Tweede Kamer der Staten-Generaal

36 200 VII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2023

Nr. 2 MEMORIE VAN TOELICHTING

Vergaderjaar 2022–2023

GERAAMDE UITGAVEN EN ONTVANGSTEN

Figuur 1 Geraamde uitgaven verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (bedragen x € 1 mln.). Totaal € 9.254.465.000

Figuur 2 Geraamde ontvangsten verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (bedragen x € 1 mln.). Totaal € 679.570.000

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETSVOORSTEL

Wetsartikel 1

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld.

Het wetsvoorstel strekt ertoe om de onderhavige begrotingsstaten voor het aangegeven jaar vast te stellen.

Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor dat jaar. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota.

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten vastgesteld. De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zogenoemde begrotingstoelichting).

Wetsartikel 2

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de baten en de lasten, het saldo van de baten en de lasten en de kapitaaluitgaven en -ontvangsten van de in de staat opgenomen baten-lastenagentschappen voor het onderhavige jaar vastgesteld en worden de verplichtingen, ontvangsten en uitgaven van verplichtingen-kasagentschappen voor het onderhavige jaar vastgesteld. De in die begrotingen opgenomen begrotingsartikelen worden toegelicht in onderdeel B (Begrotingstoelichting) van deze memorie van toelichting en wel in de paragraaf inzake de agentschappen.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,H.G.J.Bruins Slot

B. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE BEGROTINGSARTIKELEN

1. Leeswijzer

Algemeen

Voor u ligt de begroting 2023 van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII).

Groeiparagraaf

  • De begroting 2023 bouwt voort op de ontwikkeling van de begroting 2022.

  • Aan dit begrotingshoofdstuk is ten opzichte van de begroting 2022 de openbaarheidsparagraaf opgenomen. Hierin worden de reeds lopende trajecten en nieuwe initiatieven die tot verbetering van de informatiehuishouding en het transparanter maken van de organisatie toegelicht.

  • De budgetflexibiliteit is naar aanleiding van de Rijksbegrotingsvoorschriften vanaf de ontwerpbegroting 2023 gedetailleerder opgedeeld in vier categorieën: juridisch verplicht, bestuurlijk gebonden, beleidsmatig gereserveerd en nog niet ingevuld dan wel vrij te besteden.

  • De budgetten op Artikel 10 Groningen zijn bij eerste suppletoire 2022 overgeheveld naar de begroting van Economische Zaken en Klimaat (XIII).

Beleidsagenda

De beleidsagenda geeft een overzicht van de hoofdlijnen van het beleid en wordt afgesloten met de volgende vier overzichten:

  • Overzichtstabel met de belangrijkste beleidsmatige mutaties;

  • Overzicht niet-juridisch verplichte uitgaven;

  • Strategische evaluatieagenda;

  • Overzicht van risicoregelingen.

In het overzicht van risicoregelingen zijn de tabellen ‘Garanties‘ en ‘Achterborgstellingen‘ opgenomen. Het betreft de Rijkshypotheekgaranties en de achterborgstellingen voor het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) en het Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW).

Beleidsartikelen

In de beleidsartikelen staan de beleids- en de financiële informatie over de voorgenomen uitgaven. De begroting van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) bevat tien beleidsartikelen:

  • artikel 1. Openbaar bestuur en democratie

  • artikel 2. Nationale veiligheid

  • artikel 3. Woningmarkt

  • artikel 4. Energietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteit

  • artikel 5. Ruimtelijke ordening en omgevingswet

  • artikel 6. Overheidsdienstverlening en informatiesamenleving

  • artikel 7. Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid

  • artikel 9. Uitvoering Rijksvastgoedbeleid

Een beleidsartikel is opgebouwd uit de volgende elementen:

  • A. Algemene doelstelling

  • B. Rol en verantwoordelijkheid

  • C. Beleidswijzigingen

  • D. Budgettaire gevolgen van beleid en budgetflexibiliteit

  • E. Toelichting op de instrumenten

Budgetflexibiliteit

De peildatum van de gepresenteerde budgetflexibiliteit (op basis van juridische verplichtingen) is 1 januari 2023.

Niet-beleidsartikelen

De begroting van BZK bevat drie niet-beleidsartikelen:

  • artikel 11. Centraal apparaat

  • artikel 12. Algemeen

  • artikel 13. Nog onverdeeld

Begroting agentschappen

De begroting van BZK kent de volgende acht baten-lastenagentschappen:

  • Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG)

  • Logius

  • P-Direkt

  • Uitvoeringsorganisatie Bedrijfsvoering Rijk (UBR)

  • FMHaaglanden (FMH)

  • Shared Service Centrum ICT (SSC-ICT)

  • Rijksvastgoedbedrijf (RVB)

  • Dienst van de Huurcommissie (DHC)

Bijlagen

De begroting van BZK bevat acht bijlagen:

  • 1. Zelfstandige Bestuursorganen en Rechtspersonen met een Wettelijke Taak

  • 2. Specifieke uitkeringen

  • 3. Verdiepingsbijlage

  • 4. Moties en toezeggingen

  • 5. Subsidieoverzicht

  • 6. Uitwerking Strategische Evaluatie Agenda

  • 7. Rijksuitgaven Caribisch Nederland

  • 8. Overzicht rijksuitgaven Wind in de Zeilen

Het uitgangspunt is om in de verdiepingsbijlage de beleidsmatige en technische mutaties toe te lichten die groter zijn dan of gelijk zijn aan de ondergrens zoals deze in de Rijksbegrotingsvoorschriften 2022 (RBV 2022) is opgenomen, de zogenaamde staffel, te weten:

Tabel 1 Ondergrens (staffel) op basis van Rijksbegrotingsvoorschriften 2022

Artikel

Beleidsmatige mutaties (ondergrens in € miljoen)

Technische mutaties (ondergrens in € miljoen)

1. Openbaar bestuur en democratie

Verplichtingen/Uitgaven: 5 mln.Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 10 mln.Ontvangsten: 2 mln.

2. Nationale Veiligheid

Verplichtingen/Uitgaven: 5 mln.Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 10 mln.Ontvangsten: 2 mln.

3. Woningmarkt

Verplichtingen/Uitgaven: 10 mln.Ontvangsten: 5 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 20 mln.Ontvangsten: 10 mln.

4. Energietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteit

Verplichtingen/Uitgaven: 5 mln.Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 10 mln.Ontvangsten: 2 mln.

5. Ruimtelijke ordening en omgevingswet

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 4 mln.Ontvangsten: 2 mln.

6. Overheidsdienstverlening en informatiesamenleving

Verplichtingen/Uitgaven: 5 mln.Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 10 mln.Ontvangsten: 2 mln.

7. Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 4 mln.Ontvangsten: 2 mln.

9. Uitvoering Rijksvastgoedbeleid

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.Ontvangsten: 2 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 4 mln.Ontvangsten: 4 mln.

11. Centraal apparaat

Verplichtingen/Uitgaven: 5 mln.Ontvangsten:1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 10 mln.Ontvangsten: 2 mln.

12. Algemeen

Verplichtingen: 1 mln. ; Uitgaven: 2 mln.Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen: 2 mln. ; Uitgaven: 4 mln.Ontvangsten: 2 mln.

13. Nog onverdeeld

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln.Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.Ontvangsten: 2 mln.

2. Beleidsagenda

2.1 Beleidsprioriteiten

De begroting voor 2023 is de eerste begroting van het nieuwe kabinet. Voor het ministerie van BZK liggen er grote uitdagingen op allerlei terreinen. Denk hierbij aan de woningmarkt, de klimaatverandering en de gevolgen van de toeslagenaffaire. Het Coalitieakkoord is de basis van ons beleid. Tegelijkertijd staat de wereld zoals we deze kenden onder druk. Aan de rand van Europa is een vreselijke oorlog gaande in Oekraïne en de gevolgen van Covid-19 houden ons nog steeds bezig.

Deze grote gebeurtenissen laten goed zien dat een overheid belangrijk is. Een betrouwbare en betrokken overheid die er voor haar inwoners is. En die ervoor zorgt dat mensen mee kunnen doen in de maatschappij.

De Nederlandse democratische rechtstaat moeten we respecteren en beschermen. Het ministerie van BZK zet zich ervoor in dat mensen samenleven in vrijheid, veiligheid en met respect voor elkaar.

Voor een prettig leven is een goed, betaalbare en duurzaam huis in een leefbare wijk belangrijk. BZK wil hier, op basis van de afspraken in het Coalitieakkoord, grote stappen in zetten.

Het ministerie van BZK heeft ook een andere belangrijke opdracht: iedereen moet mee kunnen doen in de digitalisering, met respect voor privacy en democratie. Het leven speelt zich immers voor een steeds groter deel af in de digitale wereld.

2.1.1 Sterke en levendige democratie

Een overheid die mensen vooropstelt vraagt om een gelijktijdige inzet op het beschermen en vernieuwen van onze democratische rechtsstaat. Beschermen en vernieuwen zijn beide nodig, omdat de huidige stand van de democratische rechtsstaat een dubbel beeld laat zien. Als we kijken naar internationale ranglijsten, dan staat de democratische rechtsstaat in Nederland hoog aangeschreven.1 Daartegenover staat dat het vertrouwen in democratische instituties na een piek aan het begin van de coronacrisis dalende is, en dat er een toenemend sentiment in de samenleving is dat ‘het de verkeerde kant opgaat’.2 We kunnen daarom niet stilzitten waar het gaat om de staat van de democratische rechtsstaat. Dit vraagt om doorlopend onderhoud, ook in 2023.

Grondrechten

Een democratische samenleving kan alleen functioneren als we staan voor fundamentele grondrechten en vrijheden en deze blijven respecteren, beschermen en waarmaken. Waar iedereen meedoet en discriminatie wordt bestreden, zodat mensen in waardigheid vrij, veilig en gezond kunnen samenleven. We voeren daarvoor het rijksbrede Nationaal Actieplan Mensenrechten uit en hebben het Platform Gemeenten en Mensenrechten ingesteld. Daarnaast is er een actief antidiscriminatiebeleid met onder andere het Nationaal actieprogramma tegen discriminatie, dat momenteel wordt opgesteld door de Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme (NCDR).

Verkiezingen

Vrije, toegankelijke en betrouwbare verkiezingen zijn het belangrijkste proces in onze democratische rechtsstaat. Dat het verkiezingsproces robuust, toegankelijk en goed uitvoerbaar is, is niet vanzelfsprekend. Dit vraagt om doorlopend onderhoud.

Het kabinet investeert vanaf 2023 ieder jaar extra geld in het onderhoud en de kwaliteitsversterking van het verkiezingsproces. Daarmee kunnen we samen met de Kiesraad en gemeenten de robuustheid, toegankelijkheid en uitvoerbaarheid van het verkiezingsproces versterken. In 2023 zijn er verkiezingen voor de provinciale staten, het algemeen bestuur van de waterschappen, de eilandsraden, de kiescolleges en de Eerste Kamer.

Met de ontwikkeling van de Kiesraad tot verkiezingsautoriteit werken we aan de kwaliteit van het verkiezingsproces. Ook de nieuwe procedure voor de vaststelling van de uitslag vergroot de kwaliteit van het proces. We werken aan een betere toegankelijkheid van de verkiezingen, zodat zoveel mogelijk kiesgerechtigden zelfstandig kunnen stemmen. Ook bereiden we experimenten met een nieuw stembiljet voor.

Democratische vernieuwing

Te veel mensen in Nederland hebben het gevoel dat zij onvoldoende een stem hebben in de besluiten die hen raken. We zorgen daarom voor meer invloed en zeggenschap van mensen bij grote opgaven zoals de energie transitie of de woonopgave. Voor de lokale overheden vernieuwen we de afspraken via het wetsvoorstel Versterking participatie op decentraal niveau.

De democratische rechtsstaat vraagt ook om vernieuwing van het democratisch stelsel. De door het kabinet aan de Raad van State en de Kamers voorgelegde voorstellen ter uitvoering van de Staatscommissie Parlementair stelsel (commissie-Remkes), worden (verder) in behandeling genomen, zoals volgt uit het Coalitieakkoord.

Dit laatste geldt bijvoorbeeld voor de Wet op de politieke partijen. Daarmee willen we de onafhankelijke positie van politieke partijen versterken door hun wettelijke positie duidelijker te regelen. Deze wet moet ook de transparantie, over onder andere de financiering van (nationale en lokale) politieke partijen, vergroten. Met de Wet op de politieke partijen brengen we de bestaande regels voor politieke partijen zoveel mogelijk samen in één wet.

Betrouwbare informatie

Desinformatie, die wordt verspreid om het publieke debat te beïnvloeden, kan veel ernstige gevolgen hebben: ze kan de democratie ondermijnen, het vertrouwen in de democratische rechtsstaat verminderen, polarisatie aanwakkeren en het verloop van vrije en eerlijke verkiezingen verstoren. We werken samen met andere betrokken partijen om desinformatie aan te pakken. Dat doen we om de weerbaarheid tegen desinformatie te vergroten, onze informatiepositie te verstevigen en te reageren als het nodig is.

Daarnaast werken we op Europees niveau aan regels die ervoor moeten zorgen dat sociale mediabedrijven de verspreiding van desinformatie verminderen.

In 2023 gaan we door met de toerusting en ondersteuning van landelijke en lokale partners bij het omgaan met uitingen van maatschappelijke onrust en ongenoegen. Uitingen van ongenoegen kunnen, als dat binnen de grenzen van de wet gebeurt, de democratie versterken. Maar dergelijke uitingen gaan soms ook gepaard met strafbare feiten. Daarnaast is, naar aanleiding van de motie Segers c.s., een adviescommissie «Versterken weerbaarheid democratische rechtsorde» ingesteld (Kamerstukken II 2021/22, 35788, nr. 136). De adviescommissie gaat onderzoek doen naar de ontwikkeling van radicalisering en politieke polarisatie en de effecten hiervan op het democratisch proces. De commissie komt met aanbevelingen over hoe onze democratie beter te weren tegen extermisme, radicalisering en polarisatie en over wat in deze tijd bijdraagt aan de versterking van de democratische rechtsorde.

Ontwikkeling nationale en internationale dreiging

Conflicten in andere landen zijn van invloed op Nederland en op de nationale veiligheid. De Russische inval in Oekraïne heeft niet alleen de geopolitieke verhoudingen op haar grondvesten doen schudden, de gevolgen daarvan kunnen ook een weerslag hebben op de nationale maatschappelijke verhoudingen.

Door technologische ontwikkelingen is spionage door statelijke actoren sterk toegenomen en vormt daarmee een grotere bedreiging voor Nederlandse belangen. Deze dreiging speelt zich in toenemende mate af in het cyberdomein en de AIVD constateert dat (statelijke) actoren misbruik maken van de Nederlandse ICT-infrastructuur bij cyberaanvallen. De knelpunten die de diensten hebben ondervonden bij het tegengaan van deze dreiging worden geadresseerd in de «Tijdelijke wet onderzoeken AIVD en MIVD naar landen met een offensief cyberprogramma». Deze wordt in het najaar van 2022 ingediend bij de Tweede Kamer.

De (politieke) inlichtingen van de AIVD brengen de intenties van statelijke actoren in beeld en helpen de rijksoverheid en haar partners goede keuzes te maken. Naast het tegengaan van digitale spionage doet de AIVD ook onderzoek naar klassieke spionage en (overige vormen van) ongewenste buitenlandse inmenging, waaronder de beïnvloeding van diaspora gemeenschappen door statelijke actoren.

De dreiging van het jihadistisch-terrorisme blijft aanwezig en kenmerkt zich door onvoorspelbaarheid. De internationale situatie is sterk van invloed op de Nederlandse situatie. Een opleving van Islamitische Staat (ISIS) of een nieuw strijdgebied kan jihadisten in Nederland mobiliseren en de dreiging vergroten, ondanks dat de steun voor internationale jihadistische organisaties lijkt afgenomen. De terugkeer van uitreizigers en de vrijlating van jihadisten die nu nog gevangen zitten, kan bijdragen aan een vergroting van de dreiging. De AIVD doet intensief onderzoek naar jihadistische en geradicaliseerde personen en organisaties, zowel in het buitenland als in Nederland. Ook snelle radicalisering van rechts-extremisten is een reden tot zorg3. Het (online) rechts-extremistische gedachtegoed met een eventueel terroristische geweldsdreiging en daarmee samenhangende gedragingen zijn een reëele bedreiging voor de nationale veiligheid en de democratische rechtsorde in Nederland. In het buitenland heeft dit gedachtegoed al tot terroristische aanslagen geleid. Ook in Nederland kan de dreiging toenemen door de internationale vertakking van deze groep en de online werving van nieuwe leden en vermenging met andere extremistische online netwerken. De AIVD doet onderzoek naar rechts-extremisme om vast te stellen op welke manier en in welke mate sprake is van dreiging voor (het voortbestaan van) de democratische rechtsorde.

Investeren in de (digitale) slagkracht van de AIVD

De AIVD helpt de overheid, vitale sectoren en de Nederlandse economie weerbaar te zijn tegen de (digitale) dreigingen van de toekomst. In 2023 zet de AIVD in op een gecombineerde aanpak van detectie van digitale aanvallen en advies aan overheden en vitale bedrijven over het vergroten van de digitale weerbaarheid. Daarnaast dragen de inlichtingen van de AIVD bij aan het stelstel dat onder meer politici, bewindspersonen en diplomatieke objecten bewaakt en beveiligt. Het kabinet investeert de komende jaren in de slagkracht van de AIVD. De aanbevelingen van de Algemene Rekenkamer uit het rapport aangaande de impact van de Wiv 2017 op de slagkracht van de AIVD en de MIVD worden daarbij betrokken. Daarnaast investeert het kabinet in de gerichte transformatie en innovatie naar een datagedreven en technisch toekomstbestendige dienst. Tevens worden middelen vrij gemaakt voor de structurele versterking van inlichtingenposities voor de verhoging van de weerbaarheid van cyber, economische veiligheid, vitaal en nieuwe vormen van extremisme.

De evaluatiecommissie Jones-Bos stelt vast dat de dynamiek van de cyberdreiging zich niet goed verhoudt tot het statische toezichtstelsel. De brede wijziging van de Wiv 2017 wordt geëntameerd ter opvolging van het door commissie Jones-Bos uitgebrachte evaluatierapport. Zo kan de AIVD de komende jaren, samen met partners zoals de MIVD, gekende en ongekende dreigingen onderkennen en tegengaan. De AIVD voert haar taken uit in een constant veranderende wereld. Deze veranderingen zijn zichtbaar in bestaande en opkomende dreigingen en in de geopolitieke verschuivingen. De Russische inval in Oekraïne plaatst bestaande dreigingen in een scherper licht.

2.1.2 Goed functionerend openbaar bestuur

Nederland staat voor grote maatschappelijke opgaven, die veel vragen van het openbaar bestuur. De complexiteit van de opgaven en de dynamiek van de omgeving stellen hoge eisen aan de overheid om richting te geven en tegelijkertijd mee te bewegen. Een goed functionerend decentraal openbaar bestuur is slagvaardig en democratisch gelegitimeerd. Een bestuur dat dicht bij de inwoners staat en dat maatschappelijke opgaven daadkrachtig aanpakt. Dat is onze ambitie en dit vergt voortdurend onderhoud. Een overheid die de menselijke maat steeds in het oog houdt, draagt bij aan herstel van vertrouwen van Nederlanders in de democratische instituties. Goede interbestuurlijke verhoudingen tussen de overheden, een goede balans tussen taken en middelen en een sterk binnenlands bestuur zijn essentieel om de huidige maatschappelijke opgaven goed aan te kunnen.

Beleidsagenda versterken bestuur

Om de maatschappelijke opgaven effectief op te kunnen pakken, moet het hele openbaar bestuur goed samenwerken. Dat vraagt om een goede interbestuurlijke samenwerking en we zetten in op de uitwerking van een nieuwe financieringssystematiek voor de periode na 2025. Het is noodzakelijk dat de opgaven waarvoor decentrale overheden staan en de middelen die ze tot hun beschikking hebben in balans zijn, zodat zij in staat zijn hun taken naar behoren uit te voeren. Aan de hand van de Uitvoerbaarheidstoets decentrale overheden (Udo) die in 2022 is geïntroduceerd, richten we een afwegingsproces in dat aan de voorkant beter inzichtelijk maakt wat de effecten voor medeoverheden zijn van nieuw beleid van het Rijk. Op die manier brengen we de taken en middelen beter met elkaar in balans. In voorkomende gevallen en aan de hand van nader te bepalen randvoorwaarden zou de betrokkenheid van de minister van BZK als sluitstuk kunnen leiden tot medeondertekening van wetsvoorstellen die medeoverheden raken, zoals wordt gevraagd in de motie-Van Dijk/Grinwis (Kamerstukken II 2021/22, 35925, nr. 90).

Regiodeals, elke regio telt

We hebben ook nadrukkelijk aandacht voor de regionale schaal van samenwerking in ons land. We investeren samen met de regio's, door middel van de Regiodeals in het versterken van brede welvaart die goed aansluit op het specifieke karakter van een regio. Daarbij kijken we ook naar specifieke opgaven in grensregio’s. De opgebouwde samenwerking met de buurlanden zetten we voort. In 2023 worden de Regiodeals uit de vierde tranche gesloten en begint de uitvoering hiervan.

Veerkrachtige samenleving met weerbare en integere bestuurders, politici en ambtenaren

Overheidsorganisaties hebben helaas steeds vaker te maken met agressie, intimidatie en andere ondermijnende invloeden. Politieke ambtsdragers of ambtenaren moeten zonder oneigenlijke druk of dwang van buitenaf hun ambt kunnen vervullen. We zetten in op meer weerbaarheid en veiligheid van decentrale politieke ambtsdragers en de ambtelijke organisaties. Met het programma Weerbaar bestuur streven we naar meer bewustwording, betere nazorg na (online) intimidatie, meer veiligheid in de woonomgeving en sterkere gemeentelijke processen die kwetsbaar zijn voor ondermijning.

De integriteit van individuele bestuurders en van het bestuur als geheel is belangrijk voor het vertrouwen van inwoners in de overheid. Dat vertrouwen is het fundament onder onze democratische rechtsstaat. In het eerste kwartaal van 2023 sturen we een integrale visie over Integriteit openbaar bestuur naar de Tweede Kamer.

In 2023 voeren we de visie op een toekomstbestendig decentraal openbaar bestuur uit. Hierin hebben we expliciet aandacht voor de ondersteuning en de positie van decentrale volksvertegenwoordigingen, de burgemeester en de aantrekkelijkheid van politieke ambten. Bij een aantrekkelijk politiek ambt voor diverse groepen en een goed functionerend openbaar bestuur hoort een daarop toegesneden rechtspositie. In 2023 vindt de verdere implementatie plaats van de ‘Wet aanpassing APPA en enkele andere wetten 2021’. Dit omvat een aangepast Sollicitatiebesluit – waarin een nieuw kader wordt gegeven voor de uitvoering van de begeleiding van voormalige politieke ambtsdragers – en het inhoudelijk gelijktrekken van de Algemene pensioen- en uitkeringswet politieke ambtsdragers met het ABP-regelement. Verder werken we aan het plan om de politieke pensioenen onder te brengen in het nieuwe pensioenstelsel, waarvoor eind 2023 het wetsvoorstel in consultatie gaat.

Tijdens Covid-19 was fysiek vergaderen voor gemeenteraden en provinciale staten niet altijd en overal mogelijk en heeft digitaal vergaderen zijn meerwaarde bewezen. We bereiden daarom een wetsvoorstel voor met een permanente regeling voor digitale beraadslaging en besluitvorming. Dit wetsvoorstel wordt in het eerste kwartaal van 2023 ingediend bij de Tweede Kamer.

2.1.3 Duurzaam wonen voor iedereen

Wonen in een goed, duurzaam en betaalbaar huis in een leefbare wijk vormt de basis van het menselijk bestaan. Volkshuisvesting is, als kerntaak van de overheid, een van de prioriteiten van dit kabinet. We hernemen de regie op volkshuisvesting. Samen met de medeoverheden en partners zetten wij ons ervoor in dat in 2023 de kwaliteit, beschikbaarheid en betaalbaarheid van het woningaanbod verder wordt bevorderd. Om dit vorm te geven is op 11 maart 2022 de Nationale Bouw- en Woonagenda met de Kamer gedeeld. De komst van grote aantallen Oekraïense vluchtelingen maakt deze opgaven groter. Voor het in eerste instantie opvangen van vluchtelingen zetten we onder meer Rijksvastgoed in.

Woningbouw

Er zijn onvoldoende woningen en het aantal huishoudens neemt toe. Daarom is het nodig dat de woningbouwproductie naar 100.000 woningen per jaar stijgt. Er moeten tot en met 2030 900.000 woningen worden gerealiseerd waarvan twee derde betaalbaar. We werken hierbij langs vier actielijnen: versterken regie, sneller van initiatief naar realisatie, stimuleren snelle woningbouw en grootschalige woningbouw. In 2023 gaan we de gemaakte afspraken met woondealregio’s en provincies uitvoeren. Hierbij zorgen we voor goede opvolging en monitoring. Voor het versnellen van woningbouw zetten we met verschillende trajecten in op verbeteren van de randvoorwaarden en het vereenvoudigen van de procedures en processen. In 2023 stellen we een nieuwe tranche van de Woningbouwimpuls open. Ook komt er een nieuwe tranche voor aandachtsgroepen. Tevens zijn er vanaf 2023 extra middelen beschikbaar ten behoeve van het versneld realiseren van flexwoningen.

Een thuis voor iedereen

Een aantal mensen heeft het extra moeilijk bij het vinden van een woning die bij hun past. We richten ons op aandachtsgroepen met het programma ‘Een thuis voor iedereen’. De eerste twee actielijnen zijn gericht op voldoende betaalbare en passende woningen, zoals tijdelijke woningen en geclusterde woonvoorzieningen en een evenredige verdeling over alle gemeenten. Ook zetten we ons via de actielijnen ‘het combineren van wonen en zorg’ en ‘inzet op preventie’ in voor zorg, ondersteuning en begeleiding.

Betaalbaar wonen

Door de schaarste en gestegen prijzen is de beschikbaarheid van een betaalbaar huis voor steeds minder mensen vanzelfsprekend. Een deel van de huurders heeft moeite om iedere maand de woonlasten op te brengen. Anderen kunnen geen geschikte woning vinden die past bij hun levensfase, waardoor ze belangrijke levensbeslissingen (nieuwe baan of gezinsuitbreiding) uitstellen. Met name mensen met een middeninkomen kunnen moeilijk een betaalbare middenhuur- of koopwoning vinden. We willen ervoor zorgen dat dat het voor mensen eenvoudiger wordt om de woonlasten te dragen en dat mensen toegang hebben tot een kwalitatief goede woning die past bij hun woonbehoefte en levensfase. Dit doen we langs drie actielijnen: we zorgen voor meer betaalbare woningen voor mensen met een middeninkomen, we pakken te hoge woonlasten aan voor huurders met een laag inkomen en we zorgen voor een betere bescherming van huurders en kopers.

We reguleren de (aanvangs)huurprijzen zodat er meer huurwoningen komen voor mensen met een middeninkomen en verbeteren de positie van mensen met een middeninkomen ten opzichte van beleggers. We pakken te hoge woonlasten aan door te zorgen voor een verantwoorde huurprijsontwikkeling en via een gerichte huurprijsverlaging. We zorgen dat kopers en huurders hun recht beter kunnen halen en we geven kopers en verkopers zelf meer regie op het koopproces door makelaars te verplichten gebruik te maken van een gecertificeerde biedtool. We verbeteren het verhuurproces door het introduceren van een landelijke basisnorm voor goed verhuurderschap en door gemeenten de mogelijkheid te geven om een verhuurvergunning te introduceren.

Aanvullend op dit programma heeft het kabinet maatregelen genomen om de koopkrachtdaling van mensen te verzachten. Zo wordt de huurtoeslag verhoogd. Daarnaast werkt het verhogen van het wettelijk minimumloon in 2023 door in de huurtoeslag.

Verduurzaming gebouwde omgeving

In 2030 moeten we veel minder energie in de gebouwde omgeving gebruiken om aan de klimaatdoelstellingen te voldoen. Hiermee verlagen we onze energierekening en verminderen we onze energieafhankelijkheid. Om dit te bereiken gaan we de verduurzaming aanzienlijk versnellen. Het programma Versnelling verduurzaming gebouwde omgeving geeft daar invulling aan. Dit vindt plaats langs vijf actielijnen: gebiedsgerichte aanpak warmtetransitie, verduurzaming individuele woningen, verduurzaming utiliteitsbouw, duurzame bronnen en infrastructuur en innovatie en uitvoeringscapaciteit in de bouw.

We gaan actief bevorderen dat natuurlijke momenten voor verduurzaming, zoals vervanging van de cv-ketel, groot onderhoud en aankoop van een nieuwe woning, optimaal benut gaan worden. Gelijktijdig zullen, onder regie van de gemeenten, wijken (collectief) worden verduurzaamd, waaronder het realiseren van warmtenetten. Daarnaast is het verduurzamen van maatschappelijk vastgoed, zoals overheidsgebouwen en rijksmonumenten, belangrijk om de doelstellingen te halen. Ook zetten we ons in voor het bevorderen van innovatie in de bouw.

Leefbaarheid en veiligheid

In een aantal gebieden in Nederlandse steden staat de leefbaarheid steeds meer onder druk. Hier is sprake van een concentratie en stapeling van problemen op het gebied van onderwijs, werkloosheid, armoede, gezondheid, de kwaliteit van de woon- en leefomgeving, veiligheid en georganiseerde en ondermijnende criminaliteit. Het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid streeft ernaar om de leefsituatie en het perspectief van bewoners van de kwetsbaarste gebieden te verbeteren. We zetten hierbij in op drie actielijnen: het verbeteren van de fysieke leefomgeving, het bieden van perspectief en het vergroten van veiligheid. Dit doen we door een gebiedsgerichte langjarige inzet van Rijk, betrokken gemeenten en maatschappelijke en private partners.

Wonen en ouderen

Om in vergrijzend Nederland ouderen zo lang mogelijk thuis te laten wonen, werken we langs drie actielijnen: versnellen van woningbouw, stimuleren van doorstroming en verbeteren van de leefbaarheid. We willen meer woningen voor ouderen bouwen die aansluiten bij de wensen van ouderen. Hierbij valt te denken aan geclusterde woon(zorg)vormen. Ook stimuleren we de doorstroming naar passende huisvesting en verbeteren we de leefbaarheid, zodat mensen langer zelfstandig thuis kunnen blijven wonen.

2.1.4 Evenwichtige en duurzame verdeling van ruimte

De huidige ruimtelijke opgaven zijn groot, terwijl de fysieke ruimte in Nederland schaars is. Er is ruimte nodig voor duurzame woningen en dito economie met groeimogelijkheden en de energievoorziening moet verduurzaamd worden. Een grote verbouwing van Nederland is daarom noodzakelijk, met consequenties voor hoe landschappen, steden en dorpen worden (her)ingericht. Dit vraagt om het hernemen van de regie door het Rijk in het ruimtelijk domein.

Hernemen ruimtelijke regie

Het aangaan van de grote, urgente opgaven krijgt vorm en uitvoering via verschillende nationale programma’s (zoals bijvoorbeeld het Programma Woningbouw en het Nationaal Programma Landelijk Gebied), waarbij deze opgaven in samenhang en domeinoverstijgend worden opgepakt. Maar niet alles kan en niet alles kan overal. In deze programma’s zullen dan ook ruimtelijk structurerende keuzes worden gemaakt. Het realiseren van samenhang in deze keuzes loopt via de aanscherping van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en de programma’s NOVEX en Mooi Nederland. De uitvoering van de NOVI vraagt om samenwerking tussen overheden en maatschappelijke organisaties, zoals Rijksvastgoedbedrijf en Staatsbosbeheer. Deze partnerschappen stellen het Rijk beter in staat om de regierol te pakken.

Vanuit de NOVEX leggen Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen de ruimtelijke puzzel. In 2023 werken Rijk en de provincies toe naar een ‘ruimtelijk arrangement’ per provincie met heldere afspraken en investeringsbeslissingen. Met het programma ‘Mooi Nederland’ werken we aan een gedeeld beeld van de ruimtelijke toekomst van Nederland. We werken nieuwe concepten uit voor de inrichting van gebieden waarbij we laten zien hoe we ons land kunnen inrichten met toevoeging van ruimtelijke kwaliteit.

De keuzes uit de nationale programma’s plus de programma’s NOVEX en Mooi Nederland komen samen in de aangescherpte NOVI. Tot de zomer van 2023 werken we aan een aangescherpte ontwerpNOVI en milieueffectrapportage. Daarbij gaan we in gesprek over de ruimtelijke overwegingen die voorgelegd worden in de ontwerpNOVI. Op deze manier werken we aan een toekomstbestendige ruimtelijke inrichting van Nederland.

Aan de slag met de Omgevingswet

De Omgevingswet is belangrijk om oplossingen voor deze opgaven voortvarend te realiseren. Deze wet, die volgens huidige planning in werking treedt op 1 januari 2023, zorgt voor een meer samenhangende aanpak van de leefomgeving en maakt het mogelijk dat inwoners, bedrijven en andere belanghebbenden eerder bij besluitvorming over ruimtelijke ordening worden betrokken. Ook geeft de wet overheden handvatten tot het nemen van regie bij het maken van (beleids)keuzes over de inrichting van ons land. Het interbestuurlijke programma Aan de slag met de Omgevingswet ondersteunt de medeoverheden en andere belanghebbenden bij een zorgvuldige inwerkingtreding van de nieuwe wet.

2.1.5 Grenzeloos samenwerkende (rijks)overheid

Het versterken van vertrouwen in de overheid vraagt om een rijksdienst die betrouwbaar, dienstbaar en rechtvaardig is. Dat gaat over goede dienstverlening, beleid dat uitvoerbaar is, beleid waarin de menselijke maat voorop staat en goed ambtelijk vakmanschap. De maatschappelijke opgaven worden steeds complexer en vragen dat ambtenaren over grenzen van organisaties heen samenwerken.

Samen aan de opgaven werken

We werken aan een rijksdienst die grenzeloos samenwerkt aan maatschappelijke opgaven. Dat vraagt een cultuuromslag waarbij samen met andere departementen en uitvoeringsorganisaties gewerkt wordt aan het versterken van het ambtelijk vakmanschap. Hierbij schenken we aandacht aan leiderschap, professionalisering en opleiding, rijksbrede communicatie en bedrijfsvoering.

We zetten in op een cultuuromslag richting een rijksdienst die samen werkt (inclusief participatie vanuit de samenleving) aan maatschappelijke opgaven. We werken langs drie lijnen aan een goed functionerende rijksdienst. De eerste lijn is ‘uitvoerbaarheid’. Met het programma Werk aan Uitvoering werken we ook in 2023, vanuit de menselijke maat in de uitvoering, aan verbetering van het samenspel tussen politiek, beleid en uitvoering. De tweede lijn is ‘Openheid van informatie’. Met de nieuwe Wet Open overheid is een belangrijke stap gezet naar een opener overheid. In 2023 worden verdere stappen gezet in het verkorten van de afhandelingstermijnen van Woo-verzoeken en wordt steeds meer informatie actief openbaar gemaakt door middel van het gezamenlijke platform open.overheid.nl. Ook rapporteren we vanaf 2023 in de Jaarrapportage Bedrijfsvoering Rijk over de afhandeling van Woo-verzoeken.

Een kwalitatief hoogstaande rijksdienst: de derde lijn

Zoals vermeld in het Coalitieakkoord wordt meer ingezet op voldoende domeinspecifieke kennis bij (top)managers bij het Rijk, waarbij ook de roulatiesnelheid wordt verlaagd. Het onderzoeksrapport «Kwaliteit van mobiliteit: de werking van de Algemene Bestuursdienst» biedt aanknopingspunten voor verdere versterking van het (top)management. Een kwalitatief hoogwaardige rijksdienst vraagt ook blijvende inzet op de rijksdienst als aantrekkelijke werkgever met een inclusieve werkcultuur en ruimte voor verschillende perspectieven en dilemma’s. Ook is in dit kader de implementatie van de EU-klokkenluidersrichtlijn van belang, waarbij de werking daarvan naast publieke overigens ook private organisaties treft.

Een kwalitatief hoogwaardige rijksdienst met (top)managers met voldoende domeinspecifieke kennis en ervaring is noodzakelijk om de complexe maatschappelijke opgaven te realiseren. Om te komen tot meer continuïteit en een grotere kennisopbouw in de ambtelijke top zijn diverse maatregelen genomen, waaronder het zwaarder meewegen van domeinspecifieke kennis en het uitgangspunt dat ABD’ers minimaal vier jaar op hun functie blijven. In 2023 zal een externe visitatie plaatsvinden om te laten toetsen of de nieuwe en al eerder ingezette maatregelen het gewenste effect hebben.

Een belangrijk onderdeel om te komen tot een verbetering van de kwaliteit van de rijksdienst betreft ook de structuur en sturingsprincipes van de rijksoverheid. In 2023 wordt, op basis van de eind 2021 afgeronde brede evaluatie van de organisatiekaders van rijksorganisaties op afstand, gekeken naar de inrichting van de rijksdienst en naar wetgeving wat betreft rijksinspecties.

Ook in 2023 is het essentieel om het Rijk als aantrekkelijke werkgever te blijven profileren in het licht van de steeds krapper wordende arbeidsmarkt. Dit vraagt om het verder intensiveren van bestaande en nieuwe initiatieven. De initiatieven zullen gericht zijn op zowel werving van capaciteit (zoals gerichtere arbeidsmarktcommunicatie, meer aandacht voor talent en verdere uitwerking van studenten- en startersbeleid) als op het behoud én vorming en opleiding van personeel (zoals om- en bijscholing).

Een inclusieve rijksdienst

Het Rijk streeft naar een inclusieve werkomgeving met divers samengestelde teams. Hiertoe worden in 2023 verschillende interventies gedaan, zoals het trainen en divers samenstellen van selectiecommissies en het organiseren van dialoog tussen medewerkers over inclusie. Verder wordt er in 2023 een rijksbrede inclusiemonitor ontwikkeld en uitgevoerd. In het kader van de herijking van de banenafspraak worden voorgestelde wijzigingen in de wetgeving doorvertaald naar het Rijk en zullen er aanvullende inspanningen worden gedaan om de doelstelling voor de rijksdienst voor 2023 te realiseren.

Een rijksbrede aanpak wordt in gang gezet, met vermindering van vooroor­delen, discriminatie en racisme binnen de rijksoverheid als doelstelling. In 2023 wordt onder andere ingezet op een breed scala van trainingen en workshops, betere informatie over mogelijkheden tot het melden van ervaringen met discriminatie en racisme, het verhogen van de meldings­bereidheid en een ‘gereedschapskist’ voor leidinggevenden.

Een duurzame en hybride rijksdienst

Een duurzame bedrijfsvoering en hybride werken zijn de uitgangspunten voor het werken binnen de rijksdienst. Voor de verduurzaming zet de rijksdienst zijn inkoopkracht maximaal in. Kenmerkend voor hybride werken is de verschuiving in de balans tussen op kantoor, thuis en elders werken. Dit brengt ook veranderingen met zich mee voor het gebruik, de inrichting en de bezetting van de rijkspanden. Deze veranderingen leiden tot het herijken van de bedrijfsvoeringkaders en de masterplannen voor (kantoor)huisvesting in 2023. Daarbij blijft duurzaamheid onverminderd het uitgangspunt.

2.1.6 Waardengedreven digitale samenleving

Digitalisering verandert de samenleving. Zij verrijkt onze maatschappij en heeft ons leven aangenamer en makkelijk gemaakt. Tegelijkertijd zorgt het voor een digitale kloof en groeiende ongelijkheid in de samenleving en staan waarden als privacy en zelfbeschikking onder druk. Voor BZK is het de uitdaging om deze kansen te pakken en deze uitdagingen aan te gaan. We nemen onze verantwoordelijkheid door een sterke, anticiperende rol te spelen in de digitalisering die past bij Nederlandse waarden als veiligheid, democratie en zelfbeschikking.

Digitalisering in Europa, Nederland en Internationaal

Digitalisering gaat over grenzen heen en veel regelgeving en beleid voor digitalisering komt in Europees verband tot stand. Wij maken ons ook in deze arena sterk voor de publieke waarden. We stimuleren innovatie, maar beschermen de rechten van burgers. Veel Europese wetgeving is bijna afgerond, zoals de Digital Governance Act, de Digital Markets Act, eIDAS verordening en de Digital Services Act. BZK gaat werk maken van de vertaling daarvan naar de Nederlandse context en zal partijen die dit implementeren actief ondersteunen.

Het digitale fundament

De aanpak van digitalisering bestaat uit vier onderdelen die sterk vervlochten zijn: vanuit het digitale fundament (de democratische randvoorwaarden) werken we aan het digitaliseren van de overheid, de samenleving en de economie. Hierbij zetten we de mens centraal. BZK voert de regie op de hoofdlijnen van het kabinetsbrede digitaliseringsbeleid en richt zich op het digitale fundament en op de digitale overheid.

Om onze democratische waarden en grondrechten te waarborgen investeren we in een stevig (digitaal) fundament. We hebben een vertaling nodig van ons maatschappelijk fundament – democratie, grondrechten en rechtsstaat – naar de digitale context. Hiertoe ontwikkelen we een langetermijnvisie met handelingsperspectieven: een jaarlijks te actualiseren Werkagenda Digitalisering. Zo geven we richting aan de snelle en voortdurende ontwikkeling van de digitalisering.

Een waardengedreven digitalisering is gestoeld op vertrouwen van burgers en bedrijven. Daarom geeft BZK langs vijf lijnen richting aan de Werkagenda Digitalisering, die nog in 2022 aan de Kamer wordt verstuurd:

  • 1. Iedereen kan meedoen in het digitale tijdperk;

  • 2. Iedereen kan de digitale wereld vertrouwen;

  • 3. Iedereen heeft regie op het digitale leven;

  • 4. Een waardengedreven digitale (rijks)overheid die open werkt voor de burger;

  • 5. De digitalisering versterken in het Caribisch deel van het koninkrijk.

We verbeteren onder andere de privacy online door het naleven van de AVG door de overheid zelf aan te scherpen en privacy-by-design te waarborgen. We introduceren een Nederlandse publieke, vrijwillig te gebruiken, open source wallet en ontsluiten relevante gegevensbronnen. We versterken het toezicht op het gebruik van gegevens en algoritmes en we beschermen onze kinderen online met de doorontwikkeling van de Code Kinderrechten Online.

Digitale overheid

De overheid moet als digitale partner het goede voorbeeld geven. We werken aan een toegankelijke en inclusieve digitale overheid die de inwoner en ondernemer centraal stelt, op transparante wijze toegankelijke dienstverlening biedt en die is georganiseerd rond de belangrijke levensgebeurtenissen van mensen en organisaties. Daarom investeren we in één overheidsloket voor (digitale) dienstverlening, net zoals dat nu al bestaat voor ondernemers.

Moderne IT-architectuur

Met de Generieke Digitale Infrastructuur (GDI) creëren we een veilige digitale basis voor de uitvoering met bouwstenen als DigiD en Mijn Overheid. Hiermee realiseren we een moderne IT-architectuur. Tevens ontwikkelen we een federatief datastelsel voor het rechtmatig delen van (bron)gegevens en meer transparantie voor inwoners over het gebruik van die gegevens. Ook de Basisregistratie Personen (BRP) wordt stapsgewijs gemoderniseerd naar de eisen en wensen van deze tijd.

In het Caribisch deel van het Koninkrijk is veel van wat wij vanzelfsprekend vinden dat nog niet. Daarom onderzoeken we daar de invoering van het BSN en maken we – waar zinvol en mogelijk – de GDI toegankelijk en ontsluiten we de digitale overheid.

Digitaal vakmanschap en agile werkwijze

In de I-strategie Rijk 2021-2025 hebben we samen met de kerndeparte­ menten en grote uitvoeringsorganisaties de tien belangrijkste thema's voor de informatievoorziening van het Rijk bepaald. In 2023 wordt verder uitvoering gegeven aan de realisatie van deze I-strategie. Dit doen we bijvoorbeeld door de informatiehuishouding van de overheid verder te professionaliseren en te werken aan digitaal vakmanschap.

Vanwege de toenemende digitale dreigingen investeren we in meer digitale weerbaarheid bij (publieke) bestuurders. Security-by-design en securitystandaarden (Baseline Informatiebeveiliging Overheid) worden integraal onderdeel van de inkoopeisen voor ICT- producten en -diensten. We bestrijden versnippering in wet- en regelgeving met de Wet Digitale Overheid om de informatieveiligheid van het openbaar bestuur te vergroten.

2.2 Belangrijkste beleidsmatige mutaties

Tabel 2 Belangrijkste beleidsmatige uitgavenmutaties ten opzichte van vorig jaar (bedragen x € 1.000)
 

Art.

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Stand ontwerpbegroting 2022

 

8.058.270

7.400.531

7.330.431

7.445.879

7.528.341

0

Mutatie nota van wijziging 20221

 

491.200

315.000

319.000

49.200

23.200

0

Mutatie amendement 2022

 

31.000

31.000

1.000

1.000

1.000

0

        

Mutatie incidentele suppletoire begroting 20222

 

308.432

0

0

0

0

0

Mutatie eerste suppletoire begroting 2022 (incl. nota van wijziging )3

 

‒ 998.036

49.185

‒ 385.707

‒ 390.868

‒ 358.785

‒ 500.140

Mutatie tweede incidentele suppletoire begroting 20224

 

0

0

0

0

0

0

Mutatie derde incidentele suppletoire begroting 2022

 

193.450

143.900

3.600

3.600

1.400

0

Mutatie extrapolatie

 

7.750.284

        

Belangrijkste mutaties

       

1) Regio Deals vierde tranche

1

0

284.200

0

0

0

0

2) Bestuurlijke weerbaarheid

1

6.100

6.100

6.100

6.100

6.100

6.100

3) Specifieke uitkering bevolkingsdaling

1

11.245

0

0

0

0

0

4) Vijfde Tranche Woningbouwimpuls

3

0

221.875

0

0

0

0

5) Achtervangvergoeding NHG

3

61.653

0

0

0

0

0

6) Vervroegen inkomensafhankelijke huurverlaging

3

0

‒ 114.000

0

0

0

0

7) Doorwerking van stijging WML op huurtoeslag

3

18.400

150.500

27.250

17.000

17.000

17.000

8) Verhoging huurtoeslag

3

25.000

299.000

299.000

299.000

299.000

299.000

9) Wet Goed Verhuurderschap

3

0

‒ 16.592

‒ 7.404

‒ 7.404

‒ 7.404

‒ 7.404

10) Nationaal Isolatieprogramma

4

0

62.500

0

0

0

0

11) Lokale aanpak woningisolatie

4

0

150.000

150.000

0

0

0

12) Nationaal Programma Warmtetransitie

4

0

15.000

15.000

15.000

0

0

13) Omgevingswet

5

0

12.000

0

0

0

0

14) BRO Fase 2 - IenW

5

5.000

5.000

0

0

0

0

15) Centrale financiering GDI

6

0

155.783

147.783

147.783

147.783

147.783

16) Doorontwikkeling en innovatie

6

0

62.193

62.193

62.193

62.193

62.193

17) Werk aan Uitvoering

6

0

56.000

78.800

89.100

90.800

92.500

18) Additioneel budget informatiehuishouding

7

0

‒ 20.176

0

0

0

0

19) Loon- en prijsbijstelling herverkaveling

13

‒ 64.621

‒ 48.146

‒ 45.429

‒ 44.509

‒ 44.376

‒ 44.303

        

Overige mutaties

 

15.353

33.612

42.976

56.049

36.226

36.944

        

Stand ontwerpbegroting 2023

 

8.162.446

9.254.465

8.044.593

7.749.123

7.802.478

7.859.957

X Noot
1

nota van wijziging op de ontwerpbegroting 2022 (Kamerstukken II 2021/22, 35925 VII, nr. 50).

X Noot
2

Eerste incidentele suppletoire begroting 2022 (Kamerstukken II 2021/22, 36018, nr. 1)

X Noot
3

Inclusief nota van wijziging op de eerste suppletoire begroting 2022 (Kamerstukken II 2021/22, 36120 VII, nr. 3)

X Noot
4

Tweede incidentele suppletoire begroting 2022 (Kamerstukken II 2021/22, 36177, nr. 1) inclusief de nota van wijziging op de tweede incidentele suppletoire begroting 2022.

Toelichting

1. Regio Deals vierde tranche

Naar aanleiding van het Coalitieakoord (CA) is voor 2023 een bedrag van € 284,2 mln. in de begroting opgenomen voor het afsluiten van de nieuwe Regio Deals vierde tranche. De middelen zijn vanuit de Aanvullende Post bij het Ministerie van Financien naar de begroting van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) overgeheveld.

2. Bestuurlijke weerbaarheid

In de bestrijding van ondermijning worden voor het versterken van bestuurlijke weerbaarheid, middelen structureel overgeheveld van de begroting van Justitie en Veiligheid (VI) naar de begroting van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII). Het betreft middelen die in het kader van het tegengaan van ondermijning bij de Miljoennennota 2022 beschikbaar zijn gekomen.

3. Specifieke uitkering bevolkingsdaling

De invoering van het nieuwe verdeelmodel van de algemene uitkering gemeentefonds (B) is uitgesteld tot 2023. Daarom wordt voor 2022 de specifieke uitkering bevolkingsdaling verstrekt. Tot en met 2021 werden deze middelen verstrekt via een decentralisatie-uitkering. Hiervoor zijn middelen overgeheveld vanuit de begroting van het gemeen tefonds (B) naar de begroting van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksre laties (VII).

4. Vijfde tranche woningbouwimpuls

Dit betreft een overboeking van de middelen voor de vijfde tranche van de woningbouwimpuls en de daarbij behorende uitvoeringskosten van de Aanvullende Post van het ministerie van Financiën voor 2023.

5. Achtervangvergoeding NHG

Voor de achtervangfunctie van het Rijk bij de Nationale Hypotheekgarantie (NHG) draagt het Waarborgfonds Eigenwoning (WEW) een achtervangvergoeding af aan het Rijk. In 2021 bedroeg deze afdracht 0,3% van iedere nieuwe afgegeven hypotheekgarantie. Deze afdracht wordt doorberekend aan de consument. In 2022 heeft het Rijk de afdrachten over het boekjaar 2021, ter grootte van afgerond € 61,7 mln. ontvangen. Dit bedrag is in de daartoe bestemde risicovoorziening gestort. Ultimo eind 2021 bedroeg de risicovoorziening cumulatief € 326,4 mln.

6. Vervroegen inkomensafhankelijke huurverlaging

In de Nationale Prestatieafspraken was een huurverlaging voor sociale minima wonend in corporatiewoningen aangekondigd voor 2024. Om de koopkrachtdaling in 2023 al te verzachten, wordt deze huurverlaging al in 2023 uitgevoerd. Dit leidt tot een inverdieneffect in de huurtoeslag van ca. € 114 mln. Dit zal worden ingezet voor de (gedeeltelijke) dekking van de verhoging van de huurtoeslag in 2023.

7. Doorwerking van stijging WML op huurtoeslag

De verhoging van het wettelijk minimumloon leidt tot extra uitgaven huurtoeslag. De minimum-inkomensijkpunten in de huurtoeslag zijn wettelijk gekoppeld aan de bijstand en de AOW, die weer gekoppeld zijn aan het wettelijk minimumloon. Een verhoging hiervan leidt via de bijstand en de AOW ook tot extra uitgaven huurtoeslag.

8. Verhoging huurtoeslag

De opslag op de eigen bijdrage van de huurtoeslag wordt verlaagd van € 16,94 naar € 0. Hierdoor ontvangen vrijwel alle huurtoeslagontvangers ca. € 203 meer huurtoeslag per jaar.

9. Wet Goed Verhuurderschap

In het Coalitieakkoord is afgesproken dat gemeenten meer mogelijkheden krijgen om malafide erhuurderschap en discriminatie op de huurmarkt tegen te gaan. Deze afspraken worden grotendeels uitgevoerd met het wetsvoorstel Goed Verhuurderschap. Gemeenten worden gecompenseerd voor de extra kosten die voortkomen uit dit wetsvoorstel. Per 2023 worden deze middelen toegevoegd aan de Algemene Uitkering in het Gemeentefonds.

10. Nationaal Isolatieprogramma

Op de Aanvullende Post bij het ministerie van Financiën zijn middelen gereserveerd voor het Nationaal Isolatieprogramma. Vanuit deze middelen wordt er € 62,5 mln. overgeboekt voor de lokale aanpak woningisolatie.

11. Lokale aanpak woningisolatie

Om (kwetsbare) huishoudens te ondersteunen bij het nemen van energiebesparende maatregelen stelt het kabinet in 2023 en 2024 in totaal € 300 mln. beschikbaar voor het Nationaal Isolatieprogramma.

12. Nationaal programma Warmtetransitie

Het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie (NPLW) is een interbestuurlijk programma van het Rijk, VNG en IPO en ondersteunt gemeenten bij de lokale warmtetransitie door kennis en expertise beschikbaar te stellen over het vormgeven en uitvoeren van de lokale warmtetransitie. Aanvullend daarop is er een regionale ondersteuningsstructuur om de samenwerking tussen gemeenten te ondersteunen. De leer- en ontwikkelactiviteiten van het Programma Aardgasvrije Wijken en vanuit het Expertise Centrum Warmte gaan integraal op in het NPLW.

13. Omgevingswet

Deze middelen dienen als incidentele dekking in 2023 voor de beheerkosten van het Digitaal Stelsel Omgevingswet die gemeenten en provincies maken. Deze middelen worden overgeheveld vanuit de Aanvullende Post, die gereserveerd staan voor de Uitvoeringskosten Omgevingswet.

14. BRO Fase 2 - IenW

Dit betreft een overheveling vanuit het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (XII) als bijdrage voor de opname van gegevens over bodemverontreiniging in de Basisregistratie Ondergrond (BRO).

15. Centrale financiering GDI

De Generieke Digitale Infrastructuur (GDI) wordt vanaf 2023 centraal gefinancierd op de begroting van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII). Hiervoor zijn middelen overgeheveld vanuit alle departementen en de Aanvullende Post van het Ministerie van Financiën. Daarnaast worden middelen gedesaldeerd voor organisaties, die niet middels begrotingsmutaties kunnen bijdragen. De middelen zijn verdeeld over de verschillende leveranciers (Kamer van Koophandel, Logius, RvIG, RVO, KOOP, Telecom/ ICTU.

16. Doorontwikkeling en innovatie

De middelen voor doorontwikkeling en innovatie van de Generieke Digitale Infrastructuur (GDI) worden per 2023 overgeheveld van de Aanvullende Post van het Ministerie van Financiën. Ter borging van de continuïteit van de doorontwikkeling en innovatie ten behoeve van de GDI vanaf 2023, worden de middelen van de aanvullende post overgeboekt naar de investeringspost van de centrale financiering.

17. Werk aan Uitvoering

In het Coalitieakkoord is vastgelegd dat het kabinet werkt aan een overheid die betrouwbaar, dienstbaar, dichtbij en rechtvaardig is en het programma Werken aan Uitvoering voortzet. In de Ministerraad van 29 april 2022 is een verdeling van deze middelen over de verschillende ministeries vastgesteld. Met de uitvoering van dit programma wordt een bijdrage geleverd aan de geformuleerde handelingsperspectieven van het programma Werk aan Uitvoering.

18. Additioneel budget informatiehuishouding

Naar aanleiding van de kabinetsreactie POK, zijn middelen beschikbaar gesteld voor het op orde brengen van de informatiehuishouding. De verdeling aan de departementen van de additionele budgetten voor 2023 zijn vastgesteld. Onder andere J&V (€ 5,5 mln.), Defensie (€ 5 mln.) , Financiën (€ 3,1 mln.), I&W(€ 2,1 mln.) en EZK (€ 1,9 mln.) ontvangen conform de vastgestelde verdeling een additioneel budget voor 2023.

19. Loon- en prijsbijstelling herverkaveling

Betreft de loon - en prijsbijstelling overboeking voor Groningen en Versterken (artikel 10) naar het Ministerie van EZK in verband met de herverkaveling.

Tabel 3 Belangrijkste beleidsmatige ontvangstenmutaties t.o.v. vorig jaar (bedragen x € 1.000)
 

Art.

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Stand ontwerpbegroting 2022

 

1.097.581

1.293.356

1.263.158

1.256.958

1.239.594

0

Mutatie Nota van Wijziging 2022

 

0

0

0

0

0

Mutatie amendement 2022

 

0

0

0

0

0

        

Mutatie incidentele suppletoire begroting 20221

 

0

0

0

0

0

Mutatie eerste suppletoire begroting 2022

 

‒ 458.668

‒ 760.500

‒ 752.500

‒ 752.300

‒ 747.700

‒ 754.900

Mutatie derde incidentele suppletoire begroting 2022

 

0

140.300

95.000

0

0

0

Mutatie extrapolatie

 

1.237.946

        

Belangrijkste mutaties

       

1) Achtervangvergoeding NHG 2021

3

61.653

0

0

0

0

0

2) Kwijtschelden publieke schulden

3

0

‒ 4100

‒ 4100

‒ 2000

0

0

3) Centrale Financiering GDI

6

0

10.504

10.504

10.504

10.504

10.504

4) Bodemmaterialen

9

7.489

0

0

0

0

0

        

Overige mutaties

 

‒ 1.881

10

10

10

10

10

        

Stand ontwerpbegroting 2023

 

706.174

679.570

612.072

513.172

502.408

493.560

X Noot
1

Eerste incidentele suppletoire begroting 2022 (Kamerstukken II 2021/22, 36018 VII, nr. 1)

Toelichting

1. Achtervangvergoeding NHG 2021

Voor de achtervangfunctie van het Rijk bij de Nationale Hypotheekgarantie (NHG) draagt het Waarborgfonds Eigenwoning (WEW) een achtervangvergoeding af aan het Rijk. In 2021 bedroeg deze afdracht 0,3% van iedere nieuwe afgegeven hypotheekgarantie. Deze afdracht wordt doorberekend aan de consument. In 2022 heeft het Rijk de afdrachten over het boekjaar 2021, ter grootte van afgerond € 61,7 mln., ontvangen. Dit bedrag is in de daartoe bestemde risicovoorziening gestort. Ultimo eind 2021 bedraagt de risicovoorziening cumulatief € 326,4 mln.

2. Kwijtschelding publieke schulden

Ouders die in aanmerking komen voor een herstelregeling kinderopvangtoeslag krijgen de nog openstaande schulden bij de overheid kwijtgescholden. De ontvangstenraming van de huurtoeslag wordt hiervoor naar beneden bijgesteld. Compensatie hiervoor komt uit de Aanvullende Post van het Ministerie van Financiën.

3. Centrale financiering GDI

Voor een aantal gebruikers van de Generieke Digitale Infrastructuur is het niet mogelijk om bij te dragen middels begrotingsmutaties, zoals bijvoorbeeld in het geval van de waterschappen. Deze bijdragen worden op dit artikel ontvangen door middel van jaarlijkse facturatie. Deze middelen worden via desaldering toegevoegd aan de uitgavenkant voor de bijdrage aan agentschappen.

4. Bodemmaterialen

Dit betreft de definitieve afrekening van de bevoorschotting in 2021 aan het Rijksvastgoedbedrijf. Het gaat hier om de meerontvangsten uit de verkoop van bodemmaterialen.

