Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-2013nr. 44, item 10

10 Begroting Economische Zaken

Aan de orde is de voortzetting van de behandeling van:

  • - het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (XIII) voor het jaar 2013 (onderdeel Landbouw en Natuur) (33400-XIII).

De algemene beraadslaging wordt hervat.

Staatssecretaris Dijksma:

Voorzitter. Ik kom toe aan het zesde blok: decentralisatie van het natuurbeleid en de ecologische hoofdstructuur. Bijna alle partijen, zeker mevrouw Jacobi en mevrouw Van Veldhoven, hebben aandacht gevraagd voor de robuuste ehs, en hoe het kabinet daar naartoe werkt. De provincies hebben, zoals eerder afgesproken, een sleutelrol bij de realisatie van het natuurbeleid. Zij verbinden de internationale doelen, de ambities van het Rijk en de realisatie in de regio. Vorige week heb ik gesproken met de provincies en de natuurorganisaties, en de Kamer heeft van mij een brief gekregen over dat gesprek. De boodschap van alle partijen was helder: nu doorpakken en aan de slag. Ook hebben we concrete afspraken gemaakt over de inzet van de extra 200 miljoen voor natuur in 2013. Ik heb afgesproken om de Kamer aan het begin van het voorjaar te informeren over onze gezamenlijke kaders en ambities op het gebied van natuur, onze gemeenschappelijke acties en de planning. Onze inzet daarbij is een robuuste ehs. Dat betekent dat we ons niet blind staren op alleen de kwantiteit of alleen de kwaliteit. Dat zeg ik in reactie op de heer Klaver en mevrouw Van Veldhoven. Het is dus een kwestie van en-en. We zorgen voor een duidelijk zichtbare plus op het Bestuursakkoord Natuur. We gaan voor een grotere ehs, maar ook voor een kwalitatief betere ehs, waarbij de internationale doelstellingen leidend zijn. Kwalitatief beter, dus fysiek en ecologisch robuust. Dat geldt in het bijzonder voor de water- en milieucondities, in synergie met andere maatschappelijke belangen, zoals landbouw, recreatie en waterveiligheid. Op beide punten wil dit kabinet meer doen dan het vorige kabinet. Dat is in lijn met de aangenomen motie-Pechtold c.s., waarin geen kwantitatief einddoel is opgenomen, maar waarin wel aandacht wordt gevraagd voor de biodiversiteit.

Mevrouw Van Veldhoven en de heer Van Gerven hebben mij gevraagd of er voldoende middelen zijn voor de ambitie die spreekt uit het regeerakkoord. Ik ben toch wel heel erg blij met het feit dat er 200 miljoen beschikbaar is gekomen in een tijd waarin er zoveel bezuinigd wordt. Ik zie die oorspronkelijke ehs als een stip op de horizon. We moeten ons nu richten op de realisatie van een kwalitatief goede natuur. Dat is die robuuste ehs waaraan alle partijen met veel inzet werken, onder andere door de nieuwe projecten die nu ingezet gaan worden. Let wel: dat kan al dit jaar gaan gebeuren, want daarover heb ik immers afspraken gemaakt met de provincies. Ook na 2021 blijft de 200 miljoen beschikbaar, want dat bedrag is immers structureel. Dan zullen er op dat moment afspraken die nu in het Bestuursakkoord Natuur zijn gemaakt, zijn nagekomen. In antwoord op de heer Litjens en mevrouw Van Veldhoven geef ik aan dat ik het met hen belangrijk vind dat de nieuwe projecten niet alleen voldoen aan de in de brief genoemde criteria, die ervoor moeten zorgen dat er meters worden gemaakt, maar er moet ook ruimte zijn voor privaat-publieke financiering. Die mogelijkheden willen we van harte ondersteunen, want ook het bedrijfsleven kan een rol spelen bij de aanleg van natuur. Voor de provincies zal private cofinanciering ook heel aantrekkelijk zijn, omdat het in the end meer mogelijk maakt. Ik ga er dan ook vanuit dat provincies dit zullen meewegen bij de selectie van de projecten die zij bij ons voordragen. In reactie op de heer Litjens en de heer Van Gerven zeg ik ook dat de provincies inderdaad aan de lat staan voor het beheer. Dat geldt voor de nieuwe natuurgebieden. Daarvoor dient dekking bij de provincies te zijn.

De heer Klaver vroeg nog naar de vergoedingsgrondslag voor beheer. Ik deel zijn inzet voor een goed beheer. Het regeerakkoord vraagt ook de inzet van de terreinbeherende organisaties, om zoveel mogelijk private middelen te genereren. Het is dus de taak van de provincies – dat is bij de decentralisatie in principe zo geregeld – om ook met de natuurbeheerorganisaties afspraken te maken over de vergroeningsgrondslag. Ik zal er zelf natuurlijk ook met de provincies verder over gaan spreken, zeker als het gaat over de concrete inzet van de 200 miljoen in 2013. Ook zal ik de opmerkingen die vanuit uw Kamer zijn gemaakt over beheer, in dat gesprek meenemen. Ik weet dat de provincies ook echt geïnteresseerd zijn in de opvatting van de Kamer en dat ze heel graag op een nader moment, misschien tijdens een gezamenlijk werkbezoek, een keer met u als Kamer in gesprek komen. Ik vind dat ook heel goed omdat we de handschoen toch gezamenlijk hebben opgepakt. Bij die afspraken ga ik ook het agrarisch natuurbeheer als onderwerp meenemen. Ik wil dat graag met de provincies vormgeven in samenhang met de vergroening van het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Het agrarisch natuurbeheer zal wel moeten vereenvoudigen door de collectieve aanpak sterker te verankeren in de streek en beter te laten aansluiten bij de internationale doelen.

De heer Litjens heeft gevraagd naar de planologische borging van de ecologische hoofdstructuur. Het lijkt mij inderdaad belangrijk voor heel veel mensen dat er snel duidelijkheid komt. De meeste provincies zijn inmiddels ook ver met de herijking van de ehs zoals dat met het vorige kabinet was afgesproken. Dat zijn lastige processen, want er wordt natuurlijk met heel veel mensen uit het gebied gesproken. Daar is veel tijd en energie in gestoken. Ik wil die processen van mijn kant niet ruw doorbreken want dat leidt alleen maar tot niets. Als de provincies in hun herijking voor de komende periode een duidelijke plus hebben opgenomen ten opzichte van de afspraken in het natuurakkoord en die ook bijdraagt aan het halen van de internationale doelen en daarvoor binnen de provincies ook nog draagvlak is, dan moet dat proces vooral doorgaan en afgerond worden. Ook de projecten die door de provincies bij mij worden ingediend, kunnen van invloed zijn op de begrenzing. Dat kan dus snel tot planologische duidelijkheid leiden.

Mevrouw Van Veldhoven heeft gevraagd om een reactie op het rapport van de commissie-Jansen. Ik wijs er allereerst op dat dit natuurlijk wel een commissie voor en door de provincies was. De commissie heeft geadviseerd hoe in het bestuursakkoord Natuur de daarin afgesproken ontwikkelopgave voor verwerving, functieverandering en inrichting wordt verdeeld over de provincies, die onderling hebben ingestemd met de verdeling. Dit advies kan natuurlijk als basis gebruikt worden bij het concreet invullen van de plus, want er komt immers iets bij. Die wordt door dit kabinet en ook dankzij de fracties van D66, GroenLinks, de ChristenUnie en het CDA, eigenlijk bijna alle fracties, mogelijk gemaakt. Daar zijn we ook heel blij om. Heel veel dank daarvoor. Laten we het vooral volhouden. Het advies van de commissie kan dus worden gebruikt, maar er komt meer, de plus dus.

De heer Litjens heeft mij gevraagd naar de positie van Staatsbosbeheer. Ook mevrouw Jacobi en de heer Van Gerven hebben hier aandacht voor gevraagd. De heer Litjens heeft met name gevraagd om een notitie met heel veel verschillende alternatieven over hoe de toekomst van Staatsbosbeheer er uit zou kunnen zien. Ik vind het wel fair om hier te melden dat het niet mijn voorstel zou zijn om Staatsbosbeheer te privatiseren. Dus daar ben ik geen voorstander van. Er is echter wel een ander verhaal, waarvan ik denk dat er muziek in zit. Dat is dat het voor Staatsbosbeheer interessant is zijn eigen verdiencapaciteit te verbeteren. En daar zijn ook echt mogelijkheden voor. Dat betekent dat die verdiencapaciteit in de markt zou kunnen worden vergroot. Ik zeg toe dat ik voor de zomer kom met een notitie over de positie van Staatsbosbeheer en over de wijze waarop Staatsbosbeheer zich verhoudt tot de overheid. Daarbij zullen wij ook de belangrijke vraag betrekken hoe ervoor gezorgd kan worden dat Staatsbosbeheer niet alleen maar subsidieafhankelijk is, maar ook in staat is om met bijvoorbeeld hout zelf verdiencapaciteit te genereren. Dat lijkt mij namelijk inderdaad een zeer goede zaak,

De heer Van Gerven (SP):

Ik ben blij dat de staatssecretaris niet voor het privatiseren van Staatsbosbeheer is. Mag ik dat zo vertalen dat zij niets wil veranderen aan de huidige relatie tussen Staatsbosbeheer en de overheid?

De voorzitter:

Dat is een goede vraag. Daar mag de staatssecretaris antwoord op geven. Eén vraag per interruptie; korte vragen.

Staatssecretaris Dijksma:

Wat de vraag van de heer Van Gerven betreft: zo zou ik het niet helemaal dicht willen timmeren. Ik heb de heer Litjens zojuist niet voor niets toegezegd dat ik de mate waarin Staatsbosbeheer meer eigen verdiencapaciteit kan genereren, nadrukkelijk bij de discussie wil betrekken. Niet vermarkten is één ding, maar ik wil het debat over de positie die de organisatie vervolgens binnen de overheid en ten opzichte van de overheid heeft, niet helemaal dichtgooien. Daar wil ik ook zelf nog met mensen over kunnen spreken en uiteraard wil ik daar op basis van de notitie ook met de Kamer over spreken, want uiteindelijk gaat de Kamer hier natuurlijk ook over.

De heer Van Gerven (SP):

De staatssecretaris creëert toch weer mist. Zij zegt "niet privatiseren", maar vervolgens heeft zij het wel over "verder op afstand plaatsen". Dat kan ik niet zo goed rijmen. Er mag best bekeken worden of Staatsbosbeheer meer verdiensten kan realiseren, maar dat hoeft toch niet per se te gebeuren door Staatsbosbeheer verder op afstand te zetten?

Staatssecretaris Dijksma:

Dat hoeft inderdaad niet per se te gebeuren, maar u wilt nu van mij horen dat ik alle andere opties al bij voorbaat uitsluit. Dat lijkt mij niet verstandig voor het debat, want ik wil gewoon de ruimte hebben om daarover te kunnen spreken. Ik creëer dus geen mist. Ik bied op één punt alvast mijn heldere opinie: ik ben niet voor privatisering. Wat de vervolgopties betreft: ik kom met een notitie. Ik hoor dan graag wat de Kamer daarvan vindt. Ik heb hier nu nog helemaal geen uitkristalliseerde opvattingen over. Wel vind ik Staatsbosbeheer een organisatie die van waarde is. In de transitie waarin men op zoek gaat naar verdiencapaciteit in de markt, wil ik het kind niet met het badwater weggooien. Daar kunt u bij mij dus alvast op rekenen.

De heer Litjens (VVD):

Ik begrijp dat verscheidene collega's hun interrupties hebben opgespaard, omdat vanochtend is afgesproken om de interrupties aan het einde van een blokje te doen. Dat heeft tot enige verwarring geleid, maar ik wil hier graag een vraag over stellen aan de staatssecretaris. Ik begrijp dat zij in de notitie waarmee zij gaat komen, een heleboel deuren niet dichtgooit. Eén deur gooit zij wel heel hard dicht, namelijk de deur van de privatisering of de verzelfstandiging. Houdt de staatssecretaris in het voorstel voldoende rekening met het feit dat een redelijk beschermde partij of overheidspartij zoals Staatsbosbeheer – ook al komt een deel van de middelen inmiddels uit private financiering – ten opzichte van andere terreinbeherende organisaties een voordeel krijgt als zij de markt opgaat? Wat de VVD betreft, zou dit namelijk niet zo moeten kunnen zijn.

Staatssecretaris Dijksma:

Dat kan ik u toezeggen, want we zijn op dit punt natuurlijk al voortdurend aan de bal. Wij worden hier al over bevraagd en er zijn ook uitspraken over gedaan. Natuurlijk zullen wij dit in de notitie meenemen, zodat u kunt zien dat ook op dit punt fair play, eerlijk spel, aan de orde is. Dat kan ik u dus met een gerust hart toezeggen.

De heer Litjens (VVD):

Zojuist zijn twee onderwerpen de revue gepasseerd, waaronder de planologische begrenzing van de ehs, waar dit voorjaar ook een notitie over komt. Het ging mij niet alleen om de planologische begrenzing, maar ook om het financiële raamwerk dat daarop zou moeten passen. Wordt in die notitie ook inzicht geboden in de beheerlasten van de planologische begrenzing van de ehs? Dat is voor ons belangrijk, want alleen dat maakt het mogelijk om een realistisch kader neer te zetten.

Staatssecretaris Dijksma:

Het lijkt mij dat wij dit allemaal moeten meewegen bij het invullen van de plannen, ook voor het komende jaar. Dat zal op die manier dus een compleet plaatje moeten opleveren.

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Allereerst dank aan de staatssecretaris, omdat zij bevestigt dat de oorspronkelijke ehs haar stip op de horizon is en dat we daar misschien wat meer tijd voor nodig hebben, maar daar wel naartoe werken. Nu mijn vraag. Om daarnaartoe te werken, zei de staatssecretaris dat zij wil dat de provincies een plus laten zien op het Natuurakkoord. Maar het rapport van de commissie-Jansen is al een plus op het Natuurakkoord. Wat levert dit regeerakkoord nog meer dan de commissie-Jansen?

Staatssecretaris Dijksma:

200 miljoen.

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Die waren al in het Lenteakkoord voorzien. Dank u dat u alle partijen noemde die daarbij betrokken waren, maar mij gaat het om wat we realiseren met die 200 miljoen. Realiseren we daarmee ook echt meer dan waar we waren aan het eind van het proces-Bleker? Wat mij betreft stopt dat bij het rapport van de commissie-Jansen.

Staatssecretaris Dijksma:

Ik heb ook iets gezegd over de, zoals ik dat noemde, "pacificatie" in de verhoudingen. De provincies en het Rijk hebben gezamenlijk vastgesteld dat wij soms, als wij samenwerken en ook samen voor projecten gaan staan, bij snelle samenwerking wel degelijk een heel interessante extra plus kunnen bereiken, ook onverwacht. In de brief trof u het voorbeeld aan van de Marker Wadden, waarover een besluit moest worden genomen omdat daarvoor cofinanciering lag te wachten. Onze verhouding tot elkaar is in die zin dus ook een plus, en misschien wel een plus die meer mogelijk maakt dan wij in het verleden dachten.

Mevrouw Jacobi (PvdA):

Ik had ook gedacht dat alles aan het eind aan de orde zou komen. Nu dat niet het geval is, heb ik nog een vraag over het beheergeld. In de eerste termijn is aandacht gevraagd voor het eerder toegezegde geld van de provincies voor beheer: 60 of 65 miljoen. Daarnaast heeft de rijksoverheid zelf nog 67 miljoen in de pot gedaan. Ik vraag de staatssecretaris of dit een duidelijk zicht geeft en wat het toekomstig traject is. Hoe duidelijk gaan we verder met de beheergelden en de beheervergoeding?

Staatssecretaris Dijksma:

Volgens mij is dat juist onderwerp van gesprek tussen de provincies en onszelf. We hebben in het bestuursakkoord voor het jaar 2013 vastgelegd dat we de middelen voor het beheer als het ware binnen die 200 miljoen een plek zouden geven. Voor het jaar 2014 en verder zullen we gewoon opnieuw het gesprek moeten voeren. De Kamer heeft daarover natuurlijk opvattingen geuit; zo is hier gewezen op het belang van beheer. Tegelijk staan we elkaar hier te vertellen dat die stip op de horizon zo belangrijk is, dus er zullen ook wel meters gemaakt moeten worden. Maar dit is dus onderwerp van politiek overleg. Wij gaan dat overleg voeren. Zodra wij witte rook hebben, is de Kamer de eerste die dat hoort.

Mevrouw Jacobi (PvdA):

Het is logisch dat dit nog een punt van overleg zou moeten zijn. Ik vraag de staatssecretaris of zij in ieder geval kan toezeggen dat de huidige verdeling de inzet is, dus een soort 50%-50%, dat er met vaart wordt doorgegaan en dat er wordt gezorgd voor een goede beheervergoeding.

Staatssecretaris Dijksma:

Laat ik het als volgt zeggen. Ik heb heel goed verstaan wat u over beheer hebt gezegd, maar ik vind het niet verstandig om het gesprek met de provincies in te gaan met een al vaststaand, als het ware hier al beklonken voorstel. Dat vind ik niet fair. Om de verhoudingen goed te houden, heb ik van tevoren gezegd dat we dit samen zouden gaan doen. We gaan dus samen met de provincies bepalen hoe wij tot die robuuste ehs en die plus zullen komen. Ik vind dat je de verhoudingen jegens elkaar daarbij moet respecteren. Als ik al niet zozeer met geslepen messen, maar wel met een dictaat aan tafel kom zitten, is dat niet plezierig onderhandelen. Ik hoop dat ik kan zorgen voor een goed resultaat, maar ik vind wel dat ik dat gesprek gewoon met ongebonden handen moet kunnen ingaan, met de wetenschap van wat hier in de Kamer allemaal is opgemerkt. Ik heb dat namelijk echt wel goed verstaan. En uiteraard vind ik daar zelf ook nog wel iets van.

De voorzitter:

Mevrouw Van Veldhoven, u heeft vóór mevrouw Jacobi al twee vragen gesteld. Nu gaat u vast zeggen dat u over een ander onderwerp vragen gaat stellen.

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Het is eigenlijk zoals de heer Litjens zojuist inbracht. Ik heb een hele tijd niet geïnterrumpeerd, omdat de afspraak van vanochtend was om aan het eind te interrumperen. De staatssecretaris heeft een aantal opmerkingen gemaakt. Dit is voor mij echt de kern van de begroting. Ik laat het even aan u, maar ik zou deze vragen toch graag willen stellen.

De voorzitter:

Ik zal u het woord geven. U staat er al en u bent er helemaal klaar voor. U mag uw vragen stellen, in tweeën. Vanaf nu geldt het volgende: als u een vraag hebt, sta dan op en ga daarna weer zitten. Kom niet weer terug als u vlak daarvoor al aan de beurt bent geweest. We doen het dus gewoon weer op de manier die u hopelijk al een beetje van mij gewend bent. Ga uw gang, mevrouw Van Veldhoven.

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Dat lijkt mij uitstekend. Zo lang de afspraak maar duidelijk is, voorzitter.

Het ging mij even over de mogelijkheden van private cofinanciering, waar de staatssecretaris al aan refereerde. Ik vroeg mij af of zij voor die 200 miljoen bereid is een soort ondergrens aan cofinanciering op te nemen, en of ze een soort minimale omvang gaat eisen bij projecten die met die 200 miljoen gefinancierd worden. Zo kunnen we ervoor zorgen dat we echt een kwaliteitssprong maken en niet een paar losse bomen planten.

Ook heb ik een vraag over het rapport van de commissie-Jansen. Kan de staatssecretaris daar in haar brief een reactie op geven? De Kamer heeft natuurlijk een aantal voorwaarden gesteld bij het Natuurakkoord, bijvoorbeeld over het hoogste rendement per euro. Ziet de staatssecretaris dat terug in het rapport van de commissie-Jansen?

Staatssecretaris Dijksma:

Misschien kan ik daar inhoudelijk iets over zeggen. Ik vind het natuurlijk heel verstandig dat we op zoek gaan naar het hoogste rendement per euro. Het is weliswaar een bult geld, maar je kunt het slechts een keer uitgeven. Daarom moet dat goed gebeuren.

Zoals ik net al tegen mevrouw Jacobi zei, vind ik het lastig om met een volledig dichtgetimmerd verhaal naar de provincies te gaan. Dit zijn natuurlijk onderwerpen die we allemaal gezamenlijk moeten bespreken. Ik kan u dus toezeggen dat we zullen kijken of de plannen robuust genoeg zijn. Ik vind het echter niet verstandig om het verhaal met allerlei criteria zo dicht te timmeren dat we op voorhand eigenlijk al geen gesprek meer hoeven voeren. Dat praat namelijk niet gemakkelijk. Ik ben er echt van overtuigd dat we samen met de provincies met een heel mooi verhaal kunnen komen. Ik hoop van harte dat het zo mooi is dat ook u, uw kleinkinderen en al die anderen zich daar prettig bij gaan voelen.

De voorzitter:

Ik ook?

Staatssecretaris Dijksma:

U ook, voorzitter. Ik zou u niet durven vergeten.

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Ik heb alle vertrouwen in de intenties van de staatssecretaris in deze richting. Daarover heb ik dus geen twijfels. Mag ik concluderen dat de robuustheid van die projecten voor haar wel echt een toetssteen is, zonder dat die in omvang of in welke zin dan ook helemaal gespecificeerd is?

Staatssecretaris Dijksma:

In de brief hebben we al min of meer een aantal criteria opgenomen. Daar staat al in dat we er natuurlijk ook voor willen zorgen dat we aan onze doelstellingen voldoen. Daar is wel het een en ander voor nodig. Laat ik zeggen dat ik dit onderwerp gewoon meeneem in het gesprek met de provincie. Mijn overtuiging is dat dat gesprek zo goed is dat het niet nodig is om dit vooraf helemaal in beton te gieten. We komen daar echt goed uit. We zijn het binnen anderhalf uur eens geworden over de verdeling van de middelen in 2013. Dat geeft al aan hoe de sfeer aan tafel is. Die wil ik graag goed houden, want we moeten nog heel lang met elkaar verder.

Dan kom ik op het ganzenakkoord. Ook daar is natuurlijk aandacht voor gevraagd. Het aantal ganzen in Nederland is in de laatste jaren sterk gegroeid. Helaas leidt dat op sommige plekken tot problemen. Nu hebben maatschappelijke organisaties, de zogenaamde G7, overeenstemming bereikt over het ganzenbeleid. Provincies en de G7 noemen in het door hen eind december 2012 gesloten ganzenakkoord de toepassing van CO2 als een van de manieren om een reductie van ganzen te realiseren. Ik realiseer mij overigens dat dit heel klinisch klinkt.

De organisaties hebben inmiddels aangegeven dat er ook ruimte is voor het bekijken van alternatieven. Dat lijkt mij een goede zaak. Ik zou u eigenlijk willen voorstellen om die alternatieven af te wachten. Overigens is het zo dat het toepassen van CO2 op dit moment niet is toegestaan, behalve in bijzondere situaties rondom Schiphol. De Raad voor Dierenaangelegenheden heeft mij over dit onderwerp geadviseerd. Ik zal dat rapport nog dit voorjaar naar de Kamer sturen. Ik ben daarmee aan het eind van dit blok gekomen.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Ik heb twee vragen: een over de ganzen en een over de alternatieven voor afschot, het doden van dieren in het wild.

Er is grote maatschappelijke onrust ontstaan over het voornemen om ganzen te vergassen. Er zijn echter veel innovaties om de ganzen te verjagen die aandacht verdienen. Ik heb begrepen dat men daarmee aan de slag gaat, maar het zou volgens mij ook heel goed zijn dat de hele Kamer ervan overtuigd raakt dat wij juist op die innovatie zouden moeten inzetten. We moeten ervoor gaan zorgen dat de overlast voor boeren door ganzen op een diervriendelijke manier wordt voorkomen. Is de staatssecretaris bereid om te laten onderzoeken welke innovatieve methoden ontwikkeld kunnen worden om te voorkomen dat we dieren moeten vergassen, iets wat überhaupt niet mag, of dieren massaal moeten afschieten?

