Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-2014nr. 102, item 42

42 Rijksdienst

Aan de orde is het VAO Rijksdienst (AO d.d. 26/06). 

De heer Geurts (CDA):

Voorzitter. Ik dien twee moties in. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat het kabinet voornemens is, de privaatrechtelijk georganiseerde agrarische keuringsdiensten samen te voegen tot twee publiekrechtelijke zbo's en onder het publiek domein te brengen; 

constaterende dat om de exportpositie van de Nederlandse land- en tuinbouwsector te bevorderen een kwalitatief goede vorm van aansturing en toezicht bij de keuringsdiensten noodzakelijk is; 

verzoekt de regering, te komen tot een publiekrechtelijke zbo in de governancestructuur waarbij de huidige uitvoering van de privaatrechtelijke taken en werkzaamheden in stand blijft, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Geurts en Schouw. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 150 (31490). 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat het kabinet voornemens is, schoonmaakwerkzaamheden niet langer uit te besteden; 

overwegende dat inbesteding van werkzaamheden leidt tot verdringing van private bedrijven die deze werkzaamheden ook uitvoeren; 

overwegende dat verbetering van arbeidsvoorwaarden betrekking dient te hebben op alle medewerkers in de schoonmaakbranche; 

overwegende dat inbesteding van schoonmaakwerkzaamheden in strijd is met het streven naar een kleinere en slagvaardige overheid; 

verzoekt de regering, niet over te gaan tot het inrichten van een rijksschoonmaakorganisatie, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Geurts en Schouw. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 151 (31490). 

De heer Albert de Vries (PvdA):

Voorzitter. Voor de PvdA was nou juist de brief van het kabinet waarin stond dat de schoonmakers weer in dienst zouden komen, het hoogtepunt van dit algemeen overleg. Dat facilitair personeel weer in dienst komt, betekent dat ze weer collega's worden en dezelfde rechtspositie krijgen als de andere ambtenaren. De PvdA knokt voor goed en eerlijk werk en wij zijn blij dat dit kabinet met deze stap het goede voorbeeld geeft. 

De voorzitter:

U bent mij bijna te snel af! Ik geef het woord aan mevrouw Kooiman van de SP. 

Mevrouw Kooiman (SP):

Voorzitter. Ik heb een heel duidelijke motie. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat de Regeling uitkering substantieel bezwarende functies voor het personeel van de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) met een SB-functie is gerepareerd en de sbf'ers die tussen 2010 en 2012 gestopt zijn met werken gedeeltelijk worden gecompenseerd voor hun schade; 

overwegende dat er ondanks deze nieuwe sbf-regeling geen oplossing is geboden aan de groep sbf'ers die tussen 1 januari 2013 en 1 oktober 2014 noodgedwongen moest stoppen met werken; 

overwegende dat wordt gesteld dat sbf-medewerkers vanaf 1 januari 2013 door konden werken als zij dit wilden, maar dat in de praktijk is gebleken dat doorwerken niet altijd mogelijk was wegens het ontbreken van werk of het bestaan van medische belemmeringen; 

verzoekt de regering, een oplossing te zoeken voor de sbf'ers die tussen 1 januari 2013 en 1 oktober 2014 noodgedwongen moesten stoppen met werken en de Kamer hierover te informeren, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Kooiman en Van Toorenburg. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 152 (31490). 

Mevrouw Kooiman (SP):

Ik wil hierbij gezegd hebben dat dit niet het openbreken is van een akkoord tussen de bonden. Het is een heel kleine reparatie waar de bonden echt achter staan. 

Deze motie zou overbodig zijn geweest als de twee jaar geleden aangenomen motie gewoon direct was uitgevoerd. Mijn motie is dus eigenlijk een herstel van een fout van het kabinet. 

De heer Schouw (D66):

Voorzitter. Ik heb twee moties, waarvan één uiteraard met de heer Geurts van het CDA. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat de regering naar een kleinere, efficiëntere en effectievere overheid streeft; 

constaterende dat de regering het uitgangspunt hanteert dat diensten die worden uitgevoerd in de lagere loonschalen worden uitbesteed als de markt deze onder dezelfde arbeidsvoorwaarden en met dezelfde kwaliteit goedkoper kan uitvoeren; 

constaterende dat de regering voor het inbesteden van schoonmaakwerkzaamheden kiest, ondanks de verwachtingen dat hierdoor de totale schoonmaakkosten zullen stijgen; 

verzoekt de regering, zich aan het aangegeven kostenverschil inbesteding/uitbesteding van 0,4 miljoen euro als maximum te houden, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Schouw en Geurts. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 153 (31490). 

De heer Schouw (D66):

Dit legt precies vast wat dit kabinet met zichzelf heeft afgesproken. 

De voorzitter:

U had er nog een. 

De heer Schouw (D66):

Dank u wel, voorzitter. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat de regering naar een kleinere, efficiëntere en effectievere overheid streeft; 

constaterende dat er steeds meer rijksacademies zijn ontstaan waarin de overheid zelf opleidingen aanbiedt; 

constaterende dat het risico bestaat dat deze rijksacademies op ongelijke voorwaarden concurreren met de private opleidingsaanbieders; 

verzoekt de regering, het aanbieden van opleidingen zo veel mogelijk aan de markt te laten en de rijksacademies te beperken tot specialistische opleidingen of opleidingen waarbij sprake is van beleidsintimiteit, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Schouw. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 154 (31490). 

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst. 