2.3 Openbaarheidsparagraaf

Goede informatiehuishouding en informatievoorziening is een noodzakelijk element in onze democratische rechtsstaat. Burgers, bedrijven, NGO’s, het parlement, journalisten en de wetenschap dienen toegang te hebben tot de voor hen noodzakelijke informatie. Tijdens en na afloop van het maken van beleid en wetgeving dienen keuzes transparant te zijn. Juiste en toegankelijke informatie is ook nodig voor de degelijke bedrijfsvoering van de overheid zelf. Informatie is tenslotte de grondstof waarmee ambtenaren en overheidsorganisaties hun werk doen.

Binnen het Ministerie van BZK is het programma BZK Transparant in 2021 gestart. Het programma heeft als doel het verbeteren van de informatiehuishouding en informatievoorziening en de implementatie van de Wet open overheid (Woo). Het programma ondersteunt alle (beleids)onderdelen, agentschappen en uitvoeringsorganisaties van BZK bij de stappen om deze doelen te behalen.

Het programma zet in 2023 dezelfde lijn voort als de in 2021 gestarte initiatieven. Eén van de projecten binnen het programma is het project Openbaarmaking. Vanuit dit project wordt meegewerkt aan een transparanter BZK door middel van het bieden en regelen van kaders, instructies en ondersteuning. Dit project heeft deelresultaten met betrekking tot actieve openbaarmaking, passieve openbaarmaking en de verbetering van de informatiehuishouding.

Actieve openbaarmaking

Ten eerste betreft het de implementatie van de interdepartementale beleidslijn om beslisnota’s bij Kamerstukken actief openbaar te maken. Sinds 1 juli 2021 worden beslisnota’s bij Kamerstukken over beleidsvorming en wetgeving meegestuurd naar de Kamer. Dit wordt in het najaar van 2022 uitgebreid naar Kamerstukken over voortgang, kennisdeling, begroting en internationale en Europese onderhandelingen.

Een tweede implementatie betreft de invoering van de Wet open overheid binnen het ministerie. Zo is sinds 1 mei 2022 het Ministerie van BZK bereikbaar voor informatievragen via de contactpersoon Woo. Ander doel is om de (beleids)directies te ondersteunen in de voorbereidingen op de openbaarmaking van de verplichte openbaar te maken categorieën. Daarnaast zal vanuit dit traject een aansluiting worden gemaakt naar het rijksbrede platform voor openbare overheidsinformatie (PLOOI). Naar verwachting wordt in 2023 gestart met het verplicht actief openbaar maken van de eerste categorieën.

Verder wordt in 2022 gewerkt aan de uitvoering van meerdere pilots met het actief openbaar maken van dossiers. Het doel van deze pilots is om in samenwerking met beleidsdirecties kennis en ervaring op te doen in de werkwijze hoe informatie over een bepaald dossier actief openbaar te maken. Het gaat veelal om het verzamelen van de benodigde informatie (uit de verschillende systemen) en het maken van gezamenlijke afwegingen welke informatie relevant is voor openbaarmaking. Dit vereist een multidisciplinaire benadering vanuit beleid, juridische advisering en informatiespecialisten. De verwachting is dat medio 2023 deze pilots zijn afgerond.

Passieve openbaarmaking

Vanuit de directie CZW en het project Openbaarmaking wordt samengewerkt aan de verbetering van de passieve openbaarmaking. Het doel van deze verbetering ligt nadrukkelijk op het inkorten van de huidige afhandeltermijnen. Daartoe worden meerdere wegen bewandeld, waaronder het optimaliseren van het interne proces bij de behandeling van Woo-verzoeken. Sinds medio 2022 wordt meer ingezet op monitoring en periodieke terugkoppeling van de status naar de beleidsonderdelen. En in het najaar van 2022 wordt gestart met een gewijzigde structuur van besluiten met betrekking tot Woo-verzoeken.

Verbetering van de informatiehuishouding

Wat je niet kunt vinden, kun je ook niet openbaar maken. Een goede informatiehuishouding (IHH) is essentieel hiervoor. In 2022 hebben (bijna) alle onderdelen van BZK een eigen verbeterplan IHH en Informatievoorziening (IV) opgesteld. Deze plannen geven inzicht in de huidige knelpunten per onderdeel en de daaraan gerelateerde verbetermaatregelen die tot en met 2023 worden uitgevoerd. Dit vindt plaats aan de hand van vier actielijnen.

Vanuit de actielijn Informatievolume is in de verbeterplannen onder meer gekeken naar de wijze van samenwerking aan informatie (zoals werkafspraken) en de mate van kennis van de richtlijnen. Het programma BZK Transparant streeft ernaar om de informatie die verspreid staat over diverse opslagbronnen goed doorzoekbaar en makkelijk vindbaar te maken.

Vanuit de actielijn Informatiesystemen wordt onder meer een analyse gemaakt van de huidige informatiesystemen, bij alle onderdelen. Dit als eerste stap naar een meer eenduidig informatielandschap.

Vanuit de actielijn Bestuur/naleving wordt onder meer gewerkt aan het inrichten van een dashboard IHH en IV. Om op die manier de onderdelen een gebruiksvriendelijk en helder sturingsinstrument te bieden.

Vanuit de actielijn Informatieprofessionals wordt de huidige en de benodigde personele capaciteit voor de IHH inzichtelijk gemaakt. Dit betekent ook het inzichtelijk maken wat nodig is om de KWIV-profielen, waarbij KWIV staat voor Kwaliteitsraamwerk Informatievoorziening, te kunnen toepassen binnen de organisatie.

2.4 Strategische Evaluatie Agenda

De Strategische Evaluatie Agenda (SEA) is een instrument dat is ontwikkeld aan de hand van de vierde voortgangsrapportage Inzicht in Kwaliteit (Kamerstukken II 2020/21, 31865, nr. 184). De SEA biedt een overzicht van de beleidsthema’s, een korte toelichting op de inzichtbehoefte per thema, en een daarbij passende agendering van evaluatieonderzoek. Het doel is om meer inzicht in de beleidsthema’s te krijgen, en continue verbetering van beleid en uitvoering te stimuleren.

De SEA bevat een overzicht van alle geplande beleidsdoorlichtingen per beleidsartikel eens in de vier tot zeven jaar. Ook biedt de SEA een overzicht van alle overige ex-ante, ex-durante en ex-post onderzoeken naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van beleid. Hieronder vallen ook de evaluaties van subsidies en andere instrumenten, agentschappen en zelfstandige bestuursorganen (ZBO).

Bijlage 6: Uitwerking Strategische Evaluatie Agenda bevat een nadere toelichting op de SEA. Hierin is een formulering van de kennisbehoefte per richtingwijzer van BZK opgenomen. Daarnaast kan hier de volledige onderzoeksprogrammering per richtingwijzer gevonden worden.

Tabel 4 Planning Strategische Evaluatie Agenda

Thema

Type onderzoek

Afronding

Toelichting onderzoek

Begrotingsartikel

Sterke en levendige democratie

Ex-post

2022

Evaluatie gemeenteraadsverkiezingen

1.2 Democratie

Ex-durante

2022

Evaluatie programma Leefbaarheid en Veiligheid

Ex-post

2022

Analyse effecten wijziging kiesstelsel

Ex-durante

2023

Onderzoek naar gebiedsgerichte aanpak van leefbaarheid en veiligheid

Beleidsdoorlichting

2023

Beleidsdoorlichting Openbaar bestuur en democratie

Ex-durante

2023, 2025, 2027

Staat van het Bestuur

Goed functionerend openbaar bestuur

Ex-durante

2021-2022

Community of Practice Agenda Stad/Citydeals

1.1 Bestuur en regio

Ex-durante

2021-2023

Onderzoek Publieke waardecreatie door Bestuurlijk Regionale Ecosystemen

Ex-post

2023

Evaluatie Decentralisatie Uitkering (DU) Groeiopgave Almere

Beleidsdoorlichting

2023

Beleidsdoorlichting Openbaar bestuur en democratie

Ex-durante

2023 en verder

Monitor en leertraject Regio Deals

Ex-durante

2023 en verder

Innovatiemonitor evaluatie Agenda, Stad en Regio

Ex-durante

2023, 2025, 2027

Staat van het Bestuur

Ex-post

2022 en verder

AIVD jaarverslag

2 Nationale Veiligheid

Duurzaam wonen voor iedereen

Ex-ante

2022

Onderzoek huurregelgeving t.b.v. Klimaatakkoord (doorwerking standaard en streefwaarden in WWS en mogelijkheden tot huurverlaging)

3.1 Woningmarkt

ZBO doorlichting

2022

ZBO doorlichting Huurcommissie

Agentschapsdoorlichting

2022

Agentschapsdoorlichting Dienst van de Huurcommissie

Ex-ante

2022

IBO wonen en zorg

Ex-ante

2022

IBO vermogensongelijkheid

Beleidsdoorlichting

2023

Beleidsdoorlichting Woningmarkt

Ex-post

2023

Evaluatie Wet modernisering Huurcommissie

ZBO doorlichting

2024

ZBO doorlichting Stichting Visitatie Woningcorporatie Nederland

Ex-post

2025

Evaluatie differentiatie inkomensgrenzen

Ex-post

2025

Evaluatie differentiatie overdrachtsbelasting

Ex-post

2025

Evaluatie nieuwe huisvestingswet

Ex-durante

2021 en verder

Jaarlijkse monitor Woningbouwimpuls

3.3 Woningbouw

Beleidsdoorlichting

2023

Beleidsdoorlichting Woningmarkt

Ex-durante

2023-2026

Jaarlijkse monitor Volkshuisvestingfonds

Ex-post

2026

Eindevaluatie Volkshuisvestingsfonds

Beleidsdoorlichting

2022

Beleidsdoorlichting Energietransitie gebouwde omgeving

4.1 Energietransitie gebouwde omgeving

Ex-durante

2022 ‒ 2024

Evaluatie Warmtefonds

Ex-durante/Ex-post

2022 ‒ 2024

Evaluatie Programma Aardgasvrije Wijken (PAW)

Ex-post

2023

Evaluatie Programma Reductie Energiegebruik (PRE)

Beleidsdoorlichting

2022

Beleidsdoorlichting Bouwregelgeving en bouwkwaliteit

4.2 Bouwkwaliteit

ZBO doorlichting

2025

ZBO doorlichting Toelatingsorganisatie Kwaliteitsborging Bouw

Ex-post

2026

Evaluatie Wet kwaliteitsborging voor het bouwen

Evenwichte en duurzame verdeling van ruimte

Ex-durante

2022

Monitoring NOVI (Planbureau voor de leefomgeving)

5.1 Ruimtelijke ordening

Ex-post

2024/2025

Vierjaarlijkse evaluatie van de uitvoering van de NOVI

ZBO doorlichting

2026

ZBO doorlichting Kadaster

Beleidsdoorlichting

2027

Beleidsdoorlichting Ruimtelijke ordening en Omgevingswet

Ex-durante

2023 en verder

Jaarlijkse monitoring Omgevingswet

5.2 Omgevingswet

Ex-durante

2023, 2024, 2028

Financiële onderzoeken Omgevingswet

Ex-post

2026

Evaluatie beheersovereenkomst

Ex-post

2026 ‒ 2027

Evaluatie Omgevingswet

Beleidsdoorlichting

2027

Beleidsdoorlichting Ruimtelijke ordening en Omgevingswet

Waarden-gedreven digitale samenleving

Beleidsdoorlichting

2021

Beleidsdoorlichting Overheidsdienstverlening, informatiebeleid en informatiesamenleving

6.2 Overheidsdienstverlening, informatiebeleid en informatiesamenleving

Agentschapsdoorlichting

2023

Agentschapsdoorlichting Logius

Ex-durante

2023

Staat van de Dienstverlening

Beleidsdoorlichting

2026

Beleidsdoorlichting artikel 6.2 Overheidsdienstverlening, informatiebeleid en informatiesamenleving

Beleidsdoorlichting

2020

Beleidsdoorlichting Reisdocumenten en Basisadministratie Personen

6.5 Identiteitsstelsel

Agentschapsdoorlichting

2023

Agentschapsdoorlichting Rijksdienst voor de Identiteitsgegevens

Ex-post

2023

Evaluatie Wet wijziging BRP

Beleidsdoorlichting

2024

Beleidsdoorlichting artikel 6.5 Identiteitsstelsel

Beleidsdoorlichting

2021

Beleidsdoorlichting artikel 6.6 Investeringspost digitale overheid

6.6 Investeringspost digitale overheid

Ex-durante

2023

Evaluatie BIO

Beleidsdoorlichting

n.n.b.

Beleidsdoorlichting artikel 6.7 Hoogwaardige dienstverlening één overheid

6.7 Hoogwaardige dienstverlening één overheid

Ex-post

2026

Evaluatie Wet elektronische publicaties

Grenzeloos samenwerkende (Rijks-)overheid

Ex-ante

2021

IBO Agentschappen

7.1 Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid

Ex-durante

2022-2027

Jaarrapportage Bedrijfsvoering Rijk 2021 ‒ 2026

Agentschapsdoorlichting

2023

Agentschapsdoorlichting P-Direkt

Agentschapsdoorlichting

2024

Agentschapsdoorlichting SSC-ICT

Beleidsdoorlichting

2024

Beleidsdoorlichting artikel 7.1 Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid

Agentschapsdoorlichting

2025

Agentschapsdoorlichting FMH

ZBO doorlichting

2025

ZBO doorlichting Het Huis voor de Klokkenluiders

Ex-post

2025

Evaluatie bestedingsplan «Staat van de uitvoering»

Agentschapsdoorlichting

n.n.b.

Agentschapsdoorlichting UBR

Beleidsdoorlichting

2024

Beleidsdoorlichting artikel 7.2 Pensioenen en uitkeringen

7.2 Pensioenen en uitkeringen

Agentschapsdoorlichting

2022

Agentschapsdoorlichting Rijksvastgoedbedrijf

9.1 Doelmatige Rijkshuisvesting

Beleidsdoorlichting

2021

Beleidsdoorlichting Doelmatige Rijkshuisvesting

9.2 Beheer materiele activa

2.5 Overzicht risicoregelingen

Rijkshypotheekgaranties

Tabel 5 Overzicht verstrekte garanties (bedragen x € 1.000)

Art.

Omschrijving

Uitstaande garanties 2021

Geraamd te verlenen 2022

Geraamd te vervallen 2022

Uitstaande garanties 2022

Geraamd te verlenen 2023

Geraamd te vervallen 2023

Uitstaande garanties 2023

Garantieplafond

Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid

Rijkshypotheekgaranties

9

0

3

6

0

3

3

3

 

Totaal

9

0

3

6

0

3

3

3

Toelichting

Het betreft de aflopende regeling Rijkshypotheekgaranties. Bij beschikking van 23 augustus 1974, nr. AB74/U1271, van de Minister van Binnenlandse Zaken, is de mogelijkheid gecreëerd om onder bepaalde voorwaarden een hypotheekgarantie te verlenen voor tijdige betaling van rente en aflossing op een hypothecaire geldlening, die in verband met de aankoop van een woning is afgesloten. Er is nog één garantie geldig. De garantie vervalt in 2024. Het theoretische risico bedraagt in 2023 € 3.000. Voor deze garantie is geen begrotingsreserve aanwezig en wordt geen premie afgedragen als vergoeding voor de afgegeven garantie.

Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW)

Tabel 6 Achterborgstellingen Sociale Woningbouw (WSW) (bedragen x € 1 mln.)

Omschrijving

20211

20222

20232

Achterborgstelling

83.021

88.365

95.945

Bufferkapitaal

532,0

541

576

Obligo

2.233

2.592

2.814

Stand risicovoorziening

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

X Noot
1

Bron: Jaarrekening WSW.

X Noot
2

Prognose

Toelichting

Het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) zorgt dat de deelnemende woningcorporaties toegang hebben tot de kapitaalmarkt tegen zo optimaal mogelijke financieringskosten. Dit doet WSW door borg te staan voor de rente- en aflossingsverplichting van door WSW geborgde leningen van woningcorporaties. Op het moment dat een woningcorporatie niet aan de rente- en aflossingsverplichting voor een door WSW geborgde lening voldoet, kan een geldverstrekker aanspraak maken op WSW.

Het Rijk en de gemeenten vormen de achtervang voor het WSW. Dit houdt in dat het Rijk en de gemeenten (beide voor 50%) renteloze leningen aan WSW verstrekken indien WSW onvoldoende liquide middelen heeft om aan zijn verplichtingen te voldoen.

Het WSW beschikt over een eigen risicovermogen/bufferkapitaal en kan daarnaast indien nodig een jaarlijkse obligoheffing van maximaal 0,25% van het uitstaande saldo van geborgde leningen in rekening brengen bij de deelnemende woningcorporaties, evenals gecommitteerd obligo opvragen tot 2,6% van het saldo geborgde leningen. Financiële problemen bij corporaties worden in eerste instantie dus opgevangen door WSW en de corporatiesector zelf via bufferkapitaal en obligo. Pas daarna komen Rijk en gemeenten in beeld via de achtervang. De achtervang is tot op heden nog nooit aangesproken. De kans dat dit in de toekomst zal gebeuren, wordt klein geacht. Het WSW stuurt op een zekerheidsniveau van 99% wat betekent dat het WSW in een bepaald jaar voor de dekking van zijn eventuele verliezen met 99% zekerheid geen beroep hoeft te doen op de achtervang.

Per eind 2021 heeft WSW € 83,3 mld. aan leningen geborgd. Overeenkomstig de in 2021 ingevoerde systematiek uit het Strategisch Programma is het beschikbare risicokapitaal gedaald.

Voor 2022 (+ € 5 mld.) en 2023 (+ € 7,5 mld.) wordt een significante groei van het totaal door het WSW geborgde leningen voorzien. Via obligoheffingen en groter gecommitteerd obligo wordt daarom in dezelfde periode het risicokapitaal vergroot.

Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW)

Tabel 7 Achterborgstelling Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW) (bedragen x 1. mln.)

Omschrijving

20211

20222

20232

Achterborgstelling

196.328

196.436

198.626

Bufferkapitaal

1.608

1.635

1.674

Obligo

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Stand risicovoorziening

326

368

418

X Noot
1

Bron: Jaarrekening WEW.

X Noot
2

Prognose

Toelichting

De Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW) is de uitvoerder van de Nationale Hypotheek Garantie (NHG). Het Rijk vormt de achtervang van het WEW. Dit betekent dat het Rijk een achtergestelde renteloze lening aan het WEW zal verschaffen zodra het WEW onvoldoende vermogen heeft om aanspraken op de garantstelling te kunnen betalen. Tot 2011 vormde het Rijk samen met de gemeenten de achtervang van het WEW. Vanaf 1 januari 2011 vervult alleen het Rijk deze rol. Voor de oude gevallen blijven de gemeenten verantwoordelijk voor 50% van de achtervang. Een geldnemer betaalt voor een hypothecaire lening met NHG een eenmalige premie van 0,6% aan het WEW, waarvan het WEW 0,3%-punt afdraagt aan het Rijk als vergoeding voor diens rol als achtervanger. Deze achtervang vergoeding wordt gestort in de in de tabel genoemde risicovoorziening waaruit een eventuele aanspraak op de achtervang allereerst zal worden opgevangen.

Het gegarandeerd vermogen is het bedrag aan hypotheken waarop een NHG is afgegeven verminderd met het bedrag aan garanties dat is vervallen door volledige aflossing, oversluiting of gedwongen verkopen verminderd met de annuïtaire daling van de garantie. Nieuwe garanties zullen een positief effect op het gegarandeerd vermogen hebben. Het gegarandeerd vermogen is geen weergave van het risico dat het WEW en de overheid (als achtervanger van het fonds) lopen. Tegenover de hypothecaire leningen staat de actuele waarde van de desbetreffende woningen. Het risicodragend gegarandeerd vermogen is het vermogen gecorrigeerd voor de waarde van de desbetreffende woningen bij gedwongen verkoop en is daarmee een inschatting van de maximale schadelast voor het WEW als alle lopende hypotheekgaranties uitmonden in een gedwongen verkoop. Eind 2021 bedroeg het risicodragend gegarandeerd vermogen € 4,4 mld.

2.6 Overzicht Coronamaatregelen

Deze paragraaf geeft een overzicht van de maatregelen die op de begroting van BZK zijn genomen. Een uitgebreid overzicht is te vinden op www.rijksfinancien.nl/overheidsfinancien-coronatijd.

Tabel 8 Coronamaatregelen op de begroting Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (bedragen x € 1 mln.)

Art.

Omschrijving maatregel

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Vindplaats

1

Lokale culturele voorzieningen

4,1

0

0

0

0

0

0

Kamerstukken II 2019/20, 35823, nr. 1

1

Verkiezingen 2021

4,9

0

0

0

0

0

0

Kamerstukken II 2020/21, 35570 VII, nr. 73

1

Grenstesten

0,4

0

0

0

0

0

0

Kamerstukken II 2020/21, 35823, nr. 1

Kamerstukken II 2020/21, 25295, nr. 1175

3

Lagere terugontvangsten huurtoeslag door verlaging terugvorderingsrente

7,2

8,1

1,8

0

0

0

0

Kamerstukken II 2019/20, 35553, nr. 1

4

Specifieke uitkering ventilatie in scholen

126,6

73,4

0

0

0

0

0

Kamerstukken II 2019/20, 35478, nr. 1

Kamerstukken II 2020/21, 35570 VII, nr. 73

Kamerstukken II 2020/21, 32846, nr. 703

Kamerstukken II 2021/22, 36018, nr. 1

 

Totaal

143,2

81,532

1,8

0

0

0

0

 

Lagere terugontvangsten huurtoeslag door verlaging terugvorderingsrente

Tot juli 2022 is als gevolg van de coronamaatregelen door de Belastingdienst tijdelijk het percentage van de invorderingsrente verlaagd. Per juli 2022 zal het percentage van de invorderingsrente stapsgewijs worden opgebouwd. Deze stapsgewijze opbouw leidt tot minder ontvangsten bij de huurtoeslag. Voor Toeslagen geldt bovendien dat er bij de opstart van de gepauzeerde invorderingen betalingsregelingen worden aangeboden zonder invorderingsrente. Indien er een betalingsregeling wordt overeengekomen en nagekomen, dan wordt er geen invorderingsrente gerekend over de gepauzeerde vorderingen.

3. Beleidsartikelen

3.1 Artikel 1. Openbaar bestuur en democratie

A. Algemene doelstelling

Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) werkt aan een slagvaardig en betrouwbaar openbaar bestuur waarop inwoners kunnen vertrouwen en wat oog heeft voor de menselijke maat. Een openbaar bestuur dat samen met de samenleving in staat is de maatschappelijke opgaven op te lossen. Veranderingen in onze maatschappij beïnvloeden hoe ons bestuur en onze democratie werkt. Om waarden als legitieme besluitvorming, slagkrachtig openbaar bestuur en transparantie daarbij te behouden en democratische waarden en vrijheden te borgen en versterken, is continue aandacht nodig voor de werking en inrichting van democratie en bestuur.

B. Rol en verantwoordelijkheid

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) heeft de zorg voor het goed functioneren van het openbaar bestuur van ons land.

Burgers verlangen in toenemende mate maatwerk van de overheid. Dat vraagt om een overheid die in kan spelen op hun individuele behoeften en om kan gaan met uiteenlopende maatschappelijke opgaven op verschillende schaalniveaus. Daarnaast zijn er grote maatschappelijke opgaven die we als overheden alleen samen met de samenleving kunnen oplossen. Om hier goed op in te kunnen spelen organiseren we de overheid zo dicht mogelijk bij de burger en met betrokkenheid van de burger.

Met het oog op de doelen binnen dit beleidsartikel is een gezamenlijke inzet van gemeenten, provincies, waterschappen en het Rijk nodig. Niet alleen om zo effectief en efficiënt mogelijk te werken, maar met voortdurende aandacht voor de legitimatie van het overheidshandelen. De belangrijkste pijler daarin is de democratische legitimatie.

De slagvaardigheid en legitimatie van het openbaar bestuur vraagt om een zo helder mogelijke taakverdeling tussen de overheden, financiering die daarbij aansluit, draagkracht in de uitvoering, onderlinge afstemming en samenwerking, betrokkenheid van burgers, ruimte voor maatwerk en zorg voor en toerusting van de mensen werkzaam in het openbaar bestuur.

De Minister van BZK is hoeder van de Grondwet (GW).

De Minister van BZK is verantwoordelijk voor:

Stimuleren

  • Om de slagvaardigheid van het openbaar bestuur te versterken stimuleert de Minister van BZK de samenwerking tussen overheden en het werken als één overheid, onder meer via de Regio Deals, Agenda stad en de City Deals.

  • Ter versterking van het democratisch bestel werkt de Minister van BZK aan een sterkere verbinding van inwoner en overheid, aan betere toerusting en ondersteuning van politieke ambtsdragers en aan een weerbaarder bestuur. De minister stimuleert en faciliteert betrokken partijen en draagt zorg voor kennisontwikkeling en –verspreiding. Concrete voorbeelden zijn Zicht op Ondermijning en Netwerk Weerbaar bestuur.

  • Minister van BZK stimuleert, vanuit haar verantwoordelijkheid voor de Grondwet, het mensenrechtenbeleid in Nederland.

  • De Minister van BZK heeft een stimulerende rol voor een betrouwbare overheid door medeondertekening van de Algemene wet bestuursrecht. Deze wet is kaderstellend voor een behoorlijk bestuur.

  • De Minister van BZK draagt (mede in reactie op het rapport Ongekend onrecht) zorg voor een betere dienstverlening aan de burger vanuit alle onderdelen van de overheid (Kamerstukken II 2020/21, 35510, nr. 4).

  • Medeoverheden worden gecompenseerd voor de uitgaven en derving van inkomsten als gevolg van het kwijtschelden van publieke schulden aan gedupeerden van de toeslagenaffaire (Stcrt. 2021, 47680).

Financieren

  • Op basis van de Financiële-verhoudingswet (Fvw) is de Minister van BZK - samen met de Staatssecretaris van Financiën (de fondsbeheerders) - verantwoordelijk voor het beheer van het gemeente- en provinciefonds. De middelen voor beide fondsen kennen een eigen begroting (gemeentefonds en provinciefonds) maar het beheer kan niet los gezien worden van de rest van het stelsel. Op basis van de Gemw en PW is de Minister van BZK verantwoordelijk voor het stelsel van decentrale belastingen.

  • Tevens financiert de Minister van BZK de rechtspositionele regelingen van (voormalige) politieke ambtsdragers.

Regisseren

  • Op basis van artikel 2 van de Fvw wordt van beleidsvoornemens van het Rijk, die leiden tot een wijziging van de uitoefening van taken of activiteiten door provincies of gemeenten, aangegeven wat de financiële gevolgen zijn van deze wijziging voor provincies of gemeenten. Hiernaast dient te worden aangegeven via welke bekostigingswijze de financiële gevolgen voor de provincies of gemeenten kunnen worden opgevangen. Hierover vindt overleg plaats met de Minister van BZK en de Minister van Financiën.

  • Op basis van de Gemeentewet (Gemw) en Provinciewet (PW) is de Minister van BZK daarnaast verantwoordelijk voor de interbestuurlijke verhoudingen en het Rijksbeleid dat de medeoverheden raakt. De minister coördineert hierbij het overleg tussen het Rijk en de medeoverheden. Door de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) waarvoor de Minister van BZK verantwoordelijk is, kunnen gemeenten, provincies en waterschappen samenwerken in publiekrechtelijke constructies.

  • Betrouwbare en transparante verkiezingen zijn essentieel voor het vertrouwen in de democratie. De Minister van BZK is verantwoordelijk voor de Kieswet (KW), die de verkiezingen voor de leden van de Eerste Kamer en Tweede Kamer der Staten-Generaal, het Europees Parlement, Provinciale Staten, algemene besturen van waterschappen, eilandsraden en gemeenteraden regelt.

  • De Minister van BZK is verantwoordelijk voor de aanpak van discriminatie en de daarbij behorende wetgeving, zoals de Algemene wet gelijke behandeling en de Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen. De Mininister van BZK heeft een coördinerende rol in de aanpak van discriminatie.

Uitvoeren

  • Politieke partijen vervullen een cruciale rol in de democratie. De Minister van BZK voert de Wet financiering politieke partijen(Wfpp) uit en financiert deze ook.

  • De Minister van BZK geeft uitvoering aan het Nederlandse decoratiestelsel en aan de ontslag- en benoemingsprocedures van burgemeesters, commissarissen van de Koning en leden van de Hoge Colleges van Staat.

  • Om het stelsel van het openbaar bestuur te ondersteunen voert de minister onderzoek uit en ontwikkelt zij kennisproducten, zoals de Staat van het Bestuur en de website www.findo.nl.

De Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) is verantwoordelijk voor:

Stimuleren

  • Om de leefsituatie en het perspectief van bewoners in de kwetsbaarste gebieden te verbeteren, stimuleert de Minister voor VRO de interdepartementale en interbestuurlijke samenwerking via het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid. De minister faciliteert alle betrokken partijen door zorg te dragen voor kennisontwikkeling en –verspreiding.

Regisseren

  • De Minister voor VRO coördineert aan rijkszijde de integrale aanpak van de grootstedelijke problematiek vanuit het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid.

  • De minister kan op basis van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek op verzoek van de gemeenteraad wooncomplexen of straten aanwijzen waarin aan woningzoekende huurders eisen kunnen worden gesteld of voorrang wordt verleend. Op basis van de Wet aanpak woonoverlast (artikel 151d van de Gemw) is de minister stelselverantwoordelijk om hiermee gemeenten de mogelijkheid te bieden ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden tegen te gaan door middel van het opleggen van een gedragsaanwijzing.

  • Daar waar het juridisch instrumentarium ontoereikend is voor het oplossen van de grootstedelijke problematiek en een integrale aanpak in de weg staat, zal door de Minister voor VRO meer ruimte worden gecreëerd voor experimenten en maatwerk.

C. Beleidswijzigingen

Verkiezingen

De regering vindt het van belang de kwaliteit van het verkiezingsproces te versterken. Dat wordt ook onderschreven door de Kiesraad, de Vereniging Nederlandse Gemeenten en de Nederlandse Vereniging voor Burgerzaken in de gezamenlijke Verkiezingsagenda 2030 die 18 juni 2021 aan het parlement is verzonden (Kamerstukken II 2020/21, 35165, nr. 40). Vanaf 2023 worden hier structureel extra middelen voor vrijgemaakt, waarbij ook gemeenten worden tegemoetgekomen in de stijgende uitvoeringskosten van het verkiezingsproces. De kwaliteitsversterking richt zich onder meer op de verzwaring van de rol van de Kiesraad in het verkiezingsproces en de verbetering en vereenvoudiging van de procedure rondom kandidaatstellingen. Als de Wet nieuwe procedure vaststelling verkiezingsuitslagen in werking treedt wordt een aantal wijzigingen in de Kieswet (KW) ingevoerd, zoals de introductie van een nieuwe manier van vaststellen van verkiezingsuitslagen.

Politieke partijen

Voor het goed functioneren van de democratie is het van belang om de transparantie over de financiering van politieke partijen te vergroten en het risico van onwenselijke buitenlandse beïnvloeding te beperken. Het voorstel tot wijziging van de Wet financiering politieke partijen in verband met de evaluatie van deze wet (Evaluatiewet Wfpp) (Kamerstukken II 2020/21, 35657, nr. 2) bevat hier maatregelen voor. Zo moeten politieke partijen gaan melden wie de uiteindelijk belanghebbenden achter giften van rechtspersonen zijn, komt er een actuele meldplicht voor giften vanaf € 10.000,- per donateur per jaar en wordt voorgesteld om giften van buiten Nederland te verbieden. Het voorstel is op 12 april 2022 aangenomen door de Tweede Kamer en in behandeling bij de Eerste Kamer.

Regio Deals

In de vorige kabinetsperiode is gestart met een Regio Enveloppe en het maken van Regio Deals tussen het Rijk en de verschillende regio’s onder eindverantwoordelijkheid van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) in afstemming met de Minister van BZK.

In het huidige Coalitieakkoord (CA) ‘Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst’ is opgenomen dat de Regio Deals worden voortgezet. Hiervoor is een incidenteel bedrag van € 900 mln. gereserveerd voor nieuwe Regio Deals. Daarbij is afgesproken dat de Minister van BZK verantwoordelijk is voor zowel de inrichting en uitvoering van de nieuwe Regio Deals als voor de uitvoering van de bestaande Regio Deals.

De afgelopen jaren zijn er dertig Regio Deals gesloten. In 2023 zal er een nieuwe tranche Regio Deals worden afgesloten. Het gaat daarbij om het verbeteren van de brede welvaart in de regio's en dan met name in de regio’s waar die brede welvaart het meest onder druk staat. Bij de verdere uitwerking van de nieuwe Regio Deals wordt per regio kritisch gekeken naar de opgaven en de vraagstukken die er spelen in dat specifieke gebied en hoe er zo doeltreffend mogelijk omgegaan kan worden met inzet van middelen. Hierbij wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van de bestaande kennis en ervaring bij het Rijk en de regio. Daarnaast wordt nadrukkelijk ook de link gelegd met andere gebiedsgerichte trajecten, zodat daar werk met werk gemaakt kan worden.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 9 Budgettaire gevolgen van beleid art. 1 Openbaar bestuur en democratie (bedragen x € 1.000)
 

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Verplichtingen

110.874

105.104

392.387

110.721

97.174

96.396

94.396

        

Uitgaven

101.285

107.262

394.545

112.879

97.174

96.396

94.396

        

1.1 Bestuur en regio

39.255

41.946

315.407

33.749

23.126

22.378

22.378

Subsidies (regelingen)

POK - Multiproblematiek

154

1.569

969

969

1.400

1.400

1.400

POK - Antidiscriminatie

13

150

150

150

150

150

150

Oorlogsgravenstichting

3.738

3.724

3.724

3.718

3.718

3.718

3.718

Bestuur en regio

2.692

3.333

1.909

1.623

1.378

1.359

1.209

POK - Basisinfrastructuur

0

4.500

5.500

10.000

0

0

0

Opdrachten

POK - Multiproblematiek

40

1.083

800

800

800

800

800

Bestuur en regio

1.461

2.125

2.525

2.525

3.875

3.875

4.025

Grenstesten Duitsland Covid-19

344

0

0

0

0

0

0

POK - Antidiscriminatie

65

347

420

420

420

920

920

Regiodeals

0

1.513

2.893

1.230

1.229

0

0

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

Diverse bijdragen

587

259

259

257

257

257

257

POK - Antidiscriminatie

23

0

0

0

0

0

0

Bijdrage aan medeoverheden

Compensatiepakket Zeeland

9.479

0

0

0

0

0

0

Lokale culturele voorzieningen

4.102

0

0

0

0

0

0

Groeiopgave Almere

9.277

9.364

9.364

9.364

9.364

9.364

9.364

Evides

6.250

1.250

1.250

1.250

0

0

0

Diverse bijdragen

0

40

0

0

0

0

0

Regiodeals

0

0

284.200

0

0

0

0

Bevolkingsdaling

0

11.245

0

0

0

0

0

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

Bijdragen internationaal

35

36

36

35

35

35

35

Bijdrage aan agentschappen

RVB

87

0

0

0

0

0

0

RWS

908

908

908

908

0

0

0

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

POK - Multiproblematiek

0

500

500

500

500

500

500

        

1.2 Democratie

62.030

65.316

79.138

79.130

74.048

74.018

72.018

Subsidies (regelingen)

Politieke partijen

27.646

29.449

28.861

28.837

24.958

24.958

24.958

Comité 4/5 mei

118

122

122

122

122

122

122

ProDemos

8.125

9.009

9.009

8.994

8.994

8.994

8.994

Verbinding inwoner en overheid

4.309

2.660

1.534

1.522

1.522

1.507

1.507

Toerusting en ondersteuning politieke ambtsdragers

3.135

3.677

2.448

2.425

2.116

2.115

2.115

Weerbaar bestuur

1.261

1.388

2.244

1.668

1.734

1.734

734

Stichting Thorbeckeleerstoel

99

0

0

66

0

0

0

Opdrachten

Verbinding inwoner en overheid

2.786

4.409

10.228

10.022

9.097

9.097

9.097

Toerusting en ondersteuning politieke ambtsdragers

289

673

673

673

673

659

659

Weerbaar bestuur

2.528

2.034

8.227

9.111

9.167

9.167

8.167

Inkomensoverdrachten

       

Toerusting en ondersteuning politieke ambtsdragers

6.175

7.032

7.032

7.032

7.032

7.032

7.032

Vergoeding rouwvervoer

46

18

0

0

0

0

0

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

Diverse bijdragen

3.238

3.525

3.525

3.525

3.500

3.500

3.500

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

Bijdragen internationaal

116

102

102

0

0

0

0

Bijdrage aan agentschappen

Dienst Publiek en Communicatie

2.157

1.218

1.000

1.000

1.000

1.000

1.000

RvIG

2

0

0

0

0

0

0

RVO

0

0

25

25

25

25

25

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

Gemeentefonds (B)

0

0

4.108

4.108

4.108

4.108

4.108

        

Ontvangsten

25.369

15.056

14.765

14.765

14.765

24.765

24.765

Geschatte budgetflexibiliteit

Tabel 10 Geschatte budgetflexibiliteit artikel 1 (in %)
 

2023

juridisch verplicht

94,1%

bestuurlijk gebonden

3,9%

beleidsmatig gereserveerd

1,2%

nog niet ingevuld/vrij te besteden

0,8%

Juridisch verplicht

Van het totale uitgavenbudget op artikel 1 is 94,1% juridisch verplicht en dit betreft met name de volgende instrumenten:

Subsidies (regelingen)

Het budget is voor 93,0% juridisch verplicht. Het betreft onder andere subsidies aan de politieke partijen, de Oorlogsgravenstichting (OGS), ProDemos en Multiproblematiek en Basisinfrastructuur als gevolg van de Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag.

Bijdrage aan medeoverheden

Het budget is voor 100% juridisch verplicht. Het betreft met name de nieuwe Regio Deals vierde tranche. Daarnaast betreft het een bijdrage inzake de Groeiopgave Almere en de ontvlechting van drinkwaterbedrijf Evides aan de Zeeuwse overheden.

Inkomensoverdrachten

Het budget is voor 100 % juridisch verplicht. Het betreft pensioenen en uitkeringen aan voormalige ministers en staatssecretarissen en uitkeringen aan voormalige burgemeesters.

E. Toelichting op de financiële instrumenten

1.1 Bestuur en regio

Subsidies (regelingen)

POK - Multiproblematiek

Ook in 2023 zal het Ministerie van BZK subsidies verstrekken voor activiteiten in opvolging van de Kabinetsreactie op de Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK). Dit betreft onder andere activiteiten ter vergroting van de uitvoeringskracht bij gemeenten voor de ondersteuning van inwoners in kwetsbare posities. Het Samenwerkingsplatform Sociaal domein zal hierbij een centrale rol innemen.

Oorlogsgravenstichting

Namens de Nederlandse overheid onderhoudt de Oorlogsgravenstichting (OGS) wereldwijd ongeveer 50.000 graven van Nederlandse oorlogsslachtoffers. Deze graven liggen in meer dan vijftig landen, verspreid over vijf continenten. Het zwaartepunt ligt daarbij in Indonesië. Tevens verzorgt de stichting ruim 10.000 graven van militairen van de geallieerde strijdkrachten in Nederland. De OGS ontvangt een subsidie voor de uitvoering hiervan op basis van de Subsidieregeling Oorlogsgravenstichting.

Bestuur en regio

Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) ontvangt een subsidie voor het onderzoek naar een laagdrempelige informatievoorziening over economische en financiële aspecten van medeoverheden. De subsidieregeling COELO is per 1 januari 2022 verlengd (na het uitvoeren van een evaluatie) tot 31 december 2025.

Het Kenniscentrum Europa Decentraal (KED) ontvangt een subsidie. Dit is een gezamenlijk initiatief van het Ministerie van BZK, het Interprovinciaal Overleg (IPO), de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de Unie van Waterschappen (UvW), dat zich richt op toepassing en verspreiding van kennis en expertise over Europees recht bij de medeoverheden.

Platform31 ontvangt jaarlijks een subsidie voor de organisatie van de Dag van de Stad. Steden worden in de gelegenheid gesteld een uitgebreid voorstel in te dienen om gaststad van de Dag van de Stad te worden.

POK - Basisinfrastructuur

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) ontvangt een subsidie die besteed wordt aan een gemeentelijk ondersteuningsprogramma voor de Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK) middelen. Dit programma ondersteunt de gemeenten actief bij de inzet van de POK-middelen voor het versterken van de gemeentelijke uitvoering (onder andere rechtsbescherming, versterking wijkteams, toekomstscenario kind- en gezinsbescherming). Daarnaast ondersteunt dit programma het versterken van het leervermogen binnen de gemeente, tussen gemeenten en tussen Rijk en gemeenten voor de basisinfrastructuur versterking dienstverlening.

Opdrachten

Bestuur en regio

De kennisopbouw en -uitwisseling over en in het openbaar bestuur richt zich vooral op het vergroten van het feitelijke inzicht in de slagkracht en prestaties van het openbaar bestuur. In 2023 worden opdrachten verstrekt voor (integrale) monitoren, online dashboards, de ontwikkeling van regionale kennis- en leernetwerken, symposia, publicaties en onderzoek over de inrichting, werking en bijdrage van het openbaar bestuur aan het leven en welzijn van inwoners in Nederland.

Voor het Programma Regio's aan de grens worden opdrachten verstrekt voor onder andere onderzoek en organisatie van kennisbijeenkomsten, de organisatie van de grenslandconferentie en uitvoering van de aanbevelingen van de Bestuurlijke werkgroep Donner-Berx.

In de jaren 2023 en 2024 worden op wens van de Kamer evaluaties uitgevoerd in de herindelingsgemeenten Maashorst en Dijk en Waard (Kamerstukken II 2020/21, 35619, nr. 12 en Kamerstukken II 2020/21, 35621, nr. 7). Voor deze evaluaties zullen twee onafhankelijke externe bureaus worden ingeschakeld.

Regio Deals

Naast de personele kosten, zal er een onderzoek- en monitoringsproject worden opgezet, gericht op het versterken van de kennis over brede welvaart ten behoeve van de regio's en de Regio Deals. Daarnaast wordt onder meer gewerkt met een toegankelijke website, nieuwsbrief en een jaarlijkse conferentie om regio's te informeren over Regio Deals, de geleerde kennis verder te brengen en regio's elkaar te laten inspireren.

Bijdrage aan medeoverheden

Groeiopgave Almere

Almere ontvangt sinds 2021 een bijdrage via een specifieke uitkering vanaf de begroting van BZK. In verband met de uitzonderlijke groeikosten van Almere ontvangt zij deze bijdrage vanaf 2015. Deze uitkering is gebaseerd op de Uitvoeringsovereenkomst Almere 2.0. Doel van de uitkering is Almere in staat te stellen zijn bijdrage aan de gemaakte groeiafspraken te leveren.

Evides

Als onderdeel van het pakket «Wind in de zeilen» ondersteunt de Rijksoverheid de provincie Zeeland (en hiermee indirect alle Zeeuwse aandeelhouders en dus de Zeeuwse overheden) bij de ontvlechting van drinkwaterbedrijf Evides (Kamerstukken II 2019/20, 33358, nr. 28). Dit geschiedt door een totale bijdrage van € 10 mln. van het Rijk aan de Provincie Zeeland om de aankoop van Evides mogelijk te maken (Kamerstukken II 2020/21, 33358, nr. 34). Een overzicht van de Rijksuitgaven Wind in de zeilen is opgenomen in bijlage 8 bij deze begroting.

Regio Deals

Voor 2023 is er een bedrag van € 284,2 mln. in de begroting opgenomen voor het afsluiten van de nieuwe Regio Deals vierde tranche. Hiervoor zal in de periode van 15 juli ‒ 15 november 2022 een uitvraag aan alle regio’s in Nederland gedaan worden voor het indienen van proposities. Alle binnengekomen proposities worden beoordeeld aan de hand van het afwegingskader. Op basis van deze beoordeling besluit het kabinet over toekenning van middelen voor de Regio Deals. Vervolgens worden met de geselecteerde regio’s een concrete, te ondertekenen Regio Deal uitgewerkt. Het streven is dat de eerste Deals van de vierde tranche medio 2023 tussen Rijk en regio worden gesloten en dat de uitvoering van deze Deals na de zomer 2023 starten.

Bevolkingsdaling

Negen gemeenten in de door het Kabinet aangewezen krimpregio’s ontvangen in 2022 een specifieke uitkering voor het onderwerp bevolkingsdaling op grond van artikel 17, tweede lid, Financiële-verhoudingswet en artikel 4:23, derde lid, onder c, Algemene wet bestuursrecht. Het betreft de grootste gemeente in de regio die voldoet aan het criterium van minimaal 3% verwachte bevolkingsdaling. Concreet betreft het de volgende gemeenten met bijbehorende bedragen:

Tabel 11 Bedragen ten behoeve van krimpregio's

Gemeente

Bedrag

Heerlen

€ 3.910.787

Oldambt

€ 2.242.805

Eemsdelta

€ 1.203.399

Doetinchem

€ 1.012.240

Maastricht

€ 844.762

Sittard-Geleen

€ 765.230

Het Hogeland

€ 543.064

Terneuzen

€ 395.667

Achtkarspelen

€ 326.571

Bijdrage aan agentschappen

RWS

Rijkswaterstaat (RWS) ontvangt voor de periode 2021 tot en met 2024 een bijdrage in verband met het oprichten en beheren van een landelijk kenniscentrum voor gemeenten die te maken hebben met explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Het Ministerie van BZK is opdrachtgever van dit kenniscentrum. De evaluatie van het kenniscentrum zal plaatsvinden in 2024.

1.2 Democratie

Subsidies (regelingen)

Politieke partijen

Politieke partijen ontvangen subsidie op grond van de Wet financiering politieke partijen (Wfpp). Een politieke partij komt voor subsidie in aanmerking als zij voldoet aan de in deze wet genoemde voorwaarden. Tijdens de begrotingsbehandeling in 2019 is door het lid Jetten een motie ingediend over het verhogen van het budget voor de ondersteuning van parlementariërs en de subsidie aan politieke partijen. Door het kabinet is uitvoering gegeven aan de motie Jetten c.s. door het Wfpp budget op te hogen in de periode 2020-2024 met circa € 8,7 mln. (Kamerstukken II 2019/20, 35300 IIA, nr. 8). De aanpassing van de Wfpp, waarin deze verhoging wordt meegenomen, is op 12 april 2022 aangenomen door de Tweede Kamer. Bij de definitieve vaststelling van de subsidie over 2021 zal de subsidie worden aangepast aan de nieuwe zetelverdeling in de Tweede Kamer.

Tabel 12 Door politieke partijen ontvangen subsidie op grond van de Wfpp (bedragen in €)

Politieke partij

2019

2020

20211

20222

VVD

3.244.870

4.641.213

4.664.102

4.896.107

D66

2.161.786

3.087.320

3.337.587

3.707.027

CDA

2.162.654

3.132.970

2.835.280

2.486.720

PvdA

1.433.278

2.086.432

2.019.425

2.016.859

GL

1.761.067

2.584.496

2.192.533

1.854.541

SP

1.558.208

1.936.019

2.177.704

1.810.762

FvD

701.273

1.304.581

1.724.057

1.512.982

PvdD

931.194

1.234.883

1.318.224

1.512.645

CU

989.166

1.402.136

1.375.863

1.381.159

SGP

900.252

1.239.422

1.246.100

1.229.609

Volt Nederland

0

0

788.239

955.383

DENK

582.608

883.489

802.126

827.209

JA21

0

0

794.890

818.652

50PLUS

645.138

936.597

769.171

758.666

BIJ1

0

0

528.464

656.596

OPNL (voorheen OSF)

372.083

545.108

568.785

559.647

Belang van Nederland

0

0

0

548.794

BoerBurgerBeweging

0

0

0

435.511

Totaal

17.443.578

25.014.666

27.142.550

27.968.869

X Noot
1

Het betreft hier voorlopige bedragen voor de jaren 2021 en 2022. 80% daarvan is inmiddels uitgekeerd. Uiterlijk 1 juli van het jaar volgend op het subsidiejaar moeten partijen een definitieve subsidieaanvraag indienen. Als bij de beoordeling daarvan blijkt dat de partijen voldoen aan de voorwaarden, wordt de resterende 20% uitgekeerd. De loon- en prijsbijstellingen 2021 en 2022 moeten nog in deze bedragen worden verwerkt. De reeks loopt nu van 2019 tot en met 2022. De Minister van BZK beslist voor 1 november 2022 over de aanvragen tot vaststelling over 2021, die de politieke partijen uiterlijk 1 juli 2022 moesten aanleveren.

X Noot
2

Het budget voor de Wfpp wordt in de periode 2020-2024 opgehoogd door het kabinet omwille van motie Jetten met een bedrag van € 8.650.000. Vanaf 2025 wordt dit structureel € 5.000.000 per jaar.

ProDemos

ProDemos, Huis voor Democratie en Rechtsstaat, ontvangt een subsidie voor activiteiten gericht op het vergroten van de betrokkenheid en kennis van de democratische rechtsstaat, zoals het programma Parlement op School en het verzorgen van bezoeken van scholieren aan het parlement met de daarbij behorende educatieve programma’s.

Verbinding inwoner en overheid

In 2023 worden subsidies verstrekt om de bewustwording en de weerbaarheid van burgers rondom de verspreiding van online desinformatie te vergroten, zoals een bijdrage aan Netwerk Mediawijsheid voor de website www.isdatechtzo.nl, die burgers informeert over de werking van desinformatie en hoe zij dit kunnen herkennen.

Het Landelijk Samenwerkingsverband Actieve bewoners (LSA) en de Landelijke Vereniging van Kleine Kernen (LVKK) ontvangen subsidies voor het bevorderen van actieve burgerbetrokkenheid.

Voor de looptijd van de Bestjoersôfspraak Fryske Taal en Kultuer 2019-2023 (BFTK) (bijlage bij Kamerstukken II 2018/19, 35000 VII, nr. 83) begroot het Ministerie van BZK jaarlijks € 0,11 mln. voor de leerstoel Friese taal- en letterkunde aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Toerusting en ondersteuning politieke ambtsdragers

Om te zorgen dat er voldoende goed toegeruste politieke ambtsdragers beschikbaar zijn en beschikbaar blijven, wordt subsidie verstrekt aan de beroepsgroepen van politieke ambtsdragers, waaronder het Nederlands Genootschap van Burgemeesters. Ook ontvangen de Vereniging van Griffiers, de Nederlandse Vereniging van Rekenkamers en Rekenkamercommissies en de VNG subsidie om passende opleidingen en programma’s te organiseren (Kamerstukken II 2018/19, 30420, nr. 328).

Kennispunt Lokale Politieke Partijen, beheerd door ProDemos, ontvangt in de periode 2020-2024 jaarlijks een subsidie van circa € 0,4 mln. voor fysieke en online trainingen aan besturensleden en vrijwilligers van lokale politieke partijen.

Weerbaar bestuur

Binnen het programma Weerbaar bestuur zet het Ministerie van BZK samen met het Ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV), beroepsverenigingen van politieke ambtsdragers, bestuurdersverenigingen van landelijke politieke partijen, koepels van medeoverheden en diverse andere partners zich meerjarig in voor de verhoging van de weerbaarheid van decentrale politieke ambtsdragers en de ambtelijke organisatie tegen ondermijnende invloeden (Kamerstukken II 2021/22, 28844, nr. 236). Netwerkpartners ontvangen subsidies voor (gezamenlijke) activiteiten, waaronder het Ondersteuningsteam Weerbaar Bestuur. Ook wordt via een subsidie aan het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV) ondersteuning geboden bij veilig wonen door het faciliteren van een woningscan en een veiligheidsgesprek met advies over basismaatregelen.

CCV ontvangt ook subsidie ter bevordering van de uitwisseling van kennis en ervaringen tussen gemeenten, provincies en andere betrokken partijen over de toepassing van de Wet aanpak woonoverlast en de gebiedsgerichte aanpak van ondermijnende criminaliteit.

Vanuit het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid worden subsidies verstrekt voor onderzoek, kennisdeling (onder andere via de website www.WijkWijzer.org), netwerken van samenwerkingspartners, pilots en ondersteuningstrajecten in verschillende gemeenten en het inrichten van een structuur tussen Rijk en gemeenten die snelle besluitvorming bevordert over de adressering van problemen (casuïstiek) en het aandragen van oplossingen daarvoor (Kamerstukken II 2021/2022, 30995, nr. 100). Dit moet resulteren in een ‘lerende aanpak’ die beleidsmakers, (wijk)professionals en actieve bewoners stimuleert en ondersteunt in de verbetering van de leefsituatie en het perspectief van bewoners van de meest kwetsbare gebieden in Nederland.

De Nederlandse Vereniging van Rekenkamers en Rekenkamercommissies (NVRR) ontvangt subsidie voor de versterking van de lokale rekenkamers en de ondersteuning van het kwaliteitsbeleid. De NVRR verzorgt daarmee onder andere handreikingen en scholing van rekenkameronderzoekers.

Opdrachten

Verbinding inwoner en overheid

Er worden voorbereidingen getroffen voor de verkiezingen in maart 2023 voor provinciale staten en waterschappen in Europees Nederland en voor de eilandsraden en kiescolleges in Caribisch Nederland. Door de Rijksdienst Caribisch Nederland (RCN) wordt met ondersteuning van het Ministerie van BZK een informerende campagne gevoerd.

Daarnaast worden opdrachten verstrekt in het kader van het Actieplan toegankelijk stemmen. Hierbij wordt, in aanvulling op de landelijke publiekscampagne waarmee kiezers worden geïnformeerd over de verkiezingen, ingezet op communicatie richting kiezers met een beperking of laaggeletterde kiezers.

De voorbereidingen in het wetgevingstraject worden vervolgd om te kunnen experimenteren met hulp in het stemhokje aan ook andere kiezers dan kiezers die vanwege hun lichamelijke gesteldheid niet zelfstandig kunnen stemmen.

Voorbereidingen worden gestart voor de eerste experimenten met een nieuw stembiljet.

Het Ministerie van BZK zet zich als coördinerend ministerie voor de aanpak van desinformatie in op het vergroten van de weerbaarheid van de samenleving tegen de impact van desinformatie. In 2023 is er extra aandacht voor de Provinciale staten- en Waterschapsverkiezingen, waarbij de betrokken organisaties bewust worden gemaakt van het mogelijke gevaar van desinformatie. Met het Instituut voor Beeld en Geluid wordt een Nederlands desinformatie kennisnetwerk opgezet.

Er worden enkele opdrachten verstrekt om democratische innovatie te onderzoeken en bevorderen en te monitoren hoe invulling wordt gegeven aan de versterking van participatie.

Tot slot ontvangst het Adviescollege Nederlandse Gebarentaal ook een bijdrage.

Weerbaar bestuur

Verschillende opdrachten worden uitgezet voor het versterken van de bestuurlijke weerbaarheid. Er wordt ingezet op maatregelen voor het veiliger maken van woningen van decentrale bestuurders. Daarnaast wordt er onderzoek gedaan naar passende ondersteuning voor decentrale overheidsorganisaties bij het signaleren en versterken van kwetsbare processen in de organisatie. Ook wordt verkend op welke wijze decentrale overheidsorganisaties ondersteund kunnen worden bij zeer complexe juridische procedures vanuit de ondermijningsaanpak. Om de meldingsbereidheid van decentrale politieke ambtsdragers en ambtenaren te vergroten worden bijeenkomsten georganiseerd waarin de collectieve norm «agressie en intimidatie is niet normaal, meld dit altijd» voor politici, bestuurders en ambtenaren verder wordt verspreid. In samenwerking met het Ondersteuningsteam Weerbaar Bestuur wordt passende ondersteuning geboden na incidenten bij decentrale politieke ambtsdragers. Het ministerie van BZK werkt bij deze activiteiten samen met de partners van het Netwerk Weerbaar Bestuur en gemeenten en provincies.

Er worden kennisbijeenkomsten georganiseerd voor betrokken gemeenten over de uitvoering van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek (Wbmgp) en selectieve woningtoewijzing. Verder wordt de Leefbaarometer uitgevoerd en het onderhoud van de gelijknamige website voortgezet.

Vanuit het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid worden opdrachten verstrekt voor onderzoek, kennisdeling (onder andere voortzetting van het Kennis- en leernetwerk Leefbaarheid en Veiligheid en de website www.WijkWijzer.org) en het uitvoeren van pilots en ondersteuningstrajecten in verschillende gemeenten (Kamerstukken II 2021/22, 30995, nr. 100). Ook wordt opdracht gegeven voor onderhoud van de Leefbaarometer en bijbehorende website www.leefbaarometer.nl (Kamerstukken II 2021/22, 32847, nr. 880).

Tot slot worden er opdrachten ter versterking van de positie van decentrale volksvertegenwoordigingen verstrekt (Kamerstukken II 2021/22, 35925 VII, nr. 14).

Inkomensoverdrachten

Toerusting en ondersteuning politieke ambtsdragers

Het Ministerie van BZK financiert de rechtspositionele regelingen van (voormalige) politieke ambtsdragers. Het betreft pensioenen en uitkeringen aan voormalige ministers en staatssecretarissen en uitkeringen aan voormalige burgemeesters.

Bijdrage aan ZBO/RWT

Diverse bijdragen

ICTU en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) ontvangen bijdragen binnen het programma Weerbaar bestuur ten behoeve van de doorontwikkeling van 'Zicht op Ondermijning', waarmee de informatiepositie van het lokaal bestuur voor de preventieve aanpak van ondermijning wordt verbeterd. Het dashboard ‘Zicht op ondermijning’ is uitgegroeid tot een intensieve samenwerking tussen veertien gemeenten en de resultaten zijn beschikbaar voor alle gemeenten. Met het dashboard www.zichtopondermijning.nl krijgen gemeenten, toezichthouders en handhavers beter inzicht in patronen die duiden op ondermijnende criminaliteit op gemeente- en wijkniveau (Kamerstukken II 2021/22, 28844, nr. 236).

Bijdrage aan agentschappen

Dienst publiek en Communicatie

De Minister van BZK is verantwoordelijk voor de uitvoering van de landelijke campagne om kiezers te informeren over de verkiezingen. In 2023 betreft dit de campagne over de provinciale staten- en de waterschapsverkiezingen. Hiervoor wordt een bijdrage verstrekt aan de Dienst Publiek en Communicatie (DPC) van het Ministerie van Algemene Zaken.

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

Gemeentefonds (B)

De Gemeente Den Haag is op grond van de Kieswet verantwoordelijk voor de organisatie van de verkiezing voor de Nederlandse kiezers in het buitenland en voor de (permanente) registratie van deze kiezers. Voor de kosten hiervan ontvangt de gemeente een uitkering uit het gemeentefonds (B). Dit bedrag is herijkt en structureel verhoogd met € 0,8 mln.

De Wet nieuwe procedure vaststelling verkiezingsuitslagen kan kosten meebrengen voor gemeenten (Kamerstukken II 2021/22, 35489, nr. A). Hiervoor wordt structureel een toevoeging gedaan van € 3,3 mln. aan de algemene uitkering van het gemeentefonds (B).