Staatssecretaris Dijksma:

Het lastige hierbij is dat de provincies en de G7 gezamenlijk voor dit vraagstuk staan. Ik vind het een goed idee dat zij op zoek gaan naar alternatieven, maar dat betekent ook dat ik afwacht waar men mee komt, voordat ik een oordeel geef. Dat is in feite natuurlijk ook een manier om hieraan ruimte te geven. Het is natuurlijk wel iets anders dan dat het ministerie hiernaar zelf actief onderzoek zou gaan doen. Eerlijk gezegd denk ik dat de expertise elders gezocht moeten worden, bijvoorbeeld bij de organisaties die nu al aan tafel zitten. Deze organisaties zijn met andere woorden aan zet. Ik wacht dat af, maar ik kan mevrouw Thieme nu al wel zeggen dat het natuurlijk heel lastig zal zijn om daar later zelf anders over te oordelen. De mensen met de vereiste expertise zitten daar immers al aan tafel en niet in het departement.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Ik verwacht ook niet van de staatssecretaris dat zij zelf innovatieve methoden om dieren te verjagen gaat ontwikkelen. Ik vraag haar wel om de regierol op zich te nemen, temeer daar we jaarlijks 3,5 miljoen euro via het Faunafonds uitkeren als compensatie voor geleden schade. De overheid speelt hierbij dus wel degelijk een belangrijke rol, al was het maar om dat het voor haar belangrijk is dat die schade minder wordt. Overigens kost het vergassen van die ganzen € 6,50 per stuk en in totaal 3,5 miljoen euro. Ik benadruk daarom nog maar een keer dat het ook in het belang van de overheid is dat zij innovatie stimuleert.

Mijn tweede vraag is of de staatssecretaris het met mij eens is dat wij in het algemeen veel meer moeten inzetten op alternatieve methoden. Dat is overigens geheel in de geest van de wetgeving, want die is gebaseerd op de gedachte dat wij moeten zoeken naar alternatieven voordat we naar het geweer grijpen om overlast door dieren tegen te gaan. In eerste termijn heb ik al iets gezegd over de zwijnenjacht, want in de praktijk zien we dat de zwijnenjacht niet zorgt voor een vermindering van de populatie. Sterker nog: die groeit alleen maar. Ook hier zouden we de provincies dan ook zo moeten faciliteren dat zij daadwerkelijk onderzoek kunnen gaan doen naar alternatieven.

Het beleid van de provincies loopt op dit moment sterk uiteen. Zo worden zwijnen die in Drenthe de grens oversteken, onmiddellijk doodgeschoten, ook al hebben we in dit gebied miljoenen euro's geïnvesteerd in ecologische structuren en het openstellen van natuurgebieden. Het is al met al zaak dat de centrale overheid haar verantwoordelijkheid neemt en ervoor zorgt dat er gezocht wordt naar alternatieven.

Staatssecretaris Dijksma:

Het punt is nu juist dat de centrale overheid de regierol nadrukkelijk bij de provincies heeft neergelegd. Nog los van de vraag of wij het straks eens zijn met het voorstel dat men uiteindelijk op tafel zal leggen, je kunt niet zeggen dat men die regierol niet gepakt heeft. Sterker nog: dat heeft men met de G7 wel degelijk gedaan. Dat alles heeft ertoe geleid dat men, onder andere naar aanleiding van kritiek van de Dierenbescherming, aan de betrokken organisaties heeft gevraagd om ook naar alternatieven te kijken. Dat is een goede zaak en daarom wacht ik de uitkomsten gewoon af.

De provincies hebben de regierol en dan is het sowieso niet verstandig om ergens dwars voor te gaan liggen. Dat lijkt mij niet de goede weg. Bovendien is het unfair, gezien de inspanningen van al die partijen die bij dossier zijn betrokken. En dat staat los van je waardering van de uitkomsten van die inspanningen. Ik zeg dat, omdat ik ook wel begrijp dat mevrouw Thieme daar niet blij mee is. Maar hoe het ook zij: er is wel iets gebeurd. Er ligt namelijk een afspraak.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Er komt steeds meer kritiek op het provinciaal faunabeleid, ook vanuit de Kamer. Niet voor niets is de regering bij motie verzocht om te zoeken naar alternatieven voor de afschot, voor de jacht. Staatssecretaris Bleker wilde die motie niet uitvoeren terwijl de Kamer van mening is dat dat echt moet gebeuren omdat provincies op dit moment heel verschillend omgaan met de Flora- en faunawet. Het is van groot belang om een stap te zetten om te komen tot een consistent beleid voor de fauna.

Staatssecretaris Dijksma:

Ja, maar nu even gewoon precies. Mevrouw Thieme vraagt om alternatieven. Op het punt van de ganzen is men die aan het bekijken. Dat gebeurt. Wat meer kan ik dan doen dan afwachten en respecteren dat men de ruimte neemt om die alternatieven te bekijken? Ik heb ook niet gezegd: dat vind ik geen goed idee, kom maar met het oorspronkelijke voorstel.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Het ging niet over de ganzen maar over de zwijnen. Het gaat om het provinciaal faunabeleid en om het enorm grote afschot van zwijnen. De Kamer heeft in meerderheid gevraagd aan de regering om te zoeken naar alternatieven om op die manier het provinciaal faunabeleid te ondersteunen. Staatssecretaris Bleker wilde die motie niet uitvoeren. Ik vraag deze staatssecretaris of zij daartoe bereid is.

Staatssecretaris Dijksma:

Ik stel voor om dit hele vraagstuk mee te nemen in de discussie die er sowieso komt over de wijziging van de wet natuurbeheer. Daarvoor ligt een wetsvoorstel en daarop komt een amendement, of liever een gewijzigd voorstel.

De heer Dijkgraaf (SGP):

Mijn vraag gaat over het planologisch vastleggen van de ehs door de provincie. Misschien heb ik de staatssecretaris niet goed begrepen. Ik vond het in elk geval niet helemaal helder. Wij vinden dat die ehs voor het einde van het jaar door provincies vastgelegd moet zijn. Vindt de staatssecretaris dat ook?

Staatssecretaris Dijksma:

Ja. Dat zou wel heel prettig zijn.

De heer Dijkgraaf (SGP):

Gaat de staatssecretaris dat ook afspreken met provincies?

Staatssecretaris Dijksma:

Ik vind dat al dit soort afspraken in de gesprekken die wij sowieso al voeren met elkaar gemaakt moeten worden. Tegelijkertijd zeg ik dat de Kamer zelf heeft ingestemd met decentralisatie van het natuurbeleid. De uitvoering ligt daarom in handen van de provincie. Ik begrijp dat wij dit soort discussies voeren, maar dat moet voor een belangrijk deel elders gebeuren. De heer Dijkgraaf heeft ongetwijfeld een achterban die dat op provinciaal niveau met de verantwoordelijk gedeputeerde doet.

De heer Dijkgraaf (SGP):

Zeker. Ik concludeer dat het uitgangspunt van de staatssecretaris is dat dit voor het einde van het jaar gebeurt. Dat scheelt weer een motie. Die hoef ik dan niet in te dienen.

Staatssecretaris Dijksma:

Wij hebben er allemaal belang bij dat er snel planologische duidelijkheid komt. Daarover bestaat volgens mij ook geen verschil van mening. De provincies zijn heel ver. Ik heb dat net uitgebreid en omstandig geschetst. Ik heb ook aangegeven hoe moeilijk dat soms is geweest. Men wil dat natuurlijk met alle betrokkenen doen. Ik wil voorkomen dat de ene overheid in het debat met de Kamer voortdurend de andere overheid de maat neemt. Dat past niet bij de verhouding die wij tot elkaar hebben. Wij hebben heel duidelijk een gemeenschappelijk belang bij die planologische duidelijkheid. Wat ik kan doen, zal ik ook doen.

Voorzitter. Hiermee kom ik toe aan het laatste blok: Natura 2000 en de niet-programmatische aanpak stikstof. Ik zie dat er nog vragen zijn?

De voorzitter:

Ik ben ook wat verbaasd.

De heer Van Gerven (SP):

Ik sta graag nog even stil bij het antwoord van de staatssecretaris op de vragen over de grondnota.

De voorzitter:

Graag een korte vraag.

De heer Van Gerven (SP):

Zij zegt dat zij die niet gaat veranderen, maar de situatie is totaal veranderd. Wij gaan toe naar de realisatie van de oorspronkelijke hoofdstructuur. Als in plaats van 600.000 hectare weer 728.000 hectare wordt ontwikkeld, is dan niet een hele nieuwe visie nodig op de gronden die al dan niet verkocht worden? Die gronden zouden vroeger vrijgegeven kunnen worden. Maar bijvoorbeeld bij de nieuwe toekomstvisie op de ecologische hoofdstructuur zijn ze weer nodig. Dat vergt een nieuwe grondnota, lijkt mij.

Staatssecretaris Dijksma:

Ik heb geprobeerd om een en ander met enige vorm van realisme te laten landen in de Kamer, op het tijdstip waarop wij de oorspronkelijke ecologische hoofdstructuur gaan bereiken. U weet net zo goed als ik dat dit sowieso niet deze kabinetsperiode het geval zal zijn. Sterker nog, daarna waarschijnlijk ook nog niet. De vraag is, heel praktisch: waar stoppen wij onze energie in? Laten wij een hele groep ambtenaren aan de slag gaan met grondnota, terwijl het personeel op het departement steeds schaarser wordt? Of zorgen wij ervoor dat wij een aantal zaken echt gaan doen? Ik ben sterk voor dat laatste. Mochten wij werkende weg tegenkomen dat het noodzakelijk is om te gaan nadenken over grondposities en een wijziging in het beleid te entameren, dan ben ik de eerste om bij de Kamer terug te komen. Op dit moment zie ik daar echter geen noodzaak toe.

De heer Van Gerven (SP):

Dat is nu direct aan de orde. In het oude voorstel zou een aantal gronden verkocht worden omdat ze niet meer nodig waren voor de ecologische hoofdstructuur. Straks zijn ze weer nodig. Het mantra is dat het openbaar aanbesteed moet worden. Maar het publieke belang moet toch vooropstaan? Laat ik het heel concreet maken. Je hebt de situatie dat ...

De voorzitter:

U moet nu de vraag stellen. Ik meen het serieus.

De heer Van Gerven (SP):

Dat bedoel ik ook.

De voorzitter:

Ik ook.

De heer Van Gerven (SP):

Wij hebben de concrete situatie dat een terreinbeheerderorganisatie bij openbare aanbesteding niet met voorrang een klein stukje kan overnemen dat nodig is om een grote ecologische hoofdstructuur te realiseren, dus een groot aaneengesloten gebied. Volgens mij gaat het maatschappelijk belang boven het openbaar moeten aanbesteden. In de oude nota was dat niet zo ...

De voorzitter:

Mijnheer Van Gerven, u moet echt een vraag formuleren.

De heer Van Gerven (SP):

Mijn punt is dat er toch sprake is van een nieuwe situatie die ander beleid vergt en niet "doorgaan op de oude manier".

Staatssecretaris Dijksma:

Als wij zo'n praktisch probleem tegenkomen, lossen wij dat toch gewoon op? Dan kom ik naar de Kamer en zeg ik: beste Kamer, wij hebben hier een praktisch probleem; wij moeten toch een stuk grond aankopen. Dan regelen wij dat toch met elkaar? Daarvoor hoeven wij toch niet meteen een nieuwe nota te maken?

De voorzitter:

Nee, mijnheer Van Gerven, u mag niet meer interrumperen. Het woord is aan de heer Graus.

De heer Graus (PVV):

Mevrouw Lutz Jacobi sprak gisteren over de schaapsherders, die heel veel bos- en natuurgebieden beheren. Kan de staatssecretaris nog iets zeggen over de hoge pachttarieven die de schaapsherdertjes moeten betalen aan Staatsbosheer? Hierdoor kunnen ze de gebieden eigenlijk niet meer onderhouden met hun schaapskuddes. Mijn tweede vraag heeft te maken met de tijd van het jaar. De gemeenten willen niet naar mij luisteren. Kan de staatssecretaris ervoor zorgen dat de gemeenten wat wakken vrijhouden voor de vele watervogels die buiten in de knel zitten? Ik zag het vandaag ook weer in Den Haag: die dieren kunnen nergens in het water, komen daardoor in de problemen en vriezen vast. Ik hoop dat de staatssecretaris zich hiervoor wil inzetten, samen met de VNG.

Staatssecretaris Dijksma:

Dat laatste vind ik in alle eerlijkheid een kwestie van gemeentelijk beleid. Wij moeten niet met nationale orders, richtlijnen of iets dergelijks komen. Volgens mij bent u goed georganiseerd in de gemeenten in het land, in ieder geval in Den Haag. Gebruikt u uw maatschappelijke positie. U hebt een helder geluid. Volgens mij wordt er best geluisterd. U moet dat echter niet van mij vragen.

De voorzitter:

Heel kort, mijnheer Graus, omdat u uitgedaagd wordt.

De heer Graus (PVV):

Ik zal die paar overgebleven PVV'ers in de Haagse raad zeker achter de vodden zitten. Even serieus, het gaat erom dat de gemeenten niets doen. Ze voeren ook het Honden- en kattenbesluit niet uit. Wellicht kan de staatssecretaris – zij is ook de herder, de Frau Antje, van de dieren – dit punt opnemen. Watervogels en ook andere dieren komen in de knel. Voor hen moet wel gezorgd worden. Wij hebben immers een zorgplicht voor dieren. Wij genieten van ze in de zomer en moeten in de winter voor ze zorgen.

Staatssecretaris Dijksma:

Dat laatste ben ik van harte met u eens, maar dan moeten wij de boodschap wel steeds bij de goede laten landen. Het nadeel is dat de boodschap bij dit soort dingen altijd terechtkomt bij mensen die al luisteren. Dat is een beetje lastig.

Op de vraag van mevrouw Jacobi over de schaapskuddes hebben wij schriftelijk geantwoord onder het kopje PvdA.

De voorzitter:

U kunt daarop desgewenst terugkomen in tweede termijn, mijnheer Graus.

De heer Klaver (GroenLinks):

Over hoofdstukjes PvdA gesproken! In dit debat gaat het voornamelijk over het afmaken van de ecologische hoofdstructuur. Daarover gaat het de hele tijd. Hoe kijkt de staatssecretaris aan tegen het feit dat in provincies als Overijssel en Zuid-Holland steeds meer stappen worden gezet die het afmaken van de ecologische hoofdstructuur bemoeilijken? In Zuid-Holland blijft straks maar 1.000 van de 6.000 hectare over. Hoe ziet de staatssecretaris dit in het licht van de uitspraken van de PvdA-fractie gisteren, namelijk dat afmaken van de ecologische hoofdstructuur gaat over de volledige 728.000 hectare?

Staatssecretaris Dijksma:

Ik wil hierover een paar opmerkingen maken. Ik heb al gezegd dat de oorspronkelijke ecologische hoofdstructuur ook voor mij de stip op de horizon is. Ik vind het wel heel ver gaan om het debat op de vierkante centimeter te gaan voeren, wat hier gisteren wel dreigde te gebeuren, terwijl wij spreken over een tijdstip dat nog vrij ver weg ligt.

Ik heb al eerder schriftelijk geantwoord op de situatie in Overijssel. Ik denk niet dat het helpt wanneer ik hierover allerlei grote woorden ga spreken terwijl wij ondertussen zakendoen met de provincies om de ehs-plus te realiseren. De ehs-plus is voor mij erg belangrijk. Dit is mijn inzet aan de tafel. Tot nu toe heeft geen van de provincies in dit opzicht tegenspraak georganiseerd. Wel vragen ze aandacht voor de vraag hoe zij goed beheer kunnen plegen en willen zij weten of daarvoor voldoende geld beschikbaar is. Wij willen namelijk tegelijkertijd meters maken. Vergelijkbare vragen heeft de Kamer ook gesteld. Wij gaan het gesprek met de provincies verder voeren. Dan komt vanzelf de vraag aan de orde of iedereen daaraan goed meedoet, maar ik vind het niet plezierig om dergelijke gesprekken tussen overheden via de band te spelen. Ik begrijp de vraag heel goed, maar het helpt de verhouding niet als ik de provincies nu via een Kamerdebat aanspreek.

De heer Klaver (GroenLinks):

De staatssecretaris staat hier om haar begroting te verdedigen en dit is volgens mij een zeer redelijke vraag. De staatssecretaris zegt dat wij ons niet met de vierkante centimeter moeten bezighouden, maar dit gaat over duizenden hectares. In Zuid-Holland wordt getornd aan de internationaal verplichte 1.000 à 2.000 hectare, die onder Bleker niet meer zouden worden gefinancierd. Als dat nu al gebeurt, terwijl het gesprek met de provincies nog plaatsvindt, wordt het steeds lastiger om de gewenste plus te halen bij het realiseren van de ecologische hoofdstructuur. Hoe ziet de staatssecretaris dat? Terwijl er nu gesproken wordt en terwijl zij niet via de band wil spelen, worden er wel stappen genomen door de provincies. Wat vindt zij daarvan?

Staatssecretaris Dijksma:

De provincies hebben een gedecentraliseerde verantwoordelijkheid gekregen. Dat heeft de Kamer eerder vastgesteld. Sinds mijn aantreden probeer ik te zeggen: er is wel decentraal beleid, maar ook gemeenschappelijke verantwoordelijkheid. Ik word ook aangesproken met de vraag hoe het totaalpakket eruitziet. Natuurlijk is dit dus onderwerp van gesprek met de provincie.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Ik ben erg blij met de warme woorden van de staatssecretaris over de ecologische hoofdstructuur en met de goede gesprekken die zij hierover heeft met de provincies. Ieder heeft een eigen verantwoordelijkheid: het Rijk voor de internationale verplichtingen en de provincies voor de invulling en de realisatie van de ecologische hoofdstructuur. De staatssecretaris gaf net in reactie op collega Klaver aan dat het haar niet om de vierkante centimeter gaat. Mag ik haar opmerkingen zo uitleggen dat zij ook heel veel oog heeft voor al die gebiedsprocessen waar provincies in zitten? Het is de ChristenUnie namelijk een lief ding waard als de ecologische hoofdstructuur gerealiseerd wordt op basis van bottom-upprocessen. Er moet voldoende ruimte zijn voor al die gebiedsprocessen waarbij agrariërs en natuurorganisaties aan tafel zitten. Dan ontstaat er draagvlak om die ecologische hoofdstructuur met elkaar te realiseren.

Staatssecretaris Dijksma:

Dat is dus een van de redenen waarom ik niet alles in beton wil gieten. Ik vind dat draagvlak belangrijk. Tegelijk moeten we met elkaar echt ons best doen om de internationale doelstellingen te halen. Ik wil graag een groot succes maken van de plus die nu mogelijk wordt. Dat moet dus met draagvlak, want dan kan het ook beklijven en krijg je een situatie die voor heel veel jaren houdbaar is.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Ik ben blij met de woorden van de staatssecretaris. Ik denk dat het heel goed is als er vanuit de basis, vanuit de passie van mensen voor hun eigen leefomgeving, wordt meegedacht en meegewerkt aan de realisatie van de ecologische hoofdstructuur. Op die manier kunnen we het met elkaar tot een groot succes maken.

Staatssecretaris Dijksma:

Dank. Dan kom ik bij blok zeven, Natura 2000 en de Programmatische Aanpak Stikstof. Wat Natura 2000 betreft wil ik graag slim handelen en zaken niet onnodig moeilijk maken. Het moet echter wel binnen de kaders van de Vogel- en Habitatrichtlijn gebeuren. In alle eerlijkheid zeg ik tegen mevrouw Dik-Faber dat ik niet naar Brussel ga om daar alle regels ter discussie te stellen. Waar Nederland het zelf slimmer kan doen, sta ik natuurlijk open voor suggesties van iedereen.

Voor Natura 2000 wordt 2013 een cruciaal jaar, want dit jaar wordt de Programmatische Aanpak Stikstof afgerond. Op 1 januari 2014 zal het dan in werking treden. Het wetsvoorstel dat hiervoor noodzakelijk is, stuur ik voor de zomer naar de Kamer. Daarmee wordt de vergunningverlening mogelijk en krijgt natuurherstel een extra impuls. Nu er vanuit de PAS steeds meer duidelijkheid komt, is het belangrijk dat de gebiedsprocessen en beheerplannen worden afgerond. Volgens mij hebben bijna alle woordvoerders, van welke achtergrond dan ook, daar iets over gezegd: het is heel erg belangrijk dat er nu snel helderheid komt. Die duidelijkheid moet worden geleverd met definitieve aanwijzingsbesluiten. Mevrouw Jacobi sprak daarover. Ik wil die duidelijkheid ook graag bieden met definitieve aanwijzingsbesluiten. Met de extra 200 miljoen uit het regeerakkoord lijken er ook voldoende middelen te zijn om de maatregelen te kunnen financieren. Ik hoop dat de Kamer mij steunt om stappen te zetten. Er is jarenlang over gesproken, maar er is nu noodzaak om in actie te komen. Dat helpt de natuur, dat helpt overigens ook de ondernemer.

De heer Lintjes vroeg naar het tienpuntenplan van mijn voor-voorganger. Dat is in uitvoering. Ik bezie dat overigens wel binnen de beleidslijnen van dit kabinet. Als gebieden mogelijk samengevoegd moeten worden, dan informeer ik de Kamer daarover.

De heer Lintjes vroeg mij ook naar de complementaire doelen. Deze zijn afgelopen zomer al met een ontwerpwijzigingsbesluit uit de aanwijzingsbesluiten verwijderd. Ik neem hierover dit voorjaar op basis van de inspraakreacties een definitief besluit. Ik wil het gewoon snel afronden, want als ik het allemaal weer terug ga halen, gaat het weer eindeloos duren. Het levert ook helemaal niet zo heel veel extra op. Dat staat snel aanwijzen en snel beslissen eigenlijk in de weg. Ik wil die Natura 2000-gebieden snel aanwijzen en ook snel met de beheerplannen aan de slag gaan. Dat helpt mij ook bij het creëren van draagvlak voor de uitvoering. Dus ook uit de ontwerpaanwijzingsbesluiten worden de complementaire doelen geschrapt, waarna het hele proces los kan gaan en wij aan de slag kunnen gaan.

De heer Geurts en mevrouw Dik-Faber vroegen nog naar …

De voorzitter:

Ik onderbreek heel even, want de heer Litjens staat al een tijdje bij de interruptiemicrofoons om een vraag te stellen. Ook de heer Geurts wil dat.

De heer Litjens (VVD):

Ik ben blij met de noodzaak voor een snelle aanwijzing. Ik heb al eerder gezegd dat complementaire en extra doelen uit definitieve besluiten, maar ook uit ontwerpaanwijzingsbesluiten, inderdaad moeten worden geschrapt. Ik adviseer of raad de staatssecretaris aan om ook weer eens naar de provincie Overijssel te kijken, waar wij op basis van onderzoek van Quattro constateren dat er 48% aan overbodige doelen in het beleid blijkt te zitten. Dat zijn echt zaken die eruit moeten. Het gaat dus niet alleen om de complementaire doelen, maar ook om extra doelen die daarbovenop worden gesteld. Ik hoop dat de staatssecretaris daar ook oog voor heeft.

Staatssecretaris Dijksma:

Ja, na al die jaren praten is het nu echt tijd om een aantal dingen te gaan doen. Ik denk dat dit kan. Wij moeten dit wel met inachtneming van het nieuwe regeerakkoord doen. Ik zeg er dus bij dat er wel een andere toon en een andere benadering in het beleid zitten. Dat neemt niet weg dat je, als je deze discussie nu helemaal gaat overdoen, de snelheid zo ongelofelijk in de weg staat dat dit mij niet verstandig lijkt.

De heer Geurts (CDA):

Ik hoor de staatssecretaris de woorden gebruiken "slimmer doen" en "gaan doen". Die zijn ons uit het hart gegrepen. Ik geef de staatssecretaris graag een suggestie, want ik hoor dat het tot de zomer kan duren tot er voorstellen komen. Dat is voor sommige bedrijven echt te laat. Ik heb gisteren het voorbeeld aangehaald van het Wierdense Veld. Ik doe de staatssecretaris de suggestie om op heel korte termijn met omwonenden, met name met de agrarische ondernemers, van het Wierdense Veld te gaan praten. Ik denk dat de zomer dan, ook in de ogen van de staatssecretaris, veel te ver weg is.

Staatssecretaris Dijksma:

Ik zal mij in ieder geval over de situatie daar laten informeren. Ik zeg de heer Geurts erbij dat mijn agenda in elk geval de komende weken al helemaal vol zit. Dat neemt niet weg dat wij natuurlijk oren en ogen genoeg hebben om dat gesprek daar aan te gaan. Ik zal bekijken wat daar speelt.

De heer Geurts (CDA):

Over de woonplaats van de staatssecretaris is er geen discussie. Zij woont er heel dicht in de buurt. Dat moet dus lukken!

Staatssecretaris Dijksma:

Ja, dat weet ik, maar dat zegt niets!

