28 345 Aanpak huiselijk geweld

31 015 Kindermishandeling

34 907 Initiatiefnota van de leden Van den Hul, Dijksma en Kuiken: «Geweld achter de voordeur: de schaamte voorbij»

Nr. 185 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT EN VOOR RECHTSBESCHERMING

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 25 april 2018

In navolging op onze brief van 30 maart jl. over de stand van zaken aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling1, ontvangt u hierbij, mede namens de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Minister voor Basis en Voortgezet Onderwijs en Media, het programma «Geweld hoort nergens thuis», Programma aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling 2018–20212.

Geweld hoort nergens thuis, zeker niet in je eigen huis, waar je veilig moet zijn en je je veilig moet voelen om jezelf te kunnen zijn, te groeien en je te ontwikkelen. Veel mensen hebben thuis niet zo’n veilige omgeving. De schade die dit veroorzaakt is groot. Huiselijk geweld en kindermishandeling zijn de meest voorkomende gevallen van geweld die in Nederland plaatsvinden. De kans dat je te maken krijgt met huiselijk geweld of kindermishandeling is groter dan de kans op welke andere vorm van geweld dan ook. Met dit programma willen we huiselijk geweld en kindermishandeling stoppen, terugdringen en de schade beperken. We willen zo de cirkel van geweld, de overdracht van generatie op generatie, doorbreken.

Er ligt een grote opgave bij gemeenten, het Rijk, partners en professionals om gezamenlijk verschil te maken. We hebben elkaar nodig om huiselijk geweld en kindermishandeling terug te dringen en de schade ervan te beperken. Dat betekent dat we elkaar ondersteunen, maar ook de richting aangeven en normen stellen. De VNG is mede opdrachtgever van dit programma. We zijn de burgemeester van Maastricht, mevrouw Penn-te Strake, daarbij erkentelijk dat zij als bestuurlijk boegbeeld een bijdrage wil leveren aan het programma.

De komende jaren stellen we substantiële middelen beschikbaar voor de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling door gemeenten. Met de maartcirculaire gemeentefonds zijn middelen toegevoegd vanuit de algemene uitkering naar de decentralisatie-uitkering vrouwenopvang voor de intensivering van de taken van Veilig Thuis naar aanleiding van de aanscherping van de meldcode en de radarfunctie Veilig Thuis. Het gaat om een bedrag van € 11,9 miljoen (mln.) in 2018 oplopend tot € 38,6 mln. structureel vanaf 2021. Daarnaast is het Rijk voornemens om in 2018 € 16,25 mln., in 2019 € 19,2 mln., in 2020 € 16,9 mln. en 2021 nog € 16,8 mln. beschikbaar te stellen voor het programma Geweld hoort nergens thuis.

Het programma is opgebouwd langs drie actielijnen waarbinnen de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling wordt versterkt:

  • 1. Eerder en beter in beeld

    Door het geweld eerder en beter in beeld te hebben, kan de duur van het geweld worden verkort en kan erger worden voorkomen. Door het geweld beter in beeld te hebben, weten we beter hoe het slachtoffer en diens omgeving het beste kan worden geholpen. De norm moet zijn dat ook bij twijfel, als je niet zeker bent of er wel wat aan de hand is, je toch in actie komt. Huiselijk geweld en kindermishandeling zijn onacceptabel.

  • 2. Stoppen en duurzaam oplossen

    Het geweld wordt zo snel mogelijk gestopt. Samenwerkende hulpverleners bieden samenhangende hulp, gericht op duurzaam herstel van veiligheid. Plegers worden passend aangepakt. Voor het hele gezin wordt steun of hulp georganiseerd die bijdraagt aan herstel en veerkracht. Alle gezinsleden en hun sociale netwerk zijn betrokken in een optimaal samenspel met de zorg- en justitieorganisaties.

  • 3. Specifieke groepen

    Voor een aantal specifieke groepen is om verschillende redenen extra aandacht nodig. Het programma omvat extra acties voor deze groepen.

De aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling krijgt vorm in de samenwerking tussen professionals en organisaties in de regio. Zo zijn regiovisies gemaakt door gemeenten in samenwerking met verschillende partijen. In deze samenwerking moeten de inhoudelijke ambities uit de drie actielijnen van het programma worden gerealiseerd. We gaan werken met een landelijk dekkend netwerk van regionale aanpakken zoals afgesproken in het Interbestuurlijk Programma (IBP). Elke regio richt daarom een eigen regionale aanpak in die de uitvoering van de actielijnen binnen de regio ter hand neemt. De vorm kan per regio verschillen, dit moet immers passen bij de werkwijze van de regio’s die wat betreft structuur en opgave van elkaar verschillen. In een aantal regio’s bestaan al samenwerkingsverbanden. In die gevallen ligt het voor de hand hierbij aan te haken. Ook wordt zoveel mogelijk aangesloten bij, en gebruik gemaakt van, hetgeen al is opgestart in de regio’s.