Ontvangsten

De ontvangsten betreffen grotendeels de bijdragen van de waterschappen aan de uitvoeringskosten van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ). De gemeenten zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de wet en de kosten worden gezamenlijk gedragen door het Rijk, gemeenten en waterschappen. De waterschappen betalen jaarlijks hun aandeel in de uitvoeringskosten via het Rijk aan de gemeenten. Vanuit het Coalitieakkoord gaan zij voor de periode van 2022-2025 jaarlijks € 10 mln. minder bijdragen. In 2025 vindt een evaluatie plaats van de WOZ, die als basis kan dienen voor de bijdragen in 2026 en verder.

Daarnaast ontvangt het Ministerie van BZK jaarlijks een bedrag van € 2,8 mln. van de waterschappen in het kader van de organisatie van de Waterschapsverkiezingen. De kosten, die de gemeenten voor de organisatie van de Waterschapsverkiezingen maken, worden vergoed door de waterschappen. Sinds 2020 gebeurt dat via een structurele toevoeging aan de algemene uitkering van het gemeentefonds van € 2,8 mln. per jaar. Dit bedrag is reeds overgeboekt vanuit de begroting van BZK (VII). Daartegenover incasseert het Ministerie van BZK jaarlijks eenzelfde bedrag bij de waterschappen.

3.2 Artikel 2. Nationale Veiligheid

A. Algemene doelstelling

De Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) beschermt de nationale veiligheid. Dit doet de AIVD door tijdig dreigingen, internationale politieke ontwikkelingen en risico’s te onderkennen, die niet direct zichtbaar zijn en doet daartoe onderzoek in binnen- en buitenland. De AIVD signaleert, adviseert en deelt gericht informatie met samenwerkingspartners zodat deze de dreiging en risico’s kunnen reduceren. Waar nodig reduceert de AIVD zelfstandig risico’s.

B. Rol en verantwoordelijkheid

Uitvoeren

  • De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is verantwoordelijk voor de taakuitvoering van de AIVD. Dit doet de AIVD door het tijdig onderkennen van dreigingen en risico's voor de nationale veiligheid en de nationale belangen in het binnen- en buitenland. De AIVD verricht onderzoek met behulp van bijzondere inlichtingenmiddelen. Op basis van de bevindingen informeert en adviseert de AIVD de samenwerkingspartners met ambtsberichten en analyses (waaronder openbare publicaties). De Minister van BZK legt zo veel als mogelijk in het openbaar verantwoording af aan de Tweede Kamer als geheel of in de vaste Kamercommissie BZK. Waar dat niet kan, vanwege geheimhoudingsnoodzaak, gebeurt dit via de Commissie voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CIVD) van de Tweede Kamer.

  • Voor de taakuitvoering zijn stevige waarborgen ingericht in de vorm van toetsing, toezicht en controle. Dit vanwege de inbreuk in de persoonlijke levenssfeer van mensen die de inzet van bijzondere inlichtingenmiddelen kan hebben. Voor de inzet van een groot aantal bijzondere inlichtingenmiddelen is toestemming nodig van de Minister van BZK. Met de Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten 2017 is na de toestemming van de minister en voorafgaand aan de inzet van een groot aantal bijzondere inlichtingenmiddelen een onafhankelijke toetsing nodig van de Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (TIB). Daarnaast houdt de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) toezicht tijdens en na afloop van de inzet van bevoegdheden of op andere werkzaamheden van de AIVD.

C. Beleidswijzigingen

De AIVD doet haar werk op basis van de Geïntegreerde Aanwijzing Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (GA I&V 2023-2026). De GA I&V wordt opgesteld in samenspraak met de behoeftestellers. In 2023 treedt nieuwe GA voor de komende vier jaar in werking.

Coalitieakkoord

Met de in het Coalitieakkoord opgenomen investeringen in de AIVD (oplopend tot € 86,5 mln. in 2027) zet het kabinet een wezenlijke stap om -onder een verslechterd dreigingsbeeld- de slagkracht te verbeteren en daarmee de gekende dreigingen te kunnen adresseren.

Met de in het Coalitieakkoord opgenomen investeringen zal de AIVD, goeddeels met veiligheidspartners zoals de MIVD en deels zelf, deze middelen langs drie hoofdlijnen aanwenden. Ten eerste investeert de AIVD in het herstel van de verminderde operationele slagkracht van de dienst. Ten tweede investeert de AIVD in de gerichte transformatie en innovatie naar een slagvaardige, data gedreven en technisch toekomstbestendige dienst. Ten derde investeert de AIVD in de structurele versterking van inlichtingen posities voor de verhoging van de weerbaarheid op cyber, economische veiligheid en bescherming van vitale sectoren en processen, in aansluiting op de behoefte van veiligheidspartners.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 13 Budgettaire gevolgen van beleid art. 2 Nationale Veiligheid (bedragen x € 1.000)
 

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Verplichtingen

365.885

379.570

400.347

431.376

428.822

427.792

444.587

        

Uitgaven

356.541

379.570

400.347

431.376

428.822

427.792

444.587

        

AIVD apparaat

341.042

362.388

383.165

414.193

411.640

410.610

427.405

AIVD geheim

15.499

17.182

17.182

17.183

17.182

17.182

17.182

        

Ontvangsten

14.858

14.714

14.714

14.714

14.714

14.714

14.714

Geschatte budgetflexibiliteit

Tabel 14 Geschatte budgetflexibiliteit artikel 2
 

2023

juridisch verplicht

100,0%

bestuurlijk gebonden

0,0%

beleidsmatig gereserveerd

0,0%

nog niet ingevuld/vrij te besteden

0,0%

Omdat het budget als apparaat wordt aangemerkt, is het gehele budget juridisch verplicht.

E. Toelichting op de financiële instrumenten

Vanwege het bijzondere karakter van dit begrotingsartikel en de gedeeltelijk geheime uitgaven zijn de uitgaven niet nader uitgesplitst en zijn de apparaatsuitgaven niet opgenomen in het centraal apparaatsartikel.

Ontvangsten

De Unit Veiligheidsonderzoeken (UVO), het samenwerkingsverband tussen de AIVD en de MIVD, verricht veiligheidsonderzoeken voor andere (overheids-)organisaties en brengt daarvoor een tarief in rekening. De ontvangsten hebben hier voornamelijk betrekking op.

3.3 Artikel 3. Woningmarkt

A. Algemene doelstelling

Een vrij toegankelijke, vraaggerichte woningmarkt met steun voor degenen die dat nodig hebben.

B. Rol en verantwoordelijkheid

Het toegankelijk, betaalbaar en toekomstbestendig mogelijk maken van de woningmarkt lukt alleen door veel samen te werken en alle belangen af te wegen. Als Rijksoverheid, met provincies, gemeenten, woningcorporaties, zorginstellingen, investeerders, projectontwikkelaars, bouwers, makelaars en vele anderen. Ieder heeft een eigen rol, maar altijd samen met anderen.

De Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) jaagt die samenwerking aan, door zoveel mogelijk belemmeringen weg te nemen, perspectief te bieden in wetten en regels en door het bewaken van de kwaliteit en duurzaamheid van bouwen en wonen, zodat prettig en betaalbaar wonen voor iedereen mogelijk is én blijft.

Beleid en regelgeving

Onder meer via de Wet op de huurtoeslag (WHT), de huur(prijs)regulering en maatregelen ten aanzien van de koopwoningmarkt is de Minister voor VRO verantwoordelijk voor het beleid en de regelgeving met betrekking tot de betaalbaarheid van het wonen. Tevens is de Minister voor VRO medeverantwoordelijk voor de regelgeving met betrekking tot de fiscale behandeling van de eigen woning en de hypothecaire leennormen.

De Minister voor VRO is verantwoordelijk voor het beleid en de regelgeving inzake de huurtoeslag. Tevens is de Minister voor VRO verantwoordelijk voor het budgettair beheer van de huurtoeslag op grond van de WHT.

Regisseren

  • De Minister voor VRO voert de regie over een heldere verdeling van rollen en verantwoordelijkheden van de verschillende partijen op het terrein van wonen. Tevens voert de Minister voor VRO de regie ten aanzien van het bevorderen van een evenwichtige omvang en verdeling van de woningvoorraad.

  • De Minister voor VRO is verantwoordelijk voor de regelgeving ten aanzien van (het stelsel van) woningcorporaties. Woningcorporaties zijn via de Woningwet (Wonw) gebonden aan een begrensd werkdomein waarbinnen zij werkzaamheden met staatssteun mogen uitvoeren. Deze zijn het bouwen, verhuren en beheren van woningen met een lage huur voor huishoudens met een laag inkomen en andere doelgroepen die op de reguliere woningmarkt moeilijk een woning kunnen vinden. Tevens is de Minister voor VRO verantwoordelijk voor het beleid en de regelgeving inzake de verhuurderheffing.

  • Tevens draagt de Minister voor VRO zorg voor het kapitaalmarktbeleid betreffende investeringen in de woningmarkt, bijvoorbeeld via het beleid ten aanzien van de Nationale Hypotheekgarantie (NHG) en het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW).

Uitvoeren

  • De Minister voor VRO draagt zorg voor een adequate uitvoering van een laagdrempelige beslechting van huurgeschillen. In het Burgerlijk Wetboek (art. 7:249 t/m 7:261) is vastgelegd dat huurders en verhuurders een beroep kunnen doen op de Huurcommissie. De organisatie en werkwijze van de Huurcommissie, evenals de administratieve ondersteuning door de Dienst van de Huurcommissie (DHC), is vastgelegd in de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte (Uhw).

C. Beleidswijzigingen

Om meer regie te nemen in de volkshuisvestelijke opgave en de inrichting van Nederland, heeft de Minister voor VRO de Nationale Woon- en Bouwagenda met zes onderliggende programma’s gecreëerd. Hierin worden woningbouw, de huisvesting van aandachtsgroepen en ouderen, leefbaarheid en verduurzaming nader uitgewerkt.

Met deze programmatische aanpak wordt directer ingezet op concrete doelen, monitoring en sturing. Op basis hiervan kan het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties goede afspraken maken met betrokken partijen, waarbij iedereen zijn eerlijke aandeel neemt in het oplossen van volkshuisvestelijke en ruimtelijke opgaven.

In de eerste helft van 2022 is het programma Woningbouw gepresenteerd (Kamerstukken II 2021/22, 32847, nr. 878 ). Hierin wordt beschreven op welke manier de woningbouw versneld wordt en hoe de woningvoorraad past bij de woonwensen.

In het programma «Een thuis voor iedereen» (Kamerstukken II 2021/22, 32847, nr. 883) werken we aan voldoende betaalbare woningen voor alle aandachtsgroepen, met een evenwichtige verdeling over gemeenten en met de juiste zorg, ondersteuning en begeleiding, onder andere door in de woningbouwprogrammering toe te werken naar een gelijke verdeling van sociale huurwoningen via het uitwerken van integrale woonzorgvisies door gemeenten.

Naar verwachting wordt in het najaar 2022 het programma «Wonen en zorg voor ouderen» geïntroduceerd, waar het Ministerie van BZK en het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) samen werken aan meer woningen voor ouderen en het verbeteren van de doorstroming en dragen we bij aan een betere leefomgeving waardoor mensen langer zelfstandig kunnen wonen.

Verbetering van de betaalbaarheid van het wonen komt terug in het programma betaalbaar wonen (Kamerstukken II 2021/22, 32847, nr. 906). Belangrijke beleidswijzigingen hierin zijn de hervorming van de huurtoeslag, het maken van prestatieafspraken met corporaties, de afschaffing van de verhuurderheffing, het afsluiten van een sociaal huurakkoord, beschermen van de huurprijzen in het middensegment, de regulering van het koopproces, maar ook de invoering van de wet Goed verhuurderschap (Kamerstukken II 2021/22, 36130, nr.1) en de wijziging van de huisvestingswet.

Om de koopkrachtdaling van mensen te verzachten wordt de eigen bijdrage van de huurtoeslag verlaagd. Omdat het inkomensbereik van de huurtoeslag beperkt is, komt deze maatregel ook alleen bij huishoudens met een laag inkomen (en wonend in een gereguleerde huurwoning) terecht.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 15 Budgettaire gevolgen van beleid art. 3 Woningmarkt (bedragen x € 1.000)
 

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Verplichtingen

5.343.930

5.368.115

6.146.610

5.431.222

5.548.945

5.718.480

5.740.714

        

Uitgaven

5.411.477

5.438.120

6.176.615

5.431.222

5.548.945

5.718.480

5.740.714

        

3.1 Woningmarkt

4.426.334

4.575.192

5.110.281

5.228.863

5.386.463

5.569.317

5.739.714

Subsidies (regelingen)

Bevordering eigen woningbezit

3.198

4.800

8.600

10.000

5.600

500

200

Binnenstedelijke Transformatiefaciliteit

20.000

0

0

0

0

0

0

Woningmarkt

7.804

13.909

3.573

3.529

3.329

3.220

3.220

Opdrachten

WSW risicovoorziening

1.099

0

0

0

0

0

0

NHG risicovoorziening

63.547

61.653

0

0

0

0

0

Woningmarkt

3.435

3.625

2.916

2.859

2.859

2.859

2.859

Inkomensoverdrachten

Huurtoeslag

4.311.856

4.471.739

5.081.785

5.194.785

5.356.985

5.545.300

5.716.900

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

Woningmarkt

2.791

3.119

3.038

3.258

3.258

3.258

3.258

Bijdrage aan agentschappen

Dienst van de Huurcommissie

11.657

14.626

8.715

8.688

8.688

8.436

8.430

ILT (Autoriteit Woningcorporaties)

947

0

0

0

0

0

0

RVO (Uitvoeringskosten BEW)

0

0

153

4.243

4.243

4.243

3.624

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

Financiën (IXB)

0

500

500

500

500

500

222

Infrastructuur en Waterstaat (XII)

0

1.221

1.001

1.001

1.001

1.001

1.001

        

3.3 Woningbouw

985.143

862.928

1.066.334

202.359

162.482

149.163

1.000

Subsidies (regelingen)

Woningbouw

348

177

73

0

50

0

0

Binnenstedelijke Transformatiefaciliteit

0

22.000

0

0

0

0

0

Caribisch Nederland

0

1.400

0

0

0

0

0

Garanties

Herplaatsingsgarantie

0

20.000

0

0

0

0

0

Opdrachten

Woningbouwimpuls

636

361

100

0

0

0

0

Volkshuisvestingsfonds

743

103

1.000

1.000

1.000

950

0

Woningbouw

696

2.335

2.047

1.620

1.650

0

0

Tijdelijke uitvoeringsorganisatie

0

6.000

8.000

0

0

0

0

Grootschalige woningbouwgebieden

0

1.000

0

300

300

1.000

1.000

Bijdrage aan medeoverheden

Woningbouwimpuls

499.473

380.921

222.552

0

0

0

0

Volkshuisvestingsfonds

413.165

0

143.516

143.639

143.632

143.563

0

Ouderenhuisvesting

0

20.000

18.000

0

0

0

0

Flexpools

14.183

40.000

0

40.000

0

0

0

Kwetsbare groepen

49.059

52.135

38.205

0

0

0

0

Woondeals

0

6.500

4.500

5.000

5.000

0

0

Grootschalige woningbouwgebieden

0

0

475.000

0

0

0

0

Flexwoningen

0

5.000

0

0

0

0

0

Wadden

0

5.000

0

0

0

0

0

Versnelling huisvesting

0

100.000

0

0

0

0

0

Overlooplocaties

0

96.000

0

0

0

0

0

Bijdrage aan agentschappen

RVO.nl

0

4.346

8.441

6.200

6.250

1.250

0

RVB

6.840

99.650

144.900

4.600

4.600

2.400

0

        

Ontvangsten

368.749

428.653

495.600

445.400

346.500

335.900

328.700

Geschatte budgetflexibiliteit

Tabel 16 Geschatte budgetflexibiliteit artikel 3
 

2023

juridisch verplicht

99,7%

bestuurlijk gebonden

0,0%

beleidsmatig gereserveerd

0,2%

nog niet ingevuld/vrij te besteden

0,0%

Juridisch verplicht

Van het totale uitgavenbudget op artikel 3 is 99,7% juridisch verplicht en dit betreft met name de volgende instrumenten:

Inkomensoverdrachten

Het huurtoeslagbudget 2022 is voor 100% juridisch verplicht. Jaarlijks wordt een verplichting aangegaan voor het gehele huurtoeslagbudget voor het begrotingsjaar.

Bijdrage aan medeoverheden

De uitgaven voor de bijdragen aan medeoverheden zijn voor 99,8% juridisch verplicht. Dit betreffen vooral bijdragen aan medeoverheden vanuit de woningbouwimpuls, het Volkshuisvestingsfonds en de middelen voor grootschalige woningbouw.

Bijdrage aan agentschappen

De uitgaven aan bijdrage aan agentschappen zijn voor 94,9% juridisch verplicht. Het betreft vooral bijdragen aan het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) voor met name de realisatie van flexwoningen en de daarbij behorende apparaatskosten.

E. Toelichting op de financiële instrumenten

3.1 Woningmarkt

Subsidies (regelingen)

Bevordering eigen woningbezit (BEW)

De Wet Bevordering eigen woningbezit is gericht op de bevordering van het eigen woningbezit onder lagere inkomensgroepen. Zoals gemeld aan de Tweede Kamer, is voor nieuwe toekenningen op grond van de Wet Bevordering eigen woningbezit geen budget meer beschikbaar (Kamerstukken II 2009/10, 32123 XVIII, nr. 74). De meerjarig beschikbare middelen dienen uitsluitend voor de betaling van in het verleden aangegane verplichtingen. Tot 2025 stijgt het budget van de BEW als gevolg van de betaling ineens van de contante waarde van de bijdrage voor de laatste komende 15 jaar. Volgens de wet moet voor aanvragers in het 16e uitvoeringsjaar worden bepaald of ze recht hebben op een betaling ineens van de contante waarde van de bijdrage voor de laatste 15 jaar. Naar verwachting zullen de laatste betalingen in 2027 plaatsvinden.

Woningmarkt

Dit betreffen diverse subsidies voor onderzoek en kennisoverdracht op het terrein van wonen om te komen tot evidence-based beleidsvorming. Het betreffen zowel incidentele subsidies op het gebied van de woningmarkt, als structurele subsidies, zoals voor de Woonbond, om de positie van de huurder op de woningmarkt te versterken en voor Platform 31 die een onafhankelijke positie inneemt tussen overheid, corporaties, bewoners en overige stakeholders op de woningmarkt en (on)gevraagd advies geeft op diverse volkshuisvestelijke vraagstukken.

Opdrachten

Woningmarkt

Het gaat hier vooral om opdrachten voor onderzoek en kennisoverdracht op het terrein van wonen. De ontwikkelingen op de woningmarkt vragen om actuele gegevens. Het budget wordt besteed aan onder meer verkenningen, dataverzameling, monitoring en het op feiten gebaseerd onderbouwen van beleid.

Inkomensoverdrachten

Huurtoeslag

Circa 1,5 mln. huishoudens ontvangen huurtoeslag. De huurtoeslag is een bijdrage in de huurlasten en kan aangevraagd worden als de huur in verhouding tot het inkomen te hoog is.

Het kabinet heeft daarnaast een aantal maatregelen genomen om de gevolgen van de koopkrachtdaling voor mensen te verzachten, waaronder drie met gevolgen voor de huurtoeslag. Deze maatregelen omvatten een verlagen van de opslag op de eigen bijdrage, het verhogen van het wettelijk minimumloon en een vervroeging van de huurverlaging voor sociale minima wonend in corporatiewoningen. Dit leidt per saldo tot hogere uitgaven binnen de huurtoeslag.

Om inzicht te geven in de uitwerking van de huurtoeslag op de huurlasten voor ontvangers van huurtoeslag tonen onderstaande grafieken het aandeel van de bruto huur dat per saldo (na aftrek van de huurtoeslag) nog netto door ontvangers van huurtoeslag is verschuldigd. Het percentage is berekend voor voorbeeldhuishoudens met een minimum inkomen en een huur op exact 90% van de diverse huurgrenzen van de huurtoeslag.

In 2023 wordt de opslag op de eigen bijdrage verlaagd. Uit de grafieken blijkt dat hierdoor het aandeel van de bruto huur dat door de ontvanger van huurtoeslag nog zelf netto betaald moet worden in 2023 voor de voorbeeldhuishoudens afneemt.

Figuur 3 Verhouding bruto en netto huur Eenpersoonshuishouden1

X Noot
1

Bron: Eigen berekening Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Het percentage netto huur is de te betalen huurprijs (bruto huur) minus de huurtoeslag gedeeld door de bruto huur (%-netto huur=(bruto huur -/- huurtoeslag)/bruto huur).

Figuur 4 Verhouding bruto en netto huur Meerpersoonshuishouden1

X Noot
1

Bron: Eigen berekening Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Het percentage netto huur is de te betalen huurprijs (bruto huur) minus de huurtoeslag gedeeld door de bruto huur (%-netto huur=(bruto huur -/- huurtoeslag)/bruto huur).

Figuur 5 Verhouding bruto en netto huur Eenpersoonshuishouden ouderen1

X Noot
1

Bron: Eigen berekening Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Het percentage netto huur is de te betalen huurprijs (bruto huur) minus de huurtoeslag gedeeld door de bruto huur (%-netto huur=(bruto huur -/- huurtoeslag)/bruto huur).

Figuur 6 Verhouding bruto en netto huur Meerpersoonshuishouden ouderen1

X Noot
1

Bron: Eigen berekening Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Het percentage netto huur is de te betalen huurprijs (bruto huur) minus de huurtoeslag gedeeld door de bruto huur (%-netto huur=(bruto huur -/- huurtoeslag)/bruto huur).

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

Woningmarkt

De activiteiten voor (basis)onderzoek en kennisoverdracht hebben betrekking op het terrein van wonen en bouwen, specifiek in samenwerking met bijvoorbeeld het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) en het Kadaster. De ontwikkelingen op de woningmarkt vragen om actuele gegevens over de woningmarkt. Het budget wordt besteed aan onder meer verkenningen, monitoring en op feiten gebaseerd onderbouwen van beleid, dataverzamelingen en ontwikkeling van ramingsmodellen.

Bijdrage aan agentschappen

Dienst van de Huurcommissie

Om huurders en verhuurders te helpen bij het oplossen van onderlinge problemen ontvangt de Huurcommissie een bijdrage van BZK. De Huurcommissie bestaat uit het Zelfstandig bestuursorgaan (ZBO) de Huurcommissie en het agentschap de Dienst van de Huurcommissie, dat het ZBO ondersteunt in zijn taken. Het werkterrein van de Huurcommissie wordt niet alleen gevormd door het gereguleerde deel van de huursector. Ook huurders in de vrije sector kunnen binnen 6 maanden na aanvang van hun contract hun aanvangshuur laten toetsen. Als huurders en verhuurders een geschil hebben over de hoogte van de huurprijs, gebreken aan de woonruimte, servicekosten of een gedraging van de verhuurder en er ook met eventuele hulp van de Huurcommissie onderling niet uitkomen, doet de Huurcommissie op verzoek uitspraak. De Huurcommissie beslecht ook geschillen in het kader van de Wet op het overleg huurders verhuurder (Wohv).

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

Financiën (IXB)

Toeslagen voert de huurtoeslag uit en ontvangt uitvoeringskosten voor beleidswijzigingen.

Infrastructuur en Waterstaat (XII)

De Inspectie voor de Leefomgeving en Transport (ILT) ontvangt jaarlijks een bijdrage voor het WNT-toezicht bij woningcorporaties door de Autoriteit woningcorporaties (Aw) en voor de uitvoering van SBR-wonen.

3.3 Woningbouw

Opdrachten

Woningbouwimpuls

Voor de Woningbouwimpuls worden opdrachten verstrekt voor expertise en beoordeling van de projectaanvragen en voor het doen van onderzoek. Om de effectiviteit van de Woningbouwimpuls vast te stellen wordt daarnaast ook gebruik gemaakt van een jaarlijkse monitoring, een voortgangsrapportage en tussenevaluatie.

Volkshuisvestingfonds

Middels het volkhuisvestingfonds kunnen gemeenten investeren in de verbetering van woonkwaliteit, leefomgeving en verduurzaming in kwetsbare gebieden.

Naast een specifieke uitkering zal een deel van de middelen worden ingezet voor programma- en apparaatskosten om de realisatie, uitvoering en beheer te financieren van het Volkshuisvestingsfonds en onderdelen van het bredere Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid.

Woningbouw

Dit betreft opdrachten aan onderzoek- en adviesbureaus ten behoeve van voor het oplossen van knelpunten bij de woningbouw.

Bijdrage aan medeoverheden

Woningbouwimpuls

De vraag naar woningen is sterk toegenomen, maar de bouw van woningen is achtergebleven. Hierdoor is er nu een groot tekort aan betaalbare en geschikte woningen. Met de regeling Woningbouwimpuls (Wbi) kunnen gemeenten een bijdrage krijgen om dit tekort op te lossen. De beschikbare middelen van € 222 mln. zijn bestemd voor de vijfde tranche van de Wbi.

Ouderenhuisvesting

Begin 2022 is de regeling ontmoetingsruimten in ouderenhuisvesting opengesteld. Voor ouderenhuisvesting is in 2023 € 18 mln. beschikbaar. Met het totale bedrag kunnen ongeveer 250 ontmoetingsruimten worden gebouwd. Een geclusterde woonvorm met één ontmoetingsruimte omvat gemiddeld 47 woningen. In totaal kunnen hierdoor ongeveer 12.000 ouderenwoningen mogelijk worden gemaakt.

Volkshuisvestingsfonds

In het Coalitieakkoord van 2021 is het vervolg van het Volkshuisvestingsfonds (VHF) aangekondigd. Voor het fonds worden extra middelen gereserveerd per 2023 tot en met 2026. Het fonds is gericht op herstructurering van de bestaande woningvoorraad in kwetsbare gebieden door middel van een impuls in leefbaarheid, (maatschappelijke) voorzieningen en buitenruimte. In 2023 wordt ten behoeve van medeoverheden € 142,5 mln. beschikbaar gesteld.

Kwetsbare groepen

Voor kwetsbare groepen is de Regeling huisvesting aandachtsgroepen (RHA) in het leven geroepen. Deze regeling is in 2022 geevalueerd. Naar aanleiding hiervan zijn er een aantal wijzigingen doorgevoerd in de regeling, waarvan het belangrijkste maximum uit te keren bedrag per gemeente van € 1 mln. euro naar € 1,5 mln. gaat.

Woondeals

De woondeals zijn prestatieafspraken die het ministerie van BZK heeft gemaakt met een aantal (stedelijke) regio’s ten aanzien van de bouw van woningen. Voor deze woondeals zijn in 2023 € 4,5 mln. aan middelen beschikbaar.

Grootschalige woningbouwgebieden

Dit betreffen middelen voor de inzet van brede gebiedsontwikkeling in de 17 grootschalige NOVEX woningbouwlocaties en daarbuiten. In 2023 wordt er € 475 mln. beschikbaar gesteld aan gemeenten voor deze gebieden.

Omdat het financiële afspraken met medeoverheden betreft, en de primaire verantwoordelijkheid voor gebiedsontwikkeling bij gemeenten ligt, worden de middelen verdeeld via een specifieke uitkering.

Besluitvorming over de inzet van middelen heeft plaatsgevonden via de Meerjarenprogramma Infrastructuur Ruimte en Transport (MIRT)-systematiek.

Bijdrage aan agentschappen

RVO

De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) ontvangt een bijdrage voor de voorbereiding, uitvoering en beheer van de regeling woningbouwimpuls, de regeling kwetsbare groepen, het volkshuisvestingfonds en het Expert team Woningbouw.

RVO verzorgt de technische ondersteuning aan gemeenten en vervult de loketfunctie voor de aanvragen.

RVB

Deze middelen voor het RVB zijn grotendeels bestemd voor het uitvoeren van het huisvestingspakket in het kader van de asielopvang, zoals gemeld in de derde incidentele suppletoire begroting 2022. Dit budget is voor de realisatie van flexwoningen en de daarbij behorende apparaatskosten. Dit budget omvat daarnaast coördinatiekosten van het RVB voor het laten transformeren van enkele bestaande en te verwerven panden.

De overige middelen voor het RVB zijn bedoeld voor de eerste fase van het tot stand brengen van een ontwikkeleenheid binnen het Rijksvastgoedbedrijf die zich bezig gaat houden met gebiedsontwikkeling en de versnelling van woningbouw.

Ontvangsten

De ontvangsten bestaan grotendeels uit teruggevorderde huurtoeslag. Terugvorderingen op de huurtoeslag ontstaan tijdens het toeslagjaar door controles van de Belastingdienst en Toeslagen en na afloop van het toeslagjaar bij de definitieve vaststelling van de bijdrage.

Daarnaast zijn er ontvangsten geraamd als gevolg van de verkoop van (een deel van) de flexwoningen in het kader van het huisvestingspakket asielopvang.

Extracomptabele fiscale regelingen

Naast de in dit begrotingsartikel genoemde instrumenten, zijn er fiscale regelingen die betrekking hebben op de woningmarkt. De Minister van Financiën is hoofdverantwoordelijk voor de wetgeving en uitvoering van deze regelingen en voor de budgettaire middelen. In onderstaande tabel is ter informatie het budgettaire belang van deze regelingen vermeld. De cijfers zijn ontleend aan de corresponderende bijlage ‘Fiscale regelingen’ in de Miljoenennota. Naast de fiscale regelingen die in onderstaande tabel zijn opgenomen, heeft ook de vrijstelling van overdrachtsbelasting voor stedelijke herstructurering betrekking op dit beleidsartikel. Voor een beschrijving van de regelingen, de doelstelling, de ramingsgrond, een verwijzing naar de laatst uitgevoerde evaluatie en het beoogde jaar van afronding van de volgende evaluatie wordt verwezen naar de bijlage bij de Miljoenennota ‘Toelichting op de fiscale regelingen’.

Tabel 17 Fiscale regelingen 2021-2023, budgettair belang op transactiebasis in lopende prijzen (bedragen x € mln.)1
 

2021

2022

2023

Hypotheekrenteaftrek

8.832

8.964

9.266

Aftrek financieringskosten eigen woning

238

190

151

Aftrek periodieke betalingen erfpacht, opstal en beklemming

31

31

31

Aftrek rente en kosten van geldleningen over restschuld vervreemde eigen woning

10

9

8

Eigenwoningforfait

‒ 2.817

‒ 2.821

‒ 2.762

Aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld

583

586

589

Schenk- en erfbelasting Eenmalige vrijstelling eigen woning

173

173

22

OVB Verlaagd tarief woning niet-starters2

2.470

2.843

4.353

OVB Vrijstelling woning starters

360

414

453

OVB Vrijstelling terugkoop VoV woningen

6

36

54

Vermindering verhuurderheffing

240

656

0

Kamerverhuurvrijstelling

10

12

15

X Noot
1

[-] = regeling is in dat jaar niet van toepassing; [0] = budgettair belang van de regeling bedraagt in dat jaar afgerond nihil.

X Noot
2

OVB = Overdrachtsbelasting

3.4 Artikel 4. Energietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteit

A. Algemene doelstelling

Stimuleren van een goede kwaliteit van de gebouwde omgeving op de aspecten duurzaamheid, energiezuinigheid, veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid en toegankelijkheid.

Met deze doelstelling doet het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) recht aan diverse publieke waarden:

  • De energietransitie in de gebouwde omgeving zorgt voor vermindering van de CO2-uitstoot.;

  • Gebouwen voldoen aan de eisen van bouwregelgeving op het gebied van veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid en toegankelijkheid;

  • Vermindering van het gebruik van primaire grondstoffen in de bouw, door onder meer zo hoogwaardig mogelijk gebruik van bouw- en sloopafval, draagt bij aan de beschikbaarheid en betaalbaarheid van producten en diensten op de langere termijn.

Deze publieke waarden worden op onderdelen concreet gemaakt in de volgende op termijn te bereiken resultaten:

  • Vermindering van de CO2-uitstoot van de gebouwde omgeving met minstens 55% ten opzichte van 1990, zoals afgesproken in het Coalitieakkoord van het kabinet-Rutte IV;

  • Aardgasvrije gebouwde omgeving richting 2050. Conform het in het voorjaar 2019 gepubliceerde Klimaatakkoord uitvoering van grootschalige proeftuinen in wijken gericht op opschaling en het opdoen van kennis en ervaring;

  • Samen met maatschappelijke partners 50% minder gebruik van primaire grondstoffen (mineraal, fossiel en metalen) realiseren in 2030 als tussendoel. Dit is in lijn met het programma ‘Nederland circulair in 2050’ met als einddoel een volledig circulaire economie in 2050 (Kamerstukken II 2015/16, 32852, nr. 33). De bouw is hierbij als een van de vijf prioriteiten genoemd;

  • In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust ingericht;

  • Verbetering van de kwaliteit van werkzaamheden aan gasverbrandingsinstallaties teneinde het aantal koolmonoxideongevallen te reduceren.

B. Rol en verantwoordelijkheid

Met het oog op de doelen binnen dit beleidsartikel is de inzet van burgers, instellingen, bedrijven en de gehele overheid noodzakelijk. In het kader van het Klimaatakkoord wordt met partijen gesproken over de noodzakelijke acties en te nemen maatregelen. Samen met medeoverheden, corporaties, netbeheerders, energiebedrijven, de financiële sector, de ontwerp-, bouw- en technieksector en talloze andere bedrijven, instellingen en maatschappelijke organisaties gaan we, ieder vanuit de eigen verantwoordelijkheid, mensen helpen met het verduurzamen van hun huis of gebouw. We maken wetgeving, stellen normen aan de huursector, bestaande gebouwen en installaties. De minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) heeft hierbij een stimulerende, regisserende en normerende rol.

Stimuleren

Op basis van artikel 120 van de Woningwet, hoofdstuk 4 van de Wet milieubeheer en de Kadasterwet is de Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) verantwoordelijk voor het stimuleren van energiebesparing en reductie van CO2-uitstoot in de gebouwde omgeving. De Minister voor VRO geeft invulling aan deze verantwoordelijkheid door kaderstelling (wet- en regelgeving), het uitvoeren van de acties van het Klimaatakkoord waar het Rijk verantwoordelijk voor is, ondersteuning van innovatie (onder andere door middel van subsidies) en monitoring. De Minister voor VRO stimuleert energietransitie in de gebouwde omgeving met verschillende (subsidie)instrumenten, afspraken en ondersteuningsmaatregelen.

Regisseren

Op basis van de artikel 2 van de Woningwet is de Minister voor VRO verantwoordelijk voor het opstellen en het beheer van de bouwregelgeving en stelselverantwoordelijk voor het borgen van de bouwkwaliteit. Op grond van deze verantwoordelijkheid worden in ieder geval regels gesteld over het bouwen van nieuwe bouwwerken, de staat van bestaande bouwwerken en het gebruiken en slopen van bouwwerken. Deze regels worden gesteld vanuit het oogpunt van veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid, energiezuinigheid of milieu. Door naleving van deze regels is de minimumkwaliteit van bouwwerken gewaarborgd. Toezicht en handhaving hierop berust bij gemeenten.

C. Beleidswijzigingen

Verduurzaming Gebouwde Omgeving

Voor de verduurzaming van de gebouwde omgeving werken we met een programmatische aanpak om te kunnen versnellen en opschalen. Het Programma Verduurzaming Gebouwde Omgeving (PVGO) bestaat uit vijf programmalijnen (Kamerstukken II 2021/22, 32847, nr. 911):

  • Gebiedsgerichte aanpak warmtetransitie

  • Individuele aanpak woningen

  • Aanpak utiliteitsgebouwen

  • Bronnen en infrastructuur

  • Innovatie in de bouw

Hieronder volgt een uitwerking van de activiteiten voor 2023 die vallen onder de vier eerstgenoemde programmalijnen. Actielijn vier 'Bronnen en infrastructuur' valt onder de verantwoordelijkheid van de Minister voor Klimaat en Energie.

1. Gebiedsgerichte warmtetransitie

  • In 2023 gaan gemeenten de transitievisies warmte concretiseren in uitvoeringsplannen per wijk of buurt, met betrokkenheid van bewoners en stakeholders. Een uitvoeringsplan beschrijft voor één of meerdere buurten of wijken op welk duurzaam alternatief deze buurt(en) of wijk(en) overgaan, per wanneer, en welke maatregelen hiervoor nodig zijn. Bij het opstellen en uitvoeren van de uitvoeringsplannen worden gemeenten ondersteund door het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie (NPLW). 

  • Het Programma Aardgasvrije Wijken (PAW) en het Expertise Centrum Warmte (ECW) gaat in 2023 over in het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie (NPLW). Dit programma ondersteunt gemeenten in de volle breedte van de warmte­ transitie in de gebouwde omgeving. Onderdeel van het NPLW is een regionale ondersteuningsstructuur, die vanaf 2023 operationeel zal zijn.

  • Vanaf 2023 kunnen gemeenten plannen indienen voor de lokale aanpak (actielijn 1) van het Nationaal Isolatieprogramma (Kamerstukken II 2021/22, 30196, nr. 787). Hieraan worden in 2023 de middelen die door het vorige kabinet zijn gereserveerd voor de lokale aanpak toegevoegd. Deze maatregel is een stap naar een meer fundamentele en structurele aanpak van grootschalige isolatie via het Nationaal Isolatieprogramma.

2. Verduurzaming individuele aanpak woningen

Koopwoningen

Individuele woningeigenaren en Verenigingen van Eigenaren (VvE’s) krijgen in 2023 handelingsperspectief. Dit gaat onder andere om het bieden van toegankelijke informatie, verregaande ontzorging, praktische ondersteuning, subsidie en financieringsmogelijkheden. Gemeenten ontvangen in het kader van het Nationaal Isolatieprogramma budget om woningeigenaren en VvE’s te ondersteunen en informatie te bieden op lokaal niveau. Op nationaal niveau is er onder meer hulp en informatie via het landelijk digitaal platform (verbeterjehuis.nl).

Met de Subsidie energiebesparing eigen huis (SEEH) kunnen VvE’s hun appartementen en woningen verduurzamen. Vanaf 1 januari 2023 kunnen VvE’s deze subsidie ook ontvangen als zij één isolatiemaatregel nemen. Tot nu toe kon dat bij minimaal twee maatregelen. Verder gaat de subsidie voor warmte-opties gericht op VvE's per 1 januari 2023 uit de Investeringssubsidie Duurzame Energie en Energiebesparing (ISDE) over naar de Subsidie Energiebesparing Eigen Huis (SEEH). Hierdoor wordt de SEEH de centrale regeling voor VvE’s. Dit zal het proces van aanvragen en uitvoeren van maatregelen versimpelen en versoepelen. Individuele woningeigenaren kunnen voor verduurzaming gebruik maken van de subsidie van de ISDE van de minister van EZK.

Huurwoningen

Door de afschaffing van de verhuurderheffing hebben corporaties (en andere grote verhuurders) in 2023 en verdere jaren extra investeringsruimte gekregen die ze kunnen besteden aan nieuwbouw, verduurzaming, leefbaarheid en betaalbaarheid. Om ervoor te zorgen dat die investeringsruimte optimaal wordt ingezet, ook op het terrein van verduurzaming, zijn er in 2022 prestatieafspraken met corporaties gemaakt. De uitvoering hiervan vindt in 2023 plaats (Kamerstukken II, 2021/22, 29453, nr. 551 ). Er wordt gestuurd op de doelen uit het Coalitieakkoord: het aardgasvrij maken van 450.000 corporatiewoningen en het mede daarmee zorgen voor het verduurzamen van circa 675.000 corporatiewoningen naar minimaal de standaard voor woningisolatie tot en met 2030. Om de verduurzaming te stimuleren worden in 2023 diverse regelingen aangepast of voortgezet.

  • Om opschaling bij verduurzaming van (huur)woningen te bevorderen, wordt de Renovatieversneller aangepast naar een subsidieregeling voor zowel de procesondersteuning als voor vraag- en aanbodbundeling van marktpartijen die op grote schaal willen renoveren.

  • De Regeling Vermindering Verhuurderheffing (RVV-V) vervalt per 2023: een heffingsvermindering is niet meer aan de orde als de verhuurderheffing wordt afgeschaft.

3. Aanpak utiliteitsgebouwen

We voeren de Aanpak Utiliteitsbouw uit zoals deze beschreven is in het Programma verduurzaming gebouwde omgeving (PVGO) (Kamerstukken II, 2021/22, 32847, nr. 911). Dit houdt onder meer het volgende in:

  • Publicatie van de Eindnorm Utiliteitsbouw in het Besluit Bouwwerken Leefomgeving. Het schetst het punt op de horizon waar eigenaren van bestaand vastgoed naar toe moeten renoveren, zoals afgesproken in het Klimaatakkoord.

  • Nieuwe normering voor de utiliteitsbouw, zoals het uitfaseren van slechte energielabels, is afhankelijk van de publicatie van de EPBD IV door de Europese Commissie.

  • Nieuwe normering voor gebouwen die vallen onder de gebruiksfunctie industrie is in ontwikkeling, in eerste instantie voor nieuwbouw, op termijn via de Eindnorm voor bestaande bouw.

  • Verder maken we in 2023 een start met een Ontzorgingsprogramma voor MKB’ers en gaan we bezien hoe verder met het versnellingsprogramma bedrijventerreinen te verduurzamen.

  • De Erkende maatregelenlijst Gebouwen wordt naast de Erkende maatregelenlijsten Activiteiten geïntroduceerd, voor alle bedrijven en instellingen die aan de Energiebesparingsplicht moeten voldoen. Eind 2023 moeten alle bedrijven en instellingen voor de tweede maal voldoen aan de informatieplicht.

4. Innovatie in de bouw

In het kader van het PVGO bevordert het kabinet de ontwikkeling van de markt naar innovatiever en duurzamer bouwen.

Daarnaast zal in 2023 worden ingezet op het organiseren van een continue voorspelbare bouwstroom. Door gezamenlijke ondersteuningspro­gramma’s met de markt voor vraagbundeling en aanbodontwikkeling moet het marktaandeel van innovatief en duurzaam (ver)bouwen substantieel gaan toenemen. Zo komt er voor de bestaande woningbouw een ‘versnellingsprogramma verduurzaming woningen’ dat een doorstart beoogt te zijn van het huidige ondersteuningspro­gramma van de Renovatieversneller die hiervoor wordt aangepast.

Bouwregelgeving en bouwkwaliteit

Met inwerkingtreding van het stelsel van de Omgevingswet per 1 januari 2023 zal het Bouwbesluit 2012 ingetrokken en opgevolgd worden door het Besluit bouwwerken leefomgeving. In 2023 en verder wordt gewerkt aan nieuwe wijzigingen van het Besluit bouwwerken leefomgeving en de implementatie daarvan, die nodig zijn in het kader van het actueel houden van de regelgeving, maatschappelijke en politieke ontwikkelingen en implementatie van Europese regelgeving. Ook zal in 2023 worden gewerkt aan verbetering van de bouwregelgeving en het wegnemen van belemmeringen voor de woningbouw, zoals is opgenomen in het Coalitieakkoord. Over dit voornemen en de uitwerking daarvan is de Tweede Kamer per brief (Kamerstukken II 2021/2022, 32757, nr. 168) geïnformeerd. Daarin wordt onder andere voorgenomen om de lokale maatwerkregels voor de energie- en milieuprestatie te heroverwegen, de landelijk geldende voorschriften voor de bouw van tijdelijke woningen te verduidelijken of aan te passen en om in te kaart brengen hoe klimaatadaptief en natuurinclusief bouwen, inrichten en beheren juridisch kan worden geborgd.

Toekomstbestendige gebouwde omgeving

Bij de verduurzaming van de gebouwde omgeving hebben we ook aandacht voor klimaatadaptief en natuurinclusief bouwen. Het is noodzakelijk om zowel in de nieuwbouw als de bestaande voorraad rekening te houden met toenemende weersextremen: wateroverlast, overstromingsrisico, hitte en droogte. Groen kan hierbij een middel zijn, dat tevens bijdraagt aan biodiversiteitsherstel en een prettige en gezonde leefomgeving. We werken aan een minder vrijblijvende nationale aanpak voor klimaatadaptatief en natuurinclusief bouwen.

Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen

Met ingang van 1 januari 2023 wordt de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) stapsgewijs ingevoerd (Kamerstukken II 2020/21, 32757, nr. 178 en Kamerstukken II 2021/22, 33118, nr. 220). Het doel van de wet is het verbeteren van de bouwkwaliteit en het versterken van de positie van de bouwconsument. Tot aan inwerkingtreding van de Wkb kunnen alle betrokken partijen door middel van proefprojecten ervaring opdoen, zodat zij goed voorbereid zijn op het nieuwe stelsel.

Stelsel certificeringwerkzaamheden aan gasverbrandingsinstallaties

Per 1 januari 2023 mogen verschillende werkzaamheden aan gasverbrandingsinstallaties alleen nog worden uitgevoerd door bedrijven die daarvoor gecertificeerd zijn (Stb. 2021, 555).

Circulair bouwen

Het Ministerie van BZK bevordert de toepassing van circulair bouwen als onderdeel van het Uitvoeringsprogramma Circulaire Economie 2019-2023 (UPCE). Het UPCE wordt vervangen door het Nationaal Programma Circulaire Economie (NPCE), dat eind 2022 aan de Kamer wordt aangeboden (Kamerstukken II 2021/22. 32852, nr. 204). Het Ministerie van BZK continueert in 2023 de uitvoering hiervan in samenwerking met partijen in de bouw en andere overheden voor het bereiken van de doelen van het programma Nederland circulair in 2050 (Kamerstukken II 2015/16, 32852, nr. 33). In 2023 wordt besloten hoe de halvering van de milieuprestatie-eis wordt vervroegd van 2030 naar 2025 en hoe het klimaatdoel voor circulair bouwen wordt geïmplementeerd (Kamerstukken II 2021/22, 32847/28089, nr. 825). Daarnaast worden wijzigingen geïmplementeerd voor de milieuprestatie van bouwwerken ten behoeve van enerzijds de implementatie van wijzigingen in de Europese norm (EN15804) en anderzijds de waardering van milieueffecten van de koolstofvastlegging in biobased materialen (Kamerstukken II 2019/20, 32852, nr. 94 en Aanhangsel van de Handelingen, 2020/21, nr. 1528).

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 18 Budgettaire gevolgen van beleid art. 4 Energietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteit (bedragen x € 1.000)
 

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Verplichtingen

463.639

775.858

816.057

668.832

249.336

161.808

171.990

        

Uitgaven

505.776

784.601

786.147

679.145

272.856

183.218

217.977

        

4.1 Energietransitie en duurzaamheid

498.141

770.216

773.676

667.840

260.823

172.572

208.899

Subsidies (regelingen)

Subsidie verduurzaming en onderhoud huurwoningen

0

2.239

34.646

42.000

52.500

13.600

4.200

Nationaal Isolatie Programma

0

0

50.000

50.000

0

0

0

Energiebesparing Koopsector

90.134

13.677

18.888

17.100

7.700

5.500

2.500

Energiebesparing Huursector

18.225

18.951

0

0

0

0

0

Kennis- en innovatieprogramma emissiearme bouwproducten (stikstof)

2.640

3.900

3.900

700

0

0

0

Verduurzaming Maatschappelijk Vastgoed

0

41.500

155.000

144.300

0

0

0

Energietransitie en duurzaamheid

13.377

29.460

14.736

8.732

3.077

4.502

4.552

Renovatieversneller

0

0

21.750

32.750

42.750

0

0

SAH

13.986

4.310

42.200

10.500

24.000

17.000

39.500

Warmtefonds

27.400

80.600

97.390

93.000

77.000

77.000

103.000

Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie

0

0

6.000

6.000

6.000

0

0

Opdrachten

Energietransitie en duurzaamheid

4.880

5.283

3.400

3.900

2.700

3.200

3.200

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

Energietransitie en duurzaamheid

4.277

1.045

0

0

0

0

0

Bijdrage aan medeoverheden

Programma reductie energieverbruik

95.736

0

0

0

0

0

0

Aardgasvrije wijken

54.677

62.560

0

0

0

0

0

Ontzorging maatschappelijk vastgoed

15.317

0

0

0

0

0

0

Ventilatie in scholen

125.619

72.434

0

0

0

0

0

Nationaal Isolatie Programma

0

0

250.000

190.500

0

0

0

Ondersteuning aanpak energiearmoede

0

358.959

0

0

0

0

0

Verduurzaming Maatschappelijk Vastgoed

0

17.000

0

0

0

0

0

Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie

0

0

9.000

9.000

9.000

0

0

Bijdrage aan agentschappen

ILT (Handhaving Energielabel)

11

24

527

529

523

523

523

RVO (Uitvoering Energieakkoord)

25

3.977

20.989

19.387

14.831

13.180

8.362

Dienst Publiek en Communicatie

903

1.085

1.000

1.000

0

0

0

Diverse Agentschappen

0

370

0

0

0

0

0

RVO (Energietransitie en duurzaamheid)

30.934

32.946

13.655

7.019

6.823

6.823

6.823

RVB

0

970

3.640

12.140

6.050

6.250

8.450

Verduurzaming Maatschappelijk Vastgoed

0

4.600

9.200

9.200

0

0

0

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

Gemeentefonds (B)

0

1.000

0

0

0

0

0

Kennis- en innovatieprogramma emissiearme bouwproducten (stikstof)

0

6.698

7.198

0

0

0

0

EGO

0

6.377

10.132

9.933

7.719

23.244

26.039

Handhaving energielabel C

0

251

425

150

150

1.750

1.750

 

4.2 Bouwregelgeving en bouwkwaliteit

7.635

14.385

12.471

11.305

12.033

10.646

9.078

Subsidies (regelingen)

Bouwregelgeving en bouwkwaliteit

5.745

12.280

8.543

5.460

5.988

4.203

2.248

Opdrachten

Bouwregelgeving en bouwkwaliteit

1.699

2.009

2.063

3.075

3.075

3.075

3.075

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

Overige bijdragen

191

41

0

0

0

0

0

Bijdrage aan agentschappen

RVB

0

0

1.510

2.015

2.015

1.913

1.900

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

Diverse bijdragen

0

55

355

755

955

1.455

1.855

        
        

Ontvangsten

1.371

91

91

91

91

91

91

Geschatte budgetflexibiliteit

Tabel 19 Geschatte budgetflexibiliteit artikel 4
 

2023

juridisch verplicht

37,9%

bestuurlijk gebonden

57,8%

beleidsmatig gereserveerd

0,6%

nog niet ingevuld/vrij te besteden

3,7%

Juridisch verplicht

Van het totale uitgavenbudget op artikel 4 is 37,9% juridisch verplicht en dit betreft met name de volgende instrumenten:

Subsidies (regelingen)

Het subsidiebudget is voor 36,3% juridisch verplicht. De subsidies zijn in het kader van de energietransitie en duurzaamheid voor onder andere de stimuleringsregeling aardgasvrije huurwoningen (SAH) , het Warmtefonds, subsidieregeling voor koopsector (VvE’s) en Nationaal Isolatieprogramma. In het kader van bouwregelgeving en bouwkwaliteit betreft het onder andere subsidies voor Stichting Bouwkwaliteit en de Nederlandse Norm (NEN).

Bijdrage aan medeoverheden

Het budget voor bijdragen aan medeoverheden is voor 44,0% juridisch verplicht. Het betreft de bijdrage voor lokale aanpak en nationaal programma lokale warmtetransitie.

Bijdrage aan agentschappen

Het budget voor bijdragen aan agentschappen is voor 12,9% juridisch verplicht. Het betreft grotendeels een bijdrage aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) voor de uitvoering van het energieakkoord en de energietransitie.

E. Toelichting op de financiële instrumenten

4.1 Energietransitie en duurzaamheid

Subsidies

Verduurzaming en onderhoud huurwoningen

Om particuliere verhuurders en institutionele beleggers gedeeltelijk tegemoet te komen voor de huurbevriezing (Motie Beckerman c.s., Kamerstukken II 2020/21, 35488, nr. 13) wordt er een subsidieregeling opengesteld. De regeling is een tegemoetkoming voor uitgaven die verhuurders doen in het kader van onderhoud en verduurzaming.

Nationaal Isolatie Programma

Het Nationaal Isolatie Programma (NIP) is een belangrijk onderdeel van het programma Versnelling verduurzaming gebouwde omgeving. Het programma is aangekondigd in de brief van 14 februari 2022 (Kamerstukken II 2021/22, 35925 VII nr. 137). Het NIP richt zich op een lokale aanpak en biedt mogelijkheden om koopwoningen en huurwoningen beter te isoleren.

Energiebesparing Koopsector

Om ondersteuning te bieden aan woningeigenaren van Verenigingen van Eigenaren (VvE's) die hun woning verduurzamen, wordt de subsidie energiebesparing eigen huis (SEEH) voor VvE’s voortgezet (Kamerstukken II 2020/21, 32813, nr. 667). 

Kennis- en innovatieprogramma bouwproductie stikstof

Met het kennis- en innovatieprogramma bouwproductie Stikstof wordt een bijdrage geleverd aan de kennis en ontwikkeling van emissiearme bouwconcepten en bouwlogistiek, zodat dit emissiereductiemaatregelen worden die effectief kunnen worden opgeschaald. Dit programma bestaat uit drie lijnen, waarvan twee onder de beleidsverantwoordelijkheid van het Ministerie van BZK vallen en één onder de beleidsverantwoordelijkheid van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat valt. Met deze subsidie wordt bijgedragen aan de ontwikkeling van een afsprakenstelsel voor digitalisering van het bouwproces en de bouwlogistieke stromen gericht op stikstofreductie.

Verduurzaming maatschappelijk vastgoed

Het kabinet heeft op Prinsjesdag 2021 aangekondigd € 525 mln. ter beschikking te stellen voor verduurzaming van het maatschappelijk vastgoed. Het grootste gedeelte, zo’n € 340 mln., wordt besteed in de vorm van een subsidieregeling. Hiermee krijgt de verduurzaming van zorg-, sport-, onderwijs- en overheidsgebouwen en ook een deel van de rijksmonumenten een belangrijke impuls.

Energietransitie en duurzaamheid

In het kader van de afspraken voor energietransitie in de gebouwde omgeving uit Klimaatakkoord verstrekt het Ministerie van BZK in 2023 subsidies aan enkele partijen, waaronder de voorlichtingsorganisatie Milieu Centraal. Zij zorgen voor het klantcontact en informatievoorziening over het energielabel voor woningen en andere gebouwen.

Renovatieversneller

Om de opschaling van de verduurzaming van (huur)woningen te bevorderen, wordt de huidige Renovatieversneller aangepast voor vraag-en aanbodbundeling van marktpartijen die op grote schaal willen renoveren. In 2023 wordt dit verder ontwikkeld en vormgegeven.

Stimuleringsregeling aardgasvrije huurwoningen (SAH)

De Stimuleringsregeling aardgasvrije huurwoningen (SAH) verleent subsidies aan gemengde VvE's en sociale en particuliere verhuurders voor het aardgasvrij maken van woningen. In 2023 wordt er gewerkt aan de vereenvoudiging van de SAH.

Warmtefonds

Het Warmtefonds biedt bredere en betere financieringsmogelijkheden, in het bijzonder voor woningeigenaren met een laag inkomen en kleine VvE’s. Vanaf 1 juli 2022 is het mogelijk om via het Nationaal Warmtefonds zonnepanelen en elektrisch koken gefinancierd te krijgen. En vanaf 1 oktober 2022 kunnen woningeigenaren zonder leenruimte en met een laag inkomen de financiering krijgen tegen een rente van 0%. In 2023 is € 97,4 mln. beschikbaar voor het Warmtefonds dat tegen aantrekkelijke voorwaarden financiering verstrekt aan woningeigenaren en VvE’s die hun woning verduurzamen. Er is meerjarig geld beschikbaar voor het Warmtefonds tot en met 2030.

Opdrachten

Energietransitie en duurzaamheid

Ter uitvoering van de afspraken voor energietransitie in de gebouwde omgeving verstrekt het Ministerie van BZK in 2023 diverse onderzoeksopdrachten, waaronder voor het energielabel. Daarnaast zijn middelen toegevoegd voor het Nationale Programma Lokale Warmtetransitie (NPLW). Het NPLW is een interbestuurlijk programma van het Rijk, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en het Interprovinciaal Overleg (IPO) en ondersteunt gemeenten bij de lokale warmtetransitie door kennis en expertise beschikbaar te stellen over het vormgeven en uitvoeren van de lokale warmtetransitie. Deze middelen zijn bedoeld voor de landelijke activiteiten (programma en apparaat).

Bijdrage aan medeoverheden

Nationaal Isolatie Programma

In het Coalitieakkoord zijn middelen gereserveerd voor het Nationaal Isolatie Programma (NIP) en de lokale aanpak. Er is € 67,5 mln. uit de gereserveerde middelen naar voren gehaald uit 2027 en toegevoegd aan 2023. In overleg met medeoverheden worden afspraken over de verdeling gemaakt.

In aanvulling hierop wordt er in zowel 2023 als 2024 € 150 mln. vrijgemaakt om kwetsbare huishoudens financieel te ondersteunen bij het nemen van energiebesparende maatregelen. Over de exacte inzet van deze middelen vindt nog besluitvorming plaats. Op een later moment worden deze middelen verdeeld over verschillende financiële instrumenten.

Het NPLW is een interbestuurlijk programma van het Rijk, VNG en IPO en ondersteunt gemeenten bij de lokale warmtetransitie door kennis en expertise beschikbaar te stellen over het vormgeven en uitvoeren van de lokale warmtetransitie. Onderdeel van het NPLW is een regionale ondersteuningsstructuur, die vanaf 2023 operationeel is. Hiervoor is € 9 mln. per jaar beschikbaar voor de periode 2023 tot en met 2025.

Bijdrage aan agentschappen

ILT (handhaving energielabel)

In 2023 voert de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) werkzaamheden uit op het gebied van de handhaving van de naleving van de verplichtingen met betrekking tot het energielabel in het kader van de Europese richtlijn energieprestatie van gebouwen (EPBD III).

RVO.nl (uitvoering Energieakkoord)

Het betreft onder andere de middelen voor de uitvoering van het Kennis en Innovatieplatform Maatschappelijk Vastgoed, de Stimuleringsregeling Aardgasvrije Huurwoningen (SAH) en de uitvoering van de lokale aanpak woningisolatie en kennis- en innovatieplatform.

RVO.nl (energietransitie en duurzaamheid)

Deze middelen zijn bestemd voor het jaarprogramma 2023 dat RVO.nl in opdracht van het Ministerie van BZK uitvoert, voornamelijk op het gebied van energietransitie in de gebouwde omgeving. Het programma behelst kennisverspreiding, beleidsonderbouwing en uitvoering van subsidieregelingen. Daarnaast betreft dit ook de bijdrage voor de RVO.nl voor de uitvoering van diverse regelingen. Deze uitgaven worden op dit instrument verantwoord vanwege gecentraliseerd opdrachtgeverschap.

RVB

In het kader van het stikstofbeleid wordt een bijdrage verstrekt om aanbestedende rijksdiensten in staat te stellen om structureel uitstoot verminderende criteria te stellen bij aanbestedingen. Dit betreft de middelen die het Ministerie van BZK inzet voor de opdracht aan het Rijksvastgoedbedrijf (RVB).

Verduurzaming Maatschappelijk Vastgoed

Voor de uitvoering van het realiseren van zonnepanelen op bestaande Rijksdaken en het nemen van extra energiebesparende maatregelen zijn er tot en met 2025 middelen beschikbaar. Dit betreft de middelen die het Ministerie van BZK inzet voor de opdracht aan het Rijksvastgoedbedrijf (RVB).