Mevrouw Jacobi (PvdA):

Ik heb er heel veel waardering voor dat de staatssecretaris meters probeert te maken en dat zij pacificatie in het natuurdebat wil brengen. Met alle respect, maar als je de complementaire doelen schrapt, krijg je toch het probleem met de al eerder genoemde conclusies uit onderzoeken dat juist complementaire doelen zo belangrijk zijn voor het halen van de biodiversiteitsdoelen die wij in verdragen hebben staan. Hoe verhoudt dit zich nu tot elkaar?

Staatssecretaris Dijksma:

Die indruk heb ik niet, maar daarover zullen wij bij de voorstellen een mededeling doen. Als wij echt in de problemen komen met internationale regelgeving, is het een heel ander verhaal. Deze snelheid staat dit echter, voor zover ik dat kan overzien, niet in de weg.

Mevrouw Jacobi (PvdA):

Als je ze van tevoren schrapt en je later in het verhaal problemen krijgt, lijkt het mij verstandig dat wij dit heel goed uitzoeken.

Staatssecretaris Dijksma:

Jazeker, als wij dit helemaal zouden terughalen en mevrouw Jacobi mij zou opdragen om al die doelen er opnieuw in te stoppen, gaat het hele circus weer van voren af aan beginnen. Ik zeg het heel oneerbiedig. Dan weten wij één ding zeker: dan worden die doelen, de aanwijzingen, in mijn periode niet gerealiseerd. Hierbij heb ik dus op een gegeven moment de afweging te maken of wij ervoor zorgen dat wij op weg gaan of niet. Ik beloof mevrouw Jacobi dat wij haar vraag daarbij zullen beantwoorden.

De heer Geurts vroeg naar de bedrijfsontwikkeling. Wij hebben het daar net eigenlijk al over gehad. Hij vond dat wij die mogelijk moeten maken en daar voorziet de PAS ook in. Een groot deel van de Natura 2000-gebieden heeft last van te hoge stikstofdeposities, welke overigens verzuring en vermesting tot gevolg hebben. De PAS maakt economische ontwikkeling mogelijk binnen een per saldo afnemende stikstofdepositie. Dat is ook het geval voor het Wierdense Veld, als de noodzakelijke maatregelen daar worden getroffen. U kijkt nog wat ontevreden, mijnheer Geurts, maar misschien moet ik niet op uw non-verbale communicatie reageren. In ieder geval wil ik de pas snel afronden, zodat we er in 2014 mee aan de slag kunnen.

Ik wil mijn termijn met een laatste opmerking beëindigen.

De heer Dijkgraaf (SGP):

Mevrouw Van Veldhoven laat me voorgaan. Ze wil blijkbaar de laatste interruptie. Dat mag. Ik heb nog een vraag, een open vraag: wat is de inschatting van de staatssecretaris over de juridische houdbaarheid? De reactie van de Raad van State en de Commissie voor de milieueffectrapportage was behoorlijk kritisch. Daarin werd om allerlei zekerheden gevraagd. Kunnen we die bieden? Ik zeg "we", want we hebben een gezamenlijk probleem mocht blijken dat het allemaal niet kan. Ook wij willen graag snel door, maar is de inschattting van de staatssecretaris dat het juridisch ook echt haalbaar is, dat we straks niet met besluiten zitten die vervolgens weer vernietigd worden?

Staatssecretaris Dijksma:

Daar doen we uiteraard ons uiterste best voor. Anders heeft het geen zin om door te zetten.

De heer Dijkgraaf (SGP):

Dat de staatssecretaris en het ministerie hun uiterste best doen, wil ik geloven. Dat ben ik van het ministerie en van deze staatssecretaris gewend. Maar de inschatting van de staatssecretaris is dus echt dat het kan?

Staatssecretaris Dijksma:

Ja.

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Ik heb een punt van orde. Ik heb twee vragen gesteld die de staatssecretaris nog niet heeft beantwoord. Eén ging over een specifiek Natura 2000-gebied, de Hedwigepolder. Misschien was dat de laatste opmerking die de staatssecretaris wilde maken.

Staatssecretaris Dijksma:

Die zit in de schriftelijke beantwoording.

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Maar daar had ik toch nog wel een vraag over.

De voorzitter:

Ik ga even verder op dit punt van orde. Ik heb begrepen dat mevrouw Jacobi ook nog een vraag heeft die niet is beantwoord. Als u de twee vragen stelt die niet zijn beantwoord en ook mevrouw Jacobi haar niet beantwoorde vraag stelt, dan kijk ik vervolgens naar de andere leden, die wellicht ook nog een vraag hebben. Dan kunnen we die zo meteen … Nee, ik laat eerst de staatssecretaris haar dingetje afmaken. Daarna kunt u uw vragen stellen. De beantwoording daarvan is dan een soort nabrander van de staatssecretaris. Vervolgens kunnen we de eerste termijn afsluiten. Eerst krijgt dus de staatssecretaris nog even het woord. Wie weet heeft ze nu net de antwoorden op de vragen die u hebt opgeschreven.

Staatssecretaris Dijksma:

Ik vrees, voorzitter, dat dat niet het geval is. Ik doe alvast aan verwachtingenmanagement.

Ik wil graag een afsluitende opmerking maken. Onder andere de fracties van de PvdA en de PvdD hebben me voorgehouden dat natuurbeleid niet alleen voor het heden is maar vooral voor de toekomst en voor de toekomstige generaties. Ik deel die mening. Daarom is het van groot belang dat kinderen de natuur leren kennen en buiten kunnen spelen. Ik wil dan ook de ouders, de gemeenten, het onderwijs en de natuurorganisaties oproepen om hieraan aandacht te besteden. Zelf zal ik de betekenis van de natuur voor mijn kinderen in mijn beleid meenemen. Dat geldt uiteraard ook voor alle andere kinderen in ons land.

De voorzitter:

Mevrouw Jacobi, een korte vraag.

Mevrouw Jacobi (PvdA):

Mijn vraag sluit hierop aan. De natuureducatie voor de nationale parken is voor 2013 wel geregeld, maar is zorgelijk voor 2014 en verder. Ik wil heel graag van de staatssecretaris de toezegging dat voor het komende jaar een oplossing wordt gezocht. Dit loopt niet een-op-een met Duurzaam Door. Ik krijg daarvoor heel graag toezeggingen van de staatssecretaris. Verder heb ik gisteren de vraag gesteld of Zeeland die 20 miljoen aan compensatiegeld nu ook krijgt, zoals toegezegd. Men wil daar graag zekerheid over.

De voorzitter:

Mevrouw Van Veldhoven. We inventariseren de vragen even.

Staatssecretaris Dijksma:

Wacht even. Dan ga ik even schrijven, voorzitter, want dat had ik niet helemaal begrepen.

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Ik geef de staatssecretaris even een moment om de vragen op te schrijven.

Ik had twee vragen aan de staatssecretaris. Dit kabinet ontpoldert de Hedwigepolder, maar vult daarmee slechts de helft in van onze internationale verplichtingen in de Westerschelde. Het kabinet is eindverantwoordelijk voor het realiseren van de internationale verplichtingen. Hoe gaat de staatssecretaris ervoor zorgen dat die tweede 300 hectare er komt? Er wordt nu immers maar een tiende van ingevuld.

De andere vraag ging over de landgoederenzone. Ik ben niet tevreden met de schriftelijke beantwoording. We beoordelen niet alleen of het binnen de wet past, maar ook of dit de wet is zoals we die willen hebben. Als het geld schaars is, vindt de staatssecretaris dan dat het geld naar de instandhouding van natuur en historisch cultuurgoed moet of naar een niet openbaar toegankelijke golfclub?

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Ik heb in het verlengde van de vraag van mevrouw Jacobi een vraag over het programma Duurzaam Door.

De voorzitter:

Dit is een rondje van niet beantwoorde vragen.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Ja, dat klopt. Het sluit daarop aan.

De voorzitter:

Gaat het om een vraag van u die niet is beantwoord?

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Ja. Het programma Duurzaam Door gaat over natuur- en milieueducatie. Uit de begroting blijkt dat dit ook wordt ingevuld. Ik zie woorden als "groene economie", "sociale innovatie" et cetera. Die roepen bij mij andere associaties op dan natuur- en milieueducatie. Bij natuur- en milieueducatie denk ik heel erg aan de waarde van voedsel en de waarde van natuur. Het wordt direct gelinkt aan economie en innovatie. Kan de staatssecretaris dit uitleggen?

De heer Van Gerven (SP):

Ik had over het bovengronds uitrijden van mest, de proef van de Vereniging tot Behoud van Boer en Milieu, nog gevraagd of de staatssecretaris die proef wil verlengen.

Mevrouw Dikkers (PvdA):

Ik heb gisteren de staatssecretaris gevraagd of zij inzichtelijk wil maken of en, zo ja, welke belemmeringen te verwachten zijn bij het uitvoeren van de conclusies uit het rapport van de commissie-Van Doorn over het verduurzamen van vlees in supermarkten. Ik zou graag een stappenplan zien om te weten welk traject wij gaan volgen.

De voorzitter:

Ik zie de staatssecretaris nog even schrijven.

Staatssecretaris Dijksma:

Ik doe mijn best. Over de middelen voor natuureducatie op de volgende begroting ga ik niet op voorhand toezeggingen doen, want ik kan de situatie nog niet overzien. Ik hoor wel dat het belangrijk wordt gevonden.

Met het geld voor Zeeland wordt, naar ik aanneem, bedoeld de problematiek die nog bestaat met betrekking tot de Tractaatweg en dergelijke. Het gaat om de Hedwigepolder en het pakket dat nodig is om een en ander mogelijk te maken?

De voorzitter:

Een verduidelijkende opmerking, mevrouw Jacobi.

Mevrouw Jacobi (PvdA):

De vraag is of de compensatie van 20 miljoen doorgaat.

Staatssecretaris Dijksma:

Ik ben daarover met het kabinet in gesprek. Maar laat ik het zo zeggen: ik weet heel goed dat dit voor Zeeland heel belangrijk is. Ik strijd hier ook voor en volgens mij komt het wel goed. Het gaat over voorfinanciering, dus het is een overzichtelijk probleem.

De voorzitter:

In de tweede termijn kunt u in discussie gaan.

Mevrouw Jacobi (PvdA):

Ik heb nog een vraagje. Ik begrijp dat de staatssecretaris natuureducatie belangrijk vindt. Ik wil echter graag een toezegging van de staatssecretaris dat natuureducatie voor de nationale parken, waarvan het IVN en heel veel vrijwilligers, kinderen enzovoorts genieten, los van Duurzaam Door, ook de komende jaren goed geborgd wordt.

Staatssecretaris Dijksma:

Ik ga ernaar kijken, maar ik ga het niet hardop beloven. Nogmaals, de middelen zijn superschaars. Wij moeten echt heel erg uitkijken met allerlei toezeggingen, want dan kom ik later op de blaren te zitten. Als het de Kamer bij de begroting voor 2014 niet zint, dan weet zij mij waarschijnlijk wel te vinden. Dan hoor ik het wel. Zullen we het maar zo afspreken?

De landgoederenzone vind ik een heel technisch, maar overigens ook principieel issue. Ik begrijp het trouwens heel goed. Ik kom daar in tweede termijn op terug. Ik kan mij heel goed voorstellen dat dit wordt gezegd. Tegelijkertijd is het voor mij lastig in te schatten welke consequenties het heeft als je dit omarmt. Die zouden wel eens heel groot kunnen zijn. Ik vind dat je hierin heel voorzichtig moet zijn.

Wat de vraag over natuurherstel betreft, denken wij dat de Europese Commissie in ieder geval heel blij zal zijn met het besluit dat wij nemen. Ik ben op dit traject altijd maar heel voorzichtig. Er zijn legio kabinetten voor dit kabinet geweest die deze stap niet gezet hebben. Ik hoop dus dat de Kamer met mij van mening is dat het heel belangrijk is om eerst deze stap goed te zetten. Ik zeg het ook om de discussie niet nu al te belasten, want het is al moeilijk genoeg, met wat hierna nog komt. Ik weet natuurlijk heel goed wat de opgave is. Daar hoeft men mij niet aan te herinneren. Laten we met elkaar ervoor zorgen, hoe ingewikkeld en emotioneel het ook is, dat wij deze stap goed zetten. Ik had de indruk dat wij nu wel redelijk op weg zijn, en ook wel naar tevredenheid.

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Uiteraard ben ik heel blij met de stap die het kabinet nu eindelijk zet. Het is long overdue, maar toch. Ik begrijp uit de woorden van de staatssecretaris dat zij zich wel realiseert dat er nog een opgave ligt en dat het Rijk een verantwoordelijkheid heeft vanuit de afspraken die in het Natuurakkoord zijn gemaakt.

Staatssecretaris Dijksma:

Volgens mij moet ik niet meer zeggen dan ik net gedaan heb.

Met mevrouw Dik ben ik het eens dat natuur- en milieueducatie natuurlijk niet alleen economiegerelateerd is. Zeker niet. Het is overigens niet zo dat wij de programma's voorschrijven. Er liggen verantwoordelijkheden bij andere organisaties.

De heer Van Gerven krijgt of schriftelijk of in tweede termijn een reactie op de proef, maar hij heeft nog wel recht op een reactie op zijn amendementen. In de gauwigheid was ik die even vergeten. Als u mij dit toestaat, kan de Kamer mijn oordeel over de amendementen meenemen in tweede termijn.

De voorzitter:

Heel graag. Ik had het u al willen vragen.

Staatssecretaris Dijksma:

Voorzitter. Ik begin met het amendement op stuk nr. 61. De heer Van Gerven wil € 150.000 reserveren voor het project Oregional. Daarmee worden regionale, gezonde producten ingekocht door zorginstellingen. Het doel vind ik sympathiek.

De voorzitter:

Het amendement heeft inmiddels het nummer 74 gekregen.

Staatssecretaris Dijksma:

In ieder geval weten wij waarover ik het heb. Ik zal niet uitleggen wat Oregional allemaal betekent. In alle eerlijkheid hadden wij de indruk dat de structurele samenwerking tussen Oregional en de Sint Maartenskliniek al zo op gang was gekomen, dat het misschien niet noodzakelijk zou zijn om vanuit het departement extra financiële ondersteuning te bieden. Maar ik zou het oordeel over dit amendement aan de Kamer willen laten. Wij hoeven niet over elke euro met elkaar te bakkeleien. De Kamer moet het maar beslissen.

Tot zover het goede nieuws voor de heer Van Gerven, want ik kom nu op zijn andere amendementen. Met het amendement op stuk nr. 67 wil hij 5 miljoen oormerken ten behoeve van de biologische sector voor vraaggestuurd onderzoek. Ik ontraad dit amendement. Ik verwijs naar de topsectoren. Daar worden geen budgetten geoormerkt, maar daar kan het onderzoek natuurlijk prima plaatsvinden. Laten wij op die toer verdergaan en niet op de wijze van dit amendement.

Op stuk nr. 68 heeft de heer Van Gerven een amendement ingediend om eenmalig 40 miljoen toe te voegen aan artikel 18 Natuur en regio. Wij gaan natuurlijk aan de slag met het Bestuursakkoord Natuur en de plus en dergelijke, maar de heer Van Gerven dekt het uit apurement, onze reservering voor boetes uit Brussel. Ik snap dat dit roofgoed voor de Kamer is, maar de Kamer moet hier echt niet aan komen. Wij hebben het geld gewoon hard nodig als het niet goed gaat. Alleen al op de dekking is dit wat mij betreft een absolute no-go. Inhoudelijk zeg ik dat wij dit niet moeten overnemen, maar moeten kijken naar de provincies, die al aan de slag zijn en al uitvoeringsafspraken op dit terrein hebben gemaakt.

De heer Van Gerven (SP):

Dit amendement is een materialisering van een tijdens de vorige coalitieperiode door de Kamer aangenomen motie – ze wordt nu ook breed gesteund – over recreatie om de stad. Door een eerder kabinet is daar 40 miljoen voor gereserveerd, dat geld is daar weggehaald, en dat brengt de SP met dit amendement terug. De dekking is deugdelijk, want die komt niet uit het apurement, zoals de staatssecretaris zegt, maar uit een aparte, interne reserve van 170 miljoen. Het apurement is een apart potje. De dekking is volgens mij dus deugdelijk en het doel geweldig.

Staatssecretaris Dijksma:

Dat doel mag geweldig zijn, maar er zijn geen rijksmiddelen voor. Als men dat geweldig vindt, moet men daar elders mee aan de slag gaan. We kunnen hier een technisch debat over gaan voeren, maar ik weet niet anders dan dat dit gewoon het artikel is waarop de interne reservering voor boetes uit Brussel staat. Toevalligerwijs komt dat geheel overeen met het door u genoemde bedrag. Dat vind ik wel heel opmerkelijk. Ik ga ervan uit dat onze financieel specialisten heel goed naar de artikelen kijken. Als zij zeggen: dit is apurement, dit is geld dat is gereserveerd voor boetes uit Brussel, dan vertrouw ik daarop. Ik blijf het een te ontraden amendement vinden. Met excuses.

De heer Van Gerven (SP):

Als ik dan nog even mag …

De voorzitter:

Eigenlijk niet. U hebt namelijk een tweede termijn. Die hebben we bedacht om dingen die in eerste termijn niet zijn uitbediscussieerd nog even aan de orde te stellen. Ik stel voor dat u dat dan daar doet. De staatssecretaris gaat nu verder met haar antwoord.

De heer Van Gerven (SP):

Ik heb daar in tweede termijn geen tijd voor.

De voorzitter:

Dat is niet mijn schuld.

De heer Van Gerven (SP):

Dat is niet uw schuld, maar het is nu aan de orde, want die dekking komt in meerdere amendementen terug.

De voorzitter:

Dan mag u er nog één keer een vraag over stellen, maar niet bij al die andere amendementen.

De heer Van Gerven (SP):

Dat was ook mijn overweging. Het gaat om een algemene interne reserve, die natuurlijk kan worden gebruikt voor het apurement, maar ook voor andere tegenvallers. Er zit 170 miljoen in, en wij denken dat daar best wel wat uit kan. Het is nu de tijd om te investeren, zeker voor zo'n geweldig project.

Staatssecretaris Dijksma:

Ik denk dus van niet. Dat is het punt. Ik heb dat geld gewoon nodig, want we hebben een bandbreedte aan mogelijke tegenvallers. Die reservering heeft nog niet het maximum van de bandbreedte bereikt, hoor. Tel uit je winst of verlies. Het is echt niet verstandig, hoe sympathiek ook. U moet dat niet doen.

Dat geldt ook voor het volgende amendement, op stuk nr. 69, over 5 miljoen voor het Caraïbisch gebied. Maar daar doen wijzelf natuurlijk ook al het een en ander aan, wat ook in de brief staat die naar de Kamer is gestuurd. Er zit 7,5 miljoen in, wat deels al is gereserveerd voor dat deel van de wereld. Er is verder geen ruimte, want we hebben het geld al met de provincies belegd. Daar zit dit onderwerp al in. Waarom dan nog dit amendement?

De voorzitter:

Één vraag, mijnheer Van Gerven.

De heer Van Gerven (SP):

Het gaat niet alleen om het Caraïbisch gebied. De staatssecretaris dekt dat gedeeltelijk met 7,5 miljoen van de 10 miljoen die mogelijk was. Het gaat ook om Ruimte voor Rivieren. Het amendement is ruimer dan alleen het Caraïbisch gebied. Is dat wellicht aanleiding voor de staatssecretaris om inhoudelijk haar mening te herzien?

Staatssecretaris Dijksma:

Nee, helaas niet. Het was te proberen, ik begrijp het.

Ten slotte het amendement op stuk nr. 70. dat ertoe strekt 15 miljoen toe te voegen aan artikel 18, ook weer uit artikel 16 interne begrotingsreservering apurement voor het ganzenbeleid. Over de inhoud van het beleid en over waar de verantwoordelijkheid daarvoor ligt, hebben we zo-even al gesproken, maar ook wat betreft de dekking behoef ik mij zelf niet te herhalen. Het is heel onverstandig om dit hieruit te dekken. Daarom ontraad ik het amendement.

Voorzitter. Dit was mijn eerste termijn.

De voorzitter:

Ik heb ook nog de amendementen op de stukken nrs. 63, 64, 65 en 71 voor mij liggen.

Staatssecretaris Dijksma:

Dat verbaast mij, want daar weet ik helemaal niets van.

De voorzitter:

Die zijn ook allemaal van de heer Van Gerven. Dan stel ik voor dat u er in de tweede termijn op ingaat.

Staatssecretaris Dijksma:

Weet u zeker dat er nog meer zijn ingediend? Ik vraag mij namelijk af of de nummering niet verwarring oplevert.

De heer Van Gerven (SP):

Ik denk dat de nummering inderdaad verwarring oplevert. Het amendement op stuk nr. 71 gaat over de recreatie om de stad. Dat is al wel aan de orde geweest. Wellicht dat we de rest dan in tweede termijn kunnen behandelen.

De voorzitter:

Oké, dan kijken we …

Staatssecretaris Dijksma:

Bij mijn weten heeft de heer Van Gerven vier …

De voorzitter:

We kijken er even naar en dan komen we er in de tweede termijn op terug, als het nodig is.

Staatssecretaris Dijksma:

Nee, hij heeft zes amendementen ingediend. O, wacht even, ik heb er nog een, het amendement op stuk nr. 71.

De voorzitter:

Maar daarvan zegt de heer Van Gerven nu net dat hij er geen reactie meer op wil, maar misschien inmiddels weer wel.

Staatssecretaris Dijksma:

Nee, maar dat gaat niet over recreatie om de stad maar om de energie-investeringsaftrek en de milieu-investeringsaftrek. Ik ontraad dat amendement, want de asbestdaken en zonnepanelen komen al in aanmerking voor de milieu-investeringsaftrek en/of de energie-investeringsaftrek. De budgetten zijn vooralsnog voldoende. Er zijn ook nog andere regelingen die in de geest zijn van het doel waarvoor de heer Van Gerven zijn amendement indient. De staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu heeft voor 2012 al 20 miljoen beschikbaar gesteld voor het vervangen van asbestdaken. Er wordt ook nog aan een provinciale subsidieregeling gewerkt. Bovendien wordt de dekking in het amendement gevonden uit het apurement.

Mevrouw Dikkers (PvdA):

Ik heb zo-even een vraag gesteld die echter nog niet beantwoord is.

Staatssecretaris Dijksma:

Excuus. Die ga ik nu beantwoorden. U wilt een stappenplan rondom Van Doorn. Ik zal in de regiegroep bespreken wat er op dit punt mogelijk is. Van Doorn en zijn club zijn leidend, maar het lijkt mij heel goed om te kijken of we van hen een beeld kunnen krijgen van de stappen die gezet moeten worden. Daar hebben ze wellicht ook de overheid op bepaalde momenten voor nodig. Dus als we daarvoor een agenda kunnen realiseren, zou dat mooi zijn. Dan krijgt u die ook.

Mevrouw Dikkers (PvdA):

Ik neem toch aan dat de staatssecretaris niet uitsluitend technisch voorzit in die regiegroep maar dat ze daar toch ook met een agenda werkt. Dus als zij aangeeft een stappenplan te willen, neem ik aan dat dit met alle liefde wordt toegezegd door de commissie.

Staatssecretaris Dijksma:

U moest eens weten!

De voorzitter:

Dat is dan voor een later moment, als u ons bij gaat praten. Hiermee zijn we echt aan het eind gekomen van de eerste termijn van de zijde van de regering. We gaan gelijk door met de tweede termijn. Daarin geef ik allereerst het woord aan de heer Graus van de PVV. Hij heeft nog drie minuten, inclusief het voorlezen van moties.

De heer Graus (PVV):

Voorzitter. Dan begin ik noodgedwongen direct met het voorlezen van de moties.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering, tot een beter en eerlijker verdienmodel ten behoeve van boeren, tuinders en vissers ten laste van de retailers en voedselverwerkende industrie te komen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Graus. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 75 (33400-XIII).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering om palingvissers de mogelijkheid te bieden om glasaal aan de kust te vangen en "binnendijks" uit te zetten ten behoud van het palingbestand en ter ondersteuning van de (beroeps)binnenvisserijsector,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Graus. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 76 (33400-XIII).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering om een nationale, veterinair professionele dierenambulance-organisatie bereikbaar onder dierennoodhulpnummer 144 in te stellen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Graus. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 77 (33400-XIII).

