Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202035300-VII nr. 2

Tweede Kamer der Staten-Generaal

35 300 VII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2020

Nr. 2 Memorie van toelichting

Vergaderjaar 2019‒2020

INHOUDSOPGAVE

Blz.

A.

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETSVOORSTEL

3

B.

BEGROTINGSTOELICHTING

4

1

LEESWIJZER

4

2

BELEIDSAGENDA

7

Beleidsprioriteiten

7

Belangrijkste beleidsmatige mutaties

21

Overzicht niet-juridisch verplichte uitgaven

25

Meerjarenplanning beleidsdoorlichtingen

26

Overzicht van risicoregelingen

29

3

BELEIDSARTIKELEN

32

Artikel 1. Openbaar bestuur en democratie

32

Artikel 2. Nationale veiligheid

47

Artikel 3. Woningmarkt

49

Artikel 4. Energietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteit

60

Artikel 5. Ruimtelijke ordening en omgevingswet

70

Artikel 6. Overheidsdienstverlening en informatiesamenleving

79

Artikel 7. Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid

91

Artikel 8. Kwaliteit Rijksdienst

100

Artikel 9. Uitvoering Rijksvastgoedbeleid

102

4

NIET-BELEIDSARTIKELEN

107

Artikel 11. Centraal apparaat

107

Artikel 12. Algemeen

109

Artikel 13. Nog onverdeeld

111

5

BEGROTING AGENTSCHAPPEN

112

Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG)

112

Logius

120

P-Direkt

128

Uitvoeringsorganisatie Bedrijfsvoering Rijk (UBR)

135

FMHaaglanden (FMH)

142

Shared Service Center ICT (SSC-ICT)

149

Rijksvastgoedbedrijf (RVB)

155

Dienst van de Huurcommissie (DHC)

167

6.

BIJLAGEN

174

Bijlage 1: Zelfstandige Bestuursorganen en Rechtspersonen met een Wettelijke Taak

174

Bijlage 2: Verdiepingsbijlage

176

Bijlage 3: Moties en toezeggingen

195

Bijlage 4: Subsidieoverzicht

271

Bijlage 5: Evaluatie- en overig onderzoek

274

Bijlage 6: Specifieke uitkeringen

281

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETSVOORSTEL

Wetsartikel 1

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld.

Het wetsvoorstel strekt ertoe om de onderhavige begrotingsstaat/begrotingsstaten voor het aangegeven jaar vast te stellen.

Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor dat jaar. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota.

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten vastgesteld. De in de begrotingsstaat/begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zogenoemde begrotingstoelichting).

Wetsartikel 2

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de baten en de lasten, het saldo van de baten en de lasten en de kapitaaluitgaven en -ontvangsten van de in de staat opgenomen baten-lastenagentschappen voor het onderhavige jaar vastgesteld. De in die begrotingen opgenomen begrotingsartikelen worden toegelicht in onderdeel B (Begrotingstoelichting) van deze memorie van toelichting en wel in de paragraaf inzake de agentschappen.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,K.H. Ollongren

B. BEGROTINGSTOELICHTING

1 LEESWIJZER

Algemeen

Voor u ligt de begroting 2020 van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII).

Groeiparagraaf

De begroting 2020 bouwt voort op de ontwikkeling van de begroting 2019. In 2019 is de begrotingsstructuur gewijzigd om beter aan te sluiten bij de inhoudelijke doelstellingen en de huidige beleidspraktijk. Dit was een eerste stap om de begroting meer in lijn te brengen met de operatie inzicht in kwaliteit, ook in relatie tot artikel 3.1 van de Comptabiliteitswet 2016 (CW). Dit jaar zijn de inhoudelijke doelstellingen en de rol en verantwoordelijkheid voor de artikelen 1 (Openbaar bestuur en democratie), 5 (Ruimtelijke ordening en omgevingswet) en 7 (Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid) herzien. Voor artikel 1 en 7 volgen de wijzigingen uit toezeggingen die zijn gedaan naar aanleiding van beleidsdoorlichtingen. Bij artikel 3 (Woningmarkt) en 9 (Uitvoering Rijksvastgoedbeleid) is de rol en verantwoordelijkheid herschreven in de verschillende rollen die door de rijksbegrotingsvoorschriften worden voorgeschreven.

Beleidsagenda

De beleidsagenda geeft een overzicht van de hoofdlijnen van het beleid. De beleidsagenda wordt afgesloten met de volgende vier overzichten:

  • Overzichtstabel belangrijkste beleidsmatige mutatiesIn dit overzicht zijn de belangrijkste beleidsmatige mutaties opgenomen.

  • Overzicht niet-juridisch verplichte uitgavenIn dit overzicht zijn de niet-juridisch verplichte uitgaven opgenomen

  • Meerjarenplanning beleidsdoorlichtingenDe meerjarenplanning beleidsdoorlichtingen is per artikel voor de periode 2018–2024 opgenomen wanneer een beleidsdoorlichting is gerealiseerd of gepland. De aanvullende informatie is opgenomen in bijlage 6.5 Evaluatie- en overig onderzoek.

  • Overzicht van RisicoregelingenIn de beleidsagenda zijn de tabellen «Garanties» en «Achterborgstellingen» opgenomen. Het betreft de Rijkshypotheekgaranties en de achterborgstellingen voor het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) en het Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW).

Beleidsartikelen

In de beleidsartikelen staan de beleids- en de financiële informatie over de voorgenomen uitgaven. De begroting van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) bevat acht beleidsartikelen:

  • artikel 1 Openbaar bestuur en democratie;

  • artikel 2 Nationale veiligheid;

  • artikel 3 Woningmarkt;

  • artikel 4 Energietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteit;

  • artikel 5 Ruimtelijke ordening en omgevingswet;

  • artikel 6 Overheidsdienstverlening en informatiesamenleving;

  • artikel 7 Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid;

  • artikel 9 Uitvoering Rijksvastgoedbeleid.

Een beleidsartikel is opgebouwd uit de volgende elementen:A. Algemene doelstelling;B. Rol en verantwoordelijkheid; C. Beleidswijzigingen; D. Budgettaire gevolgen van beleid en budgetflexibiliteit; E. Toelichting op de instrumenten.

Budgetflexibiliteit

De peildatum van de gepresenteerde budgetflexibiliteit (juridisch verplicht) is 1 januari 2020.

Niet-beleidsartikelen

De begroting van BZK bevat drie niet-beleidsartikelen:

  • artikel 11 Centraal apparaat;

  • artikel 12 Algemeen;

  • artikel 13 Nominaal en onvoorzien.

Begroting agentschappen

De begroting van BZK kent de volgende acht baten-lastenagentschappen:

  • Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG);

  • Logius;

  • P-Direkt;

  • Uitvoeringsorganisatie Bedrijfsvoering Rijk (UBR);

  • FMHaaglanden (FMH);

  • Shared Service Centrum ICT (SSC-ICT);

  • Rijksvastgoedbedrijf (RVB);

  • Dienst van de Huurcommissie (DHC).

Bijlagen

De begroting van BZK bevat zes bijlagen:

  • 1. ZBO/RWT’s;

  • 2. Verdiepingsbijlage;

  • 3. Moties en toezeggingen;

  • 4. Subsidieoverzicht;

  • 5. Evaluatie- en overig onderzoek;

  • 6. Specifieke uitkeringen.

Het uitgangspunt is om in de verdiepingsbijlage de beleidsmatige en technische mutaties toe te lichten die groter zijn dan of gelijk zijn aan de ondergrens zoals deze in de Rijksbegrotingsvoorschriften 2019 (RBV 2019) is opgenomen, de zogenaamde staffel, te weten:

Tabel 1 Ondergrens (staffel) op basis van de Rijksbegrotingsvoorschriften 2019

Begrotingsartikel

Beleidsmatige mutaties (ondergrens in €)

Technische mutaties (ondergrens in €)

1.

Openbaar bestuur en democratie

Verplichtingen/uitgaven: 2 mln. Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/uitgaven: 4 mln. Ontvangsten: 2 mln.

2.

Nationale veiligheid

Verplichtingen/uitgaven: 5 mln. Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/uitgaven: 10 mln. Ontvangsten: 2 mln.

3.

Woningmarkt

Verplichtingen/uitgaven: 10 mln. Ontvangsten: 5 mln.

Verplichtingen/uitgaven: 20 mln. Ontvangsten: 10 mln.

4.

Energietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteit

Verplichtingen/uitgaven: 5 mln. Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/uitgaven: 10 mln. Ontvangsten: 2 mln.

5.

Ruimtelijke ordening en omgevingswet

Verplichtingen/uitgaven: 2 mln. Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/uitgaven: 4 mln. Ontvangsten: 2 mln.

6.

Overheidsdienstverlening en informatiesamenleving

Verplichtingen/uitgaven: 2 mln. Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/uitgaven: 4 mln. Ontvangsten: 2 mln.

7.

Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid

Verplichtingen/uitgaven: 1 mln. Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/uitgaven: 2 mln. Ontvangsten: 2 mln.

9.

Uitvoering Rijksvastgoedbeleid

Verplichtingen/uitgaven: 2 mln. Ontvangsten: 2 mln.

Verplichtingen/uitgaven: 4 mln. Ontvangsten: 4 mln.

11.

Centraal apparaat

Verplichtingen/uitgaven: 5 mln. Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/uitgaven: 10 mln. Ontvangsten: 2 mln.

12.

Algemeen

Verplichtingen/uitgaven: 1 mln. Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/uitgaven: 2 mln. Ontvangsten: 2 mln.

13.

Nog onverdeeld

Verplichtingen/uitgaven: 1 mln. Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/uitgaven: 2 mln. Ontvangsten: 2 mln.

2 BELEIDSAGENDA

Beleidsprioriteiten

Sterke en levendige democratie

Nederland is een land met 17 miljoen inwoners, die op een relatief klein oppervlakte met elkaar wonen, samenleven, werken en recreëren. Een land met 13 miljoen kiezers, van wie elke stem gelijk is en gehoord mag worden, zeker als die plannen van invloed zijn op de veiligheid, duurzaamheid, leefbaarheid en gezondheid van de wijk, de straat, je huis.

Nederland is ook het land waarin de democratie de grond onder onze beschaving is, waarin we iedere dag opnieuw op unieke wijze samen optrekken, samenwerken en samendoen en waarin we een goed georganiseerd en slagvaardig bestuur hebben. Prettig samenleven begint met vertrouwen. Vertrouwen in elkaar en in een overheid die alert is op hoorbare en latente geluiden en op (on)zichtbare dreigingen en die daarop acteert. Daarom werken we aan een sterke en levendige democratie, waarin mensen mee kunnen doen, waar naar mensen geluisterd wordt en waar hun stem telt.

Een sterke lokale democratie

Gemeenten zijn steeds actiever in het betrekken van inwoners bij besluitvorming en uitvoering. Inwoners hebben daar behoefte aan, omdat op lokaal niveau steeds vaker keuzes gemaakt worden met een grote impact op het dagelijkse leven, zoals het Klimaatakkoord, de jeugdzorg, woningbouw en inburgering. Het betrekken van inwoners gebeurt indirect, via een herkenbare en krachtige gemeenteraad waar de belangen van inwoners vertegenwoordigd worden. Het gebeurt ook direct door inwoners zelf betere mogelijkheden te geven voor zeggenschap en eigenaarschap. BZK ondersteunt de actievere betrokkenheid van inwoners met het samenwerkingsprogramma Democratie in Actie. Daarin richten we ons met gemeenten op een herkenbare en krachtige gemeenteraad, goed toegeruste politieke ambtsdragers, betere mogelijkheden voor inwoners om te participeren, een ambtelijke organisatie met een goede maatschappelijke antenne en een levendige lokale digitale democratie.

Daarvoor gaan wij in 2020 het volgende doen. Via de Quick Scan Lokale Democratie die in het komend jaar verder ontwikkeld en uitgevoerd wordt, brengen gemeenten gezamenlijk met inwoners in kaart hoe zij de lokale democratie kunnen versterken. Met een wijziging van de Gemeentewet verstevigen we participatie van inwoners binnen de gemeente, zowel in de beleidsontwikkeling als tijdens de beleidsuitvoering. We zetten in op een verdubbeling van het aantal gemeenten dat werkt met Right to Challenge. Bovendien willen we het Right to Challenge verankeren, maar wel de ruimte laten voor lokale invulling. Ook komend jaar ondersteunen we gemeenten actief bij het betrekken van hun inwoners bij besluitvorming, vooral op het terrein van de energietransitie en de Omgevingswet. Dat gaat zowel om betere mogelijkheden om als inwoners direct mee te doen, maar ook om versteviging van de positie van de volksvertegenwoordiging. We helpen met visies, gidsen, trainingen en handreikingen. Digitalisering biedt mogelijkheden om mensen beter te betrekken. Daarom onderzoeken en testen we in de Proeftuin Lokale Digitale Democratie hoe we met (open source) digitale participatietools mensen beter kunnen betrekken. In sommige regio’s is meer ondersteuning nodig voor de versterking van de lokale democratie, zoals in het aardbevingsgebied. In deze gemeenten en provincies bieden wij op basis van de behoefte extra ondersteuning. Ook sturen we met een set aan maatregelen op een divers en inclusief samengesteld gemeentebestuur, bijvoorbeeld door het ondersteunen van gemeenten en kandidaatselectiecommissies om inclusief te werven en selecteren.

Verkiezingen vormen het hart van onze democratie

Voor de democratie is het vertrouwen in vrije en eerlijke verkiezingen essentieel. Daarom werken we aan vernieuwing van het verkiezingsproces. We verbeteren de transparantie en controleerbaarheid van het vaststellen van de uitslag: fouten kunnen eerder worden gecorrigeerd en iedereen kan controleren hoe de verkiezingsuitslag is berekend. We bereiden een wijziging van de Kieswet voor waarin we bepalen aan welke mate van transparantie, controleerbaarheid en betrouwbaarheid gebruikte digitale hulpmiddelen moeten voldoen.

We komen met een voorstel voor een experimentenwet voor nieuwe stembiljetten. Zo werken we aan biljetten die iedereen kan gebruiken, makkelijker en sneller handmatig én ook elektronisch te tellen zijn. Daarnaast dienen we een wet in om te experimenteren met early voting. Dan kunnen meer kiezers zelfstandig stemmen en daalt de behoefte aan volmachten. We creëren ook omstandigheden waarin mensen met een verstandelijke beperking bijstand kunnen krijgen in het stemhokje.

Vernieuwingen zijn nodig

Zonder onderhoud verzakt het huis van de democratie. We willen dit huis vernieuwen en mee laten groeien met de vereisten van deze tijd. Het gaat er niet om de democratie grootschalig te verbouwen. In 2018 bracht de staatscommissie parlementair stelsel haar eindrapport «Lage drempels, hoge dijken uit» met aanbevelingen voor staatkundige hervormingen. Over dat eindrapport is op 26 juni 2019 een kabinetsstandpunt uitgebracht. Dat voorziet onder meer in een nadere uitwerking ten aanzien van het kiesstelsel voor de Tweede Kamer, de invoering van een Wet op de politieke partijen, een jongerenparlement, een aangepaste procedure voor de wijziging van de Grondwet en een andere wijze van verkiezing van de Eerste Kamer. Het kabinet maakt een nadere afweging over een aantal andere aanbevelingen van de staatscommissie, waaronder het correctief bindend referendum, constitutionele toetsing en een terugzendrecht voor de Eerste Kamer.

Democratie is mensenwerk en vraagt om weerbaar bestuur

Democratie is mensenwerk. Mensen maken het bestuur. Zware politieke keuzes rond zorg, klimaat, wonen, etc. raken iedereen en krijgen op lokaal niveau concrete betekenis. Politieke ambtsdragers - volksvertegenwoordigers en bestuurders - geven invulling aan de democratische besluitvorming op dat lokale niveau. Met het samenwerkingsprogramma Democratie in Actie geven we een impuls aan de duurzame toerusting van politieke ambtsdragers1. Daarbij werken we aan passende randvoorwaarden in het politieke ambt zoals adequate vergoedingen en politiek verlof, voldoende mogelijkheden voor inhoudelijke ondersteuning in het raads- en bestuurswerk en voldoende mogelijkheden om te leren, reflecteren en je te ontwikkelen in het politieke ambt. Daar hoort ook de doorontwikkeling en de borging van het in februari 2019 opgerichte kennispunt voor lokale politieke partijen bij, als ook de versterking van de positie van de gemeenteraad.

Met de groeiende omvang en complexiteit van de opgaven, groeien ook de uiteenlopende (financiële) belangen. Dat zet druk op de democratische besluitvorming. Ondemocratische middelen worden daarbij niet geschuwd. Omkoping, intimidatie en agressie bedreigen de veiligheid en integriteit van politieke ambtsdragers en hun gezinnen. Deze antidemocratische tendensen frustreren de besluitvorming, zetten de overheid buitenspel en destabiliseren het openbaar bestuur. Dit vraagt om een stevige tegenactie.

We zetten in op versterking van integer gedrag en veiligheid van politieke ambtsdragers. Voor de bestuurlijke aanpak van ondermijning zetten we samen met lokale partners in op preventie. In samenwerking met JenV, VNG NGB en de Wethoudersvereniging vergroten we de komende tijd de weerbaarheid van bestuurders. De raads- en Statenleden blijven ook een kwetsbare groep. Daarom loopt een apart project met VNG, IPO en de verenigingen van raadsleden en griffiers gericht op de weerbaarheid van raads- en Statenleden.

Samen werken aan een slagvaardig en verbonden bestuur

Nederland moet erop kunnen vertrouwen dat het bestuur slagvaardig en resultaatgericht optreedt. Voor mensen maakt het niet uit of het nu de provincie, de gemeente of de rijksoverheid is die een probleem oplost; áls het maar wordt opgelost. Veel problemen zijn echter complex, overstijgen gemeentegrenzen en vragen - daarom - om een gezamenlijke aanpak. Vanuit die één overheidsgedachte werken we als overheden steeds meer samen op basis van gelijkwaardigheid. Dit kan nog beter. Om echt tot betere oplossingen te komen vraagt dit van het Rijk dat zij beter samenwerkt met andere overheden. Dat doen we steeds meer in nationale programma’s, regiodeals, city deals, woondeals, en in de regiospecifieke aanpak van het Interbestuurlijk Programma (IBP). We gaan inventariseren wat het vermogen van Rijk en andere overheden is om tot effectieve(re) partnerschappen te komen. Deze lessen krijgen in 2020 hun weerslag in een nieuwe Code interbestuurlijke verhoudingen. Wij ondersteunen gemeenten en provincies (en ook rijkspartners) bij (regionale en gebiedsgerichte) governance vraagstukken waar nationaal beleid op regionaal niveau impact heeft. Voor interbestuurlijk toezicht zal in 2020 het actieplan verder worden uitgewerkt.

De nieuwe bestuurlijke werkelijkheid vraagt ook om passende financiële verhoudingen. Daartoe passen we met een wetsvoorstel passende Financiële verhoudingswet aan en rusten we het uitkeringsstelsel beter toe op die situaties waar overheden taken gezamenlijk oppakken. In deze wetswijziging betrekken we ook de bevindingen van de Algemene Rekenkamer over de toepassing van het instrument decentralisatie uitkeringen. Vooruitlopend op die wetswijziging toetsen we - samen met het Ministerie van Financiën - de voorstellen voor nieuwe en bestaande decentralisatie-uitkeringen en de daarmee samenhangende bestuurlijke afspraken. Daarnaast dienen we een voorstel in voor een herijkte verdeling van de algemene uitkering van het gemeentefonds in het voorjaar van 2020.

Veel vraagstukken overstijgen gemeentegrenzen, waardoor meer samenwerking nodig is tussen gemeenten. Waar dat gewenst of noodzakelijk is bieden we ruimte voor maatwerk in de Gemeentewet, Wet gemeenschappelijke regelingen en mogelijk ook in aanvullende wet- en regelgeving. Zo stellen we gemeenten beter in staat in te spelen op de opgaven op een manier die past bij hun cultuur en hun regio. We gaan in gesprek met gemeenten waar voor hen knelpunten en oplossingen zitten. Daarnaast heeft de positie van gemeenteraden bij gemeenschappelijke regelingen versterking nodig. Omdat de uitvoering van die regelingen, zowel organisatorisch als qua informatievoorziening, zich deels op afstand van betrokken raden voltrekt kunnen raden hun controlerende functie minder goed vervullen2. We kijken samen met lokale bestuurders, ambtenaren en volksvertegenwoordigers wat nu al mogelijk is en waar aanpassing van wetgeving noodzakelijk is en komen met een wetsvoorstel om deze democratische lacunes te dichten.

Ruimte geven is alleen mogelijk als er duidelijke kaders zijn, met een goed werkend stelsel van checks and balances. Lokale rekenkamers zijn een belangrijk instrument om de kaderstellende en controlerende rol van de raad te versterken en van groot belang voor de democratische verantwoording van het bestuur. Daartoe komen we met een wetsvoorstel3. Samen met bestuurlijke partners werken we de aanbevelingen van de werkgroep lokale rekenkamers uit. We richten ons vooral op de benodigde verdere ontwikkeling van de professionele relatie tussen rekenkamer, raad en college.

Fundamentele menselijke rechten en vrijheden

Ook in Nederland is de verwezenlijking van fundamentele menselijke rechten en vrijheden een permanente maatschappelijke opgave. Het tweede Nationaal Actieplan Mensenrechten dat voor het einde van het jaar door het kabinet gepresenteerd wordt, is bepalend voor de prioriteiten die we voor de komende jaren kiezen en bepaalt daarmee de inzet. In het kader van het Nationaal Actieprogramma tegen Discriminatie zal het kabinet blijvende inspanningen verrichten om discriminatie tegen te gaan en gelijke behandeling van gelijke gevallen te blijven bevorderen. Een bijzondere rol is hier weggelegd voor gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen. Het kabinet ondersteunt antidiscriminatievoorzieningen met opleiding en handreikingen.

Bescherming van de democratie en grondrechten tegen dreigingen

De Geïntegreerde Aanwijzing Inlichtingen en Veiligheid (GA I&V 2019-2022) die op 1 januari 2019 van kracht werd, is leidend voor de taakuitvoering, de aansturing en verantwoording van de Algemene Inlichtingen en Veiligheidsdienst (AIVD) op het terrein van de nationale veiligheid. De dreiging voor de nationale veiligheid is divers en wederom toegenomen. Om op adequate wijze op de huidige ontwikkelingen in te kunnen blijven spelen, intensiveert de AIVD het onderzoek naar organisaties, personen en andere landen die een (mogelijk) gevaar vormen voor de Nederlandse democratische rechtsorde. Hiertoe heeft het kabinet extra middelen beschikbaar gesteld. De onderzoeken van de dienst dragen bij aan het handelingsperspectief van zowel publieke als private organisaties om in hun taakuitvoering nationale veiligheidsbelangen te behartigen, het functioneren van de democratische rechtsorde te waarborgen of economisch verdienvermogen in stand te houden.

Jihadistisch terrorisme, radicalisering en extremisme

De dreiging van aanslagen in het Westen van mondiaal opererende jihadistische organisaties en lokale jihadistische bewegingen of individuen blijft aanwezig. Dit geldt ook voor Nederland, getuige onder andere de aanhoudingen van diverse personen die ervan worden verdacht betrokken te zijn bij handelingen met een terroristisch oogmerk. De voornaamste exogene dreiging blijft uitgaan van ISIS en al-Qa’ida en hun invloed op aanhangers om over te gaan tot terroristische activiteiten.

Er is sprake van toenemende emancipatie van groepen en individuen binnen de samenleving gekoppeld aan een bereidheid om in actie te komen voor de eigen belangen. Wanneer deze ontwikkelingen extremistische vormen aannemen is er een taak voor de AIVD om hier zicht op te krijgen en samenwerkingspartners handelingsperspectief te bieden. Deze onderzoeken richten zich met name op salafistische aanjagers, links- en rechts-extremisme en anti-overheidsextremisme.

Spionage, cyberdreiging en ongewenste buitenlandse inmenging

Onder druk van geopolitieke ontwikkelingen en verdere digitalisering van de samenleving neemt de digitale dreiging voor de democratie en de nationale veiligheid toe. Statelijke actoren zetten steeds geavanceerdere spionagemiddelen in om zowel hun geopolitieke als economische belangen te behartigen. Hierbij kunnen statelijke actoren zich ook richten op politieke beïnvloeding en op ongewenste buitenlandse inmenging. Tegelijkertijd is en wordt de Nederlandse samenleving steeds afhankelijker van digitale processen. Aantasting van deze processen leidt in toenemende mate tot maatschappelijke ontwrichting. Bedrijven en overheden zullen hun weerbaarheid op dit terrein moeten vergroten.

Duurzaam wonen en leven in heel Nederland

De groei van onze steden, de urgente problemen op de woningmarkt, de klimaatverandering en de energietransitie stellen de kwaliteit van onze leefomgeving voortdurend op de proef. Ruimte is schaars; we moeten die zo goed mogelijk benutten. Een toekomstbestendige inrichting vraagt om vindingrijkheid en keuzes. Een gedeeld beeld over in wat voor land we willen leven en wat daarvoor nodig is helpt daarbij. Dat is de Nationale Omgevingsvisie. Hierin geeft het kabinet aan waar we kunnen combineren en waar me moeten kiezen: opwekken van warmte op plekken waar die warmte nodig is, bouwen rondom bereikbare OV-knooppunten en het zoveel mogelijk opwekken van energie door wind op zee zodat er groen en oer-Hollandse landschappen overblijven.

Ons kleine land kent grote verschillen. In de Randstad is sprake van grote druk op de woningmarkt. In Groningen gaat het om herwinnen van vertrouwen in de veiligheid van de woning en omgeving en in de overheid. In Rotterdam-Zuid draait het om meer veerkracht en veiligheid in de wijken en over gelijke kansen. Dergelijke verschillen vragen een gedifferentieerde benadering. De verduurzamingsopgave daarentegen geldt vrijwel overal. Tussen nu en 2050 zullen we onze woningen en gebouwen anders verwarmen: energiebesparing in combinatie met warmtenetten, all-electric verwarming en lokale oplossingen als alternatief voor gas en kolen voor meer dan 7 miljoen woningen en voor 1 miljoen andere gebouwen, zoals kantoren en scholen. Dat doen we samen en slim, in combinatie met andere renovaties en noodzakelijke verbeteringen.

Toekomstbestendige leefomgeving

In gezamenlijke verantwoordelijkheid maken we samenwerkingsafspraken die ervoor moeten zorgen dat de omgevingsvisies van Rijk, provincies en gemeenten logisch op elkaar aansluiten. Vervolgens worden landsdekkende omgevingsagenda’s opgesteld, op basis waarvan we binnen bestaande gebiedsprogramma’s prioriteren en nieuwe initiatieven ontplooien. In gezamenlijkheid pakken de verschillende overheidslagen deze uitdaging op. In 2019 is in een aantal landsdelen al gestart met het opstellen van omgevingsagenda’s (Zuid, Noord en Oost). Op basis van die ervaringen geven we de omgevingsagenda van 2020 verder vorm.

Specifiek voor de steden werken we aan verstedelijkingsstrategieën. Voor de Metropool Regio Amsterdam, de regio Utrecht en de Zuidelijke Randstad maken we voor de middellange en lange termijn de opgaven en bijbehorende keuzes voor wonen, bereikbaarheid, energie, klimaatadaptatie en groen inzichtelijk. Ook voor Groningen en Eindhoven verkennen we welke verstedelijkingsstrategieën nuttig en nodig zijn. Daarbij benaderen we de verschillende opgaven integraal, zodat de verstedelijkingsstrategie een afspiegeling is van de behoeften van de samenleving. We gaan in 2020 aan de slag met een vernieuwing van het instrumentarium voor gebiedsontwikkeling. Op basis van de adviezen van de «Studiegroep Alternatieve bekostiging gebiedsontwikkeling» brengen we opties voor na deze kabinetsperiode in beeld. Hierbij betrekken we de voorziene wijziging in de financiële verhoudingen. Evenzo essentieel is een gezond landelijk gebied. Eind 2019 sluiten Rijk en regio’s een akkoord over de plannen van aanpak voor zeven prioritaire landschappen en begin 2020 versturen we, als uitwerking van de NOVI, de beleidsbrief Landschap naar de Kamer. Tevens start de Nationale Landschapsmonitor.

Betrokkenheid van de burgers is essentieel om voortgang te boeken op duurzaam wonen en leven. Met de nieuwe Omgevingswet activeren we inwoners en bedrijven: iedereen met een plan of belang kan aan de voorkant invloed hebben. Voor de Omgevingswet is 2020 een heel belangrijk jaar. De laatste wetgevingsproducten worden aangeboden aan het parlement, met als doel inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2021. Om overheden, burgers, bedrijfsleven op weg te helpen, intensiveren we in 2020 de uitleg en oefenen we met de nieuwe werkwijze vanuit de Omgevingswet. De experimenten onder de Crisis- en herstelwet zijn daarvoor een goede springplank. Naar verwachting zullen veel nieuwe projecten en gebieden in 2020 starten met de toepassing in de praktijk.

Voor deze nieuwe manier van (samen)werken ontwikkelen we ook een nieuw digitaal instrumentarium. Het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) is de informatiemotor onder de Omgevingswet en zorgt ervoor dat burgers, bedrijven en overheden toegang hebben tot een gebruikersvriendelijk loket om vergunningen aan te vragen, meldingen te doen en plannen te raadplegen in de fysieke leefomgeving. Op 1 januari 2020 wordt het Digitaal Stelsel op basisniveau opgeleverd. Daarna kunnen overheden eigen systemen laten aansluiten op het Digitaal Stelsel om alvast te oefenen met de Omgevingswet en het Digitaal Stelsel in de praktijk.

Goed, veilig en prettig wonen voor iedereen

Er moeten genoeg woningen zijn voor elke portemonnee en elke levensfase; woningen die qua grootte, prijs, locatie en omgeving aansluiten op de woonwensen van mensen. Op dit moment is in met name stedelijke regio’s een tekort aan betaalbare woningen. BZK ondersteunt en stimuleert provincies, gemeenten en ontwikkelaars om jaarlijks 75.000 nieuwe woningen te bouwen en om huurwoningen in de vrije sector betaalbaar te houden. In 2020 voeren we de afspraken uit de Nationale Woonagenda en de Woondeals uit.

We zien dat de toegankelijkheid van de woningmarkt sterk onder druk staat. Door snel stijgende huizenprijzen en huren is het voor middeninkomens en starters steeds moeilijker om een geschikt huis te vinden. Het kabinet neemt daarom een pakket aan maatregelen om het aanbod van betaalbare woningen een stevige impuls te geven. Met een woningbouwimpuls van € 1 mld. komen onder voorwaarden middelen beschikbaar om de bouw van betaalbare woningen te stimuleren. Daarbij betrekken we ook de kosten van de ontsluiting van die gebieden op de infrastructuur, de kosten die nodig zijn voor een kwalitatief goede leefomgeving en de kosten voor het opvangen van de potentiële gevolgen van de stikstofuitspraak voor de woningbouw. Daarnaast geven we een gerichte impuls voor de bouw van sociale huurwoningen door een heffingsvermindering van structureel € 100 mln. per jaar in de verhuurderheffing. Voor de komende tien jaar gaat het om € 1 mld. Ook komt er een vrijstelling in de verhuurderheffing voor de bouw van tijdelijke flexibele woningen.

De huurlasten in Caribisch Nederland blijken voor veel huishoudens een grote opgave, zowel in de sociale als particuliere sector. Om de koopkracht van inwoners in Caribisch Nederland te verbeteren, verlagen we de woonlasten door de inwoners van Caribisch Nederland als een nieuwe doelgroep binnen de huurtoeslag op te nemen. Met een aangepaste regeling vanaf 2020 ontvangen zij een bijdrage van ongeveer € 2000 per jaar. Vanaf 2020 is hiervoor € 5 mln. per jaar beschikbaar oplopend tot structureel € 8,4 mln. per jaar vanaf 2025.

De woningmarkt moet in de toekomst beter tegen een stootje kunnen: minder uitschieters in woningprijzen, voor iedereen een redelijke en betaalbare overgang naar schone energie en in sommige regio’s goed inspelen op bevolkingskrimp. Ook kijken we naar de investeringscapaciteit van corporaties in relatie tot de maatschappelijke opgave op zowel de middellange als lange termijn, en hoe we de cycliciteit op de woningmarkt kunnen verminderen.

Daarnaast vraagt ook de kwaliteit van de woningvoorraad om betrokkenheid van de Rijksoverheid. Het gaat hierbij niet alleen om de bouwtechnische kwaliteit en het voorkomen en aanpakken van bijvoorbeeld vocht- en schimmelproblematiek evenals de verduurzaming van onze woningvoorraad. Daarvoor is in de woondeals een aantal afspraken gemaakt over het in kaart brengen en wegnemen van knelpunten in wet- en regelgeving in generieke zin. In aanvulling op het Programma Aardgasvrije Wijken gaan we in een meerjarig partnerschap met gemeenten gebiedsgericht in een aantal wijken aan de slag om innovaties in de praktijk te beproeven en uit te voeren. Dat doen we in de wijken die betrokken zijn in de woondeals en regiodeals. Daarnaast starten we in een aantal (nader te bepalen) gemeenten een city deal wijkvernieuwing. We doen dat met gemeenten die nog niet meelopen in de deals, maar die wel wijken hebben met een vergelijkbare grootstedelijke problematiek.

