Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-2014nr. 102, item 19

19 Ontwikkelingen in het onderwijstoezicht

Aan de orde is het VAO Ontwikkelingen in het onderwijstoezicht (AO d.d. 02/07). 

De voorzitter:

We blijven de staatssecretaris welkom heten. Fijn dat u er bent en blijft. 

Er zijn vijf sprekers van de zijde van de Kamer. De eerste is de heer Van Meenen, van de fractie van D66. Het woord is aan hem. 

De heer Van Meenen (D66):

Voorzitter. Ik heb een tweetal moties. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat de regering het voornemen heeft om de kwaliteit van een school samen te vatten in één predicaat; 

overwegende dat de regering terecht het voornemen heeft, onderwijskwaliteit breed te beoordelen; 

overwegende dat één predicaat voor een gehele onderwijsinstelling onvoldoende recht doet aan de vele aspecten van kwaliteit en onvoldoende de verbeter- en kwaliteitscultuur bevordert en inzichtelijk maakt; 

verzoekt de regering, het voornemen tot één algemeen predicaat voor de onderwijskwaliteit te schrappen, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Meenen, Bisschop en Jasper van Dijk. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 2 (33905). 

De heer Van Meenen (D66):

Dan de tweede motie. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat in het waarderingskader van de inspectie didactisch handelen van docenten is opgenomen als kwaliteitsaspect; 

overwegende dat het toezicht op en de beoordeling van het (vak)didactisch handelen van docenten geen taak van de Inspectie is, maar van een onderwijsinstelling en van docenten onderling, bijvoorbeeld door peer reviews en collegiale visitatie; 

verzoekt de regering, toezicht op en beoordeling van het (vak)didactisch handelen te schrappen uit het waarderingskader van de Inspectie, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Meenen, Bisschop en Rog. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 3 (33905). 

De heer Bisschop (SGP):

Voorzitter. Op het terrein wetgeving met betrekking tot onderwijstoezicht is er van alles gaande. Daar refereert ook de volgende motie aan. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat het kabinet een proefproject wil starten om ervaring op te doen met de voorgestelde inrichting van het gedifferentieerd toezicht; 

constaterende dat dit proefproject wezenlijke informatie oplevert ten behoeve van het wetsvoorstel dat is aangekondigd; 

verzoekt de regering, een wetsvoorstel dat ziet op de voorgestelde wijziging van het onderwijstoezicht pas ter advisering naar de Raad van State te sturen nadat de resultaten van het proefproject bekend zijn, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Bisschop, Rog en Jasper van Dijk. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 4 (33905). 

Mevrouw Straus (VVD):

Voorzitter. Ik heb twee moties. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat de staatssecretaris over een jaar tussentijds over de voortgang van de proefprojecten gedifferentieerd toezicht zal rapporteren; 

voorts constaterende dat om een meer dan "voldoende" school te kunnen worden het een voorwaarde is dat de school zichzelf voortdurend blijft ontwikkelen, in casu een verbetercultuur heeft; 

overwegende dat deze verbetercultuur nog nader gedefinieerd en gespecificeerd moet worden; 

overwegende dat in professionele organisaties de verbetercultuur vaak is vormgegeven via interne peer review en externe visitatie; 

verzoekt de regering om bij de tussenrapportage inhoudelijk verslag te doen aan de Kamer hoe de verbetercultuur is ingericht op die scholen die het predicaat "goed" gaan ontvangen, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Straus en Jadnanansing. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 6 (33905). 

Mevrouw Straus (VVD):

Mijn tweede motie luidt als volgt. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat het resultaat van inspectiebezoeken openbaar wordt gemaakt maar soms niet gevonden wordt door ouders; 

overwegende dat het brede oordeel van de inspectie, zoals verwoord in de kwaliteitskaart, van belang is voor de keuze van ouders voor een school; 

voorts overwegende dat transparantie en horizontale verantwoording onderdeel zijn van een gewenste verbetercultuur op scholen; 

verzoekt de regering, te zorgen dat scholen ook op hun eigen website de kwaliteitskaart openbaar maken, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Straus en Jadnanansing. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 6 (33905). 