De heer Graus (PVV):

Ik doel hiermee op het feit dat dierenartsen snel ter plekke kunnen worden gebracht, naast de vrijwillige dierenambulances en de ambulances van de Dierenbescherming.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering, te bewerkstelligen dat de ongebruikte pagina 144 van NOS Teletekst vanaf dit jaar dienst mag doen ten behoeve van berichtgeving en/of spoedeisende zaken van 144 Red een Dier en de dierenpolitie,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Graus. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 78 (33400-XIII).

De heer Graus (PVV):

Dit geldt ook voor het oproepen van getuigen en dergelijke. Het gaat dus om een meldingssite. Daar vroeg de staatssecretaris om en dat heb ik bij dezen toegelicht. Zij kunnen er dus alles op kwijt wat zij kwijt willen, ook het oproepen van getuigen.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering, gezien de wetenschappelijk aangetoonde relatie tussen dierenmishandeling en huiselijk geweld, om in het Risicotaxatie-instrument Huiselijk Geweld eveneens vragen op te nemen aangaande de mishandeling en/of verwaarlozing van dieren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Graus. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 79 (33400-XIII).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering, er zorg voor te dragen dat er voldoende dierenpolitie behouden wordt om de honderdduizenden meldingen van 144 op te volgen, daar de NVWA en de LID over onvoldoende manschappen beschikken en het hun voorts ontbreekt aan, in een groeiend aantal gevallen, benodigde strafrechtelijke en politionele bevoegdheden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Graus. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 119 (33400-XIII).

De heer Graus (PVV):

Er zijn uiteraard ook zeer goede medewerkers. Je hebt er altijd een paar rotte appels tussen. Zelfs bij de PVV is dat in het verleden gebleken. Dat is overal zo. Ik heb het dus zeker niet over de hele organisatie. Op dat punt heeft de staatssecretaris mij terecht gecorrigeerd, want dat was niet mijn bedoeling. Vanuit het verleden weet ik echter dat de enkele tientallen NVWA'ers, dus de voormalige medewerkers van de Algemene Inspectie Dienst, en de enkele LID'ers niet voldoende zijn voor het opvolgen van die honderdduizenden meldingen en voor het controleren van alle veetransporten naar slachthuizen. Voorts ontbreekt het hun aan politionele en strafrechtelijke bevoegdheden. Met bestuursrecht gaan wij de hufters niet kunnen aanpakken.

Mevrouw Lodders (VVD):

Voorzitter. Gisteren hebben wij met aandacht geluisterd naar de maidenspeech van collega Geurts. Bij dezen wil ik hem vanaf dit spreekgestoelte nogmaals van harte feliciteren met zijn maidenspeech. Ik dank de staatssecretaris zeer hartelijk voor de beantwoording, allereerst in de schriftelijke ronde maar zeker ook vandaag. Zeer veel dank voor het vele werk dat door haar en de ambtelijke organisatie is verzet.

Ik heb de staatssecretaris horen zeggen dat zij werk gaat maken van de deregulering. Dat is een forse ambitie uit het regeerakkoord. De toezegging om voor de zomer een inventarisatie naar de Kamer te sturen waarin duidelijk zal worden welke regels vanuit Europa strenger zijn geïnterpreteerd, ziet mijn fractie met zeer veel belangstelling tegemoet. Dat overzicht kan bijdragen aan het vormgeven van de ambitie uit het regeerakkoord. Tegelijkertijd maak ik mij zorgen, want ook vandaag hebben wij alweer heel vaak horen vragen om extra beleid. De VVD-fractie zal de lat daar dus zeer kritisch naast leggen, maar dat is men van ons gewend.

Ik dank de staatssecretaris ook voor de toezegging over het veldonderzoek en de onafhankelijke review, maar wij vinden eigenlijk dat het sneller moet. Dat geldt wellicht ook voor de contouren. De staatssecretaris heeft een brief toegezegd, maar wij hebben ook een motie voorbereid. Die motie wil ik indienen, zodat de staatssecretaris daar in de tweede termijn wellicht op kan reageren. Ik dien die motie mede namens collega Dikkers in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat uitgevoerd praktijkonderzoek de huidige emissiefactoren voor het uitrijden van drijfmest, de bijdrage van veehouderijbedrijven aan de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden en de onderliggende meetmethoden en modellen ter discussie stelt;

overwegende dat mogelijke bijstelling van emissiefactoren, stikstofdepositieberekeningen en onderliggende meetmethoden en modellen vergaande consequenties kan hebben voor het mest- en natuurbeleid;

overwegende dat emissiefactoren, stikstofdepositieberekeningen en onderliggende meetmethoden en modellen onvoldoende gestaafd lijken te worden door metingen in het veld;

van mening dat daarom uitgebreid veldonderzoek noodzakelijk is om zo snel mogelijk meer duidelijkheid te krijgen over de validiteit van emissiefactoren, stikstofdepositieberekeningen en onderliggende meetmethoden en modellen en mogelijke bijstelling hiervan, waarbij ten behoeve van een generieke toepassing alle weertypen, veehouderijtypen en soorten geografische ligging meegenomen moeten worden;

verzoekt de regering, per direct een wetenschappelijke review van het uitgevoerde praktijkonderzoek uit te laten voeren en de resultaten binnen zes weken naar de Kamer te sturen;

verzoekt de regering tevens, afhankelijk van een uitkomst van de review, op grote schaal uitgebreid veldonderzoek uit te laten voeren door onafhankelijke wetenschappers en, indien mogelijk, binnen een jaar de resultaten naar de Kamer te sturen;

verzoekt de regering voorts, de Kamer regelmatig te informeren over de stappen die gezet worden en over de tussentijdse resultaten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Lodders en Dikkers. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 80 (33400-XIII).

Mevrouw Lodders (VVD):

Ik denk dat ik nu nog een klein beetje tijd overheb. Over de mestwet waren er een aantal opmerkingen en korte debatjes. De VVD-fractie spreekt de hoop uit dat we de mestwet heel snel zullen kunnen behandelen. Daar komt veel uit voort. Met name het veld vraagt om duidelijkheid, temeer omdat de staatssecretaris in haar brief aan de Kamer schreef dat zij de uitwerking ervan bij het bedrijfsleven wil neerleggen. Ik denk dus dat het heel belangrijk is dat wij daar snel over spreken.

Gezien de motie die ik zonet voorlas, vraag ik de staatssecretaris of zij in de brief die zij zojuist toezegde, wil aangeven hoe het veldonderzoek zich verhoudt tot het wettelijke kader van de PAS. Graag het antwoord op deze vraag in een brief.

Ik ben nog één reactie schuldig aan collega Van Gerven. Hij vroeg mij in eerste termijn hoe de VVD staat tegenover gevaccineerd vlees. Ik wil hem zeggen dat de voorganger van de huidige staatssecretaris heeft aangegeven dat hij zich zowel in Europees als in internationaal verband wil richten op de versoepeling of het wegnemen van bestaande beperkingen voor vaccinatie en voor de handel in vlees en zuivel van gevaccineerde dieren. De VVD-fractie steunt die mening van harte. Ik vraag de staatssecretaris of zij in tweede termijn daarop een reactie kan geven.

De heer Geurts (CDA):

Ik was even nieuwsgierig, en heb daarom een vraag voor mevrouw Lodders. Ik hoorde haar fractievoorzitter, de heer Zijlstra, gisteravond een betoog houden naar aanleiding van de speech van premier Cameron. Hij gaf aan dat er een lijstje zou komen met "Taken Europa" en "Taken Nederland". Ik hoor dat mevrouw Lodders aan het eind van haar betoog is, dus ik vraag haar of zij vanmiddag nog met een lijstje zal komen voor de land- en tuinbouw.

Mevrouw Lodders (VVD):

Wat voor lijstje voor de land- en tuinbouw?

De heer Geurts (CDA):

Uw fractievoorzitter gaf gisteren aan dat er een lijst zou komen met taken voor Europa en taken voor Nederland, naar aanleiding van het betoog van premier Cameron. Ik vraag heel concreet: komt de VVD vanmiddag nog met een lijstje met "Taken Europa" en "Taken Nederland" met betrekking tot de land- en tuinbouw en natuur?

Mevrouw Lodders (VVD):

Dat lijstje komt van mijn fractievoorzitter; dat heeft hij gisteren gezegd in het debat bij Pauw & Witteman. Wij hebben dat allemaal kunnen zien. Als u vandaag en gisteren goed hebt geluisterd naar de bijdrage van de VVD, weet u dat de VVD op het gebied van de land- en tuinbouw en de visserij inzet op deregulering. Daarom ben ik ook zo blij met de toezegging van de staatssecretaris om de Europese regels die wij strakker en strenger hebben geïnterpreteerd op te sporen, zodat we de problemen daaromtrent kunnen oplossen. Natuurlijk zijn we in Europa afhankelijk van een bepaald landbouwbeleid. U vraagt een lijstje aan het eind van een debat, maar dat komt er vanmiddag niet meer.

De heer Geurts (CDA):

Dan ga ik in tweede termijn proberen de fractie van de VVD daarbij te helpen.

De heer Van Gerven (SP):

Ik wilde nog even terugkomen op het convenant over de afzet van gevaccineerd vlees. Ik dank mevrouw Lodders voor haar betoog. De vraag was echter heel concreet of de VVD voorstander is van een bijdrage van het Rijk aan het fonds dat er moet komen om die afzetbevordering mogelijk te maken.

Mevrouw Lodders (VVD):

Ik heb daarover richting de heer Van Gerven gisteren al een klein schot voor de boeg gegeven. Wij zijn niet zozeer voorstander van een apart fonds. Ik denk dat de insteek van de vorige staatssecretaris om hier met stevige voortvarendheid werk van te maken en belemmeringen weg te nemen heel goed is. Ik ga ervan uit dat deze staatssecretaris die insteek steunt. De staatssecretaris zit maandag en dinsdag in Brussel. Ze heeft een volle agenda, maar mij lijkt het heel goed om dit punt daarin mee te nemen.

De heer Van Gerven (SP):

Goed, we wachten het antwoord van de staatssecretaris af.

De voorzitter:

De heer Litjens heeft aangegeven geen gebruik te zullen maken van de tweede termijn. Ik geef nu het woord aan de heer Van Gerven van de SP. U hebt nog één minuut, inclusief het voorlezen van uw moties.

De heer Van Gerven (SP):

Voorzitter. Ik ben geschrokken van de antwoorden van de staatssecretaris over de Gezondheidsdienst voor Dieren. De vraag is of we geen lering trekken uit het Q-koortsdrama. De Gezondheidsdienst voor Dieren speelde daarin namelijk een heel kwalijke rol door informatie over geitenhouderijen die besmet waren achter te houden. Daardoor was de bestrijding van de Q-koorts heel moeilijk. Er zijn een paar officiële taken die naar de overheid zouden moeten worden overgeheveld, conform de motie die door de Kamer is aangenomen. Men moet niet zijn eigen vlees keuren.

Ik heb twee moties.

De voorzitter:

Ik ga u echt na een minuut afkappen.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Ik heb nog een opmerking over de Gezondheidsdienst voor Dieren. Begrijp ik het nou goed dat de SP vindt dat er onvoldoende taken naar de overheid zijn gegaan die tot nu toe bij de Gezondheidsdienst voor Dieren lagen?

De heer Van Gerven (SP):

Ja, dat klopt. Dierengezondheidsmonitoring, het wettelijke dierziekteprogramma, ondersteuning bij verdenking en handelen bij een uitbraak zijn eigenlijk toezichtstaken. Het zijn overheidstaken. Ze zijn privaat belegd bij een bv die 100% eigenaar is van sectoren die bijvoorbeeld gecorrigeerd en gecontroleerd moeten worden. Het gaat bovendien om een miljardensector. Samen met een meerderheid van de Kamer vind ik dat dit uit elkaar getrokken moet worden, zodat elke schijn van belangenverstrengeling wordt voorkomen en krachtig kan worden gehandeld als de nood aan de man is.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Dat is dan duidelijk voor mijn fractie. Ik denk dat we het hierover in komende debatten over dierziektecrises verder moeten hebben.

De heer Van Gerven (SP):

Dat zullen we zeker doen, lijkt mij. Een motie die niet uitgevoerd wordt, is immers zeker reden om daar verder aandacht aan te besteden.

De voorzitter:

Mijnheer Van Gerven, u kunt nog één motie indienen.

De heer Van Gerven (SP):

Ik heb twee moties.

De voorzitter:

U hebt twintig seconden.

De heer Van Gerven (SP):

Met de lengte van de moties gaat dat echt lukken.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering, een grondnota op te stellen waar openbare aanbestedingen geen verplicht onderdeel van uitmaken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Gerven. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 81 (33400-XIII).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering, voor eind mei 2013 te komen met een voorstel voor een heffing op bestrijdingsmiddelen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Gerven. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 82 (33400-XIII).

Mevrouw Jacobi (PvdA):

Voorzitter. Ik schijn 28 minuten spreektijd over te hebben, maar die ik ga ik bij lange na niet gebruiken.

Ik bedank de staatssecretaris voor haar beantwoording, een staatssecretaris die bij deze begrotingsbehandeling haar primeur beleefde als staatssecretaris voor Natuur en Landbouw. Ik complimenteer haar voor de wijze waarop zij dat heeft gedaan, haar houding en haar positieve groene geluid. Ik ben er blij mee, want het geeft mij de hoop dat we de moeilijke dossiers die er liggen, met elkaar tot een goed einde zullen brengen.

Als coalitiepartij zit je soms een beetje in een moeilijk parket. Aan de ene kant wil je namelijk een stok achter de deur om ervoor te zorgen dat zaken de door jouw gewenste richting op gaan. Aan de andere kant vraagt de staatssecretaris ons om ruimte om met provincies en maatschappelijke organisaties tot goede resultaten te kunnen komen. Ik geef haar graag die ruimte omdat ik niet denk dat zij ons vertrouwen zal beschamen. Tegelijkertijd wil ik haar op een aantal punten "een stokje meegeven". Dat geldt onder meer voor de aanwijzing van de Natura 2000-gebieden. Ik kom niet zelf met een motie, maar ik heb wel de motie hierover ondertekend die door D66 wordt ingediend. De staatssecretaris moet die motie zien als een positieve aanmoediging om meer duidelijkheid te krijgen.

Ik ben blij met de toezegging van de staatssecretaris dat ze de status en de titel van "nationaal park" zal handhaven. Dat is echt een zorg minder! In het vorige kabinet vielen die parken namelijk tussen wal en schip. Is de staatssecretaris bereid om de Kamer over drie maanden een brief te doen toekomen over hoe ze een en ander vorm heeft gegeven? De titel "nationaal park" is een ding, maar die status betekent ook dat er aan onderzoek en educatie moet worden gedaan. Het zou mooi zijn als de staatssecretaris ons over een maand of drie op de hoogte zou brengen van de stand van zaken.

Ik ben blij met de intenties van de staatssecretaris voor natuur- en milieueducatie. Ik kom niet met een motie, maar ik hoor wel graag van de staatssecretaris dat zij ons komend jaar een brief stuurt die ons in staat stelt om een wat breder debat met haar te voeren over natuur- en milieueducatie in ons land, zowel binnen als buiten de nationale parken. Als zij die brief stuurt, kan zij ons dan misschien ook laten weten hoe we die op een wat hoger plan zouden kunnen tillen en hoe we die zouden kunnen moderniseren? Overigens wil ik zeker niet dat wij hier de progamma's gaan opstellen, maar wel dat de overheid het faciliteert. Hoe belangrijk dat is, is de afgelopen jaren wel gebleken.

Met enkele punten moeten we zeker aan de slag! In de schriftelijke beantwoording van de staatssecretaris gaat zij in op het leenartikel en de voorfinanciering. Wij hadden haar gevraagd om de mogelijkheden te onderzoeken om particulieren en organisaties mooie pps-constructies op te laten zetten. Daar zijn zowel de provincies als andere organisaties mee gediend. Hiermee is overigens voor het Blekeriaanse tijdperk lang mee gewerkt en toen heeft het zijn nut bewezen. Vanmorgen heb ik nog een telefonisch gesprek gehad met het Groenfonds. Dat fonds vindt het een heel goed idee. Het raakt bovendien niet het EMU-saldo, omdat er geen financiering door de Staat voor nodig is. Ik zou de staatssecretaris dus willen vragen om de deur open te houden voor deze mogelijkheid en er onderzoek naar te doen. Het zou ons echt vooruit kunnen helpen en daarom dien ik de volgende motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat provincies terughoudend zijn met het aanwijzen van natuur omdat ze bang zijn dat er te weinig geld voor is;

constaterende dat er met de impuls uit het regeerakkoord van 200 miljoen euro per jaar weer geld is om te investeren in grootschalige natuur;

constaterende dat verschillende maatschappelijke organisaties zoals verzekeringsmaatschappijen het belang onderkennen van natuur voor bijvoorbeeld de gezondheid;

verzoekt de regering, de mogelijkheid te onderzoeken dat particulieren en verzekeringen de realisatie van natuur kunnen voorfinancieren via pps-constructies op basis van een leningenartikel op de begroting van EZ,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Jacobi. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 83 (33400-XIII).

Mevrouw Jacobi (PvdA):

Ik heb gisteren, volgens mij passievol, bepleit dat hoewel wij decentraliseren, het Rijk de kaders stelt. De provincie voert het beleid binnen die kaders uit. Binnen de provincie heeft men misschien niet zoveel last ervan, maar de organisaties die provincieoverschrijdend werken, hebben wel veel last van de verschillende regelgeving van provincies. Ik roep de staatssecretaris daarom op om met de provincies de uitdaging aan te gaan en een kader te schetsen voor duidelijke, eenvoudige regelgeving zodat er geen groot oerwoud van regels bestaat. Dit geldt zeker voor de schaapskudderegelingen en de regelingen voor langeafstandswandelpaden. In de komende decentralisaties zullen er waarschijnlijk nog wel meer onderwerpen zijn waarvoor een eenduidig kader moet worden geschetst. Als stok achter de deur, dien ik de volgende motie in over minder en eenvoudiger regelen.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat decentralisatie van de schaapskudderegeling en de regeling langeafstandswandelpaden ertoe geleid heeft dat elke provincie haar eigen regeling heeft ontworpen;

van mening dat het onwenselijk is als aanvragers met verschillende regimes, subsidiebedragen en aanvraagprocedures te maken krijgen in de verschillende provincies;

van mening dat het niet de bedoeling kan zijn dat met de decentralisatie van een regeling er twaalf nieuwe ontstaan;

verzoekt de regering, afspraken te maken met de provincies waarbij de regelingen voor natuurbeheer die gedecentraliseerd worden in elk van de provincies op gelijke wijze worden uitgevoerd,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Jacobi. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 84 (33400-XIII).

Mevrouw Jacobi (PvdA):

Ik merk graag op voor het geval de staatssecretaris zegt dat het niet nodig is vanwege de SNL-regelingen, regelingen als de schaapskudderegeling daarbuiten vallen. Dat geeft allemaal heel veel gedoe. Ik hoop dit voldoende bepleit te hebben.

Tot slot dien ik een motie in over de groene monumenten.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de nieuwe Subsidieregeling instandhouding monumenten (SIM) per 1 januari 2013 het nieuwe vereiste bevat dat minimaal 40% van de activiteiten van een organisatie gericht moeten zijn op het monumentenbeheer voor een status als professionele organisatie voor monumentenbehoud (POM);

overwegende dat verschillende natuurclubs die niet aan deze eis kunnen voldoen, mogelijk hun POM-status verliezen en daardoor tientallen afzonderlijke aanvragen moeten indienen;

overwegende dat indertijd verschillende natuurorganisaties zijn opgericht om natuurgebieden die indertijd als natuurmonumenten omschreven werden, te beschermen;

verzoekt de regering, de SIM aan te passen zodat het beheer van natuurgebieden in de ehs meetelt voor het percentage activiteiten gericht op het monumentenbeheer,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Jacobi en Van Veldhoven. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 85 (33400-XIII).

De heer Van Gerven (SP):

Mevrouw Jacobi van de PvdA-fractie hield een goed betoog. Ik stel graag nog een vraag over die decentralisatie. Mevrouw Jacobi zegt dat die zo zijn beperkingen heeft, waaronder die van de twaalf kapiteins op een natuurschip. De zaak-OostvaardersWold is probleemoverschrijdend voor Flevoland. Hoe staat de PvdA daarin? Kan mevrouw Jacobi verder reageren op het feit dat de dekking voor amendementen die de SP-fractie aangeeft door voormalig Kamerlid Dijksma prima werden gevonden?

Mevrouw Jacobi (PvdA):

Volgens mij gaat dit niet over mijn moties of mijn inbreng. We krijgen dus een nieuw debat, denk ik?

De voorzitter:

Er wordt een vraag gesteld en u mag daarop antwoorden.

Mevrouw Jacobi (PvdA):

Het waren op zijn minst twee vragen.

De heer Van Gerven (SP):

Neem het OostvaardersWold. Hoe lossen wij dat op?

De voorzitter:

Dat is een heel duidelijke vraag. Daar kunt u antwoord op geven.

Mevrouw Jacobi (PvdA):

Volgens mij moeten wij het gewoon weer opstarten. De vraag hoe wij die verbinding weer voor elkaar kunnen krijgen past, denk ik, in de overleggen die de staatssecretaris straks met de provincies heeft over de ecologische hoofdstructuur. Ik snap de vraag niet zo goed.

De heer Van Gerven (SP):

De Partij van de Arbeid heeft zelf voorgestellen gedaan over voorfinanciering om dingen mogelijk te maken. Wij weten dat het OostvaardersWold een heel duur project is. Er is sprake van een groot financieel gat. Dat geldt althans voor de oorspronkelijke plannen. Dit probleem moet provincieoverschrijdend worden opgelost. Hoe doen wij dat? De dekking zoals beschreven in een aantal van mijn amendementen, de interne reserve, werd vorig jaar akkoord bevonden door de Partij van de Arbeid. Wij hebben er zelfs de nertsenwet mee gefinancierd door met de heer Dijsselbloem, ook niet onbekend ...

De voorzitter:

Uw vraag is?

De heer Van Gerven (SP):

Is dat niet een deugdelijke dekking?

Mevrouw Jacobi (PvdA):

Nog even over OostvaardersWold: ik denk dat dit juist een gebied is waarvoor voorfinanciering perfect kan functioneren.

Mevrouw Dikkers (PvdA):

Voorzitter. U merkt terecht op: er heerst iets in deze zaal. Ik weet wel wat het is, namelijk optimisme. Het optimisme dat ik voel bij de staatssecretaris dat er echt een nieuwe agenda komt. Het optimisme dat ik van de sector en de samenleving hoor en ook van mijn collega's in de Kamer. Dat optimisme beheerste gisteren en beheerst vandaag de politieke arena en daar ben ik heel erg blij om. Ik ben blij met de nieuwe toon en ik ben tevreden met de nieuwe staatssecretaris en haar vuurdoop in de Kamer op dit dossier. Excuses dat ik zo veel hoest. Gelukkig heb ik 25 minuten spreektijd, dus hoest ik gewoon de helft vol.

Wij zijn blij met de agenda van verduuzaming. Wij zien graag van deze staatssecretaris een ambitieuze invulling van de term "duurzaamheid" tegemoet. Ik neem aan dat hieraan in de komende debatten met de Kamer meer invulling gegeven wordt. Het is ook goed dat de supermarkten de agenda van verduurzaming omarmen. Wij zijn verheugd te horen dat ze hiermee voortvarend aan de slag gaan. De Partij van de Arbeid vindt 2020 – dat is over zeven jaar, mind you – niet een al te ambitieus tijdpad. Ik hoor vanuit de sector dat dit deksels ambitieus is. Ik wil best geloven dat ze veel stappen moeten zetten, maar ze zijn al een tijdje onderweg en wat mij betreft zouden ze voortvarender van start moeten gaan. Ik mag ze feliciteren met een uitermate goede voorzitter die ze gekozen hebben voor hun regiegroep. Uit eerdere ervaringen weet ik dat deze staatssecretaris technisch heel goed kan voorzitten. Ik neem echter aan dat zij daar niet uitsluitend als technisch voorzitter zit. Ik krijg graag in een brief informatie van de staatssecretaris over haar inzet in dit proces. Zij heeft toegezegd om in overleg met de regiegroep de Kamer te doen toekomen wat zoal de stappen zijn die genomen worden. Ik hoor het ook graag als er belemmeringen zijn die de Kamer of de staatssecretaris moet wegnemen om ervoor te zorgen dat het proces in ieder geval geen vertraging oploopt.

