Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-201329628 nr. 407

29 628 Politie

Nr. 407 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 22 juli 2013

1. Inleiding

Op 1 januari 2013 is de Politiewet 2012 in werking getreden. Sindsdien wordt hard gewerkt aan het feitelijk realiseren van de nationale politie. De financiële start van de nationale politie wordt gemarkeerd door de openingsbalans. De openingsbalans van de nationale politie geeft inzicht in de omvang en de samenstelling van het vermogen van de nationale politie op de startdatum. Hierbij zend ik u de door mij vastgestelde openingsbalans, die voorzien is van een goedkeurende controleverklaring van een externe accountant1.

2. Uitgevoerde financiële risicoanalyse

De centralisering van de bedrijfsvoering is één van de wezenlijke aspecten van de vorming van de nationale politie. In overleg met de korpsbeheerders en de korpschefs heb ik in 2011 besloten een accountantskantoor een analyse te laten uitvoeren naar potentiële bedrijfsvoeringsrisico’s met financiële gevolgen bij de start van de nationale politie. Ik bied u hierbij het rapport financiële risicoanalyse nationale politie (hierna: rapport financiële risicoanalyse) aan.

Bij het opstellen van de openingsbalans is zo veel als mogelijk en noodzakelijk rekening gehouden met de resultaten van de financiële risicoanalyse. Onderstaand geef ik, naar aanleiding van de bevindingen uit het rapport, een korte toelichting op een aantal majeure thema’s in relatie tot de openingsbalans.

3. Inhoud van de openingsbalans

De openingsbalans is de samenvatting van de gegevens van de balansen van de toenmalige 25 regiokorpsen, het korps landelijke politiediensten (KLPD) en de voorziening tot samenwerking politie Nederland (VTSPN). In dat proces zijn de genoemde balansen geconsolideerd en voor zo ver nodig geüniformeerd.

Op het terrein van personeel zijn twee belangrijke onderwerpen opgenomen in de openingsbalans, te weten de zogenaamde regeling Inkoop MAX en de regeling voor FLO/FPU. In het verleden heeft mijn departement, uit praktische overwegingen, de uitvoering van deze twee pensioenregelingen uitgevoerd. In de openingsbalans zoals ik die heb vastgesteld is de financiële verantwoordelijkheid voor beide regelingen bij de nationale politie belegd. De nationale politie neemt zo mogelijk nog dit jaar de uitvoering van de regelingen over.

Inkoop MAX

In het kader van de CAO 2005 – 2007 is de zgn. regeling Inkoop MAX overeengekomen. Het betreft een voorwaardelijke inkoop van extra pensioen voor een bepaalde categorie politiemedewerkers. Ik heb uw Kamer voor het laatst over de stand van zaken aangaande deze regeling geïnformeerd bij brief van 22 december 2011 (Kamerstuk 29 628, nr. 287). Kortheidshalve verwijs ik daarnaar.

Ten behoeve van de openingsbalans is een actualisatie van de eerdere berekeningen uitgevoerd. Op de openingsbalans van de nationale politie is een voorziening voor Inkoop MAX opgenomen. Ik volg hierbij het betreffende advies uit het rapport financiële risicoanalyse. Ik heb er mee ingestemd dat de nationale politie een vordering van gelijke omvang op het ministerie heeft, welke eveneens is opgenomen in de openingsbalans. Jaarlijks zal de omvang van de voorziening en de vordering op mijn departement worden geactualiseerd. Voor de Politieacademie en de Rijksrecherche hanteer ik een vergelijkbare systematiek.

Functioneel leeftijdsontslag (FLO/FPU)

In het rapport financiële risicoanalyse zijn de uitgaven voor de regelingen FLO/FPU als een risico bestempeld omdat de kosten hiervan over de restant looptijd 2012 – 2016 hoger zullen liggen dan de hiervoor beschikbare middelen.

