overgebracht naar een inrichting voor vreemdelingenbewaring dan wel in grensdetentie van DJI.

Daarnaast werkt DJI steeds vaker samen met het COA, bijvoorbeeld als het gaat om de opvang van asielzoekers. Voor deze vorm van opvang worden ook medewerkers van DJI ingezet.

Subsidies

REAN-regeling

REAN staat voor Return and Emigration Assistance from the Netherlands en betreft een programma waarmee vrijwillige terugkeer wordt ondersteund. De Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) in Nederland voert in opdracht van de DT&V het REAN-programma uit. Op basis van dit programma biedt IOM praktische terugkeerondersteuning aan vreemdelingen die naar Nederland zijn gekomen met het oog op langdurig verblijf en zelfstandig uit Nederland willen vertrekken, maar niet over voldoende middelen beschikken om hun eigen vertrek te organiseren. IOM levert daarmee een bijdrage aan de uitvoering van het Nederlandse terugkeerbeleid.

Overige subsidies

Niet-gouvernementele organisaties in Nederland voeren op grond van deze subsidieregeling projecten uit met als doel om onrechtmatig verblijf van vreemdelingen in Nederland te voorkomen of beëindigen door hun zelfstandig vertrek uit Nederland te ondersteunen. De nadruk ligt op activiteiten die erop gericht zijn vertrekplichtige vreemdelingen te bewegen tot zelfstandig vertrek uit Nederland. Daarnaast beoogt de subsidieregeling gemeenschapsonderdanen die de intentie hadden om zich voor langere duur in Nederland te vestigen, die het niet gelukt is om in Nederland voldoende inkomsten te genereren om in hun eigen levensonderhoud te voorzien, die voor overlast (kunnen) zorgen en die sociaal maatschappelijke begeleiding nodig hebben bij hun terugkeer of herintegratie, te ondersteunen bij terugkeer.

Opdrachten

Vreemdelingen vertrek

Het terugkeerbeleid is erop gericht om illegaal verblijf van vreemdelingen te voorkomen en tegen te gaan. Vreemdelingen die niet (langer) in Nederland mogen blijven, dienen Nederland te verlaten. Het uitgangspunt is dat vreemdelingen zelf verantwoordelijk zijn voor het realiseren van hun vertrek uit Nederland, zelfstandige terugkeer geniet daarbij de voorkeur. De DT&V ondersteunt en faciliteert vreemdelingen hierbij. Dit doet de DT&V door vertrekgesprekken te voeren om mogelijke belemmeringen voor terugkeer in kaart te brengen, vreemdelingen te ondersteunen bij het aanvragen van een (vervangend) reisdocument bij de diplomatieke vertegenwoordiging van het land van herkomst en het faciliteren van het zelfstandig vertrek in samenwerking met het IOM en NGO’s die projecten hebben in het kader van duurzame terugkeer. Deze organisaties ontvangen subsidie van de DT&V om dergelijke projecten te kunnen aanbieden.

Wanneer vreemdelingen ervoor kiezen om niet zelfstandig te vertrekken, zet de DT&V in op het gedwongen vertrek. Indien lichtere toezichtsmiddelen niet tot dit resultaat leiden, kan vreemdelingenbewaring aan de orde zijn. Ook in het kader van gedwongen vertrek voert de DT&V vertrekgesprekken en biedt ondersteuning bij het aanvragen van een (vervangend) reisdocument. De DT&V onderhoudt intensieve contacten met de diplomatieke vertegenwoordigingen, maar ook met de autoriteiten van landen van herkomst om de bereidheid tot meewerken aan het gedwongen vertrek van onderdanen te vergroten. Bij het gedwongen vertrek zorgt de DT&V dat dit gerealiseerd kan worden door het boeken van de vlucht en in samenwerking met de Koninklijke Marechaussee zorgen voor de inzet van escorts indien dit nodig is.

Ontvangsten

De ontvangstenraming voor het jaar 2019 bedraagt € 96,8 mln. Dit heeft betrekking op een onttrekking uit de asielreserve (€ 81,3 mln.), Europese subsidies (€ 12,5 mln.) en een ramingsbijstelling (€ 3 mln.).

4. NIET-BELEIDSARTIKELEN

4.1 Artikel 91. Apparaat kerndepartement

Op dit artikel worden de personele en materiële uitgaven en ontvangsten van het bestuursdepartement van Justitie en Veilighe