De heer Jasper van Dijk van de SP-fractie ziet af van zijn spreektijd. Mevrouw Jadnanansing van de fractie van de Partij van de Arbeid is de laatste spreker van de zijde van de Kamer. 

Mevrouw Jadnanansing (PvdA):

Ik heb maar één motie. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat er de afgelopen jaren vanuit het onderwijsveld in toenemende mate kritiek klinkt op de validiteit van de centrale examens die het College voor Examens aan de examenkandidaten laat voorleggen; 

van oordeel dat het onverdiend de waarde van de diploma's die examenkandidaten behalen ondergraaft, of erger nog, dat leerlingen onverdiend kunnen zakken voor hun examen, indien de validiteit van examenvragen en/of correctievoorschriften niet op orde zijn; 

constaterende dat de onderwijsinspectie in haar weergave van de staat van het Nederlandse onderwijs in het Onderwijsverslag 2012-2013 zelfs in het geheel geen aandacht besteedde aan de commotie die vorig jaar ontstond rond bepaalde examens; 

van oordeel dat ook de validiteit van examens een relevante indicator is bij de staat van ons onderwijs en dat men hierbij niet enkel kan afgaan op het oordeel van het College voor Examens dat immers telkens de examens al voorafgaand aan de afname heeft goedgekeurd; 

verzoekt de regering om de onderwijsinspectie een uitdrukkelijke rol te geven bij de beoordeling van de validiteit van de centrale examens en dit aspect voortaan ook aan bod te laten komen in het Onderwijsverslag, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Jadnanansing. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 7 (33905). 

Staatssecretaris Dekker:

Voorzitter. Ik mis de vierde motie nog, maar ik vermoed dat die nog deze kant op zal komen. De motie-Van Meenen c.s. op stuk nr. 2 betreft de kern van het debat dat wij de vorige week hebben gevoerd. Ik ontraad deze motie omdat wij juist nu willen bekijken hoe dit in de praktijk uitwerkt. Ik zie dat er in de Kamer, bij zowel de heer Rog, de heer Van Meenen als de heer Bisschop zorgen over bestaan. De bewindslieden nemen die ook serieus. Wij willen bekijken of wij in de komende pilots kunnen komen tot categorieën die echt door het onderwijs worden gedragen. Dat laat onverlet dat ik deze motie moet ontraden, want daarmee geef je dit geen kans. Wij nemen dit echter in de pilots mee. 

De motie-Van Meenen c.s. op stuk nr. 3 moet ik dringend ontraden. De inspectie kijkt niet naar de keuze van het didactisch handelen, maar veel meer naar de effecten daarvan. Wij spreken dan over de kwaliteit van het leraarschap en over wat die in de klas betekent. Als wij die eruit zouden halen, ontneem je ook voor een groot deel het zicht op wat ze betekent, op de vraag in hoeverre de kwaliteit van leraren terugkomt in de klas en wat daarvan de effecten zijn. Ik denk dat dit juist voor het horizontaal toezicht, waarvan de heer Van Meenen zo'n groot voorstander is, en in de gesprekken in de mr, met ouders en met studenten erg belangrijk is. 

De voorzitter:

Eén korte, verduidelijkende vraag, mijnheer Van Meenen. 

De heer Van Meenen (D66):

Ik heb de staatssecretaris tijdens het algemeen overleg een aantal voorbeelden gegeven uit het waarderingskader van de inspectie. Is de staatssecretaris het met mij eens dat het puur, bijna voorschrijvende, didactiek was waarop het toezicht zich richtte? 

Staatssecretaris Dekker:

Ik ben best bereid om mede op grond van de kritische opmerkingen van de heer Van Meenen nog eens goed met de inspectie te bekijken hoe dit wordt getoetst. Dit zal op onderdelen misschien nog wel voor verbetering vatbaar zijn. Maar het gaat me te ver om nu te zeggen: we halen het er helemaal uit. Dan zouden we echt het kind met het badwater weggooien. Misschien kan ik de heer Van Meenen dus enigszins tegemoetkomen door deze toezegging te doen. Het gaat mij echter echt te ver om nu een positief advies te geven over deze motie. 

