Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-2014nr. 102, item 98

98 Mededelingen

De voorzitter:

Boven mijn blaadje staat: toespraak van de Voorzitter van de Tweede Kamer, tijdens de laatste vergadering voor het zomerreces. 

Beste collega's, 

We hebben weer geen nieuw record weten te vestigen. Het leek er heel even op, aan het begin van de middag, maar het is niet gelukt. Maar voor we het reces ingaan, wil ik traditiegetrouw nog wel een paar woorden tot u richten. 

In mijn werkkamer hangt een schilderij van dichter en schilder Lucebert, uit de nationale collectie. Het heet Indian Spaceman. Sommige mensen vinden het te surrealistisch of te confronterend en ze gaan zelfs met hun rug ernaartoe zitten. Maar ik vind het prachtig en ga altijd zo zitten dat ik het goed kan zien. Ik zag de heer Zijlstra al raar kijken en de wenkbrauwen fronsen, en anderen misschien ook, want ik ben niet echt een kunstkenner. 

Maar waarom ik het noem, is omdat ik in het schilderij parallellen zie met hoe wij in de Tweede Kamer werken. Lucebert schilderde grove lijnen en duidelijke figuren, met tegelijkertijd veel details. Ook in de Kamer weten we het grote met het kleine te combineren. Enerzijds houden we ons bezig met de lange lijnen, met de grote figuren, in de vorm van wetten die invloed hebben op het dagelijks leven van heel veel mensen. In de afgelopen maanden hebben we hier gedebatteerd en besloten over grote hervormingen in de sociale zekerheid, de arbeidsmarkt, de gezondheidszorg, het wonen en het onderwijs. We hebben veel gesproken over de vraag welke overheidslaag verantwoordelijk is voor welke taken. Het ging en het gaat om forse veranderingen, die soms diep ingrijpen in onze samenleving. Anderzijds is er ook stilgestaan bij kleine krantenberichtjes, over kwesties die misschien minder zichtbaar of omvangrijk zijn, maar net zo goed van betekenis. Onze samenleving bestaat uit grote structuren en persoonlijke verhalen. De Kamer heeft, gelukkig, aandacht voor allebei. 

Als ik terugblik op het jaar dat achter ons ligt, zijn er een paar dingen die mij in het bijzonder zijn opgevallen en die ik met u wil delen. Laat ik beginnen met de kwaliteit en de werklust van ons parlement. De Kamer wordt gevormd door noeste werkers en betrokken personen. Als ik naar de debatten kijk, heb ik het gevoel dat de 150 Kamerleden samen de breedte van de hele samenleving beslaan. Veel van de onderwerpen die leven op straat, worden hier geagendeerd. Dat wordt ook herkend, in binnen- en buitenland. Wat ik van veel buitenlandse collega's hoor, is dat zij onder de indruk zijn van de effectiviteit van ons parlement. Ook onze transparantie wordt geroemd. Bijna alles wat we hier doen, is openbaar. Daar komt bij dat in de Kamer 322 geaccrediteerde redacteuren en journalisten rondlopen. 322 op 150 Kamerleden! Deze journalisten hebben dag en nacht toegang tot de Kamer en kunnen Kamerleden aanspreken wanneer zij dat willen. Dat is een goede zaak. Het hoort bij het ambt van volksvertegenwoordiger om jezelf publiekelijk te verantwoorden. Maar transparantie is niet de kern. De kern van het Kamerwerk bestaat uit het controleren van de regering en het mede maken van wetten. Daar ligt het brandpunt. De Tweede Kamer heeft de verantwoordelijkheid om het kunstwerk te maken en om te bepalen wat er binnen of buiten het frame valt. 

Wat mij ook is opgevallen, is dat de instrumenten waarover Kamerleden beschikken, steeds vaker parallel aan elkaar worden ingezet. Op dit moment zijn er zelfs meer meerderheidsdebatten dan dertigledendebatten in portefeuille. Het gaat bij elkaar om zo'n 50 debatten die nog moeten worden ingepland. Ik weet zeker dat er na het reces nieuwe debatten bij zullen komen. Afgezet tegen de 35 vergaderweken die een heel parlementair jaar telt, is het duidelijk dat ook volgend jaar weer een heel druk jaar zal worden. We vragen veel van het kabinet. Dat mag, nee, dat móét ook. Het doet me deugd om te zien dat we elkaar daar scherp op houden. Dat geeft blijk van een zelfbewust parlement, waarin men elkaar ook durft aan te spreken op het gebruik van procedures en op de inzet van instrumenten. Die procedures zal de commissie voor de Werkwijze overigens na de zomer kritisch tegen het licht houden. Ik hoop nog in de loop van het komend jaar op uw verzoek een aantal grote wijzigingen in het Reglement van Orde te kunnen doorvoeren. 

We vragen ook veel van ons personeel, van de medewerkers van de Kamer en van de fracties. Wat voor de buitenwereld misschien niet altijd zichtbaar is, is dat zij ervoor zorgen dat wij ons werk hier kunnen doen. Van griffiers tot bodes, van beveiligers tot wetgevingsjuristen en informatiespecialisten, leggen zij de fundamenten voor het Kamerwerk, soms tot diep in de nacht. De werkdruk is groot, maar hun inzet en enthousiasme is nog vele malen groter. Ik wil hen daar graag expliciet voor bedanken. 

(Geroffel op de bankjes) 

De voorzitter:

Tot slot. De toekomst laat zich niet voorspellen, maar de verwachting is dat er rustiger weken aankomen dan degene die achter ons liggen, met ruimte voor een werkbezoek, gesprekken met uw achterban, misschien wel gesprekken met de achterban van iemand anders. Of wellicht is er tijd om eens te beginnen aan dat rapport dat al zolang op uw bureau ligt of dat u al zolang had willen schrijven. 

Ik hoop dat u wel uitrust van de intensieve periode die achter ons ligt, waarin wij ons iedere dag opnieuw en vol overgave hebben beziggehouden met het grote en met het kleine. En of u nu kiest voor een vakantie in een huisje op Vlieland, met de caravan naar Frankrijk of een all-inclusive in Turkije, ik wens u veel rust en bovenal een mooie tijd met uw familie en dierbaren. Misschien wel in uw juichpak! Ik zie u in september graag in goede gezondheid terug. Maar nu eerst slapen 

(Geroffel op de bankjes)