Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-2014nr. 102, item 25

25 Politieonderwerpen

Aan de orde is het VAO Politieonderwerpen (AO d.d. 18/06). 

Mevrouw Helder (PVV):

Voorzitter. In het algemeen overleg hebben we onder meer gesproken over het afnemen van handpalmafdrukken bij verdachten. Tegenwoordig gebeurt dat in de praktijk helaas alleen nog na een opdracht van de officier van justitie en als het in het belang van het onderzoek is, terwijl in het huidige HAVANK-computersysteem wel op handpalmsporen kan worden gezocht. De PVV wil de pakkans van criminelen vergroten en heeft daarom aan de minister gevraagd om dit mogelijk te maken. Aangezien het een topprioriteit van de minister is om woninginbraken tegen te gaan, dachten wij dat hij dit wel zou gaan omarmen. Dat deed hij helaas niet. Daarom dien ik de volgende motie in, zodat hij dit alsnog kan doen. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat van verdachten na inverzekeringstelling alleen vingerafdrukken afgenomen mogen worden en geen handpalmafdrukken; 

constaterende dat handpalmafdrukken alleen nog gemaakt mogen worden na een opdracht van een officier van justitie als het in het belang van het onderzoek is; 

overwegende dat dit in de praktijk betekent dat er bijna geen handpalmafdrukken meer worden gemaakt, terwijl in de huidige HAVANK-computer sinds 2009 juist handpalmsporen kunnen worden gezocht en er bij onderzoeken op de plaats delict ook regelmatig handpalmsporen worden aangetroffen; 

overwegende dat de pakkans daalt doordat handpalmafdrukken bijna niet meer worden afgenomen; 

verzoekt de regering, te regelen dat de politie altijd handpalmafdrukken van iedere verdachte, dan wel van een bepaalde groep verdachten, zoals inbrekers, zal afnemen, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Helder. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 461 (29628). 

Minister Opstelten:

Voorzitter. Aan deze motie is veel voorafgegaan. Mevrouw Helder en ik verschillen wellicht van mening op het terrein van het opportuniteitsbeginsel. Niet alles kan altijd bij iedere situatie. Toch heb haar in het AO Politieonderwerpen het volgende toegezegd. Ik heb toegezegd dat ik de toepassing van het instrument van de handpalmafdrukken goed met politie en Openbaar Ministerie wil doornemen. Voor de aanvang van een nieuw optreden in dit huis zou ik Kamer daarover informeren. Dat was niet voldoende voor mevrouw Helder om van een VAO af te zien. Zij zei een motie te zullen indienen en als ik precies hetzelfde zou zeggen wat ik in het AO heb gezegd, zou zij de motie aanhouden. Ik heb daar nog eens over nagedacht en ben tot de conclusie gekomen dat ik een toezegging kan doen en dat mevrouw Helder de motie kan intrekken. Ik kan de motie ook ontraden, omdat ik het heb toegezegd. Zij mag ermee doen wat zij wil. Ik zal de brief gewoon schrijven, want dat is wat ik heb toegezegd. 

Mevrouw Helder (PVV):

Tijdens het AO zei de minister het te zullen meenemen bij de herijking van het Wetboek van Strafvordering. De eerste twee wetsvoorstellen zijn kort geleden voor advies aan de Raad van State gestuurd en de andere zullen pas in 2017 die kant op gaan. Ik ben blij dat de minister nu zegt de Kamer per brief te zullen informeren. Dat is voor mij reden om de motie aan te houden. 

De voorzitter:

Op verzoek van mevrouw Helder stel ik voor, haar motie (29628, nr. 461) aan te houden. 

Daartoe wordt besloten. 

Minister Opstelten:

Dat is precies wat wij in het AO hadden afgesproken. Er gebeurt dus niets verrassends. De motie is aangehouden. 

De beraadslaging wordt gesloten. 

De voorzitter:

Bij dezen. Tot zover dit VAO. Vanavond, vannacht of morgenochtend zullen wij over de moties stemmen. O nee, wij gaan er niet over stemmen. 

Wij gaan door met het VAO Jaarwisseling zodra de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu binnenkomt 

Minister Opstelten:

Ik haal haar wel even; dat is sneller. 

De voorzitter:

Dat waardeer ik bijzonder. De minister helpt de staatssecretaris. 

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.