Ook de motie op stuk nr. 4 wil ik ontraden, ook al om tempo te houden in het proces. Gedurende de pilotfase is het echt al relevant om die wijziging van de WOT voor te bereiden. Er vinden ook tussenevaluaties plaats die voldoende informatie opleveren voor een zorgvuldig wetstraject. Het zou volgens mij onverstandig zijn als wij alles op elkaar zouden laten wachten. 

De voorzitter:

De heer Bisschop stelt één korte, verduidelijkende vraag. 

De heer Bisschop (SGP):

Deze motie heeft twee motieven. In de eerste plaats is er een proeftraject. Het lijkt mij bestuurlijk gezien zorgvuldig om de uitkomsten van een pilot af te wachten en de conclusies daaruit te trekken alvorens stappen te zetten. Er kan heel veel worden voorbereid, maar het lijkt mij logisch dat de pilot moet zijn afgerond alvorens richting de formele adviesaanvraag te gaan. In de tweede plaats geef ik in alle openhartigheid toe dat er inmiddels een initiatiefwetsvoorstel aanhangig is gemaakt. Ik zou het … 

De voorzitter:

Dank u wel. Het woord is aan de staatssecretaris. 

De heer Bisschop (SGP):

… een kwestie van hoffelijkheid vinden als dit traject dat in ieder geval niet zou doorkruisen. 

Staatssecretaris Dekker:

De pilots gaan nu lopen. Om te beginnen is wetgeving voor het komend schooljaar niet voorzien. Het initiatiefvoorstel van de heer Bisschop ligt inmiddels bij de Kamer. Er is advies over gevraagd aan de Raad van State. Ik vermoed daarom dat wij over het initiatiefvoorstel van de heer Bisschop sowieso in de Kamer komen te spreken voordat wij de Kamer een wijziging van de WOT toesturen. Ik blijf daarom bij mijn advies over de motie: ik ontraad haar. 

De voorzitter:

Wij komen bij de motie op stuk nr. 5. 

Staatssecretaris Dekker:

Die motie krijg ik nu net binnen. Wat er in die motie wordt gevraagd, is voor mij geen punt. Ik laat het oordeel over deze motie aan de Kamer. 

Ik kom op motie op stuk nr. 6. Wat er in de motie staat, vind ik een interessante gedachte. Hierin wordt ervan uitgegaan dat je ouders ook informeert over wat de inspectie in haar oordeel heeft meegewogen. Dat kan belangrijk zijn voor die horizontale verantwoording. Er wordt in de motie ook gevraagd om dat door de inspectie te laten toetsen voor alle scholen. Dat vraagt om wat wet- en regelgeving. Misschien mag ik de indieners vragen om deze motie aan te houden, want … 

De voorzitter:

Wat is daarop uw antwoord, mevrouw Straus? 

Staatssecretaris Dekker:

… er komt na de zomer een uitgebreide brief naar de Kamer over transparantie in het funderend onderwijs. Dat gaat over iets wat breder is dan alleen de oordelen van de inspectie. Daarbij wordt bijvoorbeeld ook gekeken naar de doorontwikkeling van vensters. Er komt ook een brief over zwakke en zeer zwakke scholen. Ik vind het sowieso noodzakelijk dat ouders over die zwakke scholen goed worden geïnformeerd. Zij moeten weten wat er op zo'n school aan de hand is. Als de motie wordt aangehouden, kunnen we het iets meer integraal bespreken dan als de motie nu niet wordt aangehouden. 

Mevrouw Straus (VVD):

Ik ben daartoe bereid, voorzitter. 

De voorzitter:

Op verzoek van mevrouw Straus stel ik voor, haar motie (33905, nr. 6) aan te houden. 

Daartoe wordt besloten. 

De voorzitter:

Wij komen op de motie op stuk nr. 7. 

Staatssecretaris Dekker:

In reactie op deze motie van mevrouw Jadnanansing zeg ik dat de onderwijsinspectie een rol speelt bij de beoordeling van de validiteit van de centrale examens. In deze motie wordt echter volgens mij net even wat extra's gevraagd, namelijk dat de onderwijsinspectie daarover ook in haar onderwijsverslag rapporteert. Dat lijkt mij geen probleem. Ik laat het oordeel over de motie over aan de Kamer. 

De voorzitter:

Dank u wel. 

De beraadslaging wordt gesloten.