Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-2013nr. 44, item 6

6 Regeling van werkzaamheden

Regeling van werkzaamheden

De voorzitter:

Ik stel voor, hedenmiddag ook te stemmen over de aangehouden motie-Klever/Jan Vos (33400-XIII, nr. 42) en de aangehouden motie-Van Tongeren (33400-A, nr. 42).

Ik stel voor, de volgende stukken van de stand van werkzaamheden af te voeren: 21501-07-967; 21501-07-981; 21501-07-976; 21501-07-979; 21501-07-966; 21501-07-985; 21501-07-984; 21501-07-978; 21501-07-983; 21501-07-980; 33400-X-45; 32545-12; 32013-27; 33400-IX-10; 32648-4; 29407-152; 29407-151; 29407-153; 31311-92; 32144-21; 22112-1538; 33400-XV-76; 29544-428; 29362-209; 29544-382; 29544-384; 29544-390; 30420-162; 30545-112; 30545-107; 29544-399; 29544-392; 29544-393; 29544-362; 31224-36; 31322-189; 32637-33; 31862-8; 31862-6; 32163-17; 32043-110; 32163-14; 33035-1; 33046-36; 33046-9; 33090-XV-3; 33161-7; 33161-39; 33207-15; 33240-XV-1; 33240-XV-6; 33280-XV-4; 33327-15; 33480-XV-3; 33000-XV-67; 32767-5; 29427-84; 29427-88; 29427-85; 29427-81; 29427-80; 25883-210; 25883-211; 28719-76; 25883-197; 22112-1423; 22112-1415; 21501-31-292; 22112-1396; 22112-1414; 21501-31-291; 21501-31-288; 21501-31-279; 21501-31-286; 2012Z03527; 29817-60; 31865-45; 29502-92; 32043-62; 33400-XV-13; 33240-XV-7; 33400-XV-73; 2012Z02859; 26448-481; 33400-A-12; 31409-42; 32252-51; 33473-1; 33473-2; 32598-16; 33480-XII-3; 33480-A-3; 30930-9; 23645-521; 22112-1533; 30873-4; 33400-A-6; 22026-366; 32404-58; 32660-54; 22112-1482; 21501-33-382; 22112-1449; 33400-XII-5; 31253-30; 22026-368; 31089-96; 22026-370; 21501-08-434; 33400-XII-3; 33184-8; 25834-76; 32127-162; 22112-1432; 2012Z14881; 30872-124; 30175-149; 33410-30; 30015-46; 33291-5; 21501-08-446; 33400-XII-48; 31936-111; 32537-5; 26956-144; 29984-332; 26956-142; 33000-XII-131; 29383-189; 32404-59; 22026-373; 26049-75; 28498-28; 2012Z22375; 33401-4; 33400-V-98; 33400-V-81; 2013Z00622; 21501-02-1212; 29521-183; 29521-198; 32706-31; 29521-182; 29521-196; 33400-XIII-17; 33480-F-3; 33400-XIII-24; 21501-32-673; 2012Z21114; 29248-243; 2012Z22997; 32852-13; 33400-XVII-2; 32317-148; 32317-151; 22112-1517; 22112-1525; 2012Z20793; 24587-438; 24587-432; 24587-430; 24587-427; 29838-60; 21501-20-703; 21501-20-704; 21501-20-707; 21501-20-706.

Aangezien voor de volgende stukken de termijnen zijn verstreken, stel ik voor deze stukken voor kennisgeving aan te nemen: 31322-188; 33212-10; 33184-18; 29383-205; 29383-204; 28286-599; 31753-54.

Ik stel voor, toe te voegen aan de agenda:

  • - het VAO Armoede en schuldenbeleid, naar aanleiding van een algemeen overleg gehouden op 23 januari, met als eerste spreker het lid Schouten van de ChristenUnie;

  • - het VAO WUL (Wet Uniformering Loonbegrip), naar aanleiding van een algemeen overleg gehouden op 23 januari, met als eerste spreker het lid Knops van het CDA;

  • - het VAO Politieonderwerpen, naar aanleiding van een AO gehouden op 24 januari, met als eerste spreker het lid Berndsen-Jansen van D66.

Overeenkomstig de voorstellen van de voorzitter wordt besloten.

De voorzitter:

Het woord is aan de heer Krol van 50PLUS.