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

Kennis- en innovatieprogramma bouwproductie stikstof

Met het kennis en innovatieprogramma wordt een bijdrage geleverd aan de kennis en ontwikkeling van emissiearme bouwconcepten en bouwlogistiek, zodat dit emissiereductiemaatregelen worden die effectief kunnen worden opgeschaald. Dit programma bestaat uit drie lijnen, waarvan twee onder de beleidsverantwoordelijkheid van het Ministerie van BZK vallen en één onder de beleidsverantwoordelijkheid van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat valt. Via kennisontwikkeling en innovaties worden toepassing van lichtere bouwmaterialen, meer off-site-productie (prefab) en efficiëntere bouwprocessen gestimuleerd. Dit wordt uitgevoerd door TNO. Hiervoor zullen de middelen in 2023 worden overgeheveld naar de begroting van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK).

EGO

In het kader van de Integrale Kennis en Innovatieagenda van het Klimaatakkoord en van het topsectorenbeleid is de missie vastgesteld en geïnstrumenteerd om te komen tot een CO2 vrije gebouwde omgeving in 2050. Dit gebeurt via een aantal innovatieprogramma’s als de Meerjarig Missiegedreven Innovatieprogramma (MMIP) en de Demonstratie Energie- en Klimaatinnovatie (DEI). Binnen de programma’s ondersteunt het Rijk R&D-investeringen van grootschalige samenwerkingsverbanden tussen marktpartijen en kennisinstellingen. Deze ondersteuning krijgt vorm via Missiegedreven Onderzoek, Ontwikkeling en Innovatie (MOOI regeling). Daarnaast wordt geïnvesteerd in kennisopbouw en uitwisseling rondom maatschappelijk vastgoed, via het kennis- en innovatieplatform maatschappelijk vastgoed.

Handhaving energielabel C

In het Bouwbesluit is vastgelegd dat per 1 januari 2023 kantoren energielabel C of hoger moeten hebben om nog als zodanig gebruikt te mogen worden. Het bevoegd gezag is de gemeente en zij zullen hier ook op gaan handhaven.

4.2 Bouwregelgeving en bouwkwaliteit

Subsidies (regeling)

Bouwregelgeving en bouwkwaliteit

In 2023 verstrekt het Ministerie van BZK diverse subsidies in het kader van onderzoek naar mogelijke aanpassingen in de bouwregelgeving en overige onderwerpen die betrekking hebben op de veiligheid, toegankelijkheid, duurzaamheid en gezondheid van gebouwen en het versterken van de positie van de bouwconsument.

Opdrachten

Bouwregelgeving en bouwkwaliteit

Het Ministerie van BZK verstrekt ten behoeve van een goed functionerend stelsel van bouwregelgeving in 2023 opdrachten voor werkzaamheden van het Nederlands Normalisatie-instituut (NEN), de Helpdesk bouwregelgeving en de Adviescommissie toepassing en gelijkwaardigheid bouwvoorschriften. Vanuit de kerntaak «het wettelijk waarborgen van een maatschappelijk noodzakelijk minimum kwaliteitsniveau van bouwwerken» worden waar nodig wijzigingen in het Besluit bouwwerken leefomgeving aangebracht.

Bijdrage aan agentschappen

RVB

Deze middelen zijn bestemd voor het stimuleren van hergebruik en recyclaat in bouwmaterialen met Rijksinkoop. Dit geeft een impuls richting de markt via de voorbeeldrol en inkoopkracht van het Rijk met circulair inkopen en aanbesteden (Kamerstukken 2017/18, 32852, nr. 59). 2018).

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

Diverse bijdragen

Deze middelen zijn bestemd voor de nieuwe Markt Toezicht Verordening ten behoeve van het uitvoeren van een HUF (handhaafbaarheids-, uitvoerbaarheids- en fraudebestendigheids-)toets uitgevoerd door ILT.

Ontvangsten

Dit betreft ontvangsten uit afrekeningen van eerder verstrekte subsidies door RVO.nl en uit boetes wegens het niet nakomen van verplichtingen met betrekking tot het verstrekken van het energielabel bij verkoop en verhuur van gebouwen.

3.5 Artikel 5. Ruimtelijke ordening en Omgevingswet

A. Algemene doelstelling

Een goede kwaliteit van de leefomgeving.

Het beleid is gericht op de realisatie van een veilige, gezonde en aantrekkelijke woon- en leefomgeving en een efficiënt gebruik van onze ruimte, nu en in de toekomst. Daarnaast werkt het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) aan de invoering van de herziening van het stelsel van omgevingsrecht, dat nationale wettelijke kaders en instrumenten geeft waarmee overheden, burgers en bedrijven gezamenlijk werken aan veilige en gezonde leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit.

B. Rol en verantwoordelijkheid

De Minister voor VRO is samen met de sectorale vakministers verantwoordelijk voor het beleid voor de leefomgeving:

  • de minister is systeemverantwoordelijk voor de Nationale Omgevingsvisie (NOVI), waaronder kennisontwikkeling voor de uitvoering en de evaluatie en monitoring van de NOVI;

  • de minister is stelselverantwoordelijk voor de Wet Ruimtelijke ordening (Wro) en na de inwerkingtreding voor de Omgevingswet;

  • het zorgdragen voor een gestructureerde afstemming met de medeoverheden in het bestuurlijk overleg Wonen, Ruimte en Omgevingswet en met de regio in de vorm van het Bestuurlijk Overleg Leefomgeving.

  • het – via de omgevingsagenda’s – in kaart brengen van de inhoudelijke samenhang tussen de verschillende onderdelen van het ruimtelijk-fysieke domein (onder andere woningbouw, bereikbaarheid, economie, energie, natuur en waterveiligheid);

  • het ontwikkelen van nationale ruimtelijke visies, zoals een ruimtelijke vertaling voor duurzame energieopwekking, -opslag en transport in 2050 en een visie op verstedelijking en het landelijk gebied;

  • de inbreng van ontwerp in ruimtelijke projecten en programma’s bij het Ministerie van BZK en het stimuleren van ontwerp bij projecten en programma’s, zowel interdepartementaal als bij andere overheden.

De Minister voor VRO heeft een regisserende rol ten aanzien van de geo-informatie in Nederland en heeft in dat kader een systeemverantwoordelijkheid voor de Nationale Geo-informatie-Infrastructuur. De Minister voor VRO geeft aan deze verantwoordelijkheid invulling door:

  • het opstellen, onderhouden en coördineren van nationale en Europese kaders en wet- en regelgeving ten aanzien van interbestuurlijke geo-informatie en de bijbehorende voorzieningen;

  • het vertalen en implementeren van relevante Europese beleidskaders op het terrein van de geo-informatie;

  • het stimuleren van de samenwerking tussen overheid, bedrijfsleven en wetenschap in het kader van de toekomstvisie Geo Samen;

  • het zorgen voor een toekomst vaste exploitatie van de geo-basisregistraties en basisvoorzieningen en de verdere doorontwikkeling van deze nationale geo-informatie-infrastructuur in het kader van de ontwikkelvisie Doorontwikkeling in Samenhang (DiS-Geo).

De Minister voor VRO heeft een ontwikkelende, een faciliterende en een regisserende rol in het kader van de stelselherziening omgevingsrecht. Deze omvat:

  • het afbouwen en door ontwikkelen van de Omgevingswet, samen met bestuurlijke partners, collega bewindspersonen, uitvoeringsorganisaties, bedrijfsleven en andere belanghebbenden;

  • faciliteren van experimenten vooruitlopend op de Omgevingswet via de Crisis- en Herstelwet;

  • de implementatie van het nieuwe stelsel via het implementatieprogramma Aan de slag met de Omgevingswet met een interbestuurlijk opdrachtgeverschap van Rijk, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), Interprovinciaal Overleg (IPO) en Unie van Waterschappen (UvW); het ondersteunen van burgers, bedrijven en overheden bij de stelselherziening door het vergroten van kennis over de nieuwe wet- en regelgeving;

  • het implementeren, uitbouwen en in beheer nemen van de landelijke voorziening in het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO-LV) die de uitvoeringsprocessen van de Omgevingswet ondersteunt.

C. Beleidswijzigingen

Nationale Omgevingsvisie

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is begin 2021 vastgesteld (Kamerstukken II 2020/21, 34682, nr. 80) en geeft het integrale beleid voor de leefomgeving voor 2030 en verder. De NOVI is hiermee ook kaderstellend -het rijksbeleid voor de ruimtelijke ordening. Bij vaststelling verving de NOVI op nationaal niveau de Structuurvisie infrastructuur en ruimte (SVIR) en de strategische ruimtelijke delen van het verkeers- en vervoerplan, het nationale waterplan, de natuurvisie en het milieubeleidsplan. Bij inwerkingtreding van de Omgevingswet geldt de NOVI als nationale visie onder de Omgevingswet.

De nieuwe Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) heeft een regiefunctie gekregen voor wat betreft de opgaven in de fysieke leefomgeving. Aan deze regiefunctie wordt invulling gegeven met de actualisatie van de NOVI, de uitvoering van de NOVEX (het uitvoeringsprogramma onder de NOVI) en de realisatie van het programma Mooi Nederland. Daarnaast werkt de Minister voor VRO samen met zijn collega-bewindspersonen aan bestuurlijke afspraken met mede-overheden op basis waarvan de ruimtelijke puzzel gelegd gaat worden.

Omgevingswet

Op 12 juli 2022 heeft de Eerste Kamer ingestemd met de motie Rietkerk (Kamerstukken I, 2021/22, 33118, DZ.). Deze motie spreekt onder meer uit dat de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2023 het uitgangspunt is en blijft, zodat de bevoegd gezagen hun voorbereidingen daarop kunnen inrichten en de uitvoering geen vertraging oploopt.

De activiteiten die de uitvoering en invoering van de Omgevingswet ondersteunen, zoals afbouw, beheer en doorontwikkeling en uitbouw van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) en invoeringsondersteuning lopen in 2023 door.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 20 Budgettaire gevolgen van beleid art. 5 Ruimtelijke ordening en Omgevingswet (bedragen x € 1.000)
 

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Verplichtingen

177.669

130.314

132.468

85.771

82.934

77.766

77.796

        

Uitgaven

167.275

130.314

132.468

85.771

82.934

77.766

77.796

        

5.1 Ruimtelijke ordening

65.818

56.948

59.579

49.314

48.086

48.113

48.043

Subsidies (regelingen)

Programma Ruimtelijk Ontwerp

0

300

1.500

1.500

0

0

0

Basisregistraties

374

515

547

547

547

547

447

Ruimtelijk instrumentarium (diversen)

174

300

300

300

300

300

300

Basisregistraties Ondergrond

96

25

0

0

0

0

0

Opdrachten

Programma Ruimtelijk Ontwerp

570

1.009

1.304

1.363

2.961

2.961

2.961

Basisregistraties Ondergrond

1.084

1.983

2.470

0

0

0

0

Gebiedsontwikkeling

967

1.308

908

1.050

1.050

1.050

1.050

Geo-informatie

18

758

0

0

0

0

0

Ruimtelijk instrumentarium (diversen)

1.933

2.717

2.226

2.306

2.306

2.315

2.345

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

Kadaster (basisregistraties)

27.305

33.337

31.788

28.004

28.146

28.164

28.164

Geo-informatie

5.144

4.838

2.379

2.354

2.354

2.354

2.354

Basisregistraties Ondergrond

1.405

234

450

0

0

0

0

Diverse bijdragen

251

109

0

0

0

0

0

Bijdrage aan medeoverheden

Diverse projecten ruimtelijke kwaliteit

560

131

5.174

3.481

2.736

2.736

2.736

Gebiedsontwikkeling

15.419

470

0

0

0

0

0

Ruimtelijk ontwerp

41

0

0

0

0

0

0

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

ESPON

479

0

0

0

0

0

0

Bijdrage aan agentschappen

RVB

3.493

3.569

3.136

3.136

2.413

2.413

2.413

RIVM

37

49

126

126

126

126

126

RWS (leefomgeving)

5.844

4.946

5.191

5.147

5.147

5.147

5.147

Basisregistraties Ondergrond

533

0

0

0

0

0

0

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

Economische Zaken en Klimaat (XIII)

0

0

2.080

0

0

0

0

Infrastructuur en Waterstaat (XII)

91

350

0

0

0

0

0

        

5.2 Omgevingswet

101.457

73.366

72.889

36.457

34.848

29.653

29.753

Subsidies (regelingen)

Eenvoudig Beter

23.564

3.213

1.000

0

0

0

0

Opdrachten

Eenvoudig Beter

256

0

0

0

0

0

0

Aan de Slag

1.310

2.094

8.974

8.440

8.440

3.310

3.410

Serviceteam Rijk

127

650

0

0

0

0

0

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

Kadaster

26.504

23.799

48.565

22.894

22.085

22.020

22.020

Geonovum

5.125

3.500

600

0

0

0

0

ICTU

775

467

300

0

0

0

0

Aan de Slag

120

0

0

0

0

0

0

Diverse bijdragen

109

0

0

0

0

0

0

Bijdrage aan medeoverheden

Eenvoudig Beter

93

0

0

0

0

0

0

Bijdrage aan agentschappen

Aan de Slag

43.389

39.643

13.450

5.123

4.323

4.323

4.323

Diverse agentschappen

85

0

0

0

0

0

0

        

Ontvangsten

10.875

6.468

3.824

3.824

3.824

3.824

3.824

Geschatte budgetflexibiliteit

Tabel 21 Geschatte budgetflexibiliteit artikel 5
 

2023

juridisch verplicht

78,8%

bestuurlijk gebonden

5,2%

beleidsmatig gereserveerd

14,9%

nog niet ingevuld/vrij te besteden

1,1%

Juridisch verplicht

Van het totale uitgavenbudget op artikel 5 is 78,8% juridisch verplicht en dit betreft met name de volgende instrumenten:

Bijdrage aan ZBO’s/RWT’s

Het budget voor bijdragen aan ZBO’s/RWT’s is voor 99,5% juridisch verplicht. Het betreft een bijdrage aan het Kadaster voor beheer en ontwikkeling van de landelijke voorzieningen van basisregistraties, beheer en ontwikkeling van de gezamenlijke verstrekkingsvoorziening voor geo-informatie Publieke Dienstverlening op de Kaart (PDOK) en het Nationaal GeoRegister (NGR).

Bijdrage aan agentschappen

Het budget voor bijdragen aan agentschappen is voor 63,3% juridisch verplicht. Het betreft bijdragen aan Rijkswaterstaat (RWS) ten behoeve van de Ruimtelijke Inpassingsplannen en de ontwikkeling van het Digitale Stelsel Omgevingswet (DSO). Daarnaast betreft het een bijdrage aan het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) voor het uitvoeren van verschillende projecten in het kader van het Regionaal Ontwikkelprogramma onder andere gebiedsverkenningen, -analyses en -projecten.

Bijdrage aan medeoverheden

Het budget voor bijdragen aan medeoverheden is voor 64,6% juridisch verplicht. Het betreft de slotbetaling van het Nieuwe Sleutel Project (NSP) Breda (verbeteren van de situatie in het stationskwartier van Breda).

E. Toelichting op de financiële instrumenten

5.1 Ruimtelijke ordening

Subsidies (regelingen)

Programma Ruimtelijk Ontwerp

Het Actieprogramma Ruimtelijk Ontwerp 2021-2024 (‘Ontwerp verbindt’, Kamerstukken II 2020/21, 31535, nr. 12, bijlage 962435) is gericht op een effectieve inzet van ruimtelijk ontwerp bij urgente en complexe maatschappelijke opgaven. Deze subsidie is gericht op de inzet van ontwerp en ontwerpers zoals architecten, stedenbouwkundigen en landschapsarchitecten om complexe veranderingen te laten slagen. Het is een instrument om de impact van vaak abstracte opgaven op straat-, buurt-, stads- en landschapsniveau concreet te maken.

Basisregistraties

Aan de Stichting Geonovum wordt een subsidie verleend voor het basisprogramma: ontwikkelen en beheren van geo-standaarden, kennisoverdracht en advisering over geo-informatie en geo-informatie-infrastructuur.

Ruimtelijk instrumentarium (diversen)

Dit budget is bedoeld voor incidentele inititiatieven die een bijdrage leveren aan een goede kwaliteit van de leefomgeving.

Opdrachten

Programma Ruimtelijk Ontwerp

Het Actieprogramma Ruimtelijk Ontwerp 2021-2024 (‘Ontwerp verbindt’, Kamerstukken II 2020/21, 31535, nr. 12, bijlage 962435) is gericht op een effectieve de inzet van ruimtelijk ontwerp bij urgente en complexe maatschappelijke opgaven. De belangrijkste elementen in het programma zijn:

  • het stimuleren van lokale en regionale initiatieven;

  • het ondersteunen van het College van Rijksadviseurs ten behoeve van advies aan het Rijk inzake omgevingskwaliteit en de inzet van ontwerp bij nationale programma's en rijksprojecten;

  • het organiseren van ontwerpdialoog om nieuwe doelgroepen te betrekken.

Basisregistraties Ondergrond

De Basisregistraties Ondergrond (BRO) is een centrale registratie met publieke gegevens over de Nederlandse ondergrond. Dit betreffen programmakosten voor de opname van gegevens over Bodemverontreiniging in de Basisregistraties ondergrond (BRO). Hiervoor wordt budget ingezet in diverse opdrachten.

Gebiedsontwikkeling

In 2022 zijn zeven stedelijke regio’s in de RO-brief (Kamerstukken II 2021/2022, 34682, Nr 92) van de minister voor VRO, samen met zeven andere regio's aangewezen als NOVEX-gebied. Dit zijn gebieden waar de nationale opgaven dusdanig opstapelen dat een gebiedsgerichte ordening en prioritering van verschillende opgaven noodzakelijk is. De financiële middelen vanuit dit budget worden ingezet ter ondersteuning van de uitvoering van de aanpak in deze zeven gebieden. Het betreft de Metropool Regio Amsterdam, de regio Utrecht-Amersfoort, de Zuidelijke Randstad, Groningen-Assen, regio Zwolle, Arnhem-Nijmegen-Foodvalley en Stedelijk Brabant.

Ruimtelijk instrumentarium (diversen)

In februari 2021 is de NOVI definitief vastgesteld. De financiële middelen voor het Ruimtelijk instrumentarium worden in 2023 daarmee met name ingezet voor onder andere:

  • de uitvoering van de NOVI (NOVI-gebieden en (juridische) instrumentering NOVI) en de NOVI-cyclus (een NOVI-conferentie, de monitor van de NOVI en de inrichting van de beleidsevaluatie van de NOVI);

  • de verdere ontwikkeling van een Monitor landschap en het opstellen van een Nationaal ruimtelijke strategie - Landelijk Gebied;

  • de stikstofproblematiek;

  • het beheer en onderhoud van het ruimtelijk deel van het stelsel van de Omgevingswet (Ow).

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

Kadaster (basisregistraties)

Dit betreft een structurele bijdrage aan het Kadaster. De bijdrage is bestemd voor beheer en ontwikkeling van de landelijke voorzieningen van basisregistraties en in enkele gevallen ook voor het actueel houden van de inhoud. Tevens gaat het om beheer en ontwikkeling van de gezamenlijke verstrekkingsvoorziening voor geo-informatie «Publieke Dienstverlening op de Kaart» (PDOK), het Nationaal Geo-Register (NGR) in relatie tot de Europese richtlijn INSPIRE en de beheerkosten van het landelijke online portaal voor ruimtelijke plannen.

Daarnaast zijn in het Coalitieakkoord middelen gereserveerd voor de uitvoering van het programma Werk aan Uitvoering. Aan het Kadaster wordt een bijdrage verstrekt waarmee een 3D informatiebasis kan worden gerealiseerd voor datagedreven en participatief volkshuisvesting- en ruimtelijke ordeningsbeleid.

Geo-informatie

In het kader van ontwikkeling van de geo-basisregistraties en andere standaardisatie in het geo-domein worden bijdragen verstrekt aan onder andere Geonovum en ICTU. Deze betreffen beheer en ontwikkeling van standaarden, begeleiding van de Europese richtlijn INSPIRE en de ontwikkeling van een visie op doorontwikkeling van de Geo-basisregistraties.

Basisregistraties Ondergrond

Het Kadaster ontvangt een bijdrage voor Publieke Dienstverlening op de Kaart (PDOK) voor de ontsluiting van gegevens over Bodemverontreiniging in de Basisregistraties ondergrond (BRO).

Bijdrage aan medeoverheden

Diverse projecten ruimtelijke kwaliteit

De slotbetaling van het Nieuwe Sleutel Project (NSP) Breda is voorzien in 2023. Door de komst van de Hogesnelheidslijn-Zuid is er in 1997 besloten tot de aanpak van de aanliggende stations, de Nieuwe Sleutelprojecten. Het laatste nog lopende project NSP Breda is gericht op het verbeteren van de situatie in het stationskwartier van Breda.

Bijdrage aan agentschappen

RVB

Het Rijksvastgoedbedrijf ontvangt een (jaarlijkse) bijdrage voor gebiedsverkenningen, -analyses en -projecten met (mogelijk) maatschappelijke meerwaarde door inzet van rijksvastgoed (gronden en gebouwen). Bij voorkeur gaat het hier om integrale trajecten met een bijdrage aan meerdere beleidsdoelen, zoals volkshuisvesting, energietransitie en stikstof. 

RWS (leefomgeving)

Rijkswaterstaat (RWS) ontvangt een bijdrage voor diverse beleidsondersteunende en adviserende activiteiten in het domein van de fysieke leefomgeving, waaronder beheer en exploitatie van het Omgevingsloket-online (OLO).

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

Economische Zaken en Klimaat (XIII)

Het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat ontvangt een bijdrage voor TNO, dat de Landelijke Voorziening BRO beheert. Dit betreffen programmakosten voor de opname van gegevens over Bodemverontreiniging in de Basisregistraties ondergrond (BRO).

5.2 Omgevingswet

Subsidies

Eenvoudig Beter

Dit betreft subsidies aan de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), de Unie van Waterschappen en het IPO voor de implementatie van de Omgevingswet.

Opdrachten

Aan de Slag

Ter ondersteuning van bevoegd gezagen bij de invoering en implementatie van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) worden bijeenkomsten, workshops en webinars georganiseerd, handleidingen en voorlichtingsmateriaal gecreëerd en er worden praktijkvoorbeelden gepubliceerd. Dit alles helpt bevoegd gezagen bij het werken met het DSO. Daarnaast worden diverse opdrachten verstrekt voor onderzoeken en evaluatie.

Bijdrage aan ZBO's / RWT's

Kadaster

Kadaster is tactisch beheerder van het DSO. Hiervoor ontvangt het Kadaster een bijdrage van het Ministerie van BZK. Daarnaast ontvangt het Kadaster een bijdrage voor de afbouw, implementatie en uitbouw van het DSO.

Geonovum

Geonovum is operationeel beheerder van het DSO. Hiervoor ontvangt het Geonovum een bijdrage van het Ministerie van BZK.

ICTU

Dit betreft hier de bijdrage voor de activiteiten die ICTU uitvoert in het kader van de monitor op de implementatie van het DSO. Hiermee wordt beoogd te monitoren in hoeverre betrokken partijen en organisaties gesteld staan om te kunnen werken met het DSO.

Bijdrage aan agentschappen

Aan de Slag

Dit betreft een bijdrage aan Rijkswaterstaat (RWS) voor het beheer van het Informatiepunt en voor DSO.

De Uitvoeringsorganisatie Bedrijfsvoering Rijk (UBR), organisatieonderdeel Kennis- en Exploitatiecentrum voor Officiële Overheidspublicaties (KOOP), ontvangt een bijdrage voor het beheer en doorontwikkeling van het Landelijke Voorziening Bekendmaken en Beschikbaar stellen (LVBB) en de Standaard Officiële Publicaties (STOP), beide onderdeel van het DSO.

Ontvangsten

Dit betreft de bijdrage van de Unie van Waterschappen aan het Kadaster voor de basisregistraties.

3.6 Artikel 6. Overheidsdienstverlening en informatiesamenleving

A. Algemene doelstelling

Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) zorgt voor:

  • een veilige, gebruiksvriendelijke en inclusieve (digitale) overheidsdienstverlening;

  • een toegankelijke en transparante overheidsinformatie;

  • een veilig en betrouwbaar identiteitsstelsel waarbij veilig en efficiënt gebruik wordt gemaakt van (persoons)gegevens;

  • bijdragen aan het vertrouwen in de overheid door het verbeteren van de informatiepositie van burgers en bedrijven;

  • het bewaken van rechten en publieke waarden, zoals privacybescherming en zelfbeschikking, in de informatiesamenleving en daarmee bijdragen aan de bewaking van de kernwaarden van de democratie.

  • het stimuleren van het verantwoord gebruik van nieuwe technologieen voor het verbeteren van overheidsdienstverlening en het oplossen van maatschappelijke vragen.

  • het aangaan van internationale samenwerking om met gelijkgestemde landen wet- en regelgeving te beinvloeden, overheidsdienstverlening over de grenzen heen te realiseren, gezamenlijke maatschappelijke vragen op te lossen.

Een digitale samenleving over de grenzen heen die rekening houdt met burgers en maatschappelijke vragen oplost.

B. Rol en verantwoordelijkheid

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is verantwoordelijk voor het bevorderen van een adequate digitale overheidsdienstverlening, waarbij het belangrijkste doel is dat de dienstverlening toegankelijk is voor iedereen en het bevorderen van het inzetten van digitale innovaties voor het oplossen van maatschappelijke vragen.

Stimuleren

  • De minister van BZK stimuleert het gebruik van nieuwe digitale technologieën voor het oplossen van maatschappelijke vraagstukken, waarbij de markt ook nadrukkelijk uitgedaagd wordt om mee te denken over antwoorden op maatschappelijke vragen.

  • De minister van BZK stimuleert internationale samenwerking op het realiseren van diensten over de grenzen heen en het met like minded landen zorgen voor wet- en regelgeving die recht doet aan de Nederlandse situatie.

Regisseren

  • De minister van BZK zorgt voor maatregelen die burgers rechten geven en beschermen tegen ongewenste aspecten van digitalisering.

  • De minister van BZK pakt de rol om voortdurend de beleidsagenda op het terrein van de informatiesamenleving en overheid te herijken aan de eisen van de tijd.

  • De minister van BZK is stelselverantwoordelijk voor de inrichting en governance van de digitale overheid, waaronder de digitale basisinfrastructuur die deze mogelijk maakt.

  • De minister van BZK heeft een kaderstellende rol op het gebied van de digitale overheid. Kaderstellen gebeurt in de vorm van wetgeving, standaarden, architectuurkaders en richtlijnen rekening houdend met Europese ontwikkelingen en verplichtingen.

  • De minister van BZK heeft een coördinerende rol met betrekking tot alle officiële publicaties van de overheid.

Uitvoeren

  • De minister van BZK is verantwoordelijk voor de inrichting, beschikbaarstelling, instandhouding, werking, beveiliging en betrouwbaarheid van generieke voorzieningen voor elektronisch berichtenverkeer en informatieverschaffing, alsmede voor de voorzieningen voor het inloggen bij overheidsdienstverleners(authenticatie) en registratie van machtigingen in het burgerservicenummer (BSN)-domein.

  • De minister van BZK is verantwoordelijk voor het beleid rondom het vaststellen van de identiteit alsmede de verstrekking van reisdocumenten op basis daarvan. Ook is de minister van BZK verantwoordelijk voor de vastlegging van persoons- en adresgegevens in de Basisregistratie Personen (BRP). In dat kader houdt de minister van BZK toezicht op de uitvoering van de Paspoortwet, monitort de uitvoering van de Wet BRP en ondersteunt de gemeenten die primair verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van deze wetten. De minister van BZK faciliteert hiermee het juiste gebruik van persoons- en adresgegevens door andere overheidsinstanties. Het tegengaan van fraude met, en het corrigeren van fouten van, persoons- en adresgegevens en reisdocumenten vormt hiervan een integraal onderdeel.

C. Beleidswijzigingen

Generieke Digitale Infrastructuur

De evaluatie van de governance en financiering van de Generieke Digitale Infrastructuur (GDI) is samen met een kabinetsreactie op 13 juli 2020 aangeboden aan de Tweede Kamer (Kamerstukken II 2019/20, 26643, nr. 706). Uit de evaluatie bleek dat de doorbelasting van de beheerkosten een belemmerend effect heeft op de doorontwikkeling en het gebruik van de GDI. Dit heeft negatieve effecten op de dienstverlening aan burgers en ondernemers. Het kabinet heeft de ambitie uitgesproken om te komen tot een aanpassing van de besturing van de GDI en een centrale financiering van alle kosten van de GDI door BZK.

De nieuwe besturing van de GDI is vanaf 2022 van start gegaan, waarbij de politieke verantwoordelijkheid en de opdrachtgeversrol van BZK beter zijn verankerd. De centrale financiering loopt vanaf 2023. Gezien de gebruikers niet meer financieel hoeven bij te dragen aan de kosten van de GDI, wordt het eenvoudiger om het gebruik van de GDI te bepalen op basis van de meerwaarde voor burgers en ondernemers.

Hiernaast heeft BZK met de departementen, uitvoeringsorganisaties en medeoverheden overeenstemming bereikt om te komen tot de vorming van een centraal budget waaruit alle kosten die samenhangen met de GDI worden gefinancierd. Aan dit budget wordt bijgedragen door de gebruikers van de GDI en door middelen van Werk Aan Uitvoering.

Werk Aan Uitvoering

In het Coalitieakkoord 2021-2025 is vastgelegd dat het kabinet werkt aan een overheid die betrouwbaar, dienstbaar, dichtbij en rechtvaardig is en het programma Werken aan Uitvoering voortzet. BZK zet hierbij in op de digitale identiteit, regie op gegevens, een voortgang van de datastrategie en een centraal digitaal loket binnen Europa. Ook wordt met andere departementen verder gewerkt aan de 1 loketfunctie en het handelingsperspectief voor gemeenten en uitvoeringsorganisaties.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 22 Budgettaire gevolgen van beleid art. 6 Overheidsdienstverlening en informatiesamenleving (bedragen x € 1.000)
 

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Verplichtingen

222.162

234.239

468.592

482.022

492.902

492.397

486.538

        

Uitgaven

213.854

234.239

468.592

482.022

492.902

492.397

486.538

        

6.2 Overheidsdienstverlening, informatiebeleid en informatiesamenleving

97.433

84.985

72.348

76.231

78.465

78.427

79.740

Subsidies (regelingen)

Overheidsdienstverlening

3.778

5.896

2.106

1.997

1.979

1.970

1.970

Opdrachten

Informatiebeleid

1.646

3.908

1

0

1.707

1.707

207

Overheidsdienstverlening

2.189

9.306

13.879

13.718

14.291

14.291

15.791

Informatiesamenleving

517

3.850

19.259

24.649

24.621

24.595

25.908

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

CBS

40

35

127

123

123

121

121

RDW

3.297

1.600

0

0

0

0

0

KvK

3.782

5.279

5.410

6.946

6.946

6.946

6.946

ICTU

8.693

7.613

5.408

4.197

4.197

4.197

4.197

Diverse bijdragen

978

1.754

200

130

130

130

130

Bijdrage aan medeoverheden

Gemeenten

422

600

600

670

670

670

670

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

Digitale dienstverlening

565

180

85

85

85

85

85

Bijdrage aan agentschappen

RVO

9.832

10.169

94

90

90

90

90

UBR

19.275

12.032

7.476

7.476

7.476

7.476

7.476

Telecom

1.796

1.600

1.645

1.629

1.629

1.629

1.629

Logius

34.205

20.637

16.008

14.471

14.471

14.470

14.470

RvIG

6.266

204

0

0

0

0

0

AZ-DPC

0

145

0

0

0

0

0

Diverse bijdragen

139

15

0

0

0

0

0

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

Buitenlandse Zaken (V)

13

162

50

50

50

50

50

        

6.5 Identiteitsstelsel

51.928

38.866

38.735

35.450

35.461

35.460

35.460

Opdrachten

Identiteitsstelsel

421

1.501

5.268

1.532

1.543

1.543

1.543

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

ICTU

267

1.553

2.550

3.000

3.000

3.000

3.000

Diverse bijdragen

0

250

0

0

0

0

0

Bijdrage aan medeoverheden

       

Gemeenten

287

51

146

147

147

147

147

Bijdrage aan agentschappen

RvIG

50.953

35.511

30.771

30.771

30.771

30.770

30.770

        

6.6 Investeringspost digitale overheid

50.286

61.624

0

0

0

0

0

Subsidies (regelingen)

Doorontwikkeling en innovatie digitale overheid

3.507

8.444

0

0

0

0

0

Opdrachten

Doorontwikkeling en innovatie digitale overheid

377

8.017

0

0

0

0

0

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

KvK

393

856

0

0

0

0

0

ICTU

1.168

1.306

0

0

0

0

0

Diverse bijdragen

2.235

1.008

0

0

0

0

0

RDW

1.505

330

0

0

0

0

0

Bijdrage aan medeoverheden

Gemeenten

0

565

0

0

0

0

0

Provincies

0

101

0

0

0

0

0

Waterschappen

0

651

0

0

0

0

0

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

Diverse bijdragen

197

36

0

0

0

0

0

Bijdrage aan agentschappen

RVO

3.987

2.490

0

0

0

0

0

UBR

397

0

0

0

0

0

0

Diverse bijdragen

696

2.201

0

0

0

0

0

Logius

33.791

32.541

0

0

0

0

0

RvIG

1.162

871

0

0

0

0

0

AZ-DPC

827

2.207

0

0

0

0

0

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

Diverse bijdragen

44

0

0

0

0

0

0

        

6.7 Hoogwaardige dienstverlening één overheid

14.207

48.764

59.293

57.435

55.901

53.853

45.624

Subsidies (regelingen)

Hoogwaardige dienstverlening één overheid

214

2.665

3.668

3.668

3.668

3.668

3.668

VNG

257

1.847

3.846

3.846

3.846

3.846

3.846

Opdrachten

Hoogwaardige dienstverlening één overheid

0

673

1.105

1.088

872

851

122

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

ICTU

1.409

10.157

3.768

3.248

3.248

3.248

3.248

RDW

11.400

8.435

20.950

20.950

20.950

20.950

20.950

CBS

23

22

0

0

0

0

0

Bijdrage aan medeoverheden

Gemeenten

0

2.000

2.000

1.000

0

0

0

Bijdrage aan agentschappen

Logius

288

2.398

2.398

2.398

2.398

2.398

2.398

RvIG

0

10.600

11.091

11.070

11.052

9.025

1.525

AZ-DPC

320

9.365

9.865

9.565

9.265

9.265

9.265

Overige bijdragen

296

602

602

602

602

602

602

        

6.8 Generieke Digitale Infrastructuur

0

0

298.216

312.906

323.075

324.657

325.714

Opdrachten

Doorontwikkeling en innovatie

0

0

62.193

62.193

62.193

62.193

62.193

Bijdrage aan agentschappen

KvK

0

0

6.345

6.345

6.345

6.345

6.345

Logius

0

0

214.295

228.985

239.154

240.736

241.793

RvIG

0

0

5.485

5.485

5.485

5.485

5.485

RVO

0

0

7.469

7.469

7.469

7.469

7.469

KOOP

0

0

1.724

1.724

1.724

1.724

1.724

Telecom

0

0

705

705

705

705

705

        

Ontvangsten

12.349

448

10.927

10.927

10.927

10.927

10.927

Geschatte budgetflexibiliteit

Tabel 23 Geschatte budgetflexibiliteit artikel 6
 

2023

juridisch verplicht

6,3%

bestuurlijk gebonden

70,7%

beleidsmatig gereserveerd

8,7%

nog niet ingevuld/vrij te besteden

14,3%

Juridisch verplicht

Van het totale uitgavenbudget op artikel 6 is 6,3% juridisch verplicht en dit betreft met name de volgende instrumenten:

Bijdrage aan agentschappen

Het budget is voor 5,7% juridisch verplicht. Het betreft een bijdrage aan UBR voor het Basiswettenbestand, Open Data Portaal en Overheid.nl.

Subsidies

Het budget is voor 14,1% juridisch verplicht. Het betreft onder andere subsidies binnen het programma Digitale Inclusie.

Bijdrage ZBO's/RWT's

Het budget is voor 2,1% juridisch verplicht. Het betreft een bijdrage aan de ICTU voor het beheren en doorontwikkelen van het Digitaal Ondernemersplein en NORA, de basisinfrastructuur voor publieke dienstverlening.

E. Toelichting op de financiële instrumenten

6.2 Overheidsdienstverlening, informatiebeleid en informatiesamenleving

Subsidies (regelingen)

Overheidsdienstverlening

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) ontvangt een subsidie ten behoeve van het aanjagen van de digitale toegankelijkheid bij gemeenten. Ook ontvangt de Vereniging van Nederlandse Gemeenten een subsidie voor implementatie van bestuurlijke gespreksrondes over informatieveiligheid.

De Alliantie Digitaal Samenleven ontvangt een subsidie ter bevordering van de digitale bewustwording ten behoeve van mensen die niet mee kunnen doen in de digitale samenleving.

Opdrachten

Overheidsdienstverlening

Dit betreffen opdrachten op het gebied van publieke waarden, de Interbestuurlijke Datastrategie en informatieveiligheid.

Informatiesamenleving

Dit betreffen opdrachten op het gebied van digitale inclusie, vermindering van regeldruk voor burgers, digitaal bewustzijn en zelfredzaamheid.

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

KvK

De Kamer van Koophandel ontvangt een bijdrage voor de levensgebeurtenisaanpak. Voor het ondernemersdomein wordt op basis van gebruikersonderzoek in kaart gebracht hoe ondernemers bijvoorbeeld het starten of stoppen van een bedrijf ervaren. Op basis daarvan worden met betrokken overheden concrete voorstellen voor verbeteringen gemaakt.

ICTU

ICTU ontvangt een bijdrage voor activiteiten voor de Single Digital Gateway. Het betreft ondersteuning in contacten met Nederlandse overheidspartijen, belanghebbenden en van BZK in de rol van Nationaal Coördinator Single Digital Gateway in contacten met de Europese Commissie ter uitvoering van de Single Digital Gateway. Daarnaast voert ICTU activiteiten uit om overheidsorganisaties te stimuleren de Single Digital Gateway in Nederland te implementeren. De activiteiten in 2023 staan in het teken van het optimaliseren van informatie en procedures die via het portaal Your Europe beschikbaar worden gesteld.

ICTU ontvangt ook een bijdrage voor de uitvoering van het interbestuurlijk programmaplan voor de verbetering van het stelsel van basisregistraties en de doorontwikkeling van het stelsel van basisregistraties naar een federatief datastelsel, zoals genoemd in de Interbestuurlijke Datastrategie (Kamerstukken II 2021/22, 26643, nr. 797).

ICTU ontvangt een bijdrage voor het stimuleren van het respons- en herstelvermogen van de overheid. Zodoende wordt een vervolg gegeven aan de jaarlijks overheidsbrede cyberoefening die sinds 2019 plaatsvindt.

Bijdrage aan medeoverheden

Gemeenten

Dit betreft een bijdrage aan gemeenten die DigiD’s aan niet-ingezetenen verstrekken.

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

Digitale Dienstverlening

De stichting Routerings Instituut (Inter)Nationale Informatiestromen (RINIS) ontvangt een bijdrage voor het beheer en de doorontwikkeling van het nationale knooppunt in het eDelivery-netwerk voor internationale gegevensuitwisseling tussen overheidspartijen.

Bijdrage aan agentschappen

RVO

RVO ontvangt een bijdrage voor de lopende en nieuwe SBIR (Small Business Innovation Research) waarmee het innovatieve MKB oplossingen ontwikkelt voor maatschappelijke vragen van de overheid.

RVO ontvangt een bijdrage voor de Community of Practice en samenwerking in buyergroup(s) voor aanbesteden vragen met inzet van nieuwe technologieen (Artificial Intelligence).

KOOP

Het Kennis- en Exploitatiecentrum Officiële Overheidspublicaties (KOOP) ontvangt een bijdrage voor het beheer en exploitatie van de open data portal data.overheid.nl.

Telecom

Agentschap Telecom (AT) ontvangt een bijdrage voor het uitvoeren van toezicht op het stelsel van elektronische toegangsdiensten (eTD) in het bedrijven-domein. Het toezicht op het afsprakenstelsel eTD bestaat uit inspecties, rapporteren, adviseren, ondersteunen van de commissie van deskundigen en de minister, samenwerken en communicatie. Daarnaast ontvangt AT een bijdrage voor het uitvoeren van toezicht op het Pan-European Public Procurement Online (PEPPOL) afsprakenstelsel dat de infrastructuur levert om e-factuur en e-procurement berichten uit te kunnen wisselen.

Logius

Logius ontvangt een bijdrage voor DigiToegankelijk.nl. Dit betreft de ondersteuning aan overheidsorganisaties bij het implementeren van de toegankelijkheidsrichtlijn WCAG2.1. Zo dienen websites en apps voor iedereen bruikbaar te zijn; jong, oud, met of zonder beperking.

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

Buitenlandse Zaken (V)

Het Ministerie van Buitenlandse Zaken ontvangt een bijdrage voor de uitgifte van DigiD’s in het buitenland.

6.5 Identiteitstelsel

Opdrachten

Identiteitsstelsel

Een veilig en betrouwbaar identiteitsstelsel is nodig voor de vaststelling van wie welke rechten en plichten heeft. De belangrijkste elementen van het huidige identiteitsstelsel zijn de Basisregistratie Personen en het stelsel van paspoorten en identiteitskaarten. Het Ministerie van BZK werkt aan vernieuwing van de bestaande voorzieningen en aan nieuwe voorzieningen voor digitale identiteit.

Bijdrage aan agentschappen

RvIG

De Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG) ontvangt een bijdrage voor het beheer en onderhoud van de centrale voorzieningen voor de Basisregistratie Personen (BRP) en voor de bevolkingsregistratie in het Caribisch deel van het Koninkrijk (de Persoonsinformatievoorziening Nederlandse Antillen en Aruba (PIVA).

De kwaliteit van de gegevens is belangrijk voor het goed kunnen uitvoeren van overheidsdienstverlening. Het adresgegeven in de BRP wordt in veel regelingen gebruikt om te bepalen welke rechten en plichten een burger heeft. RvIG ontvangt daarom een bijdrage voor de Landelijke Aanpak Adreskwaliteit (LAA), ter ondersteuning van gemeenten bij het doen van onderzoek naar juistheid van de adresregistratie. RvIG ontvangt ook bijdragen voor activiteiten om burgers te ondersteunen bij identiteitsfraude en fouten in overheidsorganisaties.

Het ministerie van BZK werkt in 2023 aan verbeteringen in het stelsel van paspoorten en identiteitskaarten, RvIG ontvangt een bijdrage voor het meerjarige programma Vernieuwing Reisdocumentenstelsel.

6.7 Hoogwaardige dienstverlening één overheid

In de kabinetsreactie op het rapport «Ongekend onrecht» van de Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK), heeft het Kabinet een aantal maatregelen aangekondigd voor de verbetering van dienstverlening.

Onderdeel daarvan is het slimmer en breder inrichten van de loketfunctie en het beter kunnen en mogen delen van informatie tussen verschillende overheden en uitvoeringsorganisaties.

In het kader van beter delen van informatie worden wijzigingen doorgevoerd in de Basisregistratie Personen (BRP). De BRP bevat de persoonsgegevens van 26 miljoen mensen, waaronder de ruim 17,5 miljoen inwoners van Nederland. Vanuit de BRP worden deze gegevens overheidsbreed gedeeld en gebruikt. Wat en hoe is geregistreerd in de BRP, is daarmee bepalend voor hoe en wat terecht komt in vele honderden overheidsregistraties. Er wordt als onderdeel van de Ontwikkelagenda BRP gewerkt aan betere mogelijkheden tot gegevensuitwisseling. Hiervoor zijn aanpassingen nodig in de huidige voorzieningen, zoals het mogelijk maken van verstrekken van antwoord op informatievragen in plaats van verstrekken van de gegevens op de persoonslijsten.

Subsidies

Hoogwaardige dienstverlening één overheid

Dit betreft de subsidie Brightlandscampus voor ELSA (ethical, legal, societal aspects) lab schulden en armoede. Dit is onderdeel van het programma Innovatie in Dienstverlening, horend bij budgettaire maatregelen in het kader van de Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag.

VNG

De VNG ontvangt een subsidie voor de Informatiepunten Digitale Overheid (IDO). Daarnaast ontvangt de VNG een subsidie voor de verdere ontwikkeling van de omnichannel aanpak en de bijbehorende implementatie.

Opdrachten

Hoogwaardige dienstverlening één overheid

TNO ontvangt een opdracht voor de verdere ontwikkeling van norm engeneering. Dit om ervoor te zorgen dat een praktisch hulpmiddel wordt ontwikkeld om wet- en regelgeving uitvoerbaar te maken en op maat te kunnen snijden.

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

ICTU

Gebruikerscentraal ontvangt een bijdrage voor het werken aan de gebruiksvriendelijke, begrijpelijke, inclusieve (online) dienstverlening en communicatie van de overheid.

RDW

Het RDW krijgt een bijdrage voor de Informatiepunten Digitale Overheid (IDO). Alle burgers kunnen terecht bij dit fysieke hulppunt in de buurt voor problemen of vragen over (online) overheidsdienstverlening.

Bijdragen aan medeoverheden

Gemeenten

Gemeenten ontvangen bijdragen voor aanpassingen in de decentrale voorzieningen van de Basisregistratie Personen als gevolg van wijzigingen in de centrale voorzieningen. Daarnaast ontvangen gemeenten vergoeding voor deelname aan experimenten ten behoeve van verbeteringen in het BRP-stelsel, waaronder een experiment met het bijhouden van tijdelijke verblijfsadressen van arbeidsmigranten.

Bijdragen aan agentschappen

Logius

Logius ontvangt in 2023 een bijdrage uit de middelen die beschikbaar zijn gesteld naar aanleiding van het rapport van de Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag, om te verkennen hoe burgers meer reactiemogelijkheden kunnen krijgen via MijnOverheid.

RvIG

De Rijksdient voor Identiteitsgegevens ontvangt in 2023 een bijdrage uit de middelen die beschikbaar gesteld zijn naar aanleiding van het rapport van de Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag, om te werken aan verbeteringen in de centrale voorzieningen van de Basisregistratie Personen (BRP).

AZ-DPC

Dienst Publiek en Communicatie (DPC) van het ministerie van Algemene Zaken ontvangt een bijdrage voor de ontwikkeling van het programma 1Overheid. Het programma 1Overheid komt voort uit de middelen die beschikbaar zijn gesteld naar aanleiding van het rapport van de Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag. Het programma 1Overheid organiseert de overheid meer vanuit de leefwereld van burgers, onder meer door het realiseren van een centraal (digitaal) loket om de vindbaarheid van overheidsdiensten te vergroten en mensen beter te kunnen helpen. Het huidige rijksoverheid.nl vormt een belangrijke basis voor de ontwikkeling van 1Overheid. Het programma werkt ook aan een verbeterde overheidsbrede feedbackfunctie.

Ook ontvangt de Dienst Publiek en Communicatie middelen voor het doorzetten van de levensgebeurtenis aanpak. Met de levensgebeurtenisaanpak wordt de klantreis rond een levensgebeurtenis in kaart gebracht op basis van de ervaringen van burgers. Op basis hiervan worden concrete verbetervoorstellen in kaart gebracht en in gang gezet.

6.8 Generieke Digitale Infrastructuur (GDI)

In de reactie op de evaluatie van de governance en financiering van de Generieke Digitale Infrastructuur (GDI) heeft het kabinet de voorzieningen en functionaliteiten in de GDI afgebakend (Kamerstukken II 2020/21, 26643, nr. 706). Deze functionaliteiten zijn te verdelen in de publicatie van wet- en regelgeving, veilige communicatie met de overheid, veilige digitale toegang voor burgers en bedrijven bij de overheid, de basisregistraties en de afspraken, (open) standaarden en stelselvoorzieningen die ervoor zorgen dat overheden met elkaar kunnen communiceren en samenwerken.

Alle kosten die voortvloeien uit het beheer, de doorontwikkeling en vernieuwing van de GDI worden vanaf 2023 uit dit artikel gefinancierd.

Opdrachten

Doorontwikkeling en innovatie

De Investeringspost digitale overheid is bestemd voor gezamenlijke doorontwikkeling en innovatie van de digitale overheid, waaronder de GDI. De bestemming van de Investeringspost wordt afgestemd in het Overheidsbreed Beleidsoverleg Digitale Overheid en wordt opgenomen in de Investeringsagenda Digitale Overheid. Om innovatie te stimuleren is budget gereserveerd voor het interbestuurlijk aanpakken van maatschappelijke uitdagingen. Waaronder ook het verbeteren van de overheidsdienstverlening en basisinfrastructuur. Hiermee worden partijen in de gelegenheid gesteld om gezamenlijk tot oplossingen te komen. Het doel hierbij is om door middel van het initiëren van een creatief denkproces nieuwe digitale technologieën te ontwikkelen.

Bijdrage aan agentschappen

KvK

De Kamer van Koophandel (KvK) ontvangt een bijdrage voor het beheer, de exploitatie en de doorontwikkeling van het Digitaal Ondernemersplein. Via het Ondernemersplein vinden ondernemers informatie en advies van de gehele (semi-)overheid over alles wat zij nodig hebben om te ondernemen.

Logius

Logius ontvangt een bijdrage voor het beheer en de doorontwikkeling van verschillende voorzieningen en functionaliteiten in de GDI:

  • Een bijdrage voor de doorontwikkeling van MijnOverheid: het centrale digitale portaal met persoonlijke, overzichtelijke en vertrouwelijke informatie. De doelen van MijnOverheid zijn de informatiepositie van de burger te verstevigen, de transparantie van de overheid te vergroten en de dienstverlening servicegerichter te maken. In de komende jaren is de uitdaging om MijnOverheid meer compleet te maken en betekenisvoller voor de gebruiker.

    • 1. Op dit moment zijn 450 overheidsorganisaties aangesloten op MijnOverheid en de Berichtenbox. De verwachting is dat met de invoering van de wetswijziging Modernisering Elektronisch Bestuurlijk Verkeer nog meer overheidsorganisaties aansluiten.

    • 2. MijnOverheid zal gebruikers de mogelijkheid bieden om zijn persoonlijke situatie vanuit levensgebeurtenissen inzichtelijk te maken.

    • 3. De rol van MijnOverheid bij Digitale Identiteit en Regie-op-Gegevens zal zich verder ontwikkelen.

  • Een bijdrage voor het beheer en de herbouw van Digipoort. De herbouw is een meerjarig programma dat wordt afgerond in 2025. In de tussenliggende jaren worden functies vervangen en zullen informatiestromen gefaseerd over de herbouwde voorziening omgezet.

  • Een bijdrage voor het beheer van het afsprakenstelsel Standard Business Reporting (SBR), de uitvoering van de activiteiten uit de Roadmap SBR 2020-2025 en het intensiveren van de kennisdeling over SBR en andere relevante ICT-standaarden via het kenniscentrum XBRL.

  • Een bijdrage voor het Forum Standaardisatie. Het Forum bevordert overheidsbreed de naleving van open informatieveiligheidsstandaarden, monitort de stand van implementatie in de tweejaarlijkse informatieveiligheidsmeting en brengt in kaart welke standaarden in aanmerking komen voor verplichtstelling.

  • Een bijdrage voor de doorontwikkeling en voor het beheer en exploitatie van het eID-stelsel (BSNk, Routerings voorziening).

  • Een bijdrage voor het (technische) beheer van het (afspraken)stelsel van elektronische toegangsdiensten (eTD), voor ondersteuning van overheidsuitvoerders bij het aansluiten op eHerkenning en communicatie naar ondernemers.

  • Een bijdrage voor het beheer en de uitvoering van de Nederlandse PEPPOL autoriteit (NPa) voor e-factuur en e-procurement berichten en voor de invulling van de helpddesk e-factureren in 2023. De NPa ziet er op toe dat alle Service Providers die onder contract staan van de NPa zich blijven conformeren aan het PEPPOL afsprakenstelsel.

Daarnaast is het Ministerie van BZK is verantwoordelijk voor verschillende elektronische publicaties en voor de digitale infrastructuur waarmee decentrale overheden hun algemene bekendmakingen en kennisgevingen publiceren. Daarom ontvangt het Kennis- en Exploitatiecentrum Officiele Overheidspublicaties (KOOP) bij Logius een bijdrage voor het beheer van onder andere Wetten.nl, Overheid.nl en de Staatscourant.

Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG)

De Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG) ontvangt een bijdrage voor de beheervoorziening Burgerservicenummer (BV-BSN). De BV-BSN zorgt voor het toekennen van een uniek Burgerservicenummer bij inschrijving in de Basisregistratie Personen en het beheer van deze nummers om een efficiënte koppeling tussen burgers en instanties te maken.

RVO

Dit betreffen diverse bijdragen aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). RVO ontvangt bijdragen voor:

  • het beheren en doorontwikkelen van enkele innovatietrajecten en digitale overheidsvoorzieningen voor bedrijven, zoals de berichtenbox voor bedrijven;

  • het beter toegankelijk maken van informatie over wet- en regelgeving van de overheid voor ondernemers en ontsluit deze vanuit het perspectief van de ondernemer via het Digitaal Ondernemersplein;

  • uitvoerende activiteiten die zijn gerelateerd aan de Peppolautoriteit voor e-factuur en e-procurement berichten;

  • de uitvoering van de Nederlandse PEPPOL autoriteit (NPa) voor e-factuur en e-procurement berichten;

  • de lopende en nieuwe SBIR (Small Business Innovation Research) waarmee het innovatieve MKB oplossingen ontwikkelt voor maatschappelijke vragen van de overheid;

  • de Community of Practice en samenwerking in buyergroup(s) voor aanbesteden vragen met inzet van nieuwe technologieen; en

  • werkzaamheden in het kader van het Knooppunt Digitaal Europa. Focus is het benutten van de Europese Fondsen, vooral het Digital Europe Programme.

KOOP

Het Kenniscentrum en exploitatiecentrum Officiële Overheidspublicaties (KOOP) ontvangst een bijdrage voor het beheer en exploitatie van het open data portal data.overheid.nl.

Telecom

In 2023 wordt het beheer door Telecom en ICTU, de doorontwikkeling en de stimulering van het gebruik van de Nederlandse Overheid Referentie Architectuur (NORA) uitgevoerd. Het Coalitieakkoord heeft gevolgen voor de teksten en uitleg van de NORA met betrekking tot data en AI, security en eID. In 2023 zal de NORA ondersteunend werken voor de architectuur van de GDI en de trajecten in het kader van Werk aan Uitvoering.

Dit betreft tevens een bijdrage voor Telecom voor het toezicht op het PEPPOL afsprakenstelsel dat de infrastructuur levert om e-factureren en e-procurement berichten uit te kunnen wisselen.

Ontvangsten

Centrale financiering Generieke Digitale Infrastructuur

Dit betreffen diverse ontvangsten vanuit andere begrotingshoofdstukken en medeoverheden. Voor een aantal gebruikers van de Generieke Digitale Infrastructuur is het niet mogelijk om bij te dragen middels begrotingsmutaties, zoals bijvoorbeeld in het geval van waterschappen. Deze bijdragen worden op dit artikel ontvangen door middel van jaarlijkse facturatie.

3.7 Artikel 7. Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid

A. Algemene doelstelling

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) streeft naar een overheid die betrouwbaar, dienstbaar, dichtbij en rechtvaardig is en haar maatschappelijke taken optimaal uitvoert.

De minister draagt hieraan bij door randvoorwaarden te creëren voor het optimaal en duurzaam functioneren van overheidsorganisaties én in het bijzonder voor een efficiënte en effectieve bedrijfsvoering.

B. Rol en verantwoordelijkheid

De Minister van BZK heeft bij het streven naar een goed functionerende (rijks)overheid vooral een regisserende rol. Dit houdt in dat de minister zorgt voor kennis over het functioneren van de overheid en met het oog op het optimaal functioneren kaders vaststelt en deze monitort en evalueert. Daarnaast heeft de minister coördinerende bevoegdheden waar het gaat om de organisatie en bedrijfsvoering van het Rijk.

De rol en verantwoordelijkheid die de Minister van BZK heeft, verschilt per onderwerp. Dit geldt ook voor de reikwijdte: de gehele publieke sector of de gehele overheid, de gehele rijksoverheid of de rijksdienst/ministeries. Voor een aantal onderwerpen heeft de minister een bredere scope. Dit geldt bijvoorbeeld voor deze onderwerpen:

  • de rechtspositie en arbeidsvoorwaarden van ambtenaren (overheidsbreed);

  • de overheidspensioenen (publieke sector)

  • een adequaat overlegstelsel en kennispositie van overheidswerkgevers en werknemers over arbeidsvoorwaarden (overheidsbreed);

  • de normering en openbaarmaking van topinkomens (gehele publieke en semi-publieke sector).

Stimuleren

  • De Minister van BZK stimuleert onder andere met subsidies diverse doelen ter bevordering van professioneel werkgeverschap zoals bijvoorbeeld het vergroten van de aantrekkingskracht van het werken bij de overheid bij jongeren en het bevorderen van de kwaliteit van overheidsmanagers.

  • De Minister van BZK stimuleert kennisontwikkeling door bij te dragen aan onderzoek, bijvoorbeeld op het vlak van het functioneren van de overheid.

  • De Minister van BZK stimuleert het creëren van baankansen voor arbeidsbeperkten, onder meer door in te zetten op partnerschappen tussen overheidswerkgevers en leveranciers (social return).

  • De Minister van BZK stimuleert de mogelijkheden voor duurzaam samenwerken. Dit draagt bij aan het imago van de overheid als aantrekkelijke werkgever. Er wordt gewerkt aan rijksbrede samenwerkingsafspraken en deze zullen worden getest in pilots.

  • De Minister van BZK stimuleert kennisdeling over het verminderen van agressief gedrag tegen publieke werkers. Dit draagt bij aan aantrekkelijk werkgeverschap.

Financieren

  • Een goede samenwerking tussen werknemers, werkgevers en kabinet draagt bij aan de kwaliteit van de publieke sector. Om die reden ondersteunt de minister waar nodig deelnemende partijen met kennis en subsidies om de aanpak van gezamenlijke inhoudelijke opgaven mogelijk te maken. Een voorbeeld hiervan is het subsidiëren van samenwerking en overleg tussen overheidswerkgevers en met werknemersorganisaties rondom pensioenen, de ambtelijke rechtspositie en banen voor mensen met een arbeidsbeperking. Dit draagt bij aan het bevorderen van de aantrekkelijkheid van de overheid als werkgever.

Regisseren

  • De Minister van BZK heeft kaderstellende en coördinerende bevoegdheden met betrekking tot de organisatie en inrichting van de rijksoverheid.

  • De Minister van BZK heeft coördinerende bevoegdheden met betrekking tot de bedrijfsvoering van het Rijk en is verantwoordelijk voor de werking van het stelsel.

  • De Minister heeft een regisserende rol voor het stelsel waarin (organisaties van) werkgevers en werknemers in verschillende overheids- en onderwijssectoren afspraken maken over de collectieve arbeidsvoorwaarden.

  • De Minister van BZK heeft rijksbreed een regisserende rol bij het personeelsbeleid van de rijksdienst en bij de realisatie van de banenafspraak binnen de rijksdienst. Als het gaat om de integriteit van medewerkers, de rechtspositie van ambtenaren, het ambtelijk vakmanschap, arbeidsvoorwaarden en pensioenen, dan heeft deze rol betrekking op de gehele overheid.