Leefbaarheid

Het is belangrijk dat iedereen in Nederland voor een eerlijke prijs kan wonen in een fijne, veilige omgeving, met goed bereikbare winkels, speelplaatsen, en andere voorzieningen, met zorg in de buurt en ruimte voor alle mogelijke woonwensen. Als de woningmarkt lokaal niet goed functioneert doet dat afbreuk aan de leefbaarheid. Het gaat bijvoorbeeld om discriminatie op de woningmarkt, diverse activiteiten van malafide verhuurders, negatieve effecten van toeristische verhuur op grote schaal, of de ongewenste bewoning van vakantieparken. BZK draagt bij aan het op peil houden of verbeteren van de leefbaarheid van regio’s, straten en buurten. Met de betrokken partijen uit de sector en medeoverheden bekijken we hoe we excessen gericht aan kunnen pakken, hoe we die kunnen voorkomen en of er bij partijen voldoende sturingsmogelijkheden zijn. In 2020 gaat BZK door met de aanpak goed verhuurderschap, het actieplan vakantieparken, het actieplan wonen & zorg, de handreiking toeristische verhuur en het expertisetraject woningmarkt in krimpgebieden. BZK geeft daarbij de kaders in wet- en regelgeving aan en biedt gemeenten ruimte om zelf in te grijpen.

Het behoud van een leefbare woon- en leefomgeving speelt sterk in de regio’s van Nederland die te maken hebben met bevolkingsdaling. De bevolkingsdaling in deze regio’s zorgt, in combinatie met de relatief sterke vergrijzing en ontgroening, voor woningmarktopgaven die een specifieke aanpak vragen. In de regiodeals in deze gebieden – zoals Parkstad Limburg, Zuidoost Drenthe en de Achterhoek – zijn daarover afspraken gemaakt. Daarnaast wordt vanuit het expertisetraject woningmarkt in krimpregio’s kennis en expertise opgebouwd hoe we met deze opgaven in de toekomst omgaan.

Grensoverschrijdende samenwerking

We stimuleren de samenwerking over de landsgrenzen heen om economische groei en de leefbaarheid te versterken, vooral in grensregio’s. We ondersteunen daartoe nieuwe initiatieven, nemen grensbelemmeringen zoveel mogelijk weg, creëren de juiste randvoorwaarden en zorgen dat alle overheden aan beide kanten van de grens met elkaar in contact staan en gebruik maken van de mogelijkheden die samenwerkingsverbanden, zoals de Benelux, bieden. Dit doen we aan de hand van concrete samenwerkingsagenda’s met de grensregio en de buurlanden, zoals de Grenslandagenda met Noordrijn-Westfalen. Samen met de Vlaamse overheid pakken we grensknelpunten in het Nederlands-Vlaamse grensgebied aan. Via regiodeals met regio’s langs de grens ondersteunen we grensoverschrijdende initiatieven en projecten. Verder stimuleren we uitwisseling tussen jongeren in de grensregio en maken jongeren kennis met elkaars taal en cultuur.

Versterkingsoperatie Groningen

De versterkingsoperatie komt in een volgende fase. De menselijke maat moet terug om zo het vertrouwen van de Groningers terug te krijgen. Er komt meer accent op de uitvoering met voor Groningers zichtbare resultaten. BZK zet daarom in op meer regie voor bewoners en bestuurders, het inrichten van één slagvaardige uitvoeringsorganisatie, het versterken van uitvoeringskracht en op het vereenvoudigen en versnellen van de versterking. BZK is per 1 januari 2020 verantwoordelijk voor de uitvoeringsorganisatie. Ook voor het Nationaal Programma Groningen wordt binnen het Kabinet de eerste beleidsverantwoordelijkheid bij BZK gelegd. In het Nationaal Programma Groningen werken het Rijk (waaronder BZK) en de Regio samen om te zorgen dat Groningen een toekomstbestendig en leefbaar gebied blijft, met behoud van de eigen identiteit, waar het goed wonen, werken en recreëren is. Het Rijk en NAM investeren via dit programma in totaal € 1,15 miljard in Groningen.

In het Klimaatakkoord werken aan een duurzame gebouwde omgeving

In het regeerakkoord heeft het kabinet een ambitieus klimaatdoel gesteld om de in Parijs afgesproken doelstellingen voor CO2-reductie in 2050 te realiseren. Op basis van het in het voorjaar 2019 gepubliceerde Klimaatakkoord werken we in 2020 voor de gebouwde omgeving een breed pakket aan maatregelen uit om woningeigenaren, huurders en verhuurders te ondersteunen. We ondersteunen hen door fiscale wijzigingen in de energiebelasting, door bestaande subsidieregelingen opnieuw open te stellen en te verbreden en door een Warmtefonds en een digitaal platform in te stellen. De energietransitie in de gebouwde omgeving zorgt voor vermindering van de CO2-uitstoot en kan de energielasten voor eigenaren en huurders van gebouwen verminderen. Uitgangspunt daarbij is woonlastenneutraliteit voor kopers en huurders, waarbij de kosten voor verduurzaming niet hoger zijn dan met maatregelen aan energiebesparing terugverdiend kan worden. Door opschaling en innovatie in de productiewijze kunnen de kosten omlaag gebracht worden. Daarnaast zetten we het in 2019 ingerichte Programma Aardgasvrije Wijken voort. Een wijkgerichte aanpak sluit goed aan bij de werkwijze van gemeenten en lokaal betrokken partijen en kan gecombineerd worden met andere opgaven waar steden en dorpen mee aan de slag zijn zoals op het gebied van stads- en dorpsvernieuwing, woningbouw, klimaatadaptatie en circulaire economie. Ook is het cruciaal om bewoners en eigenaren van woningen en gebouwen goed te betrekken bij dergelijke ingrijpende maatregelen die achter de voordeur voelbaar zijn. In 2020 selecteren we, mede op basis van een evaluatie van de eerste tranche proeftuinen, een aantal nieuwe proeftuinen. Het Rijksvastgoedbedrijf ontwikkelt in het kader van de energietransitie routekaarten voor zijn verschillende gebouwenportefeuilles. De routekaart voor de kantorenportefeuille is al gereed en in 2020 in uitvoering. De routekaarten voor de overige portefeuilles zijn in ontwikkeling.

In 2020 treedt het wettelijk stelsel voor certificering van werkzaamheden aan gasverbrandingsinstallaties in werking. Daarmee willen we de kwaliteit van werkzaamheden aan gasverbrandingsinstallaties verbeteren, om zo het aantal ongevallen met koolmonoxide te verminderen. Ook werken we aan een aantal aanpassingen in de bouwregelgeving om de toegankelijkheid van nieuw te realiseren woningen en nieuwe voor publiek openstaande gebouwen voor mensen met een beperking te verbeteren. In het voorjaar 2019 is de Eerste Kamer akkoord gegaan met het wetsvoorstel over kwaliteitsborging in de bouw. Het doel van de wet is versterking van de positie van iedere consument als opdrachtgever in de bouw. In 2020 treffen we voorbereidingen voor de stapsgewijze invoering in 2021.

Een waardegedreven digitale overheid

Een inclusieve digitale samenleving; toegankelijk, begrijpelijk en voor iedereen

De overheid vindt dat iedereen - ook in een wereld die steeds digitaler wordt - moet kunnen meedoen. Daarom zorgen we ervoor dat de dienstverlening vanuit de overheid beter aansluit op de situatie, wensen en behoeften van mensen. Daar waar nodig zorgen wij voor maatwerk en dat mensen die hulp nodig hebben passende ondersteuning krijgen.

Het contact met de overheid moet voor zoveel mogelijk mensen toegankelijk en begrijpelijk zijn. Met de campagne ‘Direct Duidelijk’ bevorderen we dat overheidsorganisaties begrijpelijk communiceren. Door regeldruk te verminderen nemen we ergernissen van mensen weg. Dienstverlening vanuit de overheid laten we beter aansluiten op de situatie, wensen en behoeften van mensen. Daar waar nodig zorgen wij voor maatwerk.

Voor de benodigde oplossingen maken wij gebruik van experimenten, onderzoek, innovatielabs en klantreizen. Dat doen we onder in een city deal voor mensen die digitaal zijn vastgelopen. We werken daarin samen met maatschappelijke organisaties, ministeries en uitvoeringsorganisaties en een vertegenwoordiging van de doelgroep aan de benodigde oplossingen.

We helpen mensen om beter met technologie om te gaan met een landelijk dekkend cursusaanbod en door uit te leggen hoe digitale apparaten en technologie werken zodat ze deze beter begrijpen en meer vertrouwen. Ook is het belangrijk dat mensen zich bewust zijn van de kansen en risico’s van digitalisering. Om dit te bereiken zetten we in op verschillende activiteiten, zodat mensen mee kunnen blijven doen aan de (digitale) samenleving. Zo gaan we het informatiepunt Digitale Overheid verder uitrollen en experimenteren we met manieren om de hulpstructuur beter aan te laten sluiten op het dagelijks leven. Dit alles doen we samen met bedrijven en andere organisaties om elkaars kennis en ervaring te delen en te benutten vanuit de alliantie Digitaal Samenleven.

Voor mensen die niet digitaal willen of kúnnen communiceren met de overheid zorgen we met het programma ‘Machtigen’ voor een toegankelijke en robuuste oplossing. Hiermee kunnen zij iemand die ze vertrouwen, machtigen om hun digitale zaken te doen. In dit programma regelen we ook een makkelijke digitale toegang tot overheidsdiensten voor curatoren en bewindvoerders die mensen (wettelijk) vertegenwoordigen die tijdelijk zelf geen transacties mogen uitvoeren.

Een goed beschermde digitale samenleving; veilig en betrouwbaar 

Iedereen moet erop kunnen vertrouwen dat zijn of haar gegevens veilig en betrouwbaar zijn. Fraude en oneigenlijk gebruik van gegevens willen we zoveel mogelijk voorkomen. De overheid heeft de verantwoordelijkheid om de gegevens die haar zijn toevertrouwd te beschermen. Daarom is het van belang dat overheden zorgen dat hun systemen en processen veilig zijn en dat de onlinecommunicatie met burgers en ondernemers op een veilige manier verloopt. Om daartoe te komen, gaan we onder meer verder met de overheidsbrede aanpak voor i-bewustzijn en het interbestuurlijk ondersteuningsprogramma voor de implementatie van de overheidsbrede Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO). De implementatie van de BIO biedt de overheid een basis om de informatiebeveiliging structureel in te richten en te verbeteren. Door bewustwording en oefening met cyberincidenten helpen we overheden om als dat nodig is adequaat te kunnen reageren.

Mensen, bedrijven en overheidsorganisaties moeten erop kunnen vertrouwen dat die gegevens juist zijn. Dit borgen we bijvoorbeeld door de Landelijke Aanpak Adreskwaliteit structureel in te gaan zetten. Om dit mogelijk te maken wordt de wet BRP aangepast. Daarnaast verbeteren we het aanvraag- en uitgifte proces voor paspoorten en identiteitskaarten in het programma VRS (Verbetering Reisdocumentenstelsel).

Net als snelwegen of het spoor heeft ook onze digitale basisinfrastructuur constant onderhoud nodig. Voor de BRP wordt gewerkt aan uitgesteld onderhoud als gevolg van het stopzetten van de operatie BRP, zoals gemeld in de Kamerbrief over het rapport commissie BRP en de uitkomsten van de health check (Kamerstukken II 2017/18, 27859, nr. 124).

In 2020 starten we met de implementatie van de Wet digitale overheid (WDO). Dit betreft onder meer het ontsluiten van inlogmiddelen en voorzieningen die nodig zijn voor toegang tot de digitale overheid. Het eID-stelsel dient betrouwbaar, toegankelijk, veilig en gebruiksvriendelijk te zijn waarbij de eindgebruiker centraal staat. We richten het toezicht op de inlogmiddelen en fraude- en misbruikbestrijding verder in.

We willen als overheid maatschappelijke doelen bereiken en dienen daarbij continu een afweging te maken tussen verschillende publieke waarden. Om een slag concreter te worden: publieke waarden zoals non-discriminatie en keuzevrijheid zijn bepalend voor hoe de overheid omgaat met vraagstukken zoals datagebruik en de inzet van algoritmes. ‘NL DIGIbeter: Data Agenda Overheid’ bevat maatregelen gericht op verantwoorde inzet en hergebruik van (open) overheidsdata en transparante overheidsalgoritmen waarop effectief toezicht wordt gehouden. Ontwikkelingen op het gebied van Artificial Intelligence (AI) bieden zowel kansen als risico’s. Wanneer de overheid AI inzet dient dit op een verantwoorde en transparante wijze te gebeuren. We gaan hierbij op zoek naar wat technisch kan, wat juridisch mag en wat ethisch verantwoord is. Dit doen we door te experimenteren en innovaties uit de markt te benutten.

De digitale overheid is effectief, efficiënt en transparant

Het handelen van de overheid kan grote impact hebben op het leven van mensen. Daarom zorgen wij voor een digitale overheid waar je op kunt vertrouwen. Dit doen we door open te zijn over onze werkwijze en besluiten, en gegevens en voorzieningen effectief in te zetten. Omdat digitale ontwikkelingen razendsnel gaan zorgen we ervoor dat de overheid flexibel is ingericht en voldoende is toegerust om met technologische ontwikkelingen om te gaan.

In 2020 werken we een toekomstbeeld voor het stelsel van basisregistraties uit. Met een goed werkend stelsel van basisregistraties hoeven burgers en ondernemers hun gegevens niet steeds opnieuw aan te leveren en kan de overheid de dienstverlening verbeteren en efficiënter opereren. We zorgen er bijvoorbeeld voor dat burgers hun eigen gegevens, zoals hun adres, leeftijd of inkomen digitaal kunnen delen met organisaties buiten de overheid, zoals een zorgverlener, woningcorporatie of schuldhulpverlener. Hiervoor ontwikkelen we (wettelijke) kaders, zoals is aangekondigd in de kamerbrief Regie op Gegevens. Het verplicht gebruik van gegevens uit basisregistraties gaan we stimuleren en belemmeringen voor het gebruik nemen wij stapsgewijs weg. We gaan het recht op eenmalige verstrekking van basisgegevens (ook) opnemen in de Wet digitale overheid.

In 2019 zijn we gestart met de voorbereiding van de implementatie van de Wet open Overheid (Woo). We zijn nagegaan wat de impact van de Woo zal zijn door een precieze gezamenlijke interpretatie van de wet en een uitvoeringstoets per organisatie te maken. In het Rijksprogramma Duurzaam Digitale Informatiehuishouding (RDDI) werkt het hele Rijk samen aan de verbetering van de informatiehuishouding, door kaders en voorzieningen te creëren voor de archivering van websites en e-mail. Dit programma is de opvolger van het programma Rijk aan Informatie (RaI).

Versnelling naar een grenzeloos samenwerkende overheid

De wereld om ons heen verandert. Technologie, mondige burgers, internationalisering, grotere en complexere maatschappelijke opgaven, veranderende verantwoordelijkheden, beleidsterrein raken steeds meer met elkaar verweven. Maatschappelijke opgaven doorsnijden vaak de departementale en interbestuurlijke indeling. Dit vereist een samenwerkende responsieve overheid. BZK, als hoeder van een goed functioneerde overheid, heeft hierin een aanjaagfunctie. We faciliteren en helpen daar waar mogelijk een beweging op gang te brengen naar een samenwerkende Rijksoverheid, een overheid die de maatschappelijke opgaven gezamenlijk adresseert en aanpakt. Het vertrekpunt daarbij is dat departementen de opgave centraal zetten. Wat is het echte probleem in de samenleving? Waar zit de energie om er mee aan de slag te gaan? Welke rol kan de overheid daarbij vervullen? Daar gaat het om.

Dat vraagt om een Rijksoverheid die midden in de maatschappij staat, de wereld van buiten naar binnen haalt, de uitvoering en het toezicht betrekt, en - waar aan de orde - gezamenlijk optreedt. Departementen zijn drukdoende de organisatie aan te laten sluiten op dat wat vandaag de dag van de overheid wordt verwacht. BZK helpt met voorbeelden, inzicht en kennisdeling om rijksbreed van elkaar te leren.

Het Rijk kan zijn rol alleen goed vervullen met een ordentelijke bedrijfsvoering, die het primaire proces zo goed mogelijk ondersteunt. De basis op orde, het fundament stevig en tegelijkertijd flexibel en wendbaar in kunnen spelen op nieuwe of gewijzigde opgaven voor de Rijksoverheid.

De infrastructuur voor een rijksbrede bedrijfsvoering staat. De uitdaging zit in het nog meer optimaal krijgen van de verbinding tussen beleid en bedrijfsvoering. Daarnaast blijven we altijd leren. Ook in 2020 zullen daarom twee evaluaties afgerond worden. De evaluatie van het Huis voor Klokkenluiders wordt vervroegd extern uitgevoerd en de tweede wetsevaluatie Wet normering Topinkomens wordt afgerond.

In onderhandeling met de vakbonden maken we afspraken over een nieuwe cao Rijk die per 1 juli 2020 ingaat. We zetten in op arbeidsvoorwaarden die bijdragen aan aantrekkelijk werkgeverschap en duurzame en flexibele inzet van personeel. Die flexibele inzet van personeel werkt ook door in de uitvoering van het Strategisch Personeelsbeleid 2025. Opgavegericht werken vereist flexibiliteit om tijdelijke multidisciplinaire teams samen te stellen die maatschappelijk meerwaarde leveren. Vanuit het personeelsbeleid dragen onder meer de ontwikkeling van strategische personeelsplanning en een transparante interne arbeidsmarkt hieraan bij. Dit biedt kansen om alle aanwezige talenten binnen de Rijksdienst optimaal te benutten, waarbij we een inclusieve organisatiecultuur nastreven. We investeren in management development, periodiek medewerkersonderzoek en gesprekken over inclusie op de werkvloer. Om schaarse expertise binnen te halen (nodig voor de taken waar de Rijksoverheid voor staat!) spitsen we ons in arbeidsmarktcommunicatie toe op specifieke groepen en wordt binnen het Rijk nauw samen gewerkt. Markt en overheid werken samen aan de realisatie van banen voor arbeidsbeperkten - samen naar de 125.000 banen! We willen met het initiatief ‘Maatwerk voor Mensen’ afspraken maken tussen overheidswerkgevers en leveranciers over banen voor arbeidsbeperkten.

Opgavegericht werken verandert het werk van de ambtenaar. Het gaat niet meer alleen om het traditionele ‘ambtelijke handwerk’. Beleid wordt steeds meer in en met de praktijk gemaakt. We halen buiten naar binnen, waarbij soms maatwerk niet kan worden uitgesloten. Ook daarom blijft veilig en integer werken een belangrijke doelstelling. Agressief gedrag wordt niet geaccepteerd. We werken aan een infrastructuur die integer gedrag van rijksambtenaren ondersteunt.

ICT binnen de Rijksdienst

Het ministerie van BZK bevordert dat informatisering en ICT in het Rijk en ZBO’s (zelfstandig bestuursorganen) optimaal wordt vormgegeven door kaders te stellen en daarop toe te zien. Om informatiebeveiliging en ICT bij het Rijk te versterken zijn we gestart met de uitvoering van een breed pakket aan maatregelen. Die maatregelen moeten ertoe leiden dat informatie en data betrouwbaar zijn, dat onze ICT robuust is en dat kennis en kunde op I-gebied wordt versterkt binnen de Rijksdienst.

De doelstelling voor 2020 is om een robuuste informatiebeveiliging te realiseren bij het Rijk. We zetten in op het verhogen van de feitelijke veiligheid bij het Rijk, onder andere via benchmarks, een Nationaal Detectie Netwerk en door het inrichten van een Rijksbrede faciliteit voor het geautomatiseerd scannen op kwetsbaarheden. Daarnaast monitoren we de implementatie van de BIO (Baseline Informatiebeveiliging Overheid) binnen het Rijk.

Het doel is de transparantie rondom ICT binnen het Rijk te verhogen. Dat doen we door de informatiewaarde van het Rijks ICT-dashboard te verbeteren (o.a. door toevoegen van meer actuele informatie) en informatie toe te voegen over ICT-beheeraspecten.

Om onder andere bovenstaande doelstellingen te bereiken versterken we de sturing op het ICT-domein Rijksbreed versterkt. In dit verband werken we in 2020 aan de implementatie van een vernieuwd sturingsmodel voor het CIO-stelsel, met meer integrale aandacht voor informatiebeveiliging en een betere borging van ICT-expertise aan de voorkant van het beleidsproces. Dit uit zich in een versterking van de bestaande rollen van departementale CIO’s, CISO’s (Chief Information Security Officers) en de creatie van de nieuwe rol van Chief Information Security Officer Rijk (CISO Rijk). Met de implementatie van een kwaliteitskader voor I-plannen van departementen sturen we op meer samenhang in strategische keuzes en verantwoording over ICT binnen de Rijksdienst.

Het is belangrijk dat binnen de Rijksdienst goede keuzes worden gemaakt over het zelf ontwikkelen van ICT en het uit de markt halen van ICT-oplossingen. In dit verband werken we aan een Rijksbrede sourcingstrategie. In 2020 zal daarom ook gebenchmarkt worden hoe de prijs en kwaliteit van interne ICT-dienstverleners zich verhoudt tot externe marktleveranciers. Een specifiek aandachtspunt daarbij is gebruik van de ‘cloud’. Deze brede term omschrijft een bepaald model waarmee software en gegevens beschikbaar gesteld kunnen worden door interne en externe ICT-dienstverleners.

Samen met de bedrijfsvoering naar een samenwerkende Rijksdienst

De doorontwikkeling van de rijksbrede bedrijfsvoering vordert gestaag. Voor 2020 is een actieagenda door de Interdepartementale Commissie Bedrijfsvoering Rijksdienst (ICBR) opgesteld. Focus ligt op het nog beter werkend krijgen in kwalitatieve, aansturende en tariferende zin van onze Shared Service Organisaties. Per pand wordt gekeken naar de kwaliteit van dienstverlening en de mate van harmonisering/standaardisering. Mogelijkheden zoals data-analytics, effecten robotisering en wendbaarheid van de organisatie worden onderzocht en daar waar mogelijk ingezet. Deze actieagenda brengen we, beleid en uitvoering, gezamenlijk tot stand.

Voor dit kabinet is het verduurzamen van Nederland een speerpunt. De Rijksoverheid heeft daarbij een voorbeeldrol en is expliciet onderdeel in het Klimaatakkoord. De Rijksorganisatie wil bijdragen aan de duurzame transitie van Nederland door in de eigen bedrijfsvoering en inkoop duurzame oplossingen toe te passen en andere overheden te ondersteunen en stimuleren. We actualiseren de inkoopcriteria voor Maatschappelijk Verantwoord Inkopen en maken een visie en aanpak voor het circulair beheren van de Rijkskantoren. We gaan verder met het ontwikkelen van het Rijksinkoopstelstel en herijken het categoriemanagement.

Het werk van ambtenaren verandert continue en daarmee ook de fysieke werkplek. Daarvoor is een nieuwe visie op de werkomgeving van de toekomst nodig. We ontwikkelen beleid voor smart kantoren, maken rijksbreed vergaderen mogelijk en maken Rijkskantoren inclusief, gastvrij en veilig. Samen met de Gemeente Den Haag en de provincie Zuid-Holland werken we samen aan CO2 neutrale kantoren in Den Haag. In 2020 zal het Rijkshuisvestingsstelsel worden geëvalueerd.

Belangrijkste beleidsmatige mutaties

Belangrijkste beleidsmatige mutaties t.o.v. vorig jaar (ontvangsten, uitgaven en niet-belastingontvangsten)

Uitgaven

Tabel 2 Opbouw uitgaven (bedragen x € 1.000)

art. nr.

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Stand ontwerpbegroting 2019 (incl. NvW)

5.560.406

5.586.392

5.549.792

5.629.409

5.777.381

Mutatie 1e suppletoire begroting 2019

123.261

70.631

47.275

35.676

18.147

Belangrijkste mutaties

1) Afdracht NHG

3

29.769

0

0

0

0

0

2) Klimaatmiddelen VNG

4

150.000

0

0

0

0

0

3) Regionale Energie Strategieën

4

0

12.500

0

0

0

0

4) Regionale Energie Strategieën (Gemeentefonds)

4

‒ 34.640

0

0

0

0

0

5) Programma Reductie Energieverbruik (PRE)

4

12.600

47.400

0

0

0

0

6) Subsidieregeling PRE

4

6.300

23.700

0

0

0

0

7) Programma Aardgasvrije Wijken

4

‒ 34.817

68.600

21.000

0

0

0

8) Subsidieregeling Aardgasvrije Huurwoningen (SAH)

4

0

50.000

0

0

0

0

9) Subsidieregeling Energiebesparing Eigen Huis (SEEH+)

4

15.000

75.000

0

0

0

0

10) Innovatieprogramma CO2

4

0

25.000

25.000

25.000

25.000

25.000

11) Stimuleringsregeling Energieprestatie Huursector (STEP)

4

‒ 22.500

‒ 5.000

27.500

0

0

0

12) Omgevingswet

5

0

7.000

5.000

5.000

5.000

5.000

13) Bijdrage VNG t.b.v. beheer DSO

5

0

18.000

18.000

18.000

18.000

18.000

14) Individueel Keuzebudget (IKB)

11

0

9.306

0

0

0

0

15) Archiefachterstanden Doc-Direkt

11

0

3.323

3.323

3.323

3.323

2.867

16) Benzinestations en bodemwinning

12

34.651

9.409

3.276

3.276

3.276

3.276

Overige mutaties

‒ 394

14.563

13.620

8.369

6.454

5.942.521

Stand ontwerpbegroting 2020

5.839.636

6.015.824

5.713.786

5.728.053

5.856.581

5.996.664

Toelichting

1) Afdracht NHG

De Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW) betaalt jaarlijks een achtervangvergoeding voor de Nationale Hypotheek Garantie (NHG) aan het Rijk. De jaarlijkse vergoeding wordt gestort in de daarvoor bestemde risicovoorziening NHG. De afdracht over het boekjaar 2018 bedraagt afgerond € 29,8 mln.

2) Klimaatmiddelen VNG

Gemeenten krijgen extra taken om de energietransitie in de gebouwde omgeving vorm te geven. Daarom is in het Ontwerp Klimaatakkoord opgenomen dat het Rijk voor de periode 2019 t/m 2021 € 150 mln. ter beschikking stelt aan de VNG. Nadruk bij deze aanvullende middelen ligt op de ondersteuning van de decentrale overheden bij het realiseren van de Regionale Energie Strategieën (RES), de transitiesvisies warmte, de wijkaanpak en het informeren van bewoners.

3) Regionale Energie Strategieën

Aanvullend op de klimaatmiddelen voor de VNG stelt het Rijk € 20 mln. beschikbaar voor de ondersteuning van de RES in de 30 regio's. Voor 2020 wordt € 12,5 mln. overgeheveld naar de begroting van BZK. De middelen voor het expertisecentrum warmte worden overgeboekt naar de begroting van EZK (€ 7,5 mln.)

4) Regionale Energie Strategieën (gemeentefonds)

In het Interbestuurlijke programma (IBP) is afgesproken dat Regionale Energie Strategie (RES) in 2019 vorm moeten krijgen. Het opstellen van een RES vraagt het nodige van de decentrale overheden: expertise verwerven, overleg met stakeholders en organiseren van burgerparticipatie. Via het gemeentefonds wordt € 34,6 mln. ingezet voor de regio's die deze middelen doelgericht inzetten voor de definiëring van de RES.

5) Programma Reductie Energieverbruik (PRE)

In het kader van de Urgenda-aanpak stelt het kabinet budget beschikbaar aan gemeenten voor het PRE. Dit programma stimuleert laagdrempelige energiebesparingsmaatregelen bij huishoudens in de koopsector. Aan het gemeentefonds wordt hiervoor € 60 mln. beschikbaar gesteld te weten € 12,6 mln. in 2019 en € 47,4 mln. in 2020.

6) Subsidieregeling PRE

In het kader van de Urgenda-aanpak stelt het kabinet budget beschikbaar voor het PRE aan (private) partijen. Dit programma draagt daar aan bij door het stimuleren van de uitvoering van (een aantal) laagdrempelige energiebesparingsmaatregelen bij huishoudens in de koopsector. Er is in totaal € 30 mln. beschikbaar in de periode 2019-2020.

7) Programma Aardgasvrije Wijken (PAW)

Voor 2019 ontvangt een aantal gemeenten via het gemeentefonds een bijdrage voor de geselecteerde proeftuinen voor het aardgasvrij maken van bestaande wijken. De middelen voor 2020 en 2021 zijn bedoeld voor de voortzetting van het Programma Aardgasvrije Wijken om te leren op welke manier de wijkgerichte aanpak kan worden ingericht en opgeschaald. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van grootschalige proeftuinen (100 wijken aanpak) en een bijbehorend Kennis- en Leerprogramma (KLP).

8) Subsidieregeling Aardgasvrije Huurwoningen (SAH)

In het Klimaatakkoord is afgesproken zo snel mogelijk bestaande woningen te verduurzamen via de Startmotor huursector. De bedoeling van deze Startmotor is om in korte tijd voldoende ervaring en schaalgrootte te realiseren bij het aardgasvrij maken van wijken, zodat een programmatische wijkaanpak mogelijk wordt.

9) Subsidieregeling Energiebesparing Eigen Huis (SEEH+)

In het kader van de Urgenda-aanpak stelt het kabinet de SEEH opnieuw open voor eigenaar-bewoners. Er is voor eigenaar-bewoners € 84 mln. aan subsidie beschikbaar, dat is ongeveer twee keer zoveel als in 2016. In 2019 is hiervoor € 13 mln. beschikbaar en in 2020 € 71 mln. De rest van het budget (€ 6 mln.) is beschikbaar voor uitvoeringskosten.

10) Innovatieprogramma CO2

Het innovatieprogramma CO2-neutrale gebouwde omgeving vernieuwt, intensiveert en versterkt het topsectorenbeleid, in het bijzonder beleid in het kader van het Topconsortia Kennis en Innovatie Urban Energy (TKIUE) en de kennisopbouw en uitwisseling rondom maatschappelijke vastgoed. Het gaat hierbij om: ontwikkelen van commercieel toepasbare oplossingen voor een aardgasvrije gebouwde omgeving, Meerjarig Missiegedreven Innovatieprogramma’s (MMIP’s) en de oprichting van een Kennis- innovatieplatform Energietransitie Maatschappelijk Vastgoed.

11) Stimuleringsregeling Energieprestatie Huursector (STEP)

Het beschikbare budget voor de Stimuleringsregeling energieprestatie huursector (STEP) wordt met deze kasschuif in lijn gebracht met de uitbetalingsprognose van RVO.nl.

12) Omgevingswet

Voor de periode 2020-2025 wordt er in totaal € 22 mln. toegevoegd aan de begroting van BZK voor de investeringsbijdrage van het rijk voor de uitbouw van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO, fase-2).

13) Bijdrage VNG t.b.v. beheer DSO

Met deze overboeking wordt de bijdrage van de VNG aan het beheer van het DSO structureel overgeheveld naar de begroting van BZK, zoals afgesproken in de beheersovereenkomst.

14) Individueel Keuzebudget (IKB)

Voor de eenmalige kosten van de invoering van het IKB zijn er middelen toegevoegd aan de begroting van BZK.

15) Archiefachterstanden Doc-Direkt

Dit betreft de bijdrage van AZ, DEF, IenW, JenV, OCW, SZW en VWS voor het wegwerken van de archiefachterstanden van voor het jaar 2005 in de jaren 2020 t/m 2024. De uitvoering is belegd bij Doc-Direkt en het Nationaal Archief.

16) Benzinestations en bodemwinning

Het betreft een actualisatie van de af te dragen vennootschapsbelasting over de generale ontvangsten voor de veiling van locaties voor benzinestations langs Rijkswegen en bodemwinning.

Ontvangsten

Tabel 3 Opbouw ontvangsten (bedragen x € 1.000)

art. nr.

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Stand ontwerpbegroting 2019 (incl. NvW)

679.437

696.268

657.766

640.474

634.474

Mutatie 1e suppletoire begroting 2019

30.808

‒ 41.819

‒ 10.219

3.805

3.005

Belangrijkste mutaties

1) Afdracht NHG

3

29.769

0

0

0

0

0

2) Bufferzonegronden

5

5.000

0

0

0

0

0

3) Diverse afrekeningen 2018

5

3.898

0

0

0

0

0

Overige mutaties

3.996

0

0

0

0

598.481

Stand ontwerpbegroting 2020

752.908

654.449

647.547

644.279

637.479

598.481

Toelichting

1) Afdracht NHG

De Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW) betaalt jaarlijks een achtervangvergoeding voor de Nationale Hypotheek Garantie (NHG) aan het Rijk. De jaarlijkse vergoeding wordt gestort in de daarvoor bestemde risicovoorziening NHG. De afdracht over het boekjaar 2018 bedraagt afgerond € 29,8 mln.

2) Bufferzonegronden

De laatste ontvangsten op de verkoop van de bufferzonegronden van het voormalige Bureau Beheer Landbouwgronden vallen hoger uit dan geraamd. Bij overdracht vanuit het voormalige Ministerie van Infrastructuur en Milieu is de afspraak gemaakt dat de helft van de ontvangsten terugvloeit naar de begroting van het Ministerie van IenW.

3) Diverse afrekeningen 2018

Dit betreft de ontvangsten van de afrekeningen in 2018 met de organisaties KOOP, Geonovum, Kadaster en Rijkswaterstaat.

Overzicht niet-juridisch verplichte uitgaven

Tabel 4 Overzicht niet-juridisch verplichte uitgaven en bestemming (bedragen x € 1.000)

Art. nr.

