Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-2014nr. 102, item 22

22 Handhaving

Aan de orde is het VAO Handhaving (AO d.d. 25/06). 

De voorzitter:

Ik heet de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid hartelijk welkom. Dit VAO kent zes deelnemers van de zijde van de Kamer, van wie er vier zullen spreken. 

De heer Van Weyenberg (D66):

Voorzitter, ik hijg een beetje, maar ik moest rennen om op tijd in deze zaal te zijn. Mijn excuses. 

In het AO handhaving hebben wij onder meer besproken dat het aantal inspecties niet zo hoog is als steeds in de begrotingen wordt aangekondigd. Mijn eerste vraag aan de minister is of hij bereid is om de Kamer te informeren als het doel in de Begroting 2014 onverhoopt niet wordt gehaald. Ik zal twee moties indienen, terwijl ik weer op adem probeer te komen. Dat heb je als je komt aanrennen met een slechte conditie. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat het doel van toezicht en handhaving is fraude te voorkomen en te corrigeren; 

overwegende dat een effectieve aanpak van arbeidsmarktfraude gewenst is; 

verzoekt de regering, concrete outcome-doelstellingen te formuleren voor de aanpak van arbeidsmarktfraude en de Kamer hierover te informeren in de begroting 2015, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Weyenberg en Schut-Welkzijn. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 480 (17050). 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat in de uitzendsector sprake is van zelfregulering voor het in beeld brengen van mogelijke tekortkomingen of misstanden bij gecertificeerde uitzendbureaus; 

overwegende dat deze zelfregulering aangevuld dient te worden met controles van de Inspectie SZW, die als enige boetes dan wel andere rechtsmaatregelen kan opleggen; 

overwegende dat het systeem van zelfregulering en de publieke aanpak van de malafiditeit pas sluitend is wanneer alle gedane meldingen hierin door de Inspectie SZW worden betrokken; 

verzoekt de regering, meldingen van Stichting Normering Arbeid voor te dragen voor actieve inzet van de Inspectie SZW en de Kamer periodiek te informeren over het aantal meldingen dat SNA aandraagt, en het aantal malen dat dit tot inzet van de Inspectie SZW leidt, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Weyenberg. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 481 (17050). 

De voorzitter:

U gaat het hele reces werken aan uw conditie, mijnheer Van Weyenberg. Morgenochtend om half zeven moet u zich melden bij mevrouw Van Miltenburg. 

De heer Ulenbelt (SP):

Voorzitter. Het gaat om de volgende motie. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat het keurmerk van de Stichting Normering Arbeid voor de uitzendbranche volstaat met het vaststellen van een procedure rond de brutobeloning om in aanmerking te komen voor het keurmerk; 

constaterende dat eventuele ontduiking van het cao-loon niet leidt tot verlies van het keurmerk; 

verzoekt de regering, het daadwerkelijk belonen conform de van toepassing zijnde cao als voorwaarde op te nemen voor het verkrijgen of behouden van het keurmerk, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Ulenbelt. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 482 (17050). 

De heer Ulenbelt (SP):

Tijdens het algemeen overleg bleek dat een uitzendbureau het keurmerk kan houden, ook al ontduikt het feitelijk de cao. Er wordt namelijk alleen gekeken naar de procedure en niet naar de uitkomst van de procedure. Daarom heb ik deze motie ingediend. 

Mevrouw Schut-Welkzijn (VVD):

Voorzitter. Er is geen motie van mijn hand, maar ik leg wel een verklaring af omdat ik een motie mede heb ondertekend. 

De VVD is voorstander van een effectieve Fraudewet. Dat is genoegzaam bekend. Om arbeidsmarktfraude aan te pakken, legt het kabinet nu een groot aantal regels op aan uitzendbureaus. De VVD wil graag zien of die aanpak werkt. We willen weten hoe vaak en hoe erg die overtredingen zijn, wat de ontwikkeling in de tijd is en met hoeveel inzet van inspecteurs de arbeidsmarktfraude wordt aangepakt. Het gaat de VVD hierbij uiteraard niet om het aantal inspecties of inspecteurs, maar wel om de effectiviteit daarvan. Wanneer doen de inspecteurs het goed? Dat willen wij van de minister weten. Nu ontbreken objectieve criteria waaraan de Kamer de effectiviteit van de aanpak van arbeidsmarktfraude kan afmeten. Daarom heeft de VVD de motie van collega van Weyenberg op stuk nr. 480 mede ondertekend, waarin wordt verzocht om bij de begroting voor 2015 concrete outcomedoelstellingen te formuleren voor de aanpak van arbeidsmarktfraude. 

