Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-2014nr. 102, item 41

41 Langdurige zorg

Aan de orde is het VSO Langdurige zorg. 

De voorzitter:

Dit verslag van een schriftelijk overleg is hedenavond toegevoegd aan de agenda. 

Mevrouw Leijten (SP):

Voorzitter. Ik dien de volgende motie in. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat de regering 510 miljoen euro kort op de contracteerruimte 2015 vanwege de extramuralisering, wat grote gevolgen zal hebben voor verzorgingshuizen; 

constaterende dat veel kleinschalige en/of standalone verzorgingshuizen niet de middelen of de schaal hebben voor alternatieven en door deze maatregel gedwongen kunnen worden te sluiten; 

van mening dat kleinschalige en/of standalone verzorgingshuizen vaak een belangrijke functie vervullen in het voorzieningenniveau binnen de gemeenschap; 

van mening dat de sluiting van kleinschalige en/of standalone verzorgingshuizen grote gevolgen heeft voor de gemeenschap, de banen van personeel en de zorg aan ouderen; 

verzoekt de regering, de zorgkantoren te verzoeken in hun inkoopbeleid maximaal rekening te houden met het voortbestaan van kleinschalige en/of standalone verzorgingshuizen, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Leijten en Keijzer. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 15 (33891). 

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst. 

Staatssecretaris Van Rijn:

Voorzitter. Over de motie-Leijten/Keijzer op stuk nr. 15 inzake de extramuralisering merk ik op dat het inderdaad klopt dat er een verschuiving plaatsvindt van intramuraal naar extramuraal als gevolg van de extramuralisering van zzp 1, 2 en 3. De zorgkantoren dienen er bij hun zorginkoopbeleid maximaal rekening mee te houden dat zij de wensen van de cliënt honoreren. Zij zullen daarbij ook oog hebben voor de positie van kleinschalige zorginstellingen. Dat is de reden waarom ik samen met collega Blok een brief naar de Kamer heb gestuurd waarin is aangegeven dat wij er met een aanjaagteam voor willen zorgen dat wij niet alleen kijken naar de extramuralisering, maar ook naar de functies in de wijk. Om de zorgkantoren nu te verzoeken om maximaal rekening te houden met het voortbestaan van kleinschalige of standalone verzorgingshuizen; het gaat mij niet om het verzorgingshuis, maar om de zorg voor de cliënt. Daar moeten de zorgkantoren maximaal rekening mee houden. Het kan consequenties hebben voor de vraag hoeveel zorginstellingen er zullen zijn. Ik doe al twee dingen. Wij zorgen ervoor dat wij met name naar de functie van verzorgingshuizen in wijken en buurten gaan kijken. Samen met collega Blok heb ik daarover een brief gestuurd. Wij zullen de zorgkantoren vragen en blijven vragen om maximaal rekening te houden met de wensen van de cliënt. Ik wil echter niet "up front" de uitspraak doen dat er zorginstellingen alleen om die reden moeten voortbestaan. Om die reden wil ik de motie ontraden. 

Mevrouw Leijten (SP):

Is het niet heel erg gek, vraag ik aan de staatssecretaris, dat hij aan de ene kant met een team komt om te kijken hoe het met de ouderenzorg en met ouderen en wonen moet, terwijl aan de andere kant nu de inkoop plaatsvindt, waardoor dergelijke kleinschalige voorzieningen, in een dorp of in een gemeenschap, echt de deuren zullen moeten sluiten, omdat het te snel gaat, te hard gaat en de bezuiniging te hoog is? Dan kan een zorgkantoor toch zeker rekening houden met die voorziening? Anders gaat de werkgroep die de staatssecretaris net heeft ingesteld, over een halfjaar constateren dat de verzorgingshuizen heel waardevol zijn. Maar dan zijn ze wel al dicht, door het contracteerbeleid dat nu in gang is gezet. 

Staatssecretaris Van Rijn:

Het gaat niet om het voortbestaan van een instelling, hoewel dat in sommige gevallen heel goed, nuttig en nodig kan zijn. Het gaat om de zorgplicht die zorgkantoren hebben om goede zorg te regelen voor degenen voor wie zij zorg inkopen. Dat kan met de bestaande instellingen, maar het kan ook met nieuwe instellingen en nieuwe aanbieders. In zijn algemeenheid moeten wij dus geen uitspraken doen over de bestaande zorginstellingen, hoewel met name de aanjaaggroep erop gericht is om lokaal en regionaal te bezien wat de functie van verzorgingshuizen in relatie met wonen en zorginstellingen zal zijn. 

De beraadslaging wordt gesloten. 

De voorzitter:

Ik dank de staatssecretaris voor de gegeven antwoorden. Wij zullen vannacht stemmen over de ingediende motie.