Naam artikel (€ totale uitgaven artikel)

Juridisch verplichte uitgaven

Niet-juridisch verplichte uitgaven

Bestemming van de niet-juridisch verplichte uitgaven

1

Openbaar bestuur en democratie (€ 59.387)

€ 48.569 (82%)

€ 10.818 (18%)

Verbinding inwoner en overheid (€ 3.809)

Bestuur en regio (€ 2.775)

Toerusting en ondersteuning Polltieke Ambtsdragers (€ 2.477)

Weerbaar bestuur (€ 1.105)

Overig (€ 652)

Totaal aan niet verplichte uitgaven

€ 102.861

Meerjarenplanning beleidsdoorlichtingen

Tabel 5 Meerjarenplanning beleidsdoorlichtingen

Artikel

Naam artikel

(realisatie)

(planning)

Geheel artikel-onderdeel?

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

1

Openbaar bestuur en democratie

1.1

Bestuur en regio

Ja

1.2

Democratie

Nee

2

Nationale veiligheid

N.v.t.

3

Woningmarkt

3.1

Woningmarkt

Ja

4

Energietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteit

4.1

Energietransitie en duurzaamheid

Ja

4.2

Bouwregelgeving en bouwkwaliteit

Ja

5

Ruimtelijke ordening en omgevingswet

5.1

Ruimtelijke ordening

Ja

5.2

Omgevingswet

Ja

6

Overheidsdienstverlening en informatiesamenleving

6.2

Overheidsdienstverlening, informatiebeleid en informatiesamenleving

Ja

6.5

Identiteitsstelsel

Ja

6.6

Investeringspost digitale overheid

Ja

7

Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid

7.1

Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid

Ja

7.2

Pensioenen en uitkeringen

Nee

9

Uitvoering Rijksvastgoedbeleid

9.1

Doelmatige Rijkshuisvesting

Nee

9.2

Beheer materiële activa

Nee

Toelichting

1.2 Democratie

De Kiesraad en de (subsidie) Politieke partijen worden niet door het ministerie geëvalueerd vanwege hun onafhankelijke positie.

2. Nationale veiligheid

Met ingang van 1 mei 2018 is de nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (WiV 2017) van kracht geworden. Een beleidsdoorlichting is voor begrotingsartikel 2 (Rijksbegroting, hoofdstuk VII) op grond van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (WiV 2017) niet mogelijk. In dit kader wordt ook verwezen naar de artikelen 12, lid 3 en artikel 23 van de WiV 2017.

3.1 Woningmarkt

In dit artikel zitten ook de uitgaven voor onderzoek en kennisoverdracht besloten die niet specifiek gericht zijn op een bepaald beleidsdossier maar die ook betrekking hebben op zowel beleidsartikel 3 als 4.

4.1 Energietransitie en duurzaamheid

De beleidsdoorlichting van het onderdeel Energietransitie gebouwde omgeving is gepland in 2021 en zal onder meer betrekking hebben op de realisatie van de doelen voor 2020 van het Energieakkoord. In deze beleidsdoorlichting worden de evaluaties van de Stimuleringsregeling energieprestatie huursector (STEP), het Nationaal Energiebespaarfonds (NEF), de Subsidieregeling energiebesparing eigen huis (SEEH) en het Revolverend fonds energiebesparing verhuurders (met betrekking tot de leningen en de uitvoeringskosten) meegenomen.

4.2 Bouwregelgeving en bouwkwaliteit

De beleidsdoorlichting van het onderdeel Bouwkwaliteit is gepland in 2021. Hierin zal onder meer gekeken worden naar het proces van de incorporatie van de bouwregelgeving in de Omgevingswet, waarvan inwerkingtreding is voorzien voor 2021. De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen is in mei 2019 door de Eerste Kamer goedgekeurd en zal drie jaar na inwerkingtreding geëvalueerd worden. Deze evaluatie kan niet worden meegenomen in de voorziene beleidsdoorlichting voor Bouwkwaliteit in 2021 en zal in 2022 worden geëvalueerd.

5. Ruimtelijke ordening en omgevingswet

Het plan van aanpak voor de in 2020 op te leveren beleidsdoorlichting is conform de motie Harbers (Kamerstukken II, 2013/14, 34000, nr. 36) in 2019 naar de Tweede Kamer gestuurd.

6.2 Overheidsdienstverlening, informatiebeleid en informatiesamenleving

Het plan van aanpak voor de in 2020 op te leveren beleidsdoorlichting is conform de motie Harbers (Kamerstukken II, 2013/14, 34000, nr. 36) in september 2019 naar de Tweede Kamer gestuurd.

6.5 Identiteitsstelsel

De vorig jaar aangekondigde beleidsdoorlichting zal in 2019 naar de Tweede Kamer worden verzonden.

6.6 Investeringspost digitale overheid

Artikel 6.6 betreft de Investeringspost voor doorontwikkeling en innovatie van de digitale overheid. De besluitvorming over besteding van deze middelen is onderdeel van de governance voor de digitale overheid. Het Instellingsbesluit sturing digitale overheid, waaronder de bepaling van de gezamenlijke middelen, wordt na één jaar geëvalueerd. De uitkomsten van deze evaluatie worden meegenomen in de evaluatie in 2020 over de besteding van de middelen. Deze resultaten zijn input voor de beleidsdoorlichting van artikelonderdeel 6.6 op basis waarvan zal worden besloten over continuering van de Investeringspost als apart artikelonderdeel.

7.1 Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid

Vanaf 2019 bestaat artikel 7 uit een aantal onderdelen die in vorige begrotingen nog separaat zijn gepresenteerd. Voor 2018 is het onderdeel Overheid als werkgever geëvalueerd. Terwijl voor 2019 het aspect Kwaliteit Rijksdienst wordt doorgelicht. Hierbij worden de subsidies Fysieke Werkomgeving Rijk en het A&O-fonds betrokken. Verder zal ingegaan worden op de budgetten op deze begroting voor de aspecten Bedrijfsvoering Rijk en Arbeidsmarkt Communicatie. Het Bureau ICT Toetsing (BIT) dat vanaf 2016 operationeel is, zou in 2020 worden doorgelicht. Deze doorlichting is versneld naar 2019 zodat de resultaten uit deze doorlichting kunnen worden meegewogen in de besluitvorming over de toekomstige inrichting van toezicht, toetsing en verantwoording binnen het I-domein van het Rijk. Een volgende doorlichting zal een integraal beeld geven van dit nieuwe artikel.

7.2 Pensioenen en uitkeringen

Vanwege de uitvoerende aard geldt voor beleidsartikel 7.2 dat pensioenen en uitkeringen zich niet laten toetsen op doeltreffendheid en ten dele op doelmatigheid.

9. Uitvoering Rijksvastgoedbeleid

De instrumenten op dit artikel hebben betrekking op de ondersteuning voor Rijkshuisvesting en het onroerend goed van en voor het Rijk. Voor de moederbijdrage geldt dat dit geen beleidsmatige doelstellingen kent en zich daarom niet leent voor een doorlichting in de zin van doelmatigheid en doeltreffendheid. Verder geldt dat voor artikelonderdelen 9.1 en 9.2 nu verscheidene evaluaties staan gepland t/m 2020 welke dienen als basis voor de doorlichtingen in 2021.

Voor het meest recente overzicht van de realisatie van beleidsdoorlichtingen, klik op deze link: Status beleidsdoorlichtingen. Voor een verdere onderbouwing van de meerjarenprogrammering, zie in bovengenoemde overzicht «Evaluatie- en overig onderzoek».

Overzicht van risicoregelingen

Overzicht verstrekte garanties

Tabel 6 Overzicht verstrekte garanties (bedragen x € 1.000)

Artikel

Omschrijving

Uitstaande garanties 2018

Geraamd te verlenen 2019

Geraamd te vervallen 2019

Uitstaande garanties 2019

Geraamd te verlenen 2020

Geraamd te vervallen 2020

Uitstaande garanties 2020

Totaal plafond

7 Werkgevers- en bedrijfsvoerings-beleid1

Rijkshypotheek- garanties

23

0

6

17

0

6

11

170

Totaal

23

0

6

17

0

6

11

170

X Noot
1

In 2018 viel deze garantie onder artikel 8 van dit begrotingshoofdstuk.

Toelichting

Rijkshypotheekgaranties

Het betreft de aflopende regeling Rijkshypotheekgaranties. Bij beschikking van 23 augustus 1974, nr. AB74/U1271, van de Minister van Binnenlandse Zaken, is de mogelijkheid gecreëerd om onder bepaalde voorwaarden een hypotheekgarantie te verlenen voor tijdige betaling van rente en aflossing op een hypothecaire geldlening, die in verband met de aankoop van een woning is afgesloten. Er zijn nog 2 garanties geldig. De laatste garantie vervalt in 2024. Het theoretische risico bedraagt € 11.000. Voor deze garantie is geen begrotingsreserve aanwezig en wordt geen premie afgedragen als vergoeding voor de afgegeven garantie.

Overzicht achterborgstellingen

Achterborgstelling Sociale Woningbouw (WSW)

Tabel 7 Achterborgstelling Sociale Woningbouw (WSW) (bedragen x € 1 mln.)

Omschrijving

20181

2019

2020

Achterborgstelling

79.800

82.600

84.800

Bufferkapitaal

535

522

508

Obligo

3.000

3.100

3.200

Stand Risicovoorziening

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

X Noot
1

Bron: WSW Jaarverslag 2018, pagina 3.

Toelichting

Het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) staat borg voor de leningen die deelnemende woningcorporaties aantrekken voor de bouw van sociale huurwoningen en andere DAEB-activiteiten (Diensten van Algemeen Economisch Belang) zoals renovatie. Het WSW zorgt er op die manier voor dat deelnemende woningcorporaties toegang hebben tot de kapitaalmarkt tegen zo optimaal mogelijke financieringskosten. De borgstelling is ingebed in een zekerheidsstructuur waarbij verliezen opgevangen worden door de sector zelf (sanering, obligo of eigen risicovermogen van het WSW). Indien deze zekerheden niet toereikend zijn, dan kan het WSW aanspraak doen op het Rijk en de gemeenten – als achterborg – voor renteloze leningen (ieder voor 50%). Deze situatie heeft zich nog nooit voorgedaan en wordt op basis van de huidige prognose ook niet verwacht.

Het WSW stuurt op een zekerheidsniveau van 99%. Dit betekent dat het WSW in een bepaald jaar met 99% zekerheid geen beroep hoeft te doen op de achtervang. Uit de prognoses volgt dat de achterborgstelling (bedrag aan gegarandeerde leningen) komende jaren iets toeneemt. Als gevolg daarvan neemt ook het obligo licht toe. Daarmee is sprake van een kentering van de trend van de afgelopen jaren waarin de achterborgstelling en het obligo een dalende lijn lieten zien. Voor het bufferkapitaal (eigen vermogen plus voorzieningen)4 wordt in 2020 net als in 2019 een daling voorzien.5 Dit heeft te maken met de uitgaven die WSW voorziet op basis van de betaalverplichtingen voor de dienst der lening van woningcorporaties SHH en WSG.

De cijfers voor 2019 en verder in de tabel betreffen voorlopige cijfers die (nog) geen onderdeel uitmaken van de jaarrekeningverantwoording van het WSW.

Achterborgstelling Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW)

Tabel 8 Achterborgstelling Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW) (bedragen x € 1.000.000)1

Omschrijving

2018

2019

2020 2

Gegarandeerd vermogen

205.500

206.500

212.000

Risicodragend gegarandeerd vermogen

5.431

Geen prognose beschikbaar

Geen prognose beschikbaar

Bufferkapitaal (Fondsvermogen)

1.265

1.396

1.525

Obligo

n.v.t

n.v.t.

n.v.t.

Stand risicovoorziening

167,3

193,0

219,7

X Noot
1

X Noot
2

Prognose

Toelichting

Het Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW) staat borg voor hypothecaire leningen afgesloten met een Nationale Hypotheekgarantie (NHG). Het Rijk is de achtervanger bij het WEW. Dit betekent dat het Rijk zich verplicht heeft gesteld om zodra het fondsvermogen van het WEW onder de grens van 1,5 keer het vijfjaars gemiddelde van het verliesniveau valt, een achtergestelde renteloze lening te verschaffen. Voor gevallen tot 2011 is het Rijk samen met de gemeenten voor 50% achtervanger, vanaf 1 januari 2011 is alleen het Rijk achtervanger. Een geldnemer betaalt voor een hypothecaire lening met NHG een eenmalige premie van 0,9% aan het WEW, waarvan het WEW 0,15% afdraagt aan het Rijk als vergoeding voor diens rol als achtervanger. Deze achtervang vergoeding wordt gestort in de in de tabel genoemde risicovoorziening waaruit een eventuele aanspraak op de achtervang allereerst zal worden opgevangen.

Het gegarandeerd vermogen is het bedrag aan hypotheken waarop een NHG-garantie is afgegeven verminderd met het bedrag aan garanties dat is vervallen door volledige aflossing, oversluiting of gedwongen verkopen verminderd met de annuïtaire daling van de garantie. Het door WEW gegarandeerde vermogen groeit de komende jaren naar verwachting.

Deze toename komt door de stijgende prijzen op de koopmarkt en de daardoor teruglopende omvang en hoogte van de verliesdeclaraties. Het gegarandeerd vermogen is geen weergave van het risico dat het WEW en de overheid (als achtervanger van het fonds) lopen. Tegenover de hypothecaire leningen staat de actuele waarde van de desbetreffende woningen.

Ook heeft de borgstelling enkel betrekking op een eventuele restschuld bij gedwongen verkoop. Het risicodragend gegarandeerd vermogen is het vermogen gecorrigeerd voor deze factoren en is daarmee een inschatting van de maximale schadelast voor het WEW als alle lopende hypotheekgaranties uitmonden in een gedwongen verkoop. Eind 2018 bedroeg het risicodragend gegarandeerd vermogen € 5,4 mld.

Het bufferkapitaal van het WEW neemt de komende jaren naar verwachting toe en verbetert zo de solvabiliteit van het fonds. Hierdoor ontstaat een buffer voor toekomstige aanspraken op het waarborgfonds.

3 BELEIDSARTIKELEN

Artikel 1. Openbaar bestuur en democratie

A. Algemene doelstelling

Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) werkt aan een slagvaardig en betrouwbaar openbaar bestuur waarop inwoners kunnen vertrouwen. Een openbaar bestuur dat samen met de samenleving in staat is de maatschappelijke opgaven op te lossen. Veranderingen in onze maatschappij beïnvloeden hoe ons bestuur en onze democratie werkt. Om waarden als legitieme besluitvorming, slagkrachtig openbaar bestuur en transparantie daarbij te behouden en democratische waarden en vrijheden te borgen en versterken, is continue aandacht nodig voor de werking en inrichting van democratie en bestuur.

B. Rol en verantwoordelijkheid

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) heeft de zorg voor het goed functioneren van het openbaar bestuur van ons land.

Burgers verlangen in toenemende mate maatwerk van de overheid. Dat vraagt om een overheid die in kan spelen op hun individuele behoeften en om kan gaan met uiteenlopende maatschappelijke opgaven op verschillende schaalniveaus. Daarnaast zijn er grote maatschappelijke opgaven die we als overheden alleen samen met de samenleving kunnen oplossen. Om hier goed op in te kunnen spelen organiseren we de overheid zo dicht mogelijk bij de burger en met betrokkenheid van de burger.

Met het oog op de doelen binnen dit beleidsartikel is een gezamenlijk inzet van gemeenten, provincies, waterschappen en het Rijk nodig. Niet alleen om zo effectief en efficiënt mogelijk te werken, maar met voortdurende aandacht voor de legitimatie van het overheidshandelen. De belangrijkste pijler daarin is de democratische legitimatie, maar vloeit die legitimatie ook voort uit het dagelijks contact tussen overheid en burger.

De slagvaardigheid en legitimatie van het openbaar bestuur vraagt om een zo helder mogelijke taakverdeling tussen de overheden, financiering die daarbij aansluit, draagkracht in de uitvoering, onderlinge afstemming en samenwerking, betrokkenheid van burgers, ruimte voor maatwerk en zorg voor en toerusting van de mensen werkzaam in het openbaar bestuur.

De basis hiervoor ligt in de Grondwet, de Gemeente- en Provinciewet, de Financiële-verhoudingswet, de Wet gemeenschappelijke regelingen, de Kieswet, de Wet financiering politieke partijen en de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek.

De Minister van BZK heeft hierin een stimulerende, financierende, regisserende en uitvoerende rol.

Stimuleren

Om de slagvaardigheid van het openbaar bestuur te versterken stimuleert de Minister van BZK de samenwerking tussen overheden en het werken als één overheid, onder meer via het interbestuurlijk programma (IBP) en de regiodeals. De Minister bevordert innovatieve werkwijzen via Agenda stad en de citydeals.

Ter versterking van het democratisch bestel werkt de Minister van BZK aan een sterkere verbinding van inwoner en overheid, aan betere toerusting en ondersteuning van politieke ambtsdragers en aan een weerbaarder bestuur. De Minister stimuleert en faciliteert betrokken partijen en draagt zorg voor kennisontwikkeling en –verspreiding. Concrete voorbeelden zijn het samenwerkingsprogramma Democratie in Actie en Netwerk Weerbaar bestuur.

Financieren

Op basis van de Financiële-verhoudingswet is de Minister van BZK - samen met de Staatssecretaris van Financiën (de fondsbeheerders) - verantwoordelijk voor het beheer van het gemeente- en provinciefonds. De middelen voor beide fondsen kennen een eigen begroting (gemeentefonds en provinciefonds) maar het beheer kan niet los gezien worden van de rest van het stelsel. Op basis van de Gemeente- en Provinciewet is de Minister van BZK verantwoordelijk voor het stelsel van decentrale belastingen.

Tevens financiert de Minister van BZK de rechtspositionele regelingen van (voormalige) politieke ambtsdragers.

Regisseren

Op basis van de Financiële-verhoudingswet (artikel 2) coördineert de Minister van BZK de inzet van het Rijk ter bekostiging van het takenpakket van gemeenten en provincies. Op basis van de Gemeente- en Provinciewet is de Minister van BZK daarnaast verantwoordelijk voor de interbestuurlijke verhoudingen en het Rijksbeleid dat de medeoverheden raakt. De minister coördineert hierbij het overleg tussen het Rijk en de medeoverheden. Door de Wet gemeenschappelijke regelingen waarvoor de Minister van BZK verantwoordelijk is, kunnen gemeenten, provincies en waterschappen samenwerken in publiekrechtelijke constructies.

Betrouwbare en transparante verkiezingen zijn essentieel voor het vertrouwen in de democratie. De Minister van BZK is verantwoordelijk voor de Kieswet, die de verkiezingen voor de leden van de Eerste Kamer en Tweede Kamer der Staten-Generaal, het Europees Parlement, Provinciale Staten, algemene besturen van waterschappen, eilandsraden en gemeenteraden regelt.

Om de leefbaarheid te vergroten in ondermijningsgevoelige gebieden kan de Minister van BZK op basis van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek op verzoek van de gemeenteraad wooncomplexen of straten aanwijzen waarin aan woningzoekende huurders eisen kunnen worden gesteld of voorrang wordt verleend. Op basis van de Wet aanpak woonoverlast (artikel 151d Gemeentewet) is de Minister van BZK stelselverantwoordelijk om hiermee gemeenten de mogelijkheid te bieden ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden tegen te gaan door middel van het opleggen van een gedragsaanwijzing.

Uitvoeren

Politieke partijen vervullen een cruciale rol in de democratie. De Minister van BZK voert de Wet financiering politieke partijen uit en financiert deze ook.

De Minister van BZK geeft uitvoering aan het Nederlandse decoratiestelsel en aan de ontslag- en benoemingsprocedures van burgemeesters, Commissarissen van de Koning en leden van de Hoge Colleges van Staat.

Om het stelsel van het openbaar bestuur te ondersteunen voert de Minister onderzoek uit en ontwikkelt zij kennisproducten, zoals de Staat van het Bestuur en de website www.waarstaatjegemeente.nl.

C. Beleidswijzigingen

Scholieren naar parlement

Het kabinet-Rutte III heeft in het Regeerakkoord opgenomen dat alle kinderen tijdens hun schooltijd het parlement bezoeken. Een bezoek aan het parlement draagt bij aan het overbrengen het belang en de werking van de democratie en versterkt de burgerschapsvaardigheden en –kennis van leerlingen. Het draagt daarmee bij aan het bevorderen van democratisch burgerschap wat van belang is voor de bewustwording en kennis over en van de werking van de democratie en diens belangrijkste instituties en daarmee aan een sterke en levendige democratie. Democratische vorming is ook een belangrijk onderdeel van het burgerschapsonderwijs. Voor de uitvoering van deze maatregel vindt een geleidelijke verhoging van de subsidie aan ProDemos plaats, zodat meer scholieren mee kunnen doen.

Herijking gemeentefonds

De fondsbeheerders – de Minister van BZK en de Staatssecretaris van Financiën – hebben de Tweede Kamer geïnformeerd over de voornemens van het kabinet ten aanzien van de financiële verhoudingen (Kamerstukken II 2017/18, 34775-B, nr. 18). Het onderzoek omvat nagenoeg het hele gemeentefonds en is opgesplitst in twee delen: de verdeelmodellen sociaal domein en het ‘klassieke’ gemeentefonds (de overige onderdelen). De onderdelen kennen een identiek tijdpad, maar zullen parallel worden onderzocht. Het gaat bijvoorbeeld over de manier waarop in de verdeling van het gemeentefonds rekening wordt gehouden met de eigen inkomsten van gemeenten, de mogelijkheden tot vereenvoudiging van de verdeling en over de indeling van het gemeentefonds naar beleidsterreinen (clusterindeling). Invoering van de nieuwe verdeling is voorzien in 2021. Uiterlijk voorjaar 2020 zal de Tweede Kamer worden geïnformeerd over de voorgestelde aanpassingen in de verdeling. In 2019 en in 2020 wordt er verder gesproken met provincies over de financiële verhoudingen. Daarnaast komen de fondsbeheerders in 2020 met voorstellen om het belastinggebied van gemeenten te hervormen.

Herziening uitkeringsstelsel

De versterking van interbestuurlijke samenwerking vraagt tevens aanpassingen in de financiële verhoudingen. Om als één overheid te functioneren dient het uitkeringsstelsel aangepast te worden. Het huidige stelsel is nog te veel ingericht vanuit de gedachte «je gaat erover of niet». Hiervoor is een wetswijziging noodzakelijk. Deze noodzaak blijkt onder meer uit de kritiek van de Algemene Rekenkamer op de wijze waarop decentralisatie-uitkeringen worden ingezet bij situaties, waarin we als één overheid gezamenlijke afspraken willen maken over gezamenlijke doelen. De fondsbeheerders werken aan een aanpassing van de Financiële-verhoudingswet die erop is gericht om een financieel instrumentarium te creëren dat deze samenwerking tussen Rijk en decentrale overheden faciliteert.

D Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 9 Budgettaire gevolgen van beleid, beleidsartikel 1 Openbaar bestuur en democratie (bedragen x € 1.000)

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Art.nr.

Verplichtingen

40.314

60.870

59.387

56.211

52.801

52.800

52.800

Uitgaven

37.196

60.870

59.387

56.211

52.801

52.800

52.800

Waarvan juridisch verplicht (percentage)

82%

1.1

Bestuur en regio

16.356

12.864

10.202

9.341

8.197

8.818

8.818

Subsidies

5.796

5.596

4.538

4.258

4.264

4.405

4.405

Bestuur en regio

0

2.182

1.124

844

850

991

991

Oorlogsgravenstichting (OGS)

4.308

3.414

3.414

3.414

3.414

3.414

3.414

Diverse subsidies

1.488

0

0

0

0

0

0

Opdrachten

1.799

3.292

3.969

4.591

3.641

4.121

4.121

Bestuur en regio

0

3.292

3.969

4.591

3.641

4.121

4.121

Communicatie, kennisdeling en onderzoek

1.799

0

0

0

0

0

0

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

8.661

3.941

1.660

457

257

257

257

Diverse bijdragen

8.661

3.941

1.660

457

257

257

257

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

100

35

35

35

35

35

35

Bijdragen internationaal

100

35

35

35

35

35

35

1.2

Democratie

20.840

48.006

49.185

46.870

44.604

43.982

43.982

Subsidies

16.125

30.920

32.152

29.889

28.725

28.583

28.083

Verbinding inwoner en overheid

0

3.337

2.507

2.507

1.507

1.507

1.507

Toerusting en ondersteuning politieke ambtsdragers

0

2.936

3.021

2.814

2.050

2.050

2.050

Weerbaar bestuur

0

1.089

974

877

976

834

268

Politieke partijen

16.125

17.934

18.211

15.553

15.553

15.553

15.553

ProDemos

0

5.346

7.326

7.926

8.526

8.526

8.526

Comité 4/5 mei

0

113

113

113

113

113

113

Stichting Thorbeckeleerstoel

0

165

0

99

0

0

66

Opdrachten

3.099

6.364

7.568

7.115

6.629

6.949

7.249

Verbinding inwoner en overheid

0

4.391

4.715

4.327

4.043

4.843

6.503

Toerusting en ondersteuning politieke ambtsdragers

0

608

1.098

923

673

673

673

Weerbaar bestuur

0

1.365

1.755

1.865

1.913

1.433

73

Raadgevend referendum

1.309

0

0

0

0

0

0

Verkiezingen

1.790

0

0

0

0

0

0

Inkomensoverdracht

0

7.782

7.781

7.782

7.782

7.782

7.782

Toerusting en ondersteuning politieke ambtsdragers

0

7.782

7.781

7.782

7.782

7.782

7.782

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

1.374

1.070

400

400

0

0

0

Diverse bijdragen

0

1.070

400

400

0

0

0

Raadgevend referendum

1.374

0

0

0

0

0

0

Bijdragen aan medeoverheden

242

0

0

0

0

0

0

Experiment centrale stemopneming

10

0

0

0

0

0

0

Verkiezingen

232

0

0

0

0

0

0

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

0

0

816

816

200

200

0

Gemeentefonds (H50)

0

0

616

616

0

0

0

Provinciefonds (H51)

0

0

200

200

200

200

0

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

0

243

68

68

68

68

68

Bijdragen internationaal

0

243

68

68

68

68

68

Bijdragen aan agentschappen

0

1.627

400

800

1.200

400

800

Dienst Publiek en Communicatie

0

1.627

400

800

1.200

400

800

Ontvangsten

25.025

21.965

21.965

21.965

21.965

21.965

21.965

Budgetflexibiliteit

Van het totale uitgavenbudget op artikel 1 is 82% juridisch verplicht en dit kent de volgende onderverdeling:

Subsidies

Het subsidiebudget is voor 89% juridisch verplicht. Het betreft onder andere subsidies aan de politieke partijen, de Oorlogsgravenstichting (OGS), ProDemos en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG).

Opdrachten

Het opdrachtenbudget is voor 46% juridisch verplicht. Het betreft hier onder andere middelen voor verkiezingen, kenniscentra en onderzoeken door derden.

Inkomensoverdracht

Het inkomensoverdrachtbudget is voor 95% juridisch verplicht. Het gaat onder andere om pensioenen en uitkeringen aan voormalige ministers en staatssecretarissen en uitkeringen aan voormalige burgemeesters.

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

Het budget voor bijdragen aan ZBO’s/RWT’s is voor 100% juridisch verplicht. Het Ministerie van BZK verstrekt bijdragen aan ICTU vanuit het programma Democratie in Actie om bewoners meer invloed te geven op besluitvorming en voor de uitvoering van het Actieplan Open Overheid 2018-2020.

Bijdragen aan agentschappen

Het budget voor bijdragen aan agentschappen is voor 100% juridisch verplicht. Het betreft een bijdrage aan Dienst Publiek en Communicatie van het Ministerie van Algemene Zaken voor de landelijk informerende verkiezingscampagnes. In 2020 wordt de campagne van de Tweede Kamer verkiezingen in 2021 voorbereid.

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

Het budget voor bijdragen aan (inter)nationale organisaties is voor 100% juridisch verplicht. Het Ministerie van BZK levert een jaarlijkse bijdrage ten behoeve van het Europe for Citizens Point (ECP) voor de uitvoering van het programma Europa voor de burger.

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

Het budget voor bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken is voor 100% juridisch verplicht. Het betreft een bijdrage aan de gemeente Den Haag voor de permanente registratie voor kiezers in het buitenland en een bijdrage aan de provincie Fryslân in het kader van de taakintensivering met betrekking tot de Wet gebruik Friese taal.

E. Toelichting op de instrumenten
1.1 Bestuur en regio

Subsidies

Bestuur en Regio

COELO

Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) ontvangt een subsidie voor het onderzoek naar een laagdrempelige informatievoorziening over economische en financiële aspecten van medeoverheden.

Bevolkingsdaling

BZK zet in 2020 in op kennisdeling en regionale integrale gebiedsontwikkeling in krimp- en anticipeerregio’s. Voor alle krimp- en anticipeerregio’s kent BZK een ondersteuningsaanbod dat bestaat uit beschikbare kennis en instrumentarium, die toe te passen zijn in de regionale maatwerkaanpak. Middelen uit het programma bevolkingsdaling worden ingezet voor kennisdeling en ondersteuning van regiodeals specifiek gericht op krimpproblematiek. Daarnaast kunnen krimp- en anticipeerregio’s aanspraak maken op middelen voor het ontwikkelen van een regionale agenda.

Ondersteuning Gemeenten

De middelen worden ingezet voor een subsidie aan de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) gericht op activiteiten van het Verbindend Landelijk Ondersteuningsteam (VLOT). Het VLOT ondersteunt gemeenten en haar partners op het gebied van bestuur, zorg en veiligheid en (verbindende) thema’s uit het Interbestuurlijk Programma (IBP).

Kenniscentrum Europa Decentraal

Het Kenniscentrum Europa Decentraal ontvangt een subsidie. Dit is een gezamenlijk initiatief van het Ministerie van BZK, het Interprovinciaal Overleg (IPO), de VNG en de Unie van Waterschappen, dat zich richt op toepassing en verspreiding van kennis en expertise over Europees recht bij de medeoverheden.

Oorlogsgravenstichting (OGS)

Namens de Nederlandse overheid onderhoudt de Oorlogsgravenstichting (OGS) wereldwijd ongeveer 50.000 graven van Nederlandse oorlogsslachtoffers. Deze graven liggen in meer dan vijftig landen, verspreid over vijf continenten. Het zwaartepunt ligt daarbij in Indonesië. Tevens verzorgt de OGS ruim 10.000 graven van militairen van de geallieerde strijdkrachten in Nederland. De OGS ontvangt een subsidie voor de uitvoering hiervan op basis van de Subsidieregeling Oorlogsgravenstichting 2019-2022.

Opdrachten

Bestuur en regio

Interbestuurlijk programma en sociaal domein

Op basis van de programmastart IBP werkt het Ministerie van BZK samen met andere departementen en medeoverheden aan urgente maatschappelijke opgaven. In 2020 doen we dit onder andere via een leer- en inspiratietraject waarin we lessen uit de verschillende opgaven uit het IBP trekken om zo tot innovatieve oplossingen te komen. Daarnaast zetten we in op het ondersteunen van de lokale en regionale praktijk en het brengen van lokale knelpunten en voorbeelden naar Den Haag. Ondersteuningsstructuren komen tot stand via subsidies en bijdragen.

BZK ondersteunt gemeenten bij het verbeteren van oplossingen voor personen die in een sociaal-maatschappelijke kwetsbare positie terecht zijn gekomen. Dit doen we onder andere middels innovatieve trajecten via het Programma Sociaal Domein en ondersteuning bij de implementatie van een persoonsgerichte aanpak voor kwetsbare personen en hun omgeving. Samen met gemeenten en de VNG zorgen we dat hulpverleners in de wijk beter en eerder hulp op maat kunnen bieden aan inwoners met complexe en urgente sociale problemen (multiproblematiek). In 2020 geven we daarnaast verdere ondersteuning om de inrichting van gegevensverwerking te verbeteren en werken we aan een wetsvoorstel om gemeenten beter in staat te stellen om gegevens te verwerken ten behoeve van een integrale aanpak bij multiproblematiek.

Met het oog op een nieuwe verdeling van het gemeentefonds met ingang van 2021 heeft de Minister van BZK ook in 2020 aandacht voor de verdeling van middelen voor het sociaal domein. Daarbij gaat het niet alleen om de middelen die samenhangen met de gedecentraliseerde taken op het gebied van Wmo, Jeugd en Participatie. Ook de verdeling van de middelen voor de taken die gemeenten al hadden in het sociaal domein wordt bezien. Een belangrijk onderdeel is het ontwerpen van een nieuwe verdeling voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang.

In het fysieke domein werken we samen met andere departementen en medeoverheden aan de vormgeving en inrichting van de Regionale Energiestrategieën (RES) en van diverse andere fysieke opgaven die in de regio’s gestalte krijgen, zoals klimaat, regionale economie en vitaal platteland. Als crossover (gemeenschappelijke deler) tussen de opgaven werken we aan de bestuurlijke innovatie die nodig is bij het anders werken. We werken samen met regio’s aan maatschappelijke opgaven en doen wat nodig is op randvoorwaarden (financiën, bestuurlijke verhoudingen, regionale samenwerken, bestuurskracht en ambtelijke innovatie).