Ik maak mij wel een beetje zorgen over de invulling van de term "duurzaamheid" ten aanzien van het vlees dat wij straks in de supermarkt zullen hebben. Wij hebben al het stervlees van het keurmerk Beter Leven, dat ontwikkeld is in samenwerking met de Dierenbescherming. Ik zou het interessant vinden om met mensen van de regiegroep te spreken over de vraag wat zij onder "duurzaamheid" verstaan en waarom zij niet gekozen hebben voor een opvolger van het stersysteem. Er zit vast een verhaal achter, maar ik maak mij hierover wel zorgen. Straks hebben wij, naast de producten met een kwalificatie volgens het stersysteem, ook producten in de schappen met het stickertje "duurzaam". De criteria waaraan dat vlees dan voldoet, hebben wij niet met zijn allen kunnen bepalen. De consument is net gewend aan stervlees. Ik las gisteren in Boerderij dat de sterkip het enorm goed doet bij de grootgrutters. Daar ben ik erg blij mee. De consument is echt bereid om dit geld te betalen. Het zou jammer zijn als wij hiernaast straks een ander keurmerk hadden met andere standaarden. Daarover maak ik mij zorgen. Wat de PvdA betreft, zou het vlees aan hogere standaarden moeten voldoen dan nu, maar wij snappen dat dit een traject is dat zich de komende tijd zal uitrollen. Wij geven de staatssecretaris graag het vertrouwen en de tijd om zich hiervoor in te zetten.

Tot slot zijn er bij de vorige begrotingsbehandeling moties van collega Jacobi en anderen over streekproducten aangenomen. Ik vraag de staatssecretaris om deze moties uit te voeren en ons hierover op zijn minst te informeren. Ik heb begrepen dat dit een tijdje heeft stilgelegen. Dat baart ons zorgen. Als de staatssecretaris daaraan behoefte heeft, heb ik voor haar de cijfers van de moties wel.

Verder rest mij niets dan nog een tijdje door te hoesten tot mijn tijd vol is en de staatssecretaris vanaf dit spreekgestoelte ongelooflijk veel succes te wensen. Ik verheug mij heel erg op de debatten die wij met haar zullen hebben. Wij hebben alle vertrouwen in een heel goede uitkomst.

De voorzitter:

Dank voor uw bijdrage en beterschap!

De heer Geurts (CDA):

Voorzitter. Ik begin gelijk met het voorlezen van de moties. De eerste motie dient ter ondersteuning van de VVD, zoals zojuist is aangekondigd, en heeft als titel "Niet kappen met Brussel, maar kappen in Brussel!"

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat na de toespraak van de Britse premier David Cameron er wordt gesproken over een lijst van onderwerpen die overgelaten kunnen worden aan de lidstaten;

van mening dat de regering snel duidelijkheid moet geven aan betrokkenen rond de diverse Natura 2000-gebieden (zoals Wierdenseveld) in Nederland;

verzoekt de regering, de Vogel-, de Habitat- en de Nitraatrichtlijn op de lijst te plaatsen van onderwerpen die aan de lidstaten moeten worden overgelaten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Geurts. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 86 (33400-XIII).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de land- en tuinbouw naast voedselvoorziening een belangrijke maatschappelijke rol vervult, onder andere landschapsonderhoud en het continueren van sociale infrastructuur op het platteland;

overwegende dat binnen het verdienmodel de consumentenprijs los lijkt te staan van de kostprijs van producten van primaire ondernemers in de land- en tuinbouw, welke steeds meer moeite hebben om rond te komen;

constaterende dat de regering stelt dat het een ambitie van de gehele agroketen zou moeten zijn om alle kosten die gemaakt worden voor een bepaald voedingsmiddel mee te nemen in de consumentenprijs;

van mening dat kern van de gecoördineerde ketenaanpak is dat de agroketens maatschappelijke wensen en specifieke behoeften van retailers en consumenten voor een zorgvuldige en duurzame productie afspreken en vastleggen;

verzoekt de regering, de spanning tussen consumentenprijs en kostprijs en de voortgang te monitoren;

verzoekt de regering voorts, ondernemers te stimuleren om de ondernemersruimte om de kostprijs te kunnen bepalen, te benutten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Geurts en Dijkgraaf. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 87 (33400-XIII).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de regering de inzet van werknemers van de WSW in het bedrijfsleven wil bevorderen;

constaterende dat de inzet bij Staatsbosbeheer en andere terreinbeheerders nog te gering is;

verzoekt de regering, met de directie van Staatsbosbeheer te overleggen hoe er snel meer WSW'ers ingezet kunnen worden in het bosbeheer,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Geurts en Dijkgraaf. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 88 (33400-XIII).

De heer Geurts (CDA):

Tot slot. Ook namens de CDA-fractie complimenteer ik staatssecretaris Dijksma met haar maidenspeech. Ik zie uit naar de samenwerking met haar. Ik hoop dat zij echt in het gebied van Wierdense Veld gaat kijken. Ik hoorde net het woordje duurzaamheid. Daarover heb ik geen motie ingediend, maar voor de CDA-fractie gaat het daarbij om ecologische, sociale en economische duurzaamheid. Als de staatssecretaris die afweging continu blijft maken, komt het goed.

De voorzitter:

Dan geef ik het woord aan mevrouw Van Veldhoven. Mevrouw Van Veldhoven, u hebt nog vier minuten.

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Voorzitter. Ik begin met de staatssecretaris te danken voor de beantwoording. Het was een lang debat, maar zij heeft het uitstekend gedaan.

Ik val de Partij van de Arbeid bij als zij zegt dat voor de bescherming van de natuur complementaire doelen als stilte en donkerte natuurlijk heel belangrijk zijn voor het behalen van de doelen binnen die Natura 2000-gebieden. In die context moet de staatssecretaris de volgende motie dan ook uitdrukkelijk plaatsen.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat Nederland al jaren achterloopt met het aanwijzen van de Natura 2000-gebieden;

van mening dat het steeds vooruitschuiven van de aanwijzing niet bijdraagt aan het maken van goede afspraken die bijdragen aan duidelijkheid voor alle betrokken partijen;

verzoekt de regering, alle Natura 2000-gebieden voor de zomer definitief aan te wijzen, voor zover dit nog niet is gebeurd,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Veldhoven, Klaver, Dik-Faber, Jacobi, Van Gerven en Thieme.

Zij krijgt nr. 89 (33400-XIII).

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Dan dien ik nog een motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de landgoederenregeling onder de Natuurschoonwet 1928 belastingvoordelen biedt voor gebieden die heel intensief gebruikt worden, waaronder 45 golfbanen, en dat veel landgoederen niet opengesteld worden voor het publiek;

van mening dat hiermee inbreuk gemaakt wordt op de oorspronkelijke doelstellingen van de Natuurschoonwet en de landgoederenregeling;

verzoekt de regering, de landgoederenregeling te evalueren, voorstellen te ontwikkelen om deze meer te richten op het bevorderen van het beschermen en openstellen van echte landgoederen, en de beschikkingen van bestaande landgoederen te herkeuren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Veldhoven. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 90 (33400-XIII).

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Onder het vorige kabinet heb ik met een andere minister zeer intensief gesproken over het uitvoeren van het Kierbesluit, een belangrijk Natura 2000-gebied. Daar lijkt nu toch wel weer wat aan getwijfeld te worden. Ik wil dat graag heel helder hebben en daarom dien ik de volgende motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Nederland met de Internationale Rijnverdragen zich verplicht heeft om het Kierbesluit Haringvliet in werking te stellen om de natuur van de rivier te herstellen;

overwegende dat de minister voor Infrastructuur en Milieu bij het WGO Water 2013 aangaf dat het kierbesluit "er rustig bij ligt";

van mening dat Nederland na het jarenlang traineren rond de Hedwigepolder niet opnieuw internationale afspraken in de ijskast moet plaatsen;

verzoekt de regering, in 2013 aan de slag te gaan met de uitvoering van het Kierbesluit Haringvliet, en de Kamer hierover te informeren met een uitgewerkt stroomschema voor dit project,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Veldhoven en Jacobi. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 91 (33400-XIII).

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Ik heb nog één vraag voor de staatssecretaris. In het korte interruptiedebat met de heer Van Gerven is er gesproken over de grondposities. Die vormen natuurlijk de sleutel in het kunnen realiseren van die oorspronkelijke ecologische hoofdstructuur. In het Natuurakkoord was er sprake van dat er grond zou mogen worden verkocht van wat toen tot de oorspronkelijke ehs behoorde. Kan de staatssecretaris, nu zij streeft naar de oorspronkelijke ehs, garanderen dat ook de komende jaren geen grond verkocht zal worden die straks nodig is voor het realiseren van die oorspronkelijke ehs?

Dat de staatssecretaris ernaar streeft dat grond niet jarenlang een soort reservering heeft waardoor er niets meer kan op plaatsen waar op termijn natuur komt, daar kan ik mij iets bij voorstellen. Echter, er zijn vast veel intelligentere oplossingen voor te bedenken dan die grond nu weer te verkopen, waardoor er kapitaalvernietiging zal plaatsvinden. Kan de staatssecretaris garanderen dat er geen kapitaalvernietiging plaats zal vinden en dat de gronden die straks nodig zijn voor het realiseren van die oorspronkelijke ehs maar die in de context van een herijking misschien op de lijst staan om verkocht te worden, niet verkocht zullen worden? Kan zijn de Kamer daar ook over informeren? Over de inzet van de ruilgronden leven ook allerlei ideeën bij de natuurorganisaties en bij de provincies. Hoe doen we dat het meest effectief? Kan zo veel mogelijk grond tegelijk beschikbaar worden gesteld met het oog op de effectiviteit?

De voorzitter:

Het woord is aan mevrouw Dik-Faber van de ChristenUnie. Mevrouw Dik, u hebt nog twee minuten, inclusief het voorlezen van moties.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Voorzitter. Ik dank de staatssecretaris voor de beantwoording. Ik blijf heel graag met haar in gesprek over het mestbeleid, de productschappen, voedselverspilling en Duurzaam Door. Voor dit moment dien ik drie moties in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het Platform Verduurzaming Voedsel in de periode 2009–2012 belangrijke stappen heeft gezet in het verduurzamen van de voedselketen, wat in 2013 met de Alliantie Verduurzaming Voedsel wordt voortgezet;

constaterende dat de overheid niet participeert in deze alliantie, maar via de Regiegroep Duurzame Veehouderij en Agroketens het verduurzamingsproces slechts monitort en de voortgang ervan bewaakt;

van mening dat de overheid als "netwerkpartner" ook een eigen verantwoordelijkheid heeft om bij te dragen aan de verduurzaming van de voedselketen;

verzoekt de regering, duidelijke doelstellingen te formuleren voor de verduurzaming van de voedselproductie en -consumptie in Nederland en via de staatssecretaris ook een actieve bijdrage te leveren aan de samenwerking van ketenpartijen;

verzoekt de regering tevens, te borgen dat de komende jaren ook via de topsectoren Agri&Food en Tuinbouw&Uitgangsmaterialen een bijdrage wordt geleverd aan de verduurzaming van de voedselketen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Dik-Faber, Van Veldhoven en Van Gerven. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 92 (33400-XIII).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er op dit moment onvoldoende financiële middelen zijn voor de verwerving van nieuwe natuur voor de ehs;

overwegende dat het regeerakkoord uitspreekt dat de private betrokkenheid bij natuurbeheer moet worden vergroot;

overwegende dat agrarisch natuurbeheer in een deel van de ehs een belangrijke bijdrage kan leveren aan de realisatie van de doelstellingen voor de ehs;

verzoekt de regering, meer ruimte te geven aan agrariërs om een bijdrage te leveren aan de realisatie van de ehs en hier een adequate vergoeding voor te verstrekken via onder andere de tweede pijler van het GLB,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Dik-Faber. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 93 (33400-XIII).

U hebt nog tien seconden.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Ja, ik zie dat mijn tijd bijna op is. De derde motie laat ik voor wat die is. Ik wil de staatssecretaris heel graag nogmaals bedanken voor het plezierige debat. Ik zie uit naar de samenwerking.

De voorzitter:

Het woord is aan de heer Klaver. U hebt nog vier minuten op de teller.

De heer Klaver (GroenLinks):

Voorzitter. Ik heb weinig tijd en te veel moties. Ik sla alle plichtplegingen dus over.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de regering 25 miljoen bezuinigt op het stimuleren van duurzame veehouderij;

overwegende dat de ontwikkeling van duurzame voedselproductie essentieel is voor milieu en dierenwelzijn;

overwegende dat de regering door middel van belastingmaatregelen vergroening van de voedselproductie kan stimuleren en dat het ministerie van Financiën en het ministerie van Economische Zaken deze maatregelen in gezamenlijkheid kunnen ontwerpen;

verzoekt de regering, een visie aan de Kamer te sturen met betrekking tot de vergroening van de voedselproductie en de wijze waarop belastingmaatregelen hier invloed op zouden kunnen oefenen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Klaver en Thieme. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 94 (33400-XIII).

De heer Klaver (GroenLinks):

Ik wil hierbij graag aantekenen dat ik vraag om een visie en niet zozeer om een nader onderzoek van het bijvoorbeeld het PBL of het Landbouw Economisch Instituut. Ik wil dus echt een visie van dit kabinet.

Ik dien de volgende moties in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de regering de doelstelling heeft, de ecologische hoofdstructuur (ehs) uit te voeren conform het oorspronkelijke plan;

overwegende dat de Externe Commissie Ontwikkelopgave Natuur (commissie-Jansen) voorstellen heeft gedaan die behelzen dat de ehs 90.000 hectare kleiner wordt dan oorspronkelijk voorzien;

verzoekt de regering, niet akkoord te gaan met de reductie van de ehs zoals voorgesteld door de Externe Commissie Ontwikkelopgave Natuur,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Klaver, Van Veldhoven en Van Gerven. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 95 (33400-XIII).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat in het regeerakkoord wordt vermeld dat het beheren en beschermen van bestaande natuurgebieden voorrang krijgen bij de besteding van de 200 miljoen die in het begrotingsakkoord 2013 voor natuur is bestemd;

constaterende dat alle natuurbeheerders in Nederland in aanmerking komen voor vergoeding uit SNL, het Subsidiestelsel Natuur- en Landschapsbeheer, en adequaat natuur kunnen beheren bij de uitkering van 84% van de standaardkostprijs per landschapstype;

overwegende dat vanwege de doorgevoerde en dreigende bezuinigingen in de vorige kabinetsperiode provincies zijn gestart met het uitwerken van voorstellen om verder te bezuinigen op natuurbeheer, onder meer op het SNL;

overwegende dat er nu voldoende budget beschikbaar is voor regulier beheer van alle bestaande natuur en er dus geen reden meer is om te bezuinigen op SNL;

roept de regering op, er bij provincies op aan te dringen om niet verder te tornen aan de kosten van natuurbeheer en natuurbeheer te vergoeden met als uitgangspunt 84% van de standaardkostprijs via de SNL-regeling,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Klaver en Van Veldhoven. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 96 (33400-XIII).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat een derde van het geproduceerde voedsel verspild wordt;

overwegende dat concrete maatregelen om voedselverspilling tegen te gaan hoognodig zijn;

overwegende dat transparantie voedselverspilling kan tegengaan;

verzoekt de regering, supermarkten te verplichten om voedselverspilling binnen hun bedrijfsvoering te meten en transparant te maken voor hun klanten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Klaver en Dikkers. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 97 (33400-XIII).

De heer Klaver (GroenLinks):

Ik vind dit een bijzonder moment. Dit is de eerste motie die ik samen met mevrouw Dikkers indien. Dat gaan we jaarlijks vieren.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat één op de drie koeien nooit in de wei staat;

constaterende dat de rundveesector in de aanloop naar de afschaffing van de melkquota inzet op schaalvergroting;

overwegende dat koeien in de wei horen;

verzoekt de regering, regelgeving voor te bereiden of afspraken te maken om te zorgen voor weidegang voor alle Nederlandse koeien,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Klaver, Van Gerven en Thieme. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 98 (33400-XIII).

De heer Klaver (GroenLinks):

Ik zie dat ik nog 55 seconden heb. Die wil ik graag gebruiken om de staatssecretaris hartelijk te bedanken voor de beantwoording van alle vragen in eerste termijn en haar heel veel succes te wensen in haar periode. Ik wens haar toe dat ik in de komende debatten nog meer visie en inhoud van haar mag zien. Het gaat in de politiek niet alleen om het beheersen van alle politieke processen. Het gaat er ook niet om, in allerlei regiegroepen te zitten. Soms gaat het er ook om dat je handelt vanuit de overtuigingen die je dag in dag uit drijven in de politiek – ik weet zeker dat deze staatssecretaris die heeft – ook als je nog niet per se de juiste wettelijke basis hebt, zeg ik refererend aan een eerder interruptiedebatje, of als er nog niet helemaal een kabinetsstandpunt ligt. Dan heb ik er alle vertrouwen in dat ze een zeer succesvolle periode tegemoet gaat.

De voorzitter:

Het woord is aan de heer Dijkgraaf. U hebt nog drie minuten.

De heer Dijkgraaf (SGP):

Voorzitter. Ik dank de heer Klaver voor het zo snel lezen. Konden wij maar zo snel luisteren. We zullen het allemaal nog nalezen. Complimenten aan de staatssecretaris. Volgens mij had ze twee dingen tegen. Één: haar gezondheid. Daar kan ze niets aan doen. Twee: het feit dat ze net staatssecretaris was. Ook daar kan ze niets aan doen. Maar complimenten gelet op de breedte van het dossier, gelet op de vaak technische materie en gelet op de onvoorstelbare vragen die we, terecht, vaak stellen en de antwoorden die daar dan toch op komen. Echt, complimenten daarvoor. We zullen nog vele debatten met elkaar voeren. Ik verheug me daarop.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering, beleidsregels op te stellen voor de NMa (nu ACM) met daarin aanwijzingen voor het bieden van ruimte voor afspraken in de agronutriketen over publieke belangen als dierenwelzijn en milieu,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Dijkgraaf en Geurts. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 99 (33400-XIII).

De heer Dijkgraaf (SGP):

We hebben veel discussie over het verdienmodel gehad. Dank voor het enthousiasme waarmee de staatssecretaris aangeeft dat ze dit echt als een prioriteit ziet. Ze vindt dit belangrijk en heeft het in de tweede week van haar staatssecretariaat al opgepakt. Het is ook echt belangrijk. Mijn ervaring is wel dat we concrete stappen moeten maken. De staatssecretaris zal dat met mij eens zijn. Vandaar de motie van zojuist.

Ik kom bij mijn volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering, in overleg te treden met de sector (landbouw en visserij) over de wijze waarop sancties in verhouding gebracht kunnen worden tot de overtreding,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Dijkgraaf en Geurts. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 100 (33400-XIII).

De heer Dijkgraaf (SGP):

Ik dank de staatssecretaris voor haar toezegging om met een brief te komen waarin ze heel precies aangeeft hoe ze het onderzoek inricht. We hebben daarvoor een aantal handvatten meegegeven, als het gaat om de generalisatie van het onderzoek van Wageningen Universiteit. Het is essentieel. Of je het nu eens bent of niet met het huidige beleid, als je aanpassingen wilt, dat maakt me even niet uit. Het gaat erom dat de feiten boven tafel komen. Daar profiteren we allemaal van.

Ik had nog diverse moties in voorbereiding, maar het is mijn gewoonte om moties gelijk in de prullenbak te gooien als ik goede antwoorden krijg. Daar hoop ik ook in de toekomst mee door te gaan. Daarom kan ik het hierbij laten.

De voorzitter:

Dat zijn mooie woorden, mijnheer Dijkgraaf. Dank u wel.

Mevrouw Thieme, het woord is aan u. U hebt nog elf minuten.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Voorzitter. De staatssecretaris staat bekend als iemand die zich razendsnel dossiers eigen kan maken. Ze is flink op stoom. Dat hebben we kunnen merken tijdens dit debat. Mijn grote complimenten daarvoor.

De staatssecretaris heeft de komende periode veel te doen. Gezien het einde van de dieronvriendelijke meerderheid in de Kamer en de steun die de staatssecretaris kan verwachten van premier Rutte, die zijn afschuw heeft uitgesproken over de bio-industrie, en oud-Greenpeace-actievoerder Samsom, staan alle lichten op groen. We zijn blij met de toezegging dat de staatssecretaris nog deze maand een brief stuurt over onze aangenomen motie waarin wordt gevraagd om het snavelkappen bij kippen per 2015 te verbieden in plaats van per 2021. Dank daarvoor.

Ik hoorde de staatssecretaris zeggen dat zij zichzelf wel ziet als een marktmeester, maar dat zij zich nu vooral nog een beetje aan de zijlijn wil profileren bij de prijsvorming bij met name dierlijke producten. Het aan de zijlijn staan kan natuurlijk niet te lang duren. Dat hebben haar voorgangers al lang genoeg gedaan.

Ik hoorde de staatssecretaris zeggen dat zij sterker zal inzetten op handhaving, met name bij diertransporten. Zij erkent dat de problemen bij diertransporten niet incidenteel zijn en zegt dat zij vaker lik-op-stukbeleid zal toepassen. Dank daarvoor. Ook zegt zij dat zij andere instrumenten heeft in termen van hogere wettelijke normen op het gebied van dierenwelzijn en milieu. Daar heb ik hoge verwachtingen van. Ik ben blij dat de staatssecretaris heeft toegezegd dat zij haar ideeën in de brief zal meenemen.

Ik heb een behoorlijk aantal moties. De reden daarvoor is niet dat we geen vertrouwen in de staatssecretaris hebben, maar met deze moties willen we meedenken. De eerste motie gaat over de plofkip.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat vleeskuikens in de intensieve veehouderij, in de volksmond plofkippen genoemd, lijden aan ernstige gezondheids- en welzijnsproblemen;

verzoekt de regering, in haar beleidsbrief over dierenwelzijn op te nemen hoe zij gaat toewerken naar een verbod op de productie van plofkip in Nederland,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Thieme. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 101 (33400-XIII).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat per jaar miljoenen dieren in de vee-industrie pijnlijke ingrepen moeten ondergaan om ze aan te passen op het huisvestingssysteem;

verzoekt de regering, in haar beleidsbrief over dierenwelzijn op te nemen hoe zij wil komen tot huisvestingssystemen waarin ingrepen niet nodig zijn,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Thieme. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 102 (33400-XIII).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat 30% van de koeien nooit in de wei staat terwijl weidegang en grazen tot het soorteigen gedrag van koeien behoren;

verzoekt de regering, in haar beleidsbrief over dierenwelzijn op te nemen hoe zij gaat toewerken naar het verplichten van weidegang voor alle koeien en daarbij voorwaarden te stellen voor schuilmogelijkheden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Thieme en Klaver. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 103 (33400-XIII).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat in 1996 reeds een verbod is aangekondigd op koudmerken;

constaterende dat de aanvankelijke overgangstermijn van vijf jaar inmiddels tot vijftien jaar is verlengd;

van mening dat de termijn om zich op een verbod voor te bereiden toereikend is geweest voor alle betrokkenen;

verzoekt de regering, in haar beleidsbrief over dierenwelzijn op te nemen hoe zij gaat toewerken naar het zo snel mogelijk realiseren van een verbod op koudmerken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Thieme. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 104 (33400-XIII).

Mevrouw Thieme (PvdD):

Voorzitter. De staatssecretaris heeft aangegeven dat er echt iets moet worden gedaan aan de misstanden bij diertransporten en dat zij zich in Europa zal inzetten voor het verkorten van de reistijden. Maar ook in Nederland worden jaarlijks miljoenen dieren getransporteerd naar slachthuizen in Nederland of buiten Nederland. Het kan toch niet zo zijn dat dieren urenlang in vrachtwagens worden gestopt omdat er duizenden kilometers verderop een goedkoper slachthuis is? Dat kunnen wij niet toestaan. Daarom dien ik de volgende motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat slachtdieren zo kort mogelijk getransporteerd dienen te worden;

verzoekt de regering, onderzoek te doen naar mogelijkheden om de transporten met slachtvee binnen Nederland of vanuit Nederland aan een maximumtransportduur te binden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Thieme, Dikkers en Van Dekken. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 105 (33400-XIII).

Mevrouw Thieme (PvdD):

De volgende motie gaat over de subsidiëring van megastallen.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat in de vorige kabinetsperiode in totaal 11,2 miljoen euro aan subsidies is verstrekt aan megastallen;

verzoekt de regering, voorbereidingen te treffen om schaalgrootte toe te kunnen voegen aan de criteria in het EZ-subsidie-instrumentarium en een beleidsinstrumentarium te ontwikkelen dat ervoor zorgt dat desgewenst megastallen kunnen worden uitgesloten van subsidies, zowel op rijksniveau als op provinciaal niveau,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Thieme en Van Gerven. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 106 (33400-XIII).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het aantal dieren dat jaarlijks in proefdierfokkerijen en laboratoria in voorraad wordt gedood, elk jaar stijgt;

verzoekt de regering, doelstellingen te formuleren voor het terugdringen en beheersen van het aantal dieren dat in proefdierfokkerijen en laboratoria in voorraad wordt gedood;

verzoekt de regering tevens, beleid te ontwikkelen om deze doelstellingen te kunnen realiseren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Thieme en Ouwehand. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 107 (33400-XIII).

