Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-2014nr. 102, item 43

43 Justitiële jeugdinrichtingen

Aan de orde is het VAO Justitiële jeugdinrichtingen (AO d.d. 02/07). 

De voorzitter:

Ik heet wederom van harte welkom de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, die onze hekkensluiter is in de vandaag gelopen marathon. 

Mevrouw Helder (PVV):

Voorzitter. De staatssecretaris heeft gisteren tijdens het algemeen overleg toegezegd om eind dit jaar een overzicht naar de Kamer te sturen van het aantal onttrekkingen in verhouding tot het aantal jeugdige gedetineerden in plaats van in verhouding tot het aantal verlofbewegingen. Dit wacht mijn fractie natuurlijk af. De motie die ik hiervoor had klaarliggen, hoef ik niet in te dienen. Ik heb wel twee andere moties, omdat mijn fractie niet tevreden was met het antwoord van de staatssecretaris. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat in justitiële jeugdinrichtingen een verbod geldt op het bezit, het in- dan wel uitvoeren van contrabande; 

constaterende dat de maatregelen die thans genomen worden niet afdoende zijn om te voorkomen dat verboden middelen buiten justitiële jeugdinrichtingen kunnen worden gehouden; 

constaterende dat de onaangekondigde inzet van drugshonden en de aanwezigheid van metaaldetectoren effectieve middelen zijn gebleken om verboden middelen buiten een justitiële jeugdinrichting te houden; 

verzoekt de regering, te bewerkstelligen dat minimaal één keer per week, op onaangekondigde momenten, drugshonden in elke justitiële jeugdinrichtingen ingezet worden; 

verzoekt de regering tevens, te bewerkstelligen dat gedetineerden, bezoekers en personeel standaard bij elk binnentreden in een justitiële jeugdinrichting door een metaaldetector moeten lopen, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Helder. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 589 (24587). 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat een justitiële jeugdinrichting een plek is waar jongeren zich bevinden op basis van een strafrechtelijke titel; 

constaterende dat in het huidige klimaat van justitiële inrichtingen het welzijn van de veroordeelde jongeren centraal staat; 

overwegende dat de strafdoelen vergelding, herstel van de rechtsorde en de generale preventie in een justitiële jeugdinrichting ook centraal dienen te staan; 

verzoekt de regering, in het leefklimaat van justitiële jeugdinrichtingen de strafdoelen vergelding, herstel van de rechtsorde en de generale preventie ook centraal te zetten, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Helder. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 590 (24587). 

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):

Voorzitter. Misschien ben ik wel de laatste van vandaag, en heb ik nog de meest opbouwende motie. De staatssecretaris heeft in het algemeen overleg genereus gereageerd, maar ik denk dat het soms goed kan zijn om hem net een steuntje in de rug te geven. Daarom dien ik een motie in. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie voornemens is om per 1 januari 2016 justitiële jeugdinrichting Amsterbaken te sluiten; 

overwegende dat Amsterbaken in de justitiële jeugdzorgketen van Amsterdam een belangrijke rol speelt; 

constaterende dat de staatssecretaris de sector de mogelijkheid biedt om voor de begrotingsbehandeling van Veiligheid en Justitie voor 2015 met een alternatief te komen om in te spelen op de veronderstelde verminderde capaciteitsbehoefte; 

overwegende dat de insteek van dit alternatief niet is het sluiten van een justitiële jeugdinrichting elders in het land; 

verzoekt de regering, actief en constructief deel te nemen in het sectoroverleg om te werken aan een alternatief voor sluiting van opnieuw een jji en de Kamer over de uitkomst hiervan zo spoedig mogelijk doch voor de begrotingsbehandeling V en J 2015 te informeren, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Toorenburg, Kooiman, Segers en Berndsen-Jansen. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 591 (24587). 

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst. 

Staatssecretaris Teeven:

Voorzitter. Ik begin met de motie-Helder op stuk nr. 589. Er wordt in verzocht om minimaal eenmaal per week op onaangekondigde momenten drugshonden in te zetten en verder te bewerkstelligen dat gedetineerden, bezoekers en personeel standaard bij elk binnentreden in een jeugdinrichting door een metaaldetector lopen. Dat laatste is al nagenoeg altijd het geval. Dat deel waarom in de motie wordt gevraagd, gebeurt al. Over het eerste onderdeel, de drugshond, hebben wij tijdens het algemeen overleg uitgebreid met elkaar gesproken. Ik heb aangekondigd dat het, los van de kosten, ook belangrijk is dat dit ad random gebeurt en niet minimaal een keer per week, maar soms na drie weken, dan weer eens twee keer in een week en dan weer eens een maand niet. We hebben daarover gesproken. Om deze reden moet ik de motie ontraden. 

