Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-2014nr. 102, item 63

63 Stemming motie Vreemdelingen- en asielbeleid

Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij het VAO Vreemdelingen- en asielbeleid, 

te weten: 

  • -de motie-Voortman c.s. over een verblijfsvergunning voor kinderen die bekend waren bij de gemeente waar zij verbleven (19637, nr. 1835). 

(Zie vergadering van 10 juni 2014.) 

De voorzitter:

De motie-Voortman c.s. is in die zin gewijzigd (19637, nr. 1864) en nader gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Voortman, Gesthuizen en Schouw, en luidt: 

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat de regering in het huidige kinderpardon als voorwaarde voor het verlenen van een verblijfsvergunning stelt dat de kinderen zich niet mogen hebben onttrokken aan het rijkstoezicht van een van de ketenpartners in de vreemdelingenketen; 

constaterende dat de meervoudige kamer van de Rechtbank Arnhem op 1 juli 2014 heeft gesteld dat de woorden uit de Kinderpardonregeling "hebben onttrokken" veronderstellen dat een vreemdeling niet voldoet aan de voorwaarden van de Kinderpardonregeling indien hij of zij zich door eigen handelen actief heeft onttrokken aan het uitgeoefende toezicht van de rijksoverheid en daarmee een bewuste keuze heeft gemaakt om niet uit Nederland te vertrekken maar hier illegaal te verblijven; 

constaterende dat bij de meeste ouders van kinderen geen sprake is geweest van "eigen handelen" of een "eigen keuze" om zich actief aan toezicht te onttrekken, maar dat zij uit beeld van de rijksoverheid raakten omdat de rijksoverheid de opvang beëindigde of omdat de rijksoverheid anderszins een einde aan het contact maakte of aankondigde dit te zullen doen vanwege het einde van een verblijfsprocedure; 

constaterende dat deze kinderen naar school gingen of anderszins in beeld waren bij de lokale overheid; 

verzoekt de regering, in de toetsing van het criterium rijkstoezicht ook kinderen een verblijfsvergunning te verlenen die bekend waren bij de gemeente(n) waar zij verbleven, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 1865, was nr. 1864 (19637). 

In stemming komt de nader gewijzigde motie-Voortman c.s. (19637, nr. 1865, was nr. 1864). 

De voorzitter:

Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van de ChristenUnie, 50PLUS/Baay-Timmerman, 50PLUS/Klein, D66, GroenLinks, de PvdD en de SP voor deze nader gewijzigde motie hebben gestemd en de aanwezige leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.