Minister Blok:

Voorzitter. De leden Geurts en Schouw verzoeken in hun motie op stuk nr. 150 de regering om te komen tot een publiekrechtelijk zbo in de governancestructuur, waarbij de huidige uitvoering van de privaatrechtelijke taken en werkzaamheden in stand blijft. Als ik de motie zo mag uitleggen dat ik, naast het eindbeeld in de motie, ook andere opties aan de Kamer kan laten zien, laat ik het oordeel over aan de Kamer. 

De heer Geurts (CDA):

Op deze mooie avond kan ik leven met de uitleg van de minister. 

De voorzitter:

Handhaaft u de motie, houdt u die aan of trekt u die in? 

De heer Geurts (CDA):

Ik laat de motie vanavond in stemming komen. 

Minister Blok:

De tweede motie van de leden Geurts en Schouw op stuk nr. 151 gaat over schoonmaakwerkzaamheden. Daarin wordt de regering verzocht om niet over te gaan tot de inrichting van een rijksschoonmaakorganisatie. In het regeerakkoord is bewust de afspraak gemaakt om mensen in de schoonmaak echt onderdeel te laten zijn van de rijksorganisatie, gewoon als collega's. Deze motie is daar strijdig mee. Ik moet de motie dus ontraden. 

Dan kom ik bij de motie op stuk nr. 152 van mevrouw Kooiman en mevrouw Van Toorenburg over de substantieel bezwarende functies. Daarin wordt de regering verzocht om een oplossing te zoeken voor sbf'ers die tussen 1 januari 2013 en 1 oktober 2014 noodgedwongen moesten stoppen en om de Kamer hierover te informeren. Wij hebben als werkgevers overeenstemming bereikt met de bonden over een aanpassing van de sbf-regeling. Daarbij zijn alle voors en tegens overwogen. De regeling is voorgelegd aan de leden van de bonden. In de verhouding tussen bonden en het Rijk als werkgever vind ik het onjuist om een gesloten akkoord in de Kamer weer open te breken. De motie richt zich niet alleen op de regering maar ook op de bonden. Daarnaast is het een ongedekte motie. Alleen voor de Dienst Justitiële Inrichtingen zou dat al 3,5 miljoen kosten. Dat is een extra reden om deze motie te ontraden. 

Mevrouw Kooiman (SP):

Het gaat hier echt niet om het openbreken van een akkoord met de bonden. Het is een fout van het ministerie zelf, dat geweigerd heeft om een motie uit te voeren die al twee jaar bij het kabinet lag. Nu ben ik zo vriendelijk om een fout van het kabinet middels een motie te herstellen. Ik vraag alleen maar om te kijken naar een oplossing voor enkele tientallen mensen die dit is overkomen. Dat is geen grote groep. Ik vraag echt alleen maar om een oplossing. Het is een heel vriendelijke motie. 

De voorzitter:

Dat zit al in de motie. Wat is uw vraag aan de minister? 

Mevrouw Kooiman (SP):

Als de minister in overleg wil treden met deze groep om te kijken wat de mogelijkheden zijn, ben ik bereid om de motie aan te houden. Zo niet, dan laat ik de motie in stemming komen. 

Minister Blok:

Ik vind zonder meer dat mevrouw Kooiman het heel vriendelijk brengt, evenals mevrouw Van Toorenburg, maar ik kan het niet anders maken. Er is een akkoord gesloten, alle voors en tegens zijn afgewogen en het is aan de leden voorgelegd. Deze motie kost alleen al voor de Dienst Justitiële Inrichtingen 3,5 miljoen en de motie is ongedekt. 

De motie op stuk nr. 153 van de heren Schouw en Geurts gaat ook over de schoonmaak. Ik neem aan dat die is ingediend voor het geval dat de eerste motie wordt afgewezen, want ze kunnen niet allebei waar zijn. In de motie wordt een kostenverschil van 0,4 miljoen euro genoemd. Dat is maar een deel van de businesscase. Ik ben ook ingegaan op de eenmalige transitiekosten. Deze motie moet ik ook ontraden. 

De voorzitter:

De heer Schouw, graag alleen een toelichtende vraag op dit tijdstip. 

De heer Schouw (D66):

De motie gaat niet over de transitiekosten. Wij hebben dat besproken in het algemeen overleg. De motie gaat over de structurele extra last. Het kabinet heeft zich toch voorgenomen om die op een maximum van 0,4 miljoen euro per jaar te stellen? 

Minister Blok:

Zeker. Ik heb gezegd dat ik er alles op zal zetten om dat resultaat te bereiken. In de motie staat echter niet dat het met uitzondering van andere kosten is. Deze motie moet ik echt ontraden. De motie op stuk nr. 154 van de heer Schouw gaat over de rijksacademies en verzoekt de regering om het aanbieden van opleidingen zo veel mogelijk aan de markt over te laten en rijksacademies te beperken tot specialistische opleidingen of opleidingen waarbij sprake is van beleidsintimiteit. Dat vind ik overigens een mooi woord. Ik denk ook het woord "beleidsintimiteit" goed te kunnen interpreteren en kan het oordeel over deze motie aan de Kamer overlaten. Ik meen dat ik het ook zo gebracht heb in het algemeen overleg. Hiermee heb ik alle moties van een advies voorzien. 

De voorzitter:

Ik dank de minister voor de gegeven antwoorden. 

De beraadslaging wordt gesloten. 

De voorzitter:

Over de ingediende moties zal vannacht worden gestemd.