De heer Krol (50PLUS):

Mevrouw de voorzitter. De schriftelijke vragen die 50PLUS heeft gesteld aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport zijn nog niet beantwoord. Ik zou graag zien dat de minister die op zo kort mogelijke termijn wel beantwoordt.

De voorzitter:

Ik zal dit gedeelte van het stenogram doorgeleiden naar het kabinet.

Het woord is aan mevrouw Jadnanansing van de Partij van de Arbeid.

Mevrouw Jadnanansing (PvdA):

Voorzitter. Namens de commissie voor Veiligheid en Justitie doe ik het verzoek om op zeer korte termijn een debat te voeren over de brief van de staatssecretaris over de regeling langdurig verblijvende kinderen.

De voorzitter:

Ik ga mijn best doen om aan dat verzoek te voldoen, maar u hebt mij dat gisteren ook al heel vaak horen zeggen. Ik heb de inspanningsverplichting.

Mevrouw Jadnanansing (PvdA):

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Het woord is aan de heer Van Vliet van de PVV.

De heer Van Vliet (PVV):

Voorzitter. De Wet uniformering loonbegrip hebben wij een tijd geleden behandeld. Hij was uitgesteld, maar is inmiddels in werking getreden. Wat schetst onze verbazing? De nadelige effecten die uit deze wet voortvloeien en die wij destijds niet hebben kunnen overzien, treffen grote groepen Nederlanders, voornamelijk gepensioneerden, militairen en zeker ook Wajongers. Ik doe dus het verzoek aan de Kamer om daarover op korte termijn een debat te voeren met de staatssecretaris van Financiën, voorafgegaan door een uitgebreide brief van de staatssecretaris. Ik doe het verzoek mede namens de fracties van de ChristenUnie en 50PLUS.

De voorzitter:

Het is dus een verzoek om steun voor een debat.

De heer Omtzigt (CDA):

Ook de CDA-fractie steunt dit debat van harte. Zij wil graag een brief, want voor de zomer heeft Weekers gezegd dat omdat één maat …

De voorzitter:

Nee, u moet even kort proberen te zijn. U wilt graag een brief?

De heer Omtzigt (CDA):

Ja, daarin moet staan hoe hij de toezegging is nagekomen die hij in juni aan de Kamer gedaan heeft, namelijk dat er uiteindelijk een evenwichtig inkomensbeeld, met name voor ouderen en zelfstandigen, zou zijn door de Wet uniformering loonbegrip.

De heer Bashir (SP):

Ik ben minder verrast, want ik had hiervoor gewaarschuwd toen wij dit wetsvoorstel behandelden. Ik vroeg toen om een overzicht van de cumulatiemaatregelen.

De voorzitter:

Het gaat echt om een regeling van werkzaamheden, mijnheer Bashir.

De heer Bashir (SP):

Het zou inderdaad fijn zijn als in de gevraagde brief alsnog dat overzicht van alle cumulaties van beleidsmaatregelen wordt meegenomen.

De voorzitter:

Steunt u het debat? Dat was eigenlijk de vraag.

De heer Bashir (SP):

Steun voor het debat.

De heer Dijkgraaf (SGP):

Steun voor debat en brief.

Mevrouw Neppérus (VVD):

Ik wil het debat best aangaan, maar het is voor ons essentieel dat er een brief is met alle punten, want wij wisten toen de Kamer hierover sprak dat er effecten zouden zijn. Wellicht kunnen wij eerst even als commissie voor Financiën in beeld brengen waarop wij precies een reactie in de brief willen hebben, want anders blijven we bezig.

De voorzitter:

Mevrouw Neppérus, ik neem aan dat u geen steun hebt verleend aan het debat. Dat was namelijk de vraag.

Mevrouw Neppérus (VVD):

Ja, maar ik had er even behoefte aan om iets meer te zeggen. Ik wil een debat maar voorafgegaan door een brief die wij eerst in de commissie bespreken voor de helderheid van de punten.

De voorzitter:

Ik stel nog steeds vast dat u nu geen steun geeft aan een debat.

Het is heel simpel. Als u het kort en bondig houdt, kan ik ook kort en bondig concluderen. Ik hoor u zeggen: eerst een brief en dan bekijken we later of we er op een of andere manier over kunnen praten.

Mevrouw Neppérus (VVD):

Ik ben bereid tot een debat, maar die brief, besproken in de commissie voor Financiën, is essentieel.

De voorzitter:

Dank u wel. Steun voor het debat.

De heer Groot (PvdA):

Er valt heel wat op te helderen over de uitwerking van de Wet uniformering loonbegrip. Die brief is dus heel belangrijk. Steun voor het debat daarop volgend.

De heer Van Weyenberg (D66):

Ook van D66 steun voor het verzoek om een debat en om een brief.

De heer Klaver (GroenLinks):

Van hetzelfde.

De voorzitter:

Mijnheer Van Vliet, ik stel vast dat u steun hebt voor een debat en ook voor een brief. We gaan dat debat op …

De heer Van Vliet (PVV):

Korte termijn?

De voorzitter:

Weet u, ik geloof dat we vijftien debatten in de planning hebben. Ik neem aan dat voor al die debatten gold dat ze belangrijk waren.

De heer Van Vliet (PVV):

Dit debat is nog belangrijker.

De voorzitter:

Tja. Een spreektijd van vier minuten per fractie.

De heer Van Vliet (PVV):

Dank u zeer.

De voorzitter:

Het stenogram zal worden doorgeleid naar het kabinet, zodat er ook een brief komt.

Mevrouw Vermeij (PvdA):

Voorzitter. U hebt van de week aangegeven naar de prioriteiten te gaan kijken. Als dit debat als een prioriteit wordt aangegeven, geef ik dat punt nog aan u mee.

De voorzitter:

Ik heb niet aangeven dat ik in zijn algemeenheid zal kijken naar de prioriteiten. Daar waar de Kamer om prioriteit vraagt, zal ik mijn best doen. Nogmaals, ik weet zeker dat ik bij het doorlezen van de stenogrammen zal zien dat de aanvrager bij elk debat een prioriteit heeft aangegeven. Waarmee ik maar aangeef hoe ik omga met prioriteiten.

Het woord is aan de heer Jan Vos van de PvdA.

De heer Jan Vos (PvdA):

Voorzitter. Ik heb een rappel betreffende mijn schriftelijke vragen d.d. 17 december aan de minister van Economische Zaken over de elektriciteitstarieven voor stroomproducent ALDEL.

De voorzitter:

Ik zal dit gedeelte van het stenogram doorgeleiden naar het kabinet.

Het woord is aan mevrouw Schouten van de ChristenUnie.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Voorzitter. Twee dagen geleden stond ik hier om te vragen om een brief en een debat over de uitspraak van onze minister van Financiën, de heer Dijsselbloem, dat de eurozone bij elkaar gehouden zou moeten worden en dat er geen landen uit zouden moeten kunnen treden. Zojuist heeft onze minister-president in Davos gezegd dat hij nog steeds van mening is dat landen uit de euro moeten kunnen treden. Wat is nu het kabinetsstandpunt en de inzet van het kabinet in het eurodebat? Dat is mij op dit moment totaal onduidelijk. Daarom wil ik graag dat in de brief die al gestuurd zou worden over het standpunt van de heer Dijsselbloem, ook dit vraagstuk wordt betrokken en dat dus wordt aangegeven hoe die twee uitspraken zich tot elkaar verhouden. En dan moeten we maar het debat met beide heren daarover aangaan.

De voorzitter:

Het verzoek is om met de minister van Financiën en de minister-president een debat te voeren over het al dan niet kunnen uittreden uit de eurozone.

De heer Van Bommel (SP):

Dit hing al een tijdje boven de markt als standpunt van het kabinet. Als dat echter elders zo duidelijk wordt uitgesproken, dan moet dat ook in de Kamer duidelijk worden uitgesproken, zodat we daar vervolgens ook rekening mee kunnen houden.

De voorzitter:

Steun voor het debat.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Steun voor het debat.

De heer Dijkgraaf (SGP):

Steun voor de brief. Op zich ook steun voor het debat, maar betrek het als het even kan bij een van de vele debatten over de euro die ongetwijfeld binnenkort weer op de agenda staan.

De heer Omtzigt (CDA):

Ik wil hierop ook graag een uitgebreide reactie van de minister-president hebben en hem uitnodigen bij bijvoorbeeld de eerstvolgende Ecofin, tenzij u, voorzitter, erin slaagt om dit debat in de volgende week te plannen. Als dat niet lukt, dan … Ik zie u lachen, maar ik probeer met u mee te denken. Dan zal het even via een debat in de commissie moeten. Dit moet wel opgehelderd worden.