Bevolkingsdaling

De Minister van BZK ondersteunt gemeenten en provincies bij het op peil houden van de leefbaarheid in krimpgebieden. Met de Kamerbrief ‘Tweede Voortgangsrapportage Actieplan Bevolkingsdaling’ (Kamerstukken II, 2018/19, 31757, nr. 97) is het programma Bevolkingsdaling met één jaar verlengd t/m 2020. In 2020 zal daarom een opdracht worden verstrekt voor de evaluatie van het programma. Daarnaast is de Minister van BZK in 2019 twee expertisetrajecten gestart op de thema’s wonen in krimpgebieden en energietransitie in dun(ner)bevolkte gebieden. Dit zijn twee urgente thema’s die in veel krimpgebieden bovenaan de agenda staan. Voor het vervolg van deze kennistrajecten in 2020 zullen opdrachten worden verstrekt om bijeenkomsten te organiseren en onderzoek te doen.

Agenda Stad

Het Ministerie van BZK biedt ook in 2020 ruimte voor maatwerk in de werkwijze en inrichting van het openbaar bestuur. Dit komt onder andere tot uiting in de verdere ontwikkeling en uitvoering van Agenda Stad. Dit richt zich op het (bevorderen van) groei, leefbaarheid en innovatie in Nederlandse steden door middel van City Deals. Agenda Stad ondersteunt de steden op verschillende manieren; via een team van dealmakers, een lerend netwerk met een Community of Practice, het organiseren van een grootstedelijk congres ‘de Dag van de Stad’, het bieden en ontwikkelen van een digitaal communicatie platform (www.agendastad.nl) en het coördineren van een interdepartementaal en een stedelijk kernteam. Naast de lopende City Deals start in 2020 een aantal nieuwe City Deals op het gebied van mobiliteit, diversiteit, stadsvernieuwing, cyber security en circulariteit. Deze bieden steden ruimte om te experimenteren en te vernieuwen.

Kennisopbouw en -uitwisseling

Kennis is onmisbaar voor een effectief, interbestuurlijk en democratisch gelegitimeerd samenspel tussen overheden. Hierbij staan de inhoudelijke opgaven voorop, is er sprake van gelijkwaardige partners en één overheid en worden er daadwerkelijk resultaten geboekt. De Minister van BZK wil overheden ondersteunen in de organisatie van hun samenwerking door actief bij te dragen aan de kennisopbouw en -uitwisseling in het openbaar bestuur en een feitelijke basis te creëren voor goede, interbestuurlijke afspraken. De Minister van BZK zet zich onder meer in voor het verkrijgen en vergroten van systematisch inzicht in wat wel en niet werkt bij (inter)bestuurlijk opgavegericht maatwerk. Er worden in 2020 opdrachten verstrekt voor verschillende monitoren, digitale kennisproducten, congressen, expertise- en leertrajecten, publicaties en onderzoeken op het terrein van het openbaar bestuur. Voorbeelden hiervan zijn de Staat van het bestuur, Monitor politieke ambtsdragers, Monitor Sociaal domein en Financiële data gemeenten.

Grensoverschrijdende samenwerking

De samenwerking met de buurlanden, die in 2018 een nieuwe impuls (Kamerstukken II, 2018/19, 32851, nr. 53) heeft gekregen, heeft in 2019 geresulteerd in nieuwe samenwerkingsagenda’s met als doel economische groei en sociale en fysieke leefbaarheid in de grensregio’s te versterken door kansen en initiatieven te ondersteunen en de juiste randvoorwaarden te creëren. Het Ministerie van BZK werkt in 2020 verder aan de uitvoering van deze samenwerkingsagenda’s. Er is daarbij bijzondere aandacht voor de uitvoering van afspraken die gemaakt zijn in het kader van de regio deals in de grensregio’s, uitwisseling van jongeren in de grensregio, de grenslandagenda met Noordrijn-Westfalen en de aanpak van grensknelpunten in het Nederlands-Vlaamse grensgebied.

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

Diverse bijdragen

In 2020 wordt, voor het laatste jaar binnen het huidige contract, de bijdrage aan ICTU voor de ondersteuning van opgaven van het Interbestuurlijk Programma (IBP) in en met de regio verstrekt. De bijdragen aan ICTU betreffen personele inzet en gebiedsgericht werken.

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

Bijdragen internationaal

Het Ministerie van BZK betaalt een jaarlijkse contributie aan het European Urban Knowledge Network (EUKN), een Europees kennisnetwerk van landelijke overheden die verantwoordelijk zijn voor stedelijke ontwikkeling en beleid. Nederland, vertegenwoordigd door BZK, is lid en beurtelings voorzitter en vice-voorzitter. Het EUKN houdt zich in 2020 bezig met onderzoek, voorlichting en het verzamelen en delen van expertise. Het EUKN maakt ook deel uit van het secretariaat van de Urban Agenda for the EU (UAEU) en zal werkzaamheden verrichten naar aanleiding van een onderzoek naar de beleidsimpact van de UAEU en de toekomst hiervan. Daarnaast zal EUKN in 2020 twee bijeenkomsten organiseren van de General Assembly.

 

1.2 Democratie

Subsidies

Verbinding inwoner en overheid

In het kader van het samenwerkingsprogramma Democratie in Actie ontvangt de VNG een subsidie. Democratie in Actie stimuleert en ondersteunt gemeenten én gemeentelijke spelers ten aanzien van responsief bestuur en democratische initiatieven, onder meer met ruimte voor bewonersinitiatief zoals Right to Challenge.

Het Landelijk Samenwerkingsverband Actieve bewoners (LSA) is voor BZK de gesprekspartner over bewonersinitiatieven, waaronder Right to Challenge, bewonersorganisatie en de verbinding tussen bewoners en overheid. LSA ontvangt in 2020 een subsidie voor het bevorderen van bewonersparticipatie in algemene zin. Ook de Landelijke Vereniging van Kleine Kernen (LVKK) ontvangt in 2020 subsidie. Deze subsidie is gericht op activiteiten met als oogmerk het versterken van de zelforganisatie en burgerbetrokkenheid in dorpskernen.

De Tweede Kamer is op 26 juni geïnformeerd over de voortgang in het versterken en vernieuwen van de lokale democratie (Kamerstukken II, 2018/19, 35000 VIII, nr. 100).

Om de betrokkenheid bij en kennis over democratie en bewustzijn over burgerschap te stimuleren, ontvangen diverse projecten en activiteiten een subsidie, waaronder het Democratiefestival en het Prinsjesfestival. Daarbij is de aandacht met name gericht op jongeren.

Ten behoeve van evidence based beleid worden meerjarige subsidies aan universiteiten verstrekt voor een onderzoek naar democratische kernwaarden bij jongeren, een verkenning van lokale politieke partijen in de context van (lokale) democratie en voor de ontwikkeling van een monitor waarmee systematisch actuele kennis wordt verzameld over politieke ambtsdragers op nationaal, provinciaal en gemeentelijk niveau en bij de waterschappen.

In de Bestjoersôfspraak Fryske taal en kultuer 2019-2023 (BFTK) (bijlage bij Kamerstukken II, 2018/19, 35000 VII, nr. 83) is overeengekomen dat het Ministerie van BZK voor de looptijd van de BFTK jaarlijks € 110.000 begroot voor de leerstoel Friese taal- en letterkunde aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Toerusting en ondersteuning politieke ambtsdragers

Op decentraal niveau zijn er in Nederland ongeveer 12.000 politieke ambtsdragers actief in gemeenten, provincies en waterschappen. Om te zorgen dat er voldoende goed toegeruste politieke ambtsdragers beschikbaar zijn en beschikbaar blijven, verstrekt de Minister van BZK subsidies aan politieke partijen en aan de beroepsgroepen van politieke ambtsdragers en griffiers, waaronder de beroepsverenigingen van politieke ambtsdragers (Nederlands Genootschap van Burgemeesters, Wethoudersvereniging, Statenlid.nu, Nederlandse vereniging van raadsleden) en de Vereniging van Griffiers, en aan de VNG. Samen met de beroepsgroepen, de koepels van medeoverheden en (bestuurdersverenigingen van) politieke partijen wordt via subsidies zorggedragen voor passende eigentijdse inwerk- en opleidingsprogramma’s voor de verschillende beroepsgroepen. Daarnaast wordt middels de subsidies in 2020 ook bijzondere inzet gepleegd om onderlinge kennisdeling en een brede, diverse instroom in het ambt te bevorderen en te zorgen dat mensen na het ambt weer goed landen op de arbeidsmarkt. Ook wordt er een subsidie verstrekt voor de doorontwikkeling en borging van het in 2019 opgerichte kennispunt voor lokale politieke partijen.

De Tweede Kamer is in juli 2019 geïnformeerd over de beleidswijziging vanuit BZK om te sturen op meer vrouwen in het openbaar bestuur (Kamerstukken II, 2018/19, 30420, nr. 328).

Vanuit het samenwerkingsprogramma Democratie in Actie ontvangt de VNG subsidie om een collectief aanbod aan gemeenteraden te verzorgen om leren en reflecteren te stimuleren en daarmee de kwaliteit van het lokaal bestuur te versterken. Van het aanbod kan in 2020 ook door provinciale staten gebruik worden gemaakt.

Weerbaar bestuur

In het Netwerk Weerbaar Bestuur wordt door het Ministerie van BZK samengewerkt met andere departementen, beroepsverenigingen van politieke ambtsdragers, bestuurdersverenigingen van landelijke politieke partijen, koepels van medeoverheden en diverse andere relevante partners. De gezamenlijke aanpak richt zich op het bevorderen van de integriteit en veiligheid van politieke ambtsdragers. Daarbij wordt ingezet op bewustwording, vroege signalering en ondersteuning bij incidenten binnen het lokaal bestuur. BZK verstrekt daartoe subsidies aan de netwerkpartners voor (gezamenlijke) activiteiten, waaronder een goede 1e en 2e -lijnsondersteuning voor politieke ambtsdragers bij incidenten, trainingen, veiligheidsadvies en advies bij integriteitsonderzoeken. Dit eerste vindt plaats door middel van een subsidie aan het Nederlands Genootschap van Burgemeesters.

In 2020 worden ook subsidies verstrekt voor de verdere uitvoering van de Actie-agenda vakantieparken 2018-2020. Dit betreft onder andere het organiseren van regiobijeenkomsten om samen met gemeenten en provincies kennis en ervaringen te delen over de aanpak van ondermijning op vakantieparken.

Om de kennis over de implementatie van de Wet aanpak woonoverlast te vergroten ontvangt het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid in 2020 subsidie voor onder meer het voortzetten van de organisatie van bijeenkomsten ten behoeve van gemeenten en andere partners.

Ook verstrekt het Ministerie van BZK subsidie voor de organisatie van kennisbijeenkomsten over de aanpak van ondermijningsgevoelige gebieden, met name kwetsbare wijken, en voor de voortzetting van de leerkring gebiedsgerichte aanpak ondermijnende criminaliteit ten behoeve van gemeenten.

De Nederlandse Vereniging voor Rekenkamers en Rekenkamercommissies (NVRR) ontvangt subsidie voor de versterking van de lokale rekenkamers en de ondersteuning van het kwaliteitsbeleid. Rekenkamers zijn van belang voor een weerbaar bestuur. Het doel van de subsidie is een situatie te bereiken en in stand te houden waarin weerbare gemeentelijke rekenkamers de gemeenteraad in hun gemeente op een slagvaardige wijze ondersteunen.

Politieke partijen

Politieke partijen ontvangen subsidie op grond van de Wet financieringpolitieke partijen (Wfpp). Een politieke partij komt voor subsidie in aanmerking als zij voldoet aan de in deze wet genoemde voorwaarden. Begin 2019 is de kabinetsreactie op de evaluatie van de Wfpp aangeboden aan de Tweede Kamer (Kamerstukken II, 2018/19, 32752, nr. 54). In deze kabinetsreactie heeft het kabinet aangekondigd dat het na de zomer van 2019 een voorstel tot wijziging van de Wfpp in procedure zal brengen. In 2020 zal een voorstel voor een nieuwe Wet op de politieke partijen in procedure worden gebracht. De gewijzigde Wfpp zal integraal in dit voorstel worden opgenomen.

Tabel 10 Overzicht subsidies politieke partijen (bedragen in €)

Partij

Waarde 2016

Waarde 2017

Waarde 20181

Waarde 2019

VVD

3.565.054

3.332.009

3.100.663

3.112.395

PvdA

3.437.283

2.432.252

1.368.197

1.364.618

SP

1.601.846

1.581.598

1.496.922

1.513.747

CDA

1.651.300

1.924.344

2.057.472

2.058.115

D66

1.561.302

1.870.175

2.077.049

2.054.396

CU

948.044

963.474

921.182

927.838

GL

840.522

1.250.993

1.657.287

1.670.739

SGP

905.595

939.131

864.740

856.545

PvdD

632.359

763.276

886.447

881.966

50PLUS

399.277

504.017

567.935

683.309

OSF

233.002

366.571

375.581

381.851

VNL

349.831

138.482

0

0

DENK

157.231

303.606

535.373

607.763

FvD

0

589.458

718.650

811.720

Totaal

16.282.645

16.959.386

16.627.499

16.925.002

X Noot
1

Het betreft hier voorlopige bedragen voor de jaren 2018 en 2019. 80% daarvan is inmiddels uitgekeerd. Uiterlijk 1 juli van het jaar volgend op het subsidiejaar moeten partijen een definitieve subsidieaanvraag indienen. Als bij de beoordeling daarvan blijkt dat de partijen voldoen aan de voorwaarden, wordt de resterende 20% uitgekeerd. Daarnaast moeten de loon- en prijsbijstellingen 2018 en 2019 nog in deze bedragen worden verwerkt. De reeks loopt nu van 2016 tot en met 2019. Bij de subsidiebedragen uit 2018 en 2019 gaat het om voorlopige bedragen. De Minister van BZK beslist voor 1 november 2019 over de aanvragen tot vaststelling over 2018.

ProDemos

ProDemos, Huis voor Democratie en Rechtstaat, ontvangt subsidie voor het vergroten van de betrokkenheid en kennis van de democratische rechtstaat. Hiertoe behoort ook het bezoek van scholieren aan het parlement. Het beoogde doel is om alle leerlingen in het voorgezet onderwijs de gelegenheid te bieden om het parlement te bezoeken. De maatregel gaat in het schooljaar 2019/2020 in. Vanaf dat schooljaar vindt een geleidelijke verhoging plaats van het aantal scholieren dat het parlement bezoekt, zodat in 2022 180.000 leerlingen (de gehele populatie) kan worden bereikt. Om de drempel te verlagen vindt ook een vergoeding van de vervoerskosten naar Den Haag plaats.

Comité 4/5 mei

Het Nationaal Comité 4 en 5 mei ontvangt een subsidie om de bevordering van kennis en bewustzijn over burgerschap, democratie en rechtsstaat op de bevrijdingsfestivals tijdens de jaarlijkse Nationale Viering van de Bevrijding op 5 mei te stimuleren.

Opdrachten

Verbinding inwoner en overheid

De gemeente is voor burgers de meest nabije overheid. Het samenwerkingsprogramma Democratie in Actie stimuleert en ondersteunt gemeenten in het versterken van de verbinding met inwoners (Kamerstukken II 2018/19, 35000 VII, nr. 100). Het Ministerie van BZK financiert hiertoe de ontwikkeling van verschillende instrumenten en het uitwisselen en vermeerderen van kennis. Vanuit Democratie in Actie wordt daarnaast ingezet op proeftuinen en pilots met manieren om inwoners meer invloed te geven op besluitvorming, bijvoorbeeld met digitale participatiemiddelen. Hiervoor worden diverse opdrachten verstrekt.

In Democratie in Actie is de agenda Open Overheid (juli 2018 – juli 2020) geïntegreerd. De focus ligt daarbij op: (1) het vergroten en verbeteren van open besluitvorming bij gemeenten en provincies; (2) het versterken van de transparantie van de financiering van politieke partijen in het decentraal bestuur; (3) het aanjagen van openheid in de lokale politiek door het uitbreiden van het Pioniersnetwerk Open Overheid voor Gemeenten.

Het kabinet wil het stemmen voor kiezers in het buitenland makkelijker maken. Een nieuwe stap daarvoor is het mogelijk maken dat het vervangend briefstembewijs (de stempas voor de kiezers in het buitenland) per mail aan de kiezers kan worden gezonden. Verder wordt samen met de gemeente Den Haag in kaart gebracht waarom niet meer Nederlanders die uit Nederland vertrekken zich laten registreren om te kunnen stemmen vanuit het buitenland. Aan de hand van de uitkomsten wordt bezien of er maatregelen te nemen zijn die eventuele belemmeringen voor registratie wegnemen ten behoeve van de Tweede Kamerverkiezing in maart 2021.

Toegewerkt wordt naar een eerste experiment in 2021 met een nieuw stembiljet. In 2020 zal dat experiment worden voorbereid. Dat houdt onder meer in dat zal worden uitgewerkt hoe de kiezers geïnformeerd moeten worden over het stemmen met een nieuw stembiljet, dat specificatieszullen worden opgesteld voor hulpmiddelen die gebruikt kunnen worden bij het stemmen, etcetera.

De transitie om de Kiesraad in staat te stellen de taken en bevoegdheden voor de digitale hulpmiddelen op een adequate wijze te kunnen uitvoeren, is gestart.

De toegankelijkheid van het verkiezingsproces is van groot belang. Door onafhankelijke deskundigen wordt een review gedaan naar de checklist toegankelijkheid stemlokalen met als doel met aanbevelingen te komen die de praktische toepasbaarheid ervan en toegankelijkheid van het verkiezingsproces verhogen.

Het kabinet ziet de verspreiding van desinformatie als een multi-stakeholder probleem waarbij van verschillende partijen in de samenleving gevraagd wordt dat zij hun verantwoordelijkheid nemen. Het Ministerie van BZK zet zich als coördinerend ministerie voor de aanpak van desinformatie in op het vergroten van de weerbaarheid van de samenleving tegen de impact van desinformatie, door onder meer de bevordering van transparantie door online platforms en het vergroten van het inzicht in de aard van de dreiging.

Door het organiseren van kennisuitwisselingsbijeenkomsten, de inzet van expertise voor verdiepingssessies en adviezen zal ook in 2020 de Regieraad Responsieve Overheid onder voorzitterschap van het Ministerie van BZK zich inzetten om belangrijke knelpunten in de contacten tussen overheid en burger te helpen op te lossen, het vertrouwen in de overheid te versterken en de doelmatigheid van het overheidsoptreden te helpen vergroten.

In 2020 wordt het verloop van de maatregel om alle leerlingen in het voorgezet onderwijs de gelegenheid te bieden om het parlement te bezoeken, geëvalueerd. Het Ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap (OCW) en BZK zijn opdrachtgever van de evaluatie, waarbij het parlement wordt betrokken.

Toerusting en ondersteuning politieke ambtsdragers

Om te zorgen dat er voldoende goed toegeruste politieke ambtsdragers beschikbaar zijn en beschikbaar blijven, verstrekt de Minister van BZK – naast de beroeps- en belangenverenigingen van politieke ambtsdragers, de griffiersen de koepels van medeoverheden – samen met bestuurdersverenigingen van politieke partijen en andere relevante organisaties opdrachten om te komen tot een duurzaam ondersteuningsaanbod voor politieke ambtsdragers (Kamerstukken II 2018/19, 35000 VII, nr. 100). Hiervoor worden inwerkprogramma’s, opleidingen en leermodules mogelijk gemaakt. Daarnaast wordt de rolneming van raden, staten en algemene besturen versterkt. In 2020 worden ook opdrachten verstrekt om maatregelen te realiseren die een betere afspiegeling in volksvertegenwoordiging en bestuur (zoals meer vrouwen en mensen met een beperking) realiseren.

Weerbaar bestuur

Naast subsidies worden er via het Netwerk Weerbaar Bestuur ook opdrachten verstrekt ter versterking van de integriteit en veiligheid van het openbaar bestuur. Het gaat in 2020 om opdrachten ten behoeve van de implementatie en borging van activiteiten die de afgelopen twee jaar zijn ontwikkeld.

Het Ministerie van BZK heeft in 2019 een aantal gemeenten met een impuls Weerbaar Bestuur ondersteund, waarbij nieuwe aanpakken worden ontwikkeld en toegepast. Het betreft in 2020 het verder uitvoeren van de door hen voorgestelde innoverende, domeinoverstijgende initiatieven die bijdragen aan het bevorderen van de integriteit en veiligheid van politieke ambtsdragers, het wegnemen van voedingsbodems in ondermijningsgevoelige gebieden en het tegengaan van ondemocratische beïnvloeding van de lokale besluitvorming. In 2020 zullen via opdrachten de opgedane praktijken en kennis in de impulsgemeenten breder verspreid worden.

In 2020 worden de voorgestelde initiatieven uit Actie-agenda vakantieparken 2018-2020 (Kamerstukken II, 2018/19, 32847, nr. 453), waarvoor het Ministerie in 2019 aan de provincies een impuls heeft gegeven, verder tot uitvoering gebracht en worden de kennis- en leerbijeenkomsten voor de provincies voortgezet, onder andere ter voorkoming en bestrijding van ondermijnende criminaliteit op en rondom vakantieparken.

Ter ondersteuning van de lokale aanpak van ondermijning, en leefbaarheid (maatschappelijke weerbaarheid en gebiedsgerichte aanpak) verstrekt het Ministerie van BZK opdrachten voor onder andere kennisbijeenkomsten en leerkringen, voor de uitvoering en onderhoud van de Leefbaarometer en voor pilots en onderzoeken.

Ten behoeve van de uitvoering van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek (Wbmgp) wordt in 2020 voor de betrokken gemeenten de ondersteuning voortgezet, onder andere via een leerkring. Tevens worden gemeenten ondersteund bij het voorbereiden van de aanvragen voor de toepassing van selectieve woningtoewijzing (bijvoorbeeld ten behoeve van het screenen van woningzoekenden op overlastgevend en crimineel gedrag). Evaluatie van de wet zal in 2020 plaatsvinden.

De wetten die het bestuur in Nederland regelen, moeten ruimte bieden aan het lokaal bestuur om weerbaar, slagvaardig en verbonden met inwoners met de grote diversiteit in maatschappelijke opgaven om te kunnen gaan. De Minister van BZK regisseert een maatschappelijke en bestuurlijke discussie met burgers, koepels, beroeps- en bestuurdersverenigingen, gemeenten, provincies en de wetenschap om te bezien of het huidige wettelijke kader is toegesneden op de opgaven voor het lokale bestuur. Het doel is om het lokaal bestuur te versterken door uitleg en tools om gebruik te maken van de ruimte die er al is in de regelgeving en waar nodig de regelgeving aan te passen om meer maatwerk en differentiatie mogelijk te maken. Daartoe worden verschillende opdrachten verstrekt.

Inkomensoverdracht

Toerusting en ondersteuning politieke ambtsdragers

Het Ministerie van BZK financiert de rechtspositionele regelingen van (voormalige) politieke ambtsdragers. Het betreft pensioenen en uitkeringen aan voormalige ministers en staatssecretarissen en uitkeringen aan voormalige burgemeesters.

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

Diverse bijdragen

Ter versterking van de positie van het lokaal bestuur worden aan ICTU en CBS bijdragen verstrekt voor de verdere uitvoering van de City Deal Zicht op ondermijning.

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

Gemeentefonds

De gemeente Den Haag is volgens de Kieswet verantwoordelijk voor de permanente registratie van kiezers in het buitenland en voor de organisatie van de verkiezing door kiezers in het buitenland van leden van de Tweede Kamer en het Europees Parlement. Met de invoering van de permanente registratie zijn de verkiezingen voor Nederlanders die buiten Nederland woonachtig toegankelijker geworden. Aan de gemeente Den Haag wordt hiervoor meerjarig een bijdrage verstrekt.

Provinciefonds

In de Bestjoersôfspraak Fryske taal en kultuer 2019-2023 (BFTK) (bijlage bij Kamerstukken II, 2018/19, 35000 VII, nr. 83) is overeengekomen dat het Ministerie van BZK gedurende de looptijd van de BFTK jaarlijks € 150.000 ter beschikking stelt aan de provincie Fryslân in het kader van de taakintensivering met betrekking tot de Wet gebruik Friese taal. Tevens ontvangt het adviesorgaan voor de Friese taal DINGtiid een jaarlijkse bijdrage.

Bijdragen aan (inter)nationale organisatie

Bijdragen Internationaal

Het Ministerie van BZK levert een jaarlijkse bijdrage ten behoeve van het Europe for Citizens Point (ECP) voor de uitvoering van het programma «Europa voor de burger» dat actief Europees burgerschap bevordert, om zo het proces van Europese integratie te stimuleren en de kloof tussen de burger en de Europese Unie te verkleinen. Dutch Culture voert de ECP-activiteiten in Nederland uit.

Bijdragen aan agentschappen

Dienst Publiek en Communicatie

De Minister van BZK is verantwoordelijk voor de uitvoering van landelijk informerende verkiezingscampagnes. De campagne ‘Elke stem telt’ is in 2019 opnieuw aanbesteed voor de komende vier jaar en in 2020 wordt de campagne van de verkiezing van leden van de Tweede Kamer in 2021 voorbereid. Hiervoor wordt een bijdrage verstrekt aan Dienst Publiek en Communicatie van het Ministerie van Algemene Zaken. In de campagne wordt ook aandacht geschonken aan de voorlichting over het stemmen in stemlokalen op stations en informatieverstrekking aan Nederlanders die tijdelijk in het buitenland verblijven.

Ontvangsten

De ontvangsten betreffen de bijdragen van de waterschappen ten behoeve van de Waarderingskamer.

Artikel 2. Nationale veiligheid

A. Algemene doelstelling

De Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) beschermt de nationale veiligheid. Dit doet de AIVD door tijdig dreigingen, internationale politieke ontwikkelingen en risico’s te onderkennen, die niet direct zichtbaar zijn en doet daartoe onderzoek in binnen- en buitenland. De AIVD signaleert, adviseert en deelt gericht informatie met samenwerkingspartners zodat deze de dreiging en risico’s kunnen reduceren. Waar nodig reduceert de AIVD zelfstandig risico’s.

B. Rol en verantwoordelijkheid

Uitvoeren

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is verantwoordelijk voor de taakuitvoering van de AIVD. Dit doet de AIVD door het tijdig onderkennen van dreigingen en risico's voor de nationale veiligheid en de nationale belangen in het binnen- en buitenland. De AIVD verricht onderzoek met behulp van bijzondere inlichtingenmiddelen. Op basis van de bevindingen informeert en adviseert de AIVD de samenwerkingspartners met ambtsberichten en analyses (waaronder openbare publicaties). De Minister van BZK legt zo veel als mogelijk in het openbaar verantwoording af aan de Tweede Kamer als geheel of in de vaste Kamercommissie BZK. Waar dat niet kan, vanwege geheimhoudingsnoodzaak, gebeurt dit via de Commissie voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CIVD) van de Tweede Kamer.

Voor de taakuitvoering zijn stevige waarborgen ingericht in de vorm van toetsing, toezicht en controle. Dit vanwege de inbreuk in de persoonlijke levenssfeer van mensen die de inzet van bijzondere inlichtingenmiddelen kan hebben. Voor de inzet van een groot aantal bijzondere inlichtingenmiddelen is toestemming nodig van de Minister van BZK. Met de Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten 2017 is na de toestemming van de minister en voorafgaand aan de inzet van een groot aantal bijzondere inlichtingenmiddelen een onafhankelijke toetsing nodig van de Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (TIB). Daarnaast houdt de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) toezicht tijdens en na afloop van de inzet van bevoegdheden of op andere werkzaamheden van de AIVD.

C. Beleidswijzigingen

Diverse geopolitieke ontwikkelingen zorgen ervoor dat onze democratische rechtsorde, de nationale veiligheid, ons economisch verdienmodel en andere gewichtige belangen van de staat sterk onder druk staan. Statelijke actoren laten zich internationaal steeds assertiever en agressiever gelden. Ook kenmerkt de jihadistische dreiging zich door een voortdurende dreiging van aanslagen in en tegen het Westen. Daarbij komt dat de nationale en internationale dreigingen in toenemende mate met elkaar zijn verweven. Om te kunnen blijven voldoen aan de behoeftestelling in de Geïntegreerde Aanwijzing Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (GA I&V 2019-2022) heeft het kabinet Rutte-III structureel extra middelen, voor onder andere bestrijding van jihadisme, toegevoegd aan de begroting van de AIVD.

De verhoging van de capaciteit geeft de AIVD de mogelijkheid om meer diepteonderzoeken te doen. Dit zal de AIVD in staat stellen om tijdig waarschuwingen af te geven voor concrete activiteiten van (non-) statelijke actoren en om handelingsperspectief te bieden aan de nationale veiligheid gerelateerde publieke, vitale en private organisaties. Om op adequate wijze op de ontwikkelingen in te kunnen blijven spelen werkt de AIVD nauw samen met de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD), de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV), de Nationale Politie, het Openbaar Ministerie, beleidsdepartementen en gemeenten.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 11 Budgettaire gevolgen van beleid, beleidsartikel 2 Nationale veiligheid (bedragen x € 1.000)

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Art.nr.

Verplichtingen

260.757

293.485

297.861

308.106

309.846

309.682

309.123

Waarvan garantieverplichtingen

Uitgaven

265.091

293.485

297.861

308.106

309.846

309.682

309.123

Waarvan juridisch verplicht (percentage)

100%

2.1

AIVD apparaat

249.741

278.140

282.116

292.361

294.101

293.937

293.378

2.2

AIVD geheim

15.350

15.345

15.745

15.745

15.745

15.745

15.745

Ontvangsten

16.233

14.714

14.714

14.714

14.714

14.714

14.714

Budgetflexibiliteit

Omdat het budget als apparaat wordt aangemerkt, is het gehele budget juridisch verplicht verondersteld.

E. Toelichting op de instrumenten

Vanwege het bijzondere karakter van dit begrotingsartikel en de gedeeltelijk geheime uitgaven zijn de uitgaven niet nader uitgesplitst en zijn de apparaatsuitgaven niet opgenomen in het centraal apparaatsartikel.

Ontvangsten

De Unit Veiligheidsonderzoeken (UVO), het samenwerkingsverband tussen de AIVD en de MIVD verricht veiligheidsonderzoeken voor andere (overheids-)organisaties en brengt daarvoor een tarief in rekening. De ontvangsten hebben hier voornamelijk betrekking op.

Artikel 3. Woningmarkt

A. Algemene doelstelling

Een vrij toegankelijke, vraaggerichte woningmarkt met steun voor degenen die dat nodig hebben.

B. Rol en verantwoordelijkheid

Het toegankelijk, betaalbaar en toekomstbestendig mogelijk maken van de woningmarkt voor iedereen, lukt alleen door veel samen te werken en telkens goed alle belangen af te wegen. Als Rijksoverheid, met provincies, gemeenten, woningcorporaties, zorginstellingen, investeerders, projectontwikkelaars, bouwers, makelaars en vele anderen. Ieder heeft een eigen rol, maar altijd samen met anderen.

Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) jaagt die samenwerking aan. We nemen zoveel mogelijk belemmeringen weg, bieden perspectief in wetten en regels en bewaken de kwaliteit en duurzaamheid van bouwen en wonen, zodat prettig en betaalbaar wonen voor iedereen mogelijk is én blijft.

Beleid en regelgeving

Onder meer via de Wet op de huurtoeslag, de huur(prijs)regulering en maatregelen ten aanzien van de koopwoningmarkt is de Minister van BZK verantwoordelijk voor het beleid en de regelgeving met betrekking tot de betaalbaarheid van het wonen. Tevens is de Minister van BZK medeverantwoordelijk voor de regelgeving met betrekking tot de fiscale behandeling van de eigen woning en de hypothecaire leennormen.

De Minister van BZK is verantwoordelijk voor het beleid en de regelgeving inzake de huurtoeslag. Tevens is de Minister van BZK verantwoordelijk voor het budgettair beheer van de huurtoeslag op grond van de Wet op de huurtoeslag.

Regisseren

De Minister van BZK voert de regie over een heldere verdeling van rollen en verantwoordelijkheden van de verschillende partijen op het terrein van wonen. Tevens voert de Minister van BZK de regie ten aanzien van het bevorderen van een evenwichtige omvang en verdeling van de woningvoorraad.

De Minister van BZK is verantwoordelijk voor de regelgeving ten aanzien van (het stelsel van) woningcorporaties. Woningcorporaties zijn via de Woningwet gebonden aan een begrensd werkdomein waarbinnen zij werkzaamheden met staatssteun mogen uitvoeren. Deze zijn het bouwen, verhuren en beheren van woningen met een lage huur voor huishoudens met een laag inkomen en andere doelgroepen die op de reguliere woningmarkt moeilijk een woning kunnen vinden. Tevens is de Minister van BZK verantwoordelijk voor het beleid en de regelgeving inzake de verhuurderheffing.

Tevens draagt de Minister van BZK zorg voor het kapitaalmarktbeleid betreffende investeringen in de woningmarkt, bijvoorbeeld via het beleid ten aanzien van de Nationale Hypotheekgarantie (NHG) en het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW).

Uitvoeren

De Minister van BZK draagt zorg voor een adequate uitvoering van een laagdrempelige beslechting van huurgeschillen. In het Burgerlijk Wetboek (art. 7:249 t/m 7:261) is vastgelegd dat huurders en verhuurders een beroep kunnen doen op de Huurcommissie. De organisatie en werkwijze van de Huurcommissie, evenals de administratieve ondersteuning door de Dienst van de Huurcommissie (DHC), is vastgelegd in de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte (Uhw).