  • Op het gebied van rijksbrede huisvesting, inkoop en faciliteiten stelt de Minister van BZK kaders op voor een efficiënte, effectieve en duurzame bedrijfsvoering. Bij het vervullen van deze kaderstellende rol is er aandacht voor maatschappelijke verantwoordelijkheid en de voorbeeldrol van de rijksoverheid richting partners. Het gaat daarbij om het benutten van inkoopkracht voor het realiseren van maatschappelijk effect (de duurzame, sociale en innovatieve transitie van Nederland) en in de masterplannen voor de Rijkskantoorhuisvesting wordt rekening gehouden met kabinetsbrede ambities op het terrein van duurzaamheid.

  • De Minister van BZK kan op het gebied van informatievoorziening en ICT, na overleg met andere ministeries, kaders vaststellen ter bevordering van de eenheid, de kwaliteit of de efficiëntie van informatiesystemen binnen de Rijksdienst. Daarbij kan hij werkzaamheden en voorzieningen aanwijzen die door alle of een daarbij aangegeven deel van de ministeries zullen worden uitgevoerd. Ook kan de Minister van BZK kaders vaststellen voor de wijze waarop gegevens over informatiesystemen wordt verstrekt. De benoeming en het ontslag van een departementale Chief Information Officer (CIO) kan alleen plaatsvinden na overleg met de Minister van BZK.

  • De Minister van BZK regisseert de versterking van kennis en kunde over digitalisering bij het Rijk.

  • Tenslotte houdt de Minister van BZK toezicht op de integrale beveiliging en veiligheid van de Rijksdienst.

Uitvoeren

  • De Minister van BZK zorgt ervoor dat het Rijk zich in de arbeidsmarktcommunicatie als één werkgever profileert en als één werkgever werft.

  • De Minister van BZK zorgt in samenwerking met de andere ministeries voor het realiseren van een hoogwaardig leiding­gevend kader in de Rijksdienst. Dit gebeurt door middel van werving en selectie, loopbaanbegeleiding en een gericht leer- en ontwikkel­aanbod voor een grote groep (top)managers.

  • De Minister van BZK ondersteunt de departementen bij de doelstelling om tot een diverse en inclusieve rijksdienst te zijn en zet daarbij in op verdere stijging van het percentage vrouwen en medewerkers met een niet-westerse achtergrond in topfuncties.

  • De Minister van BZK voorziet via shared service organisaties de Rijksdienst van generieke voorzieningen voor bijvoorbeeld faciliteiten, huisvesting, personeelszaken en ICT. Deze dienstverlening zal conform het klimaatakkoord en de inkoopstrategie van het Rijk zoveel mogelijk duurzaam aangeboden worden.

  • De Minister van BZK werkt aan een rijksbrede, duurzaam toegankelijke informatiehuishouding via het programma Open op Orde 2021-2026. Het meerjarige Rijksprogramma voor Duurzame Digitale Informatiehuishouding (RDDI) is hierin geïntegreerd. Bewustzijnscampagnes en opleidingen voor ambtenaren op het gebied van het omgaan met en beheren van informatie maken onderdeel uit van het programma. Verder wordt enerzijds - vanwege de verwachte vraag naar capaciteitsuitbreiding - via een rijksbrede arbeidsmarktcampagne het werken bij de overheid op gebied van informatiehuishouding onder de aandacht gebracht. Anderzijds wordt ook de impact van het programma Open op Orde op de ICT-voorzieningen van de Rijksdienst in kaart gebracht.

  • De Minister van BZK voorziet in een aantal generieke ICT-voorzieningen voor de Rijksdienst, ter bevordering van eenheid, veiligheid, kwaliteit en efficiëntie van de bedrijfsvoering en van samenwerking tussen rijksambtenaren. Daarnaast werkt zij aan versterking van de kennis en kunde over digitalisering bij het Rijk.

  • De Minister van BZK stuurt door middel van de Masterplannen op de samenstelling en kwaliteit van de Rijkskantoren.

  • De Minister van BZK draagt zorg voor de toepassing van het kader Functionele Werkomgeving Rijk (FWR) in Masterplanprojecten. De FWR maakt het mogelijk dat ambtenaren op een veilige en comfortabele manier, flexibel kunnen werken.

  • De Minister van BZK draagt zorg voor de samenwerking op het gebied van integrale beveiliging en veiligheid over departementale grenzen heen.

  • De Minister van BZK is verantwoordelijk voor de uitvoering van pensioenregelingen van Nederlandse ambtenaren uit de voormalige overzeese gebiedsdelen en hun nagelaten betrekkingen.

C. Beleidswijzigingen

Coalitieakkoord

Digitalisering heeft onze maatschappij verbonden, verrijkt en efficiënter gemaakt, ons leven aangenamer en gemakkelijker gemaakt en biedt ook in de toekomst kansen. De Staatssecretaris voor digitalisering zal uitvoering geven aan de afspraken in het Coalitieakkoord (Kamerstukken II 2021/22, 35788, nr. 77). Onder haar regie zal de rijksoverheid volop inzetten op het benutten van de kansen die de digitale transitie ons biedt en, meer dan voorheen, normerend optreden naar publieke en private partijen. De werkagenda Digitalisering, voortvloeiend uit de hoofdlijnenbrief over digitalisering (Kamerstukken II 2021/22, 26643, nr. 842), wordt nader geconcretiseerd.

Met de benoeming van de regeringscommissaris Informatiehuishouding is het politiek en bestuurlijk draagvlak voor het programma Open op Orde (Kamerstukken II 2020/21, 29362, nr. 291) versterkt en zal de commissaris als aanjager stimuleren dat ministeries, vanuit hun eigen verantwoordelijkheid, de informatiehuishouding verbeteren.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 24 Budgettaire gevolgen van beleid art. 7 Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid (bedragen x € 1.000)
 

2021

20221

2023

2024

2025

2026

2027

Verplichtingen

51.973

106.091

113.263

116.927

116.531

113.125

115.597

        

Uitgaven

45.570

108.591

113.263

116.927

116.531

113.125

115.597

        

7.1 Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid

38.718

101.753

106.925

111.089

111.193

108.287

111.259

Subsidies (regelingen)

Diverse subsidies

772

1.249

1.247

1.247

1.247

1.247

1.247

Overlegstelsel

1.187

2.401

2.401

2.401

2.401

2.401

2.401

POK - Ambtelijk Vakmanschap

0

250

250

250

250

0

0

Bedrijfsvoeringsbeleid

418

750

212

212

212

212

212

POK - Leiderschap, diversiteit en inclusie

0

16

48

48

48

80

0

Kwaliteit management rijksdienst

0

27

27

27

1

1

1

Ondersteuning koepels implementatie Woo

0

863

863

863

863

863

863

Compensatie Waterschappen Woo (structureel)

0

0

3.047

3.047

3.586

3.586

3.586

Opdrachten

Bedrijfsvoeringsbeleid

2.897

8.108

11.784

19.051

18.805

19.283

22.383

Kwaliteit management rijksdienst

2.924

3.902

3.902

3.902

3.929

3.929

3.929

Werkgeversbeleid

1.402

1.485

1.982

2.023

2.023

2.023

2.023

Doorontwikkeling Rijksbrede ICT-voorziening

1.844

1.965

0

0

0

0

0

Informatiehuishouding

1

12.231

57.570

54.936

55.007

55.022

56.022

POK - Ambtelijk Vakmanschap

17

1.259

2.427

2.406

2.406

1.000

1.000

POK - Staat van de Uitvoering

0

0

150

150

150

150

150

POK - Leiderschap, diversiteit en inclusie

0

1.173

730

780

830

328

408

POK - Bevorderen veilig werk- en meldklimaat

0

874

514

282

324

292

292

POK - Ondersteuning van melders van misstanden

0

612

714

155

237

155

155

Open Overheid

0

675

0

0

0

0

0

Adviescollege ICT

0

270

0

0

0

0

0

Personele inzet crisisopvang

0

33.100

0

0

0

0

0

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

Diverse bijdragen

0

235

0

0

0

0

0

POK - Ambtelijk Vakmanschap

5

42

39

36

36

8

8

Bedrijfsvoeringsbeleid

1.454

2.086

0

0

0

0

0

Werkgeversbeleid

1.616

1.700

1.700

2.100

2.100

2.100

2.100

POK - Staat van de Uitvoering

2.350

2.550

2.150

2.050

1.950

1.950

1.950

POK - Ondersteuning van melders van misstanden

0

14

0

0

0

0

0

Bijdrage aan medeoverheden

Compensatie Waterschappen Woo (incidenteel)

0

1.084

1.084

1.084

1.931

1.084

0

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

Werkgeversbeleid

50

47

47

47

47

47

47

Bijdrage aan agentschappen

POK - Ambtelijk Vakmanschap

0

1.206

74

69

69

17

17

UBR (arbeidsmarkt communicatie)

8.619

7.573

9.675

9.681

9.682

9.680

9.646

Werkgeversbeleid

2.614

3.171

2.496

2.449

1.265

1.241

1.231

Bedrijfsvoeringsbeleid

3.548

2.447

1.527

1.527

1.527

1.326

1.326

I-Functie Rijk

428

130

0

0

0

0

0

Doorontwikkeling Rijksbrede ICT-voorziening

879

0

0

0

0

0

0

POK - Leiderschap, diversiteit en inclusie

26

139

34

35

36

31

31

Diverse bijdragen

5.245

0

0

0

0

0

0

KOOP

0

8.089

0

0

0

0

0

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

Bedrijfsvoeringsbeleid

422

30

231

231

231

231

231

        

7.2 Pensioenen en uitkeringen

6.852

6.838

6.338

5.838

5.338

4.838

4.338

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

Stichting Administratie Indonesische Pensioenen

6.852

6.838

6.338

5.838

5.338

4.838

4.338

        

Ontvangsten

1.613

594

64

64

64

64

64

X Noot
1

Inclusief tweede incidentele suppletoire begroting inzake personele inzet voor crisisopvang (Kamerstukken II 2021/22, 36177 VII, nr. 1)

Geschatte budgetflexibiliteit

Tabel 25 Geschatte budgetflexibiliteit artikel 7
 

2023

juridisch verplicht

15,1%

bestuurlijk gebonden

6,7%

beleidsmatig gereserveerd

74,9%

nog niet ingevuld/vrij te besteden

3,3%

Juridisch verplicht

Van het totale uitgavenbudget op artikel 7 is 15,1% juridisch verplicht en dit betreft met name de volgende instrumenten:

Bijdrage aan ZBO/RWT's

Het budget is voor 77,1% juridisch verplicht. Het betreft bijdrage aan ICTU voor het programma internetspiegel en een bijdrage aan Stichting Administratie Indonesische Pensioenen (SAIP).

Subsidies (regelingen)

Het budget is voor 55,3% juridisch verplicht. Het betreft onder andere een subsidie aan het Instituut voor Publieke Sector Efficiëntie Studies, de subsidie voor de ondersteuning van de koepels voor het implementeren van de Wet open overheid (WOO) en een subsidie voor de Waterschappen als compensatie voor het implementeren van de WOO.

Opdrachten

Het budget is voor 3,8% juridisch verplicht. Dit omvat onder andere de selectie van en ontwikkeltrajecten voor managers binnen de Rijksdienst en het uitvoeren van Rijksbrede bedrijfsvoering.

E. Toelichting op de financiële instrumenten

7.1 Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid

Subsidies (regelingen)

Diverse subsidies

Er worden diverse subsidies verstrekt voor kennisontwikkeling.

De Vereniging voor Overheidsmanagement (VOM) is een netwerkorganisatie, die zich richt op de professionalisering van het management binnen het openbaar bestuur. Het Ministerie van BZK verstrekt de VOM een subsidie om diverse initiatieven die daartoe bijdragen te ondersteunen, zoals de organisatie van periodieke Reuring! cafés met debatten over management- en organisatievraagstukken en de Overheidsawards die worden uitgereikt aan de Overheidsmanager van het Jaar en de Beste Overheidsorganisatie van het Jaar. Deze verkiezingen hebben tot doel kennis uit te wisselen en dienen ter inspiratie voor overheidsorganisaties, managers en medewerkers.

Het Instituut voor Publieke Sector Efficiency Studies (IPSE) is een instituut dat onderzoek doet naar de productiviteitsontwikkeling en doelmatigheid binnen de publieke sector. Om de kennisontwikkeling op dit vlak te ondersteunen ten behoeve van het management van overheidsorganisaties en de beleidsontwikkeling verstrekt het Ministerie van BZK een subsidie aan IPSE.

Het European Institute of Public Administration (EIPA) ontvangt een jaarlijkse subsidie voor een meerjarig internationaal benchmark programma inzake de prestaties van de publieke sector.

Overlegstelsel

De Minister van BZK draagt bij aan het in stand houden van een adequaat overleg tussen overheidswerkgevers en vakcentrales over arbeidsvoorwaarden, arbeidsmarktbeleid en andere relevante thema’s. Dit doet de minister onder andere door subsidies te verstrekken aan koepels van overheidswerkgevers en –werknemers. De Stichting Centrum voor Arbeidsverhoudingen Overheidspersoneel (CAOP) ontvangt een subsidie met als doel bij te dragen aan aantrekkelijk werkgeverschap en de kwaliteit en wendbaarheid van overheidsorganisaties.

POK Ambtelijk Vakmanschap

Stichting beroepseer is een kennisinstituut en netwerkorganisatie die opkomt voor het belang van professionaliteit en beroepseer. De stichting ontvangt een subsidie voor het ontwikkelen van een leergang ‘duiding Ambtelijk Vakmanschap’. Hiervoor worden drie pilots gedraaid bij twee gemeentes en een uitvoeringsorganisatie. Uiteindelijk zal er gekeken worden of deze leergang breder binnen de Rijksoverheid aangeboden kan worden.

Bedrijfsvoeringsbeleid

In 2021 is een doorlopende meerjarige subsidie toegekend aan de Code Verantwoordelijk Marktgedrag, die partijen in de schoonmaak-, catering-, beveiligings- en verhuisbranche oproept om aandacht te hebben voor werkdruk, kwaliteit van het werk, bejegening van werknemers en de verharding van marktverhoudingen.

Het ministerie van BZK verstrekt jaarlijks een subsidie aan het kennisinstituut Center for People and Buildings voor de Fysieke Werkomgeving Rijk (FWR). De FWR is een concept voor een werkomgeving voor Rijksambtenaren dat tijd- en plaatsonafhankelijk (samen)werken mogelijk maakt. De subsidie heeft tot doel de generieke ontwikkeling van toepasbare kennis in het domein van de kantoorhuisvesting. Daarbij gaat het om het opbouwen van kennis over kwalitatieve en aspecten van de FWR voor kantoorgebouwen van het Rijk. In het programma hybride werken wordt gebruik gemaakt van de FWR bij de herinrichting van de fysieke werkom geving.

POK Leiderschap, Diversiteit en Inclusie

Radboud Universiteit ontvangt een subsidie voor een meerjarig onderzoeksproject (2022 - medio 2026) met de ambitie om de komende jaren inclusie binnen het Rijk te bevorderen door dit meetbaar te maken met een Rijksbrede inclusiemonitor. Het doel hiervan is stuurinformatie te verkrijgen voor beleid en gerichte interventies rond gelijkheid, diversiteit en inclusie. Verder zijn er middelen vrijgemaakt om interdepartementale samenwerking rond diversiteit en inclusie te versterken en dialoog op de werkvloer te stimuleren.

Ondersteuning koepels implementatie Woo

De VNG, het IPO en het Waterschapshuis ontvangen over de periode 2022-2026 een subsidie voor het ondersteunen van respectievelijk gemeenten, provincies en waterschappen bij de implementatie en uitvoering van de Wet open overheid. Deze middelen zijn vrijgemaakt bij de kabinetsreactie op het rapport ‘Ongekend onrecht’ van de Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK).

Compensatie Waterschappen Woo (structureel)

De structurele middelen voor de implementatie en uitvoering van de Wet open overheid bij de waterschappen worden aan de Unie van Waterschappen verstrekt middels een subsidie. Deze middelen zijn vrijgemaakt bij de kabinetsreactie op het rapport ‘Ongekend onrecht’ van de Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK).

Opdrachten

Bedrijfsvoeringsbeleid

I-strategie Rijk 2021-2025

Dit betreffen meerdere opdrachten voor met name het Rijks ICT Dashboard voor rapportage van Rijks ICT kosten, I-Stelsel, Informatiebeveiliging en Cryptostrategie. Hiermee wordt invulling gegeven aan de I-Strategie Rijk 2021-2025. Deze strategie draagt bij aan efficiënte overheidsprocessen, betere digitale dienstverlening voor burgers en bedrijven door digitale dienstverlening.

Daarnaast worden opdrachten verstrekt in lijn met de Nationale Cryptostrategie met als doel te zorgen dat de Nederlandse overheid zich kan verzekeren van de beschikbaarheid van hoogwaardige informatiebeveiligingsmiddelen voor gerubriceerde informatie. Hierbij is het streven naar digitale autonomie; voor staatsgeheimen is er geen afhankelijkheid van buitenlandse producten. De opdrachten worden centraal door BZK voor de Rijksoverheid verstrekt, omdat de Nederlandse high assurance industrie internationaal competitief is.

Duurzaam bedrijfsvoeringsbeleid en duurzame inkoop

Dit betreft een opdracht voor een nieuw rijksbreed programma dat gericht is op het bevorderen van effect door departementen te helpen bij het formuleren, vastleggen en uitwerken van de duurzaamheidsambities. Het programma zal de rijksbrede communicatie verzorgen en goede voorbeelden delen via de communicatiestrategie DenkDoeDuurzaam. Ook faciliteert het programma de uitvoering via de community of practice voor de CO2 -prestatieladder en biedt het instrumenten aan als de Maatschappelijk Verantwoord Inkoop-criteria. Tevens wordt inzicht gegeven in de voortgang via een dashboard duurzaamheid.

Datagedreven bedrijfsvoeringbeleid

Dit betreffen opdrachten voor de ontwikkeling naar datagedreven bedrijfsvoeringbeleid. Zo wordt de ICT- werkplek uitgerust met nieuwe programmatuur die beter past bij de werkzaamheden. Verder worden stappen zetten op automatisering en standaardisatie van onze systemen en werkwijze intern. Er wordt gebouwd aan één centrale database (datawarehouse), hetgeen zal het Rijk helpen om de kwaliteit en consistentie van de data te verhogen.

Kwaliteit management rijksdienst

Dit betreft onder meer een bijdrage voor leer- en ontwikkelactiviteiten voor (potentiële) topmanagers bij het Rijk en voor een informatiesysteem dat inzicht geeft in de werving en selectie, ontwikkeling en mobiliteit in de top van de Rijksdienst.

Werkgeversbeleid

In het kader van hybride werken is in de zomer van 2022 een Werkomgeving Belevingsonderzoek (WOBO) uitgevoerd, de opvolger van het rijksbreed interdepartementaal klantentevredenheidsonderzoek (iKTO). Verbeteracties naar aanleiding van dit onderzoek worden na de uitvoering in gang gezet en doorgevoerd. Het WOBO wordt in beginsel jaarlijks uitgevoerd.

Integriteit

De minister van BZK richt zich vanuit haar coördinerende rol op een rijksbrede infrastructuur ter ondersteuning van het integriteitsbeleid van de ministeries. Er wordt een opdracht verstrekt voor een kader uniforme basiseisen vertrouwenspersonen Rijksoverheid, waarmee de rol en taken van de vertrouwenspersoon binnen het Rijk formeel worden vastgelegd en de positie en professionaliteit van de vertrouwenspersoon verder worden versterkt. Daarnaast is het CAOP is gevraagd te ondersteunen bij het opstellen van een Rijksbrede klachtenregeling ongewenste omgangsvormen en er wordt toegewerkt naar een gezamenlijke klachtencommissie voor de sector Rijk.

Er wordt een opdracht verstrekt om de Gedragscode Integriteit Rijk te actualiseren en er wordt een proces ingericht om de gedragscode makkelijker actueel te houden. Belangrijk onderdeel van integriteit is ook het afleggen van de ambtseed door nieuwe medewerkers. Dit markeert de start van de ambtelijke loopbaan bij het rijk en raakt aan de kern van ons ambtelijk vakmanschap.

Veilig werken

Dit betreffen opdracht voor het bevorderen van een veilige werkomgeving voor ambtenaren op het niveau van rijksoverheid, gemeenten, provincies en waterschappen. De ambitie is om de komende jaren in sterke mate bij te dragen aan het bevorderen van een agressie- en geweldsvrije werkomgeving binnen het openbaar bestuur. Er worden opdrachten verstrekt ten behoeve van het ontwikkelen en uitdragen van een collectieve norm, het vergroten van de meldingsbereidheid, het ontwikkelen van trainingen, het in kaart brengen van best practices, het versterken van netwerken en het borgen in de bedrijfsprocessen van organisaties.

Informatiehuishouding

Naar aanleiding van de kabinetsreactie op het rapport ‘Ongekend onrecht’ van de Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK) zijn middelen vrijgemaakt voor het op orde brengen van de informatiehuishouding en actieve openbaarmaking bij het Rijk. Deze middelen zijn bestemd voor de uitvoering door departementen, uitvoeringsorganisaties en ZBO's. Het Ministerie van BZK heeft een coördinerende rol in de verdeling en monitoring van deze middelen.

Door het Ministerie van BZK is een generiek actieplan opgesteld waarin is opgenomen hoe deze benodigde verbetering met nieuwe én versnelling van lopende initiatieven de komende jaren wordt uitgevoerd.

De verandering die nodig is voor het verbeteren en toekomstbestendig maken van de informatiehuishouding kost tijd, kennis en middelen. Het kabinet gaat daarom uit van een rijksbrede verbeteroperatie tot en met 2026, waarbij we ook na 2026 de aandacht, kennis en middelen structureel op peil moeten houden.

POK - Ambtelijk Vakmanschap

Het ambtelijk vakmanschap wordt versterkt, mede ingegeven door de Kabinetsreactie op het verslag van de Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK). Om deze versterking aan te jagen wordt ingezet op bewustwording van de impact die iedere Rijksambtenaar heeft op mens en maatschappij. Er worden onder andere opdrachten verstrekt voor een praktische uitwerking van nieuwe werkwijzen en de opleiding en training van ambtenaren. Daarmee wordt onder andere bijgedragen aan een overheid die grenzeloos samenwerkt aan maatschappelijke opgaven, opgavegericht werkt waarbij de bedoeling van het beleid centraal staat en waar de menselijke maat voorop staat. Ook wordt jaarlijks met iedere Rijksambtenaar het gesprek gevoerd over de Ethiek achter hun werk. Aan deze transitie wordt gewerkt via een programma Grenzeloos Samenwerken en Ambtelijk Vakmanschap, dat in ieder geval doorloopt tot 2025.

POK - Staat van de Uitvoering

Er worden opdrachten verstrekt ter ondersteuning van de totstandkoming van een jaarlijkse Staat van de Uitvoering. Doel van de Staat van de Uitvoering is het bieden van handreikingen om de uitvoeringspraktijk in meest brede zin te verbeteren.

POK - Leiderschap, diversiteit en inclusie

Het ministerie van BZK zet zich in om binnen de Rijksdienst de werkcultuur te verbeteren en racisme en discriminatie op de werkvloer te voorkomen en tegen te gaan. De maatregelen richten zich primair op het bevorderen van bewustwording, waakzaamheid, handelingsbekwaamheid en weerbaarheid van ambtenaren. Hiertoe worden in 2023 verschillende opdrachten verstrekt, zoals de uitrol van een Rijksbreed aanbod van succesvol gebleken gesprekken en trainingen ter ondersteuning van medewerkers. Voor leidinggevenden, die een cruciale rol hebben in het herkennen en aanpakken van discriminatie, wordt een specifiek aanbod ontwikkeld. Een en ander zal worden gebundeld in een ‘gereedschapskist’ voor leidinggevenden. In het kader van het verbeteren van de bekendheid en toegankelijkheid van het stelsel van vertrouwenspersonen, integriteitscoördinatoren en klachtencommissies worden communicatietools ontwikkeld. Ook wordt de waakzaamheid ten aanzien van discriminatie bevorderd, mede door het organiseren van activiteiten als theatervoorstellingen over alledaags racisme, lezingen en masterclasses.

POK - Bevorderen veilig werk- en meldklimaat

Dit betreft een opdracht voor een campagne met als doel werkgevers te stimuleren en te ondersteunen bij het vormgeven van een veilig werk- en meldklimaat bij organisaties. Dit moet ertoe leiden dat mogelijke misstanden sneller en beter bespreekbaar zijn binnen de organisatie en opgelost kunnen worden en dat medewerkers vertrouwen kunnen hebben in een goede afwikkeling van uitgesproken signalen en de gedane melding(en).

POK - Ondersteuning van melders van misstanden

Dit betreft een opdracht voor een pilot juridische ondersteuning en mediation voor klokkenluiders bij de sector Rijk met een looptijd van 1 januari 2022 tot 1 januari 2024. De pilot is afgesproken in het Sectoroverleg Rijk. Deze pilot wordt in 2023 geëvalueerd. Dit betreft tevens een opdracht aan Stichting Slachtofferhulp voor de ondersteuning van melders op psychosociaal vlak. Deze opdracht is gestart in september 2022 en kent een looptijd van 2 jaar. In 2022 heeft de minister van BZK uw Kamer geïnformeerd over het voornemen in 2023 te starten met een brede pilot juridische ondersteuning voor klokkenluiders (Kamerstukken II, 2021/22, 35851, nr. 11).

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

POK - Ambtelijk Vakmanschap

Er wordt een bijdrage verstrekt aan ICTU om de impact van het programma Grenzeloos Samenwerken en Ambtelijk Vakmanschap meetbaar te maken.

Werkgeversbeleid

Ter ondersteuning van beleidsmakers binnen het openbaar bestuur wordt HR en organisatie-beleid periodiek gemonitord in samenwerking met het CBS. Daarmee wordt onder andere inzicht gegeven in de ontwikkeling van de tevredenheid en betrokkenheid van personeel, vertrekmotieven, organisatiecultuur en door medewerkers ervaren integriteits- en sociale veiligheidsproblemen. Daarnaast wordt met de ontwikkeling van het Register van Overheidsorganisaties (ROO) gewerkt aan een register waarin alle kenmerken van overheidsorganisaties in één openbaar register toegankelijk worden. Met beleidsreconstructies (project ‘het geheugen van BZK’) en interviews met oud-topambtenaren en oud-ministers (project ‘de top kijkt om’) worden samen met oud-bestuurders en wetenschappers lessen getrokken uit het verleden.

Individuele organisaties binnen het openbaar bestuur kunnen daarnaast gebruik maken van diverse voor hen ontwikkelde benchmarktools (zoals InternetSpiegel medewerkersonderzoek) en participeren in bestaande leergroepen (zoals Vensters voor Bedrijfsvoering) om zicht te krijgen op verbetermogelijkheden in hun bedrijfsvoering. De stichting ICTU ontvangt voor deze activiteiten, die in opdracht van het Ministerie van BZK worden uitgevoerd, een jaarlijkse bijdrage.

POK - Staat van de Uitvoering

Het Ministerie van BZK faciliteert met het verzamelen en analyseren van gegevens over de daadwerkelijke uitvoering van overheidstaken de totstandkoming van een jaarlijkse Staat van de Uitvoering. Deze Staat van de Uitvoering vloeit voort uit het traject Werk aan Uitvoering en is aangekondigd in de Kabinetsreactie op het rapport «Ongekend onrecht». Doel van de Staat van de Uitvoering is het bieden van handreikingen om de uitvoeringspraktijk in meest brede zin te verbeteren. Met de verzamelde informatie en beschouwingen biedt de Staat een unieke mogelijkheid om het reflecteren en leren binnen het hele beleidssysteem – «van beleid tot balie»- te bevorderen. De stichting ICTU ontvangt voor deze activiteiten, die in opdracht van het Ministerie van BZK worden uitgevoerd, een jaarlijkse bijdrage.

Bijdrage aan medeoverheden

Compensatie Waterschappen Woo

Dit betreft de incidentele bijdrage aan Waterschappen voor de implementatie en uitvoering van de Wet open overheid. Deze middelen zijn vrijgemaakt bij de kabinetsreactie op het rapport ‘Ongekend onrecht’ van de Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK).

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

Werkgeversbeleid

Dit betreft de jaarlijkse bijdrage aan Workplace Pride ter bevordering van diversiteit en inclusie bij het Rijk.

Bijdrage aan agentschappen

UBR (arbeidsmarkt communicatie)

Dit betreft een bijdrage aan UBR Personeel voor onder meer het uitvoeren van de rijksbrede arbeidsmarktcommunicatie. Hierbij zorgt UBR Personeel ervoor dat de Rijksoverheid zich positioneert en profileert als één aantrekkelijke werkgever, aansluitend op actuele ontwikkelingen in de maatschappij en de arbeidsmarkt. Dit vertaalt zij door in zowel de externe als de interne werving, onder meer via de websites WerkenvoorNederland.nl en mobiliteitsbank.nl en de sociale media kanalen. Zij ondersteunt en adviseert organisatieonderdelen binnen het Rijk bij arbeidsmarktvraagstukken en draagt bij aan betere verbinding met en tussen de organisaties.

Er wordt tevens een bijdrage verstrekt aan UBR voor versterking HR ICT Rijksdienst. Het programma Versterking HR-ICT Rijksdienst heeft als doel het aantrekken en vasthouden van jong talent, het verbeteren van de ICT-expertise en het versterken van de kennisfunctie op I binnen het Rijk.

Werkgeversbeleid

Dit betreft een bijdrage aan UBR Personeel voor het uitvoeren van diverse opdrachten voor de implementatie van het werkgeversbeleid.

Daarnaast ontvangt UBR Rijksconsultants diverse bijdragen voor de inzet van Rijksconsultants, onder andere ten behoeve van het programma Grenzeloos Samenwerken en ambtelijk vakmanschap, de organisatie van de week van de integriteit en de organisatie van workshops sociale veiligheid. Ook ontvangt UBR KOOP een bijdrage voor het beheer van het ZBO Register.

Bedrijfsvoeringsbeleid

Vanuit de stelselverantwoordelijkheid voor het rijksbrede inkoopstel verstrekt het Ministerie van BZK bijdragen aan agentschappen om het rijksbrede Strategisch leveranciersmanagement ICT te versterken en nader te professionaliseren. Met Strategisch Leveranciersmanagement Rijk is de sturing op een aantal grote ICT leveranciers waar het Rijk zaken mee doet de afgelopen jaren effectiever en efficiënter georganiseerd. De bijdragen worden ingezet om Rijksbrede elementen van het Strategisch leveranciers management te versterken, door investeringen in onder andere verbetering Maatschappelijk Verantwoord Inkopen, privacy aspecten en verbetering inkoopeisen ten aanzien van veilige software.

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

Bedrijfsvoeringsbeleid

Vanuit de stelselverantwoordelijkheid voor het Rijksbrede inkoopstelsel verstrekt het Ministerie van BZK bijdragen aan andere begrotingshoofd stukken om het Rijksbrede Strategisch leveranciersmanagement ICT te versterken en nader te professionaliseren. De bijdragen dienen hetzelfde doel als de bijdrage ten behoeve van Strategisch Leveranciersmanagement onder het instrument bijdrage aan agentschappen.

7.2 Pensioenen en uitkeringen

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

Stichting Administratie Indonesische Pensioenen

Dit betreft de bijdrage aan de Stichting Administratie Indonesische Pensioenen (SAIP), die verantwoordelijk is voor de uitkering van pensioenen voor gewezen overheidspersoneel in de voormalige overzeese gebiedsdelen en hun nagelaten betrekkingen. De rijksbijdrage bestaat uit middelen om de pensioenen en toeslagen uit te keren (inkomens) en middelen om de regeling uit te voeren (uitvoeringskosten).

Ontvangsten

De ontvangsten hebben betrekking op de Garantiewet Surinaamse Pensioenen van de SAIP. Het Ministerie van BZK verrekent jaarlijks een deel van dit bedrag met het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

3.8 Artikel 9. Uitvoering Rijksvastgoedbeleid

A. Algemene doelstelling

Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) geeft uitvoering aan het Rijksvastgoedbeleid door:

  • het verzorgen van de Rijkshuisvesting van Hoge Colleges van Staat, het Ministerie van Algemene Zaken (AZ) en het Koninklijk Huis, het beheren van monumenten die, naar hun aard, niet geschikt zijn voor Rijkshuisvesting en het uitvoeren van het Rijkshuisvestingsbeleid;

  • het realiseren van een optimaal financieel resultaat en maatschappelijk rendement bij het verwerven, beheren, ontwikkelen en vervreemden van materiële activa van/voor het Rijk voor de realisatie van Rijksdoelstellingen, gerelateerd aan de strategische opgaven van het kabinet.

B. Rol en verantwoordelijkheid

De Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) is, als opdrachtgever en uitvoerder, verantwoordelijk voor:

  • de huisvesting van de Hoge Colleges van Staat en het Ministerie van AZ;

  • de huisvesting van het Koninklijk Huis, voor zover vallend onder de verantwoordelijkheid van de Staat;

  • het beheer en onderhoud van de monumenten die aan het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) zijn toevertrouwd en die naar hun aard niet geschikt zijn voor de huisvesting van rijksdiensten;

  • de doelmatige uitvoeringspraktijk van de Rijkshuisvesting binnen de wettelijke en afgesproken kaders.

Daarnaast is de Minister voor VRO als uitvoerder op het terrein van Rijksvastgoed verantwoordelijk voor:

  • het (privaatrechtelijk) beheer van onroerende zaken die aan de Staat toebehoren dan wel zijn toevertrouwd, een en ander voor zover de verantwoordelijkheid voor dat beheer niet bij of krachtens de wet bij een of meer andere ministers is gelegd;

  • de vertegenwoordiging namens het Rijk bij gebiedsontwikkelingsprojecten waarbij meervoudige Rijksdoelstellingen aanwezig zijn. Ook hierbij wordt gestreefd naar een optimale inzet van (overtollige) Rijksactiva en/of financiële bijdragen van het Rijk;

  • ingebruikgeving en vervreemding van (overtollige) onroerende zaken van andere ministeries. Voor zover er op basis van de huidige begrotingsregels van het kabinet sprake is van een generieke middelenafspraak met een minister, wordt de opbrengst uit ingebruikgeving en/of vervreemding door de betreffende minister begroot en verantwoord op de eigen begroting.

C. Beleidswijzigingen

Er zijn geen beleidswijzigingen.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 26 Budgettaire gevolgen van beleid art. 9 Uitvoering Rijksvastgoedbeleid (bedragen x € 1.000)
 

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Verplichtingen

176.305

165.159

145.527

149.409

150.465

172.813

167.693

        

Uitgaven

182.305

165.159

145.527

149.409

150.465

172.813

167.693

        

9.1 Doelmatige Rijkshuisvesting

80.916

93.161

75.832

79.714

80.770

103.118

98.728

Bijdrage aan agentschappen

RVB (Bijdrage voor Hoge Colleges van Staat)

53.331

42.860

41.924

46.498

47.555

69.903

65.613

RVB (bijdrage voor huisvesting Koninklijk Huis)

12.979

17.130

17.135

17.135

17.135

17.135

17.135

RVB (Bijdrage voor monumenten)

2.926

3.077

3.060

3.060

3.060

3.060

3.060

RVB (Bijdrage voor rijkshuisvesting)

8.029

6.842

6.443

6.443

6.443

6.443

6.443

RVB (Bijdrage voor huisvesting Ministerie van AZ)

3.651

23.252

7.270

6.578

6.577

6.577

6.477

        

9.2 Beheer materiële activa

101.389

71.998

69.695

69.695

69.695

69.695

68.965

Bijdrage aan agentschappen

RVB

12.268

13.171

12.923

12.923

12.923

12.923

12.790

RVB (Onderhoud en beheerkosten)

35.709

5.030

5.075

5.075

5.075

5.075

4.478

RVB (Zakelijke lasten)

53.412

53.797

51.697

51.697

51.697

51.697

51.697

        

Ontvangsten

223.964

121.210

120.282

102.984

102.984

92.820

91.172

Geschatte budgetflexibiliteit

Tabel 27 Geschatte budgetflexibiliteit artikel 9
 

2023

juridisch verplicht

96,9%

bestuurlijk gebonden

0,0%

beleidsmatig gereserveerd

3,1%

nog niet ingevuld/vrij te besteden

0,0%

Juridisch verplicht

Van het totale uitgavenbudget van artikel 9 is 96,9% juridisch verplicht en dit betreft het volgende instrument:

Bijdrage aan agentschappen

Het budget is voor 96,9% juridisch verplicht. Het betreft onder andere de gebruiksvergoedingen en de bevoorschotting.

E. Toelichting op de financiële instrumenten

9.1 Doelmatige Rijkshuisvesting

Bijdrage aan agentschappen

RVB (Bijdrage voor Hoge Colleges van Staat)

Uit de beschikbare middelen in de begroting worden rente en afschrijving, onderhoud en kleine investeringen bekostigd ten behoeve van de huisvesting van de Hoge Colleges van Staat. In 2023 zijn er kosten gerelateerd aan de rente en afschrijving van de tijdelijke huisvesting. In 2021 is gestart met de renovatie van het Binnenhof, die naar verwachting in 2026 zal worden opgeleverd. In deze begrotingsreeks zijn derhalve ook de kosten van de renovatie van het Binnenhof opgenomen.

RVB (Bijdrage voor huisvesting Koninklijk Huis)

Krachtens artikel vier van de Wet financieel statuut van het Koninklijk Huis worden drie paleizen ter beschikking gesteld aan de Koning. Dit zijn paleis Huis ten Bosch, paleis Noordeinde en het Koninklijk Paleis te Amsterdam. De uitvoering hiervan vindt plaats via de begroting van BZK.

De bijdrage aan het RVB voor huisvesting van het Koninklijk Huis bedraagt € 16,4 mln. en is opgebouwd uit de volgende componenten:

  • Circa € 8,1 mln. rente en afschrijving voor investeringen die via de leenfaciliteit zijn gefinancierd en zijn geactiveerd op de balans van het RVB;

  • Circa € 7,3 mln. voor regulier onderhoud. Hiermee worden onder meer technische installaties onderhouden, worden storingen verholpen en worden gebouwen onderhouden en hersteld. Voor het onderhoud aan de paleizen geldt - vanwege het veelal monumentale karakter van de objecten - een hogere norm dan voor kantoren.

  • Het restant van circa €1,0 mln. betreft betalingen voor met name kleinere investeringen op basis van wet- en regelgeving (onder andere brandveiligheid) en kosten voor kleinere aanpassingen.

Conform een door de minister-president gedane toezegging bij de behandeling van de ontwerpbegroting 2016 van de Koning, geeft onderstaande meerjarenplanning inzicht in geplande onderzoeken naar en het meerjarig groot onderhoud en renovatie van de paleizen. Over de wijze waarop zulke projecten gefinancierd worden is de Tweede Kamer geïnformeerd in de brief van 2 december 2015 (Kamerstukken II 2015/16, 34300 XVIII, nr. 45).

Tabel 28 Onderzoek en renovatie huisvesting Koninklijk Huis
 

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Onderzoek

Renovatie/groot onderhoud:

       

Paleis Huis ten Bosch

geen

geen

geen

geen

geen

geen

geen

Koninklijk Paleis Amsterdam

geen

geen

Start onderhoud dak

lopend

lopend

lopend

geen

Paleis Noordeinde

geen

geen

geen

geen

geen

geen

geen

De werkzaamheden met betrekking tot het groot onderhoud aan het dak van het Koninklijk Paleis Amsterdam zullen naar verwachting in 2023 aanvangen. Dit als gevolg van de nodige vergunningsaanvragen en levering van materialen. De investeringskosten voor het groot onderhoud zijn begroot op circa € 23 mln. conform de brief aan de Kamer uit maart 2022 (Kamerstukken II 2021/22, 35925 VII, nr. 139). Na oplevering van het groot onderhoud medio 2025 ‒ 2026 worden de kosten geactiveerd, dit betreft een structurele verhoging van de gebruikersvergoeding van ca. € 800.000 die binnen de bestaande meerjarige begrotingsmiddelen van Artikel 9 van de Begroting van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kan worden opgevangen.

RVB (Bijdrage voor monumenten)

Dit betreft de bijdrage aan het RVB voor het beheer en onderhoud van een aantal monumenten die naar hun aard niet geschikt zijn voor huisvesting van Rijksdiensten.

RVB (Bijdrage voor rijkshuisvesting)

Dit betreft activiteiten die in het kader van verschillende beleidsdoelen op het gebied van rijkshuisvesting worden uitgevoerd. Het RVB draagt onder meer bij aan de realisatie van rijksdoelstellingen door te werken aan energiebesparing, duurzaamheid van de gebouwenvoorraad van het Rijk en een doelmatige werking van het rijkshuisvestingstelsel. Maar ook door bij te dragen aan de totstandkoming van de rijkswerkplek en uitvoering te geven aan professioneel publiek opdrachtgeverschap in de bouw. Daarnaast gebeurt dit onder meer door werkzaamheden van de Rijksbouwmeester voor de bevordering en bewaking van de kwaliteit van de architectuur, de stedenbouwkundige inpassing en van de beeldende kunst.

Binnen het RVB loopt het Programma Groene Innovaties (PGI, voorheen het programma Groene Technologieën). In 2023 ligt de focus op vier thema’s waarin innovatieve ontwikkeling noodzakelijk is om de duurzaamheidsdoelen te halen. De vier thema’s zijn Energietransitie, Circulariteit, Klimaatadaptatie en Biodiversiteit. PGI is een programma van bescheiden omvang, maar kan door ‘groene’ innovatieruimte te bieden wel een vliegwieleffect bewerkstelligen. Zo kan PGI op concreet niveau in de projecten bijdragen aan het behalen van de duurzaamheidsdoelen van het RVB.

RVB (Bijdrage voor huisvesting Ministerie van AZ)

Uit de beschikbare middelen in de begroting worden rente en afschrijving, onderhoud en kleine investeringen bekostigd ten behoeve van de huisvesting van het Ministerie van Algemene Zaken (AZ). Dit betreffen ook middelen voor enkele investeringen, met name ICT infrastructuur en beveiliging op het Catshuisterrein.

9.2 Beheer materiële activa

Bijdrage aan agentschappen

RVB

Dit betreft de bijdrage aan het RVB voor de uitvoering van de wettelijke taak van het (privaatrechtelijk) beheer van onroerende zaken (niet-rijkshuisvesting) die de Staat toebehoren. Dit beheer betreft met name werkzaamheden rond (ver)huur, (erf)pacht, medegebruik en de verwerking van zakelijke lasten van het Rijk.

RVB (Onderhoud en beheerkosten)

Het gaat hierbij om uitgaven voor onderhoud en beheer van de onroerende zaken (niet-rijkshuisvesting) welke in het beheer zijn van het RVB. Beheerkosten zijn (externe) kosten in verband met ingebruikgeving en vervreemding, bijvoorbeeld energie-, beveiligings- en taxatiekosten.

RVB (Zakelijke lasten)

Het gaat hier om de betaling van door gemeenten en waterschappen opgelegde belastingen en heffingen op onroerende zaken in eigendom bij de Staat voor zover het niet de Rijkshuisvesting betreft. Gedacht moet worden aan de onroerendzaakbelasting, waterschapsheffingen en rioolheffingen bij de onroerende zaken van de Staat. De uitgaven bestaan voor circa 80% uit gemeentelasten en voor 20% uit waterschapslasten. De zakelijke lasten die samenhangen met rijkshuisvesting worden verantwoord op de baten-lastenbegroting van het agentschap RVB.

Ontvangsten

Zakelijke lasten

De ontvangsten betreffen met name terugbetalingen door huurders - niet zijnde Rijksgebruikers - van door het RVB betaalde belastingen en heffingen opgelegd door gemeenten en waterschappen.

Ingebruikgevingen

Het gaat hierbij om de ingebruikgeving (met name verpachting en verhuur) van de onroerende zaken van de Staat voor zover er voor de opbrengst uit ingebruikgeving geen middelenafspraak bestaat.

Vervreemding

Het gaat hierbij om de vervreemding van de (onder andere agrarische) onroerende zaken van de Staat, voor zover voor de opbrengst uit vervreemding geen middelenafspraak bestaat. De opbrengsten uit middelenafspraken worden verantwoord via de begrotingen van het vakdepartement.

Generale ontvangsten

Hieronder vallen de ontvangsten uit de verkoop van bodemmaterialen zoals zand en de ontvangsten uit de veiling van huurrechten van benzinestations langs rijkswegen. Over de winst van een gedeelte van de generale ontvangsten moet het Ministerie van BZK vennootschapsbelasting afdragen. Deze uitgave vindt plaats op de begroting van BZK op niet-beleidsartikel 12 Algemeen.

3.9 Artikel 10. Groningen versterken en perspectief (vervallen)

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 29 Budgettaire gevolgen van beleid art. 10 Groningen versterken en perspectief (bedragen x € 1.000)
 

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Verplichtingen

1.420.428

0

0

0

0

0

0

        

Uitgaven

1.001.555

0

0

0

0

0

0

        

Subsidies (regelingen)

Energiebesparing woningen bouwkundig versterkingsprogramma

33

0

0

0

0

0

0

Woonbedrijf

3.028

0

0

0

0

0

0

Diverse subsidies

1.205

0

0

0

0

0

0

Bestuursakkoord

242.140

0

0

0

0

0

0

Versterkingsoperatie

62.842

0

0

0

0

0

0

Tegemoetkoming aan huurders

254

0

0

0

0

0

0

Nieuwbouwregeling

104

0

0

0

0

0

0

Opdrachten

Werk- en onderzoeksbudget

1.789

0

0

0

0

0

0

Versterkingsoperatie

289.581

0

0

0

0

0

0

Woonbedrijf

11

0

0

0

0

0

0

Bestuursakkoord

5.939

0

0

0

0

0

0

Industrie

93

0

0

0

0

0

0

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

Werk- en onderzoeksbudget

101

0

0

0

0

0

0

Bijdrage aan medeoverheden

Nationaal Programma Groningen

155.039

0

0

0

0

0

0

Compensatie gemeenten en provincie

112.661

0

0

0

0

0

0

Diverse bijdragen

1.600

0

0

0

0

0

0

Bestuursakkoord

123.808

0

0

0

0

0

0

Bijdrage aan agentschappen

Werk- en onderzoeksbudget

210

0

0

0

0

0

0

(Schade)vergoeding

Versterkingsoperatie

1.117

0

0

0

0

0

0

        

Ontvangsten

234.830

0

0

0

0

0

0

Toelichting

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is met ingang van het kabinet Rutte IV niet meer verantwoordelijk voor het beleid van dit artikel. Dit artikel is per eerste suppletoire begroting 2022 herverkaveld naar de begroting van Economische Zaken en Klimaat (Kamerstukken II 2021/22, 36120 VII, nr. 1).

4. Niet-beleidsartikelen

4.1 Artikel 11. Centraal apparaat

A. Apparaatsuitgaven Kerndepartement

Op dit artikel worden naast alle personele en materiële uitgaven en ontvangsten van het kerndepartement ook de apparaatsuitgaven van de agentschappen gepresenteerd.

Tabel 30 Budgettaire gevolgen artikel 11 Centraal apparaat (bedragen x € 1.000)
 

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Verplichtingen

674.586

636.602

540.397

527.010

515.554

507.552

502.584

        

Uitgaven

648.056

637.247

541.071

527.684

516.228

508.226

502.584

        

Personele uitgaven

Eigen personeel

259.735

278.331

248.053

244.893

232.504

227.036

221.850

Inhuur externen

74.546

42.681

26.099

17.315

18.000

15.461

15.461

Overige personele uitgaven

2.740

5.736

4.404

4.384

4.384

4.384

4.384

        

Materiële uitgaven

Bijdrage SSO's

288.218

283.962

249.136

248.102

247.412

247.427

247.427

ICT

9.463

8.695

1.405

1.230

1.210

1.210

1.210

Overige materiële uitgaven

11.162

17.590

11.938

11.569

12.526

12.517

12.062

        

Bijdrage aan agentschappen

Diverse bijdragen

2.192

252

36

191

192

191

190

        

Ontvangsten

109.153

84.766

19.303

19.303

19.303

19.303

19.303

In deze tabel zijn de apparaatsuitgaven van het kerndepartement opgenomen, inclusief het Huis voor Klokkenluiders (HvK) en de Toelatingsorganisatie Kwaliteitsborging Bouw (TloKB). De reeks is exclusief de apparaatsuitgaven van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD). Vanwege het specifieke karakter zijn deze begroot op beleidsartikel 2.

B. Totaaloverzicht apparaatsuitgaven en -kosten inclusief agentschappen en ZBO/RWT's

De apparaatskosten van BZK bestaan uit de apparaatsuitgaven voor het kerndepartement, de AIVD en de apparaatskosten voor de acht baten-lastenagentschappen. In de onderstaande tabel staan de structurele apparaatsuitgaven van het kerndepartement en de AIVD aangegeven.

Tabel 31 Totaaloverzicht apparaatsuitgaven ministerie (bedragen x € 1.000)
 

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Totaal apparaatsuitgaven ministerie

989.098

999.635

924.236

941.877

927.868

918.836

929.989

Kerndepartement

648.056

637.247

541.071

527.684

516.228

508.226

502.584

Algemene Inlichtingen en veiligheidsdienst

341.042

362.388

383.165

414.193

411.640

410.610

427.405

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de apparaatskosten van de baten-lastenagentschappen, de Zelfstandige Bestuursorganen (ZBO’s) en de Rechtspersonen met een Wettelijke Taak (RWT’s).

Tabel 32 Totaaloverzicht apparaatsuitgaven/kosten agentschappen en ZBO's/RWT's (bedragen x € 1.000)
 

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Totaal apparaatskosten Agentschappen

1.507.192

1.539.623

1.770.942

1.821.963

1.844.311

1.838.386

1.843.609

RvIG

128.811

125.185

138.149

171.569

184.600

182.788

187.888

Logius

241.491

249.392

348.626

348.626

348.626

348.626

348.626

P-Direkt

101.835

106.454

112.939

113.715

113.856

113.856

113.856

UBR

330.799

316.478

325.110

343.245

351.526

351.526

351.526

FMH

127.254

141.590

157.816

157.816

157.816

157.816

157.816

SSC-ICT

248.162

260.856

292.440

289.952

291.292

285.417

285.417

RVB

311.127

320.641

377.733

379.088

378.612

380.899

381.028

DHC

17.713

19.027

18.130

17.952

17.984

17.458

17.452

        

Totaal apparaatskosten ZBO's en RWT's1

294.941

333.502

326.497

321.490

317.384

313.235

313.235

Stichting Administratie Indonesische Pensioenen (SAIP)

1.341

1.502

1.497

1.490

1.384

1.235

1.235

Kadaster

293.600

332.000

325.000

320.000

316.000

312.000

312.000

X Noot
1

BZK verstrekt bijdragen aan vijf begrotingsgefinancierde ZBO’s en RWT’s: Stichting Administratie Indonesische Pensioenen (SAIP), Huis voor Klokkenluiders (HVK) de Huurcommissie, het Kadaster en de Toelatingsorganisatie Kwaliteitsborging Bouw (TloKB). De apparaatskosten van het HvK, de TloKB en de Huurcommissie zijn hier niet vermeld, omdat ze respectievelijk worden bekostigd vanuit de apparaatskosten van het kerndepartement (artikel 11) en de apparaatskosten van het agentschap Dienst van de Huurcommissie (DHC). Bij de SAIP worden de apparaatskosten niet alleen door BZK gefinancierd, maar ook door andere opdrachtgevende ministeries en derden. Voor meer informatie over de ZBO’s en RWT’s van BZK zie de bijlage ZBO’s en RWT’s in de begrotingshoofdstukken IIB en VII.

Apparaatsuitgaven per Directoraat-Generaal

Om de Tweede Kamer inzicht te bieden in de apparaatsuitgaven per beleidsterrein wordt in onderstaande tabel weergegeven wat de apparaatsuitgaven zijn per onderdeel van het Ministerie van BZK.

Tabel 33 Apparaatsuitgaven per Directoraat Generaal (bedragen x € 1.000)

Directoraat Generaal

2023

Algemene Bestuursdienst (DGABD)

42.032

Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme (NCDR)

2.500

Openbaar Bestuur en Democratische Rechtstaat (DGOBDR)

4.135

Volkshuisvesting en Bouwen (DGVB)

4.906

Koninkrijksrelaties (DGKR)

1.054

Programma Directoraat-generaal, Ruimtelijke Ordening (pDGRO)

11.126

Digitalisering en Overheidsorganisatie (DGDOO)

239.999

Vastgoed en Bedrijfsvoering Rijk (DGVBR)

12.749

Cluster Mensen en Middelen (MenM)

213.726

Cluster Bestuurondersteuning (BO)

3.639

Huis voor Klokkenluiders (HvK)

5.205

Totaal apparaat

541.071

4.2 Artikel 12. Algemeen

A. Budgettaire gevolgen

Tabel 34 Budgettaire gevolgen artikel 12 Algemeen (bedragen x € 1.000)
 

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Verplichtingen

265.557

50.305

25.640

27.908

42.016

12.015

12.075

        

Uitgaven

34.225

210.443

95.890

28.158

42.266

12.265

12.075

        

Subsidies (regelingen)

Diverse subsidies

1.063

1.159

757

674

559

558

338

Koninklijk Paleis Amsterdam

50

55

55

55

55

55

55

Opdrachten

(Inter)nationale samenwerking

126

214

211

211

234

234

264

Diverse opdrachten

49

295

325

427

427

427

427

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

Diverse bijdragen

180

183

4

6

6

6

6

Bijdrage aan medeoverheden

Verzameluitkeringen

334

0

0

0

0

0

0

Kwijtschelden publieke schulden

0

164.579

72.003

15.800

30.000

0

0

Bijdrage aan agentschappen

Eigenaarsbijdrage

1.575

5.500

11.550

0

0

0

0

POK –BZK transparant

916

1.257

1.257

1.257

1.257

1.257

1.257

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

Financiën (IXB)

29.932

37.201

9.728

9.728

9.728

9.728

9.728

        

Ontvangsten

36.244

34.174

0

0

0

0

0

B. Toelichting op de financiële instrumenten

12.1 Algemeen

Subsidies (regelingen)

Diverse subsidies

Dit betreft grotendeels een subsidie aan de Stichting Parlementaire Geschiedenis voor exploitatie van het Centrum Parlementaire Geschiedenis (CPG). Daarnaast betreft het o.a. een subsidie voor programmering van de Urban Futures studio onderdeel van universiteit Utrecht en een subsidie aan Stichting Montesquieu.

Koninklijk Paleis Amsterdam

Dit betreft de jaarlijkse subsidie voor de openstelling van het Koninklijk Paleis Amsterdam.

Opdrachten

(Inter)nationale samenwerking

Het betreft middelen voor het versterken van de strategische, constitutionele en wetgevende, internationale en economische advisering voor BZK breed. De advisering dient als verbindende spil tussen de (beleids)directies onderling en de politieke en ambtelijke leiding. Hier worden opdrachten verstrekt die ondersteunend zijn aan bovengenoemd doel en daarbij vaak een (specifiek) beleidsveld overstijgend karakter hebben.

Diverse opdrachten

Een veilige informatievoorziening en verbetering van de ICT is een prioriteit. De Chief Information Office (CIO-office) van het departement zorgt voor samenhang in de informatievoorziening en voor de verdere versterking van de beheersing van projecten met een ICT-component, waaronder het meehelpen bij het doorvertalen van beleidsdoelen naar ICT. Het budget voor de CIO-office wordt aangewend om bij te dragen aan de verdere inrichting van strategische advisering en toezicht, IT-governance en securitygovernance, informatievoorziening en professionalisering.

Daarnaast zijn middelen bestemd voor de inrichting van de crisisbeheersingsorganisatie bij BZK en voor fysieke- en informatiebeveiliging van de organisatie op basis van risicomanagement.

Bijdrage aan medeoverheden

Kwijtschelden publieke schulden

In 2021 is in samenwerking met de publieke schuldeisers en de verantwoordelijke departementen het kwijtschelden van publieke schulden verder uitgewerkt. Met de medeoverheden is afgesproken dat compensatie van de uitgaven en de derving van inkomsten plaats vindt op basis van nacalculatie (werkelijke kosten). Ook de uitvoeringskosten van de kwijtscheldingsregelingen en de uitvoeringskosten die samenhangen met het compenseren van gemeenten worden vergoed. Het uiteindelijke aantal ouders dat recht heeft op de herstel-regelingen en de hoogte van de publieke schulden zijn onzeker.

Bijdrage aan agentschappen

Eigenaarsbijdrage

Het betreft middelen voor de doorontwikkeling SSC-ICT.

POK - BZK transparant

Naar aanleiding van de kabinetsreactie POK, zijn middelen beschikbaar gesteld voor het op orde brengen van de informatiehuishouding. Daardoor ontvangt elk departement een structureel basisbudget. Dit betreft het basisbudget voor BZK.

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

Financiën (IXB)

Over de winst op een aantal activiteiten op de begroting van het Ministerie van BZK en daaronder vallende agentschappen moet vennootschapsbelasting (Vpb) worden afgedragen. De uitgaven aan Vpb betreffen de aanslagen over de belastbare winst op de generale ontvangsten en een deel van de specifieke ontvangsten van artikel 9 (Uitvoering Rijksvastgoedbeleid) van deze begroting.

4.3 Artikel 13. Nog onverdeeld

A. Budgettaire gevolgen

Tabel 35 Budgettaire gevolgen artikel 13 Nog onverdeeld (bedragen x € 1.000)
 

2021

1

2023

2024

2025

2026

2027

Verplichtingen

0

‒ 33.100

0

0

0

0

0

        

Uitgaven

0

‒ 33.100

0

0

0

0

0

        

Nog te verdelen

Loonbijstelling

0

0

0

0

0

0

0

Prijsbijstelling

0

0

0

0

0

0

0

Onvoorzien

0

‒ 33.100

0

0

0

0

0

        

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

X Noot
1

Inclusief tweede incidentele suppletoire begroting inzake personele inzet voor crisisopvang (Kamerstukken II 2021/22, 36177 VII, nr 1)

Nog te verdelen

Onvoorzien

Ten behoeve van de personele inzet voor de crisisopvang van asielzoekers zijn per tweede incidentele suppletoire begroting 2022 middelen toegevoegd aan artikel 7 op het instrument «personele inzet crisisopvang» (Kamerstukken II 2021/22, 36177 VII, nr. 1). Het kabinet heeft op 1 juli 2022 afgesproken dat de middelen hiervoor middels een verdeelsleutel worden opgehaald bij alle departementen. De bijdragen worden middels overboekingen verwerkt bij de tweede suppletoire begroting 2022.

5. Begroting agentschappen

5.1 Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG)

Inleiding

De Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG) is de autoriteit en regisseur van het veilig en betrouwbaar gebruik van identiteitsgegevens en is de uitvoeringsorganisatie op het gebied van persoonsgegevens en reisdocumenten voor het Koninkrijk der Nederlanden. In een constant veranderende samenleving is de veiligheid en betrouwbaarheid van identiteitsgegevens van groot belang.

RvIG is verantwoordelijk voor de volgende diensten:

  • de Basisregistratie Persoonsgegevens (BRP);

  • de beheervoorziening burgerservicenummer (BV-BSN);

  • het systeem van aanvraag, productie en distributie van reisdocumenten;

  • de persoonsinformatievoorziening van het Caribisch gebied (PIVA);

  • het beheren van voorzieningen ten behoeve van het eIDAS-stelsel;

  • het Centraal Meldpunt Identiteitsfraude en –fouten (CMI);

  • de Landelijke Aanpak Adreskwaliteit (LAA);

  • het Meldpunt Fouten in Overheidsregistraties (MFO).