Mevrouw Thieme (PvdD):

Ik heb gesproken over het dierenwelzijn bij rashonden. Daarvoor wil ik de volgende motie indienen.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat 40% van de rashonden lijdt aan erfelijke afwijkingen;

constaterende dat er al in 2011 een motie van de Partij voor de Dieren met algemene stemmen is aangenomen die de regering verzoekt om de door de Raad voor Dieraangelegenheden geformuleerde kaders voor de fok van honden en andere dieren op te nemen in de aangekondigde AMvB gezelschapsdieren;

verzoekt de regering, het onderzoek naar het fokken van dieren met erfelijke aandoeningen uit te breiden naar meer rassen per jaar en zo het onderzoek te versnellen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Thieme. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 108 (33400-XIII).

Mevrouw Thieme (PvdD):

We hebben uitgebreid gesproken over de reële prijzen voor vooral dierlijke producten en over het feit dat boeren vaak onder de kostprijs moeten verkopen. Dat is echt onethisch. Dat kunnen we de boeren niet aandoen, maar zeker ook niet de dieren en het milieu. Wij vragen de staatssecretaris niet om het invoeren van minimumprijzen of ingrijpende marktmaatregelen, maar wij vragen haar wel om de supermarkten ertoe te bewegen wat meer verantwoordelijkheid te nemen. Ik dien daarom de volgende motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat steeds meer boeren in Nederland moeite hebben om rond te komen van de opbrengsten van hun producten en regelmatig zelfs producten onder de kostprijs moeten verkopen;

constaterende dat retailers een doorslaggevende rol hebben in de vaststelling van de consumentenprijs;

overwegende dat boeren in staat dienen te worden gesteld om te kunnen produceren binnen de wettelijke en bovenwettelijke normen ten aanzien van ondermeer dierenwelzijn, voedselveiligheid en milieu;

verzoekt de regering, mogelijkheden te onderzoeken om retailers een bewijslast op te leggen waarin aangetoond wordt dat de primaire producent voor de overeengekomen prijs kan produceren binnen de wettelijk gestelde of bovenwettelijk gestelde normen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Thieme. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 109 (33400-XIII).

Mevrouw Thieme (PvdD):

Het biologisch landbouwareaal in Nederland is nu 2,6%. Dat staat in schril contrast tot koplopers zoals Duitsland, waar het biologisch landbouwareaal 6,2% is. Wij zitten zelfs ver onder het Europese gemiddelde van 5,3%. Het is dus logisch dat wij een tandje bij zetten. Daarom dien ik de volgende motie in. Deze motie kon overigens eerder ook rekenen op de steun van de PvdA.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering, ten minste 5% van de Nederlandse onderzoeksbudgetten ten behoeve van de agrarische sector te oormerken voor onderzoek ten behoeve van de biologische sector,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Thieme. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 110 (33400-XIII).

Mevrouw Thieme (PvdD):

Dan wil ik nog een motie indienen over de verspilling van voedsel.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat consumenten jaarlijks ruim 1.280.000 ton voedsel weggooien dat nog prima eetbaar is;

constaterende dat de beschikbaarheid van goedkoop vlees in grote verpakkingen en porties en het jaarrond aanbieden van seizoensgroenten en -fruit ertoe kan leiden dat consumenten deze producten gedachteloos aanschaffen zonder zich bewust te zijn van de milieu-impact van deze producten en dat grote porties vaak leiden tot meer voedselverspilling;

verzoekt de regering, zich in de gesprekken met de retail actief in te zetten voor een meer seizoensgebonden aanbod van groenten en fruit, kleinere porties en verpakkingen van onder andere vlees en een groter aanbod van vegetarische producten en recepten in supermarkten en in hun media-uitingen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Thieme. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 111 (33400-XIII).

Mevrouw Thieme (PvdD):

Mijn laatste motie heeft betrekking op de veehouderij.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de teelt van het veevoer voor Nederlandse varkens, koeien en kippen een groot beslag legt op landbouwgronden in andere landen;

constaterende dat Nederlandse teelt van veevoer kan leiden tot grote winst voor het milieu, de biodiversiteit en voor onze boeren;

verzoekt de regering, de lokale teelt van veevoedergewassen te bevorderen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Thieme. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 112 (33400-XIII).

Mevrouw Thieme (PvdD):

Ik ga in op de dieren in het wild. De staatssecretaris heeft in haar beantwoording gezegd dat zij het provinciaal faunabeheer wil bekijken in het kader van de nieuwe wet Natuurbescherming. Ik wil haar graag meegeven dat de Kamer wil dat er alternatieven komen voor de zwijnenjacht en dat die alternatieven worden onderzocht. In mijn motie hierover, die is aangenomen, wordt de regering verzocht om dit te onderzoeken. Ik wil graag dat de staatssecretaris toezegt dat zij hierop in ieder geval terugkomt bij de nieuwe Wet natuurbescherming.

De overheid is verantwoordelijk voor de bescherming van dieren in het wild en dus ook verantwoordelijk voor de uitbetaling van mogelijke landbouwschade. Daarom kan de overheid niet lijdzaam toezien hoe de ganzen worden bedreigd met vergassing. Daarom dien ik de volgende motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er veel maatschappelijke onrust is over het doden van grote aantallen ganzen;

constaterende dat de Wim Luijkx Innovatiebokaal voor de agrarische vernieuwing van het jaar in 2010 is toegekend aan een project dat ganzen op een diervriendelijke wijze verjaagt van agrarische percelen;

constaterende dat genoemde methode nog steeds niet breed geïmplementeerd is, maar er wel gesproken wordt over massale doding met middelen die wettelijk niet zijn toegestaan;

verzoekt de regering, een inventariserend onderzoek te doen naar innovatieve diervriendelijke methoden voor schadepreventie en voorkoming van overlast door in het wild levende ganzen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Thieme. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 113 (33400-XIII).

Mevrouw Thieme (PvdD):

Voorzitter. Zoals altijd ben ik voorts van mening dat er een einde moet komen aan de bio-industrie. Daarom dien ik de volgende motie in, die al eerder is gesteund door de ChristenUnie, D66, GroenLinks, de SP en de Partij van de Arbeid.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering, te komen tot een zodanige hervorming van de veehouderij dat er op termijn een einde komt aan de bio-industrie,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Thieme. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 114 (33400-XIII).

U bent klaar?

Mevrouw Thieme (PvdD):

Ja.

De heer Graus (PVV):

Ik heb één korte vraag aan mevrouw Thieme, over iets wat mij ook opviel bij het CDA. Die moties over het verdienmodel moeten allemaal nog door mijn fractie geaccordeerd worden, natuurlijk, maar waarom wordt er altijd alleen over de retail gesproken, terwijl deze maar enkele procenten betreft? De grootste hap wordt bepaald door de voedselverwerkende industrie, zoals Mora voor de bitterballen, en noem maar op. Daardoor wordt ook heel veel dierenellende veroorzaakt, dus waarom neemt zij dat niet op in haar motie?

Mevrouw Thieme (PvdD):

Dat had ook zeker gekund, alleen zijn er nu met name gesprekken met de retail. Ik grijp deze kans aan om de staatssecretaris te vragen om daarop in te zetten. Ik denk dat het ook belangrijk is, ook voor de heer Graus, om ons te realiseren dat de meeste producten die hier worden geproduceerd, voor het buitenland zijn. 70% is voor de export. Het is sowieso een illusie om te denken dat we via de consument kunnen zorgen voor een beter dierenwelzijn en een betere prijs voor de boer. In die zin is het ook een schone taak voor de staatssecretaris om veel meer te doen dan alleen maar aan te jagen en aan te moedigen. Zij zou moeten komen tot minimumnormen voor dierenwelzijn en milieu, om echt de garantie te krijgen dat producten op een ethische manier zijn geproduceerd.

De heer Graus (PVV):

Er wordt ook een heleboel geëxporteerd van de verwerkende industrie, dus het blijft zo dat de grootste hap nu buiten beeld blijft. Ik ben de enige die een motie heeft ingediend die ook die grote hap aanpakt en niet alleen de retailers, met enkele tientallen procenten.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Als het de heer Graus ernst is met de zorg dat wij echt moeten komen tot producten die ethisch verantwoord zijn, dus diervriendelijk en milieuvriendelijk, dan zal hij met mij op moeten trekken om samen te komen tot hogere wettelijke normen. Tot nu toe heb ik nog geen voorstellen daartoe gezien. Ik denk dat het belangrijk is dat de PVV in tegenstelling tot de vorige keer nu wel meestemt met de motie dat er op termijn een einde moet komen aan de bio-industrie. Daar zie ik graag naar uit.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Voorzitter. Dank aan de staatssecretaris voor haar uitvoerige beantwoording. Mijn complimenten. Zij heeft zich goed ingelezen en weet op veel terreinen al goed waar zij het over heeft. Veel dank daarvoor. De tijden zijn aan het veranderen, zoals enkele woordvoerders al zeiden. We zien dat ook op de publieke tribune. Ik herinner mij nog een tribune vol met mensen uit de sector, maar nu zie ik allemaal natuurmensen zitten. Ik ben blij dat wij vandaag ook door de natuurhoek goed in de gaten worden gehouden.

De staatssecretaris gaat maandag in Europa de discussie aan over neonicotinoïden en de gevolgen voor de bij. De Kamer heeft vanmiddag een motie aangenomen die haar een extra steun in de rug geeft, namelijk een oproep tot een Europees moratorium. Ik wens de staatssecretaris daar ontzettend veel succes mee. Ook dat zou een nieuw tijdperk zijn, waarin we die wetenschappelijke signalen over de gevaren echt serieus gaan nemen. Daarmee zijn de gevaren van de intensieve landbouw voor flora en fauna natuurlijk nog niet geweken. Ik heb twee moties om dat steuntje in de rug, ook voor het particulier gebruik, nog wat verder vorm te geven.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat chemische bestrijdingsmiddelen negatieve effecten opleveren voor de volksgezondheid, de biodiversiteit en het milieu;

overwegende dat alternatieven voor chemische middelen dit soort problemen niet met zich meebrengen;

constaterende dat alternatieve manieren van gewasbescherming vooralsnog niet veelvuldig worden gebruikt;

verzoekt de regering, in de begroting voor 2014 een ruim budget beschikbaar te stellen voor het verder ontwikkelen en opschalen van alternatieven voor bestrijdingsmiddelen in de land- en tuinbouw,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Ouwehand. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 115 (33400-XIII).

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

De tweede motie gaat over het gifgebruik door particulieren. Zij hebben vaak geen idee hoeveel schade dat oplevert. Het lijkt me goed dat als we de sector aanspreken op zijn verantwoordelijkheid, we ook de particulieren niet vergeten.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat onder andere in tuincentra en doe-het-zelfzaken chemische bestrijdingsmiddelen vrij te verkrijgen zijn voor de particulier;

overwegende dat het brede publiek niet goed geïnformeerd is over de risico's van het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen voor mens, dier en milieu;

verzoekt de regering, een plan van aanpak op te stellen voor het terugdringen van het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen door particulieren en voor het stimuleren van natuurvriendelijk tuinieren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Ouwehand. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 116 (33400-XIII).

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Een volgend punt betreft de grote natuurgebieden in Nederland. De staatssecretaris heeft gezegd dat zij Staatsbosbeheer niet wil privatiseren. Die lijn steunt de Partij voor de Dieren van harte. Er komt een notitie. Wij zijn daar uiteraard heel benieuwd naar. Ik dank de staatssecretaris voor de toezegging om met de gemeente Lelystad in overleg te treden over openstelling van het Hollandse Hout bij de Oostvaardersplassen. Het gaat daar om een broodnodige beschutting voor de dieren.

Ik heb ten slotte nog een tweetal moties over de wijziging die de staatssecretaris zal doorvoeren op het voorstel dat nog door het vorige kabinet is ingediend voor de wet natuurbescherming.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat in het regeerakkoord is opgenomen dat het kabinet het conceptwetsvoorstel natuurbescherming zal aanpassen;

constaterende dat de intrinsieke waarde van het dier wordt erkend in de huidige Flora- en faunawet en als leidend beginsel is vastgelegd in de Wet dieren, maar niet is opgenomen in de conceptwet;

verzoekt de regering, de intrinsieke waarde van wilde dieren op te nemen in de wet natuurbescherming,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Ouwehand. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 117 (33400-XIII).

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Dan heb ik nog een motie over het recht op natuur.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat in het regeerakkoord is opgenomen dat het kabinet het conceptwetsvoorstel natuurbescherming zal aanpassen;

verzoekt de regering, het recht op natuur en een gezonde leefomgeving op te nemen in de wet natuurbescherming,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Ouwehand. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 118 (33400-XIII).

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Voorzitter. Ik rond af met de opmerking dat ik hoop dat de staatssecretaris zich gaat inzetten voor speelnatuur voor kinderen. Ik hoop dat zij één van de mooie natuurspeelplaatsen gaat bezoeken.

Dan blijft natuurlijk het hoofdpijndossier mest liggen, maar de staatssecretaris heeft beloofd dat zij daar in tweede termijn nog op terug zal komen. We zien uit naar een mooie samenwerking. We hebben zeker nog zorgen over de budgetten, bijvoorbeeld om de ehs te kunnen realiseren, maar de ambitie staat. Die geeft hoop.

De voorzitter:

Hiermee zijn wij gekomen aan het einde van de tweede termijn van de zijde van de Kamer. Er zijn 45 moties ingediend. De staatssecretaris heeft gevraagd om een halfuurtje tijd om zich voor te bereiden op een reactie daarop.

De vergadering wordt van 16.45 uur tot 17.15 uur geschorst.

De voorzitter:

Ik geef het woord aan de staatssecretaris voor haar beantwoording in tweede termijn.

Staatssecretaris Dijksma:

Voorzitter. En dat is nog een hele stapel, kan ik u vertellen! Ik ga dus maar gauw aan de slag.

Mevrouw Thieme heeft mij gevraagd hoe het zit met de eiwittransitie en het PIEK. Het PIEK liep af in 2012. Er zijn nog enkele projecten die doorlopen. Daarnaast is dit jaar nog 1 miljoen aan onderzoeksgeld toegevoegd aan de regeling Small Business Innovation Research. Voor 2013 is om precies te zijn nog € 245.000 beschikbaar. Daarnaast is er onlangs nog ruim € 200.000 toegekend aan het eiwitinnovatieprogramma van de Stichting Techniek en Wetenschap. Om een heel lang verhaal kort te maken is de overheid een green deal aangegaan op het terrein van insecteneiwitten. Daarbinnen wil ik verkennen of er nog belemmeringen zijn en of ik die kan wegnemen. Dit wordt binnen de topsector agro & food gedaan. Daar is een bijdrage beschikbaar voor eiwitinnovatie.

Mevrouw Ouwehand heeft gevraagd naar een brief over de biovergisters. Als het goed is, stuur ik de Kamer die brief volgende week toe, mede namens de staatssecretaris van I&M.

Mevrouw Van Veldhoven heeft gevraagd naar de motie-Pechtold om geld van de Landbouwbegroting in te zetten voor innovatie. Dit maakt onderdeel uit van de begrotingsonderhandelingen over het Meerjarig Financieel Kader. De Nederlandse inzet is gericht op het stimuleren van innovatie. Ik kan de Kamer geen uitkomst van die onderhandelingen mededelen. De premier doet deze onderhandelingen, want dit is, zoals ik het zelf altijd noem, chefsache.

De heer Graus heeft een vraag gesteld over de pachttarieven die schaapherders zouden moeten betalen aan Staatsbosbeheer. Ik heb nog geen volledig inzicht, maar ik deel de Kamer mee wat wij tot nu toe weten. Staatsbosbeheer meldt mij dat de beleidslijn in principe is dat voor schaapskuddes geen pacht in rekening wordt gebracht. Kennelijk is dat op één plek in het zuiden van het land wel gebeurd. Mij is toegezegd dat nu wordt bekeken of dit redelijk is. De heer Graus wordt dus op zijn wenken bediend; hoe mooi is dat?

De heer Van Gerven heeft gevraagd naar het verlengen van de proef met het bovengronds uitrijden van mest. De brief hierover, met een antwoord op de vraag, is al in oktober 2012 naar de Kamer gestuurd. De proef is afgelopen en is geëvalueerd. Momenteel is er geen basis voor een nieuwe ontheffing. Er moet namelijk een nieuw onderzoeksvoorstel worden ingediend. Dat voorstel moet voldoen aan de eisen die in het besluit gebruik meststoffen worden gesteld om voor ontheffing in aanmerking te komen. Van de twee verenigingen is op dit moment nog geen onderzoeksvoorstel ontvangen.

De heer Van Gerven heeft ook gevraagd of de 170 miljoen een algemene reserve is of alleen voor apurement is bestemd. Dit betreft onze kleine maar toch heel grote discussie over de dekking van zijn amendementen. Ik heb het nog maar eens gecheckt: de 170 miljoen is inderdaad een begrotingsreserve voor apurement. Dit wordt ook vermeld in de toelichting op pagina 101 van de begroting.

Mevrouw Lodders heeft gevraagd of ik bereid ben om te proberen om handelsbelemmeringen voor gevaccineerd vlees weg te nemen. Ik geloof dat ook de heer Van Gerven hiervoor bijzondere belangstelling heeft. Ja, daarvoor zet ik mij in internationaal verband in. Dit is van groot belang, ook in verband met het inzetten van vaccinatie bij dierziektebestrijding. Ik spoor de retail en handel ook aan om hierover internationaal afspraken te maken, want het is toch zonde als dat vlees dan letterlijk blijft liggen. Dat kan natuurlijk niet, dus daar moeten we mee aan de slag.

Mevrouw Lodders heeft ook gevraagd of ik in een brief wil aangeven hoe het Veldonderzoek mest zich verhoudt tot het wettelijk kader van de PAS. Zij heeft daarover ook een motie ingediend, waar ik straks over kom te spreken. Ik zeg toe dat de Kamer dit in een brief krijgt te lezen.

Mevrouw Jacobi heeft een vraag gesteld over de titel "nationaal park" en over de natuur- en milieu-educatie. De vraag komt eigenlijk hierop neer: Dat de titel blijft is mooi, maar hoe zit het dan met de inhoud? Ik zeg daarover een brief toe voor de zomer, waarin men dit kan lezen.

Mevrouw Dikkers heeft mij gevraagd naar de uitvoering van de moties over de streekproducten. Ook hierover zal ik de Kamer schriftelijk informeren, maar dat wordt februari.

Mevrouw Van Veldhoven wil graag de garantie dat er geen grond wordt verkocht voor het realiseren van de oorspronkelijke ehs. Dat is ook relevant in verband met een aantal ingediende moties ...

Ik neem nu even een slokje. Ik begreep uit de sociale media dat de belangrijkste vraag van vandaag was of mijn stem het zou houden. Hij doet het nog, maar ik merk dat het wel wat moeizamer gaat.

Ik heb met de provincies afspraken gemaakt om een robuuste ehs te gaan realiseren. Daarover heb ik omstandig verteld. Daarbij hoort een fasering. Ik geef de garantie dat voor de komende tien tot vijftien jaar de gronden die nodig zijn om al die stappen te zetten, er zijn. Anders moet je wel heel veel verder vooruit gaan kijken. Leidend is, de robuuste ehs zo effectief mogelijk te gaan realiseren. Wij moeten inderdaad niet in de problemen komen, dat ben ik zeer met mevrouw Van Veldhoven eens. Laten wij vaststellen dat wij, als wij voor zo'n lange periode voldoende grond hebben, daartoe met elkaar een stap moeten kunnen zetten.

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Voorzitter ...

De voorzitter:

Wij gaan niet nog een heel debat voeren. Als u een feitelijke vraag hebt, kunt u die stellen. Geen heel betoog, dus, gewoon een vraag.

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Ik was nog niet eens begonnen, maar vooruit. De feitelijke vraag is: wordt er een stuk grond verkocht, dat nu al in het bezit is van het Rijk of de provincie, dat noodzakelijk zou kunnen zijn voor de oorspronkelijke ehs? Ik wil de garantie dat dit niet gebeurt. Ik begrijp dat wij niet in één keer alles kunnen aankopen, en ik waardeer de inzet van de staatssecretaris daarop.

Staatssecretaris Dijksma:

De bedoeling is dat wij voor de komende tien à vijftien jaar gewoon voldoende grond hebben. Wij moeten dan niet nu grond gaan verkopen die wij in die periode nodig hebben.

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Voorzitter ...

De voorzitter:

Mevrouw Van Veldhoven, wij gaan niet opnieuw een heel debat voeren. U hebt een vraag gesteld, en de staatssecretaris heeft daarop antwoord gegeven.

Staatssecretaris Dijksma:

Wij kunnen hierover heel lang met elkaar doordebatteren, maar dat is niet in het belang van de Kamer, denk ik. Wij komen hierop nog terug, want in de uitwerking van de afspraken met de provincies komen wij zeker over het begrip "grond" te spreken. Dat is al langer onderwerp van gesprek. Dan kunnen wij misschien ook gewoon laten zien hoe het zit.

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Als de staatssecretaris in de brief die zij heeft aangekondigd daarop nog expliciet kan terugkomen, dan heel graag. Dan kunnen wij daarover nader spreken.

Staatssecretaris Dijksma:

Dat lijkt mij verstandig.

De voorzitter:

Het woord is aan de heer Litjens, kort graag.

De heer Litjens (VVD):

Ik heb één vraag. Kan in die brief dan ook worden aangegeven hoe de staatssecretaris dit beziet in het licht van de evaluatie die in 2016 gaat plaatsvinden?

Staatssecretaris Dijksma:

Ja.

De voorzitter:

De heer Van Gerven heeft ook nog een feitelijke vraag.

De heer Van Gerven (SP):

Ja. Kan de staatssecretaris daarin ook een ultimum remedium meenemen? Stel dat je er niet uitkomt met de provincies, welke middelen hebben wij dan nog om toch die ehs te kunnen afmaken?

Staatssecretaris Dijksma:

Dat is volgens mij nu juist niet verstandig. Heel lang hebben Rijk en provincies, af en toe misschien ook wel met verhitte koppen, tegenover elkaar gestaan. Ik ben bezig om tot "pacificatie" over te gaan. Ik zou de Kamer willen vragen om dan niet voortdurend alvast te gaan veronderstellen dat het niet lukt. Als dat zo is, dan zien we dat wel, maar ik ben oprecht optimistisch. Ik vind ook dat wij het vertrouwen moeten uistralen naar de provincies.

Over de alternatieven voor de zwijnenjacht heb ik toegezegd dat ik daar bij de behandeling van Wet Natuur op terugkom. Dat herhaal ik hier.

Voorzitter. Dan ga ik de 45 ingediende moties langs. Het zijn er best veel, maar ik begrijp dat het nog erger had gekund. Ik begin met de motie-Graus op stuk nr. 75 over het verdienmodel. De strekking van de motie deel ik. Ik wil mij graag inzetten voor meer transparantie in de keten en voor een eerlijke prijs voor een eerlijk product. Dat moet gezamenlijk met de sector gebeuren. De heer Graus schrijft echter in zijn motie letterlijk dat dit ten koste moet gaan van een ketenpartij. Dat vind ik een wat harde uitspraak. Als ik de motie zo kan duiden dat het een gezamenlijke inzet van de hele keten moet zijn, dan kan ik daarmee aan de slag. Als de heer Graus zijn motie echter heel hard formuleert, dan moet ik haar ontraden.

De heer Graus (PVV):

Ik sprak met mijn collega van de CDA-fractie ook al over het "ten laste van". Het zal uiteraard gezamenlijk moeten gebeuren, maar het zal wel ergens vandaan moeten komen. Bij de boeren kan niets meer gehaald worden en bij de consumenten is dat ook moeilijk. Het moet dus uit de middenweg gehaald worden. Vandaar dat ik dat "ten laste" erin heb gezet. Wat zouden we kunnen doen opdat de motie kans van slagen heeft of opdat de staatssecretaris bereid is, haar over te nemen?

Staatssecretaris Dijksma:

Ik zou zeggen: verdienmodel ten behoeve van, in overleg met retailers en de voedselverwerkende industrie.