De uitvoering van de verhuurderheffing en de huurtoeslag is onder verantwoordelijkheid van de Minister van Financiën belegd bij de Belastingdienst. De Belastingdienst is ook verantwoordelijk voor de bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik van de verhuurderheffing en huurtoeslag.

C. Beleidswijzigingen

Huurtoeslag

Met ingang van 1 januari 2020 treedt de Wet aanpassing indexering eigen bijdrage huurtoeslag en het vervallen van de maximale inkomensgrenzen in werking. Met deze wet wordt de eigen bijdrage in de huurtoeslag jaarlijks geïndexeerd met de verwachte huurprijsontwikkeling. Hiermee vervalt de automatische compensatie via de huurtoeslag voor een achterblijvende bijstandsontwikkeling en ontstaat meer transparantie. Door altijd te indexeren met het percentage van de huurprijsontwikkeling ontstaat er een eenduidige relatie met het huurbeleid. Ook wordt hiermee de doorwerking van bijvoorbeeld maatregelen in de sociale zekerheid uit de regeling gehaald. Ook vervallen met deze wet de maximale inkomensgrenzen van de huurtoeslag. De huurtoeslag wordt over een langer inkomenstraject afgebouwd. Hierdoor wordt voor huurders voorkomen dat bij een beperkte stijging van het inkomen ineens de volledige huurtoeslag vervalt en wordt de armoedeval en de marginale druk beperkt (Stb. 2019, nr. 171).

Toeristische verhuur

In sommige gemeenten heeft toeristische verhuur ongewenste effecten, zoals bijvoorbeeld overlast in buurten en oneigenlijk gebruik van woonruimten. Om dat aan te pakken wordt gewerkt aan het wetsvoorstel toeristische verhuur van woningen (Kamerstukken II 2018-2019, 27926, nr. 309). Het wetsvoorstel bevat drie maatregelen waarmee een gemeente met schaarste op de woningmarkt toeristische verhuur van woningen kan reguleren. De gemeente kan een eenmalige registratieplicht invoeren waarbij de aanbieder het registratienummer moet vermelden bij elke aanbieding. Ten tweede kan de gemeente een meldplicht per feitelijke aanbieding invoeren. Ten slotte kan de gemeente indien er ernstige negatieve effecten zijn van toeristische verhuur een vergunningensysteem invoeren. De verwachting is dat het wetsvoorstel in de zomer van 2020 in werking kan treden. Om de uniformiteit en laagdrempeligheid te borgen zal bij AmvB (algemene maatregel van bestuur) worden bepaald waar een registratiesysteem minimaal aan moet voldoen. De bestuurlijke boete bij illegale verhuur wordt verhoogd bij recidive.

Wijziging maximale huursomstijging voor woningcorporaties

De minister heeft in haar brief Maatregelen huurmarkt en evaluatie herziene Woningwet (Kamerstukken II, 2018/19, 32847, nr. 470)het belang benadrukt van het borgen van betaalbare woningen en de verduurzamingsopgave waarvoor woningcorporaties staan. Op 21 december 2018 hebben Aedes en de Woonbond een Sociaal Huurakkoord 2018-2021 gesloten. Naar aanleiding van dit akkoord wordt de maximale huursomstijging, dit is de maximale gemiddelde huurverhoging per woningcorporatie per kalenderjaar, per 2020 gewijzigd. De maximale huursomstijging zal op inflatieniveau gesteld worden, wat gunstig is voor de betaalbaarheid van zittende huurders. Woningcorporaties krijgen de bevoegdheid om met hun huurdersorganisatie(s) en betrokken gemeenten een hogere huursomstijging (maximaal 1 procentpunt hoger) af te spreken, indien de investeringsopgave voor woningcorporaties te groot is voor een inflatievolgende huursomontwikkeling.

Middenhuur

In 2019 zijn meerdere beleidsvoornemens gepresenteerd om de positie van middeninkomens op de woningmarkt te verbeteren. Deze zullen in 2020 zijn uitwerking vinden in de vorm van wetsvoorstellen (Kamerstukken II 2018/19, 32847, nr. 546). Daarnaast zal in 2020 de Wet Maatregelen Middenhuur met bijbehorende AmvB in werking treden die de markttoets voor woningcorporaties vergaand vereenvoudigt. Daarmee wordt het toegankelijker gemaakt voor woningcorporaties om, onder andere, te bouwen in het middensegment.

Met de Regeling vermindering verhuurderheffing voor verduurzaming is het voor heffingsplichtige verhuurders mogelijk een vermindering te krijgen op de verhuurderheffing, als er geïnvesteerd wordt in de verduurzaming van woningen. Voor deze regeling is in 2019 € 78 mln. beschikbaar. Vanaf 2022 is structureel € 104 mln. beschikbaar gesteld. De regeling is per 1 juli 2019 gesloten als gevolg van overschrijding van het beschikbare budget. Gezien de omvang van het aangevraagde bedrag zal de regeling op zijn vroegst op 1 januari 2022 opengesteld kunnen worden voor nieuwe aanvragen.

Maatregelen woningmarkt

Om te zorgen dat starters en middeninkomens toegang houden tot de woningmarkt, geeft het kabinet met deze begroting een cruciale budgettaire impuls. Met een woningbouwimpuls van € 1 mld. komen onder voorwaarden middelen beschikbaar om de bouw van betaalbare woningen te kunnen realiseren. Daarbij wordt onder andere ook gedacht aan de kosten van infrastructurele ontsluiting, het zorgdragen voor een kwalitatief goede leefomgeving en het opvangen van de potentiële gevolgen van de stikstofuitspraak voor de woningbouw.

De middelen staan op de Aanvullende Post gereserveerd en de reeks wordt onder voorwaarde van een goedgekeurd bestedingsplan overgeheveld naar de begroting van BZK. Via de begroting van BZK worden de middelen als een specifieke uitkering uitgekeerd aan gemeenten voor het realiseren van betaalbare woningen en onder meer de daar bijbehorende infrastructurele ontsluiting. Voor een specifieke uitkering is gekozen om voorwaarden te kunnen stellen aan de bijdrage aan gemeenten. De precieze voorwaarden worden richting 2020 verder uitgewerkt. Uitgangspunt voor de bijdrage van het rijk is dat deze additioneel is aan bijdrage van andere partijen. Daarbij zal ook gekeken worden naar alternatieve manieren van bekostiging.

In de verhuurderheffing wordt een structurele heffingsvermindering van € 100 mln. per jaar opgenomen voor nieuwbouw van woningen. Voor de komende tien jaar is dat € 1 mld. Daarmee ontstaat een gerichte impuls voor woningcorporaties die meer woningen bouwen. Doordat voor deze heffingsvermindering geld is vrijgemaakt, gaat het niet ten koste van de middelen die beschikbaar zijn voor de betaalbaarheid en verduurzaming van de bestaande voorraad. Ook komt er een vrijstelling in de verhuurderheffing voor de bouw van tijdelijke flexibele woningen.

Verlaging woonlasten Caribisch Nederland

De huurlasten in Caribisch Nederland blijken voor veel huishoudens een grote opgave, zowel in de sociale als particuliere sector. Het verlagen van de woonlasten is een zeer gerichte maatregel in het kader van inkomensondersteuning voor huishoudens die dat echt nodig hebben. Voor Caribisch Nederland wordt een structurele koopkrachtimpuls gerealiseerd met een aangepaste huurtoeslag-regeling. Via deze regeling worden inwoners van Caribisch Nederland opgenomen in de doelgroep van de Huurtoeslag. De regeling daartoe kan per 2020 ingaan en levert een groot aandeel in het oplossen van de koopkrachtproblematiek. Eerst voor huurders in de sociale sector en vanaf 2022, na onderzoek naar de meest geëigende vorm om tot een rechtmatige bijdrage te komen, ook voor huurders in de particuliere sector.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 12 Budgettaire gevolgen van beleid, beleidsartikel 3 Woningmarkt (bedragen x € 1.000)

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Art.nr.

Verplichtingen

4.511.926

4.145.962

4.297.396

4.439.914

4.575.882

4.711.968

4.857.877

Uitgaven

4.518.316

4.146.087

4.297.396

4.439.789

4.575.882

4.711.968

4.857.877

Waarvan juridisch verplicht (percentage)

100%

3.1

Woningmarkt

4.513.949

4.146.087

4.297.396

4.439.789

4.575.882

4.711.968

4.857.877

Subsidies

505.468

37.707

14.374

10.453

10.841

11.341

14.741

Binnenstedelijke transformatie

28.000

10.000

0

0

0

0

0

Woningmarkt

0

15.168

3.641

4.214

3.141

3.141

2.080

Bevordering eigen woningbezit (BEW)

4.033

6.239

6.239

6.239

7.700

8.200

11.600

Huisvestingsvoorziening statushouders

1.231

6.300

4.494

0

0

0

0

Beleidsprogramma betaalbaarheid

256

0

0

0

0

0

0

Saneringsbijdrage woningcorporatie WSG

470.767

0

0

0

0

0

0

Woonconsumentenorganisaties

1.181

0

0

0

0

0

1.061

Opdrachten

32.655

35.524

2.019

3.191

3.540

2.804

2.804

Woningmarkt

0

3.822

2.019

3.191

3.540

2.804

2.804

WSW risicovoorziening

1.132

0

0

0

0

0

0

NHG risicovoorziening

30.608

0

0

0

0

0

0

Beleidsprogramma betaalbaarheid

915

0

0

0

0

0

0

Inkomensoverdracht

3.963.679

4.058.400

4.269.200

4.413.800

4.549.200

4.685.600

4.824.200

Huurtoeslag

3.963.679

4.058.400

4.269.200

4.413.800

4.549.200

4.685.600

4.824.200

Bijdragen aan agentschappen

12.147

9.883

7.406

7.406

7.406

7.406

11.436

Dienst van de Huurcommissie

11.214

9.543

7.066

7.066

7.066

7.066

7.066

ILT (Autoriteit Woningcorporaties)

933

340

340

340

340

340

673

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

0

3.039

2.857

3.399

3.355

3.277

3.156

Woningmarkt

0

3.039

2.857

3.399

3.355

3.277

3.156

Bijdragen aan andere begrotingsstukken

0

1.534

1.540

1.540

1.540

1.540

1.540

Financiën en Nationale Schuld (H9)

0

1.534

1.540

1.540

1.540

1.540

1.540

3.2

Onderzoek en kennisoverdracht

4.367

0

0

0

0

0

0

Subsidies

1.147

0

0

0

0

0

0

Samenwerkende kennisinstellingen e.a.

1.147

0

0

0

0

0

0

Opdrachten

2.269

0

0

0

0

0

0

Basisonderzoek en verkenningen

2.269

0

0

0

0

0

0

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

951

0

0

0

0

0

0

Basisonderzoek en verkenningen

951

0

0

0

0

0

0

Ontvangsten

957.719

521.979

472.000

465.600

463.800

457.000

435.300

Budgetflexibiliteit

Van het totale uitgavenbudget op artikel 3 is 100%6 juridisch verplicht en dit kent de volgende onderverdeling:

Subsidies

Het subsidiebudget is voor 87% juridisch verplicht. Het betreft vooral in het verleden aangegane verplichtingen op basis van de Wet bevordering eigenwoningbezit (BEW), de subsidie voor huisvestingsvoorziening statushouders en subsidies ten behoeve van onderzoek en kennisoverdracht op het terrein van de woningmarkt (onder andere onderzoek naar flexwonen, bevolkingsdaling en woonwagenbeleid).

Opdrachten

Het opdrachtenbudget is voor 34% juridisch verplicht. Het gaat hier hoofdzakelijk om opdrachten voor onderzoek en kennisoverdracht op het terrein van wonen en bouwen.

Inkomensoverdracht

Het huurtoeslagbudget 2020 is voor 100% juridisch verplicht. Jaarlijks wordt een verplichting aangegaan voor het gehele huurtoeslagbudget voor het begrotingsjaar.

Bijdragen aan agentschappen

Het budget voor bijdragen aan agentschappen is voor 100% juridisch verplicht. Het betreft bijdragen aan de Inspectie Leefomgeving Transport (ILT) en de Dienst van de Huurcommissie (DHC).

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

Het budget voor bijdragen aan ZBO’s/RWT’s is 100% juridisch verplicht. De activiteiten voor (basis)onderzoek en kennisoverdracht hebben betrekking op het terrein van wonen en bouwen, specifiek in samenwerking met onder andere het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) en het Kadaster.

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

Het budget voor bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken is 100% juridisch verplicht. Dit betreft de jaarlijkse opdracht aan de Belastingdienst voor de uitvoering van de inkomensafhankelijke huurstijging en verhuurderheffing.

E. Toelichting op de instrumenten
3.1 Woningmarkt

Subsidies

Woningmarkt

De Minister van BZK verstrekt subsidies ten behoeve van onderzoek en kennisoverdracht op het terrein van de woningmarkt om te komen tot evidence-based beleidsvorming. Het betreft incidentele subsidies, zoals voor het onderzoek naar flexwonen, bevolkingsdaling en woonwagenbeleid. Daarnaast betreft het structurele subsidies, zoals voor de Woonbond, om de positie van de huurder op de woningmarkt te versterken en voor Platform 31 die een onafhankelijke positie inneemt tussen overheid, corporaties, bewoners en overige stakeholders op de woningmarkt en (on)gevraagd advies geeft op diverse volkshuisvestelijke vraagstukken.

Bevordering eigen woningbezit (BEW)

De Wet Bevordering eigen woningbezit is gericht op de bevordering van het eigen woningbezit onder lagere inkomensgroepen. Zoals gemeld aan de Tweede Kamer, is voor nieuwe toekenningen op grond van de Wet Bevordering eigen woningbezit geen budget meer beschikbaar (Kamerstukken II 2009/10, 32123 XVIII, nr. 74). De meerjarig beschikbare middelen dienen uitsluitend voor de betaling van in het verleden aangegane verplichtingen.

Huisvestingsvoorziening statushouders

Met deze tijdelijke subsidieregeling (looptijd tot 1 januari 2021, met de voorwaarde dat de woonvoorziening uiterlijk eind 2018 was aangemeld bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl)) wordt de realisatie van extra huisvestingscapaciteit gestimuleerd. De wijze waarop de regeling is vormgegeven, zorgt ervoor dat er zo weinig mogelijk verdringing plaatsvindt ten opzichte van reguliere woningzoekenden en dat de kosten voor de samenleving voor de huisvesting van vergunninghouders worden beperkt. Er kan bij bewoning door tenminste vier vergunninghouders geen aanspraak worden gemaakt op huurtoeslag als gevolg van een vastgestelde maximale huurprijs en via het toepassen van de kostendelersnorm kan de druk op het bijstandsbudget worden beperkt.

Opdrachten

Woningmarkt

Het gaat hier vooral om opdrachten voor onderzoek en kennisoverdracht op het terrein van wonen en bouwen. De ontwikkelingen op de woningmarkt vragen om actuele gegevens. Het budget wordt besteed aan onder meer verkenningen, monitoring en het op feiten gebaseerd onderbouwen van beleid, dataverzamelingen en doorontwikkeling van het ramingsmodel voor de huurtoeslag.

Inkomensoverdracht

Huurtoeslag

Circa 1,4 miljoen huishoudens ontvangen huurtoeslag. De huurtoeslag is een bijdrage in de huurlasten en kan aangevraagd worden als de huur in verhouding tot het inkomen te hoog is. Per saldo is er over de jaren sprake van mee- en tegenvallers bij de huurtoeslag. Zo is de werkloosheid op basis van CEP2019 minder sterk gedaald dan eerder gedacht op basis van CEP2018. Dit zorgt in 2020 voor hogere aantallen huurtoeslagontvangers en daarmee hogere uitgaven aan huurtoeslag. Ook een lagere inkomensontwikkeling zorgt voor hogere uitgaven. Anderzijds is er een lagere huurprijsontwikkeling door een lagere verwachte inflatie en wordt verwacht dat verhuurders minder gebruik zullen maken van de ruimte die zij hebben om de huren te verhogen. Dit zorgt voor lagere uitgaven bij de huurtoeslag. Bij de uitvoering door de Belastingdienst zorgt het uitstellen van de stroomlijning van het invorderingsbeleid voor een verschuiving over de jaren. Dit leidt tot lagere ontvangsten in de eerste jaren en hogere ontvangsten in latere jaren. Het uitstellen van de Wet beslagvrije voet leidt tot incidenteel hogere ontvangsten in de eerste jaren. Daarnaast worden in de periode 2019-2024 minder terugvorderingen verwacht.

Om inzicht te geven in de uitwerking van de huurtoeslag op de huurlasten voor ontvangers van huurtoeslag tonen onderstaande grafieken het aandeel van de bruto huur dat per saldo (na aftrek van de huurtoeslag) nog netto door ontvangers van huurtoeslag is verschuldigd. Het percentage is berekend voor voorbeeldhuishoudens met een minimum inkomen en een huur op exact 90% van de diverse huurgrenzen van de huurtoeslag.

Uit de grafieken blijkt dat het aandeel van de bruto huur dat door de ontvanger van huurtoeslag nog zelf netto betaald moet worden in 2020 voor de voorbeeldhuishoudens nagenoeg gelijk blijft ten opzichte van 2019. In de grafieken valt de daling in 2017 op. Deze daling is het gevolg van het besluit om de koopkracht voor lagere inkomens te ondersteunen. Hierdoor is de eigen bijdrage in 2017 met € 10,50 per maand verlaagd.

Figuur 1

Bron: Eigen berekening Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Het percentage netto huur is de te betalen huurprijs (bruto huur) minus de huurtoeslag gedeeld door de bruto huur (%-netto huur=(bruto huur -/-huurtoeslag)/bruto huur).

Figuur 2

Bron: Eigen berekening Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Het percentage netto huur is de te betalen huurprijs (bruto huur) minus de huurtoeslag gedeeld door de bruto huur (%-netto huur=(bruto huur -/-huurtoeslag)/bruto huur).

Figuur 3

Bron: Eigen berekening Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Het percentage netto huur is de te betalen huurprijs (bruto huur) minus de huurtoeslag gedeeld door de bruto huur (%-netto huur=(bruto huur -/-huurtoeslag)/bruto huur).

Bron: Eigen berekening Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Het percentage netto huur is de te betalen huurprijs (bruto huur) minus de huurtoeslag gedeeld door de bruto huur (%-netto huur=(bruto huur -/-huurtoeslag)/bruto huur).

Bijdragen aan agentschappen

Dienst van de Huurcommissie

Om huurders te beschermen ontvangt de Huurcommissie een bijdrage van BZK. De Huurcommissie bestaat uit het ZBO de Huurcommissie en het agentschap de Dienst van de Huurcommissie, die het ZBO ondersteunt in zijn taken. Het werkterrein van de Huurcommissie wordt gevormd door het gereguleerde deel van de markt voor huurwoonruimte. Als huurders en verhuurders een geschil hebben over de hoogte van de huurprijs of van de servicekosten en er ook met eventuele hulp van de Huurcommissie onderling niet uitkomen, doet de Huurcommissie op verzoek uitspraak. De Huurcommissie beslecht ook geschillen in het kader van de Wet op het overleg huurders verhuurder (Wohv).

ILT (Autoriteit woningcorporaties)

De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) ontvangt een bijdrage van BZK voor de Autoriteit woningcorporaties (Aw), die namens de Minister van BZK toezicht houdt op de Wet Normering Topinkomens (WNT) bij woningcorporaties. De totale kosten voor de Aw worden voor het jaar 2020 geraamd op ongeveer € 0,33 mln. Op grond van de Woningwet wordt dit grotendeels via een heffing bij de woningcorporaties gefinancierd, gecorrigeerd voor een batig/negatief saldo van het voorafgaande jaar. De heffing wordt na goedkeuring door het Ministerie van BZK door de ILT uitgevoerd en wordt op de begroting van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (XII) verantwoord.

RVO (Uitvoeringskosten BEW)

De Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) ontvangt een bijdrage voor de uitvoering van de Wet Bevordering Eigen Woningbezit, de Regeling Vermindering Verhuurderheffingen de Tijdelijke Regeling subsidie huisvesting vergunninghouders. Deze uitgaven worden verantwoord op artikel 4 vanwege gecentraliseerd opdrachtgeverschap.

RVO (Uitvoeringskosten Huisvestingsvoorziening statushouders)

De RVO.nl ontvangt een bijdrage voor de uitvoering van de Tijdelijke Regeling subsidie huisvesting vergunninghouders. Deze uitgaven worden verantwoord op artikel 4 vanwege gecentraliseerd opdrachtgeverschap.

Bijdragen aan ZBO’s / RWT’s

Woningmarkt

De activiteiten voor (basis)onderzoek en kennisoverdracht hebben betrekking op het terrein van wonen en bouwen, specifiek in samenwerking met bijvoorbeeld het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) en het Kadaster. De ontwikkelingen op de woningmarkt vragen om actuele gegevens over de woningmarkt. Het budget wordt besteed aan onder meer verkenningen, monitoring en op feiten gebaseerd onderbouwen van beleid, dataverzamelingen en ontwikkeling van ramingsmodellen.

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

Financiën en Nationale Schuld (H9)

De Belastingdienst ontvangt een bijdrage voor de uitvoering van de inkomensafhankelijke huurstijging en verhuurderheffing.

Ontvangsten

De ontvangsten bestaan uit teruggevorderde huurtoeslag. Terugvorderingen op de huurtoeslag ontstaan tijdens het toeslagjaar door controles van de Belastingdienst en na afloop van het subsidiejaar bij de definitieve vaststelling van de bijdrage.

Extracomptabele fiscale regelingen

Naast de in dit begrotingsartikel genoemde instrumenten, zijn er fiscale regelingen die betrekking hebben op de woningmarkt. De Minister van Financiën is hoofdverantwoordelijk voor de wetgeving en uitvoering van deze regelingen en voor de budgettaire middelen. In onderstaande tabel is ter informatie het budgettaire belang van deze regelingen vermeld. De cijfers zijn ontleend aan de corresponderende bijlage ‘Fiscale regelingen’ in de Miljoenennota. Naast de fiscale regelingen die in onderstaande tabel zijn opgenomen, heeft ook de vrijstelling van overdrachtsbelasting voor stedelijke herstructurering betrekking op dit beleidsartikel. Voor een beschrijving van de regelingen, de doelstelling, de ramingsgrond, een verwijzing naar de laatst uitgevoerde evaluatie en het beoogde jaar van afronding van de volgende evaluatie wordt verwezen naar de bijlage bij de Miljoenennota ‘Toelichting op de fiscale regelingen’.

Tabel 13 Fiscale regelingen 2018-2020, budgettair belang op transactiebasis in lopende prijzen (x € miljoen)

1

2018

2019

2020

Hypotheekrenteaftrek

10.627

9.665

9.532

Aftrek financieringskosten eigen woning

193

175

166

Aftrek periodieke betalingen erfpacht, opstal en beklemming

31

31

31

Aftrek renteen kosten van geldleningen restschuld vervreemde eigen woning

27

26

26

Eigenwoningforfait

‒ 3.310

‒ 3.221

‒ 3.241

Aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld

645

621

614

Schenk- en erfbelasting Eenmalige vrijstelling eigen woning

190

190

190

OVB Verlaagd tarief woning2

2.737

2.716

2.865

Vermindering verhuurderheffing

74

181

242

Kamerverhuurvrijstelling

11

10

10

X Noot
1

[-] = regeling is in dat jaar niet van toepassing; [0] = budgettair belang van de regeling bedraagt in dat jaar afgerond nihil.

X Noot
2

OVB = Overdrachtbelasting

Artikel 4. Energietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteit

A. Algemene doelstelling

Stimuleren van een goede kwaliteit van de gebouwde omgeving op de aspecten duurzaamheid, energiezuinigheid, veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid en toegankelijkheid.

Met deze doelstelling doet het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) recht aan diverse publieke waarden.

  • De energietransitie in de gebouwde omgeving zorgt voor vermindering van de CO2-uitstoot kan de woonlasten/gebruikslasten voor eigenaren en huurders van gebouwen verminderen. Uitgangspunt daarbij is dat voor steeds meer huishoudens – kopers en huurders - de kosten voor verduurzaming via een lagere energierekening terugverdiend kunnen worden.

  • Gebouwen voldoen aan de eisen van bouwregelgeving op het gebied van veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid en toegankelijkheid.

  • Vermindering van het gebruik van primaire grondstoffen in de bouw door onder meer zo hoogwaardig mogelijk gebruik van bouw- en sloopafval draagt bij aan de beschikbaarheid en betaalbaarheid van producten en diensten op de langere termijn.

Deze publieke waarden worden op onderdelen concreet gemaakt in de volgende op termijn te bereiken resultaten:

  • vermindering van de CO2-uitstoot van de gebouwde omgeving met minstens 3,4 Mton in 2030 in het kader van de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen in 2030 met minstens 49% ten opzichte van 1990, zoals afgesproken in het Regeerakkoord van het kabinet Rutte-III;

  • aardgasvrije gebouwde omgeving richting 2050. Conform het in het voorjaar 2019 gepubliceerde Klimaatakkoord uitvoering van grootschalige proeftuinen in minimaal 100 wijken gericht op opschaling en het opdoen van kennis en ervaring;

  • samen met maatschappelijke partners 50% minder gebruik van primaire grondstoffen (mineraal, fossiel en metalen) realiseren in 2030 als tussendoel. Dit is in lijn met het programma ‘Nederland circulair in 2050’ met als einddoel een volledig circulaire economie in 2050 (Kamerstukken II 2015/16, 32852, nr. 33). De bouw is hierbij als een van de vijf prioriteiten genoemd;

  • verbetering van de kwaliteit van werkzaamheden aan gasverbrandingsinstallaties teneinde het aantal koolmonoxideongevallen te reduceren.

B. Rol en verantwoordelijkheid

Met het oog op de doelen binnen dit beleidsartikel is de inzet van burgers, instellingen, bedrijven en de gehele overheid noodzakelijk. In het kader van het Klimaatakoord wordt met partijen gesproken over de noodzakelijke acties en te nemen maatregelen. Rijk, gemeenten, provincies en waterschappen zijn gestart met het Interbestuurlijke Programma (IBP) van 2018 en een gezamenlijke agenda. Het belangrijkste doel van het IBP is een optimale samenwerking tussen de overheden, zodat er rond belangrijke maatschappelijke opgaven een meer gezamenlijke aanpak tot stand komt. De minister heeft hierbij een stimulerende en regisserende rol.

Stimuleren

Op basis van de Woningwet (artikel 120), de Wet milieubeheer (hoofdstuk 4) en de Kadasterwet is de Minister van BZK verantwoordelijk voor het stimuleren van energiebesparing en reductie van CO2-uitstoot in de gebouwde omgeving. De Minister van BZK geeft invulling aan deze verantwoordelijkheid door kaderstelling (wet- en regelgeving), het uitvoeren van de acties van het Energieakkoord en het Klimaatakkoord waar het Rijk verantwoordelijk voor is, ondersteuning van innovatie (onder andere door middel van subsidies) en monitoring. De Minister van BZK stimuleert energietransitie in de gebouwde omgeving met verschillende (subsidie)instrumenten, afspraken en ondersteuningsmaatregelen.

Regisseren

Op basis van de Woningwet (artikel 2) is de Minister van BZK verantwoordelijk voor het opstellen en het beheer van de bouwregelgeving en stelselverantwoordelijk voor het borgen van de bouwkwaliteit. Op grond van deze verantwoordelijkheid worden in ieder geval regels gesteld over het bouwen van nieuwe bouwwerken, de staat van bestaande bouwwerken en het gebruiken en slopen van bouwwerken. Deze regels worden gesteld vanuit het oogpunt van veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid, energiezuinigheid of milieu. Door naleving van deze regels is de minimumkwaliteit van bouwwerken gewaarborgd. Toezicht en handhaving hierop berust bij gemeenten.

C. Beleidswijzigingen

Het beleid ten aanzien van de gebouwde omgeving staat de komende jaren vooral in het licht van de in Parijs afgesproken doelstellingen in 2050 van de reductie van CO2(-emissies) in de gebouwde omgeving. Daarvoor wordt zowel nationaal als Europees beleid geïmplementeerd.

Totstandkoming en uitvoering Klimaatakkoord gebouwde omgeving

In het kader van het Klimaatakkoord wordt in 2020 een breed pakket aan maatregelen uitgewerkt ter ondersteuning van de woningeigenaar, de huurder en verhuurder. Dit pakket heeft onder meer de volgende onderdelen:

  • fiscale wijzigingen in de energiebelasting en de opslag duurzame energie die moeten leiden tot een lagere belastingdruk voor huishoudens, een eerlijke verhouding tussen de bijdrage van huishoudens en bedrijven aan de energietransitie en de juiste prikkels om te willen investeren in duurzaamheid;

  • de bestaande EZK-subsidieregeling voor duurzame warmteopties (ISDE) wordt verbreed, waardoor ook isolatie voor subsidie in aanmerking komt;

  • het Warmtefonds wordt ingesteld, waardoor voor elke woningeigenaar het nemen energiebesparende maatregelen financieel bereikbaar wordt; 

  • bewoners en gebouweigenaren worden ondersteund bij het nemen van maatregelen met advies, een ontzorgend aanbod en op een digitaal platform dat in 2020 operationeel zal zijn;

  • verhuurders worden ondersteund door implementatie van ondersteuningsinstrumenten, via fiscaliteit (Energie Investeringsaftrek of regeling vermindering verhuurdersheffing);

  • voorts zal het Programma stimulering vermindering energieverbruik eigen woningen in 2020 worden voortgezet. Dit programma biedt woningeigenaren handelingsperspectief om hun energieverbruik te verminderen;

  • ook zal het innovatieprogramma in lijn met het Klimaatakkoord langjarig worden voortgezet. Het programma stimuleert de ontwikkeling van een betaalbaar en aantrekkelijk verduurzamingsaanbod voor verschillende gebouwtypen, productiemethoden waarmee grote schaal bereikt kan worden door digitalisering en industrialisering, en techniek voor inpassing van het nieuwe aanbod in het energiesysteem van de gebouwde omgeving. Dit gebeurt via een aantal instrumenten. Op het versnellen van de markttoepassing van aardgasvrije oplossingen wordt ingezet via de DEI + Aardgasloze wijken, woningen en gebouwen. Experimentele en industriële ontwikkeling wordt gestimuleerd via de uitvoering van meerjarige missiegedreven innovatieprogramma’s gebouwde omgeving door grootschalige consortia van kennisinstellingen en bedrijven. Tot slot zorgt het Kennis- innovatieplatform Maatschappelijk Vastgoed voor het ontwikkelen van kennis en aanjagen van innovatie voor het maatschappelijk vastgoed.

Programma aardgasvrije wijken

In het ontwerp-Klimaatakkoord is gekozen om met een wijkgerichte aanpak steden en dorpen planmatig «van het aardgas af te halen». Het streven is om in 2030 1,5 miljoen woningen en andere gebouwen via de wijkenaanpak aardgasvrij te maken. Hiervoor is in 2019 het interbestuurlijke Programma Aardgasvrije Wijken (PAW) ingericht. Doel van het PAW is leren hoe de wijkgerichte aanpak opgeschaald kan worden, maar heeft als secundair doel ook dat de wijken die onderdeel zijn van het programma aardgasvrij(ready) worden gemaakt. Ook worden op basis van lokale uitvoering knelpunten gesignaleerd, geagendeerd en waar mogelijk opgelost. Om dit te realiseren wordt gebruik gemaakt van grootschalige proeftuinen («100 wijkenaanpak») die aardgasvrij(ready) worden gemaakt en een bijbehorend Kennis- en Leerprogramma. In 2018 is gestart met 27 proeftuinen. De proeftuinen en het Kennis- en Leerprogramma zorgen ook voor een vliegwiel zodat gemeenten samen met de betrokken partijen op een steeds grotere schaal in staat zijn te starten met de wijkgerichte aanpak.Mede op basis van een evaluatie van de eerste tranche worden nieuwe proeftuinen toegewezen. Tevens vindt een nadere uitwerking plaats over de monitoring van de voortgang van de proeftuinen; hierbij wordt geparticipeerd in Inzicht in Kwaliteit van het Ministerie van Financiën.

Koolmonoxide

In mei 2019 is het wetsvoorstel Wijziging van de Woningwet in verband met de introductie van een stelsel van certificering voor werkzaamheden aan gasverbrandingsinstallaties (Kamerstukken II, 2017/18, 35022) in de Tweede Kamer aanvaard. In 2020 zal het wettelijk stelsel hiervoor inwerking treden. Met dit stelsel wordt beoogd de kwaliteit van werkzaamheden aan gasverbrandingsinstallaties te verbeteren, teneinde het aantal ongevallen met koolmonoxide te reduceren. In 2020 worden werkzaamheden verricht ten behoeve van de implementatie van dit stelsel. Het betreft hier onder andere een campagne om consumenten te informeren over de verplichte certificering van (installatie)bedrijven en het opzetten van een openbaar register van gecertificeerde bedrijven dat eenvoudig door consumenten kan worden geraadpleegd.

Toegankelijkheid van gebouwen

Er wordt gewerkt aan een aantal aanpassingen in de bouwregelgeving (zie Actieplan Toegankelijkheid voor de bouw (Kamerstukken II, 2018/19, 32757, nr. 154)) om de toegankelijkheid te verbeteren van nieuw te realiseren woningen en nieuwe voor publiek toegankelijke gebouwen voor mensen met een beperking.

Nieuwe bepalingsmethode energieprestatie.