Ontwikkelingen

RvIG vervult een rol in de strategische Digitale agenda Rijkdienst. Hierbij wordt samengewerkt met publieke-, private- en wetenschappelijke partijen. De maatschappelijke en technologische ontwikkelingen vragen ook om nieuwe technologieën voor in het digitale domein. In 2023 (en verder) zullen deze nader worden uitgewerkt en beproeft. Het gaat dan onder andere om ontwikkelingen ten aanzien van de Digitale Identiteit.

Ook de impact van diverse onderzoeken, zoals Werk aan Uitvoering (WAU) en de aanbevelingen door de Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK) en Tijdelijke Commissie Uitvoeringsorganisaties (TCU) hebben invloed op de organisatie RvIG. De Rijksbrede doelstellingen zoals BZK-transparant en de BZK I-strategie zijn de kapstok voor daaruit voortvloeiende activiteiten.

Voor de BRP wordt gewerkt aan een plan van aanpak met als doel om op beheersbare wijze de komende jaren stapsgewijze verbeteringen door te voeren.

Voor het BSN lopen er ontwikkelingen die kunnen leiden tot een breder gebruik. Daarnaast wordt de implementatie van het BSN binnen Caribisch Nederland voorbereid in opmaat naar de overgang naar de Nederlandse Identiteitsinfrastructuur.

Bij het CMI en MFO blijft het aantal meldingen over identiteitsfraude toenemen en zal extra aandacht worden besteed aan bewustwording. Verder wordt er op het gebied van de aanvraag, personalisatie en uitgifte van reis- en identiteitsdocumenten gewerkt aan verschillende verbeteringen om ID fraude tegen te gaan en de dienstverlening te verbeteren. De projecten Verbeteren Reisdocumenten Stelsel (VRS) en live enrolment dragen hieraan bij.

Basis Registratie Personen (BRP)

Op basis van de Wet BRP voert RvIG het beheer over de registratie van ingezetenen, de Basis Registratie Personen (BRP) en de Registratie niet-ingezetenen (RNI). Deze registraties hebben als doel om alle overheidsorganisaties te kunnen voorzien van dezelfde persoonsgegevens van de inwoners van ons land. Hierdoor hoeven andere overheden die informatie niet steeds weer bij de burger uit te vragen. Dit zorgt voor een efficiënte dienstverlening en voor minder administratieve lasten voor de burger.

Burgerservicenummer (BSN)

RvIG is verantwoordelijk voor de beheervoorziening BSN. Hieronder valt het beheer van de voorziening voor het genereren, distribueren, toekennen en beheren van Burgerservicenummers. Daarnaast beheert RvIG het foutenmeldpunt voor het melden van vermoedens over BSN-nummerfouten en worden mogelijk dubbelinschrijvingen gecontroleerd via de voorziening permanente monitoring dubbelinschrijvingen.

Reisdocumenten

RvIG ziet in haar verantwoordelijkheid voor het reisdocumentenstelsel toe op de productie van paspoorten en Nederlandse identiteitskaarten (eNIK) en het aanvraag- en uitgifte proces bij uitgevende instanties. Daarnaast beheert RvIG de registers ‘Register Paspoortsignalering’ (RPS), Basisregister 'Reisdocumenten’ (BRR) en ‘Verificatieregister Reisdocumenten’ (VR).

In 2023 gaat RvIG verder met de verbetering van het reisdocumentenstelsel. Hierbij wordt onder andere het aanvraag- en uitgifteproces onder handen genomen. Op dit moment vereisen deze kennisintensieve processen nog veel handmatige handelingen. Een simpeler en minder mens-afhankelijk proces zal worden ingericht met als doel o.a. onterechte verstrekking van reisdocumenten en onterecht vervallen van reisdocumenten te voorkomen en zo het betrouwbare imago van het Nederlandse reisdocument hoog te houden.

Caribisch gebied

RvIG is verantwoordelijk voor de centrale voorzieningen en het stelsel van berichtuitwisseling ten behoeve van het bijhouden van de basisadministraties van de openbare lichamen, de verstrekkingenvoorziening en de systematische verstrekking van gegevens. Daarnaast beheert RvIG de apparatuur, software en voorraden ten behoeve van de lokaal geproduceerde ID-kaart BES.

Electronic Identification Authentication and Trust Services (eIDAS)

RvIG voert het stelselbeheer over diverse voorzieningen binnen eIDAS. Deze voorzieningen zorgen ervoor dat op basis van de uit Europa meegegeven set aan gegevens, via een bevraging in de beheervoorziening BSN, een BSN van de betreffende persoon wordt gezocht. Een dienstverlener kan op basis van het BSN zijn diensten aan de burger verlenen. Daarnaast is RvIG in het kader van eIDAS verantwoordelijk voor de toetsing op het gebruik van BSN’s door eIDAS uitvoerende instanties.

Centraal Meldpunt Identiteitsfraude en –fouten (CMI)

RvIG begeleidt naast slachtoffers van identiteitsfraude ook burgers met fouten met betrekking tot hun persoonsgegevens. RvIG fungeert als ketenregisseur en schakelt indien nodig ketenpartners zoals Politie, Belastingdienst, RDW, IND en Logius in.

Landelijke aanpak adreskwaliteit (LAA)

De LAA kan gezien worden als de samenwerking van de toekomst. Rijksoverheid en uitvoeringsorganisaties werken nauw samen met gemeenten om op basis van risicosignalen risicoadressen te onderzoeken, waarbij ook een huisbezoek wordt afgelegd. Deze intensieve manier van samenwerken over alle lagen van de overheid heen is van grote meerwaarde voor de kwaliteit van de BRP, helpt in het oplossen van maatschappelijke problemen en is tegelijkertijd een effectieve werkwijze in het kader van adres gerelateerde fraude.

Meldpunt Fouten in Overheidsregistraties (MFO)

Het MFO is een meldpunt voor fouten in basisregistraties waar burgers en geregistreerden zich tot kunnen wenden als zij vastlopen binnen de overheid. De fouten op het terrein van Identiteit kunnen daarin worden meegenomen.

Staat van baten en lasten

Tabel 36 Begroting van baten-lastenagentschap RvIG voor het jaar 2023 (bedragen x € 1.000)
 

Stand Slotwet 2021

Vastgestelde begroting 2022

2023

2024

2025

2026

2027

Baten

       

- Omzet

123.076

106.234

112.388

180.326

198.943

214.476

220.605

waarvan omzet moederdepartement

56.458

42.368

45.302

45.416

45.557

49.498

51.386

waarvan omzet overige departementen

0

0

0

0

0

0

0

waarvan omzet derden

66.618

63.866

67.086

134.910

153.386

164.978

169.219

Rentebaten

0

0

0

0

0

0

0

Vrijval voorzieningen

44.159

19.918

26.905

0

0

0

0

Bijzondere baten

0

0

0

0

0

0

0

        

Totaal baten

167.235

126.152

139.293

180.326

198.943

214.476

220.605

        

Lasten

       

Apparaatskosten

128.811

125.185

138.149

171.569

184.600

182.788

187.888

- Personele kosten

32.715

27.990

34.913

35.369

34.499

35.001

35.511

waarvan eigen personeel

22.648

23.641

27.612

29.674

30.119

30.571

31.030

waarvan inhuur externen

9.667

4.349

6.268

4.662

3.347

3.397

3.448

waarvan overige personele kosten

400

0

1.033

1.033

1.033

1.033

1.033

- Materiële kosten

96.096

97.195

103.236

136.200

150.101

147.787

152.377

waarvan apparaat ICT

632

958

375

375

375

375

375

waarvan bijdrage aan SSO's

179

275

200

200

200

200

200

waarvan overige materiële kosten

95.285

95.962

102.661

135.625

149.526

147.212

151.802

Rentelasten

0

0

0

0

0

0

0

Afschrijvingskosten

4.307

7.566

9.936

11.440

11.590

12.290

12.290

- Materieel

3.497

4.566

7.996

8.960

8.960

9.660

9.660

waarvan apparaat ICT

0

50

100

100

100

100

100

waarvan overige materiële afschrijvingskosten

3.497

4.516

7.896

8.860

8.860

9.560

9.560

- Immaterieel

810

3.000

1.940

2.480

2.630

2.630

2.630

Overige lasten

0

0

0

6.415

12.162

22.219

20.427

waarvan dotaties voorzieningen

0

0

0

6.415

12.162

22.219

20.427

waarvan bijzondere lasten

0

0

0

0

0

0

0

        

Totaal lasten

133.118

132.751

148.085

189.424

208.352

217.297

220.605

        

Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening

34.117

‒ 6.599

‒ 8.792

‒ 9.098

‒ 9.409

‒ 2.821

0

Agentschapsdeel Vpb-lasten

0

0

0

0

0

0

0

Saldo van baten en lasten

34.117

‒ 6.599

‒ 8.792

‒ 9.098

‒ 9.409

‒ 2.821

0

Toelichting

Baten

Omzet

De omzet van RvIG is als volgt over de diverse opdrachten begroot:

Tabel 37 Begrote omzetverdeling RvIG (bedragen x € 1.000)
 

Moederdepartement

Overige departementen

Derden

Totaal

BRP

20.467

0

16.508

36.975

BSN

5.692

0

0

5.692

Reisdocumenten

0

0

50.558

50.558

Caribisch Gebied

1.835

0

20

1.855

eIDAS

4.883

0

0

4.883

CMI

1.600

0

0

1.600

LAA

9.807

0

0

9.807

MFO

1.018

0

0

1.018

     

Totaal

45.302

0

67.086

112.388

Waarvan omzet derden

Als gevolg van de invoering van de tienjarige geldigheid voor reisdocumenten worden er in de jaren 2019 tot en met 2023 structureel minder reisdocumenten uitgegeven dan in de jaren 2024 tot en met 2028. Hierdoor is de in 2023 begrote omzet derden lager dan in de jaren daarna.

Vrijval voorzieningen

Om te voorkomen dat er grote fluctuaties in de kostprijs van reisdocumenten ontstaan als gevolg van de invoering van de tienjarige geldigheid, heeft RvIG een egalisatiereserve opgebouwd. Deze egalisatiereserve wordt in de dipperiode (2019-2023) aangewend, zodat tarieven in de dipperiode niet hoeven te worden verhoogd als gevolg van de invoering van de 10-jarige geldigheid. Dit maakt realisatie van kostendekkendheid over 10 jaar mogelijk. Vanaf 2019 valt per jaar een deel van het opgebouwde bedrag op de egalisatiereserve vrij om de kostprijs gelijk te houden. In 2023 is dat bedrag € 40,7 mln.

Lasten

Apparaatskosten

Personele kosten

De personele lasten bedragen € 34,9 mln. De verhoging van de personele kosten heeft onder andere te maken met de voorgenomen personele uitbreiding ter vermindering van de werkdruk en verdere uitbreiding van taken binnen RvIG.

Materiële kosten

Het grootste gedeelte van de lasten betreft de kosten die worden gemaakt voor de productie en distributie van de reisdocumenten, het in stand houden van het BRP-netwerk, het beheer van de centrale verstrekkingvoorziening van de BRP (GBA-V en RNI) en de beheervoorziening BSN, CMI, PIVA-V en Sédula. Voor de uitvoering van de taken maakt RvIG gebruik van geautomatiseerde systemen.

Afschrijvingskosten

Op de materiële activa wordt in 2023 € 8,0 mln. afgeschreven. Dit betreft de afschrijving op de investering van de vernieuwde RvIG-infrastructuur en de systemen ten behoeve van het aanvragen en uitgeven van reisdocumenten. Daarnaast is sprake van afschrijvingen ad € 1,9 mln. op immateriële vaste activa, zijnde de ontwikkelde (IT-)verbeteringen binnen VRS.

Saldo van baten en lasten

De kosten voor het beheren van de BRP worden doorberekend aan de gebruikers met een kostendekkend tarief in de vorm van een abonnementsprijs. Deze doorberekening vindt deels via het Ministerie van BZK en deels rechtstreeks aan derden plaats. De kosten voor het beheren van de reisdocumentenketen, innovatie, investering en de kosten van de productie en distributie worden in de huidige systematiek gedekt uit het tarief dat RvIG in rekening brengt bij de uitgevende instanties. De overige opdrachten worden betaald door de opdrachtgever, namelijk het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Uitgangspunt voor de begroting van baten en lasten van RvIG is een kostendekkende exploitatie.

Schuld aan gebruikers BRP

Het exploitatieresultaat over eerdere boekjaren met betrekking tot de BRP wordt met de gebruikers van de BRP vereffend door de staffelprijs van de BRP in 2022 en latere jaren te laten dalen ten opzichte van de staffelprijs in 2021. Hierdoor zijn de tarieven in 2023 niet volledig kostendekkend en ontstaat een begroot negatief saldo van baten en lasten. Dit negatieve saldo ad € 8,8 mln. wordt met de openstaande schuld aan gebruikers BRP verrekend. Ultimo 2021 bedraagt de openstaande schuld € 30,1 mln.

Kasstroomoverzicht

Tabel 38 Kasstroomoverzicht van baten-lastenagentschap RvIG over het jaar 2023 (bedragen x € 1.000)
  

Stand Slotwet 2021

Vastgestelde begroting 2022

2023

2024

2025

2026

2027

1.

Rekening courant RHB 1 januari +  depositorekeningen

85.049

54.689

43.275

89

929

11.732

39.880

 

+/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom

72.480

106.234

112.388

180.326

198.943

214.476

220.605

 

-/- totaal uitgaven operationele kasstroom

‒ 70.301

‒ 125.185

‒ 138.149

‒ 171.569

‒ 184.600

‒ 182.788

‒ 187.888

2.

Totaal operationele kasstroom

2.179

‒ 18.951

‒ 25.761

8.757

14.343

31.688

32.717

 

-/- totaal investeringen

‒ 14.748

‒ 10.254

‒ 32.625

‒ 4.877

‒ 500

‒ 500

‒ 500

 

+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen

0

0

0

0

0

0

0

3.

Totaal investeringskasstroom

‒ 14.748

‒ 10.254

‒ 32.625

‒ 4.877

‒ 500

‒ 500

‒ 500

 

-/- eenmalige uitkering aan moederdepartement

0

0

0

0

0

0

0

 

+/+ eenmalige storting door moederdepartement

0

0

0

0

0

0

0

 

-/- aflossingen op leningen

0

0

0

‒ 3.040

‒ 3.040

‒ 3.040

‒ 3.040

 

+/+ beroep op leenfaciliteit

0

0

15.200

0

0

0

0

4.

Totaal financieringskasstroom

0

0

15.200

‒ 3.040

‒ 3.040

‒ 3.040

‒ 3.040

5.

Rekening courant RHB 31 december + stand  depositorekeningen (=1+2+3+4)

72.480

25.484

89

929

11.732

39.880

69.057

Toelichting

Operationele kasstroom

In 2023 vertoont de operationele kasstroom een negatief saldo. Dit wordt met name veroorzaakt doordat vanaf 2019 het aantal aangevraagde 10-jarige reisdocumenten terugloopt, waardoor de kasontvangsten teruglopen.

Investeringskasstroom

Voor 2023 wordt de omvang van de investeringen geraamd op € 32,6 mln. Dit betreft investeringen ten behoeve van het programma VRS en de vervanging van de systemen ten behoeve van het aanvragen en uitgeven van reisdocumenten.

Financieringskasstroom

In 2023 wordt naar verwachting een beroep op de leenfaciliteit gedaan ad € 15,2 mln. ter gedeeltelijke financiering van de vervanging van de systemen ten behoeve van het aanvragen en uitgeven van reisdocumenten.

Doelmatigheidsindicatoren

Tabel 39 Overzicht doelmatigheidsindicatoren RvIG
 

Stand Slotwet 2021

Vastgestelde begroting 2022

2023

2024

2025

2026

2027

Omschrijving Generiek Deel

       

Fte-totaal (excl. externe inhuur)

252

280

324

324

324

324

324

Saldo van baten en lasten (%)

25,6%

‒ 5,0%

‒ 5,4%

‒ 4,8%

‒ 4,5%

‒ 4,5%

‒ 4,6%

Klanttevredenheid

n.v.t.

7,7%

n.v.t.

7,8%

n.v.t.

8,0%

n.v.t.

        

Omschrijving Specifiek Deel

       

Kostprijzen per product (in €)

       

Abonnementsstructuur (B)

2.430

2.000

970

970

970

970

970

Reisdocumenten: Paspoort 5 jaar

23,68

23,98

24,39

24,80

25,22

25,65

26,09

Reisdocumenten: Paspoort 10 jaar

41,90

42,45

43,17

43,90

44,65

45,41

46,18

Identiteitskaart 5 jaar

7,52

6,06

6,16

6,26

6,37

6,48

6,59

Identiteitskaart 10 jaar

38,64

34,59

35,18

35,78

36,39

37,01

37,64

        

Beschikbaarheid

       

Beschikbaarheid GBA netwerk

100%

100,0%

100,0%

100,0%

100,0%

100,0%

100,0%

Beschikbaarheid GBA-V

100%

99,9%

99,9%

99,9%

99,9%

99,9%

99,9%

Responsetijd GBA-V

<3 sec

< 3 sec

< 3 sec

< 3 sec

< 3 sec

< 3 sec

< 3 sec

Beschikbaarheid basisregister

100%

99,9%

99,9%

99,9%

99,9%

99,9%

99,9%

Beschikbaarheid verificatieregister

100%

99,9%

99,9%

99,9%

99,9%

99,9%

99,9%

Beschikbaarheid BSN

100%

99,9%

99,9%

99,9%

99,9%

99,9%

99,9%

Doorlichting uitgevoerd c.q. gepland in

 

2023

     

Toelichting

Generiek Deel

Fte-totaal

Het aantal FTE neemt in 2023 verder toe als gevolg van de voorgenomen personele uitbreiding ter vermindering van de werkdruk en verdere uitbreiding van taken binnen RvIG.

Klanttevredenheid

Tweejaarlijks vindt er een klanttevredenheidsonderzoek plaats. Het eerstvolgende klanttevredenheidsonderzoek zal plaatsvinden in 2024.

Specifiek Deel

Kostprijzen per product

RvIG streeft ernaar om de kostprijzen per product zo constant mogelijk te houden.

De hoogte van de leges die RvIG in rekening brengt bij de uitgevende instanties, zoals de gemeenten, de buitenlandse posten en de Caribische gemeenten (Bonaire, Eustatius en Saba), is exclusief de gemeentelijke leges en eventuele spoedtoeslagen.

Beschikbaarheid

De doelstelling in 2023 met betrekking tot de beschikbaarheid van de diverse ICT-voorzieningen is het halen van de gestelde normen, als opgenomen onder de kwaliteitsindicatoren in bovenstaande tabel.

5.2 Logius

Inleiding

Logius is de dienst digitale overheid en onderdeel van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). Logius beheert en ontwikkelt producten en diensten voor de overheid en organisaties met een publieke taak, zodat burgers en bedrijven met hen digitaal hun zaken kunnen regelen. Dankzij producten en diensten zoals DigiD, MijnOverheid en Digipoort kunnen burgers onder andere digitaal belastingaangifte doen, digitale post ontvangen en veilig privacygevoelige data delen met onder andere de overheid en zorgverzekeraars. Logius zorgt voor een veilige toegang tot en gegevensuitwisseling binnen de digitale overheid. Daar waar er reeds succesvolle oplossingen beschikbaar zijn wordt het gebruik van (open) standaarden gestimuleerd door Logius en organiseert zij dat dergelijke oplossingen eenvoudig en eenduidig met elkaar samenwerken in stelsels zoals bijvoorbeeld Diginetwerk en PKIoverheid. Er wordt hiervoor nauw samengewerkt met andere overheden en organisaties met een publieke taak waar de behoefte van eindgebruikers, burgers en bedrijven, centraal worden gezet. De werkwijze is dan ook gericht op het flexibel en wendbaar kunnen inspelen op deze behoeften om onze dienstverlening continue te verbeteren.

Ten opzichte van voorgaande jaren vindt vanaf 2023 een verandering in de financieringssystematiek plaats. Dit betekent dat financiering voor de Generieke Digitale Infrastructuur (GDI) centraal plaatsvindt via het moederdepartement met als doel de administratieve lasten bij Logius te verminderen. Daarnaast blijft Logius ook financiering vanuit overige departementen en derden ontvangen voor de overige dienstverlening.

Als gevolg van de ontvlechting van de Uitvoeringsorganisatie Bedrijfsvoering Rijk (UBR) is Kennis- en Exploitatiecentrum Officiele Overheidspublicaties (KOOP) vanaf 2023 opgehangen onder Logius. KOOP is de drijvende kracht achter de grootste portalen met overheidsinformatie op internet: overheid.nl, wetten.nl en officiëlebekendmakingen.nl.

Dienstverlening

Logius biedt dienstverlening op de volgende gebieden:

Toegang

Logius biedt inlogmethodes waardoor mensen en organisaties veilig toegang krijgen tot de digitale overheid.

Interactie

Mogelijkheid voor burgers en ondernemers om op een veilige en toegankelijke manier te worden geattendeerd op belangrijke zaken met een digitaal bericht. Regie over deze persoonsgegevens, ligt bij de burgers en ondernemers.

Gegevensuitwisseling

Logius biedt oplossingen voor elektronisch berichtenverkeer tussen overheden en hun ketenpartners. Dit maakt het ontsluiten en beschikbaar stellen van gegevens mogelijk én hierdoor wordt informatie maar één keer aangeleverd.

Standaarden en stelsels

Via standaarden en stelsels zorgt Logius voor eenduidigheid, herbruikbaarheid en generieke oplossingen binnen de digitale overheid.

Logius investeert naast het borgen van continuïteit en veiligheid van haar dienstverlening, ook in het fundament voor een veilige, flexibele en wendbare digitale overheid. De volgende vier elementen vormen tezamen de kapstok voor ons werk in de komende jaren.

Continuïteit en veiligheid dienstverlening

De continuïteit en veiligheid van onze dienstverlening staat centraal bij ons. Dit doet Logius door alles wat het in beheer heeft te onderhouden en hierop kleine doorontwikkeling door te voeren. Dat betekent dat Logius ook in 2023 zal investeren in een betrouwbare dienstverlening dat op een solide infrastructuur draait, waar blijvend aandacht is voor beveiligingsaspecten. Daarom staat in 2023 naast continuïteit en veiligheid ook incident- en crisismangement hoog in het vaandel bij Logius.

Vernieuwen van het fundament

Logius zet belangrijke stappen om het fundament voor de digitale overheid te vernieuwen, waardoor dit toekomstbestendig wordt, beter schaalbaar is en flexibel ingezet kan worden. Denk daarbij aan een nieuwe infrastructuur conform cloud-principes en zogeheten microservices. Met deze microservices wordt het mogelijk om bepaalde functionaliteiten generiek te ontwikkelen, zodat hergebruik mogelijk is. Hiermee wil Logius op termijn afstappen van ‘grote’, op zichzelf staande, voorzieningen.

Wet- en regelgeving

Logius geeft invulling aan de implementatie van wet- en regelgeving. Denk daarbij aan de wet Digitale Overheid of de Wet elektronisch berichtenverkeer Belastingdienst. Hiervoor moeten bestaande producten en diensten aangepast worden of moet Logius de dienstverlening richting andere overheidsdienstverleners ontsluiten.

Nieuwe ontwikkelingen

Logius levert, met nieuwe ontwikkelingen (elektronische identiteitskaart, digitalisering 'aanpak levensgebeurtenissen') en doorontwikkeling (begrijpelijkere toegang) ook een bijdrage aan de dienstverlening bij de invulling van de NL Digibeter agenda. Om verder invulling te geven aan de NL Digibeter agenda moet Logius investeren in de ontwikkeling van nieuwe dienstverlening (denk aan de routeringsvoorziening of nieuwe machtigingsoplossingen) en bestaande voorzieningen doorontwikkelen (bijvoorbeeld DigiD Substantieel en Hoog). Hierbij zet Logius ook in op het inrichten van afsprakenstelsels en verdere standaardisatie van de generieke digitale infrastructuur (GDI).

Staat van Baten en Lasten

Tabel 40 Begroting van baten-lastenagentschap Logius voor het jaar 2023 (bedragen x € 1.000)
 

Stand Slotwet 2021

Vastgestelde begroting 2022

2023

2024

2025

2026

2027

Baten

       

- Omzet

239.148

249.392

348.626

348.626

348.626

348.626

348.626

waarvan omzet moederdepartement

71.958

82.367

300.787

300.787

300.787

300.787

300.787

waarvan omzet overige departementen

141.232

139.276

39.840

39.840

39.840

39.840

39.840

waarvan omzet derden

25.958

27.749

8.000

8.000

8.000

8.000

8.000

Rentebaten

0

0

0

0

0

0

0

Vrijval voorzieningen

0

0

0

0

0

0

0

Bijzondere baten

760

0

0

0

0

0

0

        

Totaal baten

239.908

249.392

348.626

348.626

348.626

348.626

348.626

        

Lasten

       

Apparaatskosten

241.491

249.392

348.626

348.626

348.626

348.626

348.626

- Personele kosten

80.056

77.513

109.971

109.971

109.971

109.971

109.971

waarvan eigen personeel

37.215

48.116

69.153

69.153

69.153

69.153

69.153

waarvan inhuur externen

41.176

25.942

36.021

36.021

36.021

36.021

36.021

waarvan overige personele kosten

1.665

3.455

4.797

4.797

4.797

4.797

4.797

- Materiële kosten

161.435

171.879

238.655

238.655

238.655

238.655

238.655

waarvan apparaat ICT

5.301

6.704

9.309

9.309

9.309

9.309

9.309

waarvan bijdrage aan SSO's

848

902

1.252

1.252

1.252

1.252

1.252

waarvan overige materiële kosten

155.286

164.273

228.094

228.094

228.094

228.094

228.094

Rentelasten

0

0

0

0

0

0

0

Afschrijvingskosten

400

0

0

0

0

0

0

- Materieel

400

0

0

0

0

0

0

waarvan apparaat ICT

0

0

0

0

0

0

0

waarvan overige materiële afschrijvingskosten

400

0

0

0

0

0

0

- Immaterieel

0

0

0

0

0

0

0

Overige lasten

19

0

0

0

0

0

0

waarvan dotaties voorzieningen

0

0

0

0

0

0

0

waarvan bijzondere lasten

19

0

0

0

0

0

0

        

Totaal lasten

241.910

249.392

348.626

348.626

348.626

348.626

348.626

        

Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening

‒ 2.002

0

0

0

0

0

0

Agentschapsdeel Vpb-lasten

0

0

0

0

0

0

0

Saldo van baten en lasten

‒ 2.002

0

0

0

0

0

0

Tabel 41 Begrote omzetverdeling Logius
 

Moederdepartement

Overige departementen

Derden

Totaal

DigiD

55.665

0

0

55.665

DigiD Machtigen

26.000

0

0

26.000

MijnOverheid Gegevens

21.997

0

0

21.997

MijnOverheid Berichtenbox

33.541

0

0

33.541

Digipoort (SBR, e-Factureren, FS, Sociaal)

61.126

0

0

61.126

Stelseldiensten

17.862

0

0

17.862

eHerkenning

5.020

0

0

5.020

PKIOverheid

2.036

0

0

2.036

Samenwerkende Catalogi

311

0

0

311

Diginetwerk

1.310

0

0

1.310

EIDAS

1.392

0

0

1.392

Digitoegankelijk

2169,590281

0

0

2.170

 

0

0

0

0

Subtotaal Beheer & Exploitatie (GDI)

228.430

0

0

228.430

     

Centraal Aansluitpunt (CA)

0

2.272

0

2.272

Standaard Platform (SP)

0

0

7.823

7.823

Haagse Ring & Netwerkdiensten

0,0

14.901,7

0

14.902

DigiInkoop

3.254

360

0

3.614

Bekendmakingen

0

0

0

0

ROAP

0

0

0

0

Peppol Autoriteit

0

0

0

0

Samenwerkende/Centrale catalogi

0,0

600

0

600

Bureau Forum Standaardisatie (BFS)

0

0

0

0

 

0

0

0

0

Subtotaal Beheer & Exploitatie (Overig)

3.254

18.134

7.823

29.210

     

Totaal Beheer & Exploitatie

231.684

18.134

7.823

257.640

     

Doorontwikkeling

30.059

21.706

177

0

Totaal Doorontwikkeling

30.059

21.706

177

51.942

     

KOOP

36.700

0

0

36.700

Overig

2.344

0

0

2.344

Totaal Overig

39.044

0

0

39.044

     

Totaal

300.787

39.840

8.000

348.626

Toelichting

Baten

Omzet

De totale omzet ten opzichte van 2022 neemt toe tot € 348,6 mln. Dit wordt onder andere veroorzaakt door de omhanging van KOOP per 1 januari 2023. Het betreft een budgettair neutrale verschuiving van UBR naar Logius. In totaal gaat het om € 36,7 mln. Daarnaast stijgt de bijdrage voor doorontwikkeling met € 12,5 mln. tot € 51,9 mln. De voorziene omzet voor de exploitatie van de voorzieningen stijgen met circa € 47,6 mln. Dit betreft zowel de GDI als niet-GDI dienstverlening. Belangrijkste onderdelen zijn o.a. Digipoort (€ 19,0 mln.), MijnOverheid (€ 13,3 mln.) en DigiD Machtigen (€ 10,0 mln.). Voorts zijn er ook een aantal nieuwe opdrachten toegevoegd aan het portfolio.

Omzet moederdepartement

Omzet moederdepartement bestaat uit de centrale financiering voor de GDI-dienstverlening, overige dienstverlening gefinancierd door BZK en de bijdrage voor doorontwikkeling. Deze omzet zal ten opzichte van 2022 toenemen van € 84,7 mln. naar € 300,8 mln. in 2023.

Omzet overige departementen

De omzet voor niet-GDI dienstverlening komt naast het moederdepartement ook vanuit andere departementen, die vooralsnog wel apart in de omzet vermeld worden. Dit geldt ook voor een aantal opdrachten uit de doorontwikkeling. De omzet andere departementen uit niet-GDI en doorontwikkeling bedraagt in 2023 ongeveer € 40 mln.

Omzet derden

Omzet derden bedraagt in 2023 € 8,0 mln. en bestaat uit omzet voor het Centraal aansluitpunt en een aantal kleine posten voor dienstverlening wat niet onder GDI valt, zoals diensten voor de waterschappen.

Lasten

Apparaatskosten

Personele kosten

In de personeelslasten is rekening gehouden met de nieuwe CAO voor 2023. De stijging van personele kosten zijn het gevolg van de omhanging van KOOP, uitbreiding van de dienstverlening, vertraging in migraties en de krapte op de arbeidsmarkt. De personeelskosten stijgen hierdoor tot € 30 mln. in 2023. Het merendeel wordt geïnvesteerd in eigen personeel. Een belangrijk speerpunt is de verdere verambtelijking van haar organisatie. Logius investeert hier in en voorziet een stijging van het aantal ambtenaren in vaste dienst met circa 25 FTE. Dit maakt een daling in de externe inhuurkosten mogelijk. Externe inhuur wordt geprognosticeerd op € 10 mln. Het gaat hier vooral om personeelskosten voor beheer en verdere ontwikkeling van de regiefunctie.

Materiële kosten

De materiële kosten bestaan voor het grootste deel uit contractkosten voor de dienstverlening van Logius, zoals deze zijn opgenomen bij de omzet. Deze kosten vallen onder overig materieel en bestaan uit kosten voor leveranciers die zorgen voor o.a. applicatiebeheer, infrastructuurbeheer en hosting van de producten. Daarnaast vallen hier de contractkosten onder voor bedrijfsvoering. Een klein deel van de materiële kosten, de kantoorautomatisering en huisvesting, valt onder apparaat ICT en bijdrage SSO’s. De bijdrage aan SSO’s (Shared Service Organisaties) stijgen jaarlijks met gelijke tred. Denk hierbij aan UBR en P-direct. De apparaat ICT, huur laptops, software licenties en mobiele telefonie stijgen naar verwachting harder. Deze is gekoppeld aan de uitbreiding van de dienstverlening.

Overige materiele kosten stijgen in 2023 met ruim € 40 mln. tot € 228,1 mln.

De uitbreiding van de dienstverlening zorgt ook voor een kostenstijging voor generieke Infrastructuur, mede als gevolg van de vertraging in migraties en een te lage kostenschatting 2022. Voor 2023 zijn de kosten naar boven bijgesteld (€ 16,4 mln.). Voorts zien we extra migratiekosten als gevolg van de omhang van KOOP, Standaard Platform en Logius Private Cloud.

Kasstroomoverzicht

Tabel 42 Kasstroomoverzicht van baten-lastenagentschap Logius over het jaar 2023 (bedragen x € 1.000)
  

Stand Slotwet 2021

Vastgestelde begroting 2022

2023

2024

2025

2026

2027

1.

Rekening courant RHB 1 januari +  depositorekeningen

67.239

72.404

72.404

72.404

72.404

72.404

72.404

 

+/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom

261.164

249.392

348.626

348.626

348.626

348.626

348.626

 

-/- totaal uitgaven operationele kasstroom

‒ 240.038

‒ 249.392

‒ 348.626

‒ 348.626

‒ 348.626

‒ 348.626

‒ 348.626

2.

Totaal operationele kasstroom

21.126

0

0

0

0

0

0

 

-/- totaal investeringen

0

0

0

0

0

0

0

 

+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen

0

0

0

0

0

0

0

3.

Totaal investeringskasstroom

0

0

0

0

0

0

0

 

-/- eenmalige uitkering aan moederdepartement

0

0

0

0

0

0

0

 

+/+ eenmalige storting door moederdepartement

0

0

0

0

0

0

0

 

-/- aflossingen op leningen

0

0

0

0

0

0

0

 

+/+ beroep op leenfaciliteit

0

0

0

0

0

0

0

4.

Totaal financieringskasstroom

0

0

0

0

0

0

0

5.

Rekening courant RHB 31 december + stand  depositorekeningen (=1+2+3+4)

88.365

72.404

72.404

72.404

72.404

72.404

72.404

Toelichting

Operationele kasstroom

In alle jaren is uitgegaan van exploitatieresultaat dat nihil is. Er wordt afgerekend op basis van werkelijke kosten.

Tabel 43 Overzicht doelmatigheidsindicatoren Logius
 

Stand Slotwet 2021

Vastgestelde begroting 2022

2023

2024

2025

2026

2027

Omschrijving Generiek Deel

       

Verloop kostprijs MijnOverheid-Berichtenbox

€ 0,49

€ 0,32

€ 0,39

€ 0,40

€ 0,40

€ 0,41

€ 0,42

Verloop kostprijs DigiD

€ 0,11

€ 0,13

€ 0,11

€ 0,10

€ 0,10

€ 0,09

€ 0,09

Verloop kostprijs DigiD Machtigen

€ 1,22

€ 0,88

€ 1,86

€ 0,89

€ 0,46

€ 0,44

€ 0,42

Verloop uurtarief

90,97

81,58

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Totale omzet Logius

€ 239 mln.

€ 249 mln.

349

349

349

349

349

        

Fte overhead

20,0%

23,0%

22,2%

22,2%

22,2%

22,2%

22,2%

Fte-totaal (excl. externe inhuur)

394

548

701

701

701

701

701

Saldo van baten en lasten (%)

5,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

Klanttevredenheid (KTO)

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Medewerkerstevredenheidsonderzoek (MTO)

7,1

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Benchmark

uitgevoerd

gepland

gepland

gepland

gepland

gepland

gepland

        

Omschrijving Specifiek Deel

       

DigiD

       

* Aantal DigiD authenticaties

557 mln.

474 mln.

517 mln.

558 mln.

603 mln.

651 mln.

703 mln.

DigiD Machtigen

       

* Aantal DigiD Machtigen authenticaties

14 mln.

30 mln.

60 mln.

65 mln.

70 mln.

MijnOverheid

       

* Aantal berichten

81 mln.

85 mln.

86 mln.

87 mln.

88 mln.

89 mln.

90 mln.

Digipoort

       

* Aantal berichten via Digipoort

67 mln.

40 mln.

67 mln.

67 mln.

67 mln.

67 mln.

67 mln.

        

Beschikbaarheid Dienstverlening

       

DigiD

99,78%

99,5%

99,5%

99,5%

99,5%

99,5%

99,5%

DigiD Machtigen

99,98%

99,5%

99,5%

99,5%

99,5%

99,5%

99,5%

MijnOverheid

99,99%

99,0%

99,0%

99,0%

99,0%

99,0%

99,0%

PKIoverheid

100,00%

99,0%

99,0%

99,0%

99,0%

99,0%

99,0%

Diginetwerk

100,00%

99,9%

99,9%

99,9%

99,9%

99,9%

99,9%

Stelseldiensten (Digimelding, Digilevering, OIN-register, Stelselcatalogus)

99,83%

98,0%

98,0%

98,0%

98,0%

98,0%

98,0%

Digipoort; Procesinfrastructuur (SBR)

       

- Operational Excellence

99,75%

99,7%

99,7%

99,7%

99,7%

99,7%

99,7%

- Baseline

100,00%

95,0%

95,0%

95,0%

95,0%

95,0%

95,0%

- B2

100,00%

99,7%

99,7%

99,7%

99,7%

99,7%

99,7%

BSN Koppelregister

100,00%

99,2%

99,2%

99,2%

99,2%

99,2%

99,2%

        

Beschikbaarheid eerstelijns burgerondersteuning

       

Aanname % Calls ‒ 1e lijns klantcontactcenter

       

- DigiD en DigiD Machtigen

70,90%

97,0%

97,0%

97,0%

97,0%

97,0%

97,0%

- MijnOverheid

97,50%

97,0%

97,0%

97,0%

97,0%

97,0%

97,0%

ServiceLevel Calls 80/20 ‒ 1e lijns klantcontactcenter

       

- DigiD en DigiD Machtigen

32,70%

80,0%

80,0%

80,0%

80,0%

80,0%

80,0%

- MijnOverheid

64,40%

80,0%

80,0%

80,0%

80,0%

80,0%

80,0%

Doorlichting gepland c.q. uitgevoerd

 

2022

     

Toelichting

Voor alle doelmatigheidsindicatoren geldt dat Logius afhankelijk is van externe opdrachtgevers (bijvoorbeeld belastingdienst) als het gaat om de volumes.

Generiek deel

Verloop kostprijs MijnOverheid-Berichtenbox

De kostprijs van MijnOverheid-Berichtenbox is gebaseerd op de kosten MijnOverheid-Berichten gedeeld door het aantal berichten. Door de vele ontwikkelingen is het moeilijk om meerjarige tarieven af te geven. Vooralsnog gaat Logius ervan uit dat toekomstige kostenstijgingen gecompenseerd worden door toename van gebruik.

De inschatting van toekomstige volumes voor de prognoses, is een inschatting die Logius zelf moet maken. De stijging van het tarief is vooralsnog het gevolg van een conservatieve inschatting van de aantallen.

Verloop kostprijs MijnOverheid-Gegevens

De kostprijs van MijnOverheid-Gegevens is gebaseerd op de kosten MijnOverheid-Gegevens (buiten de btw).

Verloop kostprijs DigiD

De kostprijs van DigiD is gebaseerd op de kosten DigiD (buiten de btw) gedeeld door het aantal authenticaties (netto). Door de vele ontwikklingen is het moeilijk om meerjarige tarieven af te geven. Vooralsnog gaat Logius ervan uit dat toekomstige kostenstijgingen gecompenseerd worden door toename van gebruik.

Verloop kostprijs DigiD Machtigen

De kostprijs van DigiD Machtigen is gebaseerd op de kosten DigiD (buiten de btw) gedeeld door het aantal gebruikte machtigingen (netto). Door de vele ontwikkelingen is het moeilijk om meerjarige tarieven af te geven. Vooralsnog gaat Logius ervan uit dat toekomstige kostenstijgingen gecompenseerd gaan worden door toename van gebruik. De stijging van het tarief is vooralsnog het gevolg van een zeer conservatieve inschatting van de aantallen.

Specifiek deel

Aantal DigiD authenticaties

De fluctuatie in de DigiD aantallen werden eerder vooral veroorzaakt door incidentele aantallen als gevolg van COVID-19 (testen- en vaccinatie). Onze verwachting is dat die aantallen voor 2023 zullen dalen. Echter het gebruik in algemene zin zal toenemen. Door het meer vertrouwd raken met DigiD door de burger (na COVID-19), maar ook de uitbreiding van het portfolio en de bredere dienstverlening.

5.3 P-Direkt

Inleiding

P-Direkt levert voor circa 150.000 medewerkers en managers, werkzaam binnen de Rijksoverheid, moderne, efficiënte, betrouwbare en direct toegankelijke administratieve dienstverlening voor personeelszaken. De personeelsadministratie, salarisbetaling en informatievoorziening zijn belangrijke eindproducten.

De kernwaarden van P-Direkt zijn: betrouwbaar, efficiënt, klantgericht en innovatief (BEKI). Met elkaar en in deze volgorde geven deze kernwaarden richting aan de ontwikkeling van de dienstverlening van P-Direkt.

De samenvoeging tot Organisatie & Personeel samenwerking Vastgoed en Bedrijfsvoering Rijk (O&P VBR)

O&P VBR is een samenvoeging per 1 januari 2023 van de shared service organisatie P-Direkt en de onderdelen Uitvoeringsorganisatie Bedrijfsvoering Rijk (UBR)-Personeel en UBR-Binnenwerk van de shared service organisatie UBR. De maatschappelijke dynamiek en de veelal complexe, departement overstijgende maatschappelijke opgaves, vragen om een wendbare overheid met een interdepartementale aanpak. Herpositionering van een toekomstbestendige bedrijfsvoering is noodzakelijk om daarop te kunnen aansluiten.

In het kalenderjaar 2022 is dit geeffectueerd op het gebied van personeel, financien, (mede)zeggenschap, agentschapsvorming, topstructuur en O&F-plannen. De activiteiten van 2023 zullen voor een belangrijk deel in het teken staan van de volledige integratie van de samengevoegde onderdelen.

De dienstverlening

P-Direkt heeft in een masterplan voor de jaren 2020-2025 inzichtelijk gemaakt hoe de dienstverlening zich in de komende jaren ontwikkelt en hoe wordt ingespeeld op nieuwe ontwikkelingen. De hoofdpunten voor 2023 zijn hierna samengevat.

Verbeteren van de dienstverlening

De technologische ontwikkeling gaat snel. Dit opent mogelijkheden om onze bestaande diensten te verbeteren. In 2023 wordt verder gegaan met (de voorbereiding van) de transitie van de on-premises-applicaties met een rijksbreed karakter naar applicaties in de cloud: met veel aandacht voor de veiligheid. Voordelen daarvan zijn onder andere flexibele opslag en rekencapaciteit en makkelijke bereikbaarheid voor medewerkers en afnemers.

Verdiepen van de dienstverlening

P-Direkt wil de bestaande dienstverlening verdiepen en verbeteren door proactief mee te denken en te adviseren over wet- en procesharmonisatie en een betere rechtspositie in het kader van de ‘één werkgever Rijk’ gedachte.

Verbreden van de dienstverlening

P-Direkt draagt vanuit de bedrijfsvoering bij aan grenzeloos samenwerken en de uitvoering van het strategisch personeelsbeleid Rijk. De verdergaande digitalisering biedt mogelijkheden om de HR-processen betreffende de werving en selectie, ontwikkelplannen en interne mobiliteit meer en beter te ondersteunen. Daarbij staat voorop dat verbreding moet passen bij de kernwaarden.

Staat van baten en lasten

Tabel 44 Begroting van baten-lastenagentschap P-Direkt voor het jaar 2023 (bedragen x € 1.000)
 

Stand Slotwet 2021

Vastgestelde begroting 2022

2023

2024

2025

2026

2027

Baten

       

- Omzet

107.288

108.986

115.204

115.807

115.643

115.479

115.479

waarvan omzet moederdepartement

97.784

99.620

104.020

104.019

103.855

103.691

103.691

waarvan omzet overige departementen

9.028

8.981

10.672

11.276

11.276

11.276

11.276

waarvan omzet derden

476

385

512

512

512

512

512

Rentebaten

0

0

0

0

0

0

0

Vrijval voorzieningen

188

0

0

0

0

0

0

Bijzondere baten

463

0

0

0

0

0

0

        

Totaal baten

107.939

108.986

115.204

115.807

115.643

115.479

115.479

        

Lasten

       

Apparaatskosten

101.835

106.454

112.939

113.715

113.856

113.856

113.856

- Personele kosten

60.635

64.307

68.753

68.905

69.046

69.046

69.046

waarvan eigen personeel

50.835

53.910

58.415

58.920

59.420

59.420

59.420

waarvan inhuur externen

9.303

9.052

9.173

8.814

8.455

8.455

8.455

waarvan overige personele kosten

497

1.345

1.165

1.171

1.171

1.171

1.171

- Materiële kosten

41.200

42.147

44.186

44.810

44.810

44.810

44.810

waarvan apparaat ICT

10.693

10.423

11.608

12.096

12.096

12.096

12.096

waarvan bijdrage aan SSO's

27.876

29.249

30.662

30.793

30.793

30.793

30.793

waarvan overige materiële kosten

2.631

2.475

1.916

1.921

1.921

1.921

1.921

Rentelasten

47

0

0

0

0

0

0

Afschrijvingskosten

3.500

2.532

2.265

2.092

1.787

1.623

1.623

- Materieel

201

200

100

100

100

100

100

waarvan apparaat ICT

144

150

100

100

100

100

100

waarvan overige materiële afschrijvingskosten

57

50

0

0

0

0

0

- Immaterieel

3.299

2.332

2.165

1.992

1.687

1.523

1.523

Overige lasten

1.860

0

0

0

0

0

0

waarvan dotaties voorzieningen

768

0

0

0

0

0

0

waarvan bijzondere lasten

1092

0

0

0

0

0

0

        

Totaal lasten

107.242

108.986

115.204

115.807

115.643

115.479

115.479

        

Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening

697

0

0

0

0

0

0

Agentschapsdeel Vpb-lasten

0

0

0

0

0

0

0

Saldo van baten en lasten

697

0

0

0

0

0

0

Toelichting

Baten

Tabel 45 Begrootte omzetverdeling P-Direkt

Onderverdeling naar

Moederdepartement

Overige departementen

Derden

Totaal

Generieke Dienst

98.078

1.381

163

99.622

Specifiek/Maatwerk

5.942

8.266

349

14.557

Projecten

0

1.025

0

1.025

Overige Ontvangsten / bijdragen

0

n.v.t.

n.v.t.

0

Totaal

104.020

10.672

512

115.204

Omzet

De omzet stijgt in 2023 ten opzichte van 2022 door een stijging van de aantallen medewerkers bij de departementen met ruim 5.500 individuele arbeidsrelaties (IAR), de uitbreiding van de basis dienstverlening met de dienst Kennispunt Financiële Rechtspositie (KFR) en een aantal maatwerk diensten als de Rijks Rooster Applicatie (RRA) en Werving en Selectie Succesfactors.

Omzet Moederdepartement

De generieke omzet betreft de centrale financiering van de P-Direkt basisdienstverlening voor de ministeries. Het bevat o.a. de personeelsadministratie, de salarisbetaling en de informatievoorziening. De maatwerk omzet betreft o.a. de centrale financiering van de mobiliteitswebsites van de Rijksoverheid en het Identity Management beheer (IDM-beheer) voor het Ministerie van BZK.

Omzet overige departementen

Dit betreft de doorbelasting van projecten en maatwerk dienstverlening zoals de interne controle over de HR-keten en meerwerk zoals dataleveringen en interfaces. Daarnaast betreft het de doorbelasting van rijksbrede ICT-voorzieningen zoals de Rijkspas, het Rijks Identity Management (RIdM) en het beheer van het rijks identificerend nummer (BvRIN).

Omzet derden

P-Direkt levert basis dienstverlening aan twee ZBO’s met eigen rechtspersoonlijkheid en de rijksbrede ICT-voorziening Rijkspas aan de Nationale Politie.

Lasten

Apparaatskosten

Personele kosten

De stijging van de kosten van eigen personeel is het gevolg van benodigde extra capaciteit om het extra werkaanbod, door de stijging van het aantal departementale werknemers en nieuwe dienstverlening, te kunnen opvangen, en geprognosticeerde CAO-loonstijging.

P-Direkt zet in op verlaging van de kosten van extern personeel maar voor sommige rijksbrede programma’s en samenwerking blijft de inhuur van specialistische expertise vaak wel noodzakelijk. Omdat die oftewel uniek is en niet te internaliseren, dan wel niet structureel noodzakelijk en daarom niet efficiënt om in dienst te nemen.

Materiële kosten

Bijdrage aan SSO’s

Dit betreft voornamelijk de kosten van kantoorautomatisering, ICT-applicatiebeheer en de huisvestingskosten. De stijging van deze kosten is enerzijds het gevolg van meer afname, o.a. huisvesting en kantoorautomatisering, en anderzijds het gevolg van hogere prijsstelling door de betreffende Shared Service Organisaties. Ook betreft het inbesteding van werkzaamheden ten behoeve van de Rijksbrede ICT-voorzieningen Rijkspas, RIdM en BvRIN en het IDM-beheer voor het ministerie van BZK.

Apparaat ICT

Dit betreft voornamelijk de kosten van systeemlicenties en uitbestede systeemontwikkeling- en beheer. Ook betreft het de uitbesteding van werkzaamheden ten behoeve van de Rijksbrede ICT-voorzieningen Rijkspas, RIdM en BvRIN.

Afschrijvingskosten

De afschrijvingskosten bestaan uit afschrijvingen van de investeringen in de immateriële en materiële vaste activa. De grootschalige P-Direkt-systemen Payroll, het Portaal, het HR-registratiesysteem, het Electronisch personeelsarchief en het Contact center/Optimaal Verbinden zijn in 2022 volledig afgeschreven. P-Direkt is bezig met een vernieuwingsprogramma waarin de systemen minder grootschalig worden gemoderniseerd. De vrijkomende afschrijvingsruimte is benut voor kort cyclische ontwikkeling middels eigen personeel.

Kasstroomoverzicht

Tabel 46 Kasstroomoverzicht van baten-lastenagentschap P-Direkt over het jaar 2023 (bedragen x € 1.000)
  

Stand Slotwet 2021

Vastgestelde begroting 2022

2023

2024

2025

2026

2027

1.

Rekening courant RHB 1 januari +  depositorekeningen

16.366

10.064

20.959

15.704

13.621

15.178

15.226

 

+/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom

119.434

108.986

115.204

115.807

115.643

115.479

115.479

 

-/- totaal uitgaven operationele kasstroom

‒ 109.082

‒ 107.453

‒ 117.939

‒ 116.215

‒ 113.856

‒ 113.856

‒ 113.856

2.

Totaal operationele kasstroom

10.352

1.533

‒ 2.735

‒ 408

1.787

1.623

1.623

 

-/- totaal investeringen

‒ 1.120

‒ 2.945

‒ 1.740

‒ 895

‒ 230

‒ 1.575

‒ 3.600

 

+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen

0

0

0

0

0

0

0

3.

Totaal investeringskasstroom

‒ 1.120

‒ 2.945

‒ 1.740

‒ 895

‒ 230

‒ 1.575

‒ 3.600

 

-/- eenmalige uitkering aan moederdepartement

0

0

0

0

0

0

0

 

+/+ eenmalige storting door moederdepartement

0

0

0

0

0

0

0

 

-/- aflossingen op leningen

‒ 3.802

‒ 2.120

‒ 780

‒ 780

0

0

0

 

+/+ beroep op leenfaciliteit

0

2.695

0

0

0

0

0

4.

Totaal financieringskasstroom

‒ 3.802

575

‒ 780

‒ 780

0

0

0

5.

Rekening courant RHB 31 december + stand  depositorekeningen (=1+2+3+4)

21.796

9.227

15.704

13.621

15.178

15.226

13.249

Toelichting

Operationele kasstroom

In 2023 verwacht P-Direkt een lagere operationele kasstroom door een afloop van de schuldposten nog te ontvangen facturen en vooruit gefactureerde termijnen.

Investeringskasstroom

In 2023 gaat P-Direkt door met de realisatie van de investeringsagenda. Dat betreft voornamelijk de vervanging van software die aan het eind van de levensduur is en de verbetering van de efficiency en klantinteractie door onder andere chatbot en robotisering ten behoeve van vraagsturing. Maar ook de verdere ontwikkeling van de P-Direkt App, het datagedreven werken en het breed mogelijk maken van hybride werken binnen P-Direkt.

Financieringsstroom 

Voor 2023 en volgende jaren wordt geen beroep gedaan op de leenfaciliteit voor de financiering van de systeeminvesteringen. De investeringsomvang is de laatste jaren van zodanige omvang dat P-Direkt voldoende eigen vermogen heeft om de investeringen voor te financieren. De leningen worden bij aanvang van de dienstverlening of bij oplevering van het gerealiseerde actief in vijf jaar afgelost en afgeschreven.

Overzicht doelmatigheidsindicatoren

P-Direkt streeft naar operational excellence waarbij maximaal wordt afgestemd op de behoefte van de gebruiker. P-Direkt zet methodes in als Lean en Agile-Scrum zodat de organisatie in staat is om (continue) kort cyclisch verbeteringen door te voeren voor onze klanten en op onze processen.

P-Direkt werkt met een Producten- en dienstengids (PDG) inclusief servicelevels. In de PDG zijn de verschillende diensten en activiteiten, leveringsvoorwaarden en de kwaliteitsborging vastgelegd die de ministeries van P-Direkt kunnen verwachten.

Tabel 47 Overzicht doelmatigheidsindicatoren P-Direkt
 

Stand Slotwet 2021

Vastgestelde begroting 2022

2023

2024

2025

2026

2027

Omschrijving Generiek Deel

       

Kostprijzen per product (groep)

656,8

670,0

680,25

680,25

680,25

680,25

680,25

Verloop tarieven/uur (basisjaar = € 713)

114,2

94,0

95,4

95,4

95,4

95,4

95,4

Aantal individuele arbeidsrelaties (IAR)

144.626

144.435

149.964

149.964

149.964

149.964

149.964

Totale omzet basisdienstverlening (x 1.000)

91.746

94.403

99.622

99.622

99.622

99.622

99.622

Totale omzet overige + projecten (x 1.000)

15.542

14.583

15.582

16.185

16.021

15.857

15.857

Fte-totaal (excl. externe inhuur)

637,4

729,9

742,4

745,6

745,6

745,6

745,6

Saldo van baten en lasten (%)

0,65%

0,00%

0,00%

0,00%

0,00%

0,00%

0,00%

Medewerkerstevredenheid

6,4

7

7

7

7

7

7

        

Omschrijving Specifiek Deel

       

Gebruikerstevredenheid

       

De mate waarin medewerkers en managers tevreden zijn over de dienstverlening van P-Direkt

7,4

>7

>7

>7

>7

>7

>7

        

Tijdige afhandeling vragen, klachten, wijzigingen en documenten

       

P-Direkt beantwoordt vragen en klachten binnen 5 werkdagen.

93,2%

90,0%

90,0%

90,0%

90,0%

90,0%

90,0%

P-Direkt verwerkt wijzigingen binnen 5 werkdagen.

83,6%

90,0%

90,0%

90,0%

90,0%

90,0%

90,0%

P-Direkt archiveert documenten binnen 10 werkdagen.

89,3%

90,0%

90,0%

90,0%

90,0%

90,0%

90,0%

De gemiddelde wachttijd per dag aan de telefoon is maximaal 45 seconden.

270 sec

45 sec

45 sec

45 sec

45 sec

45 sec

45 sec

        

Beschikbaarheid systeem

       

Het P-Direktportaal is zeven dagen per week en 24 uur per dag beschikbaar. Op werkdagen geldt een beschikbaarheidsnorm tussen 8.00 uur tot 17.00 uur.

100,0%

98,0%

98,0%

98,0%

98,0%

98,0%

98,0%

        

Bereikbaarheid

       

Het contactcenter is bereikbaar van 8.00 uur tot 22.00 uur

99,5%

98,0%

98,0%

98,0%

98,0%

98,0%

98,0%

        

Betrouwbaarheid

       

P-Direkt zorgt voor volledige en tijdige dataleveringen via interfaces.

99,8%

98,0%

98,0%

98,0%

98,0%

98,0%

98,0%

P-Direkt verwerkt wijzigingen op een juiste manier.

99,5%

98,0%

98,0%

98,0%

98,0%

98,0%

98,0%

Doorlichting uitgevoerd cq. gepland in

 

2024

     

Toelichting

Generiek deel

Kostprijs per productgroep

P-Direkt realiseert in opdracht van de eigenaar jaarlijks goedkopere basisdienstverlening. P-Direkt heeft ook voor 2023 weer afgesproken om minimaal 1% op de totale kosten van de uitvoering te besparen. We zien dat desondanks de verloop tarief indicator in 2023 wel stijgt ten opzichte van 2022. Naast het verwerken van de door het Centraal Planbureau geprognosticeerde prijsstijging 2023 wordt dit veroorzaakt door een uitbreiding van de basis dienstverlening met de dienst KFR.

Fte-Totaal

Ondanks de personeelsdaling in het kader van de efficiencytaakstelling groeit de formatie van P-Direkt in verband met de gestegen aantallen departementale IAR’s (plus ruim 5.500) en de uitbreiding van de dienstverlening.

Specifiek deel

ICT diensten

P-Direkt verantwoordt zich naar de centraal opdrachtgever, respectievelijk de achterliggende departementen, door een aantal servicelevels op de dienstverlening, beschikbaarheid en bereikbaarheid.

Onze servicelevels gelden voor het hele jaar en zijn voor alle klanten hetzelfde. De servicelevels zijn geen doel op zich, maar minimale normen. P-Direkt informeert de stakeholders periodiek over de servicelevels.

5.4 Uitvoeringsorganisatie Bedrijfsvoering Rijk (UBR)

Inleiding

Als Rijksbrede dienstverlener werkt UBR elke dag aan het beter, sterker en slimmer maken van het Rijk. UBR bestaat uit 19 sterke merken welke verdeeld zijn over 10 verschillende UBR-onderdelen. UBR levert (kennisintensieve) dienstverlening op het gebied van ICT, personeel, organisatie, inkoop, overheidspublicaties, beveiliging en logistiek. Zo levert UBR op verschillende terreinen advies-, transitie- en innovatiediensten en is UBR een expert in (rijks)beveiliging en in het afhandelen van koeriers- en transportdiensten.

UBR focust op het exploitabel maken van technologische ontwikkelingen, innovatieve dienstverleningsconcepten en nieuwe manieren van werken. Daarmee draagt UBR bij aan het invullen van politiek-bestuurlijke ambities en Rijksbrede prioriteiten. Binnen UBR draaien verschillende programma’s welke zijn geënt op het binden aan de Rijksoverheid van schaarse en hoogwaardige technische kennis.

Daarnaast draagt UBR bij aan de arbeidsmarktopgaven van de maatschappij en het Rijk voor mensen met een arbeidsbeperking. Het organisatieonderdeel Binnenwerk creëert banen voor mensen met een arbeidsbeperking. Voor rijksonderdelen verzorgt Binnenwerk het werven, begeleiden en organiseren van banen. Binnenwerk treedt op als gemandateerd werkgever voor verschillende rijksonderdelen en geeft invulling aan de Wet Arbeidsparticipatie en het convenant Banenafspraak. Binnenwerk wordt gefinancierd vanuit deelnemende rijksonderdelen.