Initiatiefnota Geweld achter de voordeur: de schaamte voorbij (PvdA)

Tijdens het verzameloverleg kindermishandeling, geweld in afhankelijkheidsrelaties en slachtoffers loverboys op 4 april jl. hebben wij uw Kamer toegezegd schriftelijk te reageren op de Initiatiefnota Geweld achter de voordeur: de schaamte voorbij van de PvdA (Kamerstuk 34 907). Deze reactie geeft tevens invulling aan het verzoek van de Vaste Kamercommissie OCW om een kabinetsreactie op het plan. Wij zijn blij met deze aandacht voor de aanpak van huiselijk geweld. We moeten ons gezamenlijk inzetten om het verschil te maken in de aanpak van huiselijk geweld. Wij zijn onder de indruk van het delen van het persoonlijk verhaal van Kamerlid mevrouw Van den Hul. Hopelijk helpt dit andere slachtoffers om ook over hun ervaringen te praten en hulp te zoeken. In de initiatiefnota worden vijf voorstellen gedaan: 1. Doorbreek het taboe 2. Meer maatwerk 3. Versterk samenwerking 4. Vergroot aangiftebereidheid en 5. Tijd voor regie.

Deze voorstellen sluiten goed aan bij de hierboven genoemde actielijnen en maatregelen uit ons programma «Geweld hoort nergens thuis». In de voorstellen van de initiatiefnota wordt ook aandacht gevraagd voor samenwerking tussen verschillende organisaties vanwege de schaal en omvang van het probleem. De maatregelen in dit programma zijn hierop gericht. In het programma wordt de inzet van justitie- en veiligheidspartners bij de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling versterkt. Politie en Openbaar Ministerie zijn al bezig met het verbeteren van de werkprocessen van de opsporing van huiselijk geweld en kindermishandeling. De opleiding en deskundigheidsbevordering van de politie wordt bijvoorbeeld geactualiseerd. De gezamenlijke inzet van opsporing van strafbare feiten en hulp aan slachtoffers krijgt verder vorm: na aangifte of melding moet een bij de situatie van pleger en slachtoffer passende reactie volgen. Een goed lopende strafketen draagt immers bij aan het vertrouwen van burgers.

Om de aanpak van kindermishandeling te versterken wordt voorts in een wetsvoorstel van de Minister van Justitie en Veiligheid een verhoging van het strafmaximum voorgesteld voor stelselmatige mishandeling evenals een verlenging van de verjaringstermijn.

Er wordt in de nota ook aandacht gevraagd voor het in kaart brengen van de kosten voor Geweld Achter de Voordeur. We hebben opdracht gegeven om naar Canadees voorbeeld een aantal fictieve, maar representatieve casussen van huiselijk geweld uit te werken en de kosten daarvan te berekenen ter indicatie van de maatschappelijke kosten. We informeren uw Kamer over de uitkomsten, uiterlijk met de eerste voortgangsrapportage in het najaar. Tenslotte wordt in de nota verzocht om in te zetten op de economische onafhankelijkheid van vrouwen. De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft onlangs in haar emancipatienota aangegeven hoe zij de financiële onafhankelijkheid van vrouwen in het algemeen wil vergroten. Daarnaast wordt in ons programma de methodiek «De Nieuwe Toekomst» in alle regio’s onder de aandacht gebracht. Deze methodiek richt zich op participatie en economische zelfstandigheid van vrouwen die slachtoffer zijn geweest van huiselijk geweld.

In het algemeen overleg over geweld in afhankelijkheidsrelaties en slachtoffers loverboys van 4 april jl. heeft de Minister van VWS tevens toegezegd om uw Kamer te informeren over de actuele stand van zaken over de wachtlijsten bij Veilig Thuis. Inmiddels heeft uw Kamer aan de Minister van VWS een reactie gevraagd op het besluit van de Inspectie voor de Gezondheidszorg en Jeugd i.o. (hierna: IGJ i.o.) om Veilig Thuis Noord-Holland Noord onder verscherpt toezicht te stellen. De Minister betrekt deze toezegging bij zijn reactie op dat besluit van de IGJ i.o.

In hetzelfde algemeen overleg heeft de Minister van VWS toegezegd om uw Kamer te informeren over wie er bij Veilig Thuis een melding maken. De Veilig Thuis organisaties leggen vast wat de hoedanigheid van de melder is. Deze informatie maakt onderdeel uit van de beleidsinformatie Veilig Thuis en wordt door het CBS verzameld. Er is echter gebleken dat de gegevensleveringen van de Veilig Thuis organisaties onderling niet goed vergelijkbaar zijn. Landelijk kunnen we momenteel nog niet vaststellen wat het aantal meldingen per hoedanigheid van de melder is. De Veilig Thuis organisaties, VWS, JenV en de VNG voeren een gezamenlijk verbetertraject uit om vergelijkbare cijfers te kunnen leveren.

Met het bovengenoemde als kanttekening, geven de cijfers uit de publicatie van het CBS over de 1e helft 2017 (gebaseerd op de gegevens van de Veilig Thuis organisaties) wel de indruk dat het aandeel van de meldingen door de politie het grootst is. Daarnaast zijn de meldingen afkomstig uit de jeugdhulp, de gezondheidszorg en het onderwijs. In het actieprogramma treffen we verschillende maatregelen om de meldingsbereidheid van alle professionals te vergroten.

Tot slot

Deze kabinetsperiode voeren we met alle betrokken partijen (lokaal, regionaal en landelijk) het programma «Geweld hoort nergens thuis» uit en zetten we ons samen in om wezenlijk verschil te maken in het terugdringen van huiselijk geweld en kindermishandeling. Wij informeren uw Kamer twee keer per jaar over de uitvoering van het programma. De eerste rapportage volgt in het najaar van 2018.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, H.M. de Jonge

De Minister voor Rechtsbescherming, S. Dekker


X Noot
1

Kamerstukken 28 345 en 31 015, nr. 184

X Noot
2

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

Naar boven