Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-2014nr. 102, item 36

36 Stelselherziening/Transitie jeugdzorg

Aan de orde is het VAO Stelselherziening/Transitie jeugdzorg (AO d.d. 25/06). 

De voorzitter:

Ik heet de bewindslieden van harte welkom. 

Mevrouw Siderius (SP):

Voorzitter. Wij hebben met elkaar gesproken over de overheveling van de jeugdzorg naar de gemeenten. De SP heeft aandacht gevraagd voor de positie van de GGD. De staatssecretaris heeft gezegd dat hij aan de gemeenten een handreiking functioneel ontwerp heeft gegeven voor de toegangsfunctie voor de jeugdzorg. Daarin zit echter geen verplichting voor gemeenten om de GGD in te schakelen. Daarom dient de SP de volgende motie in. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat de Transitiecommissie Stelselherziening Jeugd het opvallend vindt dat — ondanks de sterke positie van de GGD in het gemeentelijk veld — de samenwerking met de GGD niet overal deel uitmaakt van de inrichting van de toegangsfunctie tot de jeugdzorg en de relatie met de jeugdgezondheidszorg niet overal is gelegd, terwijl het hier gaat om een bestaande gemeentelijke verantwoordelijkheid; 

overwegende dat juist de jeugdverpleegkundigen en jeugdartsen van de GGD van groot belang zijn bij het in beeld brengen van kinderen en gezinnen die ondersteuning nodig hebben en tevens van groot belang zijn bij vroegtijdige signalering, het in behandeling nemen van meldingen en doorverwijzingen te regelen waar nodig; 

verzoekt de regering om de gemeenten te verplichten om de GGD te betrekken bij de inrichting en uitvoering van de toegangsfunctie tot de jeugdzorg, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Siderius. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 394 (31839). 

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Voorzitter. Ik dien de volgende motie in. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat jeugdzorgcliënten tijdig geïnformeerd moeten worden over het verwerken van hun persoonsgegevens willen zij succesvol gebruik kunnen maken van hun recht om hier verzet tegen aan te tekenen; 

constaterende dat de huidige jeugdzorgcliënten momenteel nog niet zijn geïnformeerd over de op handen zijnde decentralisatie van de jeugdzorg en de daarmee gepaard gaande eenmalige gegevensoverdracht; 

verzoekt de regering om de huidige jeugdzorgcliënten uiterlijk voor 1 augustus 2014 te informeren over de decentralisatie van de jeugdzorg in het algemeen en de daarmee gepaard gaande eenmalige gegevensoverdracht in het bijzonder, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Tongeren en Bergkamp. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 395 (31839). 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat de verwijsindex risicojongeren inclusief de nieuwe gezinsfunctionaliteit inbreuk maakt op de privacy van jeugdzorgcliënten én hun families; 

overwegende dat een melding in de verwijsindex risicojongeren daarom altijd een doel moet dienen dat proportioneel is aan deze inbreuk op de privacy; 

constaterende dat bij sommige jeugdzorgaanbieders de praktijk ontstaat om cliënten bij registratie automatisch te verzoeken om toestemming voor een melding bij de verwijsindex risicojongeren, ongeacht de toegevoegde waarde hiervan voor de behandeling van de individuele cliënt; 

verzoekt de regering, een onderzoek in te stellen naar de frequentie waarmee het voorkomt dat jeugdzorgcliënten generiek om toestemming wordt gevraagd door jeugdzorgaanbieders voor een melding in de verwijsindex risicojongeren, de toegevoegde waarde en proportionaliteit hiervan, en de Tweede Kamer voor de ingangsdatum van de Jeugdwet over de uitkomsten van dit onderzoek te informeren, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Tongeren. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 396 (31839). 

