Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-2014nr. 102, item 18

18 Onderwijs en digitalisering

Aan de orde is het VAO Onderwijs en digitalisering (AO d.d. 11/06). 

De voorzitter:

Er zijn zes deelnemers aan dit debat. De eerste spreker is de heer Rog van de fractie van het CDA. 

De heer Rog (CDA):

Voorzitter. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat als leraren en leerlingen gebruikmaken van digitale leermiddelen dit de mogelijkheid biedt, het onderwijs te versterken en leerlingen meer gepersonaliseerd kunnen leren; 

van mening dat mobiele devices, zoals tablets, voor leraren een onmisbaar onderdeel zijn bij hun beroepsuitoefening, omdat bij steeds meer lessen leerlingen werken met digitale leermiddelen; 

verzoekt de regering om: 

1. nu tablets een onlosmakelijk onderdeel uitmaken van de uitrusting die leerkrachten nodig hebben, scholen in staat te stellen deze tablets onbelast ter beschikking te stellen aan hun docenten; 

2. te komen tot een uniforme toepassing van regels, zodat scholen in Nederland, ongeacht de vestigingsplaats, met dezelfde interpretaties door de Belastingdienst te maken hebben, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Rog en Van Meenen. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 317 (26643). 

De heer Duisenberg (VVD):

Voorzitter. Ik wil meteen mijn motie indienen. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat, in lijn met de EU BTW-Richtlijn, op conventionele schoolboeken het lage btw-tarief van toepassing is en op digitale leermiddelen het hoge btw-tarief; 

overwegende dat digitalisering van het onderwijs een enorme innovatie kan brengen in lesmethoden en meer differentiatie voor kind, leerling en student; 

van mening dat het verschil in btw-tarief, welke door scholen niet kan worden teruggevorderd, leidt tot een ongelijk speelveld in het nadeel van digitale leermiddelen en dat dit verschil in lijn met de motie-Peters in EU-verband structureel moet worden opgelost; 

verzoekt de regering, de mogelijkheden te verkennen voor een Nederlandse oplossing voor het ongelijk btw-speelveld voor digitale leermiddelen, en deze ook te betrekken bij haar overwegingen over een nieuw belastingstelsel; 

verzoekt de regering tevens, parallel hieraan, conform de motie-Peters uit 2012, dit ongelijke btw-speelveld ook in EU-verband te blijven agenderen en een oplossing te vinden, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Duisenberg en Jadnanansing. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 318 (26643). 

Mevrouw Jadnanansing (PvdA):

Ik zie af van mijn spreektijd, voorzitter. Ik sta geheel achter de motie die zojuist is ingediend. 

De voorzitter:

Dat is geweldig. 

Het woord is aan de heer Van Meenen, namens D66. 

De heer Van Meenen (D66):

De motie die ik wilde indienen, mede namens de heer Rog, heeft exact de strekking van de motie die de heer Duisenberg zojuist heeft ingediend. Misschien mag mijn fractie er nog onder. Ik weet niet of dat kan. 

De voorzitter:

Dat moet u onderling regelen. 

De heer Jasper van Dijk van de SP ziet ook af van zijn termijn. Dat wordt gewaardeerd. Dan kunnen we meteen gaan luisteren naar het commentaar van de staatssecretaris op de twee ingediende moties. 

Staatssecretaris Dekker:

Voorzitter. De motie-Rog/Van Meenen op stuk nr. 317 is in mijn ogen volstrekt overbodig geworden na de brief die vanochtend is gestuurd door staatssecretaris Wiebes. In deze brief wordt het onderscheid in fiscale behandeling tussen computers, smartphones en tablets weggenomen. De werkgever kan dus iPads in het onderwijs verstrekken zonder fiscaal rekening te hoeven houden met het privévoordeel van de werknemer. We kunnen zeggen dat het kabinet wat sneller is geweest dan de indieners van deze motie, maar dat moet hen gelukkig stemmen. Het resultaat telt. 

De voorzitter:

Is het oordeel dus aan de Kamer of ontraadt u de motie? 

Staatssecretaris Dekker:

Deze motie is dermate overbodig dat ik haar zou ontraden. 

Het oordeel over de motie-Duisenberg/Jadnanansing, op stuk nr. 138, wil ik aan de Kamer laten. Dit onderwerp hebben we uitvoerig bediscussieerd, maar het lijkt me zinnig om hier nog eens even goed naar te kijken met de staatssecretaris van Financiën. 

De beraadslaging wordt gesloten. 

De voorzitter:

Dat zijn de VAO's die we willen doen. Iedereen die kort en puntig is geweest: dat wordt gewaardeerd.