De voorzitter:

Laten wij die onderhandeling hier niet in de tweede termijn voeren. De heer Graus heeft de mogelijkheid om zijn motie aan te passen. De staatssecretaris heeft daartoe de ruimte geboden. Ik stel voor dat u gewoon even ...

Staatssecretaris Dijksma:

Mijnheer Graus, u kunt de motie zo binnentikken, maar het is aan u.

De voorzitter:

Het is lastig om dat hier te doen. We hebben namelijk 45 moties te behandelen. Als we dit soort discussie over 45 moties krijgen, dan wordt het heel laat vanavond.

Staatssecretaris Dijksma:

Maakt u zich geen zorgen, voorzitter. Ik ga een aantal van die moties ouderwets ontraden.

De heer Graus (PVV):

Ik ga die motie wel aanpassen. Ik ga dat doen, want dan krijg ik ook meer steun vanuit de Kamer. Ik wil daar toch nog iets over zeggen.

De voorzitter:

Dat kan echt niet!

De heer Graus (PVV):

Ik vind dit de belangrijkste motie van het hele parlement hier, hoor.

De voorzitter:

Ja, maar er zijn er 45. Dat is het lastige. Ik snap uw punt wel, mijnheer Graus. Ik neem aan dat we een aangepaste motie van u krijgen.

Staatssecretaris Dijksma:

Ik vraag de heer Graus om zijn motie op stuk nr. 76 over het binnendijks uitzetten van glasaal aan te houden. Mijnheer Graus, let u even op? Wilt u die motie aanhouden, alstublieft?

De heer Graus (PVV):

Jazeker. U ziet wat een reisje naar Berlijn allemaal kan doen. Ik ga die motie zeker aanhouden.

De voorzitter:

Op verzoek van de heer Graus stel ik voor, zijn motie (33400-XIII, nr. 76) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Staatssecretaris Dijksma:

In reactie op de motie-Graus op stuk nr. 77 ga ik een diepe teleurstelling veroorzaken. In de motie word ik verzocht, een nationale, veterinaire, professionele Dierenambulance-organisatie in te stellen. Ik wil deze motie ontraden. De vorming van één organisatie acht ik niet nodig. Er wordt al gewerkt aan een kwaliteitskeurmerk en op die weg wil ik graag doorgaan.

Dan het verzoek uit de motie-Graus op stuk nr. 78 inzake teletekstpagina 144. Op zichzelf is dat een sympathieke gedachte, maar ik heb nog niet helder, behalve berichtgeving over en/of spoedeisende zaken, wat een en ander precies betekent. Ik laat het oordeel over deze motie over aan de Kamer. We zien wel hoe de Kamer daarover denkt. Het zou ook een maatschappelijke oproep vanuit de Kamer kunnen zijn. Mocht de Kamer die motie aannemen, dan moet ik met mijn collega van Onderwijs in gesprek, maar dat zien we dan.

De heer Graus verzoekt mij in zijn motie op stuk nr. 79 ook nog om, gezien de relatie tussen dierenmishandeling en huiselijk geweld, in het risicotaxatiedocument huiselijk geweld eveneens vragen op te nemen over de mishandeling en/of verwaarlozing van dieren. Daar is nader onderzoek voor nodig. Ik moet het ook overleggen met mijn collega van Veiligheid en Justitie. Ik wil dat best doen met een positieve grondhouding. Dan kom ik daarop terug. Misschien wil de heer Graus in de tussentijd zijn motie aanhouden.

De heer Graus (PVV):

Dit is heel belangrijk. Er zijn diverse onderzoeken die hebben aangetoond dat in 40% van de gevallen ...

De voorzitter:

Mijnheer Graus, u kunt feitelijk reageren.

De heer Graus (PVV):

Oké, dan zal ik het feitelijk houden. Dit komt echt bij zo ongeveer bij alle agenten van de dierenpolitie vandaan die er zijn in Nederland. Zij zeggen dat het ontbreekt.

De voorzitter:

De staatssecretaris heeft gezegd dat zij met een positieve grondhouding daarover gaat overleggen. Dat is een handreiking volgens mij. Zij vraagt of u de motie wilt aanhouden.

De heer Graus (PVV):

Dan zal ik ook deze motie aanhouden, want anders ben ik haar kwijt.

Staatssecretaris Dijksma:

Dat was ook mijn verzoek.

De voorzitter:

Op verzoek van de heer Graus stel ik voor, zijn motie (33400-XIII, nr. 79) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Staatssecretaris Dijksma:

Ik kom nu op de motie op stuk nr. 119 van de heer Graus, met het verzoek om er zorg voor te dragen dat de dierenpolitie behouden blijft. Die ontraad ik. Het is een lange discussie, maar het regeerakkoord heeft een ander perspectief geboden. Hierover worden wij het niet eens. Ik begrijp echter de motie. Het is een verdienstelijke poging, maar helaas.

De motie van de leden Lodders en Dikkers op stuk nr. 80 gaat over mestonderzoek. Ik heb de Kamer gezegd dat ik binnen twee weken met een brief kom over de reikwijdte, het doel, het internationale karakter, de review en dergelijke. Elementen van deze motie zullen daar wel in staan. Ik beschouw haar dus als ondersteuning van beleid. Ik laat het oordeel hierover graag over aan de Kamer.

In zijn motie op stuk nr. 81 verzoekt de heer Van Gerven de regering een grondnota op te stellen waar openbare aanbestedingen geen verplicht onderdeel van uitmaken. Ik heb net in reactie op mevrouw Van Veldhoven en de heer Van Gerven al iets gezegd over de noodzaak om voldoende grond te hebben voor de komende tien tot vijftien jaar. Wat betreft aanbestedingen zijn er nog een paar regels die wij niet zomaar kunnen ontduiken. Daarom ontraad ik deze motie. Ik zal nog even in één zin uitleggen waarom ik dat doe. Bij verkoop van grond door de overheid heeft iedereen een gelijk recht op koop. Je kunt grond niet zomaar onttrekken aan een aanbesteding.

In zijn motie op stuk nr. 82 verzoekt de heer Van Gerven de regering om met een voorstel voor een heffing op bestrijdingsmiddelen te komen. Die motie is voorbarig. Hij weet dat ik eerst onderzoek wil doen en dat ik dat onderzoek dit voorjaar naar de Kamer stuur, voorzien van een standpunt. Ik vraag de heer Van Gerven of hij deze motie kan aanhouden tot die tijd. Als mijn standpunt hem dan niet bevalt, kan hij haar alsnog op de agenda zetten.

De voorzitter:

Kunt u die motie aanhouden, mijnheer Van Gerven?

De heer Van Gerven (SP):

Op welke termijn kunnen wij een standpunt verwachten?

Staatssecretaris Dijksma:

In het voorjaar. Dat duurt bij mij van april tot en met juni.

De heer Van Gerven (SP):

Daar was ik al bang voor. Wij beraden ons daarover.

Ik wil nog even terug naar de motie over de grondnota, de allerbelangrijkste motie van deze vroege avond. Ik wil nog iets zeggen over dat verplichte aanbesteden. In het debat is besproken ...

De voorzitter:

Mijnheer Van Gerven, u moet echt een vraag stellen.

De heer Van Gerven (SP):

In het debat is gezegd dat de terreinbeherende organisaties niet voorgetrokken mogen worden. Dat was kennelijk eerst wel zo. Ik snap de opmerking van de staatssecretaris op dit punt dus niet zo goed.

Staatssecretaris Dijksma:

Ik ga precies hetzelfde antwoord geven op die vraag als ik al heb gegeven. Ik vrees dat dit het begrip van de heer Van Gerven niet dichterbij zal brengen. Het antwoord is dat vanwege het feit dat iedereen bij verkoop recht heeft op een gelijke positie, geen voorkeursposities bij verkoop van grond mogen worden geboden en er dus een openbare aanbesteding moet plaatsvinden. Dat was het antwoord net ook.

De voorzitter:

Ik zie hier een verschil van mening. Gaat u verder, staatssecretaris.

Staatssecretaris Dijksma:

Ik kom bij de motie op stuk nr. 83 van de leden Jacobi en Litjens waarin de regering wordt verzocht om de mogelijkheid te onderzoeken dat particulieren en verzekeringen de realisatie van natuur voor kunnen financieren via PPS-constructies op basis van een leningenartikel op de begroting EZ.

De voorzitter:

Deze motie is alleen ingediend door mevrouw Jacobi.

Staatssecretaris Dijksma:

Bij mij staat er nog een andere naam bij, maar goed. Particuliere betrokkenheid bij de realisatie van natuur is van groot belang voor het draagvlak. Financiële stromen lopen via de provincies. Er zijn, zoals bekend, extra middelen beschikbaar. Een leningenartikel of financiering vanuit het Rijk is om deze twee redenen niet aan de orde. Ik ben wel bereid om met de provincies en het Nationaal Groenfonds te onderzoeken hoe de private financiering kan worden vergroot en hoe private partijen sneller overtuigd kunnen worden om te investeren in natuur. Dat zou ik wel willen steunen. Als ik de motie zo mag interpreteren, kan ik haar opvatten als ondersteuning van beleid en laat ik het oordeel aan de Kamer over. Als mevrouw Jacobi echter hierbij echt helemaal op het leningenartikel terug wil gaan, wordt het lastig.

De voorzitter:

Mevrouw Jacobi, gaat u deze motie aanpassen?

Mevrouw Jacobi (PvdA):

Ja, ik ga de motie aanpassen.

De voorzitter:

Als mevrouw Jacobi haar motie aanpast in de lijn die de staatssecretaris zojuist schetste …

Staatssecretaris Dijksma:

… laat ik het oordeel erover aan de Kamer over.

De motie op stuk nr. 84 gaat over de schaapskudderegeling en de afspraken die daarover met de provincies moeten worden gemaakt. Ik vind het belangrijk dat er zo min mogelijk administratieve lasten zijn en zo min mogelijk regeldruk komt. Natuurlijk kan decentralisatie leiden tot verschillen. Niet alle provincies hebben dezelfde behoeften of wensen bij het beheer en de aanleg. Ik ben bereid om, gewoon in mijn gesprekken met de provincies, het probleem dat zich hier voordoet onder de aandacht te brengen. Ik laat het oordeel over de motie daarom aan de Kamer over.

De motie-Jacobi/Van Veldhoven op stuk nr. 85 gaat over de groene monumenten. In de motie wordt de regering verzocht om de SIM-regeling aan te passen zodat het beheer van natuurgebieden in de ehs meetelt voor het percentage activiteiten gericht op het monumentenbeheer. Ik wil dit met mijn collega van OCW opnemen en vragen of zij hier ook brood in ziet. Ik zal de Kamer over de uitkomst daarvan informeren. Misschien kunnen de indieners de motie tot die tijd aanhouden.

Mevrouw Jacobi (PvdA):

Ja, dat is de bedoeling. We wachten de brief af.

De voorzitter:

Op verzoek van mevrouw Jacobi stel ik voor, haar motie (33400-XIII, nr. 85) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Staatssecretaris Dijksma:

Ik kom toe aan de motie over "niet kappen met Brussel, maar kappen in Brussel", de motie op stuk nr. 86 van de heer Geurts. Hij wil dat ik de Vogelrichtlijn, de Habitatrichtlijn en de Nitraatrichtlijn op de lijst plaats van onderwerpen die aan de lidstaten moeten worden overgelaten. Ik heb tegen mevrouw Dik-Faber al gezegd dat ik hierover niet ga terugonderhandelen in Brussel. Eigenlijk is dat ook mijn reactie op de motie van de heer Geurts. Daarom ontraad ik de Kamer deze motie.

De motie-Geurts/Dijkgraaf op stuk nr. 87 gaat ook over het verdienmodel. Ik zie ook deze motie als ondersteuning van beleid. Ik wil inderdaad inzetten op transparantie van de keten. Daarbij past ook het monitoren van de consumentenprijs en de kostprijs. Dit is overigens wel een gezamenlijke opgave waarbij ook het bedrijfsleven een belangrijke rol speelt. Ondernemers moeten de ruimte benutten.

De heer Geurts en de heer Dijkgraaf hebben ook een motie ingediend over de inzet van WSW'ers specifiek bij Staatsbosbeheer. In de schriftelijke beantwoording heb ik al geschreven dat Staatsbosbeheer op dit moment al actief mensen inschakelt uit de Wet sociale werkvoorziening. De indieners vinden dat het niet voldoende gebeurt. Naar ik aanneem, weten zij hoeveel mensen nu bij Staatsbosbeheer aan de slag zijn. Daarover hebben zij zich naar ik aanneem laten informeren. Als de indieners desalniettemin vinden dat het niet voldoende is, zeg ik oké: dan ga ik met de directie van Staatsbosbeheer het gesprek hierover voeren. We zullen bekijken of er nog een tandje bij kan. Daarom laat ik het oordeel over deze motie aan de Kamer over. We hebben immers hiervoor wel een maatschappelijke verantwoordelijkheid; daarmee ben ik het zeer eens en daarover hoeft geen discussie te worden gevoerd. Maar er moet dus bij worden gezegd dat het niet zo is dat Staatsbosbeheer niets doet op dit terrein.

In de motie op stuk nr. 89 wordt de regering opgeroepen om vaart te maken met de Natura 2000-gebieden. Wat er in de motie wordt gevraagd, lijkt mij uitstekend. Deze motie is ondersteuning van beleid. Ik laat het oordeel erover graag aan de Kamer over.

De motie-Van Veldhoven op stuk nr. 90 gaat over modernisering van de landgoederenregeling. De regering wordt daarin verzocht om die regeling te evalueren. Er zijn aan deze landgoederenregeling voorwaarden verbonden. De activiteiten moeten wel bijdragen aan de kwaliteit van de natuur. De toepassing van eerdere aanpassingen is recentelijk afgerond. Een te snelle wijziging is niet wenselijk. Regelmatig evalueren is op zichzelf goed. Ik ben bereid om te bekijken of het oordeel natuurrendement wel voldoende is. Ik geef hierbij wel een winstwaarschuwing. Mevrouw Van Veldhoven moet zich namelijk realiseren dat, als zij dit echt wil doorzetten, onze vrienden van het departement van Financiën natuurlijk gretig meekijken. Als er in hun ogen geld te verhapstukken valt, zal dat geld regelrecht naar de schatkist van de heer Dijsselbloem gaan. 't Is maar even dat zij dat weet. Dit kán dus de consequentie zijn van het al snel weer uitvoerig evalueren. Als mevrouw Van Veldhoven dit allemaal heel graag wil en zij de vrienden daar een handje wil helpen, dan ben ik uiteraard als was in haar handen. Maar ik wilde deze winstwaarschuwing toch even afgeven.

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

De staatssecretaris ziet ook dat de doelstelling is om de regeling meer te richten op het bevorderen van het beschermen en openstellen van echte landgoederen. Dat is zo ongeveer een onuitputtelijke bron van vraag naar het geld, om het zo maar te zeggen, en ons gaat het erom dat elke euro goed wordt besteed.

Staatssecretaris Dijksma:

Dat klopt, maar dat zeggen ze aan de overkant ook altijd tegen mij, en dan kom je zomaar in een andere discussie terecht. Dat moet u echt weten. Ik wil het dus doen, maar rekent u zich niet rijk.

De motie op stuk nr. 91 gaat over het Kierbesluit. Ik ga daar zelf bijna van kieren. Over deze kwestie gaat echt de minister van I en M. Het gaat weliswaar ook om een Natura 2000-gebied – dat zal ongetwijfeld het weerwoord zijn – maar voor het beheer daarvan is de minister verantwoordelijk. Ik verwijs mevrouw Van Veldhoven dus vriendelijk door naar mijn collega.

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Aangezien het inderdaad een Natura 2000-gebied betreft, waarbij het gaat om belangrijke afspraken over biodiversiteit met onze buurlanden, kan deze staatssecretaris dit niet zomaar van zich afschuiven. Is zij op zijn minst bereid om hierover in gesprek te gaan met haar collega, net zoals bij de monumentenregeling? In dat geval ben ik bereid om de motie even aan te houden totdat zij ons kan berichten over de uitkomsten van dat gesprek.

Staatssecretaris Dijksma:

Mevrouw Van Veldhoven zit ongetwijfeld ook in de desbetreffende commissie. Ik raad haar echt aan om dit daar aan de orde te stellen.

De voorzitter:

Dan kunt u uw motie ook aanhouden, mevrouw Van Veldhoven. U kunt de motie dan daar bespreken en later in stemming brengen.

Staatssecretaris Dijksma:

Ja, bijvoorbeeld.

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Dat is altijd nog een optie, maar ik vraag de staatssecretaris of zij bereid is om zich in te zetten voor dit natuurproject door het gesprek hierover aan te gaan met haar collega.

Staatssecretaris Dijksma:

Ik wil dat vaak graag doen, maar als het gaat om de verantwoordelijkheid die mevrouw Van Veldhoven zoekt, een verantwoordelijkheid die echt het Kierbesluit zelf betreft, moet zij niet mij op pad sturen om iets van de minister van I en M gedaan te krijgen. Dat moet zij echt even zelf doen. Dan hoor ik wel wat de uitkomst is.

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Ik houd de motie even aan totdat ik dat heb kunnen doen.

De voorzitter:

Op verzoek van mevrouw Van Veldhoven stel ik voor, haar motie (33400-XIII, nr. 91) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Staatssecretaris Dijksma:

De motie op stuk nr. 92 van mevrouw Dik-Faber c.s. gaat over de verduurzaming van de voedselketen en het feit dat dit ook via de topsectoren Agri & Food en Tuinbouw en Uitgangsmaterialen moet worden opgepakt. Allereerst: ik deel de doelstelling van verduurzaming van de voedselketen. In de topsector wordt ook een bijdrage geleverd aan onderzoek en innovatie. Als ik de motie zo mag lezen dat bedrijfsleven en overheid gezamenlijk bijdragen aan die doelstelling, zie ik haar als ondersteuning van beleid en laat ik het oordeel graag aan de Kamer over.

De motie op stuk nr. 93 van mevrouw Dik-Faber over de ruimte voor agrariërs om ook een bijdrage te leveren aan de realisatie van de ecologische hoofdstructuur, waarin gevraagd wordt om hiervoor een adequate vergoeding te verstrekken via onder andere de tweede pijler, zie ik als ondersteuning van beleid. Uiteraard laat ik het oordeel graag aan de Kamer.

De motie-Klaver/Thieme op stuk nr. 94 betreft een visie op duurzame voedselproductie. Ik heb al aangegeven dat ik geen voorstander ben van btw of fiscale maatregelen voor de verduurzaming van voedsel. Nu wil ik iets toezeggen aan de heer Klaver maar zie ik hem niet.

De voorzitter:

De heer Klaver heeft zich afgemeld. Ik neem aan dat hij het verslag terugleest. Dan leest hij uw toezegging alsnog.

Staatssecretaris Dijksma:

Ik zeg het natuurlijk ook aan mevrouw Thieme, die hierop mede namens de heer Klaver let. Ik zal hierover met de collega van Financiën spreken en de Kamer informeren. Ik doe ook hierbij alvast graag aan verwachtingenmanagement. De leden hebben natuurlijk gehoord wat ik hierover heb gezegd. Het wordt geen brief waar de spetters vanaf vliegen. Dan weten zij dat alvast.

In de motie-Klaver c.s. op stuk nr. 95 over de commissie-Jansen wordt de regering gevraagd om niet akkoord te gaan met de reductie van de ehs. Dat is een overbodige motie, al helemaal gezien wat ik vandaag allemaal heb gezegd. Laat ik dat zo maar eens hardop zeggen. De motie is overbodig, en ik ontraad haar dus.

De motie-Klaver/Van Veldhoven op stuk nr. 96 gaat over beheer van natuur. De regering wordt verzocht, de kosten van natuurbeheer te vergoeden met als uitgangspunt 84% van de standaardkostprijs via de SNL-regeling. Ik zeg tegen de heer Klaver, die er inmiddels weer is, dat ik natuurlijk afspraken wil maken met provincies over beheer. Ik begrijp ook heel goed wat hij zegt. Ik vraag hem echter om mij niet met een percentage op pad te sturen. Stuur mij op pad, maar geef mij een beetje ruimte. Ik weet wat de heer Klaver heeft opgeschreven en ik begrijp dat, maar we komen daar goed uit met de provincies. Ik vraag de heer Klaver om de motie even aan te houden. Ik heb de boodschap begrepen.

De voorzitter:

Mijnheer Klaver, als u op adem bent gekomen na het harde lopen.

Staatssecretaris Dijksma:

Excuus, dat is mijn schuld natuurlijk.

De heer Klaver (GroenLinks):

Ik zal met de mede-indiener kijken of we de motie aanhouden of dat er in de formulering iets veranderd kan worden, zodat zij wel ten dienste staat van de staatssecretaris. We komen erop terug.

Staatssecretaris Dijksma:

Het gaat vooral om het harde percentage. Daardoor denkt iedereen dat het Rijk meteen gaat vastleggen hoe het allemaal moet. De doelstelling is op zichzelf wel heel belangrijk. De provincies vinden dat ook. We moeten daar inderdaad goed uitkomen, zonder meer.

De heer Klaver (GroenLinks):

Zo is de motie ook opgesteld. Daarom hebben we gekozen voor de omzichtige formulering rondom het percentage, als een startpunt. Misschien helpt het als ik hier zeg, ook voor de Handelingen, dat het niet de bedoeling is dat het vast blijft staan op die 84%, maar dat het wel belangrijk is dat er een goed gesprek wordt gevoerd en er niet zwaar bezuinigd wordt.

Staatssecretaris Dijksma:

Als u de kans dat de motie wordt aangenomen, wilt vergroten, kan het verstandig zijn om er nog even aan te sleutelen.

De voorzitter:

Zolang de 84% erin staat, ontraadt u de motie.

Staatssecretaris Dijksma:

Heel goed, voorzitter.

Voorzitter. De motie-Klaver/Dikkers op stuk nr. 97 gaat over het tegengaan van voedselverspilling. Dat is op zichzelf een heel belangrijk onderwerp. De supermarkten moeten de handschoen oppakken. Er moet intensief samengewerkt worden. Ik heb al verteld over het CBL, dat gaat meten in welke productcategorie de meeste verspilling plaatsvindt. Het verplichten van een bepaalde bedrijfsvoering en metingen gaat echter heel ver. In dit geval gaat het te ver, ook uit oogpunt van regeldruk, lastenverlichting en handhavingskosten. Dit moet namelijk allemaal gecontroleerd worden. Om die reden ontraad ik de motie. Het gaat mij niet om de bedoeling, maar om de gekozen formulering.

In de motie-Klaver c.s. op stuk nr. 98 wordt de regering verzocht, regelgeving voor te bereiden voor weidegang voor alle Nederlandse koeien. We bereiden geen regelgeving voor op die manier, maar we zijn wel bezig met het stimuleren van weidegang. Dat vind ik zelf ook heel belangrijk. Het Convenant Weidegang is ondertekend door alle partijen in de zuivelketen, maatschappelijke organisaties en ons departement. Het doel ervan is om zo veel mogelijk koeien weidegang te bieden. In ieder geval moet het huidige niveau behouden worden. Dat staat namelijk altijd onder druk. Elke ondertekenaar heeft een eigen rol en verantwoordelijkheid. Wij hebben het zoals gezegd ook meeondertekend. De acties die wij hebben opgenomen, zijn om de duurzaamheid te stimuleren, waaronder de weidegang, ook in het kader van het nieuwe gemeenschappelijk landbouwbeleid, en om een deel van het innovatiebudget in te zetten ten behoeve van weidegang. We hebben recentelijk opdracht verstrekt aan de WUR ter waarde van drie ton om onderzoek te doen naar de economie van de weidegang, waarbij wordt gekeken naar het melkveebedrijf van de toekomst. Daarvoor moet ook een en ander gebeuren. Daar moet natuurlijk het een en ander gebeuren.

De voorzitter:

Wat is uw appreciatie van deze motie?

Staatssecretaris Dijksma:

Ik ontraad deze motie.

De leden Dijkgraaf en Geurts hebben een motie (stuk nr. 99) ingediend over beleidsregels voor het bieden van ruimte voor afspraken in de agronutriketen over publieke belangen als dierenwelzijn en milieu. Transparantie staat voorop in de keten. De geschetste problemen kunnen voor een groot deel worden ondervangen. De Europees Commissaris komt voor de zomer met een rapport over de mededingingsaspecten in de agrarische ketens. Het verzoek is daarom niet opportuun. Misschien kunnen de indieners deze motie aanhouden; anders ontraad ik de motie.