Mevrouw Bergkamp (D66):

Voorzitter. Ik heb twee moties, voor iedere bewindspersoon één. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat in het kader van de transitie jeugdzorg regiotafels zullen worden georganiseerd om op regionaal niveau knopen door te hakken en besluiten te nemen om de voortgang van de voorbereiding op de transitie te bespoedigen; 

van mening dat ouders nauw betrokken moeten worden bij de decentralisatie van de jeugdzorg; 

verzoekt de regering, zich ervoor in te zetten dat bij de regiotafels jeugdzorg ook ouderorganisaties worden uitgenodigd, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Bergkamp en Ypma. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 397 (31839). 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat met ingang van 1 januari 2015 gemeenten verantwoordelijk zijn voor de jeugdzorg en dat zij in dat kader veel privacygevoelige informatie moeten verwerken; 

overwegende dat het volgens het College bescherming persoonsgegevens niet wenselijk is dat het opslaan van deze gegevens onderdeel is van een lerende praktijk; 

constaterende dat de Vereniging van Nederlandse Gemeenten thans vijf of zes dominante modellen voor gegevensverwerking in de Jeugdwet ontwikkelt; 

verzoekt de regering, zich ervoor in te zetten dat de modellen voor gegevensverwerking uiterlijk voor 1 september 2015 zijn getoetst door het CBP, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Bergkamp, Schouw en Van Tongeren. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 398 (31839). 

De heer Voordewind van de fractie van de ChristenUnie staat ook op de lijst, maar is niet aanwezig. Dan is hiermee een einde gekomen aan de inbreng van de Kamer. Ik schors de vergadering voor enkele ogenblikken. 

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst. 

Staatssecretaris Van Rijn:

Voorzitter, ik geef van mijn kant een duiding van de motie-Siderius op stuk nr. 394 en de motie-Bergkamp/Ypma op stuk nr. 397. De motie van mevrouw Siderius gaat over de GGD's. Ik heb tijdens het debat al aangegeven dat ik het belang onderschrijf van een goede aansluiting van de GGD's bij de hele ontwikkeling van de jeugdzorg en de jeugdhulp.De jeugdgezondheidszorg wordt alle kinderen en jongeren op verschillende leeftijden aangeboden. Men heeft er dus een goed beeld van wat er speelt in stad, wijk en buurt. Dit is informatie die onmisbaar is voor een integrale aanpak. In de brief die ik binnenkort hoop te schrijven over de positie van de GGD's, wil ik aangeven dat het belangrijk is om de GGD een belangrijke rol te geven bij de hele ontwikkeling van het jeugdbeleid. 

De motie van mevrouw Siderius gaat mij net een stapje te ver, want daarin wordt de regering gevraagd om de gemeenten te verplichten om de GGD te betrekken bij de inrichting en de uitvoering van de toegangsfunctie. Ik denk dat elke gemeente nu bezig is met nadenken over de manier waarop die toegangsfunctie wordt vormgegeven. Ik vind het heel belangrijk dat de gemeenten daarbij ook de kennis en kunde van de GGD betrekken, maar het gaat mij een stapje te ver om de gemeenten te verplichten om hun eigen gemeentelijk dienst — want de GGD is een eigen gemeentelijke dienst — te betrekken bij de inrichting en de uitvoering van de toegangsfunctie tot de jeugdzorg. Ik onderschrijf de bedoelingen van de motie. Ik zal in de brief die ik aan de gemeenten zal schrijven over de positie van de GGD, dit punt ook nog eens extra benadrukken. Die brief gaat uit voor de zomer. Voor het zomerreces zal het bijna niet meer lukken. Deze motie gaat mij echter een stapje te ver. Om die reden ontraad ik haar. 

De motie-Bergkamp/Ypma op stuk nr. 397 gaat over het betrekken van ouders bij de decentralisatie van de jeugdzorg. Ik heb tijdens het debat aangegeven hoe belangrijk het is om ouders te betrekken bij de ontwikkeling van het beleid. Ik vind het goed dat niet wordt geregeld op welk niveau dat plaatsvindt. Soms gebeurt dit namelijk op regionaal niveau en soms op gemeentelijk niveau. De regering wordt echter verzocht om zich ervoor in te zetten dat bij de regiotafels voor de jeugdzorg ook ouderorganisaties worden uitgenodigd. Als ik mag uitleggen dat dit niet alleen bij de regiotafels mogelijk is, maar ook bij de vormen die de gemeente kiest, dan wil ik het oordeel over deze motie aan de Kamer laten. 