De voorzitter:

Tot zover de bijdragen van de Kamerleden. Ik kijk even of de minister alle moties heeft. Dat is niet het geval. Ik schors voor enkele minuten. 

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst. 

Minister Asscher:

Voorzitter. Tussen het reutelende gehijg van de heer Van Weyenberg ontwaarde ik een vraag over de begroting voor 2014 en de doelstelling rond het aantal inspecties. In het algemeen overleg had ik al beloofd om bij de aanbieding aan de Kamer van het wetsvoorstel inzake de aanpak van schijnconstructies een tussenstand te geven van het aantal inspecties. Als ik zou voorzien dat wij de doelstellingen niet halen, zou ik dat aan de Kamer melden. 

Er is een drietal moties ingediend. De eerste is de motie-Van Weyenberg/Schut-Welkzijn op stuk nr. 480. In aanmerking genomen de discussie die wij in het algemeen overleg hebben gevoerd over de kwestie hoe moeilijk het is om juiste outcomedoelstellingen te vinden, en mijn toezegging dat ik in het najaar met een brief daarover kom, beschouw ik deze motie als ondersteuning van beleid en laat ik het oordeel daarover aan de Kamer over. 

De motie-Weyenberg op stuk nr. 481 bevat een tweetal verschillende verzoeken. In de eerste plaats het verzoek om meldingen voor te dragen voor actieve inzet en vervolgens de Kamer periodiek te informeren over het aantal meldingen en het aantal malen dat dit tot inzet van de inspectie leidt. Uit het feit dat niet alleen het aantal meldingen, maar ook het aantal keren dat de inspectie wordt ingezet moeten worden gemeld, kan worden afgeleid dat niet alle meldingen tot inzet hoeven te leiden. Er zit dus een interne tegenstrijdigheid in het dictum. Ik zou de heer Van Weyenberg willen verzoeken om de motie zo aan te passen dat hij wat daarvóór staat in de overwegingen, namelijk dat het altijd betrokken wordt door de inspectie, in het dictum zet. Dan heb ik er geen bezwaar tegen. Als het altijd moet leiden tot actieve inzet, krijg je ook in het geval dat de onderneming is opgehouden te bestaan, overbodige inzet. Zo is het volgens mij niet bedoeld. 

De heer Van Weyenberg (D66):

Ik ben ook weer op adem. Het doel van deze motie is dat er altijd wordt bezien of inzet op de casus nodig is, en zo ja, dat die wordt gepleegd. Mijn beeld is dat de melding nu vaak alleen in de meer algemene risicoanalyse wordt geplaatst en er niet per geval wordt gekeken. Zo is deze motie bedoeld, en volgens mij sluit deze daarmee aan op wat de minister voorstelt, namelijk niet altijd meteen de inspecteurs op pad sturen, maar wel bij elke casus individueel wegen. Zo is de motie bedoeld. 

Minister Asscher:

De bewoording zou dan kunnen worden dat alle gedane meldingen hierin door de inspectie worden betrokken, zoals in de overweging staat. Als u dat doorschuift naar het dictum, komt u volgens mij tegemoet aan het debat dat wij nu voeren. 

De voorzitter:

Dat zou dan wel betekenen dat er een gewijzigde motie komt op stuk nr. 481. 

Minister Asscher:

In dat geval laat ik het oordeel over aan de Kamer. 

In de motie-Ulenbelt op stuk nr. 482 wordt de regering verzocht, daadwerkelijk belonen conform de van toepassing zijnde cao als voorwaarde op te nemen. Ik ontraad die motie. Met partijen zijn negen elementen afgesproken. Daar staan alle partijen achter. Het is hun eigen voorstel. Wij stellen niet de voorwaarden voor dat keurmerk; dat doen partijen zelf. Het doel is juist, een indicatie te krijgen van het naleven van de cao. In het najaar gaan wij bezien wat dit heeft opgeleverd. Dat zat ook in het betoog van mevrouw Schut. Ik ontraad de motie. 

De beraadslaging wordt gesloten.