Per 1 juli 2020 zal de nieuwe bepalingsmethode voor de energieprestatie van gebouwen in de regelgeving worden aangewezen, de NTA8800. Deze vervangt drie afzonderlijke bepalingsmethoden, waardoor een integrale toetsmethode ontstaat om de energieprestatie te bepalen van zowel woningbouw als utiliteitsbouw en van zowel bestaande bouw en nieuwbouw. Met deze verandering zullen ook de eisen voor nieuwbouw per 1 juli 2020 gaan veranderen naar eisen voor Bijna Energie Neutrale Gebouwen (BENG). Beiden betreffen implementatie van de richtlijn Energieprestatie van Gebouwen (Energy Performance Buildings Directive (EPBD) 2018/2001/EU en 2010/31/EU). Met introductie van de nieuwe bepalingsmethode wordt ook voorzien in een werkbaar alternatief voor het vereenvoudigd energielabel (VEL).

Wet Kwaliteitsborging

In het voorjaar 2019 is de Eerste Kamer akkoord gegaan met het wetsvoorstel over kwaliteitsborging voor het bouwen (Kamerstukken I, 2016/17, 34453, A). Het doel van de wet is versterking van de positie van iedere consument als opdrachtgever in de bouw. De consument krijgt betere bescherming als na oplevering van een bouwwerk gebreken worden ontdekt. Het is de bedoeling het nieuwe stelsel vanaf 2021 stapsgewijs in te voeren. Tot die tijd doen marktpartijen door middel van proefprojecten alvast ervaring op, zodat zij goed voorbereid zijn wanneer het stelsel wordt ingevoerd. In 2020 zal de lagere wet- en regelgeving aangepast worden en wordt de toelatingsorganisatie opgericht.

Verduurzamen maatschappelijk vastgoed waaronder Rijksvastgoed

Het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) is verantwoordelijk voor het beheer en de instandhouding van de grootste en meest diverse vastgoedportefeuille van Nederland. Het RVB ontwikkelt in het kader van de energietransitie routekaarten voor zijn verschillende gebouwenportefeuilles. De routekaart voor de kantorenportefeuille is al gereed en in 2020 in uitvoering. De routekaarten voor de overige portefeuilles zijn in ontwikkeling.

Daarnaast zet het Rijk zijn vastgoed ook in voor de energietransitie van Nederland. Zo geeft het RVB gronden uit voor hernieuwbare energieprojecten, bijvoorbeeld wind- en zonneparken. Het RVB beschikt met zijn openbare uitgifteprocedure over de mogelijkheden om te sturen op lokaal gedragen en kwalitatief hoogstaande projecten.

Het RVB participeert ook in een aantal Regionale Energiestrategieën, waaronder in West-Brabant, waar rijksvastgoed in potentie een grote bijdrage aan de energietransitie kan leveren.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 14 Budgettaire gevolgen van beleid, beleidsartikel 4 Energietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteit (bedragen x € 1.000)

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Art.nr.

Verplichtingen

231.354

239.022

341.942

82.912

57.776

47.969

44.060

Uitgaven

176.053

347.522

480.942

110.412

57.776

47.969

44.060

Waarvan juridisch verplicht (percentage)

99%

4.1

Energietransitie en duurzaamheid

148.722

341.188

475.204

105.028

52.432

42.888

38.979

Subsidies

146.076

170.852

294.621

33.614

6.982

1.452

1.452

Beleidsprogramma energiebesparing

6.264

0

0

0

0

0

0

Energietransitie en duurzaamheid

0

13.735

32.821

2.614

2.482

1.452

1.452

Energiebesparing koopsector

3.348

15.000

74.000

3.500

4.500

0

0

Energiebesparing huursector

105.676

124.117

139.000

27.500

0

0

0

SAH

0

0

48.800

0

0

0

0

Revolverend fonds EGO

25.000

0

0

0

0

0

0

Nationaal Energiebespaarfonds (NEF)

0

18.000

0

0

0

0

0

Beleidsprogramma bouwregelgeving

5.788

0

0

0

0

0

0

Opdrachten

1.473

1.083

3.202

1.100

1.100

1.100

1.100

Beleidsprogramma energiebesparing

659

0

0

0

0

0

0

Energietransitie en duurzaamheid

0

1.083

3.202

1.100

1.100

1.100

1.100

Beleidsprogramma bouwregelgeving

814

0

0

0

0

0

0

Bijdragen aan agentschappen

1.173

29.280

36.432

25.465

20.501

16.487

12.578

Dienst Publiek en Communicatie

1.173

862

0

0

0

0

0

Diverse agentschappen

0

23

0

0

0

0

0

ILT (handhaving energielabel)

0

15

515

515

515

515

515

RVO.nl (energietransitie en duurzaamheid)

0

20.752

11.709

10.407

10.443

10.521

6.612

RVO.nl (uitvoering Energieakkoord)

0

7.201

24.208

14.543

9.543

5.451

5.451

RVO.nl (uitvoeringskosten FEH)

0

427

0

0

0

0

0

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

0

2.090

4.300

0

0

0

0

Energietransitie en duurzaamheid

0

2.090

4.300

0

0

0

0

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

0

137.883

136.649

44.849

23.849

23.849

23.849

Gemeentefonds (H50)

0

136.400

112.400

21.000

0

0

0

EGO

0

1.433

24.249

23.849

23.849

23.849

23.849

Bouwregelgeving

0

50

0

0

0

0

0

4.2

Bouwregelgeving en bouwkwaliteit

22.427

6.334

5.738

5.384

5.344

5.081

5.081

Subsidies

294

3.591

3.491

3.163

3.080

2.380

1.387

Beleidsprogramma woningbouw

294

0

0

0

0

0

0

Bouwregelgeving en bouwkwaliteit

0

3.591

3.491

3.163

3.080

2.380

1.387

Opdrachten

104

1.450

1.350

1.531

1.574

2.011

3.004

Beleidsprogramma woningbouw

104

0

0

0

0

0

0

Bouwregelgeving en bouwkwaliteit

0

1.450

1.350

1.531

1.574

2.011

3.004

Bijdragen aan agentschappen

22.029

53

53

53

53

53

53

ILT (toezicht EU-bouwregelgeving)

0

53

53

53

53

53

53

RVO.nl (beleidsprogramma woningbouw)

22.029

0

0

0

0

0

0

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

0

1.170

516

309

309

309

309

Toelatingsorganisatie

0

1.170

516

309

309

309

309

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

0

70

328

328

328

328

328

Infrastructuur en Waterstaat (H12)

0

70

328

328

328

328

328

4.3

Kwaliteit woonomgeving

2.256

0

0

0

0

0

0

Subsidies

1.844

0

0

0

0

0

0

Beleidsprogramma woonomgeving e.a.

1.844

0

0

0

0

0

0

Opdrachten

412

0

0

0

0

0

0

Beleidsprogramma woonomgeving e.a.

412

0

0

0

0

0

0

4.4

Revolverend Fonds Energiebesparing Verhuurders

2.648

0

0

0

0

0

0

Leningen

2.640

0

0

0

0

0

0

Revolverend Fonds Energiebesparing Verhuurders

2.640

0

0

0

0

0

0

Bijdragen aan agentschappen

8

0

0

0

0

0

0

Uitvoeringskosten Revolverend Fonds Energiebesparing Verhuurders

8

0

0

0

0

0

0

Ontvangsten

470

91

91

91

91

91

91

Budgetflexibiliteit

Van het totale uitgavenbudget op artikel 4 is 99% juridisch verplicht en dit kent de volgende onderverdeling:

Subsidies

Het subsidiebudget is voor 100% juridisch verplicht. De subsidies zijn in het kader van de energietransitie en duurzaamheid voor onder andere energiebesparing in de koopsector (SEEH), energiebesparing in de huursector (STEP) en de stimuleringsregeling aardgasvrije huurwoningen (SAH).

Opdrachten

Het opdrachtenbudget is voor 36% juridisch verplicht. Ter uitvoering van de afspraken voor energietransitie in de gebouwde omgeving uit het Energieakkoord en Klimaatakkoord worden in 2020 diverse onderzoeksopdrachten uitgevoerd.

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

Het budget voor bijdragen aan ZBO’s/RWT’s is voor 100% juridisch verplicht. Het betreft een bijdrage aan de Unie van Waterschappen ten behoeve van het Nationaal Programma voor de Regionale Energiestrategieën (NP RES). Daarnaast ontvangt de toelatingsorganisatie in de bouw een bijdrage in het kader van de voorbereiding van het nieuwe stelsel voor de wet kwaliteitsborging voor het bouwen.

Bijdragen aan agentschappen

Het budget voor bijdragen aan agentschappen is voor 100% juridisch verplicht. Het betreffen bijdragen aan de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl).

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

Het budget voor bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken is 100% juridisch verplicht. Het betreft bijdragen voor de regionale energiestrategie (RES), grootschalige proeftuinen (100 wijken aanpak) en de inzet voor het innovatieprogramma CO2-neutrale gebouwde omgeving.

E. Toelichting op de instrumenten
4.1 Energietransitie en duurzaamheid

Het Ministerie van BZK zet diverse instrumenten in om energietransitie in de gebouwde omgeving te bevorderen, zorg te dragen voor een minimumniveau voor veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid en toegankelijkheid van gebouwen, de positie van de consument als opdrachtgever in de bouw te versterken en het gebruik van primaire grondstoffen te verminderen. In dit kader verstrekt het Ministerie van BZK subsidies, opdrachten en bijdragen aan partijen buiten en binnen de Rijksoverheid.

Subsidies

Energietransitie en duurzaamheid

In het kader van de afspraken voor energietransitie in de gebouwde omgeving uit het Energieakkoord verstrekt het Ministerie van BZK in 2020 subsidies aan enkele partijen, waaronder de voorlichtingsorganisatie Milieu Centraal (klantcontact en informatievoorziening over het energielabel voor woningen en andere gebouwen).

Voorts zal het Programma Reductie Energieverbruik eigen woningen in 2020 worden voortgezet. Dit programma biedt woningeigenaren handelingsperspectief om hun energieverbruik te verminderen.

Tot slot worden middelen beschikbaar gesteld aan decentrale overheden om ze te ondersteunen voor het Programmabureau Regionale Energie Strategieën (RES), die de regio’s ondersteunt met expertise voor het organiseren van participatie en voor de uitbreiding van de gemeentelijke taken op dit gebied.

Energiebesparing Koopsector

Om de eigenaar-bewoner te stimuleren om energiebesparende maatregelen te nemen is in 2019 is de Subsidieregeling Energiebesparing eigen huis (SEEH) weer opengesteld. Dit wordt in 2020 voortgezet.

Energiebesparing Huursector

In 2020 continueert de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) in opdracht van het Ministerie van BZK de afhandeling van eerder verleende subsidies van de Stimuleringsregeling energieprestatie huursector voor investeringen van verhuurders in energiebesparende maatregelen (STEP). Aanvragen konden worden gedaan tot eind 2018. De subsidies worden twee jaar na verlening vastgesteld en uitbetaald in de periode tot aan het voorjaar 2022.

Stimuleringsregeling aardgasvrije huurwoningen (SAH)

Partijen hebben in het Klimaatakkoord afspraken gemaakt om de energietransitie op gang te brengen door zo snel mogelijk 100.000 bestaande woningen te verduurzamen via de Startmotor huursector. De bedoeling van de Startmotor is om in korte tijd voldoende ervaring en schaalgrootte te realiseren bij het aardgasvrij maken van wijken. Deze afspraak in het Klimaatakkoord heeft als doelstelling het isoleren en aardgasvrij (of aardgasvrijready) maken van 100.000 bestaande huurwoningen in de periode tot en met 2023. Ter ondersteuning van de Startmotor wordt de Stimuleringsregeling aardgasvrije huurwoningen ingevoerd. Voor zowel sociale als particuliere huurwoningen kan een bijdrage worden verleend voor het aardgasvrij maken. Bij de Stimuleringsregeling aardgasvrije huurwoningen staat aardgasvrij voorop en isolatie maakt hier – afhankelijk van de startsituatie van de woningen – in meer of mindere mate onderdeel van uit.

Opdrachten

Energietransitie en duurzaamheid

Ter uitvoering van de afspraken voor energietransitie in de gebouwde omgeving uit het Energieakkoord verstrekt het Ministerie van BZK ook in 2020 diverse onderzoeksopdrachten, waaronder aan Cendris (helpdesk Energielabel).

Daarnaast worden gemeenten ondersteund in het oppakken en uitvoeren van hun regierol in de transitie naar een aardgasvrije gebouwde omgeving door het Kennis- en Leerprogramma (KLP). Gemeenten dienen bij het KLP de kennis, contacten en inspiratie te kunnen vinden om de volgende stap te kunnen zetten richting aardgasvrije wijken. Ook draagt het KLP bij aan de bewustwording van de opgave en de nieuwe rol van gemeenten hierin.

Bijdragen aan agentschappen

ILT (Handhaving Energielabel)

In 2020 zet de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) haar werkzaamheden voort op het gebied van de handhaving van de naleving van de verplichtingen met betrekking tot het energielabel in het kader van de Europese richtlijn energieprestatie van gebouwen.

RVO.nl (Energietransitie en duurzaamheid))

Deze middelen zijn bestemd voor het jaarprogramma 2020 dat RVO.nl in opdracht van het Ministerie van BZK uitvoert op het gebied van energietransitie in de gebouwde omgeving. Het programma behelst kennisverspreiding, beleidsonderbouwing en uitvoering van subsidieregelingen over de hele breedte van dit beleidsterrein.

RVO.nl (Uitvoering Energieakkoord)

Het betreft de uitgaven voor beheer, onderhoud en verbetering van het energielabelsysteem voor woningen en andere gebouwen op basis van de Europese richtlijn energieprestatie van gebouwen.

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

Energietransitie en duurzaamheid

De Unie van Waterschappen ontvangt een bijdrage voor het Nationaal Programma Regionale Energiestrategieën (NP RES) ten behoeve van de ondersteuning van de dertig energieregio’s bij het opstellen van hun regionale energiestrategie (RES).

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

Gemeentefonds (H50)

In de regionale energiestrategie (RES) werken overheden en maatschappelijke partijen, bedrijfsleven en burgers gedragen keuzes uit voor regionale opwek van duurzame elektriciteit, warmtetransitie en de daarbij horende infrastructuur.

De RES heeft daarmee een meervoudige functie. Allereerst is de RES een product waarin de regio beschrijft welke energiedoelstellingen er moeten worden gehaald op welke termijn. Ten tweede is de RES een belangrijk instrument om ruimtelijke inpassing met maatschappelijke betrokkenheid te organiseren. Ten derde is de RES een manier om langjarige samenwerking tussen alle regionale partijen te organiseren.

Om decentrale overheden hierbij te ondersteunen stelt de (Rijks)overheid middelen beschikbaar voor het Programmabureau RES, die de regio’s ondersteunt met expertise, voor het organiseren van participatie en voor de uitbreiding van de gemeentelijke taken op dit gebied. In deze kabinetsperiode gaat het in totaal voor de RES om € 22,5 mln. Hiervoor is € 2 mln. beschikbaar in 2020. Op deze wijze wordt bijgedragen aan een kosteneffectieve uitvoering van de energietransitie.

Daarnaast wordt ook het Programma Aardgasvrije Wijken voortgezet om te leren op welke manier de wijkgerichte aanpak kan worden ingericht en opgeschaald. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van grootschalige proeftuinen (100 wijken aanpak) en een bijbehorend Kennis- en Leerprogramma (KLP). Hiervoor is € 63 mln. beschikbaar in 2020.

EGO

De inzet van het innovatieprogramma CO2-neutrale gebouwde omgeving is het topsectorenbeleid, in het bijzonder beleid in het kader van het topconsortium voor Kennis en Innovatie Urban Energy (TKIUE), te vernieuwen en te intensiveren en de kennisopbouw en uitwisseling rondom maatschappelijke vastgoed te versterken. Het gaat hierbij om het ontwikkelen van commercieel toepasbare oplossingen voor een aardgasvrije gebouwde omgeving, Meerjarig Missiegedreven Innovatieprogramma’s (MMIP’s) en de oprichting van een Kennis- innovatieplatform Energietransitie Maatschappelijk Vastgoed.

4.2 Bouwregelgeving en bouwkwaliteit

Subsidies

Bouwregelgeving en bouwkwaliteit

In 2020 verstrekt het Ministerie van BZK enkele subsidies in het kader van het streven om de vraaggerichtheid in de bouwsector en de positie van de bouwconsument te versterken door middel van private afspraken zoals een benchmarkingsysteem en een opleverdossier voor de consument. Verder worden enkele subsidies verstrekt om het belang van verduurzaming in VvE’s verder onder de aandacht te brengen in het kader van de Wet verbetering functioneren verenigingen van eigenaars (Stb. 2017, 241). Deze wet verplicht VvE’s ertoe om jaarlijks een minimumbedrag te reserveren voor onderhoud en herstel van het gebouw en heeft bij VvE’s de aandacht voor de combinatie van groot onderhoud en verduurzaming vergroot.

Opdrachten

Bouwregelgeving en bouwkwaliteit

Het Ministerie van BZK verstrekt ten behoeve van een goed functionerend stelsel van bouwregelgeving ook in 2020 opdrachten voor werkzaamheden van het Nederlands Normalisatie-instituut (NEN), de Helpdesk bouwregelgeving en de Adviescommissie toepassing en gelijkwaardigheid bouwvoorschriften. Vanuit de kerntaak «het wettelijk waarborgen van een maatschappelijk noodzakelijk minimum kwaliteitsniveau van bouwwerken» worden waar nodig wijzigingen in het Besluit bouwwerken leefomgeving aangebracht.

Ter uitvoering van de afspraken in het Regeerakkoord van het kabinet Rutte- III over circulaire bouweconomie wordt deze kabinetsperiode onderzocht hoe de bouwregelgeving effectief kan worden ingezet om de afspraken te realiseren en wordt dit op onderdelen al geïmplementeerd. Ook wordt ondersteunend beleid ingezet voor kennisontwikkeling en –verspreiding. Hiertoe verstrekt het Ministerie van BZK opdrachten aan onder meer de Stichting Bouwkwaliteit en Platform31. In het kader van het innovatieprogramma (voortvloeiend uit de klimaatenveloppe) worden middelen vrijgemaakt voor het ontwikkelen van circulaire technieken bij de verduurzaming van de woning- en kantoorvoorraad.

Bijdragen aan agentschappen

ILT (Toezicht EU-Bouwregelgeving)

In 2020 voert de ILT toezicht en handhaving uit op de naleving van de Europese Verordening bouwproducten.

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

Toelatingsorganisatie

Het Ministerie van BZK verstrekt een bijdrage aan de toelatingsorganisatie in de bouw. Deze organisatie keurt namens de overheid kwaliteitssystemen goed. Dit is ter voorbereiding van het nieuwe stelsel voor de wet kwaliteitsborging voor het bouwen.

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

Infrastructuur en Waterstaat (H12)

Dit betreft onder andere een bijdrage ten behoeve van het Omgevingsloket online, waarbij particulieren en bedrijven een omgevingsvergunning kunnen aanvragen en een vergunning check en melding kunnen doen.

Ontvangsten

Dit betreft ontvangsten uit afrekeningen van eerder verstrekte subsidies door RVO.nl en uit boetes wegens het niet nakomen van verplichtingen met betrekking tot het verstrekken van het energielabel bij verkoop en verhuur van gebouwen.

Artikel 5. Ruimtelijke ordening en omgevingswet

A. Algemene doelstelling

Een goede kwaliteit van de leefomgeving. Het beleid is gericht op de realisatie van een veilige en gezonde woon- en leefomgeving en een efficiënt gebruik van onze ruimte, nu en in de toekomst. Daarbij werkt het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) aan een stelsel van omgevingsrecht, waarmee overheden, burgers en bedrijven gezamenlijk kunnen werken aan een duurzaam en doelmatig beheer en ontwikkeling van de leefomgeving. Het kader wordt hiervoor gevormd door de nieuwe omgevingsvisie.

B. Rol en verantwoordelijkheid

Het huidige rijksbeleid voor ruimtelijke ordening is beschreven in de in 2012 vastgestelde Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) (Kamerstukken II 2011/12, 32660, nr. 50). De nieuwe Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zal naar verwachting begin 2020 worden vastgesteld. Deze zal het kader vormen voor het omgevingsbeleid en de aanpak kenmerkt zich als integraal en gebiedsgericht. Er wordt gewerkt vanuit een richtinggevende en uitnodigende visie met duidelijke kaders die gebaseerd zijn op nationale belangen en die ruimte laat voor regionale en lokale activiteiten. In deze nieuwe sturingsfilosofie heeft de Minister van BZK zowel een stimulerende als een regisserende rol.

De Minister van BZK is verantwoordelijk voor de stelselherziening omgevingsrecht (Omgevingswet), gericht op een samenhangende benadering van de leefomgeving, eenvoudiger regels voor burgers en bedrijven en betere en snellere besluitvorming over projecten in de fysieke leefomgeving. De Minister van BZK is ook verantwoordelijk voor het systeem van ruimtelijke ordening en het stimuleren van (de kwaliteit van) ruimtelijke investeringen.

Regisseren

De Minister van BZK heeft een regisserende rol ten aanzien van het ruimtelijk beleid. Deze rol wordt beïnvloed door de vaststelling van de NOVI, waarmee de SVIR vervalt. Deze rol omvat:

  • de minister is systeemverantwoordelijk voor de NOVI, waaronder kennisontwikkeling voor de uitvoering en de monitoring van de NOVI;

  • de minister is stelselverantwoordelijk voor de Wet op de Ruimtelijke ordening;

  • het zorgdragen voor een gestructureerde afstemming met de regio in de vorm van het Bestuurlijk Overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT), waarin het Rijk en de regio afspraken kunnen maken over afgestemde acties en investeringsbeslissingen;, zoals voor gebeidsontwikkeling in Eindhoven

  • het – via de omgevingsagenda’s – in kaart brengen van de inhoudelijke samenhang tussen de verschillende onderdelen van het ruimtelijk-fysieke domein (o.a. woningbouw, bereikbaarheid, economie, energie, natuur en waterveiligheid);

  • het ontwikkelen van nationale ruimtelijke visies, zoals een visie op de ruimtelijke vertaling voor duurzame energieopwekking, -opslag en -transport in 2050 (bijdrage aan het Klimaatakkoord), een ruimtelijk kader voor datacenters en een visie op verstedelijking en krimp (bijdragen aan de NOVI) en de uitwerking in regionale verstedeljkingstrategieen die samen met de regio's worden opgesteld;

  • de inbreng van ontwerp in ruimtelijke projecten en programma’s bij het Ministerie van BZK en het stimuleren van ontwerp bij projecten en programma’s, zowel interdepartementaal als bij andere overheden.

De Minister van BZK heeft een regisserende rol ten aanzien van de geo-informatie in Nederland en heeft in dat kader een systeemverantwoordelijkheid voor de Nationale Geo-informatie-Infrastructuur. De Minister van BZK geeft aan deze verantwoordelijkheid invulling door:

  • het opstellen, onderhouden en coördineren van nationale en Europese kaders en wet- en regelgeving ten aanzien van interbestuurlijke geo-informatie en de bijbehorende informatievoorziening;

  • het vertalen en implementeren van relevante Europese beleidskaders;

  • Het stimuleren van de samenwerking tussen overheid, bedrijfsleven en wetenschap in het kader van de toekomstvisie GeoSamen;

  • het initieel ontwikkelen van de Basisregistratie Ondergrond (BRO);

  • het zorgen voor een toekomstvaste exploitatie van de geo-basisregistraties en basisvoorzieningen en de verdere doorontwikkeling van deze geo-informatie-infrastructuur in het kader van de ontwikkelvisie Doorontwikkeling in Samenhang.

De Minister van BZK heeft een regisserende rol in het kader van de stelselherziening omgevingsrecht. Deze omvat:

  • het invoeren van het stelsel van Omgevingswet, samen met bestuurlijke partners, collega bewindspersonen en andere belanghebbenden;

  • faciliteren van experimenten vooruitlopend op de Omgevingswet via de Crisis- en Herstelwet;

  • de implementatie van het nieuwe stelsel via het implementatieprogramma Aan de slag met de Omgevingswet met een interbestuurlijk opdrachtgeverschap van Rijk, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), Interprovinciaal Overleg (IPO) en Unie van Waterschappen (UvW);

  • het ondersteunen van burgers, bedrijven en overheden bij de stelselherziening door het vergroten van kennis over het leren werken met de nieuwe wet- en regelgeving;

  • het implementeren, uitbouwen en in beheer nemen van een landelijke voorziening in het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO-LV) die de uitvoeringsprocessen van de Omgevingswet ondersteunt.

C. Beleidswijzigingen

Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO)

Nadat eind 2019 de ontwikkeling van het DSO is afgerond, wordt in 2020 het DSO overgedragen aan een beheersorganisatie. Daarnaast wordt er gewerkt aan de implementatie van het DSO bij de bevoegde gezagen en wordt er een begin gemaakt met de verdere verrijking van het DSO (uitbouw).

Nationale Omgevingsvisie

Met de vaststelling van de NOVI komt de SVIR te vervallen. De NOVI geeft het integrale beleid voor de fysieke leefomgeving voor 2030 en verder. De NOVI wordt hiermee ook kaderstellend voor de ruimtelijke ordening.

Aan de NOVI is een uitvoeringsagenda gekoppeld. Deze wordt in 2020 geïmplementeerd door het verbinden van bestaande programma’s en initiëren van enkele nieuwe programma’s en het benoemen van NOVI-gebieden. Met andere overheden worden samenwerkingsafspraken gemaakt en uitgewerkt. Voor de gebiedsgerichte uitwerking en uitvoering worden door Rijk en regio landsdelige omgevingsagenda’s ontwikkeld.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 15 Budgettaire gevolgen van beleid, beleidsartikel 5 Ruimtelijke ordening en omgevingswet (bedragen x € 1.000)

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Art.nr.

Verplichtingen

113.283

113.760

122.524

86.461

81.727

75.474

74.279

Uitgaven

107.456

120.712

124.755

86.461

81.727

75.474

74.279

Waarvan juridisch verplicht (percentage)

80%

5.1

Ruimtelijke ordening

49.240

59.412

65.788

55.147

50.957

47.676

46.481

Subsidies

2.211

2.675

1.613

380

380

380

380

Basisregistraties

680

830

380

380

380

380

380

Programma Ruimtelijk Ontwerp

1.365

1.633

1.233

0

0

0

0

Gebiedsontwikkeling

6

0

0

0

0

0

0

Ruimtelijk instrumentarium (diversen)

160

212

0

0

0

0

0

Opdrachten

5.187

7.516

7.724

7.632

7.006

6.462

6.462

Basisregistratie Ondergrond (BRO)

2.014

1.181

1.369

777

552

0

0

Gebiedsontwikkeling

436

1.129

1.461

1.381

1.176

1.176

1.176

Nationale Omgevingsvisie

388

1.245

0

0

0

0

0

Programma Ruimtelijk Ontwerp

2.337

2.241

2.961

2.961

2.961

2.961

Ruimtegebruik bodem (diversen)

17

265

265

265

265

265

265

Ruimtelijk instrumentarium (diversen)

821

1.069

2.108

1.968

1.772

1.780

1.780

Geo-informatie

227

85

0

0

0

0

0

Windenergie op zee

36

205

280

280

280

280

280

Uitvoering ruimtelijk beleid

16

0

0

0

0

0

0

Architectonisch beleid

1.232

0

0

0

0

0

0

Bijdragen aan ZBO's / RWT's

28.651

34.541

37.706

34.878

28.744

28.240

28.240

Basisregistratie Ondergrond (BRO)

0

0

8.443

6.452

493

0

0

Geo-informatie

2.982

3.476

2.622

2.535

2.545

2.556

2.556

Diverse bijdragen

2.710

4.305

280

215

30

8

8

Kadaster (basisregistraties)

22.959

26.760

26.361

25.676

25.676

25.676

25.676

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

0

2.818

0

0

0

0

0

Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

0

300

0

0

0

0

0

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

0

2.518

0

0

0

0

0

Bijdragen aan medeoverheden

2.717

2.650

9.498

3.010

6.030

3.797

2.602

Diverse projecten ruimtelijke kwaliteit

167

51

188

60

120

76

52

Diverse bijdragen

0

12

0

0

0

0

0

Gebiedsontwikkeling

0

37

0

0

0

0

0

Projecten Nota Ruimte

0

0

5.789

400

3.360

1.171

1.171

Gemeenten

0

2.550

3.521

2.550

2.550

2.550

1.379

Projecten bestaand Rotterdams gebied

2.550

0

0

0

0

0

0

Bijdrage aan agentschappen

10.474

9.212

9.247

9.247

8.797

8.797

8.797

RVB

3.026

2.430

2.413

2.413

2.413

2.413

2.413

RWS (leefomgeving)

7.448

6.482

6.384

6.384

6.384

6.384

6.384

Basisregistratie Ondergrond (BRO)

300

450

450

0

0

0

5.2

Omgevingswet

58.216

61.300

58.967

31.314

30.770

27.798

27.798

Subsidies

5.000

4.000

0

0

0

0

0

Eenvoudig Beter

5.000

4.000

0

0

0

0

0

Opdrachten

2.882

3.995

35.206

11.953

11.421

8.505

8.505

Eenvoudig Beter

665

1.900

840

540

1.231

1.231

1.231

Aan de Slag

2.217

2.095

34.366

11.413

10.190

7.274

7.274

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

15

0

0

0

0

0

0

Aan de Slag

15

0

0

0

0

0

0

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

13.559

25.832

19.553

18.153

18.141

18.085

18.085

Kadaster

9.652

18.061

19.053

18.153

18.141

18.085

18.085

Geonovum

3.029

4.911

500

0

0

0

0

ICTU

878

900

0

0

0

0

0

Aan de Slag

0

1.960

0

0

0

0

0

Bijdragen aan agentschappen

35.190

22.646

4.208

1.208

1.208

1.208

1.208

Aan de Slag

33.558

21.644

3.608

608

608

608

608

RWS (Eenvoudig Beter)

990

800

600

600

600

600

600

RIVM

642

202

0

0

0

0

0

Bijdragen aan medeoverheden

1.570

4.827

0

0

0

0

0

Aan de Slag

1.570

4.827

0

0

0

0

0

Ontvangsten

11.065

16.472

3.824

3.824

3.824

3.824

3.824

Budgetflexibiliteit

Van het totale uitgavenbudget op artikel 5 is 80% juridisch verplicht en dit kent de volgende onderverdeling:

Subsidies

Het subsidiebudget is voor 86% juridisch verplicht. Het betreffen onder andere subsidies aan een aantal lead partners (het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie, Architectuur Lokaal, de Internationale Architectuur Biënnale Rotterdam, de TU Delft en de Academies van Bouwkunst) in het kader van het programma ruimtelijk ontwerp. Daarnaast wordt subsidie verstrekt aan Geonovum en aan het Samenwerkingsverband bronhouders voor de basisregistratie grootschalige topografie.

Opdrachten

Het opdrachtenbudget is voor 45% juridisch verplicht. Het betreft onder andere opdrachten ter bevordering van de implementatie van de Omgevingswet (Aan de Slag). Daarnaast worden er in 2020 diverse opdrachten verstrekt op het gebied van het programma ruimtelijk ontwerp, de Basisregistratie Ondergrond (BRO) en gebiedsontwikkeling.

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

Het budget voor bijdragen aan ZBO’s/RWT’s is voor 97% juridisch verplicht. Het betreft een bijdrage aan het Kadaster voor beheer en ontwikkeling van de landelijke voorzieningen van basisregistraties, beheer en ontwikkeling van de gezamenlijke verstrekkingsvoorziening voor geo-informatie (Publieke Dienstverlening op de Kaart (PDOK)) en het Nationaal GeoRegister (NGR).

Bijdragen aan medeoverheden

Het budget voor bijdragen aan medeoverheden is voor 98% juridisch verplicht. Het betreft onder meer bijdragen aan projecten ter versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Daarnaast betreft het diverse bijdragen ten behoeve van de ontwikkeling van het Digitale Stelsel Omgevingswet (DSO).

Bijdragen aan agentschappen

Het budget voor bijdragen aan agentschappen is voor 100% juridisch verplicht. Het betreft bijdragen aan Rijkswaterstaat (RWS) ten behoeve van de Ruimtelijke Inpassingsplannen en de ontwikkeling van het Digitale Stelsel Omgevingswet (DSO). Daarnaast betreft het een bijdrage aan het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) voor de Interdepartementale Commissie Rijksvastgoed (ICRV).

E. Toelichting op de instrumenten
5.1 Ruimtelijke ordening

Subsidies

Basisregistraties

Aan de stichting Geonovum wordt een subsidie verleend voor het basisprogramma. In het kader van dit basisprogramma wordt onderzoek uitgevoerd gericht op de ontwikkeling van de basisregistraties en de geo-informatie-infrastructuur.

Programma Ruimtelijk Ontwerp

Het budget van 2017–2020 voor de Actieagenda Ruimtelijk Ontwerp wordt deels als een meerjarige subsidie toegekend aan een aantal van de lead partners (het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie, Architectuur Lokaal, de Internationale Architectuur Biënnale Rotterdam, de TU Delft en de Academies van Bouwkunst) om zo goed mogelijk aan te sluiten op ontwikkelingen en concrete activiteiten in de praktijk. De subsidies ondersteunen onderwijsprogramma’s die de rol van ontwerp als onderzoeksinstrument belichten, platforms die innovatieve praktijken en onderzoeken verbinden en ondersteunen, alsmede programma’s die in een actieve kennisoverdracht naar de lokale en regionale praktijk voorzien. In 2020 wordt de Actieagenda Ruimtelijk Ontwerp geactualiseerd voor de programmaperiode 2021-2024.

Opdrachten

Basisregistratie Ondergrond (BRO)

De opdrachten onder Basisregistratie Ondergrond (BRO) betreffen de realisatie van delen van deze basisregistratie. Het gaat hierbij o.a. om onderzoeken, kosten-baten-analyses, prototypen, batenmanagement.

Gebiedsontwikkeling

In het kader van gebiedsontwikkeling worden beleidsinhoudelijke onderzoeksopdrachten en evaluaties aan derden op het gebied van de ruimtelijke inbreng in de uitvoering van het Klimaatakkoord en in de Regionale Energiestrategieën (Nationaal Programma RES) uitbesteed. In het kader van de uitvoering van het Klimaatakkoord en de uitwerking van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) wordt onder meer gewerkt aan het ‘Omgevingsprogramma voor de Energie Hoofdstructuur’, dat in nauwe samenhang met het Nationaal Programma RES eind 2019 wordt opgestart. De vigerende Structuurvisie Buisleidingen (SVB), de Structuurvisie Energievoorziening en de Structuurvisie Wind op land worden bij dit programma betrokken. Ook werkt het Ministerie van BZK, als uitwerking van het Interbestuurlijk Programma (IBP), mee aan de organisatie van het Nationaal Programma RES.

Om er zorg voor te dragen dat de omgevingsvisies van Rijk, provincies en gemeenten logisch op elkaar aansluiten worden er - in gezamenlijke verantwoordelijkheid - samenwerkingsafspraken gemaakt. Vervolgens worden er landsdekkende omgevingsagenda's opgesteld, op basis waarvan binnen bestaande gebiedsprogramma's wordt geprioriteerd en nieuwe initiatieven worden ontplooid. Voor deze producten worden er opdrachten uitbesteed.

Specifiek voor de steden worden er, mede als uitwerking van de woondeals, verstedelijkingsstrategieën opgesteld. Op basis van de adviezen van de «Studiegroep Alternatieve bekostiging gebiedsontwikkeling» Worden opties voor na deze kabinetsperiode in beeld gebracht. Hierbij worden de voorziene wijziging in de financiële verhoudingen betrokken. Voor deze producten worden er opdrachten uitbesteed.

Als uitwerking van de NOVI wordt begin 2020 een beleidsbrief Landschap aan de Kamer verstuurd en gaat de Nationale Landschapmonitor van start.

Programma Ruimtelijk Ontwerp

Ruimtelijk ontwerp richt zich op de goede ontwikkeling en een duurzaam beheer van de fysieke leefomgeving. De Actieagenda Ruimtelijk Ontwerp is gericht op de inzet van ontwerpend onderzoek bij urgente en complexe maatschappelijke opgaven. Ruimtelijk ontwerp biedt een instrument om een integrale aanpak te bevorderen, stakeholders inzicht te laten krijgen in elkaars belangen en ambities en breed gedragen handelingsperspectieven te laten opstellen en uitvoeren. Hierbij staat de inzet van ontwerpkracht bij urgente en complexe maatschappelijke opgaven, zoals geagendeerd in de NOVI en bij het opstellen van gebiedsagenda’s en omgevingsplannen en -visies, centraal.

De middelen worden ingezet voor:

  • het College van Rijksadviseurs; ten behoeve van onafhankelijk advies aan het Rijk in zake ruimtelijke aspecten van urgente maatschappelijke opgaven en Rijksbelangen;

  • het programma Atelier X (BZK): ten behoeve van beleidsverkennend ontwerpend (interdepartementaal) onderzoek. Onderzoek onder andere op thema’s zoals energietransitie, klimaatadaptatie, verstedelijking, bereikbaarheid en beleid open ruimten;

  • het O-team; ten behoeve van ontwerpadvies lokale gebiedsontwikkeling. De uitvoering van deze programma’s gebeurt binnen een samenhangend netwerk van het Rijk met lead partners;

  • de actualisatie in 2020 van de Actieagenda Ruimtelijk Ontwerp voor de programmaperiode 2021-2024.

Ruimtegebruik bodem (diversen)

De uitvoering van de Structuurvisie Buisleidingen (SVB) ziet op het reserveren van ruimte ten behoeve van vervoer van gevaarlijke stoffen. In de Structuurvisie faciliteren we de aanleg van buisleidingen met het vrijhouden van ruimte. Een deel van de tracés is vastgelegd in de SVB, de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro).

In de structuurvisie zijn indicatieve tracés opgenomen. Op basis van de brief van de Minister van BZK mede namens de Minister van Economische Zaken en Klimaat (EZK) van 4 april 2019 (Kamerstukken II, 2018/19, 33473, nr. 7), is de procedure voor het vaststellen van deze indicatieve tracés stopgezet. Het indicatieve tracé Laarbeek-Echt/Susteren is op basis van de aangenomen motie Smeulders (Kamerstukken II, 2018/19, 34682, nr. 10) geen onderdeel meer van de structuurvisie.

Ruimtelijk instrumentarium

Naar verwachting zal begin 2020 de NOVI worden vastgesteld. De SVIR komt hiermee te vervallen. De financiële middelen voor het Ruimtelijk instrumentarium worden in 2020 daarom met name ingezet:

  • om de bestaande monitor van de SVIR om te werken naar een monitor van de NOVI;

  • om zorg te dragen voor kennisontwikkeling met betrekking tot ruimtelijke ordening en ten behoeve van de uitvoering van de NOVI;

  • voor het beheer en onderhoud van het stelsel van de Wro;

  • voor de ontwikkeling van een perspectief voor het vitaal en bereikbaar houden van de krimpregio’s en de ondersteuning van provincies en gemeenten in krimp- en anticipeerregio’s door middel van kennis en experimenten;

  • voor de uitwerking van verstedelijkingsstrategieën Metropool Regio Amsterdam, de regio Utrecht en de Zuidelijke Randstad en voor verkenningen verstedelijkingsstrategieën voor Groningen en Eindhoven op basis van Dashboard verstedelijking;

  • voor het uitwerken van de acties uit het uitvoeringsprogramma Ruimtelijke Economische Ontwikkelstrategie (REOS).

Windenergie op zee

De routekaarten windenergie op zee voor 2023 en 2030 komen tezamen uit op 11,5 GW in de Noordzee in 2030. BZK draagt daaraan bij via haar rol in de energietransitie en verantwoordelijkheid voor de ruimtelijke ordening van de Noordzee. De beschikbare middelen worden ingezet voor:

  • het proces van de ruimtelijke afstemming van windparken met de belangen op de Noordzee (visserij, scheepvaart, mijnbouw, natuur, etc.);

  • de voorbereiding van kavelbesluiten (mede bevoegd gezag) en voorbereidingsbesluiten daarvoor;

  • het mogelijk maken en afstemmen van meervoudig- en multifunctioneel ruimtegebruik op zee (visserij, scheepvaart, mijnbouw, natuur, etc.). In het bijzonder doorvaart en medegebruik in de huidige en toekomstige windparken;

  • de inpassing via Rijkscoördinatieregeling van het elektriciteitsnet op zee;

  • bijdragen aan het opstellen van een financieelkader voor de inpassingskosten en waar mogelijk een koppeling met de opbrengsten van nieuwe windparken;

  • bijdragen aan de uitwerking van de Routekaart windenergie op zee 2030;

  • bijdragen aan het opstellen van het ontwerp-Programma Noordzee 2022-2027 (onderdeel van Nationaal Waterplan 3, 2022-2027).

Bijdragen aan ZBO's / RWT's

Basisregistratie Ondergrond (BRO)

Ten behoeve van de Basisregistratie Ondergrond (BRO) worden bijdragen verstrekt aan onder andere ICTU, Kadaster, Geonovum en TNO. Het gaat hierbij om beheer en ontwikkeling van landelijke voorzieningen en standaarden.

Geo-informatie

In het kader van ontwikkeling van de geo-basisregistraties en andere standaardisatie in het geo-domein worden bijdragen verstrekt aan onder andere Geonovum en ICTU. Deze betreffen beheer en ontwikkeling van standaarden, begeleiding van de Europese richtlijn Inspire en de ontwikkeling van een visie op doorontwikkeling.

Kadaster (basisregistraties)

Dit betreft een structurele bijdrage aan het Kadaster. De bijdrage is bestemd voor beheer en ontwikkeling van de landelijke voorzieningen van basisregistraties en in enkele gevallen ook voor het actueel houden van de inhoud. Tevens gaat het om beheer en ontwikkeling van de gezamenlijke verstrekkingsvoorziening voor geo-informatie «Publieke Dienstverlening op de Kaart» (PDOK), het Nationaal Geo-Register (NGR) in relatie tot de Europese richtlijn INSPIRE en de beheerkosten van het landelijke online portaal voor ruimtelijke plannen.

Bijdragen aan medeoverheden

Diverse projecten Ruimtelijke Kwaliteit

Projecten BIRK

Het Budget Investeringen Ruimtelijke Kwaliteit (BIRK) wordt ingezet ter versterking van de ruimtelijke kwaliteit in stedelijke centra of stedelijke gebieden. De projecten Arnhem, Breda Stationskwartier, Delft, Dordrecht, Integrale Ontwikkeling Delft-Schiedam (IODS) en Venlo zijn volop in uitvoering.

Projecten Nota Ruimte

Het budget is een extra impuls voor de versterking van de economische concurrentiepositie, krachtige steden en platteland, borging van belangrijke ruimtelijke waarden en borging van veiligheid. De projecten Maastricht, Nijmegen en Rotterdam zijn volop in uitvoering. De slotbetaling aan het laatste project is voorzien in het jaar 2020.

Gemeenten

De financiële middelen voor het project Bestaand Rotterdams Gebied (BRG) zijn een jaarlijkse bijdrage vanuit het Rijk als onderdeel van het Project Mainport Rotterdam, om de doelstellingen van het deelproject BRG te kunnen bereiken. BRG bestaat uit een aantal deelprogramma's en projecten dat tot doel heeft de ruimte in de haven beter te benutten en de leefbaarheid van de regio Rijnmond te vergroten.

Bijdragen aan agentschappen

RVB

Het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) ontvangt een bijdrage voor het slimmer gebruik maken van rijksvastgoed in het licht van maatschappelijke opgaven. Het Ministerie van BZK bekostigt activiteiten hiervoor, namelijk projectleiding en programmauitgaven voor de projecten die bijdragen aan maatschappelijke opgaven.

RWS (Leefomgeving)

Rijkswaterstaat (RWS) ontvangt een bijdrage voor diverse beleidsondersteunende en adviserende activiteiten in het domein van de fysieke leefomgeving, waaronder beheer en exploitatie van het Omgevingsloket-online (OLO).

Basisregistraties Ondergrond (BRO)

RWS ontvangt een bijdrage voor de beleidsondersteunende en adviserende activiteiten in het kader van de Basisregistratie Ondergrond (BRO).

5.2 Omgevingswet

Opdrachten

Eenvoudig Beter

In 2020 wordt verder gewerkt aan de Omgevingswet. Voor expertise en onderzoek wordt er budget ingezet in diverse, kleinere opdrachten.

Aan de Slag

Om de implementatiedoelstelling «iedereen kan werken met en naar de bedoeling van de Omgevingswet» te bereiken wordt de invoering van de Omgevingswet ondersteund. Door onder andere het organiseren en creëren van bijeenkomsten, workshops, handleidingen en praktijkvoorbeelden, ter ondersteuning van overheden om eigen systemen te kunnen laten aansluiten op het Digitaal Stelsel om alvast in de praktijk te oefenen met de Omgevingswet en het Digitaal Stelsel.

Bijdragen aan ZBO's / RWT's

Kadaster

Dit betreft een bijdrage aan het Kadaster voor het beheer en verrijking (uitbouw) van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Voor burgers en bedrijven is het DSO het nieuwe Omgevingsloket dat digitale informatie over de fysieke leefomgeving op een plek ontsluit, inzicht geeft in wat mag op een bepaalde locatie en het proces van vergunningverlening ondersteunt.

Geonovum

Dit betreft een bijdrage aan Geonovum voor de ontwikkeling van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO-Landelijke Voorziening).

Bijdragen aan agentschappen

Aan de Slag

RWS ontvangt een bijdrage voor de verrijking (uitbouw) van het DSO. Voor burgers en bedrijven is het DSO het nieuwe Omgevingsloket dat digitale informatie over de fysieke leefomgeving op een plek ontsluit, inzicht geeft in wat mag op een bepaalde locatie en het proces van vergunningverlening ondersteunt. RWS ontwikkelt in opdracht van BZK het Informatiepunt verder door. Dit informatiepunt biedt praktische informatie en inhoudelijke uitleg over de Omgevingswet, regelgeving en kerninstrumenten. Het Informatiepunt ontsluit deze kennis via de website en de helpdesk.

RWS (Eenvoudig Beter)

Ter ondersteuning van het vormgeven van Omgevingswet, wordt er inhoudelijke expertise op het gebied van de fysieke leefomgeving betrokken vanuit RWS.

Ontvangsten

Dit betreft de bijdrage van de Unie van Waterschappen aan het Kadaster voor de basisregistraties.

Artikel 6. Overheidsdienstverlening en informatiesamenleving

A. Algemene doelstelling

Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) zorgt voor:

  • een veilige, gebruiksvriendelijke en inclusieve (digitale) overheidsdienstverlening;

  • een veilig en betrouwbaar identiteitsstelsel waarbij veilig en efficiënt gebruik wordt gemaakt van (persoons)gegevens;

  • bijdragen aan het vertrouwen in de overheid door het verbeteren van de informatiepositie van burgers en bedrijven;

  • zorgdragen voor toegankelijke en transparante overheidsinformatie;

  • het bewaken van rechten en publieke waarden, zoals privacybescherming en zelfbeschikking, in de informatiesamenleving en daarmee bijdragen aan de bewaking van de kernwaarden van de democratie.

B. Rol en verantwoordelijkheid

De Minister van BZK is verantwoordelijk voor het bevorderen van een adequate digitale overheidsdienstverlening, waarbij het belangrijkste doel is dat de dienstverlening toegankelijk is voor iedereen.

In de portefeuilleverdeling zijn onderstaande rollen en verantwoordelijkheden belegd bij de Staatssecretaris van BZK.

Stimuleren

De Minister van BZK stimuleert het gebruik van nieuwe digitale technologieën voor het oplossen van maatschappelijke vraagstukken, waarbij de markt ook nadrukkelijk uitgedaagd wordt om mee te denken over antwoorden op maatschappelijke vragen.

Regisseren

De Minister van BZK zorgt voor maatregelen die burgers rechten geven en beschermen tegen ongewenste aspecten van digitalisering. De Minister van BZK pakt de rol om voortdurend de beleidsagenda op het terrein van de informatiesamenleving en overheid te herijken aan de eisen van de tijd.

De Minister van BZK is stelselverantwoordelijk voor de inrichting en governance van de digitale overheid, waaronder de digitale basisinfrastructuur die deze mogelijk maakt.

De Minister van BZK heeft een kaderstellende rol op het gebied van de digitale overheid. Kaderstellen gebeurt in de vorm van wetgeving, standaarden, architectuurkaders en richtlijnen rekening houdend met Europese ontwikkelingen en verplichtingen.

De Minister van BZK heeft een coördinerende rol met betrekking tot alle officiële publicaties van de overheid.

Uitvoeren

De Minister van BZK is verantwoordelijk voor de inrichting, beschikbaarstelling, instandhouding, werking, beveiliging en betrouwbaarheid van generieke voorzieningen voor elektronisch berichtenverkeer en informatieverschaffing, alsmede voor de voorzieningen voor het inloggen bij overheidsdienstverleners(authenticatie) en registratie van machtigingen in het burgerservicenummer (BSN)-domein.

De Minister van BZK is verantwoordelijk voor het beleid rondom het vaststellen van de identiteit alsmede de verstrekking van reisdocumenten op basis daarvan. Ook is de Minister van BZK verantwoordelijk voor de vastlegging van persoons- en adresgegevens in de Basisregistratie Personen (BRP). In dat kader houdt de Minister van BZK toezicht op de uitvoering van de Paspoortwet, monitort de uitvoering van de wet BRP en ondersteunt de gemeenten die primair verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van deze wetten. De Minister van BZK faciliteert hiermee het juiste gebruik van persoons- en adresgegevens door andere overheidsinstanties. Het tegengaan van fraude met, en het corrigeren van fouten van, persoons- en adresgegevens en reisdocumenten vormt hiervan een integraal onderdeel.

C. Beleidswijzigingen

Regie op Gegevens

Naar aanleiding van de beleidsbrief over Regie op Gegevens wordt de beleidsinzet op een aantal terreinen vergroot. Het programma Regie op gegevens wordt voortgezet en de mogelijkheden voor inzage, correctie en delen van gegevens door burgers worden uitgebreid. Ook zal het hergebruik van gegevens uit basisregistraties binnen de overheid worden bevorderd.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 16 Budgettaire gevolgen van beleid, beleidsartikel 6 Overheidsdienstverlening en informatiesamenleving (bedragen x € 1.000)

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Art.nr.

Verplichtingen

188.839

178.863

169.975

165.449

109.742

109.858

106.407

Uitgaven

188.841

178.863

169.975

165.449

109.742

109.858

106.407

Waarvan juridisch verplicht (percentage)

74%

6.2

Overheidsdienstverlening, informatiebeleid en informatiesamenleving

67.266

81.250

74.280

73.926

75.128

75.127

75.207

Subsidies

1.457

1.697

205

205

205

205

205

(Door)ontwikkeling e-overheidsvoorzieningen

413

0

0

0

0

0

0

Communicatie, kennisdeling en onderzoek

1.024

0

0

0

0

0

0

Digitale dienstverlening

20

0

0

0

0

0

0

Overheidsdienstverlening

0

1.697

205

205

205

205

205

Opdrachten

15.195

9.941

18.915

20.717

21.917

21.917

21.997

(Door)ontwikkeling e-overheidsvoorzieningen

1.205

0

0

0

0

0

0

Aanpak fraudebestrijding

11.100

0

0

0

0

0

0

Digitale dienstverlening

1.423

300

0

0

0

0

0

Informatiebeleid

1.467

2.627

6.687

8.187

8.187

8.187

8.187

Informatiesamenleving

0

906

4.920

4.920

4.920

4.920

5.000

Overheidsdienstverlening

0

6.108

7.308

7.610

8.810

8.810

8.810

Bijdragen aan agentschappen

39.305

52.077

40.652

38.496

38.498

38.497

38.497

Agentschap Telecom

0

1.809

1.639

1.639

1.640

1.639

1.639

Logius

30.991

28.887

20.514

20.642

20.642

20.642

20.642

RvIG

2.150

4.735

2.000

2.000

1.816

1.816

1.816

RvIG (aanpak fraudebestrijding)

1.490

0

0

0

0

0

0

RVO.nl

2.613

7.422

8.311

6.027

6.212

6.212

6.212

UBR

1.617

9.189

8.188

8.188

8.188

8.188

8.188

Diverse bijdragen

444

35

0

0

0

0

0

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

9.260

16.662

13.738

13.738

13.738

13.738

13.738

CBS

154

949

0

0

0

0

0

ICTU

4.477

7.364

5.659

5.659

5.659

5.659

5.659

Kadaster

130

120

0

0

0

0

0

KvK

2.651

7.049

8.079

8.079

8.079

8.079

8.079

RDW

1.458

0

0

0

0

0

0

Diverse bijdragen

390

1.180

0

0

0

0

0

Bijdragen aan medeoverheden

1.597

653

720

720

720

720

720

Gemeenten

1.481

653

720

720

720

720

720

Provincies

12

0

0

0

0

0

0

Waterschappen

104

0

0

0

0

0

0

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

261

220

50

50

50

50

50

Ministerie van Buitenlandse Zaken (H5)

20

50

50

50

50

50

50

Diverse bijdragen

241

170

0

0

0

0

0

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

191

0

0

0

0

0

0

(Door)ontwikkeling e-overheidvoorziening

191

0

0

0

0

0

0

6.3

Betrouwbare levering van e-overheidsvoorzieningen

74.146

0

0

0

0

0

0

Opdrachten

2.188

0

0

0

0

0

0

Beheer e-overheidvoorzieningen

423

0

0

0

0

0

0

Officiële publicaties en wettenbank

1.765

0

0

0

0

0

0

Bijdragen aan agentschappen

65.872

0

0

0

0

0

0

Logius

45.946

0

0

0

0

0

0

RvIG

3.767

0

0

0

0

0

0

RVO.nl

6.959

0

0

0

0

0

0

Telecom

1.683

0

0

0

0

0

0

UBR

7.517

0

0

0

0

0

0

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

6.086

0

0

0

0

0

0

CBS

1.141

0

0

0

0

0

0

ICTU

245

0

0

0

0

0

0

KvK

4.700

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

6.4

Burgerschap

10.072

0

0

0

0

0

0

Subsidies

7.704

0

0

0

0

0

0

Comité 4/5 mei

216

0

0

0

0

0

0

Democratie

1.108

0

0

0

0

0

0

ProDemos

4.403

0

0

0

0

0

0

Programma burgerschap

1.977

0

0

0

0

0

0

Opdrachten

2.368

0

0

0

0

0

0

Democratie

1.750

0

0

0

0

0

0

Programma burgerschap

618

0

0

0

0

0

0

6.5

Identiteitsstelsel

37.357

40.470

38.735

34.563

34.614

34.731

31.200

Opdrachten

1.230

1.913

4.251

14.672

14.672

14.707

11.176

Beleid BRP en reisdocumenten

1.230

0

0

0

0

0

0

Identiteitsstelsel

0

1.913

4.251

14.672

14.672

14.707

11.176

Bijdragen aan agentschappen

35.360

27.382

34.409

19.891

19.891

19.891

19.891

RvIG

35.360

27.382

34.409

19.891

19.891

19.891

19.891

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

0

11.100

0

0

0

0

0

ICTU

0

11.100

0

0

0

0

0

Bijdragen aan medeoverheden

767

75

75

0

51

133

133

Gemeenten

767

75

75

0

51

133

133

6.6

Investeringspost digitale overheid

0

57.143

56.960

56.960

0

0

0

Subsidies

0

4.872

3.228

1.300

0

0

0

Doorontwikkeling en innovatie digitale overheid

0

4.872

3.228

1.300

0

0

0

Opdrachten

0

10.144

28.743

46.160

0

0

0

Doorontwikkeling en innovatie digitale overheid

0

10.144

28.743

46.160

0

0

0

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

0

500

800

0

0

0

0

Diverse bijdragen

0

500

800

0

0

0

0

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

0

3.575

2.800

3.100

0

0

0

ICTU

0

500

250

0

0

0

0

Diverse bijdragen

0

3.075

2.550

3.100

0

0

0

Bijdragen aan agentschappen

0

38.052

21.389

6.400

0

0

0

RVO.nl

0

2.362

0

0

0

0

0

RvIG

0

5.900

2.900

1.700

0

0

0

Logius

0

26.650

15.250

4.200

0

0

0

UBR

0

1.478

1.589

0

0

0

0

Diverse bijdragen

0

1.662

1.650

500

0

0

0

Ontvangsten

18.911

1.322

423

423

423

423

423

Budgetflexibiliteit

Van het totale uitgavenbudget op artikel 6 is 74% juridisch verplicht en dit kent de volgende onderverdeling:

Subsidies

Het subsidiebudget is voor 98% juridisch verplicht. Het betreft subsidie aan de Verenging van Nederlandse Gemeenten (VNG) voor onder andere de ontwikkeling van een nieuwe basisinfrastructuur voor de digitale overheid en voor het project «Haal Centraal».

Opdrachten

Het opdrachtenbudget is voor 32% juridisch verplicht. Het betreft onder meer opdrachten met betrekking tot de investeringsagenda, het programma Nationale Data Agenda en de productie van officiële publicaties.

Bijdragen aan agentschappen

Het budget voor bijdragen aan agentschappen is voor 94% juridisch verplicht. Het betreft bijdragen aan onder andere Logius en RvIG voor het beheren en doorontwikkelen van diverse e-overheidsvoorzieningen, zoals het eID-stelsel, MijnOverheid (voor Ondernemers) en het BRP-stelsel.

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

Het budget voor bijdragen aan ZBO’s/RWT’s is voor 83% juridisch verplicht. Het betreft onder andere een bijdrage aan de Kamer van Koophandel (KvK) voor het beheren en doorontwikkelen van het Digitaal Ondernemersplein. Daarnaast ontvangt ICTU een bijdrage voor onder meer het programma Regie op Gegevens, het programma Gebruiker Centraal en ENSIA.

Bijdragen aan medeoverheden

Het budget voor bijdragen aan medeoverheden is voor 53% juridisch verplicht. Het betreft bijdragen aan gemeenten voor het verstrekken van DigiD’s aan niet-ingezetenen.

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

Het budget voor bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken is voor 100% juridisch verplicht. Het betreft een bijdrage aan de begroting van het Ministerie van Justitie en Veiligheid voor het koppelen van de Machtigingsvoorziening aan het Bewindvoeringsregister van de Raad voor de Rechtspraak. Daarnaast betreft het een bijdrage aan de begroting van het Ministerie van Buitenlandse Zaken voor het verstrekken van DigiD’s in het buitenland.

E. Toelichting op de instrumenten
6.2 Overheidsdienstverlening, informatiebeleid en informatiesamenleving

Subsidies

Overheidsdienstverlening

Er wordt subsidie verstrekt aan het Electronic Commerce Platform Nederland (ECP) ter versterking van het maatschappelijk debat over de impact van nieuwe technologieën en om innovatie te stimuleren rond blockchain en Artificial Intelligence.

Ten behoeve van verbetering van de overheidsdienstverlening in de informatiesamenleving wordt onder andere subsidie verleend aan proeftuinen en lokale initiatieven. Dit is een voortzetting van het beleid dat in 2019 is gestart.

Daarnaast worden middelen verstrekt aan de alliantie Digitaal Samenleven om meer inzicht te krijgen in de digitale interactie met mensen. Bovendien worden incidentele (project)subsidies beschikbaar gesteld aan aangesloten publieke en private partners voor de uitvoering van gemeenschappelijke uitdagingen.

Opdrachten

Informatiebeleid

Toegankelijke overheidsinformatie versterkt de informatiepositie van burgers en bedrijven en draagt bij aan de publieke verantwoording van de overheid. Het Ministerie van BZK is verantwoordelijk voor verschillende elektronische publicaties waaronder Wetten.nl en de Staatscourant. Dit betreft een wettelijke taak. De productie van deze publicaties vindt plaats bij Sdu.

Daarnaast werkt het Ministerie van BZK aan een adequaat informatiebeveiligingsbeleid. Hiervoor wordt onder andere de overheidsbrede i-bewustzijnaanpak en het interbestuurlijk ondersteuningsprogramma voor de implementatie van de overheidsbrede Baseline Informatiebeveiliging Overheid gecontinueerd en wordt er een verdere impuls gegeven aan het overheidsbreed oefenen met incident.

Informatiesamenleving

Het kabinet heeft met NL DIGITAAL: Data Agenda Overheid (Kamerstukken II, 2018/19, 26643, nr. 597) haar ambitie op het gebied van datagebruik door de overheid met concrete acties uiteengezet. Dit gaat om het bevorderen van (de kwaliteit van) open data, verantwoord datagebruik en meer datagedreven werken.

In het kader van NL DIGITAAL organiseert het Ministerie van BZK de maatschappelijke dialoog over de impact van nieuwe technologie op publieke waarden en grondrechten. Doel is om onder alle groepen in de samenleving bewustwording hierover te creëren en het gesprek aan te gaan wat digitalisering voor hen betekent. Hiervoor organiseert het ministerie onder andere bijeenkomsten en congressen en worden communicatiematerialen zoals lespakketten ontwikkeld.

Randvoorwaardelijk voor goed beleid op het gebied van technologische ontwikkeling is gedegen onderzoek. Het ministerie laat daarom onder meer onderzoek doen naar kunstmatige intelligentie, gedragsbeïnvloedende technologie en algoritmen.

De VNG ontvangt een bijdrage van het Ministerie van BZK om met gemeenten en CBS te werken aan het verder ontwikkelen, bestendigen en opschalen van dataoplossingen op het gebied van armoede, schulden en ondermijning.

Overheidsdienstverlening

Tot de digitale vaardigheden behoort ook het digitaal bewustzijn, wat in 2020 een van de speerpunten is. Mensen moeten weten hoe ze verantwoord met hun digitale identiteit omgaan. Op basis van de uitkomsten van onderzoeken op dit terrein zal de strategie bepaald worden welke activiteiten in 2020 worden ingezet om dit doel verder te bereiken.

Daarnaast verstrekt het Ministerie van BZK een opdracht aan stichting Routerings Instituut (inter)Nationale Informatiestromen (RINIS) voor het beheer en de doorontwikkeling van het nationale knooppunt in het eDelivery-netwerk voor internationale gegevensuitwisseling tussen overheidspartijen.

Bijdragen aan agentschappen

Agentschap Telecom

Agentschap Telecom ontvangt een bijdrage voor het uitvoeren van toezicht op het stelsel van elektronische toegangsdiensten (eTD) in het bedrijvendomein.

Logius

Logius ontvangt een bijdrage voor de ontwikkeling van het portaal voor ondernemers. Ook ontvangt Logius bijdragen voor het beheer van het stelsel van electronische toegangsdiensten (eTD) en de uitvoering van het Standard Business Reporting programma. Daarnaast ontvangt Logius een bijdrage voor de niet-transactiegerichte voorzieningen zoals Diginetwerk en Samenwerkende Catalogi.

Verder ontvangt Logius een bijdrage voor de doorontwikkeling en voor beheer en exploitatie van het eID-stelsel. Logius ontvangt tevens een bijdrage voor activiteiten op het gebied van digitale toegankelijkheid, in het kader van het Tijdelijk besluit digitale toegankelijkheid overheid.

Samen met het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK financiert het Ministerie van BZK het bureau Forum Standaardisatie. Het bureau ondersteunt overheidsorganisaties bij het toepassen van open ICT-standaarden.

RvIG

De Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG) ontvangt een bijdrage voor de beheervoorziening Burgerservicenummer (BV-BSN). De BV-BSN zorgt voor het toekennen van een uniek Burgerservicenummer bij inschrijving in de Basisregistratie Personen en het beheer van deze nummers om een efficiënte koppeling tussen burgers en instanties te maken. In 2018 is besloten dat de kosten voor de BV-BSN als onderdeel van de digitale basisinfrastructuur vanaf 2020 worden doorbelast aan de gebruikers. Naar verwachting wordt dit in 2020 gerealiseerd.

RVO.nl

De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) ontvangt een bijdrage voor het beheren en doorontwikkelen van enkele digitale overheidsvoorzieningen voor bedrijven, zoals Antwoord voor bedrijven en de berichtenbox voor bedrijven. Antwoord voor bedrijven maakt informatie over wet- en regelgeving van de overheid voor ondernemers beter toegankelijk en ontsluit deze vanuit het perspectief van de ondernemer via het digitaal ondernemersplein. De berichtenbox voor bedrijven is het beveiligd mailkanaal tussen bedrijven en overheden.

Om innovatieve aanbestedingen te bevorderen ontvangt PIANOo, het Expertisecentrum Aanbesteden van RVO.nl, een bijdrage voor het updaten van de innovatiekoffer en het mee ontwikkelen van een innovatieplatform. Ook wordt een opdracht aan RVO.nl gegeven voor de tweede fase SBIR Artificial Intelligence en eerste fase SBIR nieuwe technologieën.

UBR

Het Kennis- en Exploitatiecentrum Officiële Overheidspublicaties (KOOP), onderdeel van UBR, ontvangt een bijdrage voor het beheer en de doorontwikkeling van de Wettenbank, de Staatscourant, het open data portal en het webportaal overheid.nl. Via overheid.nl worden publicaties van alle Nederlandse overheden ontsloten.

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

ICTU

ICTU ontvangt een bijdrage voor de uitvoering van het programma Regie op Gegevens, dat mogelijk maakt dat burgers hun gegevens digitaal kunnen delen met private organisaties. Het programma richt zich daarbij onder andere op het ontwikkelen van overheidbrede kaders, het voorbereiden van generieke wetgeving, het wegnemen van belemmeringen, en de uitwisseling van kennis en ervaring. Daarnaast ondersteunt ICTU het Ministerie van BZK in het voeren van regie op de samenhang en kwaliteit van het stelsel van basisregistraties. ICTU voert daarvoor onderzoek uit en ondersteunt de basisregistraties bij het realiseren van verbeteringen.

Ook ontvangt ICTU een bijdrage voor activiteiten voor i-Bewustzijn. Er is voorzien in een overheidsbrede i-bewustzijnaanpak om bestuurders, managers en medewerkers blijvend te doen beseffen hoe belangrijk informatieveiligheid is en hun alertheid, kennis en vaardigheden op dit vlak te vergroten.

ICTU ontvangt verder een bijdrage voor het Leer- en Expertisepunt Datagedreven werken (LED). Dit ondersteunt overheidsorganisaties bij actiepunten uit NL DIGITAAL: Data Agenda Overheid (Kamerstukken II, 2018/19, 26643, nr. 597). Daarnaast ontvangt ICTU bijdragen voor het opzetten van een transparantielab waar tests worden uitgevoerd om te onderzoeken hoe technische transparantie kan worden vormgegeven. Ook ondersteunt ICTU het Ministerie van BZK bij het voeren van de maatschappelijke dialoog met burgers en bedrijven.