De voorzitter:

U geeft een interpretatie waarin de indieners zich moeten vinden. Is dat het geval, mevrouw Bergkamp? 

Mevrouw Bergkamp (D66):

Ik kan mij vinden in de interpretatie die de staatssecretaris geeft. 

De voorzitter:

Prima. 

Staatssecretaris Teeven:

Voorzitter. Ik begin met de motie-Van Tongeren/Bergkamp op stuk nr. 395. Die motie moet ik ontraden. Het is al geregeld dat het informeren van de cliënten via de branches gebeurt. De staatssecretaris van VWS en ik hebben die gegevens lang niet allemaal. Wij zullen er in onze contacten wel op aandringen om dat zo snel mogelijk te laten gebeuren via de branches. Maar 1 augustus is een zeer ambitieuze datum om dat op die manier te doen. Het gebeurt op dit moment al wel, maar het is niet haalbaar om dit allemaal op 1 augustus gereed te hebben. Om die reden moet ik deze motie ontraden. 

De voorzitter:

Mevrouw Van Tongeren, alleen een toelichtende vraag graag. 

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Ik wil aankondigen dat wij de motie gaan aanhouden, nu de staatssecretaris een driekwart toezegging doet. Wij zullen bekijken of dit inderdaad voldoende is. Dan kunnen wij op een later moment besluiten deze motie alsnog in stemming te brengen. 

De voorzitter:

Op verzoek van mevrouw Van Tongeren stel ik voor, haar motie (31839, nr. 395) aan te houden. 

Daartoe wordt besloten. 

Staatssecretaris Teeven:

In de motie-Van Tongeren op stuk nr. 396 wordt de regering verzocht een onderzoek in te stellen naar de frequentie met betrekking tot de verwijsindex risicojongeren. Uiterlijk 1 januari zal de Kamer een evaluatie ontvangen van de verwijsindex risicojongeren. Het meenemen van die vraag in de evaluatie is overigens al toegezegd tijdens het algemeen overleg van 25 juni jongstleden. Een toevoeging vóór 1 januari, zoals in deze motie wordt gevraagd, gaat niet lukken, maar het gaat wel gebeuren. Dat is conform de toezegging tijdens het algemeen overleg van 25 juni. Wellicht dat mijn toelichting op dit punt voor mevrouw Van Tongeren ook aanleiding is voor een nader oordeel. 

De voorzitter:

Ik zie mevrouw Van Tongeren al ja knikken. 

De voorzitter:

Op verzoek van mevrouw Van Tongeren stel ik voor, haar motie (31839, nr. 396) aan te houden. 

Daartoe wordt besloten. 

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 397 was reeds van een advies voorzien. We komen bij de motie op stuk nr. 398. 

Staatssecretaris Teeven:

Die motie is van mevrouw Bergkamp en anderen. Daarin wordt de regering verzocht, zich ervoor in te zetten dat de modellen voor gegevensverwerking uiterlijk voor 1 september 2014 zijn getoetst door het CBP. Het oordeel over deze motie laat het kabinet graag aan de Kamer. Wij zullen met de VNG in gesprek gaan over de vraag of de genoemde datum haalbaar is. Het feit dat toetsing plaatsvindt door het College bescherming persoonsgegevens stuit bij ons niet op verzet. De genoemde datum is dus wel problematisch. Als mevrouw Bergkamp, mij gehoord hebbend, iets kan zeggen over de datum, dan laten we het oordeel over deze motie aan de Kamer. 

Mevrouw Bergkamp (D66):

Zal ik er 1 oktober van maken, om iets meer ruimte te geven? 

Staatssecretaris Teeven:

Dat is een beetje "zunig". Laten we er 15 oktober 2014 van maken. 

De voorzitter:

Ik zei al eerder dat we vanavond midden in de onderhandelingen zitten. 

Mevrouw Bergkamp (D66):

Deal, 15 oktober. 

De voorzitter:

Eenmaal, andermaal, geregeld. 

De beraadslaging wordt gesloten. 

De voorzitter:

Ik dank de bewindslieden voor de gegeven antwoorden. Ik stel voor, vanavond dan wel vannacht over de ingediende moties te stemmen.