In de motie-Helder op stuk nr. 590 wordt verzocht in het leefklimaat van justitiële jeugdinrichtingen de strafdoelen vergelding, herstel van de rechtsorde en de generale preventie centraal te zetten. Vergelding krijgt al vorm via de duur van de opsluiting. Herstel is een onderdeel van de reeds gehanteerde YOUTURN methode. Aan de speciale preventie is in de behandeling ook vormgegeven. Die behandeling slaat beter aan bij een goed leefklimaat. Naar dat leefklimaat wordt door de Hogeschool Leiden, UVA en Windesheim Hogeschool gezamenlijk onderzoek verricht. Dat hebben wij tijdens het algemeen overleg met elkaar besproken. Ik zie deze motie als ondersteuning van het beleid, want hiermee zijn wij al bezig. Dit gebeurt al langs de lijnen waarom in deze motie wordt gevraagd. Al de zaken die hier worden gevraagd, namelijk strafdoelen, vergelding, herstel en generale preventie, komen terug. De motie vraagt die ook centraal te zetten. Het woord "ook" is aan de motie toegevoegd. Al die zaken vormen al een belangrijk deel van wat er in justitiële jeugdinrichtingen gebeurt. Al die zaken komen ook terug op de wijze die ik heb verwoord. Ik laat daarom het oordeel over de motie aan de Kamer. 

Ik kom op de motie-Van Toorenburg c.s. op stuk nr. 591. Zoals mevrouw Van Toorenburg al enigszins zei, was ik al heel constructief en heel actief. Althans, zo zag ik het zelf een beetje. Deze motie roept op tot nog meer activiteit. Ook de heer Segers kwam tijdens het algemeen overleg met een berekening die ik niet helemaal snapte. Als zaken een besparing opleveren van 16 miljoen structureel vanaf 2016, als de inhoud van een plan waarover wij hebben gesproken, wordt gedragen door de directeuren in de sector en als dat voldoende recht doet aan de motie-Heijnen/Van Raak en de motie-Segers/Schouw over de regionale werkgelegenheid; als met een nieuw plan aan al die voorwaarden wordt voldaan, dan zullen de medewerkers van mijn ministerie en ikzelf zeker bekijken of dat vorm kan krijgen. Wij zullen daaraan ook ondersteuning geven, maar wel binnen die randvoorwaarden. Dat lijkt mij wel een beetje lastig, maar dat hebben wij al besproken tijdens het algemeen overleg. De randvoorwaarden die ik heb geschetst en die ik nu weer schets, zijn wel een beetje lastig. Ik zeg niet dat het onmogelijk is, maar vooralsnog zie ik nog niet het begin daarvan. 

De voorzitter:

Ik heb nog niet gehoord wat uw oordeel over deze motie is. 

Staatssecretaris Teeven:

De motie roept ertoe op dat ik actief en constructief deelneem aan het bekijken van die alternatieven. Dat zal ik graag doen. Wellicht dat dit aanleiding is voor mevrouw Van Toorenburg om de motie aan te houden, want die bereidheid heb ik, met de voorwaarden die ik net heb genoemd. 

De voorzitter:

Maar ik heb nog steeds geen oordeel over de motie gehoord. 

Staatssecretaris Teeven:

Het lijkt mij een overbodige motie, want ik heb al gezegd dat ik dat allemaal ga doen onder die voorwaarden. 

De voorzitter:

Dat noemen wij doorgaans "oordeel Kamer". 

Staatssecretaris Teeven:

Nou ja, oordeel Kamer. 

De voorzitter:

Ik moet hier vaststellen wat uw oordeel is. 

Staatssecretaris Teeven:

Ja. Dit is ook de laatste motie, dus de vermoeidheid slaat wellicht wat toe. 

De voorzitter:

En dat is ook niet zo raar, want er zijn vandaag 178 moties ingediend. Alleen vandaag. Laat iedereen dat even goed tot zich laten doordringen. 

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):

Ook al is het laat, ik hoor dat de staatssecretaris echt snapt dat het lastig is en dat het daarom ook belangrijk is dat het ministerie meedenkt. Ik hoor de staatssecretaris op een constructieve manier iets zeggen wat ik graag wil horen. Daarom zal ik de motie aanhouden. 

De voorzitter:

Op verzoek van mevrouw Van Toorenburg stel ik voor, haar motie (24587, nr. 591) aan te houden. 

Daartoe wordt besloten. 

De beraadslaging wordt gesloten. 

De voorzitter:

Op verzoek van vele fracties, die zich willen voorbereiden op de stemmingen en een en ander willen bespreken, schors ik de vergadering tot 00.40 uur. 

De vergadering wordt van 23.50 uur tot 00.47 uur geschorst. 

Voorzitter: Van Miltenburg