In hun motie op stuk nr. 100 verzoeken de leden Dijkgraaf en Geurts de regering, in overleg te treden met de sector over de vraag hoe sancties in verhouding kunnen worden gebracht met de overtreding. Ik moest daar wel even om grinniken, want dit is een voorbeeld van met de kalkoen over het kerstdiner onderhandelen. Proportionaliteit is van groot belang. Daar mag de Kamer ons op aanspreken. Als je dit echter aan de sector voorlegt, heeft die natuurlijk maar één antwoord: liever zo weinig mogelijk. Ik moet eerlijk zeggen dat ik dit niet zo verstandig vind.

De heer Dijkgraaf (SGP):

Zoals de staatssecretaris het formuleert, vind ik het ook niet verstandig, maar dat was niet de bedoeling van deze motie. In de sector zijn vele voorbeelden van situaties waarvan ieder weldenkend mens zegt: dit kan niet de bedoeling zijn. Toch staat dat in de regels en toch gebeurt dat. Mijn doel is niet om die sancties zo laag mogelijk te krijgen; de sanctie moet in verhouding met de overtreding zijn. Elke keer komen er voorbeelden naar voren en toch verandert er niets. Ik nodig de staatssecretaris uit om het gesprek aan te gaan. Misschien wordt dan geconstateerd dat de regels prima zijn en dat het om lege luchtballonnen gaat, maar wij horen te veel klachten.

Staatssecretaris Dijksma:

Ik vind dit te algemeen. Als u zegt "dit is de klacht, dit is de sanctie en dat is onevenredig", kunnen wij daarop een reactie geven. Als het echter in algemene zin zo'n soort gesprek wordt – u weet hoe dat gaat en ik weet dat ook – zie ik daar niet naar uit. Het moet echt gaan over feiten: geef namen en rugnummers, zou ik bijna willen zeggen. Als er voorbeelden zijn die iedereen in het land heel disproportioneel zou vinden, moeten wij daar natuurlijk naar kijken, maar ik vind niet dat wij een goed signaal afgeven als wij hier in algemene zin naar gaan kijken.

De heer Dijkgraaf (SGP):

Is de staatssecretaris bereid om het gesprek met de sector aan te gaan als de sector van tevoren een witboek – het mag in dit geval ook een zwartboek heten – aanlevert met heel concrete voorbeelden en rugnummers waarover dat gesprek kan gaan?

Staatssecretaris Dijksma:

De sector is zo volwassen dat hij, als hij een witboek of zwartboek heeft, dit zelf zou kunnen aanleveren zonder dat de Kamer daarom vraagt. Er is een goede relatie tussen het departement en de sector. Als er zo'n witboek bestaat, zie ik dat wel verschijnen en geef ik er wel een verstandige reactie op. Dat lijkt mij fair. Zo liggen de verhoudingen wel. Ik zie sommige voormannen van de sector bijna elke week. Als dit soort dingen spelen, kunnen we daarover spreken, maar dat doe ik het liefst aan de hand van concrete voorbeelden. De motie van de heer Dijkgraaf heeft volgens mij echter echt een andere klankkleur.

De heer Dijkgraaf (SGP):

Daar zorgt de staatssecretaris zelf voor; die klankkleur heb ik er in ieder geval niet in gelegd. Het gaat echt om de uitwassen. Wij zullen zorgen dat de staatssecretaris concrete voorbeelden krijgt.

Staatssecretaris Dijksma:

Ik ben benieuwd en ik wacht het af.

In haar motie op stuk nr. 101 verzoekt mevrouw Thieme de regering om in de beleidsbrief over dierenwelzijn op te nemen hoe de regering gaat toewerken naar een verbod op de productie van plofkip in Nederland. Er is een initiatief voor een project dat de Kip van Morgen heet. Daar krijg ik binnenkort meer informatie over, maar het ziet er goed uit. De bedoeling is dat men zal streven naar producten die voldoen aan de eisen van dierenwelzijn en duurzaamheid van de toekomst. Dat initiatief steunen wij. Het verbod waar mevrouw Thieme voor pleit, gaat echter te ver, nog los van de juridische problemen in verband met de Europese regels van de interne markt. Dat is echter iets anders dan het stimuleren van een nieuw perspectief, want dat is heel hoopvol. Binnenkort krijgen wij daar meer informatie over. En als wij die informatie hebben, krijgt de Kamer die ook.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Ik geef de staatssecretaris graag mee dat zij de komende periode zal worden doodgegooid met allerlei pilots. Wij kennen de sector al jaren; die komt met allerlei prachtige ideeën. Het Rondeel bestaat ook al jaren, maar is nog steeds niet uitgerold. Er zijn al lang zichtstallen, snoezige varkentjes in stallen met stro, maar dat zijn allemaal pure etalagezaken, die verder niet zoveel om het lijf hebben. Daarachter gaat de gangbare industrie schuil, die op de oude weg doorgaat. De staatssecretaris moet ervoor waken dat zij een te rooskleurig beeld krijgt en denkt dat de sector welwillend is. Ondertussen is namelijk alleen maar sprake van uitbreidingen van de gangbare manier van het houden van dieren.

Staatssecretaris Dijksma:

Tijdens een van mijn eerste werkbezoeken ben ik toevallig op een Rondeel in Barneveld geweest. Daar was ik erg van onder de druk. Ik heb daar ook gehoord dat het Rondeel niet het beeld van de hele sector weergeeft. Daar heeft mevrouw Thieme gelijk in. Er is echter ook sprake van een toename van de vraag. Uitbreiding is dus wel degelijk aan de orde, maar je doet voorlopers in de sector onrecht aan als je ze wegzet met de opmerking: jullie zijn eigenlijk een gemakkelijke etalage voor een hoop anderen. De mensen met wie ik daar gesproken heb, hebben namelijk net zo veel hart en ziel voor de kippen als mevrouw Thieme en ik. Ik ben privé namelijk ook kippenhouder. Weliswaar houd ik maar drie kippen, maar toch. Het moet gezegd worden. Er zijn ook mensen met heel verantwoordelijke posities in de sector betrokken bij dit project. Ik zal ze eraan houden; het is serieus.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Uiteraard steunen wij elke vorm van dierenwelzijnsverbetering. Daarom vinden wij ook dat de biologische sector stimulans en ondersteuning verdient. Het belangrijkste is echter dat het vaak vooral voor de bühne is. Wij denken dat er dan voor de Nederlandse consument geproduceerd kan worden, maar wij moeten niet vergeten dat 70% van de productie puur op de export gericht is. Daar brengt geen Rondeelstal verandering in. De overheid moet de regie nemen om het tij te keren en ervoor te zorgen dat de gangbare veehouderij stopt. Wij moeten dieren op een andere manier gaan houden. Dat is kennelijk ook de doelstelling van het kabinet, want ik heb begrepen dat dieren volgens het kabinet naar soorteigen gedrag moeten worden gehouden.

Staatssecretaris Dijksma:

Ik kom op de motie van mevrouw Thieme op stuk nr. 102. Zij heeft al een beleidsbrief over dierenwelzijn toegezegd gekregen, maar zij verzoekt de regering om daarin op te nemen hoe zij wil komen tot huisvestingssystemen waarin ingrepen bij dieren niet nodig zijn. In mijn beleidsbrief zal ik inderdaad ingaan op de huisvestingssystemen en vooral op de ingrepen. Het volledig uitsluiten daarvan acht ik echter niet reëel. In die zin gaat de motie te ver en daarom moet ik haar helaas ontraden.

De motie van de leden Thieme en Klaver op stuk nr. 103 gaat over de weidegang. Eigenlijk heb ik daar net in antwoord op een vraag van de heer Klaver al uitgebreid over gesproken. Ik ontraad deze motie omdat ook hier een verplichting in staat, maar ik heb al geprobeerd te duiden wat wij allemaal wel doen.

De motie op stuk nr. 104 gaat over koudmerken. Het oordeel over die motie laat ik graag aan de Kamer. Ik zeg toe dat ik daar in mijn beleidsbrief nader op inga.

Ik ga verder met de motie van de leden Thieme, Dikkers en Van Dekken op stuk nr. 105, over een onderzoek naar transporten met slachtvee binnen Nederland of vanuit Nederland. Ik wil in Europees verband inzetten op een beperking van de maximum transportduur, maar alleen een nationale maatregel heeft geen zin. Een dergelijke maatregel zou ook op gespannen voet staan met de Europese regels voor de interne markt. Om die reden moet ik de motie ontraden, maar dat betekent niet dat het onderwerp niet heel belangrijk is.

Ik kom op de motie-Thieme/Van Gerven op stuk nr. 106, over de subsidies en de criteria van het EZ-subsidie-instrumentarium, waarbij ook megastallen aan de orde kunnen zijn. Ik verzoek mevrouw Thieme om de motie aan te houden tot de regering, in casu ik, naar de Kamer komt met een standpunt over de megastallen. Ik ga er nu dus inhoudelijk niet op in, want ik heb al uitgebreid uitgelegd dat ik dit onderwerp van meerdere kanten wil bekijken.

Voorzitter: Van Raak

Staatssecretaris Dijksma:

Ik kom op de motie-Thieme/Ouwehand op stuk nr. 107, over het terugdringen van het aantal proefdieren en het ontwikkelen van beleid om de desbetreffende doelstellingen te realiseren. Ik wil deze motie aan het oordeel van de Kamer overlaten. Ik beschouw deze motie als een ondersteuning van mijn beleid.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Ik kom nog even te spreken over de motie-Thieme/Van Gerven op stuk nr. 106. De staatssecretaris vraagt om die motie aan te houden omdat het standpunt over megastallen nog uiteengezet zal worden. Die motie zal ik bij dezen dan ook aanhouden.

Staatssecretaris Dijksma:

Dank u wel.

De voorzitter:

Op verzoek van mevrouw Thieme stel ik voor, haar motie (33400-XIII, nr. 106) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Staatssecretaris Dijksma:

De motie op stuk nr. 107 is dus ondersteuning van beleid. Deze motie laat ik aan het oordeel van de Kamer.

In de motie-Thieme op stuk nr. 108 wordt de regering verzocht om het onderzoek naar het fokken van dieren met erfelijke aandoeningen uit te breiden. Die motie wil ik graag aan het oordeel van de Kamer laten. Dit moet wel behapbaar blijven. Het moet dus gedaan kunnen worden binnen de capaciteit en de financiële middelen die beschikbaar zijn. Het geld klotst namelijk niet tegen de plinten. Ik zeg het nog heel positief, want het tegenovergestelde is eerder het geval. Ik wil er best extra inzet op plegen, maar het moet wel kunnen. Ik kan dus niet meteen heel veel meer doen, maar als ik wat meer kan doen, zal ik dat niet laten. Ik laat het oordeel dus aan de Kamer.

Ik kom op de motie-Thieme op stuk nr. 109, over de boeren en de retailers. Daarin wordt verzocht om hun een bewijslast op te leggen waarin …

Mevrouw Thieme (PvdD):

Het gaat niet over de boeren.

Staatssecretaris Dijksma:

Nee, het gaat over de retailers. In de motie wordt verzocht om aan de retailers een bewijslast op te leggen waarin wordt aangetoond dat de primaire producent voor de overeengekomen prijs kan produceren. Ik ontraad de motie, want dit gaat gewoon heel ver. Ik heb net ook al iets gezegd over administratieve lasten et cetera. Er zijn dus heel veel argumenten voor, maar dit had ik niet voor ogen, althans niet op deze wijze.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Kan ik samen met de staatssecretaris concluderen dat de markt faalt, gelet op de wijze waarop de prijsvorming tot stand komt en de hoge marges bij bijvoorbeeld groente en fruit? Door die hoge marges is de prijs niet reëel en delven de boeren het onderspit. Als we met elkaar vaststellen dat de markt hierbij niet echt goed werkt, dat de boeren daardoor het onderspit delven en dat de retailers te hoge marges krijgen op groente en fruit, terwijl de marges bij bijvoorbeeld bier en coca-cola zelfs negatief zijn, dan hebben we al een mooi vertrekpunt in de discussie over de vraag hoe we komen tot een beter verdienmodel. Dan zou ik deze motie willen aanhouden. Maar ik vind het wel belangrijk om met elkaar vast te stellen dat de markt hierbij niet goed werkt.

De voorzitter:

Voordat ik het woord geef aan de staatssecretaris, constateer ik dat de motie op stuk nr. 109 is aangehouden.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Dat is iets te snel.

De voorzitter:

U hebt toch al verzocht om de motie aan te houden, mevrouw Thieme?

Mevrouw Thieme (PvdD):

Nee, nog niet.

De voorzitter:

U wilt dus nog even het antwoord afwachten?

Mevrouw Thieme (PvdD):

Ja.

De voorzitter:

Dat is heel wijs. Dan wachten we het antwoord af.

Staatssecretaris Dijksma:

De oproep over dat verdienmodel, die Kamerbreed is gedaan, betekent dat men zich er zorgen over maakt of boeren wel een eerlijke prijs voor hun product krijgen en dat het in de keten dus niet op elk moment helemaal goed zit. En dan druk ik mij nog voorzichtig uit. Er is ook breed de oproep gedaan om met de hele keten in gesprek te gaan, dus niet alleen met de retailers maar ook met de verwerkende industrieën. Ik heb al gezegd dat ik dat heel graag wil doen. Mevrouw Thieme wil mij echter op pad sturen met het opleggen van een bewijslast. Dat gaat mij te ver. Ik wil dat gesprek wel voeren, maar ik wil niet meteen met een dergelijk instrument komen aanzetten.

De voorzitter:

Mevrouw Thieme, voor het laatst, want we hebben nog veel moties te behandelen.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Ja hoor, ik houd het heel kort.

Ik wil de staatssecretaris graag de ruimte geven om dat gesprek aan te gaan. Ik hoor heel graag wat de resultaten daarvan zijn, opdat wij vervolgens kunnen bekijken welke extra maatregelen de overheid eventueel moet nemen om die markt eerlijker te laten zijn. Dan houd ik de motie op stuk nr. 109 bij dezen aan.

De voorzitter:

Op verzoek van mevrouw Thieme stel ik voor, haar motie (33400-XIII, nr. 109) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Staatssecretaris Dijksma:

Ik heb al eerder toegezegd dat het verslag van dit gesprek natuurlijk naar de Kamer zal worden gestuurd. Wij houden haar op de hoogte van hetgeen wij allemaal bespreken.

In de motie-Thieme op stuk nr. 110 wordt de regering verzocht, ten minste 5% van de Nederlandse onderzoeksbudgetten ten behoeve van de agrarische sector te oormerken voor onderzoek ten behoeve van de biologische sector. Daar wil ik toch kort een paar dingen over zeggen. Mevrouw Thieme schetste een wat somber beeld over de stand van zaken in de Nederlandse biologische sector, maar in de afgelopen jaren is er toch wel het een en ander gebeurd. Het biologisch areaal in Nederland groeide in 2009 met 2,9% in 2010 met 3,9% en in 2011 met 2,3%. In de afgelopen jaren laat de besteding van consumenten aan biologische producten echt een stijging zien. Dat is volgens mevrouw Thieme niet genoeg. Dat snap ik dan ook, maar de cijfers zijn toch wel interessant. De consumentenbestedingen biologische producten zijn bijvoorbeeld in 2009 met ruim 10% gestegen, in 2010 met 13%, in 2011 met 17,1% en in de eerste helft van 2012 met 11,8%. De verwachting is dat we in 2012 een omzet van 1 miljard euro kunnen bereiken. Dat dit nu op gang komt, vind ik wel goed en mooi. De biologische landbouw heeft in ieder geval in het topsectorenbeleid als een van de vormen van duurzame landbouw zijn plaats wel verworven. We proberen om de sector bij vraaggestuurd onderzoek aan te haken.

De voorzitter:

Mevrouw Thieme heeft een korte vraag.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Als je van één biologisch bedrijf naar twee biologische bedrijven gaat, heb je een stijging van 50%. Je begint bij helemaal niet. We hebben een biologisch areaal van 2%.

De heer Van Gerven (SP):

Dat is een stijging van 100%.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Dat is uiteraard een stijging van 100%; ik kan niet eens goed rekenen. 100% zelfs! Als wij maar een biologisch areaal hebben van 2%, terwijl dat in Europa gemiddeld 5% is, dan zijn we dus niet het beste jongetje van de klas. Wij willen daarbij vooroplopen; dat heeft de staatssecretaris gezegd. Daarom hebben wij de afgelopen jaren mede met de steun van de Partij van de Arbeid geprobeerd om voor deze motie een meerderheid te krijgen en daarom dien ik haar nu opnieuw in. Wij willen de biologische sector hiermee echt een steun in de rug geven.

Staatssecretaris Dijksma:

Volgens mij was dat meer een boodschap aan de fracties in de Kamer, want ik spreek hier als "de dienaar van de Kroon", zoals dat zo mooi heet.

De heer Graus (PVV):

Wat is het advies van de staatssecretaris bij deze motie?

Staatssecretaris Dijksma:

Ik ontraad het aannemen van deze motie.

In de motie op stuk nr. 111 wordt gezegd dat consumenten veel voedsel weggooien dat nog prima eetbaar is. Verder wordt de regering daarin verzocht om het seizoensgebonden aanbod van groente en fruit, kleinere porties en verpakkingen et cetera in de gesprekken met de retail onder de aandacht te brengen. Er zijn tegenwoordig ook producten, bijvoorbeeld aardbeien, die door middel van aardwarmte worden geteeld. Niet elk product dat niet seizoensgebonden is, is per definitie een slecht product. Dat moet echt opgemerkt worden. Ik heb de Tuinbouw Ondernemersprijs uit mogen reiken. Een van de genomineerden, die juist vanwege duurzaamheid uitblonk, was iemand die aardbeien teelt. Die zijn dan ook in de winter verkrijgbaar. Ik begrijp wel wat mevrouw Thieme in haar motie wil zeggen. Laten we het zo doen. Ik vind dat de tekst van deze motie, deze precieze formulering, te ver gaat. Deze motie wil ik dus ontraden. Ik heb net echter al gezegd dat ik het gesprek hierover aanga. Daar hoort ook bij dat moet worden nagedacht over verpakkingen en dat soort zaken. Het zal dus absoluut een gespreksonderwerp zijn. Ik zou daarbij echter niet zo'n formulering hanteren. Hierin staan namelijk ook dingen die als het ware worden tegengesproken door ontwikkelingen die ik in de praktijk zie en die heel gunstig zijn. Misschien wil mevrouw Thieme deze motie aanhouden. Anders moet ik haar helaas ontraden.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Het signaal dat ik ermee bedoel, is duidelijk overgekomen bij de staatssecretaris, dus ik houd de motie aan.

De voorzitter:

Op verzoek van mevrouw Thieme stel ik voor, haar motie (33400-XIII, nr. 111) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Staatssecretaris Dijksma:

De motie op stuk nr. 112 verzoekt de regering om de lokale teelt van veevoedergewassen te bevorderen. Ik beschouw deze motie als ondersteuning van het beleid en laat het oordeel over aan de Kamer.

Over de motie op stuk nr. 113 over de ganzen heb ik gezegd dat er een inventariserend onderzoek naar alternatieven is, dus ik zou zeggen dat deze motie overbodig is, want dat gebeurt al.

De motie op stuk nr. 114 roept op tot een einde aan de bio-industrie. Ik moet mevrouw Thieme ook nog iets geven om keer op keer te blijven indienen, dus deze motie moet ik ontraden. Ik kan er heel lange verhalen over houden, maar gezien de tijd doe ik dat maar niet.

Het einde begint in zicht te komen. In de motie-Ouwehand op stuk nr. 115 wordt de regering verzocht, een budget beschikbaar te stellen voor het verder ontwikkelen en opschalen van alternatieven voor bestrijdingsmiddelen. Ik vind de inzet sympathiek en ik wil dit bezien in het kader van de topsectorenaanpak. Dat kan als een inspanningsverplichting worden uitgelegd, maar niet als een resultaatverplichting, zeg ik erbij. Ik laat het oordeel aan de Kamer.

In de motie op stuk nr. 116 over de tuincentra en de doe-het-zelf-zaken wordt de regering verzocht, een plan van aanpak op te stellen voor het terugdringen van het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen door particulieren en voor het stimuleren van natuurvriendelijk tuinieren. Ik moet zeggen dat het publiek al via de gebruiksvoorschriften wordt gewezen op de risico's voor mens, dier en milieu. Ik kom hierop terug in het nationaal actieprogramma gewasbeschermingsmiddelen.

De voorzitter:

Wat is uw oordeel?

Staatssecretaris Dijksma:

Ik zou zeggen: wacht daar even op.

De voorzitter:

Dat is niet een oordeel.

Staatssecretaris Dijksma:

Nee, nou ja, mijn verzoek is om de motie aan te houden.

De voorzitter:

Misschien helpt mevrouw Ouwehand u uit de problemen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Ik hoop natuurlijk een uitwerking van deze vraag terug te vinden in de nota en ik houd de motie tot die tijd aan.

De voorzitter:

Op verzoek van mevrouw Ouwehand stel ik voor, haar motie (33400-XIII, nr. 116) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Staatssecretaris Dijksma:

Over de laatste twee moties, met de nummers 117 en 118, wil ik eenzelfde verzoek doen aan mevrouw Ouwehand. Zij wil van alles opnemen in de Natuurbeschermingswet. Ik heb al gezegd dat ik vanzelfsprekend zelf ook met een nota van wijziging wil komen. Er ligt ook een initiatiefwetsvoorstel, zoals zij weet. Daarover ben ik in gesprek met de initiatiefnemers. Ik vind het eigenlijk niet zo verstandig om nu inhoudelijk vooruit te lopen op hoe die nota van wijziging er uiteindelijk uit gaat zien. Mevrouw Ouwehand legt dat hier nu voor. Mijn verzoek is om de motie aan te houden, niet alleen voor mij, maar ook voor de initiatiefnemers die nog met voorstellen komen. Dan kunnen we te zijner tijd zien of zij op haar wenken wordt bediend of niet. Dan vindt zij haar route in de Kamer heel goed, volgens mij.

De voorzitter:

Misschien wil mevrouw Ouwehand hierop reageren.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Ik snap de staatssecretaris wel, maar er is veel kritiek geweest op dat conceptwetsvoorstel. In het regeerakkoord staat heel duidelijk dat dit wordt aangepast. Dan wil je ook wel een denkrichting meegeven vanuit de Kamer, voordat straks alles via amendementen moet. Zo zijn de moties bedoeld. Ik wil deze best aanhouden, maar ik zou ook wel graag van de staatssecretaris willen horen hoe zij in beginsel staat tegenover de verzoeken die in deze twee moties zijn gedaan. Zijn dat dingen waarvan zij ook denkt dat zij een beslag zouden moeten hebben in de nieuwe Wet natuurbescherming, of ziet zij dat helemaal niet zitten?

De voorzitter:

U wilt de moties dus aanhouden?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Dat is afhankelijk van het antwoord.

De voorzitter:

We zijn benieuwd.

Staatssecretaris Dijksma:

Ik was nu juist van plan om hier niet op vooruit te lopen, hoewel dat zeer verleidelijk is. Dat wou ik toch maar even niet doen.

De voorzitter:

Dan denk ik dat mevrouw Ouwehand wel een oordeel wil.

Staatssecretaris Dijksma:

Dan ontraad ik de moties in procedurele zin, met als argument dat er een initiatiefwet ligt en ik zelf ook met een nota van wijziging kom. Ik vraag gewoon ruimte om daaraan te kunnen werken. Het is dus geen inhoudelijk maar een procedureel oordeel. Ik moet de moties dan echt ontraden.

De voorzitter:

Ik zie dat mevrouw Ouwehand hier nog op wil reageren.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Ik weet al wat ik doe. Ik vraag even aan de initiatiefnemers die met een wet bezig zijn, hoe zij ernaar kijken. Ik sluit niet uit dat ik de moties aanhoud, maar dat hoort u dan later van mij.

Staatssecretaris Dijksma:

Daarmee ben ik gekomen aan het einde van mijn inbreng in tweede termijn. Ik hoop dat ik, ondanks de enigszins fysieke beperking van de stem, alles wat er te beantwoorden viel, ook heb beantwoord. Ik zie uit naar een heel goede samenwerking met de Kamer. Ik verheug mij daarop.

De algemene beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Ik wil de staatssecretaris hartelijk danken. Er zal aanstaande dinsdag worden gestemd over de begroting, de moties en de amendementen. Ik schors de vergadering tot half acht voor de dinerpauze. Daarna gaan we verder met de wijziging van de Remigratiewet.

De vergadering wordt van 18.15 uur tot 19.30 uur geschorst.