De voorzitter:

Dank voor uw begrip. Steun voor het debat.

De heer Pechtold (D66):

Steun voor de brief. Steun voor een debat, maar graag samen met een van de vele debatten die we over deze onderwerpen hebben.

De heer Tony van Dijck (PVV):

Ook steun. Ik sluit me aan bij de woorden van de heer Pechtold.

De heer Verheijen (VVD):

We zijn niet gewoon om een brief tegen te houden. Dat kan dus altijd. Geen steun voor het debat. Het regeerakkoord is zeer helder. Daarin is duidelijk aangegeven wat de bedoeling is. Het kan altijd nog aan bod komen in een van de vele debatten.

De heer Klaver (GroenLinks):

Steun voor de brief en het debat. Wellicht kan het al bij bijvoorbeeld het debat over de Europese top.

De heer Nijboer (PvdA):

Steun voor de inbreng van de heer Verheijen. Daar sluit ik me bij aan.

De voorzitter:

Mevrouw Schouten, ik hoor geen steun voor een meerderheidsdebat, wel steun voor de brief. Als we ervoor zorgen dat die brief er is voor het debat over de Europese top, dat op 6 februari staat gepland, dan kunt u die brief betrekken bij dat debat en hebt u toch nog uw plenaire debat gekregen.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Dat lijkt mij een heel galante tussenoplossing. Daar kan ik mij in vinden.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan zal ik dit gedeelte van het stenogram doorgeleiden naar het kabinet.

Het woord is aan mevrouw Mei Li Vos.

Mevrouw Mei Li Vos (PvdA):

Voorzitter. Ik heb een rappel over een aantal schriftelijke vragen. Het gaat om schriftelijke vragen van 7 december 2012 over misleidende gokreclame.

De voorzitter:

Ik zal dit gedeelte van het stenogram doorgeleiden naar het kabinet.

Het woord is aan de heer Wilders.

De heer Wilders (PVV):

Voorzitter. Ik vroeg mij in alle nieuwsgierigheid af of u al iets weet over de planning van het debat dat gisteren door ons is aangevraagd, wat door een meerderheid van de Kamer werd gesteund, over de speech van de heer Cameron.

De voorzitter:

Dat debat had prioriteit, geloof ik. Het lijkt mij verstandig om het debat te plannen voor het debat over de Europese top. Anders gaat alles door elkaar heen lopen. Ik probeer het te regelen, ik kan u daar nu nog niets over zeggen. Ik zal in ieder geval wel aan het kabinet doorgeven dat ik vind dat de brief die ook gevraagd is, er volgende week donderdag uiterlijk 12.00 uur moet zijn, zodat u die bij de voorbereiding kunt betrekken. De premier heeft volgende week een drukke agenda. Voor die tijd gaat het zeker niet lukken; dat kan ik u wel meegeven.

De heer Wilders (PVV):

Zeer veel dank. Samengevat: voor de regeling van werkzaamheden van volgende week donderdag een brief. Als die niet voldoende is, kunnen wij erop terugkomen in het debat de week erna. Dat lijkt mij prima. Zeer veel dank.

De voorzitter:

Ik ga daar mijn best voor doen. Ik kan er niet helemaal iets over zeggen.

De heer Pechtold (D66):

Ik ben het helemaal eens met de lijn die zojuist is afgesproken. Het gaat wel om de inhoud van de brief. Daarom ben ik blij met uw reactie op collega Wilders, voorzitter, dat wij dit ruim van tevoren moeten kunnen controleren. Het moet niet een brief zijn in de trant van "leuk dat hij een speech heeft gehouden, dat mag hij doen en wij komen later met ons standpunt." Wij wachten nu al een tijdje op het standpunt van het kabinet over met name opt-outs en heronderhandelingen, over dat gehele spectrum. Het moet geen beschouwende brief zijn in de zin dat er een speech is geweest en dat het kabinet daarvan kennisneemt.

De voorzitter:

Ik zal dit gedeelte van het stenogram doorgeleiden naar het kabinet, inclusief het verzoek om de Kamer voor volgende week donderdag 12.00 uur de brief te sturen.