In de openingsbalans is hiervoor een voorziening opgenomen. Gedurende de restant looptijd van de regeling tot en met 2015 zal jaarlijks een actualisatie van deze voorziening plaatsvinden. Ik heb ingestemd met een vordering op mijn departement zijnde de som van de bedragen die op de begroting van mijn departement hiervoor zijn uitgetrokken. Het verschil tussen de voorziening en de vordering is in de openingsbalans ten laste van de algemene reserve van de nationale politie gebracht. Bijstellingen in de voorziening als gevolg van jaarlijkse actualisatie van deze voorziening zijn voor rekening van de nationale politie. Voor de Politieacademie en de Rijksrecherche hanteer ik een vergelijkbare systematiek.

Huisvesting

In het rapport financiële risicoanalyse wordt een tweetal risico’s vermeld met betrekking tot huisvesting.

Ten eerste wordt verwacht dat de vorming van de nationale politie een toename van mutaties in de huisvestingsportefeuille met zich mee zal brengen. Het is onzeker wat bij verkoop de realisatiewaarde zal zijn ten opzichte van de geadministreerde boekwaarden. Daarnaast wordt ten aanzien van het groot onderhoud van gebouwen in het rapport geconstateerd dat enkele politiekorpsen niet beschikken over actuele (meerjarige) onderhoudsplannen. Hierdoor is onvoldoende inzicht in de huisvestingskosten op (middel) lange termijn. Het risico bestaat, aldus het rapport, dat hierdoor de voorziening periodiek onderhoud ontoereikend is.

Ik merk op dat de mutaties in de huisvestingsportefeuille nodig zullen zijn om de huisvesting van de politie aan te laten sluiten op de doelstellingen van de nationale politie. De mutaties dienen tevens een bijdrage te leveren aan de besparingen die samenhangen met de vorming van de nationale politie, zoals deze voortkomen uit het Regeerakkoord van het kabinet Rutte I.

Bij brief van 19 juni jl. over «de stand van zaken vorming nationale politie»2 heb ik uw Kamer eveneens geïnformeerd over de huisvesting. Er wordt op dit moment hard gewerkt aan de uitwerking van de huisvestingsplannen nationale politie. Daarom is het op dit moment niet mogelijk om een onderbouwde inschatting te maken van alle effecten van de huisvestingsplannen op de landelijke boekwaarde van de nationale politie. In nauw overleg met de nationale politie sta ik een aanpak voor waarbij wijzigingen in de huisvestingsportefeuille in de periode tot en met 2025 geleidelijk en weloverwogen worden doorgevoerd. Op deze wijze worden eventuele boekwaardeverliezen voorkomen dan wel beperkt en worden tegelijkertijd de besparingen op huisvesting gerealiseerd.

Ook de gezagdragers van de politie zullen vanzelfsprekend worden betrokken bij de gefaseerde uitwerking en uitvoering van de huisvestingsplannen.

Het feit dat niet alle voormalige korpsen een voorziening voor groot onderhoud van gebouwen kenden maakt het nu onmogelijk om op de openingsbalans een voorziening groot onderhoud gebouwen op te nemen, dit vanwege de voorschriften waaraan de vorming van voorzieningen is gebonden. Ik heb er daarom voor gekozen een tijdelijke bestemmingsreserve voor groot onderhoud gebouwen te vormen. In de loop van 2014 moet beslist worden of wel of niet wordt overgegaan tot de vorming van een voorziening voor groot onderhoud van gebouwen. Overigens zijn de lasten voor groot onderhoud voor voormalige korpsen die geen voorziening hadden getroffen opgenomen in de begroting van de nationale politie.

4. Slotopmerkingen

De openingsbalans van de nationale politie biedt de basis voor een goede financiële start van de nationale politie. Duidelijk is dat van de Korpschef een stringente financiële sturing wordt gevraagd om binnen de kaders te blijven. Ik heb er vertrouwen in dat hij hiervoor zorg zal dragen en ik zal daar vanuit mijn verantwoordelijkheid ook op toezien.

Een afschrift van deze brief met de daarbij behorende bijlagen zend ik aan de President van de Algemene Rekenkamer waarmee zij invulling kan geven aan de wettelijke taak van de Algemene Rekenkamer.

De Minister van Veiligheid en Justitie, I.W. Opstelten


X Noot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer

X Noot
2

Kamerstuk 29 628, nr. 401.