Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-201330873 nr. 4

30 873 Instellen Inspectie Verkeer en Waterstaat als baten-lastendienst

Nr. 4 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 8 oktober 2012

Hierbij ontvangt u het rapport «Evaluatie baten-lastendienst Inspectie VenW».*) De Inspectie Verkeer en Waterstaat (IVW) is op 1 januari 2007 als baten-lastendienst ingesteld; de evaluatie betreft de periode 2007–2011 en heeft als doel een beeld te geven van de ontwikkeling en het functioneren van de IVW als baten-lastendienst. De evaluatie is uitgevoerd door mijn departement en een extern bureau, in nauwe samenwerking met het ministerie van Financiën. Om de onafhankelijkheid te waarborgen is een taskforce ingesteld, onder leiding van de heer R.J. Barendse, directeur Financieel Economische Zaken van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw & Innovatie. Deze taskforce heeft de conclusies van de evaluatie gevalideerd en aanbevelingen geformuleerd.

In deze brief stel ik enkele hoofdlijnen van de conclusies en aanbevelingen aan de orde.

De taskforce constateert dat de Inspectie Verkeer en Waterstaat sinds 2007 een aantal ontwikkelingen heeft doorgemaakt om tot een meer slagvaardige organisatie te komen, bij voorbeeld de reorganisatie in 2009, waarbij de interne aansturing van de organisatie sterk is vereenvoudigd.

In het kader van de evaluatie bleek het lastig te zijn om een uitspraak te doen over de ontwikkeling van de doelmatigheid en doeltreffendheid van de IVW. Indien wordt gekeken naar de totale kosten van de IVW dan kan wel worden vastgesteld dat deze tussen 2007 en 2011 met 10% zijn gedaald. Daar moet echter bij worden aangetekend dat het takenpakket ook is gekrompen. Als gecorrigeerd wordt voor die verschuiving is er sprake van een stijging van kosten (overall en per fte). Wanneer vervolgens ook de stijging van cao-loonkosten in acht wordt genomen, dan lijkt de conclusie gerechtvaardigd dat de IVW een beperkte doelmatigheidswinst heeft geboekt.

Per 1 januari jl. zijn de IVW en de VROM-Inspectie gefuseerd. Zij vormen samen de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). De taskforce heeft op grond van de evaluatie van het functioneren van de baten-lastendienst IVW nagegaan welke verbeteringen nog kunnen bijdragen aan een doelmatiger functionerende ILT. Geconstateerd kan worden dat de inspectiewerkzaamheden in beweging zijn en dat de secretaris-generaal in de rol van eigenaar van de baten-lastendienst ILT, de directoraten-generaal in de rol van ketenpartners en de ILT bezig zijn de werkprocessen en samenwerking te verbeteren en aan te scherpen. De aanbevelingen van de taskforce zijn erop gericht dit proces te stimuleren. De kern van de aanbevelingen is een verdere verduidelijking van rollen en verantwoordelijkheden in het sturingsmodel in de driehoek secretaris-generaal, ILT en directoraten-generaal (ketenpartners) op basis van de volgende punten:

  • gelijkwaardigheid tussen de ILT en ketenpartners,

  • rolvastheid,

  • meer zakelijkheid, en

  • meer transparantie om scherp inzicht te krijgen waar de ILT staat op het gebied van doelmatigheid en effectiviteit.

Ik onderschrijf de intenties van de aanbevelingen van de taskforce. De aanbevelingen zullen worden betrokken bij de verdere uitwerking van het sturingsmodel voor de baten-lastendienst ILT, waarbij het uitgangspunt is dat de ILT, op basis van de gewenste nalevingniveaus voor de verschillende domeinen van toezicht, het noodzakelijke maatregelenpakket (dienstverlening, toezicht en opsporing) aangeeft, rekening houdend met de beschikbare financiële en personele randvoorwaarden. De secretaris-generaal, in de rol van eigenaar, ziet toe op de continuïteit van de ILT en voert regie op de werking van het sturingsmodel.

Mede in het licht van de conclusies en aanbevelingen van de evaluatie is met het ministerie van Financiën afgesproken dat over twee jaar getoetst zal worden of de ILT voldoet aan de eisen die gelden voor een agentschap.

De minister van Infrastructuur en Milieu, M. H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus

*) Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer