Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-2014nr. 102, item 6

6 Armoede- en schuldenbeleid

Aan de orde is het VAO Armoede- en schuldenbeleid (AO d.d. 02/07). 

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Voorzitter. Wij hebben gisteren een overleg gevoerd over het belang van het beslagregister en over de vraag of de overheid daar al dan niet bij aanhaakt. De staatssecretaris kon toen niet aangeven waarom de overheid niet meteen aan de pilot meedoet. In de Kamer leeft het gevoel dat dit wel van belang is en daarom dien ik de volgende motie in. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat na de zomer de pilot van het landelijk beslagregister van start gaat, maar dat de overheid hier nog niet aan deelneemt; 

overwegende dat inzage in de incassoregelingen van debiteuren, juist ook met overheidsorganisaties, eraan bijdraagt dat schuldeisers beter zicht krijgen op de financiële positie van hun debiteuren en incassoregelingen; 

van mening dat de effectiviteit van het beslagregister wordt beperkt als de overheid hier niet aan deelneemt; 

verzoekt de regering, meteen deel te nemen aan de pilot landelijk beslagregister en mogelijke belemmeringen daartoe zo snel mogelijk weg te nemen, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Schouten, Van Weyenberg, Pieter Heerma en Karabulut. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 283 (24515). 

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Ik heb nog een tweede punt. Ik had gevraagd of mijn vragen schriftelijk beantwoord konden worden, maar ik heb de antwoorden weer niet gezien. Ik word daardoor gedwongen om nu de motie in te dienen ten aanzien van de beslagvrije voet in relatie tot terugvorderingen. Er ontstaan nu problemen doordat er terugvordering plaatsvindt die op zich terecht is, maar die zo hard gaat dat mensen er meteen weer door in de schulden raken. Je gaat dan het ene probleem met het andere probleem creëren. Vandaar dat ik de volgende motie indien. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat debiteuren in financiële problemen komen omdat de beslagvrije voet bij het terugvorderen van toeslagen niet wordt gerespecteerd; 

van mening dat het bestaansminimum van mensen met schulden moet worden gegarandeerd en dat de overheid hierin ook een voorbeeldfunctie heeft; 

verzoekt de regering, ervoor zorg te dragen dat de beslagvrije voet ook wordt gerespecteerd bij de terugvordering van toeslagen behoudens wanneer er sprake is van fraude, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Schouten, Van Weyenberg, Pieter Heerma en Karabulut. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 284 (24515). 

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Ik wil voor de zekerheid nog toelichten dat het mij er niet om gaat dat de terugvordering niet moet plaatsvinden, maar wel dat deze terugvordering op een zodanige manier moet plaatsvinden dat mensen niet gelijk in de problemen komen door de terugvordering. 

Mevrouw Karabulut (SP):

Voorzitter. De moties over schulden zijn zojuist ingediend door mevrouw Schouten. In relatie tot armoede hebben we natuurlijk een heel debat gehad over de vraag of het geld dat beschikbaar komt, bestemd moet worden voor armoede of niet. Mijn partij zegt al een aantal jaren dat dat moet gebeuren. Op dat punt dient de heer Kuzu straks een motie in mede namens mijn fractie. 

Er is geld beschikbaar uit een Europees fonds tot 2020. De staatssecretaris zegt dat zij gaat kijken hoe zij dat gaat inzetten. Zij heeft gisteren toegezegd dat meerdere opties bekeken zullen worden. Ik wil graag dat daarbij ook de mogelijkheid onderzocht wordt van het inzetten van dat geld voor een landelijke uitrol van het kindpakket. Daartoe dien ik de volgende motie in. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat steeds meer kinderen in armoede opgroeien en vele organisaties, waaronder de Kinderombudsman, waarschuwen dat kinderen de dupe dreigen te worden van de crisismaatregelen; 

overwegende dat het kabinet de middelen uit het Europees Fonds voor Meest Behoeftigen (EFMB) uitsluitend wil inzetten ten behoeve van sociale inclusie; 

verzoekt de regering, ook de mogelijkheid te onderzoeken om het budget dat beschikbaar komt uit het Europees Fonds voor Meest Behoeftigen (EFMB) in te zetten voor een nationale uitrol van het kindpakket, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Karabulut. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 285 (24515). 