De activiteiten van UBR worden bekostigd uit de omzet gebaseerd op aan afnemers geleverde producten en diensten tegen jaarlijks vastgestelde tarieven (veelal p x q). Het onderdeel Personeel i.o. heeft een belangrijk deel van haar dienstverlening budget gefinancierd op basis van het doorberekenen van de jaarlijkse kosten naar rato van het aantal individuele arbeidsrelaties (IAR) bij de betreffende departementen.

De voorbereidingen voor de ontvlechting van KOOP uit UBR zijn in gang gezet en zal begin 2023 effectief worden. In de ontwerpbegroting UBR 2023 is KOOP om deze reden ook niet meer meegenomen.

Staat van baten en lasten

Tabel 48 Begroting van baten-lastenagentschap UBR voor het jaar 2023 (bedragen x € 1.000)
 

Stand Slotwet 2021

Vastgestelde begroting 2022

2023

2024

2025

2026

2027

Baten

       

- Omzet

330.324

317.896

325.110

343.245

351.526

351.526

351.526

waarvan omzet moederdepartement

102.800

124.559

108.346

108.415

108.486

108.559

108.633

waarvan omzet overige departementen

224.325

182.685

212.322

230.389

238.599

238.526

238.452

waarvan omzet derden

3.199

10.653

4.441

4.441

4.441

4.441

4.441

Rentebaten

0

0

0

0

0

0

0

Vrijval voorzieningen

1.613

0

0

0

0

0

0

Bijzondere baten

0

0

0

0

0

0

0

  

0

0

0

0

0

0

Totaal baten

331.937

317.896

325.110

343.245

351.526

351.526

351.526

        

Lasten

       

Apparaatskosten

330.799

316.478

325.110

343.245

351.526

351.526

351.526

- Personele kosten

219.401

208.115

220.410

235.852

242.821

242.821

242.821

waarvan eigen personeel

167.855

178.091

189.585

204.357

211.326

211.326

211.326

waarvan inhuur externen

47.649

22.358

21.397

21.397

21.397

21.397

21.397

waarvan overige personele kosten

3.897

7.666

9.428

10.097

10.097

10.097

10.097

- Materiële kosten

111.398

108.363

104.066

106.759

108.071

108.071

108.071

waarvan apparaat ICT

3.876

4.714

5.715

5.723

5.723

5.723

5.723

waarvan bijdrage aan SSO's

20.280

21.294

19.416

20.856

21.576

21.576

21.576

waarvan overige materiële kosten

87.242

82.353

78.936

80.181

80.773

80.773

80.773

Rentelasten

0

2

0

0

0

0

0

Afschrijvingskosten

484

1.419

634

634

634

634

634

- Materieel

140

323

335

335

335

335

335

waarvan apparaat ICT

83

23

185

185

185

185

185

waarvan overige materiële afschrijvingskosten

57

300

150

150

150

150

150

- Immaterieel

344

1.096

299

299

299

299

299

Overige lasten

1.014

0

0

0

0

0

0

waarvan dotaties voorzieningen

1.014

0

0

0

0

0

0

waarvan bijzondere lasten

0

0

0

0

0

0

0

   

0

0

0

0

0

Totaal lasten

332.297

317.896

325.110

343.245

351.526

351.526

351.526

   

0

0

0

0

0

Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening

‒ 360

0

0

0

0

0

0

Agentschapsdeel Vpb-lasten

0

0

0

0

0

0

0

Saldo van baten en lasten

‒ 360

0

0

0

0

0

0

NB: In de kolom vastgestelde begroting 2022 is voor overige materiële kosten een aanpassing doorgevoerd van € 0,9 mln. waardoor de gepresenteerde cijfers afwijken van de gepubliceerde begroting 2022. De totale materiële kosten blijven ongewijzigd.

Toelichting

Uitgangspunt voor de begroting van baten en lasten van UBR is een kostendekkende exploitatie. Bij het opstellen van de begroting 2023 is uitgegaan van de 2022 tarieven geïndexeerd met een gewogen loon- en prijsbijstelling van 3,16%. Voor de verwachte omvang van de afzet is rekening gehouden met de ontwikkelingen in het verzorgingsgebied welke leiden tot een toenemende of afnemende vraag.

Omzet

In onderstaande tabel zijn de begrote omzetcijfers 2023 per organisatieonderdeel (afgerond op miljoenen euro’s) weergegeven:

Tabel 49 Begrootte omzetverdeling UBR voor het jaar 2023 (bedragen x € 1 mln. afgerond op € 1 mln.)

Organisatie Onderdeel

 

Rijks Beveiligings Organisatie (RBO)

100,3

Interdepartementale Post en Koeriersdienst (IPKD)

16,5

Haagse Inkoop Samenwerking (HIS)

17,5

I-Interim Rijk (IIR)

35,0

Organisatie

17,5

Personeel (UBR|P)

64,9

Binnenwerk (BW)

38,4

Ontwikkelbedrijf (OW)

28,6

Bedrijfsvoering & Financiën (Bv&F)

6,4

Totale omzet UBR

325,1

Hoewel KOOP (begrote omzet 2022: € 33,2 mln.) niet is meegenomen in de ontwerpbegroting 2023, komt de totale begrote omzet 2023 voor UBR € 7,2 mln. hoger uit dan de vastgestelde begroting voor 2022. Dit is grotendeels te herleiden naar een toename van de omzet bij BW (€ 6,7 mln.), RBO (€ 14,7 mln.) en UBR|P (€ 8 mln.) OW, Organisatie, Bv&F en IIR voorzien een toename in de omzet van respectievelijk € 4,2 mln., € 3,7 mln., € 2,3 mln. en € 1 mln.

BW verwacht in 2023 een sterke toename van het aantal gerealiseerde participatiebanen. De begrote omzet 2023 is om deze reden met € 6,7 mln. naar boven bijgesteld ten opzichte van de vastgestelde begroting 2022. Omdat steeds meer departementen aansluiten bij RBO is de begrote omzet 2023 van RBO € 14,7 mln. hoger dan de vastgestelde begroting 2022.

UBR P laat in de ontwerpbegroting 2023 een omzetstijging zien ten opzichte van de vastgestelde begroting 2022 van € 8 mln. Dit is gebaseerd op de toenemende vraag naar de diensten van Arbeidsmarktcommunicatie en Bedrijfszorg wat leidt tot een verwachte omzetstijging van € 5,3 mln. De indexatie van de tarieven leidt bij UBR P tot een omzetstijging voor 2023 van € 2,7 mln.

De omzetstijging van OW in de ontwerpbegroting 2023 van € 4,2 mln. ten opzichte van de vastgestelde begroting 2022 is het gevolg van de definitieve toekenning van structurele financiering voor het programma HR-ICT Rijksdienst (programma HR-ICT). De vraag naar de dienstverlening van Rijksconsultants (RC) neemt sterk toe. Tegelijkertijd is een groei zichtbaar in de detachering van interim functionarissen (IF-ers) bij RC waardoor meer opdrachten kunnen worden ingevuld. Dit leidt tot een toename in de begrote omzet 2023 van Organisatie van € 3,7 mln. ten opzichte van de vastgestelde begroting 2022. De groei in de begrote omzet 2023 ten opzichte van 2022 van Bv&F met € 2,3 mln. is te herleiden naar de nieuwe dienstverlening, het beheren van het applicatie ontwikkelplatform |(WEM) en het ontwikkelen van applicaties hierop. Daarnaast voert Bv&F als eigenaar het beheer uit op het inkoopsysteem elektronisch Contracteren Bestellen en Factureren (eCBF) waarvoor de afnemers zullen worden doorbelast. De hogere begrote omzet 2023 van IIR (€ 1 mln.) ten opzichte van de vastgestelde begroting 2022 wordt voornamelijk veroorzaakt door de indexatie.

Lasten

Apparaatskosten

De ontwikkeling van de lasten is gerelateerd aan de omzetontwikkelingen bij de organisatieonderdelen van UBR en de transitie van KOOP naar Logius.

Personele kosten

De toename van de begrote personele kosten ten opzichte van de vastgestelde begroting ligt in lijn met de begrote stijging van de omzet.

Waarvan eigen personeel

De kosten voor eigen personeel zijn € 11,5 mln. hoger begroot dan de vastgestelde begroting. Dit is gerelateerd aan de hogere begrote omzet van € 7,2 mln. in combinatie met een verschuiving van uitbesteding en externe inhuur naar kosten eigen personeel als gevolg van verambtelijking.

Waarvan externe inhuur

De begrote externe inhuur 2023 is € 1 mln. lager dan de vastgestelde begroting 2022. Dit is het gevolg van verambtelijking van functies en de opdracht aan de organisatieonderdelen om externe inhuur terug te dringen.

Waarvan overige personele kosten

De toename van de begrote overige personele kosten met € 1,8 mln. ten opzichte van de vastgestelde begroting is volledig te herleiden naar de onderdelen OW, IIR en Organisatie. In het kader van opleiding en kennisontwikkeling is voor alle drie deze onderdelen de begroting van overige personele kosten naar boven bijgesteld.

Materiële kosten

De begrote materiële kosten 2023 komen € 4,3 mln. lager uit dan de vastgestelde begroting 2022. Dit wordt enerzijds verklaard door de ontvlechting van KOOP uit UBR en anderzijds door een verschuiving van uitbesteding naar kosten eigen personeel als gevolg van verambtelijking.

Afschrijvingskosten

De begrote afschrijvingskosten 2023 zijn € 0,8 mln. lager dan de vastgestelde begroting 2022. Deze bijstelling is gebaseerd op de gerealiseerde afschrijving in 2021 en de verwachte investeringen materiële en immateriële activa de komende jaren.

Kasstroomoverzicht

Tabel 50 Kasstroomoverzicht van baten-lastenagentschap UBR over het jaar 2023 (bedragen x € 1.000)
  

Stand Slotwet 2021

Vastgestelde begroting 2022

2023

2024

2025

2026

2027

1.

Rekening courant RHB 1 januari +  depositorekeningen

50.936

47.890

46.890

45.890

44.890

43.890

42.890

 

+/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom

383.599

317.896

325.110

343.245

351.526

351.526

351.526

 

-/- totaal uitgaven operationele kasstroom

‒ 360.645

‒ 317.896

‒ 325.110

‒ 343.245

‒ 351.526

‒ 351.526

‒ 351.526

2.

Totaal operationele kasstroom

22.954

0

0

0

0

0

0

 

-/- totaal investeringen

‒ 826

‒ 1.000

‒ 1.000

‒ 1.000

‒ 1.000

‒ 1.000

‒ 1.000

 

+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen

4

0

0

0

0

0

0

3.

Totaal investeringskasstroom

‒ 822

‒ 1.000

‒ 1.000

‒ 1.000

‒ 1.000

‒ 1.000

‒ 1.000

 

-/- eenmalige uitkering aan moederdepartement

‒ 2.296

0

0

0

0

0

0

 

+/+ eenmalige storting door moederdepartement

0

0

0

0

0

0

0

 

-/- aflossingen op leningen

‒ 143

0

0

0

0

0

0

 

+/+ beroep op leenfaciliteit

0

0

0

0

0

0

0

4.

Totaal financieringskasstroom

‒ 2.439

0

0

0

0

0

0

5.

Rekening courant RHB 31 december + stand  depositorekeningen (=1+2+3+4)

70.629

46.890

45.890

44.890

43.890

42.890

41.890

Toelichting

Het rekening-courantsaldo ultimo 2023 is een resultante van de ontwikkeling van de operationele kasstroom en de investeringskasstroom. De investering van € 1 mln. voor de jaren 2023 tot en met 2027 is begroot voor de verwachte vervanging van materiële en immateriële activa. Voor de financiering van de investeringen zal naar verwachting geen beroep worden gedaan op de leenfaciliteit.

Doelmatigheidsindicatoren

Tabel 51 Overzicht doelmatigheidsindicatoren UBR
 

Stand Slotwet 2021

Vastgestelde begroting 2022

2023

2024

2025

2026

2027

Omschrijving Generiek Deel

       

Saldo van baten en lasten (%)

‒ 0,1%

0

0

0

0

0

0

Fte-totaal (excl. externe inhuur)

1986

2265

2205

2513

2667

2667

2667

Kwaliteitsindicator 1 - MTO

6,6

>7

>7

>7

>7

>7

>7

        

Omschrijving Specifiek Deel

       

UBR

       

Kostprijzen per product (groep) (indexcijfer)

 

121,6

125,4

125,4

125,4

125,4

125,4

Tarieven/uur (indexcijfer)

 

121,6

125,4

125,4

125,4

125,4

125,4

Omzet per fte (bedragen x €1.000)

 

140

147

147

147

147

147

Tevredenheid dienstverlening

 

>7

>7

>7

>7

>7

>7

        

UBR|Personeel

       

Kostprijzen per product (groep) (indexcijfer)

122,4

120,9

124,7

124,7

124,7

124,7

124,7

Tarieven/uur (indexcijfer)

122,4

120,9

124,7

124,7

124,7

124,7

124,7

Omzet per fte (bedragen x €1.000)

216

174

196

196

196

196

196

Tevredenheid dienstverlening

>7

> 7

> 7

> 7

> 7

> 7

        

UBR|Binnenwerk

       

Kostprijzen per product (groep) (indexcijfer)

122,8

120,9

124,7

124,7

124,7

124,7

124,7

Tarieven/uur (indexcijfer)

122,8

120,9

124,7

124,7

124,7

124,7

124,7

Omzet per fte (bedragen x €1.000)

38

43

49

49

49

49

49

Tevredenheid dienstverlening

>7

>7

>7

>7

>7

>7

        

UBR|HIS

       

Kostprijzen per product (groep) (indexcijfer)

122,1

124,4

128,3

128,3

128,3

128,3

128,3

Tarieven/uur (indexcijfer)

122,1

124,4

128,3

128,3

128,3

128,3

128,3

Omzet per fte (bedragen x €1.000)

163

149

154

154

154

154

154

Tevredenheid dienstverlening

8,39

>8

>8

>8

>8

>8

>8

        

UBR|Organisatie

       

Kostprijzen per product (groep) (indexcijfer)

118,6

120,9

124,7

124,7

124,7

124,7

124,7

Tarieven/uur (indexcijfer)

118,6

120,9

124,7

124,7

124,7

124,7

124,7

Omzet per fte (bedragen x €1.000)

184

171

176

176

176

176

176

Tevredenheid dienstverlening

8,6

>7

> 7

> 7

> 7

> 7

> 7

        

UBR|IIR

       

Kostprijzen per product (groep) (indexcijfer)

120,6

122,9

126,8

126,8

126,8

126,8

126,8

Tarieven/uur (indexcijfer)

120,6

122,9

126,8

126,8

126,8

126,8

126,8

Omzet per fte (bedragen x €1.000)

160

162

163

163

163

163

163

Tevredenheid dienstverlening

>7

> 7

> 7

> 7

> 7

> 7

        

UBR|IPKD

       

Kostprijzen per product (groep) (indexcijfer)

122,1

124,5

128,2

128,2

128,2

128,2

128,2

Tarieven/uur (indexcijfer)

122,1

124,5

128,2

128,2

128,2

128,2

128,2

Omzet per fte (bedragen x €1.000)

115

89

70

70

70

70

70

Tevredenheid dienstverlening

7,7

>7

>7

>7

>7

>7

>7

        

UBR|RBO

       

Kostprijzen per product (groep) (indexcijfer)

121,0

122,0

125,4

125,4

125,4

125,4

125,4

Tarieven/uur (indexcijfer)

121,0

122,0

125,4

125,4

125,4

125,4

125,4

Omzet per fte (bedragen x €1.000)

56

89

69

69

69

69

69

Tevredenheid dienstverlening

>7

>7

>7

>7

>7

>7

Doorlichting uitgevoerd cq. gepland in

 

     

Toelichting

Algemeen deel

Aantal fte totaal

Het aantal begrote fte’s laat in vergelijking met de vastgestelde begroting een daling zien van 60 fte. Dit wordt grotendeels verklaard door de transitie van KOOP (95 fte in de vastgestelde begroting) naar Logius. Het aantal begrote fte van BW vertoont een daling van 44 fte. Dit is het gevolg van de vertraagde groei van het aantal participatiebanen. RBO, IPKD en Organisatie begroten een toename van het aantal fte met respectievelijk 43, 25 en 13. Bij RBO en IPKD wordt deze toename veroorzaakt door verambtelijking. Organisatie breidt het aantal fte uit om aan de toenemende vraag naar de dienstverlening van RC te kunnen voldoen.

Klanttevredenheid

Als belangrijke graadmeter voor de kwaliteit hanteert UBR de indicator klanttevredenheid over de dienstverlening per organisatieonderdeel. De onderliggende methodiek bij het vaststellen van dit cijfer en de periodiciteit van afname verschilt vanwege de verschillen in dienstverlening per organisatieonderdeel. UBR streeft ernaar minimaal hoger dan een 7 te scoren.

Medewerkers onderzoek, werkplezier en werkdruk

Het medewerkers onderzoek (MO) wordt bij UBR om de twee jaar uitgevoerd. In het kader van de transitie is het medewerkers onderzoek zowel in 2021 als in 2022 uitgevoerd. UBR heeft als doelstelling een medewerkers onderzoek score > 7.

Omzet per fte

UBR breed vertoont de begrote omzet per fte een stijging van zevenduizend euro per fte. Dit is het gevolg van een toenemende omzet per fte bij alle organisatieonderdelen met uitzondering van RBO en IPKD. Deze onderdelen begroten een afname van de omzet per fte voor RBO en IPKD met respectievelijk twintigduizend en negentienduizend euro. Deze afname van de omzet per fte is het gevolg van een groei in het aantal fte (zoals onder FTE’s toegelicht) als gevolg van verambtelijking. RBO begroot een toename in de omzet van € 14,7 mln. en een verhoging van uitbesteding met € 11 mln. Wat in combinatie met de relatief grote toename van het aantal fte leidt tot een verlaging van de omzet per fte. De begrote omzetstijging voor UBR P leidt bij een gelijkblijvend aantal fte tot een omzetstijging per fte van tweeëntwintig duizend euro. Door de begrote groei in aantal banen bij BW wordt de omvang van de staf ten opzichte van het aantal banen steeds geringer wat leidt tot een grotere groei in omzet per fte dan de indexatie. De begrote omzet per fte ligt voor HIS en Organisatie in lijn met de indexatie van 3,16%. Bij IIR blijft de begrote omzet per fte nagenoeg gelijk aan de vastgestelde begroting.

Specifiek deel

Indexcijfer kostprijzen en tarieven

UBR breed geldt dat de kostprijzen per product en de tarieven per uur zijn geïndexeerd met 3,16%, Dit is de indexatie welke is bepaald op basis van de Prijs overheidsconsumptie, netto materieel (IMOC), de loonvoet sector overheid en de verhouding loongevoelige versus prijsgevoelige component in de jaarrekening UBR 2021.

5.5 FMHaaglanden (FMH)

Inleiding

FMHaaglanden zorgt voor een comfortabele en veilige werkomgeving voor rijksambtenaren, met aandacht voor mens en aarde. Bij ons werken vakmensen met hart voor de klant waardoor de klant focus kan houden op de eigen dagelijkse werkzaamheden.

Samen met onze rijkspartners en leveranciers zorgen wij, in een veranderende wereld, voor de best passende werkomgeving voor onze klant. Wij werken vanuit onze kernwaarden: samen, herkenbaar, eigenaarschap en enthousiasme. Dit vertaalt zich in herkenbare en gastvrije dienstverlening.

Wij leveren facilitaire producten en diensten (onder andere beveiliging, kunst, vergaderservice, catering, post en reprografische diensten, vervoer, gebouwbeheer, schoonmaak en werkomgeving) voor vrijwel alle departementen. Uitstekende service staat bij ons hoog in het vaandel.

Als een van de grootste facilitaire dienstverleners kan FMH met zijn dienstverlening echt impact maken. Daarom nemen we onze maatschappelijke verantwoordelijkheid op het gebied van duurzaamheid en circulariteit en willen wij proactief de negatieve impact van onze producten en diensten op de aarde verkleinen. De ambitie is om in 2030 als organisatie te transformeren naar een volledig circulaire facilitaire dienstverlener met een neutrale CO₂-impact. Om dit te kunnen realiseren moeten de komende jaren alle producten en diensten worden herijkt. Elektrificatie van het wagenpark en het vervoer, het verminderen van restafval, het verduurzamen van de catering en groenvoorziening en het hanteren van de principes van circulariteit zijn belangrijke speerpunten.

Naast de ambities op het gebied van duurzaamheid blijft FMH werken aan - en stappen zetten op het gebied van - service in nabijheid. Dit doet FMH samen met de Rijkspartners. FMH werkt aan herkenbare integrale dienstverlening met een grote mate van servicegerichtheid en aan een voorspelbare en beheersbare bedrijfsvoering. Ambities zoals een actieve betrokkenheid bij ons verzorgingsgebied en het versneld doorvoeren van veranderingen in ons verzorgingsgebied krijgen met het oog op het hybride werken een extra dimensie. FMH zal samen met de facilitaire concerndienstverleners op basis van deze ontwikkelingen de dienstverlening hierop aanpassen en zorg blijven dragen voor een comfortabele en inspirerende werkomgeving.

Tabel 52 Begroting van baten-lastenagentschap FMH voor het jaar 2023 (bedragen x € 1.000)
 

Stand Slotwet 2021

Vastgestelde begroting 2022

2023

2024

2025

2026

2027

Baten

       

- Omzet

136.246

147.445

164.154

164.154

164.154

164.154

164.154

waarvan omzet moederdepartement

114.263

124.161

139.269

139.269

139.269

139.269

139.269

waarvan omzet overige departementen

19.135

19.577

21.292

21.292

21.292

21.292

21.292

waarvan omzet derden

2.848

3.707

3.593

3.593

3.593

3.593

3.593

Rentebaten

0

0

0

0

0

0

0

Vrijval voorzieningen

0

0

0

0

0

0

0

Bijzondere baten

0

0

0

0

0

0

0

        

Totaal baten

136.246

147.445

164.154

164.154

164.154

164.154

164.154

        

Lasten

       

Apparaatskosten

127.254

141.590

157.816

157.816

157.816

157.816

157.816

- Personele kosten

44.637

47.787

56.255

56.255

56.255

56.255

56.255

waarvan eigen personeel

41.166

43.807

50.629

50.629

50.629

50.629

50.629

waarvan inhuur externen

3.471

3.980

5.626

5.626

5.626

5.626

5.626

waarvan overige personele kosten

0

0

0

0

0

0

0

- Materiële kosten

82.617

93.803

101.561

101.561

101.561

101.561

101.561

waarvan apparaat ICT

138

71

75

75

75

75

75

waarvan bijdrage aan SSO's

64.335

66.615

72.627

72.627

72.627

72.627

72.627

waarvan overige materiële kosten

18.144

27.117

28.859

28.859

28.859

28.859

28.859

Rentelasten

141

94

101

101

101

101

101

Afschrijvingskosten

5.511

5.761

6.237

6.237

6.237

6.237

6.237

- Materieel

5.511

5.761

6.237

6.237

6.237

6.237

6.237

waarvan apparaat ICT

0

0

0

0

0

0

0

waarvan overige materiële afschrijvingskosten

5.511

5.761

6.237

6.237

6.237

6.237

6.237

- Immaterieel

0

0

0

0

0

0

0

Overige lasten

0

0

0

0

0

0

0

waarvan dotaties voorzieningen

0

0

0

0

0

0

0

waarvan bijzondere lasten

0

0

0

0

0

0

0

        

Totaal lasten

132.906

147.445

164.154

164.154

164.154

164.154

164.154

        

Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening

3.340

0

0

0

0

0

0

Agentschapsdeel Vpb-lasten

0

0

0

0

0

0

0

Saldo van baten en lasten

3.340

0

0

0

0

0

0

Toelichting

Baten

Omzet

Omzet moederdepartement

De omzet moederdepartement heeft met name betrekking op de generieke facilitaire dienstverlening binnen het verzorgingsgebied. De budgetten van de departementen voor de facilitaire dienstverlening (het generieke pakket) zijn overgeheveld naar het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). De toename is het gevolg van uitbreiding van het verzorgingsgebied met Bruggebouw Oost en dienstwoningen. Tevens is sprake van een uitbreiding van vervoer van bewindspersonen en de ambtelijke top.

Omzet overige departementen

De omzet overige departementen heeft betrekking op de generieke dienstverlening van de nog niet centraal bekostigde departementen/organisatieonderdelen en de specifieke dienstverlening die geleverd wordt aan de overige departementen. De toename is het gevolg van meer vraag naar specifieke dienstverlening en vervoer van de ambtelijke top.

Omzet derden

De omzet derden betreft de facilitaire dienstverlening die geleverd wordt aan het Centraal Orgaan opvang asielzoekers en Autoriteit Persoonsgevens. De afname ten opzichte van 2022 is het gevolg van het vertrek van de Kanspelautoriteit uit het verzorgingsgebied van FMH.

Lasten

Apparaatskosten

Personele kosten

De personele kosten omvatten alle personele uitgaven van de ambtenaren in dienst, gedetacheerde ambtenaren en kosten van uitzendkrachten en inhuur van externen. De toename van de personele kosten is, naast de loonontwikkeling, het gevolg van uitbreiding van de dienstverlening.

Materiële kosten

De materiële kosten bestaan voor een belangrijk deel uit directe inkoopkosten van de dienstverlening (circa 89% van de materiële kosten). De inkoopkosten zijn opgenomen onder de posten bijdrage Shared Service Organisaties (SSO's) en overige materiële kosten. De toename is het gevolg van de extra dienstverlening die wordt geleverd.

In de bijdrage aan SSO’s hebben de kosten van de Rijksbeveiligingsorganisatie (RBO) en de Rijksschoonmaakorganisatie (RSO) een groot aandeel (62%). Daarnaast zijn de kosten voor onder andere Rijnstraat 8 door het consortium DBFMO (Design Build Finance Maintain Operate) hier opgenomen, aangezien deze kosten via het Rijksvastgoedbedrijf bij FMH in rekening worden gebracht. De toename van de bijdrage aan SSO’s is het gevolg van de uitbreiding van de dienstverlening.

Afschrijvingskosten

De overgenomen activa (met name meubilair) van de departementen zijn geactiveerd en worden conform de betreffende regelgeving afgeschreven. Voor nieuwe investeringen is dit eveneens van toepassing.

Rentelasten

Onder deze post zijn alle rentelasten opgenomen die verband houden met de financiering van materiële vaste activa vanuit het ministerie van Financiën.

Tabel 53 Kasstroomoverzicht van baten-lastenagentschap FMH over het jaar 2023 (bedragen x € 1.000)
  

Stand Slotwet 2021

Vastgestelde begroting 2022

2023

2024

2025

2026

2027

1.

Rekening courant RHB 1 januari +  depositorekeningen

20.949

13.089

15.129

14.655

15.135

15.782

17.337

 

+/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom

140.687

147.445

164.154

164.154

164.154

164.154

164.154

 

-/- totaal uitgaven operationele kasstroom

‒ 125.550

‒ 141.684

‒ 157.917

‒ 157.917

‒ 157.917

‒ 157.917

‒ 157.917

2.

Totaal operationele kasstroom

15.137

5.761

6.237

6.237

6.237

6.237

6.237

 

-/- totaal investeringen

‒ 3.639

‒ 2.290

‒ 8.400

‒ 4.310

‒ 2.500

‒ 1.960

‒ 1.960

 

+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen

3.732

0

0

0

0

0

0

3.

Totaal investeringskasstroom

93

‒ 2.290

‒ 8.400

‒ 4.310

‒ 2.500

‒ 1.960

‒ 1.960

 

-/- eenmalige uitkering aan moederdepartement

‒ 77

0

0

0

0

0

0

 

+/+ eenmalige storting door moederdepartement

0

0

0

0

0

0

0

 

-/- aflossingen op leningen

‒ 6.110

‒ 3.721

‒ 6.711

‒ 5.756

‒ 5.590

‒ 4.682

‒ 4.292

 

+/+ beroep op leenfaciliteit

1.647

2.290

8.400

4.310

2.500

1.960

1.960

4.

Totaal financieringskasstroom

‒ 4.540

‒ 1.431

1.689

‒ 1.446

‒ 3.090

‒ 2.722

‒ 2.332

5.

Rekening courant RHB 31 december + stand  depositorekeningen (=1+2+3+4)

31.639

15.129

14.655

15.135

15.782

17.337

19.282

Toelichting

Investeringskasstroom

FMH investeert voornamelijk in meubilair. De hogere investeringen in 2023 zijn het gevolg van hybride werken. Dit vraagt ander type meubilair.

Financieringskasstroom

De aflossing heeft betrekking op lopende en toekomstige leningen. Het beroep op de leenfaciliteit komt overeen met de investeringsstroom.

Tabel 54 Overzicht doelmatigheidsindicatoren FMH
 

Stand Slotwet 2021

Vastgestelde begroting 2022

2023

2024

2025

2026

2027

Omschrijving Generiek Deel

       
        

Omzet per productgroep (PxQ)

136.246

147.445

164.154

164.154

164.154

164.154

164.154

Generiek

123.560

134.177

148.122

148.122

148.122

148.122

148.122

Specifiek

12.646

13.268

16.031

16.031

16.031

16.031

16.031

Overig

40

0

0

0

0

0

0

Fte-totaal (excl. externe inhuur)

519

564

602

602

602

602

602

Saldo van baten en lasten (%)

2,5%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

        

Omschrijving Specifiek Deel

       

Verhouding generiek vs specifieke dienstverlening

91:9

91:9

90:10

90:10

90:10

90:10

90:10

Personele kosten als % van totale kosten

33,6%

32,4%

34,3%

34,3%

34,3%

34,3%

34,3%

Materiële kosten als % van totale kosten

66,4%

67,6%

65,7%

65,7%

65,7%

65,7%

65,7%

Apparaatskosten (in €)

55.019

58.105

67.427

67.427

67.427

67.427

67.427

        

Tarieven

       

Regiotarief (facilitair)

190

202

210

210

210

210

210

        

Tevredenheid

       

Klanttevredenheid

n.v.t.

n.v.t

Tevreden

Tevreden

Tevreden

Tevreden

Tevreden

Tevredenheid specifieke dienstverlening

8

7

7

7

7

7

7

Medewerkerstevredenheid

n.v.t.

n.v.t.

Tevreden

n.v.t.

Tevreden

n.v.t.

Tevreden

Doorlichting gepland c.q.

 

2025

     

Toelichting

Generiek deel

Omzet per productgroep

De productgroep Generiek is een afgesproken pakket producten en diensten dat wordt afgenomen waarvoor een vaste prijs per vaste verrekeneenheid wordt betaald. De prijs (p) en hoeveelheid (q) staan in principe gedurende het jaar vast.

De productgroep Specifiek heeft betrekking op producten en diensten waarvoor de opdrachtgever afhankelijk van de afgenomen hoeveelheid een prijs per product of dienst betaalt (bijvoorbeeld catering, extra beveiliging, overig vervoer) en/of producten en diensten waarover tussen opdrachtgever en opdrachtnemer aparte afspraken worden gemaakt (bijvoorbeeld de uitvoering van maatwerkprojecten).

Saldo van baten en lasten (%)

Het saldo baten en lasten van 0% geeft een sluitende begroting weer.

Specifiek deel

Verhouding generiek versus specifieke dienstverlening

Dit is het aandeel van de omzet van de generieke dienstverlening op de totale omzet versus het aandeel van de omzet van de specifieke dienstverlening in de totale omzet.

Personele- en materiële kosten als % van de totale kosten

Dit betreft de procentuele verhouding van respectievelijk de personele en materiële kosten in de totale lasten. Het aandeel van de personele kosten in de totale kosten laat een lichte stijging zien. Dit komt met name door de uitbreiding van vervoer. Dit is een arbeidsintensieve dienst waardoor het personele aandeel in de totale kosten toeneemt.

Apparaatskosten

De apparaatskosten hebben betrekking op de personele kosten en de materiële kosten exclusief de inkoopkosten voor de dienstverlening. De toename is het gevolg van extra dienstverlening waardoor meer inzet van personeel benodigd is.

Regiotarief (facilitair)

De verrekeningsystematiek voor de generieke dienstverlening is een tarief per m2 bruto vloeroppervlak. Het regiotarief geldt voor de kantoorpanden in het verzorgingsgebied van FMH. Specialty panden en panden waar FMH beperkte dienstverlening levert zijn uitgesloten. De stijging van het tarief is het gevolg van de verwachte loonprijsontwikkeling van gemiddeld 4,2%.

5.6 Shared Service Centrum ICT (SSC-ICT)

Inleiding

SSC-ICT is partner van en voor het Rijk. Samen met zeven ministeries werkt SSC-ICT aan een eigentijdse en compacte Rijksdienst. Naast de werkplekautomatisering wordt gewerkt aan de ontwikkeling en het beheer van applicaties, housing en hosting, en ICT-infrastructuren voor rijksgebouwen en tijdens evenementen. 40.000 ambtenaren werken via de ICT-omgeving. Sinds de start van de COVID-19 pandemie in 2020 doen zij dit veelal vanuit huis. Inmiddels wordt steeds meer hybride gewerkt, dus deels vanuit huis en deels op kantoor. SSC-ICT beheert verder ruim 2.000 applicaties en ondersteunt internationale missies.

In 2023 continueert SSC-ICT de in 2022 in gang gezette transformatiefase in relatie tot de I-strategienota Rijk 2021-2025. SSC-ICT werkt verder aan belangrijke speerpunten voor de komende jaren. Dit betreft het verhogen van de klantgerichtheid en het verbeteren van de digitale weerbaarheid. Maar ook het moderniseren van de dienstverlening zoals het ondersteunen van het hybride werken en het incorporeren van het Cloud-beleid Rijk alsmede het (door)ontwikkelen van de organisatie(cultuur) en talent.

Staat van baten en lasten

Tabel 55 Begroting van baten-lastenagentschap SSC-ICT voor het jaar 2023 (bedragen x € 1.000)
 

Stand Slotwet 2021

Vastgestelde begroting 2022

2023

2024

2025

2026

2027

Baten

       

- Omzet

298.515

311.820

324.405

330.293

337.463

340.417

340.417

waarvan omzet moederdepartement

82.566

74.002

89.727

91.355

93.370

94.196

94.196

waarvan omzet overige departementen

215.090

237.203

233.778

238.038

243.193

245.321

245.321

waarvan omzet derden

859

615

900

900

900

900

900

Rentebaten

0

0

0

0

0

0

0

Vrijval voorzieningen

0

0

0

0

0

0

0

Bijzondere baten

0

0

0

0

0

0

0

 

0

      

Totaal baten

298.515

311.820

324.405

330.293

337.463

340.417

340.417

        

Lasten

       

Apparaatskosten

248.162

260.856

292.440

289.952

291.292

285.417

285.417

- Personele kosten

133.503

137.887

160.272

152.497

148.339

136.746

136.746

waarvan eigen personeel

87.787

93.888

98.057

105.128

107.014

104.185

104.185

waarvan inhuur externen

44.217

37.881

56.881

41.642

35.494

26.887

26.887

waarvan overige personele kosten

1.499

6.118

5.334

5.727

5.831

5.674

5.674

- Materiële kosten

114.659

122.969

132.168

137.455

142.953

148.671

148.671

waarvan apparaat ICT

93.613

97.849

108.294

112.626

117.131

121.816

121.816

waarvan bijdrage aan SSO's

19.313

19.245

20.858

21.692

22.560

23.462

23.462

waarvan overige materiële kosten

1.733

5.875

3.016

3.137

3.262

3.393

3.393

Rentelasten

0

0

0

0

0

0

0

Afschrijvingskosten

44.653

57.764

43.515

40.341

46.171

55.000

55.000

- Materieel

36.733

54.539

35.682

33.080

37.860

45.100

45.100

waarvan apparaat ICT

36.733

54.539

35.682

33.080

37.860

45.100

45.100

waarvan overige materiële afschrijvingskosten

0

0

0

0

0

0

0

- Immaterieel

7.920

3.225

7.833

7.261

8.311

9.900

9.900

Overige lasten

2.620

0

0

0

0

0

0

waarvan dotaties voorzieningen

327

0

0

0

0

0

0

waarvan bijzondere lasten

2.293

0

0

0

0

0

0

        

Totaal lasten

295.435

318.620

335.955

330.293

337.463

340.417

340.417

        

Saldo van baten en lasten alle bedrijfsuitoefening

3.080

‒ 6.800

‒ 11.550

0

0

0

0

Agentschapsdeel Vpb-lasten

4

0

0

0

0

0

0

Saldo van baten en lasten

3.076

‒ 6.800

‒ 11.550

0

0

0

0

Programmakosten Transitie

15.270

6.800

11.550

    

Saldo van baten en lasten reguliere bedrijfsuitoefening

18.346

0

0

    

Toelichting

Baten

Omzet

Voor de Ontwerpbegroting 2023 is uitgegaan van de Jaarrekening 2021, de begroting 2022, het CAO akkoord 2022 en de ontwikkelingen binnen het dienstverleningspakket die effect hebben op de meerjaren begroting van SSC-ICT.

Lasten

Apparaatskosten

Personele kosten

De personele kosten omvatten alle personele uitgaven van de ambtenaren in dienst, gedetacheerde ambtenaren, kosten van uitzendkrachten en inhuur van externen. De stijging in de loonkosten ambtelijk personeel is, naast de effecten van het CAO akkoord 2022, het gevolg van de verdere invulling van de personele bezetting in 2023. Met deze invulling, zowel op kwantitatief als op kwalitatief niveau, wil SSC-ICT de continuïteit van de dienstverlening waarborgen. In het meerjaren perspectief staat het aandeel externen in verhouding met de verwachte stijging bij het eigen personeel. Als gevolg van de blijvende vraag naar specialistische ICT kennis, mede als gevolg van het dalende aanbod van ICT personeel op de arbeidsmarkt, zal externe expertise blijvend noodzakelijk zijn. In de personele begroting zijn de kosten opgenomen van de in de inleiding genoemde transformatie.

Materiële kosten

De materiële kosten bestaan voor een belangrijk deel uit de directe inkoopkosten van de dienstverlening, zoals kosten voor de (reguliere) ICT-werkplek en hosting van applicaties. Daarnaast vallen de kosten voor huisvesting en de servicekosten BZK onder deze post. De verwachting is dat als gevolg van de hoge inflatie en soms langere levertijden door tekorten aan onderdelen de kosten zullen stijgen met gemiddeld 4%. Verder is rekening gehouden met een extra prijsstijging, als gevolg van de aanpassing van het meerjarige contract van een grote leverancier voor software besturingssystemen.

Afschrijvingskosten

De afschrijvingskosten hebben betrekking op investeringen in hard- en software en overige materiële vaste activa. De voor de generieke en gemeenschappelijke basis- en basisplusdienstverlening benodigde activa zijn in eigendom bij SSC-ICT. Door het achterblijven van investeringen in voorgaande jaren vallen de afschrijvingskosten lager uit.

Saldo van baten en lasten

Het saldo baten en lasten voor 2023, op basis van alle activiteiten, is geraamd op een tekort van € 11,5 mln. als gevolg van geraamde kosten voor de transformatiefase. De transformatie heeft een meerjarig effect waarvan de financiële dekking zal plaatsvinden middels het eigen vermogen van SSC-ICT.

Kasstroomoverzicht

Tabel 56 Kasstroomoverzicht van baten-lastenagentschap SSC-ICT over het jaar 2023 (bedragen x € 1.000)
  

Stand Slotwet 2021

Vastgestelde begroting 2022

2023

2024

2025

2026

2027

1.

Rekening courant RHB 1 januari +  depositorekeningen

13.804

13.861

14.397

17.412

17.253

12.824

17.224

 

+/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom

300.354

311.821

324.405

330.293

337.463

340.417

340.417

 

-/- totaal uitgaven operationele kasstroom

‒ 268.137

‒ 260.857

‒ 292.440

‒ 289.952

‒ 291.292

‒ 285.417

‒ 285.417

2.

Totaal operationele kasstroom

32.217

50.964

31.965

40.341

46.171

55.000

55.000

 

-/- totaal investeringen

‒ 54.191

‒ 67.000

‒ 60.000

‒ 60.000

‒ 58.000

‒ 55.000

‒ 55.000

 

+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen

2.293

0

0

0

0

0

0

3.

Totaal investeringskasstroom

‒ 51.898

‒ 67.000

‒ 60.000

‒ 60.000

‒ 58.000

‒ 55.000

‒ 55.000

 

-/- eenmalige uitkering aan moederdepartement

‒ 3.356

0

0

0

0

0

0

 

+/+ eenmalige storting door moederdepartement

9.000

6.800

11.550

0

0

0

0

 

-/- aflossingen op leningen

‒ 37.686

‒ 57.228

‒ 40.500

‒ 40.500

‒ 50.600

‒ 50.600

‒ 60.000

 

+/+ beroep op leenfaciliteit

40.550

67.000

60.000

60.000

58.000

55.000

61.000

4.

Totaal financieringskasstroom

8.508

16.572

31.050

19.500

7.400

4.400

1.000

5.

Rekening courant RHB 31 december + stand  depositorekeningen (=1+2+3+4)

2.631

14.397

17.412

17.253

12.824

17.224

18.224

Toelichting

De belangrijkste ontwikkeling qua kaseffect, zijn de verwachte investeringen in hard- en software. Het gaat hierbij om periodieke vervanging persoonlijke mobiele apparatuur, netwerkapparatuur in het Overheid Data Centrum Rijswijk, servers en licenties. Tevens betreft het de vervanging van technische verouderde systemen. De eenmalige storting door moederdepartement betreft de bijdrage ter dekking middels het eigen vermogen van de eerder genoemde transformatie.

Overzicht doelmatigheidsindicatoren

Tabel 57 Overzicht doelmatigheidsindicatoren SSC-ICT
 

Stand Slotwet 2021

Vastgestelde begroting 2022

2023

2024

2025

2026

2027

Omschrijving Generiek Deel

       

Fte-totaal (excl. externe inhuur)

986,0

1.081

1.040

1.115

1.135

1.105

1.105

Aantal externe fte's in % van totale fte's

20,4%

18,0%

     

Saldo van baten en lasten (%)

0,0%

0,0%

‒ 4,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

Klanttevredenheid (KTO)

n.b.

7

7

7

7

7

7

Gebruikerstevredenheid beleving (GTO)

7,3

7

7

7

7

7

7

Medewerkertevredenheid (MTO)

6,7

7

7

7

7

7

7

        

Kostprijs

       

Digitale werkplekomgeving basis

570

759

884

919

956

994

1.034

Digitale werkplekomgeving online

730

593

619

644

669

696

724

Digitale werkplekomgeving light

255

265

281

292

304

316

328

Basisinrichting kantoorpand

73

66

69

71

74

77

80

Fat client DWR special

810

842

879

914

951

989

1.028

Kiosk PC incl. monitor

720

749

780

811

844

877

912

        

Omzet per productgroep (PxQ) (bedragen x € 1.000)

       

Generiek

10.835

9.355

9.732

9.909

10.124

10.213

10.213

Gemeenschappelijk

259.830

268.166

278.988

284.052

290.218

292.759

292.759

Klantspecifiek

27.850

34.300

35.685

36.332

37.121

37.446

37.446

        

Totaal

298.515

311.821

324.405

330.293

337.463

340.417

340.417

        

Omschrijving Specifiek Deel

       

Beschikbaarheid kernsystemen

99,8%

99,50%

99,50%

99,50%

99,50%

99,50%

99,50%

Grote incidenten

63

75

75

75

75

75

75

Geleverd binnen gestelde termijn

95,4%

90,0%

95,0%

95,0%

95,0%

95,0%

95,0%

Life Cycle Management hardware in support

98,7%

80,0%

80,0%

80,0%

80,0%

80,0%

80,0%

Life Cycle Management software in support

89,4%

80,0%

90,0%

90,0%

90,0%

90,0%

90,0%

Doorlichting uitgevoerd cq gepland

   

2024

   

Toelichting

Generiek deel

Fte

Fte totaal betreft de maximale bezetting van ambtelijk personeel welke benodigd is voor continuering van de dienstverlening. Hierbij is 1,0 fte gelijk aan een aanstelling van 36,0 uur per week. Vanaf 2023 zal het percentage externe fte’s geen onderdeel meer uitmaken van de doelmatigheidstabel.

Saldo baten en lasten

Het saldo van baten en lasten dient minimaal nihil te zijn. Dit betreft het verschil tussen de inkomsten en uitgaven van SSC-ICT, voor zover afkomstig uit reguliere financiële activiteiten, zoals inkomsten op basis van standaard leveringsafspraken met afnemers, maatwerkopdrachten en personele- en materiele uitgaven. Voor 2023 komt het saldo uit op ‒ 4%. Dit zal worden gedekt middels het eigen vermogen.

Klanttevredenheid

SSC-ICT streeft naar een volwassen opdrachtgevers-opdrachtnemers relatie. Om de tevredenheid van de stakeholders van SSC-ICT in beeld te krijgen worden periodiek metingen verricht. Dit betreft de tevredenheid van de stakeholders/opdrachtgevers en klanten in de klantcontacten met SSC-ICT. Dit staat los van de tevredenheid die gemeten wordt bij gebruikers en na projecten. Deze stakeholders/opdrachtgevers en klanten hebben contact met SSC medewerkers op verschillend strategisch/tactische lagen in de organisatie. De norm voor dit onderzoek is een zeven.

Gebruikerstevredenheid.

SSC-ICT streeft naar een actueel beeld van de tevredenheid van de eindgebruikers over de kwaliteit van de dienstverlening. Dit betreft de beoordeling door de eindgebruiker van de gehele dienstverlening van SSC-ICT in de context waar Shared Service Organisaties voor in het leven zijn geroepen. Tien keer per jaar wordt één tiende deel van de eindgebruikers bevraagd middels een enquête waarin deze vraag is opgenomen. In de maanden augustus en december vindt er geen GTO plaats vanwege de vakanties in die maanden en de daarbij gepaarde lage respons. De norm voor dit onderzoek is een zeven.

Medewerkerstevredenheid.

SSC-ICT wil een goede werkgever zijn, waarin plezier, betrokkenheid en ontwikkeling van haar medewerkers voorop staan. In periodieke metingen wordt dat beeld binnen de organisatie opgehaald. Dit betreft de periodieke meting van de tevredenheid bij onze medewerkers.

Kostprijs

De gepresenteerde tarieven zijn voorlopig en gebaseerd op de tarieven zoals deze zijn opgenomen prijsstijging van gemiddeld 4%. De tarieven voor 2023 zijn op het moment van verschijnen van deze begroting nog niet definitief vastgesteld.

De persoonlijke digitale werkomgeving (DWO) wordt hier weergegeven in drie aparte voorzieningen, namelijk: Basis, Online en Light. Basis betreft de volledige Windowsomgeving met basisfunctionaliteiten en – applicatie. Online betreft de digitale werkplek op Cloudbook, Kiosk PC of een eigen device in combinatie met een token. Light betreft de digitale werkomgeving met beperkte functionaliteiten, voornamelijk voor tablets en smartphones.

Basisinrichting kantoorpanden basisdiensten is conform de Rijks PDC Pand gebonden ICT diensten in het rijkskantoor (V2.0) en wordt verrekend per m². Iedere rijksambtenaar van elke rijksoverheidsorganisatie kan gebruik maken van deze pand-gebonden ICT-voorzieningen. Dit betreft o.a. werkplek- en afdrukdiensten, LAN- en wifiverbinding, telefonie en video vergader- en presentatiefaciliteiten.

Fat client DWO Special betreft een DWO Basis, geïnstalleerd op een laptop. De Kiosk PC betreft thin client computer waarmee de eigen virtuele ruimte DWR Next werkplek worden ontsloten met gebruikersnaam en wachtwoord.

Omzet

De totale omzet betreft de geraamde kostendekkende opbrengsten welke grotendeels worden gerealiseerd op basis van financiële afspraken met de klanten. Deze worden per afnemer binnen het verzorgingsgebied van SSC-ICT vastgelegd in het Dossier Financiële Afspraken (DFA). De verwachte totale omzet per product/dienst 2023 betreft de begroting gebaseerd op de Jaarrekening 2021, begroting 2022 en de ontwikkelingen in de dienstverlening die effect hebben de (meerjaren) begroting van SSC-ICT.

Specifiek Deel

Beschikbaarheid kernsystemen

SSC-ICT streeft naar een hoge beschikbaarheid van haar dienstverlening. Om de basis dienstverlening te kunnen garanderen zijn twintig kernsystemen en kerndiensten gedefinieerd waarvoor een hoge beschikbaarheid gewenst is. Deze kernsystemen zijn voorwaardelijk voor de werkzaamheden van 40.000 Rijksambtenaren. De twintig kernsystemen/diensten zijn gegroepeerd over vier categorieën. Over deze categorieën wordt de beschikbaarheid gerapporteerd. Met andere woorden, als een van de kernsystemen uit een van deze vier categorieën uitvalt, gaat de beschikbaarheid van die specifieke categorie naar beneden. Voor alle kernsystemen geldt een beschikbaarheidsnorm van 99,5%.

Major Incidents en hersteltijd

SSC-ICT streeft naar een minimaal aantal major incidenten om de beschikbaarheid van de dienstverlening zo optimaal mogelijk te houden. Dit betreft het totaal aantal major Incidenten vanaf het begin van het kalenderjaar. Een major incident wordt als zodanig gedefinieerd als de urgentie (intolerantie van uitstel), de impact (hoeveel gebruikers zijn geraakt) en het escalatierisico (verspreiding) hoog zijn. De norm is 75 major incidents per jaar.

Levertijd standaard diensten

SSC-ICT levert standaard diensten conform afgesproken service levels. Dit betreft de doorlooptijd van aanvragen voor items die in de PDC genoemd staan onder «Servicegroep Rijkswerkomgeving» met een afgesproken maximale levertijd. De norm is dat 90% van de aanvragen binnen de streeftijd is geleverd.

Hard- en software in support

Hardware in support. SSC-ICT wil veroudering van infrastructuur componenten voorkomen. De norm is dat 80% van de gedefinieerde en geregistreerde hardware in support is. Meting vindt plaats voor netwerkcomponenten, servers en storage.

Software in support. SSC-ICT zorgt voor een veilige werkomgeving. Dit betreft het percentage softwarecomponenten waarvoor de leverancier security up-dates (support) levert. Per applicatielandschap is gedefinieerd welke servers daar aan gekoppeld zijn. Per server is inzichtelijk welke software componenten daar op draaien en tot wanneer zij in support zijn. De norm is 90%.

5.7 Rijksvastgoedbedrijf (RVB)

Inleiding

Het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) is de vastgoedorganisatie van en voor de Rijksoverheid en is verantwoordelijk voor het beheer en de instandhouding van de grootste en meest diverse vastgoedportefeuille van Nederland. Maar het RVB doet meer. Zo zet het RVB het rijksvastgoed steeds vaker in voor maatschappelijke opgaven. Denk onder andere aan de inzet van rijksgronden voor de energietransitie en woningbouw en de aanwending van vastgoed voor opvang van vluchtelingen. Deze inzet wordt in de komende jaren verder geïntensiveerd.

In het Coalitieakkoord is specifieke aandacht besteed aan de uitvoering van een aantal van deze cruciale maatschappelijk opgaven. Zo is aangekondigd dat het Rijk met zijn vastgoed en grondpositie bij gaat dragen aan het terugdringen van de woningnood door extra betaalbare huur- en koopwoningen te realiseren. Hiervoor is het Rijksvastgoedbedrijf de aangewezen partij, vanwege zijn bestaande taken op het gebied van privaatrechtelijk beheer van het rijksvastgoed en zijn ervaring met het ontwikkelen van woningbouwlocaties. Het RVB en haar opdrachtgevers werken momenteel nog aan het scherp krijgen van de precieze opgaven uit het Coalitieakkoord. Gezamenlijk zal worden bekeken hoe we deze opgaven in de komende jaren daadwerkelijk kunnen gaan oppakken en uitvoeren. Om die reden zijn de opgaven nog niet volledig in de begroting verwerkt.

Het RVB is een baten-lastenagentschap. Zijn vastgoedportefeuille bestaat onder andere uit gevangenissen, rechtbanken, kazernes, vliegvelden, defensieterreinen, ministeries, havens, belastingkantoren, monumenten, musea en paleizen. Het gaat in totaal om 11,7 miljoen vierkante meters aan gebouwen en circa 83.000 hectare aan grond. De activiteiten die met deze portefeuille samenhangen zijn omvangrijk. Het RVB spant zich in om een aantrekkelijke werkgever te zijn, maar behoud en uitbreiding van de capaciteit is in het licht van de huidige, zeer gespannen arbeidsmarkt complex. Deze spanning is met name terug te zien bij het vervullen van technische vacatures, maar ook bij meer specialistische profielen, zoals op het terrein van ICT.

De door het RVB uitgerolde vastgoedportefeuillestrategie draagt bij aan een toekomstbestendige vastgoedportefeuille die is bestand tegen snelle en soms onvoorspelbare schommelingen in de vraag naar vastgoed. Door een strategische samenstelling en opbouw van onze vastgoedportefeuille is het RVB voorbereid op toekomstige ontwikkelingen. De portefeuille draagt daarmee op een effectieve en efficiënte manier bij aan financieel en maatschappelijk rendement voor het Rijk.

Het RVB verzorgt onder andere:

  • de Rijkshuisvesting via kantoren en specialties;

  • de huisvesting van de Hoge Colleges van Staat en het Ministerie van Algemene Zaken (AZ), de huisvesting van het Koninklijk Huis voor zover vallend onder de verantwoordelijkheid van de Staat en de instandhouding van monumenten in beheer van het RVB;

  • het onderhoud aan en beheer van Defensiegebouwen en terreinen;

  • projectontwikkeling en nieuwbouw voor Defensie;

  • de doelmatige verkoop van overtollig Rijksvastgoed en/of geeft dit waar mogelijk in gebruik bij derden;

  • uitgifte in pacht van gronden en de inzet van gronden en vastgoed voor stikstofproblematiek, maatschappelijke doelen en duurzaamheid;

  • de vertegenwoordiging namens het Rijk bij gebiedsontwikkelingsprojecten waarbij meervoudige Rijksdoelstellingen aanwezig zijn;

  • de bijdrage aan urgente opgaven in het ruimtelijk domein.

Het RVB werkt vraaggestuurd. Deze vraag vloeit met name voort uit de masterplannen voor de kantoorhuisvesting, de huisvestingsbehoeften vanuit de specialties, de wensen voor dienstverlening vanuit Defensie, de behoefte aan te verkopen/ontwikkelen projecten/gebieden en de vraag vanuit beleidsdepartementen voor de inzet van Rijksvastgoed voor strategische beleidsopgaven.

Externe ontwikkelingen in de kantorenportefeuille volgend uit de Rijksdienst 2022 kunnen, mede als gevolg van de ontwikkeling van het hybride werken, de vraag voor het RVB nog behoorlijk beïnvloeden. Dit geldt ook voor actuele beleidsmatige keuzes over bijdragen die het RVB kan leveren door Rijksvastgoed in te zetten voor strategische opgaven. Zoals op het gebied van duurzaamheid, de bevordering van woningbouw en de inzet van vastgoed voor de (tijdelijke) huisvesting van kansarmen. Ten slotte zullen ook de ontwikkelingen rond de Defensieportefeuille, zoals het revitaliseringsprogramma en het IBO Vastgoed Defensie gevolgen hebben voor de omvang van de dienstverlening door het RVB en de wijze waarop deze wordt uitgevoerd.

De begrotingsposten van het RVB betreffen slechts een deel van de dienstverlening. De staat van baten en lasten geeft daarom onvoldoende inzicht in de productie van het RVB. Dit komt omdat op grond van de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving diverse posten niet tot omzet mogen worden gerekend. Omdat deze niet in de verantwoording mogen worden opgenomen, worden de posten ook niet begroot. Aan het eind van de paragraaf ‘Overzicht doelmatigheidsindicatoren’ is een tabel opgenomen die een vollediger inzicht geeft in de totale productie van het RVB.8

Tabel 58 Begroting van baten-lastenagentschap RVB voor het jaar 2023 (bedragen x € 1.000)
 

Stand Slotwet 2021

Vastgestelde begroting 2022

2023

2024

2025

2026

2027

Baten

       

- Omzet

1.267.062

1.309.532

1.366.843

1.401.242

1.440.307

1.479.627

1.521.397

waarvan omzet moederdepartement

191.186

127.971

169.300

170.466

172.137

193.541

186.419

waarvan omzet overige departementen

946.218

1.047.460

1.109.236

1.144.521

1.178.560

1.223.377

1.251.732

waarvan omzet derden

129.658

134.101

88.307

86.256

89.610

62.709

83.246

Rentebaten

387

0

0

0

0

0

0

Vrijval voorzieningen

768

0

0

0

0

0

0

Bijzondere baten

65.393

73.045

103.295

106.866

106.199

106.006

104.937

        

Totaal baten

1.333.610

1.382.577

1.470.138

1.508.108

1.546.506

1.585.633

1.626.334

        

Lasten

       

Apparaatskosten

311.127

320.641

377.733

379.088

378.612

380.899

381.028

- Personele kosten

248.155

242.954

292.491

294.612

292.519

290.485

289.989

waarvan eigen personeel

210.541

209.015

248.115

250.235

248.142

246.109

245.613

waarvan inhuur externen

36.702

33.939

44.377

44.377

44.377

44.377

44.377

waarvan overige personele kosten

912

0

0

0

0

0

0

- Materiële kosten

62.972

77.687

85.241

84.476

86.093

90.414

91.039

waarvan apparaat ICT

30.007

21.425

24.054

23.333

23.951

28.380

27.865

waarvan bijdrage aan SSO's

0

31.664

36.410

36.410

36.952

36.952

37.532

waarvan overige materiële kosten

32.965

24.598

24.777

24.733

25.190

25.082

25.641

Rentelasten

81.716

90.987

90.584

92.512

94.975

98.181

108.763

Afschrijvingskosten

354.214

406.088

431.351

461.696

495.152

528.910

537.261

- Materieel

354.214

406.088

431.351

461.696

495.152

528.910

537.261

waarvan apparaat ICT

0

0

     

waarvan overige materiële afschrijvingskosten

354.214

406.088

431.351

461.696

495.152

528.910

537.261

- Immaterieel

0

0

     

waarvan dotaties voorzieningen

5.764

0

     

Overige lasten

572.866

564.862

570.470

574.812

577.767

577.644

599.282

waarvan bijzondere lasten

567.102

564.862

570.470

574.812

577.767

577.644

599.282

        

Totaal lasten

1.319.923

1.382.577

1.470.138

1.508.108

1.546.506

1.585.633

1.626.334

        

Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening

13.687

0

0

0

0

0

0

Agentschapsdeel Vpb-lasten

0

0

0

0

0

0

0

Saldo van baten en lasten

13.687

0

0

0

0

0

0

Toelichting

Baten

Omzet

Omzet moederdepartement

De Minister voor VRO betaalt de kosten voor een aantal taken aan het RVB. Het gaat met name om de kosten van

  • het leveren van ondersteuning aan BZK en de uitvoering van het rijksbeleid gerelateerd aan de Rijkshuisvesting;

  • het apparaat om de uitvoering van het beheer van materiële activa mogelijk te maken;

  • huisvesting voor de Hoge Colleges van Staat, het Ministerie van AZ, de staatspaleizen en het Ministerie van BZK.

