29 544 Arbeidsmarktbeleid

Nr. 428 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 10 januari 2013

Op 22 augustus 2012 heeft het lid Hamer (PvdA) vragen gesteld over «de versoepeling van het ontslagrecht door de Kunduz-coalitie». Deze vragen hebben betrekking op de plannen rondom hervorming van ontslagrecht en WW, zoals opgenomen in het Begrotingsakkoord 2013 van 25 mei 2012. Deze plannen zijn uitgewerkt in de Hoofdlijnennotitie aanpassing ontslagrecht en WW, die op 18 juni 2012 onder verantwoordelijkheid van het vorige kabinet aan uw Kamer is gezonden1.

Uit het Regeerakkoord blijkt dat de plannen met betrekking tot ontslag en WW van het huidige kabinet op onderdelen wezenlijk verschillen met de plannen van het vorige kabinet zoals uitgewerkt in genoemde Hoofdlijnennotitie. Zo blijft in het Regeerakkoord de preventieve toetsing bij ontslag via een verplichte adviesaanvraag bij UWV in stand en is er geen sprake meer van verhaal (van een deel) van de WW-uitkering op de laatste werkgever.

De door het lid Hamer gestelde vragen zijn ingehaald door het Regeerakkoord. Mede gelet op het stadium van uitwerking waarin de plannen zich nu bevinden, zal het niet opportuun zijn om op dit moment op dergelijke vragen in te gaan.

De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, L.F. Asscher


X Noot
1

Kamerstukken II 2011–12, 29 544, nr. 400

Naar boven