De heer Kuzu (PvdA):

Voorzitter. Ik dien één motie in. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat de gemeente Rotterdam bezuinigt op het armoedebeleid en middelen voor armoedebestrijding aan andere doelen besteedt; 

overwegende dat vanaf 2015 in het kader van de decentralisaties een sociaal deelfonds naast de algemene uitkering in het Gemeentefonds wordt geïntroduceerd; 

overwegende dat de middelen voor armoedebestrijding uit het regeerakkoord een inkomensondersteunende voorziening is; 

van mening dat gemeenten alle beleidsvrijheid moeten hebben bij de bestrijding van armoede en hiertoe de daarvoor beschikbaar gestelde middelen volledig inzetten; 

verzoekt de regering om de extra middelen uit het regeerakkoord voor armoedebestrijding in het sociale deelfonds van het Gemeentefonds te oormerken, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Kuzu en Karabulut. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 286 (24515). 

De heer Van Weyenberg (D66):

Voorzitter. Ik zou slechts willen zeggen dat ik de heer Kuzu complimenteer voor het indienen van de motie omdat hij daarmee de daad bij het woord voegt. Ik heb hem daartoe uitgedaagd en dat doet hij nu. Het valt mijn fractie op dat de PvdA-fractie net doet alsof we hier in de Rotterdamse gemeenteraad zitten. Mijn fractie zal de motie niet steunen om de eenvoudige reden dat zij vindt dat gemeenten zelf mogen gaan over hun beleid en de besteding van hun geld. Ik wijs er in dit verband op dat alle andere gemeenten extra geld uitgeven aan armoedebestrijding en dat het geld nu ook gewoon via het Gemeentefonds gaat. Mijn fractie zal deze inperking van de beleidsvrijheid van gemeenten dan ook niet steunen. 

De voorzitter:

Hartelijk dank. We zijn hiermee gekomen aan het einde van de inbreng van de Kamer in eerste termijn. Ik kijk nu even naar de staatssecretaris. Er zijn vier moties ingediend, maar er zijn er pas drie uitgedeeld. We wachten dus even tot de laatste motie is uitgedeeld. Daarna kan de staatssecretaris overgaan tot de beantwoording. 

Staatssecretaris Klijnsma:

Voorzitter. Ik begin bij de motie op stuk nr. 283 over het beslagregister. Wij hebben het er gisteren over gehad. Ook toen vroeg mevrouw Schouten om meteen deel te nemen aan de pilot landelijk beslagregister. Ik heb gezegd dat dat echt niet kan. Er is wel al rekening mee gehouden dat overheidsorganisaties kunnen aansluiten bij de bouw van het beslagregister. Dat is een belangrijke eerste stap, maar overheidsorganisaties moeten natuurlijk zelf aanpassingen in hun ICT doorvoeren. Misschien nog belangrijker is dat de wettelijke grondslag ontbreekt. Wij moeten echt het eerst en ander verzetten voordat de overheid als zodanig kan meedoen aan het beslagregister. Ik verschil helemaal niet van mening met mevrouw Schouten omdat ook de regering dat essentieel vindt. Ik moet deze motie echter ontraden, omdat daarin wordt verzocht dat de regering meteen deelneemt aan de pilot. Dat gaat niet. 

De motie op stuk nr. 284 gaat over de beslagvrije voet. Ik heb gisteravond op verzoek van mevrouw Schouten de vragen afgedaan die zij heeft gesteld, dus eigenlijk ga ik ervan uit dat de antwoorden hier zijn geland. Ik bespeur echter dat mevrouw Schouten ze niet heeft gezien. In de motie staat dat de regering ervoor zorg moet dragen dat de beslagvrije voet ook wordt gerespecteerd bij de terugvordering van toeslagen. Ik laat het oordeel aan de Kamer, want wij zijn dat zeer van zins in de context van de beantwoording van de vragen die mevrouw Schouten heeft gesteld. Die vragen heb ik samen met Financiën beantwoord. 

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Ik heb een vraag over de eerste motie. Wanneer kan het dan wel? Wij hebben gisteren ook al de hele tijd gevraagd wat dan wel reëel is, maar we krijgen geen antwoord. Heeft de staatssecretaris enige indicatie wanneer het dan op zijn snelst wel kan? 

Staatssecretaris Klijnsma:

We hebben daar gisteren breedvoerig over gedebatteerd. Ik heb de Kamer toegezegd dat ik in het najaar op alle onderdelen zal aangeven hoe het tijdpad precies verloopt. Dat geldt ook voor dit register. 

De voorzitter:

Is dat een suggestie om de motie aan te houden totdat dat tijdpad er is? 

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Nee, voorzitter. Ik ben het nu ... 