Omzet overige departementen

De omzet overige departementen omvat opbrengsten voor geleverde producten en diensten aan departementen. Het gaat daarbij met name om ontvangen gebruiksvergoedingen voor kantoren en specialties. Op basis van de overeengekomen huurprijsmethodiek brengt het RVB een gebruiksvergoeding in rekening. In de ramingen van de gebruiksvergoeding is onder meer rekening gehouden met oplevering van projecten vanuit de geactualiseerde masterplannen, het afsluiten van nieuwe contracten en met de verwachte beëindiging van contracten.

Voor wat betreft de dienstverlening aan het Ministerie van Defensie is alleen de vergoeding vanuit Defensie voor de apparaatsinzet van het RVB opgenomen, omdat de programmagelden niet tot de omzet mogen worden gerekend.

In komende jaren is sprake van een stijgende lijn die samenhangt met uitbreidingen in de vastgoedportefeuille en een toename van de tarieven als gevolg van vervangingsinvesteringen.

Omzet derden

Deze omzet betreft de baten uit verhuur aan musea en internationale organisaties, de baten vanuit de verkoop van onroerend goed en de inkomsten vanuit de exploitatie van een aantal bijzondere objecten zoals parkeergarages. Ook wordt rekening gehouden met afnemerszaken die extern worden gefactureerd en omzet gerelateerd aan gebiedsontwikkeling. De daling ten opzichte van 2021 wordt verklaard door incidentele extra opbrengsten die zich hebben voorgedaan in 2021. Ten opzichte van 2022 worden er minder baten uit projectrealisatie ten behoeve van internationale organisaties verwacht.

Rentebaten

Dit betreft de baten voorzien vanuit de rekening courantverhouding met het Ministerie van Financiën.

Bijzondere baten

Dit betreft met name het deel van de apparaatsinzet bij projecten dat wordt geactiveerd. De verwachte stijging van de baten komt voor rekening van de producten Verkoop en Projectrealisatie.

Lasten

Apparaatskosten

Personele kosten

Dit betreft de kosten van het eigen apparaat, met name van salaris- en opleidingskosten van eigen personeel en inzet van externe inhuur. Voor de komende jaren is rekening gehouden met extra inzet van personeel om tegemoet te komen aan de extra vraag naar capaciteit, vooral bij de uitvoering van projecten. Daarnaast is rekening gehouden met de afspraken die in de nieuwe CAO Rijk 2022 gemaakt zijn.

Materiële kosten

Deze kosten betreffen met name de kosten voor de eigen huisvesting en van het eigen ICT-gebruik. De bijdrage aan de SSO’s omvat zowel ICT kosten als kosten voor de eigen huisvesting van het RVB. In de begroting is rekening gehouden met hogere uitgaven als gevolg van het insourcen van I-functie onderdelen, uitvoering van het programma DIT (onderhouds managementsysteem) en extra investeringen in het kader van de nieuwe I-strategie.

Rentelasten

De rentelasten vloeien voort uit investeringen en zijn geraamd op basis van de afgesloten en nog af te sluiten leningen met het Ministerie van Financiën voor Rijkshuisvesting (masterplannen kantoren en huisvestingsbehoefte voor specialties) en Kader Overname Rijksvastgoed (KORV)- en ontwikkelprojecten. Daarnaast is rente opgenomen op DBFMO-contracten. De stijging van de verwachte rentelasten is een gevolg van nieuw opgeleverde investeringsprojecten voor Rijkshuisvesting, inclusief de daarbij behorende Design Build Finance Maintain Operate (DBFMO)-contracten.

Afschrijvingskosten

Dit betreft met name de afschrijvingen op geactiveerde waarden van objecten, voortvloeiend uit investeringen vanuit masterplannen kantoren en huisvestingsbehoeften voor specialties. De afschrijvingstermijnen zijn afhankelijk van de categorieën: grond/terreinen 0 jaar, erfpacht 5-100 jaar, gebouwen 15-60 jaar, vervoermiddelen 4-6 jaar en inventaris 3-15 jaar. Ook hier nemen de kosten toe als gevolg van nieuwe opleveringen en vervangingsinvesteringen voor Rijkshuisvesting.

Overige lasten

De bijzondere lasten hebben vooral betrekking op de primaire processen van het RVB. In de volgende tabel is een specificatie opgenomen.

Tabel 59 Specificatie overige lasten (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie 2021

Vastgestelde begroting 2022

2023

2024

2025

2026

2027

Markthuren

149.686

156.159

156.614

150.106

144.326

141.651

141.651

DBFMO-lasten

82.474

113.269

121.831

124.383

126.935

129.487

151.129

Onderhoud rijkshuisvesting

107.531

116.000

117.500

117.500

117.500

117.500

117.500

Belastingen en heffingen

25.002

25.701

26.837

26.837

26.837

26.837

26.837

Energielasten

21.887

30.992

53.000

59.000

59.000

59.000

59.000

Ontwikkeling en verkoop OG

20.675

22.623

5.000

6.000

13.000

13.000

13.000

Onderhoud DVO's

21.581

24.000

23.000

23.000

23.000

23.000

23.000

Servicekosten inhuurpanden

27.449

20.614

23.467

24.888

24.888

24.888

24.888

Facilitaire kosten leegstand

7.654

14.397

10.907

10.907

10.102

10.102

10.102

Direct verrekenen

45.571

20.129

15.138

15.015

15.003

15.003

15.000

Overige bijzondere lasten

57.592

20.978

17.176

17.176

17.176

17.176

17.176

        

Totaal overige lasten

567.102

564.862

570.470

574.812

577.767

577.644

599.282

Toelichting Overige lasten

Markthuren

Deze post betreft de huren die het RVB aan de markt betaalt. Het beleid is erop gericht departementen en diensten zo veel mogelijk in eigendomsobjecten te huisvesten. Hierdoor nemen de vierkante meters huurhuisvesting en de kosten voor deze vorm van huisvesting af.

DBFMO-lasten

Dit betreft de lasten van lopende en nieuwe DBFMO-contracten met marktpartijen. In principe wordt het investeringsdeel (Design - Build - Finance) van deze lasten omgerekend naar rente en afschrijving en aldaar opgenomen. De verwachte toename in latere jaren heeft betrekking op een tweetal nieuwe contracten (RIVM en Croeselaan 16, Utrecht).

Onderhoud

Deze post betreft de kosten voor onderhoud en instandhouding van gebouwen en terreinen voor de Rijkshuisvestingsportefeuille. Voor een belangrijk deel van de activiteiten zijn op basis van aanbestedingen meerjarige contracten met de markt afgesloten.

Belastingen en heffingen

Deze post betreft met name de onroerende zaakbelasting en de waterschapslasten over de eigen voorraad onroerend goed die het RVB inzet voor Rijkshuisvesting.

Energielasten

Dit betreft de energielasten in de kantorenportefeuille bij de Rijkshuisvesting. Deze kosten worden bij de departementen in rekening gebracht via het regiotarief. Op grond van de huidige prijsontwikkelingen op de energiemarkt is rekening gehouden met fors hogere kosten voor energie.

Ontwikkeling en verkoop onroerend goed

Dit betreft de kosten van ingekocht onroerend goed binnen het Kader Overname Rijksvastgoed (KORV) en de restant boekwaarde van verkochte eigen gebouwen en terreinen (niet KORV).

Onderhoud dienstverleningsovereenkomst (DVO)

Dit betreft de onderhoudskosten die buiten het normale tarief vallen en voortvloeien uit dienstverleningsovereenkomsten. Vanwege het relatief hoge volume wordt deze post, samen met de hieronder genoemde posten vanaf 2023 separaat weergegeven.

Servicekosten inhuurpanden

Dit betreffen de servicekosten voor de aangehuurde panden.

Facilitaire kosten leegstand

Deze kosten hebben betrekking op de facilitaire kosten voor panden die niet in gebruik zijn.

Direct verrekenen

Deze post heeft betrekking op kleine investeringen die direct worden gefactureerd aan de klant.

Overige bijzondere lasten

De overige lasten hebben met name betrekking op projectkosten regiotarief, asbestkosten en de kosten herstel onderhoud.

Kasstroomoverzicht

Het kasstroomoverzicht geeft aan hoeveel kasmiddelen beschikbaar zijn gekomen of naar verwachting zullen komen en op welke wijze gebruik is, of zal worden gemaakt van deze middelen.

Tabel 60 Kasstroomoverzicht van baten-lastenagentschap RVB over het jaar 2022 (bedragen x € 1.000)
  

Stand Slotwet 2021

Vastgestelde begroting 2022

2023

2024

2025

2026

2027

1.

Rekening courant RHB 1 januari +  depositorekeningen

210.801

321.970

303.182

363.162

415.513

457.927

498.007

 

+/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom

2.428.266

2.231.351

2.343.253

2.285.798

2.320.913

2.345.119

2.376.996

 

-/- totaal uitgaven operationele kasstroom

‒ 1.932.422

‒ 1.898.309

‒ 1.911.902

‒ 1.824.102

‒ 1.825.761

‒ 1.816.209

‒ 1.839.735

2.

Totaal operationele kasstroom

495.844

333.042

431.351

461.696

495.152

528.910

537.261

 

-/- totaal investeringen

‒ 639.441

‒ 739.000

‒ 772.000

‒ 630.000

‒ 619.000

‒ 486.000

‒ 486.000

 

+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen

33.299

0

0

0

0

0

0

3.

Totaal investeringskasstroom

‒ 606.142

‒ 739.000

‒ 772.000

‒ 630.000

‒ 619.000

‒ 486.000

‒ 486.000

 

-/- eenmalige uitkering aan moederdepartement

‒ 28.945

0

0

0

0

0

0

 

+/+ eenmalige storting door moederdepartement

0

0

0

0

0

0

0

 

-/- aflossingen op leningen

‒ 286.954

‒ 351.830

‒ 371.372

‒ 409.345

‒ 452.738

‒ 488.829

‒ 542.434

 

+/+ beroep op leenfaciliteit

627.911

739.000

772.000

630.000

619.000

486.000

486.000

4.

Totaal financieringskasstroom

312.012

387.170

400.628

220.655

166.262

‒ 2.829

‒ 56.434

5.

Rekening courant RHB 31 december + stand  depositorekeningen (=1+2+3+4)

412.515

303.182

363.162

415.513

457.927

498.007

492.834

Toelichting op het Kasstroomoverzicht

Operationele kasstroom

De operationele kasstromen zijn aanzienlijk hoger dan de inkomsten en uitgaven in de baten-lastenbegroting. Deze kasstromen zijn namelijk inclusief de dienstverlening aan Defensie, de kasstromen vanuit de kas-verplichtingenbegroting en de werkzaamheden buiten begrotings-verband, welke op basis van de verslaggevingsregels niet tot de omzet worden gerekend.

Investeringskasstroom

De investeringen in Rijkshuisvesting en het daaruit voortvloeiende beroep op de leenfaciliteit zijn gebaseerd op lopende en voorgenomen huisvestings- en instandhoudingsprojecten in het betreffende jaar. In het voorjaar wordt de leenfaciliteit voor dat jaar geactualiseerd. Het RVB investeert in grond en gebouwen die in de balans onder de post materiële vaste activa worden verantwoord. De stijging ten opzichte van voorgaande jaren komt voornamelijk door de toenemende productie, zoals ook te zien is in de productietabel. In de opgave voor de leenfaciliteit is rekening gehouden met lopend werk, verwachte aankopen en de investeringen in pachtboerderijen.

Financieringskasstroom

De afdrachten aan het moederdepartement betreffen, conform de Regeling Agentschappen, het surplus op het eigen vermogen. Daarnaast gaat het om de aflossing op lopende en toekomstige leningen in het kader van de Rijkshuisvesting, de overname van vastgoed van andere rijksdiensten en aflossingen op leningen voor ontwikkelprojecten.

Het beroep op de leenfaciliteit komt overeen met de investeringsstroom. De investeringen van publiek-private samenwerkingen en investeringen door het RVB in projecten die buiten de baten- en lasten vallen, zijn daarbij niet opgenomen.

Overzicht doelmatigheidsindicatoren 

Tabel 61 Overzicht doelmatigheidsindicatoren RVB
 

Stand Slotwet 2021

Vastgestelde begroting 2022

2023

2024

2025

2026

2027

Omschrijving Generiek Deel

       

Fte-totaal (excl. Externe inhuur)

2.271

2.335

2.444

2.434

2.406

2.396

2.396

Apparaat-omzetindicator

24,6%

25,9%

29,9%

29,3%

28,4%

27,7%

26,9%

Saldo baten en lasten

13.687

0

0

0

0

0

0

Saldo van baten en lasten (%)

1,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

        

Omzet per product (bedragen x € 1.000)

       

Ingebruikgeving

1.002.654

973.816

1.039.551

1.074.065

1.106.467

1.145.275

1.187.878

Waarvan extern

21.442

18.552

14.662

14.653

14.686

14.699

14.712

In stand houden vastgoed

71.074

191.755

186.422

186.422

186.422

186.422

186.422

Waarvan andere eigenaar

45.453

49.924

49.430

49.430

49.430

49.430

49.430

Projectrealisatie

129.927

66.273

74.667

74.544

74.532

74.532

74.529

Waarvan andere eigenaar

50.669

46.144

59.529

59.529

59.529

59.529

59.529

Verkoop

19.000

40.325

13.275

13.277

18.699

19.227

19.754

Expertise en advies

44.407

37.362

52.928

52.935

54.187

54.172

52.816

        

Omschrijving specifiek deel

       

Rijkshuisvestingsvoorraad x 1.000m² BVO1

5.680

5.495

5.163

5.131

5.169

5.235

5.264

Waarvan verhuurd

4.957

4.872

4.705

4.712

4.760

4.863

4.960

Waarvan leeg frictie

41

79

99

116

101

101

101

Waarvan leeg renovatie

367

239

232

200

195

158

86

Waarvan leeg afstoot

315

180

118

95

103

103

107

Waarvan derden

NNB

20

10

10

10

10

10

Waarvan eigendom

4.671

4.485

4.302

4.294

4.377

4.455

4.468

Waarvan huur

1.009

1.011

861

838

792

780

797

        

Indicator technische kwaliteit rijkshuisvesting

2,23

2,1-2,8

2,1 ‒ 2,8

2,1 ‒ 2,8

2,1 ‒ 2,8

2,1 ‒ 2,8

2,1 ‒ 2,8

        

Voorraad beheerde Defensieobjecten

       

Gebouwen x 1.000 m² BVO1

6.046

5.886

5.729

5.680

5.666

5.576

5.576

Terreinen x 1.000 m²

342.396

339.292

337.970

337.547

337.462

333.717

333.717

        

Doelmatigheid verkoop vastgoed

‒ 4.586

> 0

> 0

> 0

> 0

> 0

> 0

        

Bezetting ambtelijke fte's ultimo

2.217

2.335

2.444

2.434

2.406

2.396

2.396

Projecten binnen budget gerealiseerd

80%

85%

85%

85%

85%

85%

85%

Projecten tijdig gerealiseerd

69%

85%

85%

85%

85%

85%

85%

Productiviteit

1.052

1.025

1.025

1.025

1.025

1.025

1.025

        

Prijsontwikkeling kantoren

       

Regiotarief

       

Gemiddeld kostprijstarief

270

278

332

    

Waarvan normatieve tarief- componenten per m2 eigendom*

       

Apparaatskosten: ontwikkeling volgt CPI**

20,62

21,12

22,95

    

Onderhoud kantoren aangepast aan prijsontwikkelingen markt

21,62

22,35

26,82

    

Energielasten aangepast aan prijsontwikkeling markt

18,26

18,70

33,65

    

Heffingen aangepast aan prijsontwikkeling markt

5,36

5,49

6,49

    

Uurtarieven**

127

123

134

    

* Bij huurpanden gelden andere opslagen en inflatie wordt afgetopt

       

** Rekening gehouden met nieuwe Cao Rijk 2022 ‒ 2024; voorlopig CPI juni nog aanpassen naar CPI aug

       
X Noot
1

Bruto vloeroppervlak (BVO)

Toelichting op de doelmatigheidsindicatoren

Generiek Deel

Omzet per product

Met de producten raakt het RVB de gehele keten van de huisvesting, vanaf de initiële vraag van een afnemer tot en met de realisatie (bouw en/of verbouw), het beheer, ontwikkeling en de afstoot. Het RVB werkt vraaggestuurd. De groei van de omzet voor ingebruikgeving heeft zowel te maken met de eerder ingezette toename in de vraag naar huisvesting vanuit de departementen als met het feit dat de voorraad met nieuwe huisvesting verjongt. Daarmee is sprake van hogere afschrijvingslasten, die worden doorberekend in de tarieven. De omzet voor projectrealisatie heeft met name betrekking op het realiseren van projecten in kantoren, (bijzondere) specialties en vastgoed en infrastructuur in eigendom van het ministerie van Defensie. De omzet voor expertise en advies neemt licht toe, onder andere als gevolg van de toename in expertise en adviesdiensten aan opdrachtgevers voor actuele maatschapelijke opgaven.

Saldo baten en lasten

Het saldo van baten en lasten geeft een meerjarig, sluitend resultaatbeeld.

Specifiek Deel

Rijkshuisvestingsvoorraad in 1.000 m2 BVO

De huisvestingsvoorraad neemt de komende jaren af door verkoop van eerder overtollig gesteld vastgoed. Het overtollig vastgoed is een gevolg van enerzijds het kabinetsbeleid en anderzijds adequate sturing door het RVB. Bij de gepresenteerde afname is rekening gehouden met de gevolgen voor de departementen van kabinetsbesluiten over de masterplannen huisvesting. Daarnaast is rekening gehouden met de verwachte overdracht van de objecten van de voormalige KLPD aan de Nationale Politie.

Indicator technische kwaliteit (ITK) Rijkshuisvesting

Dit betreft het gewogen gemiddelde van de technische conditie van alle gebouwen op een schaal van 1 (nieuwbouw) t/m 6 (extreem slecht). Deze conditie wordt medebepaald door de staat van het onderhoud en (vervangings)investeringen. Op grond van voorraadoverwegingen (o.a. is een pand wel/niet strategisch, blijft het wel/niet in de voorraad) worden economische afwegingen gemaakt over het uitvoeren van onderhoud en investeringen. Voor een deel van de (niet-strategische) voorraad wordt dan een lagere ITK-score geaccepteerd.

Doelmatigheid verkoop vastgoed

Doelstelling is objecten te verkopen tegen tenminste de voorgecalculeerde bedragen die in een businesscase waren opgenomen.

Projecten binnen budget gerealiseerd

Met een norm van 85% is het doel om het overgrote deel van de projecten binnen het afgesproken budget uit te voeren. De ervaring leert dat het prognosticeren van de kosten van vastgoedprojecten niet eenvoudig is, onder meer omdat de uitkomsten van aanbestedingen zich lastig laten voorspellen. Daarnaast kunnen tijdens de uitvoering van de projecten tegenvallers aan het licht komen.

Projecten tijdig gerealiseerd

De norm voor het percentage projecten tijdig gerealiseerd is sinds 2016 getegen van 80% tot 85%. Deze norm houdt concreet in dat minder dan 15% van de projecten later wordt opgeleverd dan met de opdrachtgever is afgesproken. Een deel van de projecten kan vertragen doordat tijdens de uitvoering knelpunten aan het licht komen waar vooraf geen rekening mee is gehouden.

Productiviteit

De productiviteit geeft inzicht in de sturing op directe uren. Hoe meer directe uren worden ingezet, ofwel hoe minder indirecte/overige, hoe beter wordt gepresteerd.

Voorraad beheerde Defensieobjecten in 1.000 m2 BVO

De Defensieobjecten worden door het RVB onderhouden (instandhouding). Defensie voorziet de komende jaren een kleine krimp in haar portefeuille. Het voorgenomen Strategisch Vastgoedplan Defensie kan daarmee de komende jaren nog effect hebben op de nu opgenomen meerjarige reeks.

Regiotarief

Voor de kantoorhuisvesting worden jaarlijks drie regiotarieven vastgesteld: voor Den Haag, voor de rest van de Randstad en voor overig Nederland. Het cijfer voor 2023 geeft een indicatie van het gemiddelde tarief per vierkante meter voor komend jaar. Omdat de tarieven tot op heden worden geënt op basis van een vijfjaars-gemiddelde en nu nog onvoldoende inschatting kan worden gemaakt van onder meer de ontwikkelingen na 2027 en de prijsstijgingen als gevolg van inflatie, wordt alleen een verwacht tarief voor 2023 gepresenteerd. Het definitieve tarief wordt ultimo 2022 vastgesteld.

Normatieve tariefcomponenten

Naast de werkelijke gebouwgebonden investeringskosten van rente en afschrijving, bevat het regiotarief ook een viertal normatieve tariefcomponenten per m2. Dit zijn de apparaatskosten, onderhoud, energielasten en heffingen. De hier gepresenteerde cijfers over 2023 bevatten de verwachte kosten per vierkante meter.

Uurtarieven

Voor alle producten uit de Producten Diensten Catalogus waarvoor het RVB de dienstverlening levert, geldt een uurtarief. Het gemiddelde uurtarief van het RVB is in 2022 vastgesteld op € 123,-. De afspraken die zijn gemaakt in de nieuwe CAO Rijk 2022-2024 zijn, net als de prijsontwikkeling van de overige materiële kosten, verwerkt in de kosten voor 2023. De verwachting is dat de tarieven conform de CPI zullen stijgen in 2023. Op basis van de CPI juni stijgen de tarieven naar € 134,-. Deze zullen uiteindelijk nog worden aangepast naar de CPI augustus. Ook voor het uurtarief geldt namelijk dat deze nog definitief moet worden vastgesteld ultimo 2022.

Productie RVB

De verwachte stijging in de opgave voor ingebruikgeving ten opzichte van 2022 heeft betrekking op rente en afschrijvingen van DBFMO die is meegenomen in de begroting. In de opgave voor projectrealisatie is rekening gehouden met lopend werk, verwachte aankopen en de investeringen in pachtboerderijen.

Tabel 62 Productie RVB (bedragen x € 1.000)
 

Stand Slotwet 2021

Vastgestelde begroting 2022

2023

2024

2025

2026

2027

Ingebruikgeving

660.222

440.135

752.219

752.083

746.187

735.491

755.134

Onderhoud

404.169

477.092

438.423

404.423

400.423

395.423

392.423

Project realisatie

941.032

1.155.710

1.243.458

1.067.981

1.059.645

926.291

921.947

Verkoop

161.000

97.623

74.178

56.883

62.305

62.832

63.359

Expertise en Advies

174.021

128.751

145.329

140.115

139.130

139.388

137.360

        

Totaal productie

2.340.444

2.299.311

2.653.608

2.421.484

2.407.690

2.259.424

2.270.223

5.8 Dienst van de Huurcommissie (DHC)

Inleiding

Het werkterrein van de Huurcommissie wordt voor het grootste deel gevormd door het gereguleerde deel van de markt voor huurwoonruimte. Als huurders en verhuurders een geschil hebben en er onderling niet uitkomen, dan doet de Huurcommissie op verzoek van de huurder of de verhuurder een uitspraak in geschillen over de hoogte van huurprijzen en servicekosten. De Huurcommissie beslecht ook geschillen in het kader van de Wet op het overleg huurders verhuurder (Wohv) en geschillen die voortvloeien uit klachten van de huurder over het handelen of nalaten van de verhuurder bij de producten en diensten die hij aan de huurder levert.

Het Zelfstandig Bestuursorgaan (ZBO) Huurcommissie (zonder eigen rechtspersoonlijkheid) wordt ondersteund door het agentschap de Dienst van de Huurcommissie (DHC). Voor de huurders en verhuurders presenteert de Huurcommissie zich als één landelijk opererende, onpartijdige en toegankelijke organisatie. Door de verwevenheid van het ZBO met DHC worden de kosten van het ZBO in de begroting van de Dienst van de Huurcommissie verwerkt.

De Huurcommissie is continu gericht op verbetermogelijkheden bij de uitvoering van haar taken: het binnen gestelde termijn beslechten van geschillen tussen huurder en verhuurder. Het gaat daarbij om verbeteringen in de dienstverlening aan huurders en verhuurders, en verbeteringen in de bedrijfsvoering. De Huurcommissie speelt flexibel in op wijzigingen in het aantal en soort informatievragen, veranderingen in de samenleving, het aantal en soort geschillen en op wijzigingen in de huurprijswet- en regelgeving. Uitgangspunt bij deze verbeteringen is het kader van de wet- en regelgeving van het huurprijsbeleid en de Rijksbrede ontwikkelingen die bij alle uitvoeringsorganisaties spelen.

Daarnaast is de Huurcommissie officieel buitengerechtelijke geschillenbeslechter in de zin van de Implementatiewet buitengerechtelijke geschillenbeslechting consumenten (ofwel een Europese Alternative Dispute Resolution (ADR) instantie). De Huurcommissie voldoet aan de eisen die aan zo’n geschillenbeslechter – in dit geval voor huurprijsgeschillen – worden gesteld.

Ook de dienstverlening van de Huurcommissie wordt continu verbeterd. Prioriteit van de Huurcommissie is daarom gelegen in de activiteiten die worden ondernomen in het kader van het traject Werken aan Uitvoering (WaU) gericht op een betere dienstverlening richting burgers en bedrijven, de huurders en verhuurders. Hiervoor zijn extra middelen voor ontvangen in het kader van de WaU. De belangrijkste activiteiten in dit kader zijn:

  • de verdere uitrol van het nieuwe ICT systeem met inzagefunctionaliteit. Het systeem moet leiden tot een intern efficiënter werkproces. En het aanwezige klantportaal moet leiden tot een meer inzichtelijke geschilbeslechting, huurders en verhuurders kunnen hiermee hun eigen dossier inzien. Deze functionaliteit zal in 2023 verder worden uitgebreid;

  • De verdere vormgeving van het nieuwe klantcontactcentrum. Focus van dit centrum is een adequate informatieverschaffing en daarmee het borgen van de nabijheid van de Huurcommissie. Ook zonder lopend geschil kan contact worden opgenomen met de Huurcommissie;

  • Het tezamen met de beleidsdirectie van het ministerie van BZK uitwerken van het Coalitieakkoord in eventuele nieuwe wet- en regelgeving. Deze zijn gelegen in een mogelijke uitbreiding van taken en een uitbreiding van het domein richting middenhuur.

Instroom en productie

Uit een extern onderzoek is naar voren gekomen dat de instroom sterk samenhangt met inflatie, de huurverhoging, economische groei, werkloosheid en de introductie van nieuwe wetgeving (bijlage bij Kamerstukken II 2020/2021, 27926, nr. 338). De huidige economische omstandigheden met een hoge inflatie en oplopende rentestand leidt ertoe dat in 2023 duidelijk meer instroom te verwachten is. Hier zal de Huurcommissie zich op voorbereiden door een verdere verambtelijking van externe inhuur en de live-gang van het nieuwe zaaksysteem. Dit laat onverlet dat de piekbelasting in 2023 wordt opgevangen door externen.

Eind 2022 kan aan de hand van de dan geldende data en inzichten een juiste inschatting gemaakt worden van de te verwachte instroom in 2023. Ook is dan een nieuw normtijdenonderzoek vormgegeven op basis waarvan het kostprijsmodel van de Huurcommissie kan worden herijkt. Op basis van deze informatie wordt de offerte van het uitvoeringsjaar 2023 vormgegeven en verwerkt in de eerste suppletoire begroting. De meerjarige financiële doorvertaling hiervan zal zijn plek krijgen in de begroting van 2024.

Wetswijzigingen 2023

In 2023 wordt volgens planning het wetsvoorstel goed verhuurderschap van kracht. Daarmee krijgen gemeenten onder meer de mogelijkheid om een gebiedsgerichte verhuurdervergunning te introduceren om malafide verhuurderschap te voorkomen en tegen te gaan. Gemeenten kunnen daarbij de Huurcommissie gaan vragen om verklaringen hiertoe af te geven.

Naast de afschaffing van de verhuurderheffing in 2023 zal ook de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte worden gewijzigd. De in die wet vastgelegde maximering van de jaarlijkse huurverhoging voor vrije sectorwoningen zal per 1 januari 2023 worden vervangen door een bij ministeriële regeling vast te stellen maximering. Tenslotte worden in dit jaar de voorbereidingen getroffen voor het wetsvoorstel waarmee huurders in de middenhuursector toegang krijgen tot de Huurcommissie en andere wet- en regelgeving die zal voortvloeien uit het Coalitieakkoord en/of de Nationale Bouw- en Woonagenda. Dit zal naar verwachting in de jaren 2024 en verder leiden tot wetswijzigingen.

Staat van baten en lasten

Tabel 63 Begroting van baten-lastenagentschap DHC voor het jaar 2023 (bedragen x € 1.000)
 

Stand Slotwet 2021

Vastgestelde begroting 2022

2023

2024

2025

2026

2027

Baten

       

- Omzet

17.170

19.060

18.229

18.026

18.026

17.524

17.518

waarvan omzet moederdepartement

9.697

11.896

8.715

8.688

8.688

8.436

8.430

waarvan omzet overige departementen

0

0

0

0

0

0

0

waarvan omzet derden

7.473

7.164

9.514

9.338

9.338

9.088

9.088

Rentebaten

0

0

0

0

0

0

0

Vrijval voorzieningen

768

0

0

0

0

0

0

Bijzondere baten

8

0

0

0

0

0

0

        

Totaal baten

17.946

19.060

18.229

18.026

18.026

17.524

17.518

        

Lasten

       

Apparaatskosten

17.713

19.027

18.130

17.952

17.984

17.458

17.452

- Personele kosten

14.401

14.750

14.881

14.703

14.735

14.209

14.203

waarvan eigen personeel

7.864

8.800

10.588

10.692

10.893

10.541

10.535

waarvan inhuur externen

6.152

5.400

3.643

3.361

3.192

3.018

3.018

waarvan overige personele kosten

385

550

650

650

650

650

650

- Materiële kosten

3.312

4.277

3.249

3.249

3.249

3.249

3.249

waarvan apparaat ICT

1.139

2.030

1.110

1.110

1.110

1.110

1.110

waarvan bijdrage aan SSO's

0

0

0

0

0

0

0

waarvan overige materiële kosten

2.173

2.247

2.139

2.139

2.139

2.139

2.139

Rentelasten

0

0

0

0

0

0

0

Afschrijvingskosten

62

33

99

74

42

66

66

- Materieel

62

33

99

74

42

66

66

waarvan apparaat ICT

54

33

93

68

36

55

55

waarvan overige materiële afschrijvingskosten

8

0

6

6

6

11

11

- Immaterieel

0

0

0

0

0

0

0

Overige lasten

871

0

0

0

0

0

0

waarvan dotaties voorzieningen

46

0

0

0

0

0

0

waarvan bijzondere lasten

825

0

0

0

0

0

0

        

Totaal lasten

18.646

19.060

18.229

18.026

18.026

17.524

17.518

        

Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening

‒ 700

0

0

0

0

0

0

Agentschapsdeel Vpb-lasten

0

0

0

0

0

0

0

Saldo van baten en lasten

‒ 700

0

0

0

0

0

0

Toelichting

Baten

Omzet

De verwachte productie voor 2023 zal worden afgestemd op de te verwachte instroom in het uitvoeringsjaar. Doelstelling is het behouden van een acceptabele werkvoorraad waarmee de doorlooptijden kunnen worden gehaald. De behandeltermijn van een geschil is maximaal vier maanden. Een acceptabele werkvoorraad wordt dus gezien als de instroom van de laatste vier maanden met een evenwichtige verdeling tussen de verschillende fasen in het proces.

Omzet moederdepartement

De reeks bedragen voor omzet moederdepartement in de jaren 2023 ‒ 2027 heeft betrekking op de bekostiging van de Huurcommissie ten laste van artikel 3 Woningmarkt van de ontwerpbegroting 2023 van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Omzet derden

Deze baten betreffen in de eerste plaats de legesopbrengsten die gebaseerd zijn op de veroordeling door de Huurcommissie van geschilpartijen tot vergoeding aan de Staat. Hiervoor is circa € 1 mln. geraamd.

Verhuurders dragen bij aan de kosten van de Huurcommissie. Bij de introductie van deze verhuurderbijdrage in de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte is als uitgangspunt genomen dat verhuurders en het Rijk op termijn een gelijke bijdrage zouden leveren. In de afgelopen jaren is de Rijksbijdrage echter sterk gestegen zonder dat de verhuurderbijdrage hierop is aangepast. Gezien de opgave waarvoor de Huurcommissie is gesteld in 2023 en latere jaren wordt deze bijdrage nu weer in lijn gebracht aan de geraamde bijdrage van het Rijk.

Met ingang van het jaar 2023 wordt de verhuurdersheffing afgeschaft. De gegevens van deze heffing vormen de grondslag van de verhuurderbijdrage het jaar erop volgend. De verhuurderbijdrage wordt dus in 2023 voor het laatste geïnd op basis van de gegevens van de verhuurderheffing. Naar een nieuwe grondslag wordt gezocht om de bijdrage van de verhuurders ook in latere jaren plaats te kunnen laten vinden.

Lasten

Apparaatskosten

De apparaatskosten betreffen zowel de Dienst van de Huurcommissie als de salarissen en vergoedingen van het ZBO Huurcommissie en de Raad van Advies.

Personele kosten

De personele kosten betreffen de salarissen van de vaste medewerkers van de Dienst van de Huurcommissie en het ZBO Huurcommissie en de inhuur van externe medewerkers. Aan de hand van de productieraming die ultimo 2022 wordt opgesteld en die uitmondt in de offerte 2023 wordt de inzet nader bepaald.

Afschrijvingskosten

De afschrijvingskosten zijn conform de door de Minister van Financiën voorgeschreven afschrijvingstermijnen. Afgeschreven wordt op ICT-middelen en kantoorinventaris.

Saldo van baten en lasten

Net als in 2022 wordt een saldo van baten en lasten geraamd van nul. De doelstelling is een sluitende begroting.

Kasstroomoverzicht

Tabel 64 Kasstroomoverzicht van baten-lastenagentschap DHC over het jaar 2023 (bedragen x € 1.000)
  

Stand Slotwet 2021

Vastgestelde begroting 2022

2023

2024

2025

2026

2027

1.

Rekening courant RHB 1 januari +  depositorekeningen

3.323

2.504

2.696

2.730

2.739

2.716

2.713

 

+/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom

18.389

19.060

18.229

18.026

18.026

17.524

17.518

 

-/- totaal uitgaven operationele kasstroom

‒ 18.618

‒ 19.027

‒ 18.130

‒ 17.952

‒ 17.984

‒ 17.458

‒ 17.452

2.

Totaal operationele kasstroom

‒ 229

33

99

74

42

66

66

 

-/- totaal investeringen

‒ 157

0

‒ 65

‒ 65

‒ 65

‒ 69

‒ 65

 

+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen

0

0

0

0

0

0

0

3.

Totaal investeringskasstroom

‒ 157

0

‒ 65

‒ 65

‒ 65

‒ 69

‒ 65

 

-/- eenmalige uitkering aan moederdepartement

‒ 433

0

0

0

0

0

0

 

+/+ eenmalige storting door moederdepartement

0

159

0

0

0

0

0

 

-/- aflossingen op leningen

0

0

0

0

0

0

0

 

+/+ beroep op leenfaciliteit

0

0

0

0

0

0

0

4.

Totaal financieringskasstroom

‒ 433

159

0

0

0

0

0

5.

Rekening courant RHB 31 december + stand  depositorekeningen (=1+2+3+4)

2.504

2.696

2.730

2.739

2.716

2.713

2.714

Toelichting

De operationele kasstroom in 2023 zal ten tijde van de eerste suppletoire begroting 2023 naar boven worden aangepast aan de dan overeengekomen opdracht van dat jaar. De nieuwe verantwoordingswijze van de door BZK gefinancierde bedrijfsvoeringsactiviteiten leidt tot een meer inzichtelijke investeringskasstroom en daarmee een beter beeld.

Overzicht doelmatigheidsindicatoren

Tabel 65 Overzicht doelmatigheidsindicatoren DHC
 

Stand Slotwet 2021

Vastgestelde begroting 2022

2023

2024

2025

2026

2027

Omschrijving Generiek Deel

       
        

Gemiddeld integraal tarief per geschil

€ 1.115

€ 1.217

€ 1.224

€ 1.244

€ 1.227

€ 1.193

€ 1.192

FTE-totaal (excl. externe inhuur)

91

97

104

104

104

104

104

Saldo van baten en lasten (%)

‒ 4,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

        

Productie per zaaksoort

       

Huurprijsgeschillen

7.770

5.660

5.434

6.234

6.234

6.234

6.234

Servicekostengeschillen

5.030

3.250

3.306

3.261

3.261

3.261

3.261

Huurverhogingsgeschillen1

491

5.570

5.342

3.792

3.792

3.792

3.792

Overige geschillen

533

400

415

405

405

405

405

Verzet

2.792

2.500

1.550

1.055

1.055

1.055

1.055

Verklaringen goed verhuurderschap

  

400

800

1.000

1.000

1.000

Totaal

16.616

17.380

16.447

15.547

15.747

15.747

15.747

        

Omschrijving Specifiek Deel

       

% Huurpijsgeschillen afgerond binnen 4 maanden

30%

> 60%

> 80%

> 80%

> 80%

> 80%

> 80%

% Servicekostengeschillen afgerond binnen 4 maanden

21%

> 60%

> 80%

> 80%

> 80%

> 80%

> 80%

% Huurverhogingsgeschillen afgerond binnen 4 maanden

29%

> 60%

> 80%

> 80%

> 80%

> 80%

> 80%

% Wohv-geschillen afgerond binnen 4 maanden

79%

> 90%

> 90%

> 90%

> 90%

> 90%

> 90%

% ADR-geschillen afgerond binnen 90 dagen

59%

> 90%

> 90%

> 90%

> 90%

> 90%

> 90%

Doorlichting uitgevoerd c.q. gepland in

 

2022

     

Toelichting

Generiek deel

Fte-totaal

In 2022 is de verhouding tussen vast en extern personeel meer in balans gekomen. Hierdoor blijft kennis langer behouden voor de Huurcommissie en dit zorgt voor meer stabiliteit binnen de organisatie. Een proces van continue werving is opgestart om de bemensing op niveau te houden.

Productie per dienst

Sinds eind 2020 is de Huurcommissie gestart met het doen van kennelijke voorzittersuitspraken. Een kennelijke voorzittersuitspraak is mogelijk als over de uitkomst van een zaak geen twijfel bestaat. Hierdoor hoeft het geschil niet op zitting te komen en kan daarmee snel binnen de wettelijke doorlooptijd worden afgewikkeld. Bij de toepassing van kennelijke voorzittersuitspraken zijn de belangen van huurder en verhuurder goed gewaarborgd door de mogelijkheid van kosteloos verzet. In het jaar 2023 wordt dit verzet, net als in 2022, nauwkeurig gevolgd. Mutaties in de ramingen genoemd bij de triggers voor de instroom van geschillen zijn bepalend voor het wel of niet behalen van de productiedoelstellingen in 2022.

Specifiek deel

Doorlooptijden

De Huurcommissie werkt met twee verschillende doorlooptijden. In de eerste plaats de doorlooptijd voor de hele procedure, gebaseerd op de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte. Deze telt vanaf het moment dat de verzoeker het voorschot op de leges heeft betaald tot en met het moment waarop de uitspraak wordt verstuurd.

In de tweede plaats de doorlooptijd van ADR-geschillen, zoals de Implementatiewet voor buitengerechtelijke geschillenbeslechting consumenten voorschrijft. Deze telt vanaf het moment dat het dossier van een zaak compleet is.

Voor de geschilbeslechting op basis van de Wet op het overleg huurders verhuurder geldt een wettelijke termijn van acht weken, met de mogelijkheid om indien nodig gemotiveerd een langere doorlooptijd te hanteren. De ervaringen met de Wohv-geschillen leren dat partijen hechten aan overleg onder toezicht van de Huurcommissie in de wetenschap dat dit overleg in de praktijk meer tijd vergt dan de termijn van acht weken die er voor staat. Om deze reden is als streeftermijn (voor 90% van de Wohv-geschillen) vier maanden geformuleerd.

6. Bijlagen

Bijlage 1: ZBO's en RWT's

Tabel 66 Overzicht Zelfstandige Bestuursorganen en Rechtspersonen met een Wettelijke Taak (vallend onder het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties)

Naam organisatie

ZBO/RWT

Begrotingsartikel

Begrotingsramingen(bedragen x € 1.000)

Uitgevoerde evaluatie ZBO onder Kaderwet

Volgende evaluatie ZBO

Huis voor klokkenluiders

ZBO

artikel 11

5.205

N.v.t.1

2025

Kadaster (basisregistraties)

ZBO

artikel 5

80.353

2020

2025

Huurcommissie

ZBO

artikel 3

8.715

2014

2022

Stichting Administratie Indonesische Pensioenen (SAIP)

RWT en ZBO

artikel 7

6.338

N.v.t.2

N.v.t.

Toelatingsorganisatie Kwaliteitsborging Bouw

ZBO

artikel 11

2.674

N.v.t.3

2025

Stichting Visitatie Woningcorporaties Nederland

ZBO

artikel 3

 

2019

2024

Keuringsinstanties Bouwproducten

ZBO

artikel 11

 

N.v.t.

N.v.t.

X Noot
1

Het Huis voor klokkenluiders bestaat sinds 2016.

X Noot
2

De SAIP valt niet onder de kaderwet ZBO's.

X Noot
3

De Toelatingsorganisatie Kwaliteitsborging Bouw bestaat sinds 1 sept 2021.

Tabel 67 Overzicht Zelfstandige Bestuursorganen en Rechtspersonen met een Wettelijke Taak (vallend onder andere ministeries)

Naam organisatie

Ministerie

ZBO/RWT

Begrotingsartikel

Begrotingsramingen(bedragen x € 1.000)

Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek

OCW

ZBO

artikel 1

25

Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)

EZK

ZBO

artikel 1, 3, 6

4.665

Kamer van Koophandel (KvK)

EZK

ZBO

artikel 6

5.410

Rijksdienst wegverkeer (RDW)

IenW

ZBO

artikel 6

20.950

Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV)

SZW

ZBO

artikel 6

200

Bijlage 2: Specifieke uitkeringen

Als het Rijk bijdragen onder voorwaarden ten behoeve van een bepaald openbaar belang aan provincies en gemeenten verstrekt, is op basis van artikel 15a lid 1 Financiële-verhoudingswet sprake van een specifieke uitkering. Hieronder een overzicht met de specifieke uitkeringen en voornemens tot specifieke uitkeringen. De voornemens worden aangeduid met een «V» onder het kopje SiSa nummer (Single information Single audit).

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII)

Tabel 68 Specifieke uitkeringen (bedragen x 1 mln.)

SiSa nr.

Onderdeel

Toelichting

2022

2023

2024

2025

2026

2027

V

Naam

Groeiopgave Almere

8,9

8,9

8,9

8,9

8,9

8,9

 

Korte duiding

Almere ontvangt deze uitkering in verband met de uitzonderlijke groeikosten van Almere. De uitkering is gebaseerd op de Uitvoeringsovereenkomst Almere 2.0.

      
 

Juridische grondslag

Regeling specifieke uitkering groeiopgave Almere

      
 

Maatschappelijke effecten

Het doel van de uitkering is om de gemeente Almere in staat te stellen om haar bijdrage aan de gemaakte groeiafspraken te leveren.

      
 

Ontvangende partijen

Gemeente Almere

      
 

Artikel

1 Openbaar bestuur en democratie

      
         

C62

Naam

Kwijtschelden publieke schulden

160,0

70,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Korte duiding

Het betreft de verstrekking van een specifieke uitkering aan gemeenten voor de derving van inkomsten en bekostiging van de kwijtschelding van gemeentelijke belastingen van gedupeerden door de toeslagenaffaire.

      
 

Juridische grondslag

Regeling specifieke uitkering kwijtschelding gemeentelijke belastingen

      
 

Maatschappelijke effecten

Het doel van het kwijtschelden van publieke schulden zorgt ervoor dat gedupeerden van de toeslagenaffaire in staat worden gesteld om meer financieel zelfredzaam te worden. Daarbij zal het ook een positief effect hebben op het psychisch welbevinden van de gedupeerden.

      
 

Ontvangende partijen

Gemeenten

      
 

Artikel

1 Openbaar bestuur en democratie

      
         

C52

Naam

Pakket ‘Wind in de zeilen’: Fiche1K Ontvlechten Evides en PZEM

6,25

1,25

1,25

1,25

0,0

0,0

 

Korte duiding

Als onderdeel van het pakket «Wind in de zeilen» ondersteunt de Rijksoverheid de provincie Zeeland (en hiermee indirect alle Zeeuwse aandeelhouders en dus de Zeeuwse overheden) bij de ontvlechting van drinkwaterbedrijf Evides.

      
 

Juridische grondslag

Begrotingswet ogv 17 lid 2 Fvw. jo. 4:23 lid 3 onder c Awb.

      
 

Maatschappelijke effecten

Het pakket aan maatregelen heeft als doel om te investeren in de kracht en kansen van Vlissingen en Zeeland en de randvoorwaarden te scheppen voor een nog beter vestigingsklimaat in de regio.

      
 

Ontvangende partijen

provincie Zeeland

      
 

Artikel

1 Openbaar bestuur en democratie

      
         

V

Naam

Huisvesting aandachtsgroepen

40,0

40,0

10,0

10,0

0,0

0,0

 

Korte duiding

Realisatie van woonruimten voor aandachtsgroepen

      
 

Juridische grondslag

Regeling meerjarige specifieke uitkeringen tbv realisatie van woonruimten voor aandachtsgroepen

      
 

Maatschappelijke effecten

Deze uitkering stelt gemeenten in staat om huisvesting te realiseren voor onder andere mensen met sociale en/of medische urgentie (onder wie mensen die dak- en thuisloos zijn of dreigen te worden), statushouders, mensen die uitstromen vanuit een intramurale situatie, arbeidsmigranten, uitwonende studenten en woonwagenbewoners.

      
 

Ontvangende partijen

Gemeenten

      
 

Artikel

3. Woningmarkt

      
         

C9

Naam

Woningbouwimpuls

360,0

221,9

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Korte duiding

Deze uitkering stelt gemeenten in staat om de woningbouw te versnellen; het vergroot het aantal nieuwbouwwoningen; maakt woningen betaalbaar en zorgt dat dat de woningbouwlocaties geschikt worden gemaakt.

      
 

Juridische grondslag

Regeling Woningbouwimpuls

      
 

Maatschappelijke effecten

Versnellen van woningbouw

      
 

Ontvangende partijen

Gemeenten

      
 

Artikel

3. Woningmarkt

      
         

V

Naam

Flexpoolregeling

40,0

0,0

40,0

0,0

0,0

0,0

 

Korte duiding

Deze uitkering zorgt voor bundeling van flexibele inzet van expertise en capaciteit die in de provincies, gemeenten of bij waterschappen worden ingezet ter bevordering van de snelheid in de voorfase van de woningbouw.

      
 

Juridische grondslag

Regeling specifieke uitkeringen flexibele inzet ondersteuning woningbouw

      
 

Maatschappelijke effecten

Versnellen van woningbouw

      
 

Ontvangende partijen

Provincies

      
 

Artikel

3. Woningmarkt

      
         

V

Naam

Volkshuisvestingsfonds

0,0

142,5

142,5

142,5

142,5

0,0

 

Korte duiding

Verbetering leefbaarheid en verduurzaming woningvoorraad

      
 

Juridische grondslag

Regeling Volkshuivestingsfonds

      
 

Maatschappelijke effecten

Deze uitkering draagt bij aan verbetering van de leefbaarbeid en verduurzaming van de woningvoorraad in de meest kwetsbare gebieden van gemeenten.

      
 

Ontvangende partijen

Gemeenten

      
 

Artikel

3. Woningmarkt

      
         

V

Naam

Ouderenhuisvesting

20,0

18,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Korte duiding

Vergroten woonanbod voor ouderen.

      
 

Juridische grondslag

Stimuleringsregeling ontmoetingsruimten in ouderenhuisvesting (SOO)

      
 

Maatschappelijke effecten

Deze uitkering draagt bij aan vergroting van het woningaanbod voor ouderen

      
 

Ontvangende partijen

Gemeenten

      
 

Artikel

3.Woningmarkt

      
         

V

Naam

Grootschalige woningbouwlocatie

0,0

475,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Korte duiding

Deze uitkering is bestemd voor brede gebiedsontwikkeling voor woningbouw

      
 

Juridische grondslag

Regeling moet nog worden vormgeven. (zie kamerbrief 2021D42104)

      
 

Maatschappelijke effecten

Deze uitkering draagt bij aan het vergroten van het aantal nieuwbouwwoningen

      
 

Ontvangende partijen

Gemeente

      
 

Artikel

3. Woningmarkt

      
         

V

Naam

Ontzorgingsprogramma maatschappelijk vastgoed tranche II

0,0

17,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Korte duiding

Kwaliteitsimpuls stationsomgevingen.

      
 

Juridische grondslag

Regeling specifieke uitkering ontzorgingsprogramma maatschappelijk vastgoed tranche II

      
 

Maatschappelijke effecten

Dit programma stimuleert CO2-reductie. CO2-reductie heeft positieve gevolgen zoals het tegengaan van klimaatverandering en het verschonen van de leefomgeving. Ook verbetert het de waarde van het maatschappelijk vastgoed in Nederland.

      
 

Ontvangende partijen

Provincies

      
 

Artikel

4. Energietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteit

      
         

C55

Naam

Aanpak energiearmoede en Nationaal isolatie programma

359,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Korte duiding

Ondersteuning huishoudens met laag besteedbaar inkomen en hoge energielasten.

      
 

Juridische grondslag

Eerste suppletoire wet, begrotingsartikel 4, eenmalig en de Financiele verhoudingswet, artikel 17, lid 1

      
 

Maatschappelijke effecten

Dez uitkering draagt bij met het bestrijden van energiearmoede en het versnellen van de isolatie van woningen.

      
 

Ontvangende partijen

Gemeenten

      
 

Artikel

4. Energietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteit

      
         
 

Naam

Lokale aanpak nationaal isolatie programma

0,0

100,0

40,5

0,0

0,0

0,0

 

Korte duiding

Lokale aanpak, isoleren van koopwoningen samen met gemeenten.

      
 

Juridische grondslag

SPUK en grondslag zijn voornemen.

      
 

Maatschappelijke effecten

Deze uitkering draagt bij aan de aanpak van energetisch slechte woningen.

      
 

Ontvangende partijen

Gemeenten

      
 

Artikel

4. Energietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteit

      
         

V

Naam

Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie (NPLW)

0,0

9,0

9,0

9,0

0,0

0,0

 

Korte duiding

Het NPLW is een interbestuurlijk programma van het Rijk, VNG en IPO en ondersteunt gemeenten bij de lokale warmtetransitie doorkennis en expertise beschikbaar te stellen over het vormgeven en uitvoeren van de lokale warmtetransitie.

      
 

Juridische grondslag

SPUK en grondslag zijn voornemen

      
 

Maatschappelijke effecten

Deze uitkering draagt bij aan de deling van kennis en expertise met gemeenten om te voldoen aan de doelstellingen van het Klimaatakkoord.

      
 

Ontvangende partijen

Gemeenten

      
 

Artikel

4. Energietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteit

      
         

V

Naam

Nationaal Isolatieprogramma (NIP)

4,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Korte duiding

Nationaal Isolatieprogramma / Natuurinclusieve aanpak/soortenbescherming

      
 

Juridische grondslag

SPUK en grondslag zijn voornemen

      
 

Maatschappelijke effecten

Deze uitkering draagt bij aan een natuur inclusieve aanpak gericht op soortenbescherming. Deze uitkering is randvoorwaardelijk voor het Nationaal Isolatieprogramma. De aanpak wordt samen met het ministerie van LNV ontwikkeld.

      
 

Ontvangende partijen

Provincies

      
 

Artikel

4. Energietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteit

      
         

C72

Naam

Derde ronde proeftuinen van het programma aardgasvrije wijken

62,6

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Korte duiding

Toepassen van een wijkgerichte aanpak die gericht is op het aardgasvrij maken van gebouwen, of op het met behulp van een stapsgewijze aanpak gereed maken van gebouwen voor aansluiting op een duurzame warmtebron.

      
 

Juridische grondslag

Regeling specifieke uitkering voor de derde ronde proeftuinen van het programma aardgasvrije wijken.

      
 

Maatschappelijke effecten

Gericht op de verduurzaming van bestaande woningen en andere gebouwen stelt deze uitkering gemeenten in staat om kennis op te doen hoe de wijkgerichte aanpak kan worden ingericht en opgeschaald.

      
 

Ontvangende partijen

Gemeenten

      
 

Artikel

4. Energietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteit

      
         

C12

Naam

Nieuwe Sleutelprojecten (NSP)

0,0

4,9

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Korte duiding

Kwaliteitsimpuls stationsomgevingen.

      
 

Juridische grondslag

Wet ruimtelijke ordeningBesluit ruimtelijke ordening

      
 

Maatschappelijke effecten

Door deel te nemen aan de NSP kan deze uitkering een bijdrage leveren aan de verbetering van de kwaliteit, leefbaarheid en sociale veiligheid nabij stations en binnensteden.

      
 

Ontvangende partijen

Gemeente Breda

      
 

Artikel

5. Ruimtelijke ordening en Omgevingswet

      
         

C25

Naam

Budget Investeringen Ruimtelijke Kwaliteit (BIRK)

0,0

0,0

3,3

0,0

0,0

0,0

 

Korte duiding

Regeling voor versterking van ruimtelijke kwaliteit in stedelijke centra of stedelijke gebieden.

      
 

Juridische grondslag

Beleidsregeling Subsidies Budget Investeringen Ruimtelijke Kwaliteit

      
 

Maatschappelijke effecten

Deze uitkering draagt bij aan de bevordering van de ruimtelijke kwaliteit in stedelijke centra of stedelijke gebieden.

      
 

Ontvangende partijen

Gemeenten

      
 

Artikel

5. Ruimtelijke ordening en Omgevingswet

      
         

Totaal

  

1.060,8

1.108,5

255,5

171,7

151,4

8,9

Bijlage 3: Verdiepingsbijlage

Beleidsartikel 1. Openbaar bestuur en democratie

Uitgaven

Tabel 69 Uitgaven beleidsartikel 1. Openbaar bestuur en democratie (bedragen x € 1.000)
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Stand ontwerpbegroting 2022

86.576

78.545

78.620

70.291

70.777

Mutatie nota van wijziging 20221

10.000

0

0

0

0

       

Mutatie eerste suppletoire begroting 2022

‒ 9.066

14.947

19.079

11.535

11.500

11.500

Extrapolatie

70.777

       

Nieuwe mutaties

19.752

301.053

15.180

15.348

14.119

12.119

Waarvan:

      

1) Regio Deals vierde tranche

0

284.200

0

0

0

0

2) Bestuurlijke weerbaarheid

6.100

6.100

6.100

6.100

6.100

6.100

3) City Deal Zicht op Ondermijning

3.500

3.500

3.500

3.500

3.500

3.500

4) Regio Deals organisatiekosten

1.200

1.200

1.200

1.200

0

0

5) Programma Nationaal Leefbaarheid en Veiligheid

0

2.000

2.000

2.000

2.000

0

6) Specifieke uitkering bevolkingsdaling

11.245

0

0

0

0

0

7) Impuls weerbaarheid

‒ 4.800

0

0

0

0

0

8) Loon- en prijsbijstelling tranche 2022

2.919

4.123

2.455

2.222

2.202

2.202

       

Stand ontwerpbegroting 2023

107.262

394.545

112.879

97.174

96.396

94.396

X Noot
1

nota van wijziging op de ontwerpbegroting 2022 (Kamerstukken II 2021/22, 35925 VII, nr. 50).

Toelichting

1. Regio Deals vierde tranche

Naar aanleiding van het Coalitieakoord (CA) is voor 2023 een bedrag van € 284,2 mln. in de begroting opgenomen voor het afsluiten van de nieuwe Regio Deals vierde tranche. De middelen zijn vanuit de Aanvullende Post bij het Ministerie van Financien naar de begroting van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) overgeheveld.

2. Bestuurlijke weerbaarheid

In de bestrijding van ondermijning worden voor het versterken van bestuurlijke weerbaarheid, middelen structureel overgeheveld van de begroting van Justitie en Veiligheid (VI) naar de begroting van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII). Het betreft middelen die in het kader van het tegengaan van ondermijning bij de Miljoenennota 2022 beschikbaar zijn gekomen.

3. City Deal Zicht op Ondermijning

In de bestrijding van ondermijning worden voor de City Deal Zicht op Ondermijning, middelen structureel overgeheveld van de begroting van Justitie en Veiligheid (VI) naar de begroting van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII). Het betreft middelen die in het kader van het tegengaan van ondermijning bij de Miljoenennota 2022 beschikbaar zijn gekomen.

4. Regio Deals organisatiekosten

Het betreft een reallocatie van middelen om de organisatiekosten van de Regio Deals op het juiste instrument te verantwoorden.

5. Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid

Dit betreft een reallocatie ten behoeve van het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid vanuit het Volkshuisvestingsfonds van artikel 3 naar artikel 1.

6. Specifieke uitkering bevolkingsdaling

De invoering van het nieuwe verdeelmodel van de algemene uitkering gemeentefonds (B) is uitgesteld tot 2023. Daarom wordt voor 2022 de specifieke uitkering bevolkingsdaling verstrekt. Tot en met 2021 werden deze middelen verstrekt via een decentralisatie-uitkering. Hiervoor zijn middelen overgeheveld vanuit de begroting van het gemeentefonds (B) naar de begroting van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII).

7. Impuls weerbaarheid

BZK verstrekt binnen het programma Weerbaar Bestuur via het Provinciefonds (C) een eenmalige financiële bijdrage van € 0,4 mln. aan iedere provincie (totaal € 4,8 mln.). Met deze bijdragen kunnen de provincies de komende jaren de slagkracht van met name kleinere gemeenten tegen ondermijnende invloeden vergroten.

8. Loon- en prijsbijstelling tranche 2022

Dit betreft de loon- en prijsbijstelling tranche 2022.

Ontvangsten

Tabel 70 Ontvangsten beleidsartikel 1. Openbaar bestuur en democratie (bedragen x € 1000)
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Stand ontwerpbegroting 2022

24.765

24.765

24.765

24.765

24.765

       

Mutatie eerste suppletoire begroting 2022

‒ 10.000

‒ 10.000

‒ 10.000

‒ 10.000

0

0

Extrapolatie

24.765

       

Nieuwe mutaties

291

0

0

0

0

0

       

Stand ontwerpbegroting 2023

15.056

14.765

14.765

14.765

24.765

24.765

Beleidsartikel 2. Nationale Veiligheid

Uitgaven

Tabel 71 Uitgaven beleidsartikel 2. Nationale Veiligheid (bedragen x € 1.000)
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Stand ontwerpbegroting 2022

344.621

347.366

344.992

344.939

344.924

       

Mutatie eerste suppletoire begroting 2022

13.450

39.910

73.434

71.934

71.934

86.351

Extrapolatie

347.224

       

Nieuwe mutaties

21.499

13.071

12.950

11.949

10.934

11.012

Waarvan:

      

1) Nationale Cryptostrategie

5.160

0

0

0

0

0

2) Bedrijfsvoeringskosten

5.000

0

0

0

0

0

3) Infobox Contraterrorisme

1.000

1.000

1.000

1.000

0

0

4) Kasschuif kabelinterceptie

‒ 2.000

1.000

1.000

0

0

0

</