De voorzitter:

Dan stoppen we nu met de discussie. In verband met de tijd ben ik vandaag wat strenger dan anders. 

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Ik wil nog iets zeggen over de tweede motie. Ik heb de beantwoording van de vragen nog niet gezien. Ik ga nu heel hard zoeken, want ik heb ze niet meegekregen. Die zal ik dan erbij pakken. Ik dank de staatssecretaris dat zij het oordeel over de motie aan de Kamer laat. 

Staatssecretaris Klijnsma:

De motie op stuk nr. 285 gaat over de zogenaamde FEAD-middelen; dat is Europees geld. In de motie wordt gevraagd om een kindpakket mee uit te rollen, als ik mij zo mag uitdrukken. Wij hebben afgesproken dat we het voortouw rond het kindpakket bij de gemeenten leggen. Gemeenten hebben al een kindpakket ontwikkeld en er is ook al een eenduidig kindpakket vanuit de Kinderombudsman. Daarvoor hebben we deze middelen niet nodig. Mijn voorstel was juist om met deze middelen ouderen te ondersteunen die uitsluitend AOW hebben of nog minder dan dat, dus ik ontraad deze motie. 

Mevrouw Karabulut (SP):

De staatssecretaris zei gisteren in het debat dat zij bereid was om ook andere mogelijkheden nader te onderzoeken. Deze motie vraagt niet om het te regelen, maar om te onderzoeken of het mogelijk zou zijn. Ik heb van de staatssecretaris begrepen dat zij partijen gaat vragen om met voorstellen te komen. Wellicht kan dit een mooie aanvulling zijn op wat de gemeenten al doen of kan het de gaten dichten waar het nog niet is geregeld. 

Staatssecretaris Klijnsma:

Ik heb in het debat gezegd dat ik partijen ga vragen om voorstellen met ons te delen die geënt zijn op ouderen die een heel kleine portemonnee hebben. Het kindpakket hebben we echt anderszins ingekleurd. Samen met Stichting Leergeld, Stichting Jeugdsportfonds en Stichting Jeugdcultuurfonds wordt nu bekeken hoe dat kindpakket verder ingekleurd kan worden. Daarvoor hebben we deze middelen niet nodig en daarom ontraad ik deze motie. 

Mevrouw Karabulut (SP):

Dan heeft de staatssecretaris gisteren dus iets gezegd en zegt zij vandaag weer iets anders. Juist de Ombudsman en al die organisaties zeggen: dit zou landelijk moeten worden uitgerold, zodat je dat in alle gemeenten voor de kinderen hebt geregeld. Maar ik begrijp dat de staatssecretaris dat niet wil. 

Staatssecretaris Klijnsma:

Ik hecht eraan om hier even op te antwoorden, want ik heb gisteren gezegd dat ik mijn oor te luisteren wilde leggen, juist ten aanzien van ouderen met portemonnees die bijzonder klein en niet breed zijn. Laat dat heel helder zijn. 

Dan kom ik op de laatste motie op stuk nr. 286. Die gaat over de extra middelen uit het regeerakkoord voor armoedebestrijding. Die zouden moeten worden gelabeld binnen het sociaal deelfonds als geoormerkt geheel. Ik ontraad deze motie, want wij hebben de middelen, ook over de jaarschijf 2013 en 2014, gewoon integraal in de algemene uitkering van het Gemeentefonds doen landen. Daar gaan wij gewoon mee door. 

Mevrouw Karabulut (SP):

Dat de staatssecretaris geen voorstander is van oormerken, was mij inmiddels al duidelijk, maar zegt zij hiermee dat je beter via een doeluitkering zou kunnen oormerken dan via het sociaal deelfonds, als je dat al zou doen? 

Staatssecretaris Klijnsma:

Daar heb ik geen waardeoordeel aan verbonden, maar het sociaal deelfonds strekt ertoe dat gemeenten integraal, zowel vanuit zorg- als vanuit sociale zekerheidsmiddelen, kunnen bekijken hoe ze hun burgers het beste kunnen helpen. Dat hebben wij op die manier voor drie jaar gelabeld. De armoedemiddelen hebben wij van meet af aan in de algemene uitkering laten landen. Dat blijft ook zo. 

De beraadslaging wordt gesloten. 

De voorzitter:

Helder. Daarmee komen wij aan het einde van dit VAO Armoede- en schuldenbeleid. 

Over de vier moties zal vanavond worden gestemd bij de eindstemming. 

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.