Tevens ontvangt ICTU een bijdrage voor Gebruiker Centraal, een overheidsbrede kenniscommunity die bijdraagt aan een meer servicegerichte en gebruiksvriendelijke (digitale) overheid. Dat gebeurt door van elkaar te leren door ervaring en kennis uit te wisselen en de opgedane kennis te delen via instrumenten, waaronder ontwerpprincipes, een manifest voor bestuurders, een kennisbank over beeldtaal in brieven, de ‘serious game’ Optimaal Digitaal en het NL Design System.

Tot slot ontvangt ICTU een bijdrage voor stimuleren van gebruik, afstemming, actueel houden en het beheer van de Nederlandse Overheid Referentie Architectuur (NORA). De communicatie over de Digitale Overheid wordt verzorgd door ICTU via de website Digitale Overheid. Daarop worden mededelingen en onderzoeken over overheidsbrede digitalisering op een overzichtelijke wijze aangeboden en worden de gebruikers via nieuwsbrieven geattendeerd op nieuwe informatie.

KvK

De Kamer van Koophandel (KvK) ontvangt een bijdrage voor het beheer en de exploitatie van het Digitaal Ondernemersplein. Op Ondernemersplein staat alle informatie van de (semi-)overheid die nodig is om te ondernemen.

Bijdragen aan medeoverheden

Gemeenten

Het Ministerie van BZK geeft een bijdrage aan gemeenten die DigiD’s aan niet-ingezetenen verstrekken.

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

Ministerie van Buitenlandse Zaken (HV)

Het Ministerie van Buitenlandse Zaken ontvangt een bijdrage voor de uitgifte van DigiD’s in het buitenland.

6.5 Identiteitsstelsel

Opdrachten

Identiteitsstelsel

Burgers moeten kunnen vertrouwen op een betrouwbare vaststelling van hun identiteit en moeten er zeker van kunnen zijn dat deze persoons-gegevens juist zijn en veilig gebruikt worden. Een veilig en betrouwbaar identiteitsstelsel is noodzakelijk omdat dit het fundament is voor de vaststelling van wie welke rechten en plichten heeft. Een veilig en betrouwbaar identiteitsstelsel gaat mee met de ontwikkelingen in de samenleving en de wensen en behoeften van gebruikers staan daarin centraal. De belangrijkste elementen van het huidige identiteitsstelsel zijn de Basisregistratie Personen (BRP) en het stelsel van paspoorten en identiteitskaarten. Het Ministerie van BZK werkt aan de ontwikkeling van een digitaal stelsel en een digitale identiteit.

De BRP bevat persoonsgegevens van ingezetenen van Nederland en niet-ingezetenen met een band met de Nederlandse overheid. Deze gegevens worden door circa 800 overheidsorganisaties en derden gebruikt ten behoeve van de uitvoering van hun wettelijke taken. De modernisering van de BRP is een belangrijk element in het toekomstbeeld voor het stelsel van basisregistraties, dat in 2020 wordt opgesteld. Ook wordt gewerkt aan maatregelen die voortvloeien uit de health check BRP.

De Staatssecretaris van BZK, als verantwoordelijke voor de wet BRP, ondersteunt gemeenten bij het correct uitvoeren van hun wettelijke taken met betrekking tot het bijhouden van de gegevens van hun inwoners in de Basisregistratie Personen. Bijzonder punt van aandacht is de problemen die burgers ondervinden indien zij niet of niet op de juiste wijze worden geregistreerd in de BRP. Bijvoorbeeld als zij ingeschreven moeten worden op een adres zonder woonbestemming of op een briefadres. Doel is het verbeteren van de dienstverlening aan burgers.

Binnen het stelsel van paspoorten en identiteitskaarten staan de aanvraag, uitgifte, registratie van paspoorten en identiteitskaarten centraal. De minister van BZK is verantwoordelijk voor het beheer van de stelselvoorzieningen (zoals het basisregister reisdocumenten en de aanvraagstations bij uitgevende instanties) en houdt toezicht op de uitvoering van de Paspoortwet door de uitgevende instanties. Het Ministerie van BZK werkt aan verbetering van dit stelsel (Kamerstukken II 2018/19, 25764, nr. 120).

Het Ministerie van BZK voert daarnaast de Landelijke Aanpak Adreskwaliteit (LAA) uit. Doel daarvan is het verhogen van de kwaliteit van het adresgegeven in de BRP. Hierdoor wordt een bijdrage geleverd aan het juist gebruik van persoonsgegevens en wordt een bijdrage geleverd aan het correct toekennen van rechten en plichten. Om de kwaliteit van de BRP te verhogen en adresfraude op te sporen, leggen gemeenten adresbezoeken af en wisselen ketenpartners gegevens beter uit.

Bijdragen aan agentschappen

RvIG

De Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG) ontvangt een bijdrage voor het beheer en onderhoud van de centrale voorzieningen van de BRP (waaronder de GBA-V, het Register Niet-Ingezetenen (RNI) en de Persoonsinformatievoorziening Nederlandse Antillen en Aruba Verstrekkingen (PIVA-V)) en voor activiteiten voor het uitgestelde onderhoud als gevolg van het stopzetten van de operatie BRP, zoals gemeld in de Kamerbrief over het rapport commissie BRP en de uitkomsten van de health check (Kamerstukken II 2017/18, 27859, nr. 124).

Om het identiteitsstelsel veilig en betrouwbaar te houden is het belangrijk dat burgers melding kunnen doen als hun identiteitsgegevens onjuist zijn of onjuist gebruikt worden. Om dit mogelijk te maken ontvangt RvIG een bijdrage voor activiteiten rondom ondersteuning van burgers bij identiteitsfraude en -fouten.

Bijdragen aan medeoverheden

Gemeenten

Saba ontvangt in 2020 een ondersteuningsbijdrage voor het burgerzakenloket.

6.6 Investeringspost digitale overheid

De Investeringspost digitale overheid is bestemd voor gezamenlijke doorontwikkeling en innovatie van de digitale overheid, waaronder de generieke digitale (basis)infrastructuur (GDI). De bestemming van de Investeringspost wordt afgestemd in de governance van de digitale overheid (Overheidsbreed Beleidsoverleg Digitale Overheid: OBDO) en wordt opgenomen in de Investeringsagenda Digitale Overheid. Hierbij zijn NL DIGIbeter en het Programmaplan Basisinfrastructuur leidend.

Subsidies

Doorontwikkeling en innovatie digitale overheid

Dit betreft een bijdrage aan de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) voor de ontwikkeling van onder andere een nieuwe basisinfrastructuur voor de digitale overheid, waarmee uitwisseling van gegevens binnen en tussen gemeenten en het gebruik van brondata in dienstverleningsprocessen vereenvoudigd wordt.

De VNG ontvangt ook een subsidie voor het project «Haal Centraal». Dit is een gezamenlijk initiatief van gemeenten en uitvoeringsorganisaties om door middel van gestandaardiseerde API’s ("Application Programming Interfases"; interactieafspraken voor softwareprogramma's) gegevens uit de basisregistraties te halen. Dit maakt aansluiting op de basisregistraties eenvoudiger.

Opdrachten

Doorontwikkeling en innovatie digitale overheid

Om innovatie te stimuleren, is een meerjarig budget gereserveerd voor het interbestuurlijk aanpakken van maatschapelijke uitdagingen. Hiermee worden partijen in de gelegenheid gesteld om gezamenlijk tot oplossingen te komen.

Het doel hierbij is om door middel van het initiëren van een creatief denkproces nieuwe digitale technologieën te ontwikkelen. Dit in relatie tot de drie onderliggende pijlers: ontwikkelen kennisnetwerk, begeleiden use cases en het uitdagen van de markt. Hierbij worden opdrachten gegund voor het inrichten van een omgeving en begeleiden van creatieve voorstellen en het ontwikkelen van een virtueel innovatieplatform.

Door de Dienst Publiek en Communicatie van het Ministerie van Algemene Zaken (AZ), in samenwerking met andere overheidspartijen, worden stappen gezet om de dienstverlening vanuit de overheid rondom levensgebeurtenissen te verbeteren. Daarom werken we door middel van experimenten aan gemeenschappelijke uitgangspunten en afspraken voor een interactiestrategie.

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

Diverse bijdragen

Het Ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) ontvangt een bijdrage voor het koppelen van de Machtigingsvoorziening aan het Bewindvoeringsregister van de Raad voor de Rechtspraak.

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

ICTU

ICTU ontvangt een bijdrage voor de ontwikkeling van een overheidsstrategie rondom interactie-afspraken voor softwareprogramma’s. Een aantal overheidsorganisaties ontsluit hun gegevens al met behulp van deze interactieafspraken, zodat deze gegevens eenvoudig uitgewisseld kunnen worden tussen dienstverleningsprocessen.

Diverse bijdragen

De Minister van BZK streeft ernaar dat iedereen mee moet kunnen doen in het digitale tijdperk. Daarom worden er onder andere bijdragen verleend aan het Informatiepunt Digitale Overheid ter ondersteuning van minder digivaardige burgers.

Bijdragen aan agentschappen

Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG)

RvIG verkent samen met grote afnemers van BRP-informatie (Basisregistratie personen) nieuwe mogelijkheden om deze informatie te distribueren. Daarnaast is RvIG initiatiefnemer voor het ontwikkelen en testen van prototypes waarmee de mobiele telefoon kan worden ingezet voor identificatie.

Logius

Voor de innovatieve doorontwikkeling van de Generieke Digitale Infrastructuur (GDI) voorzieningen ontvangt Logius, als de grootste uitvoeringsorganisatie voor deze voorzieningen, een bijdrage voor diverse opdrachten die voortvloeien uit de investeringsagenda. Het gaat daarbij om het Programma Machtigen, hergebruik van gegevens voor MijnOverheid, het doorontwikkelen van de generieke voorzieningen in het stelsel van basisregistraties en het programma eID, waaronder ook het bereiken van een grotere doelgroep voor DigiD Substantieel valt.

Logius ontvangt tevens een bijdrage voor een onderzoek naar de herinrichting van de eigen GDI infrastructuur teneinde deze om te zetten naar generieke services. Ook krijgt Logius een bijdrage voor een onderzoek naar de obstakels in het gebruik van Standard Business Reporting. Tot slot ontvangt Logius een bijdrage voor Digicampus, een samenwerking tussen wetenschap, overheid en bedrijfsleven die gericht is op agenderen, innoveren en delen van gebleken successen.

UBR

UBR ontvangt een bijdrage voor de innovatieve ontwikkeling van een Platform voor Overheidsinformatie. Hiermee wordt gezorgd dat de documenten eenvoudig vindbaar zijn, onderling worden gerelateerd, van standaard metadata worden voorzien, als open data beschikbaar worden gesteld en duurzaam worden beheerd.

Diverse Bijdragen

DUO ontvangt een bijdrage voor het project Blauwe knop. Dit is een gezamenlijke pilot van DUO, VNG en CAK/UWV voor een hulpmiddel om burgers regie te geven over hun persoonlijke gegevens. Het gaat in eerste instantie om een pilot waarmee burgers gewaarmerkte bestanden kunnen downloaden.

Ontvangsten

Dit betreft de bijdrage van de Unie van Waterschappen ten behoeve van de Investeringspost digitale overheid.

Artikel 7. Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid

A. Algemene doelstelling

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) streeft naar een overheid die haar maatschappelijke taken op professionele wijze uitvoert en waar de samenleving op kan vertrouwen.

Ze draagt hieraan bij door randvoorwaarden te creëren voor het optimaal en duurzaam functioneren van ambtenaren en organisaties in de publieke sector én in het bijzonder voor een efficiënte en effectieve rijksbrede bedrijfsvoering.

B. Rol en verantwoordelijkheid

De Minister van BZK heeft bij het streven naar een goed functionerende (Rijks)overheid vooral een regisserende rol. Dit houdt in dat de minister regels en kaders opstelt, afspraken en handreikingen maakt en deze monitort en onderhoudt.

De rol die de Minister van BZK heeft, verschilt per doelgroep en taak. Dit geldt ook voor de reikwijdte. Voor een aantal onderwerpen heeft de rol van de minister een bredere reikwijdte dan de Rijksdienst, namelijk boven-sectoraal: voornamelijk Nederlandse overheidsorganisaties. Dit geldt bijvoorbeeld voor deze onderwerpen:

  • de rechtspositie, arbeidsvoorwaarden en pensioenen van ambtenaren;

  • een adequaat overlegstelsel en kennispositie van overheidswerkgevers en werknemers over arbeidsvoorwaarden;

  • de normering en openbaarmaking van topinkomens.

Stimuleren

  • De Minister van BZK stimuleert de mogelijkheden voor duurzaam samenwerken door rijksbreed vergaderen mogelijk te maken. Dit draagt bij aan het imago van de overheid als aantrekkelijke werkgever. In 2019 en 2020 wordt gewerkt aan rijksbrede samenwerkingsafspraken en worden deze getest in pilots. Op grond van de ervaringen uit de pilots worden het beleid, serviceconcept, processen en techniek nader uitgewerkt.

  • De Minister van BZK stimuleert onder andere met subsidies diverse doelen ter bevordering van professioneel werkgeverschap zoals bijvoorbeeld het vergroten van de aantrekkingskracht van het werken bij de overheid bij jongeren en het bevorderen van de kwaliteit van overheidsmanagers.

  • De Minister van BZK stimuleert kennisontwikkeling door bij te dragen aan onderzoek, bijvoorbeeld op het vlak van productiviteitsontwikkeling.

  • De Minister stimuleert het creëren van banen voor arbeidsbeperkten door in te zetten op partnerschappen tussen overheidswerkgevers en leveranciers (social return).

  • De Minister stimuleert kennisdeling over het verminderen van agressief gedrag tegen publieke werkers. Dit draagt bij aan aantrekkelijk werkgeverschap.

Financieren

  • Een goede samenwerking tussen werknemers, werkgevers en kabinet draagt bij aan de kwaliteit van de publieke sector. Om die reden ondersteunt de minister waar nodig deelnemende partijen met kennis en subsidies om de aanpak van gezamenlijke inhoudelijke opgaven mogelijk te maken. Een voorbeeld hiervan is het subsidiëren van samenwerking en overleg tussen overheidswerkgevers en met werknemersorganisaties rondom pensioenen, de ambtelijke rechtspositie en banen voor mensen met een arbeidsbeperking. Dit draagt bij aan het bevorderen van de aantrekkelijkheid van de overheid als werkgever.

Regisseren

  • De Minister van BZK is verantwoordelijk voor de werking van het stelsel waarin (organisaties van) werkgevers en werknemers in verschillende overheids- en onderwijssectoren afspraken over de collectieve arbeidsvoorwaarden maken.

  • De Minister van BZK heeft rijksbreed een regisserende rol bij het personeelsbeleid rijk, de rijksbrede bedrijfsvoering en bij de banenafspraak voor het rijk. Als het gaat om de integriteit van medewerkers, de rechtspositie van ambtenaren, het ambtelijk vakmanschap, arbeidsvoorwaarden en pensioenen, dan heeft deze rol betrekking op meerdere overheidsorganisaties.

  • Op het gebied van rijksbrede huisvesting, inkoop en faciliteiten stelt de Minister van BZK kaders op voor een efficiënte, effectieve en duurzame bedrijfsvoering. De Minister van BZK adviseert over organisatievormen en werkwijzen en zorgt voor de naleving van de kaders. Bij het vervullen van deze kaderstellende rol is er aandacht voor maatschappelijke verantwoordelijkheid en de voorbeeldrol van de rijksoverheid richting partners. Het gaat daarbij om het benutten van inkoopkracht voor het realiseren van maatschappelijk effect en in de masterplannen voor de Rijkskantoorhuisvesting wordt rekening gehouden met kabinetsbrede ambities op het terrein van duurzaamheid.

  • De Minister van BZK kan op het gebied van ICT samenhangende kaders opstellen voor de informatiesystemen van de Rijksdienst, in samenwerking met de andere ministeries. Zij kan, na interdepartementaal overleg, kaders vastleggen voor het aanwijzen van werkzaamheden die voor alle of een daarbij aangegeven deel van de ministeries zullen worden uitgevoerd, voor verplicht gebruik van bepaalde voorzieningen en voor de wijze waarop gegevens over informatiesystemen wordt verstrekt. De benoeming en het ontslag van CIO’s kan alleen plaatsvinden na overleg met de minister van BZK. Tenslotte regiseert de Minister van BZK de versterking van de kennis en kunde over digitalisering bij het Rijk, onder andere via het programma Versterking HR-ICT Rijksdienst.

Uitvoeren

  • De Minister van BZK zorgt ervoor dat het Rijk zich in de arbeidsmarktcommunicatie als één werkgever profileert en als één werkgever werft.

  • De Minister van BZK zorgt in samenwerking met de andere ministeries voor het realiseren van een hoogwaardig leiding­gevend kader in de Rijksdienst. Dit gebeurt door middel van werving en selectie, loopbaanbegeleiding en een gericht leer- en ontwikkel­aanbod voor een grote groep (top)managers.

  • De Minister van BZK ondersteunt de departementen bij de doelstelling om ten minste 30% van de topfuncties binnen de Rijksdienst vervuld te hebben door een vrouw, en het percentage vrouwen in topfuncties verder te laten stijgen.

  • De Minister van BZK voorziet in een aantal generieke ICT-voorzieningen voor de Rijksdienst, ter bevordering van eenheid, kwaliteit en efficiëntie van de bedrijfsvoering en van samenwerking tussen rijksambtenaren. Daarnaast werkt zij aan versterking van de kennis en kunde over digitalisering bij het Rijk, onder andere via het programma RADIO.

  • De Minister van BZK stuurt door middel van de Masterplannen op de samenstelling en kwaliteit van de Rijkskantoren.

  • De Minister van BZK draagt zorg voor de toepassing van het kader Functionele Werkomgeving Rijk (FWR) in Masterplanprojecten. De FWR maakt het mogelijk dat ambtenaren op een veilige en comfortabele manier, flexibel kunnen werken.

  • De Minister van BZK is verantwoordelijk voor de uitvoering van pensioenregelingen van Nederlandse ambtenaren uit de voormalige overzeese gebiedsdelen en hun nagelaten betrekkingen.

C. Beleidswijzigingen

Duurzame bedrijfsvoering

Voor de realisatie van de voorbeeldrol van de Rijksbedrijfsvoering (zoals opgenomen in het Klimaatakkoord en de kabinetsreactie circulaire economie) wordt in 2020 gestart met de uitvoering van de strategische inkoopagenda van het Rijk. Ook worden de inkoopcriteria voor Maatschappelijk Verantwoord Inkopen geactualiseerd en een visie en aanpak voor het circulair beheren van de Rijkskantoren opgesteld. Via het programma Duurzame Bedrijfsvoering Rijk wordt de uitvoering rijksbreed ondersteund. Dit doet het programma door het organiseren van een rijksbreed netwerk, het aanbieden en delen van monitoringsinformatie en door het stimuleren van nieuwe projecten en experimenten in 2020, waaronder proeftuinen social return via de aanpak maatwerk voor mensen. De voorbeeldrol betekent ook dat het Rijk haar ervaringen actief deelt met andere overheden via de campagne Denk, Doe, Duurzaam. Over de voortgang rapporteert de Rijksoverheid via de Jaarrapportage Bedrijfsvoering Rijk die op Verantwoordingsdag aan de Kamer wordt aangeboden. Deze rapportage biedt inzicht in zowel de uitgevoerde activiteiten als de voortgang op gestelde doelen zoals de CO2-uitstoot van de Rijksoverheid, energiebesparing en gerealiseerd werk via social return.

ICT

Digitalisering is een belangrijke schakel in de dienstverlening van de Rijksdienst aan burgers en bedrijven en voor haar interne bedrijfsvoering. Om dit goed te laten verlopen en nieuwe ambities te kunnen realiseren, moet de Rijksdienst een volgende stap zetten op het gebied van ICT en informatiebeveiliging. Programma’s als RADIO en Versterking HR ICT Rijksdienst dragen bij aan het op peil brengen en wendbaar maken van de (juiste) ICT-kennis en –kunde bij de Rijksdienst. RADIO breidt in 2020 haar aanbod uit naar thema’s waar behoefte aan is. Versterking HR ICT Rijksdienst werkt aan initiatieven voor het aantrekken, ontwikkelen en behouden van ICT’ers bij het Rijk, omdat er een rijksbreed gebrek aan ICT’ers bestaat. In 2020 wordt ingezet op de i-traineeships, de rijksbrede wervingscampagne voor ICT’ers, het om- en bijscholingsproject I-Flow voor schaarse ICT-functies en het ICT-stagebureau. Verder wordt het samenwerkingsplan tussen het Hoger Onderwijs en de Rijksdienst uitgevoerd. Deze samenwerking is gericht op het vergroten van de uitstroom van ICT-alumni naar de Rijksdienst en om ICT-kennis en kunde bij de Rijksdienst verder op peil te brengen.

De informatiebeveiliging binnen het Rijk wordt daarnaast versterkt door de uitbouw van het Nationaal Detectie Netwerk en het ontwikkelen en inrichten van een gezamenlijke voorziening om geautomatiseerd op kwetsbaarheden te scannen.

Arbeidsvoorwaarden

Moderne arbeidsvoorwaarden dragen eraan bij dat de overheid als werkgever aantrekkelijk blijft. Als uitvloeisel van de Arbeidsvoorwaardenovereenkomst (cao) Rijksoverheid 2018-2020 wordt vanaf 2020 het Individueel Keuze Budget (IKB) ingevoerd bij het Rijk. De minister streeft ernaar na afloop van de huidige cao per 1 juli 2020 met de bonden een nieuwe cao af te sluiten.

Grenzeloos samenwerken

De wereld om ons heen verandert. Onder meer technologie en mondialisering leiden tot steeds grotere en complexere maatschappelijke opgaven. Beleidsterreinen raken steeds meer met elkaar verweven. Maatschappelijke opgaven doorsnijden vaak de departementale en interbestuurlijke indeling. Dit vereist een overheid die de maatschappelijke opgaven gezamenlijk adresseert en aanpakt. Het Ministerie van BZK draagt hieraan bij door in haar werkwijze grenzeloos samenwerken centraal te zetten. Dat betekent dat beleid en uitvoering van beleid aansluiten bij de behoeften van de gebruikers en in gezamenlijkheid tot stand wordt gebracht. Dit vergt nieuwe vormen van samenwerking, over departementale grenzen heen, samen met andere overheden. Het vergt ook investeringen in het menselijk kapitaal van de overheid en de Rijksdienst in het bijzonder die deze verandering mogelijk moeten maken. Daarom wordt in 2020 verder vormgegeven aan het Strategisch Personeelsbeleid 2025, waarin het accent ligt op aantrekkelijk werkgeverschap, diversiteit en inclusiviteit en permanent ontwikkelen van medewerkers. De overheid zet in op versterking van de wendbaarheid, het beter benutten van de beschikbare kennis (incl. big data) en het verbeteren van de productiviteit en effectiviteit. Sturing door BZK richt zich op de kwaliteit van de Rijksdienst in brede zin, met waar mogelijk ook overheidsbrede effecten, alsmede op de verbetering van kostenbewustzijn.

Wet normering topinkomens

De evaluatie van de Wet normering topinkomens wordt afgerond in 2020. De besluitvorming over het wetsvoorstel tegen ontwijkingsconstructies wordt naar verwachting in 2020 afgerond.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 17 Budgettaire gevolgen van beleid, beleidsartikel 7 Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid (bedragen x € 1.000)

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Art.nr.

Verplichtingen

27.379

42.872

34.343

28.333

27.311

27.311

27.327

Uitgaven

26.403

42.872

34.343

28.333

27.311

27.311

27.327

Waarvan juridisch verplicht (percentage)

67%

7.1

Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid

9.887

34.157

26.481

20.424

20.473

20.473

20.489

Subsidies

6.600

7.546

3.744

3.744

3.768

3.768

3.768

Bedrijfsvoeringsbeleid

0

205

205

205

205

205

205

A&O-fonds

0

3.400

0

0

0

0

0

Overlegstelstel

3.125

2.801

2.901

2.901

2.901

2.901

2.901

Internationaal

175

0

0

0

0

0

0

Diverse subsidies

3.300

1.140

638

638

662

662

662

Opdrachten

2.606

10.749

10.845

8.326

8.351

8.351

8.367

Bedrijfsvoeringsbeleid

0

5.043

6.275

3.756

3.756

3.756

3.756

Werkgeversbeleid

0

2.749

1.820

1.820

1.845

1.845

1.861

Digitale dienstverlening

0

210

0

0

0

0

0

Kwaliteit management rijksdienst

0

2.747

2.750

2.750

2.750

2.750

2.750

Arbeidsmarktbeleid

2.150

0

0

0

0

0

0

Zorg voor politieke ambtsdragers

456

0

0

0

0

0

0

Bijdrage aan agentschappen

13

13.150

9.792

6.254

6.254

6.254

6.254

Kwaliteitsverbetering

0

1.528

1.528

0

0

0

0

Werkgeversbeleid

0

1.618

813

813

813

813

813

I-functie Rijk

0

88

0

0

0

0

0

Bedrijfsvoeringsbeleid

0

1.837

0

0

0

0

0

UBR (Arbeidsmarkt Communicatie)

0

8.079

7.451

5.441

5.441

5.441

5.441

Arbeidsmarktbeleid

13

0

0

0

0

0

0

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

668

2.312

2.100

2.100

2.100

2.100

2.100

Bedrijfsvoeringsbeleid

0

165

0

0

0

0

0

Digitale dienstverlening

0

90

0

0

0

0

0

Werkgeversbeleid

0

2.057

2.100

2.100

2.100

2.100

2.100

Diverse bijdragen

668

0

0

0

0

0

0

Bijdragen aan andere begrotingshoofstukken

0

400

0

0

0

0

0

Bedrijfsvoeringsbeleid

0

400

0

0

0

0

0

7.2

Pensioenen en uitkeringen

16.516

8.715

7.862

7.909

6.838

6.838

6.838

Inkomensoverdracht

6.687

0

0

0

0

0

0

Pensioenen en uitkeringen politieke ambtsdragers

6.687

0

0

0

0

0

0

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

9.829

8.715

7.862

7.909

6.838

6.838

6.838

Stichting Administratie Indonesische Pensioenen

9.829

8.715

7.862

7.909

6.838

6.838

6.838

Ontvangsten

1.432

1.284

450

64

64

64

64

Budgetflexibiliteit

Van het totale uitgavenbudget op artikel 7 is 67% juridisch verplicht en dit kent de volgende onderverdeling:

Subsidies

Het subsidiebudget is voor 95% juridisch verplicht. Het betreft o.a. subsidies aan Stichting Verdeling Overheidsbijdragen (SVO), het Verbond Sectorwerkgevers Overheid (VSO), projectsubsidies sociale partners bovensectoraal, de Stichting Centrum voor Arbeidsverhoudingen Overheidspersoneel en Instituut voor Publieke Sector Efficiëntie Studies (IPSE).

Opdrachten

Het opdrachtenbudget is voor 14% juridisch verplicht. Het betreft onder meer opdrachten ten behoeve van arbeidsvoorwaarden, pensioenen, inzet van arbeidsbeperkten, ambtelijk vakmanschap en personeels- en organisatiebeleid Rijk.

Bijdragen aan agentschappen

Het budget voor bijdragen aan agentschappen is voor 81% juridisch verplicht. Het Expertisecentrum Organisatie & Personeel (EC O&P) van UBR ontvangt een bijdrage voor het uitvoeren van de Rijksbrede arbeidsmarktcommunicatie. Hierbij zorgt EC O&P ervoor dat de rijksoverheid zich profileert en werft als één werkgever. Daarnaast ontvangt UBR een bijdrage voor het programma Versterking HR ICT Rijksdienst

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

Het budget voor bijdragen aan ZBO’s/RWT’s is voor 100% juridisch verplicht. Het betreft een bijdrage aan Stichting Administratie Indonesische Pensioenen (SAIP). Daarnaast ontvangt ICTU een bijdrage voor het programma Vensters voor bedrijfsvoering en het programma Internetspiegel.

E. Toelichting op de instrumenten
7.1 Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid

Subsidies

Bedrijfsvoeringsbeleid

Maatschappelijk Verantwoord Inkopen (MVI)

In 2020 wordt een doorlopende meerjarige subsidie toegekend aan de Code Verantwoordelijk Marktgedrag, die partijen in de schoonmaak-, catering-, beveiligings- en verhuisbranche oproept om aandacht te hebben voor werkdruk, kwaliteit van het werk, bejegening van werknemers en de verharding van marktverhoudingen.

Fysieke werkomgeving Rijk

Er wordt subsidie verstrekt aan het kennisinstituut Center for People and Buildings voor Fysieke Werkomgeving Rijk (FWR). De FWR is een concept voor een werkomgeving voor Rijksambtenaren dat flexibel, tijd- en plaatsonafhankelijk (samen)werken mogelijk maakt. De subsidie heeft tot doel de generieke ontwikkeling van toepasbare kennis in het domein van de kantoorhuisvesting. Daarbij gaat het om het opbouwen van kennis over kwalitatieve en financiële aspecten van de FWR voor kantoorgebouwen van het Rijk.

Overlegstelsel overheidswerkgevers

De Minister van BZK draagt bij aan het in stand houden van een adequaat overlegstelsel tussen overheidswerkgevers en met vakcentrales over arbeidsvoorwaarden, arbeidsmarktbeleid en andere relevante thema’s. Dit doet ze onder andere door subsidies te verstrekken aan koepels van overheidswerkgevers en de Stichting Centrum voor Arbeidsverhoudingen Overheidspersoneel (CAOP) met als doel bij te dragen aan aantrekkelijk werkgeverschap en de kwaliteit en wendbaarheid van overheidsorganisaties.

Diverse subsidies

Banen arbeidsbeperkten

Markt en overheid werken samen aan de realisatie van 125.000 banen voor arbeidsbeperkten in de periode tot en met 2025. BZK verstrekt subsidie om de realisatie hiervan te stimuleren. Bijvoorbeeld door bij te dragen aan het bevorderen van afspraken tussen overheidswerkgevers en leveranciers over social return.

Internationale subsidies

Aan het European Institute of Public Administration wordt een subsidie verstrekt die wordt aangewend ter bevordering van de vaardigheden van overheidsfunctionarissen bij het afhandelen van zaken van de Europese Unie.

Opdrachten

Bedrijfsvoeringsbeleid

Datagedreven bedrijfsvoeringsbeleid

In 2020 zetten we nieuwe stappen in de ontwikkeling naar datagedreven bedrijfsvoeringsbeleid. Zo wordt de ICT werkplek uitgerust met nieuwe tooling die beter past bij de werkzaamheden. Verder worden opdrachten verstrekt om de dataopslag (datawarehouses) te vernieuwen of beter in te richten met oog op efficiënter werken en informatiebeveiliging. De reguliere activiteiten zoals opstellen rapportages en monitoring loopt vanzelfsprekend door.

Rijksinkoopstelsel

Een bijdrage wordt verstrekt aan PIANOo (expertisecentrum inkopen en aanbesteden van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK)) en het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) voor het MVI loket van PIANOo en het stimuleren van MVI bij andere overheden. Via dit loket deelt de Rijksoverheid haar ervaringen met andere overheden, waaronder best practices en inkoopcriteria.

Strategische I-agenda Rijksdienst

In de Strategische I-agenda Rijksdienst zijn maatregelen benoemd om de ICT en informatiebeveiliging bij het Rijk en de sturing daarop te verbeteren. De Minister van BZK werkt met de uitvoering van de maatregelen aan de versterking van de Rijksbrede informatiebeveiliging en informatiehuishouding en aan robuuste, samenhangende gemeenschappelijke ICT-voorzieningen.

Daarnaast werkt het Ministerie van BZK met de programma’s RADIO (Rijksacademie voor Digitalisering en Informatisering Overheid) en Versterking HR ICT Rijksdienst aan het in balans brengen en het op peil houden van ICT-kennis en -kunde binnen de Rijksdienst.

Werkgeversbeleid

Kennis arbeidsmarkt

Er worden diverse opdrachten verstrekt om de kennisbasis op het gebied van arbeidsmarktbeleid te vergroten. Hierbij gaat het onder andere om het vergaren van kennis over de omvang en samenstelling van het werknemersbestand in de publieke sector, over de drijfveren en betrokkenheid van de medewerkers en over de mate van tevredenheid over de organisatie. Hiermee ondersteunt de Minister van BZK het werkgeverschap op landelijk en lokaal niveau binnen de overheid.

Integriteit

De Minister van BZK bevordert integriteit bij de rijksoverheid door te werken met interne en externe vertrouwenspersonen. Ook levert de minister een bijdrage aan ‘de Week van de Integriteit’.

Kwaliteit Management Rijksdienst

De beschikbare middelen worden onder meer ingezet voor talent- en leiderschapsprogramma's voor (potentiële) topmanagers en voor een informatiesysteem over de functies en managers in de top van de Rijksdienst.

Om de kwaliteit van het (top)management te versterken, is een passend leer- en ontwikkelaanbod beschikbaar. Dit aanbod is toegesneden op (top)managers bij het Rijk en bestaat uit programma’s op het gebied van talent­ontwikkeling, leiderschaps­ontwikkeling en ambtelijk vakmanschap.

Voor een professionele ondersteuning bij werving en selectie, loopbaanbegeleiding en persoonlijke ontwikkeling is het van belang om inzicht te hebben in de beschikbare managementfuncties bij het Rijk en de mobiliteit van (top)managers. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van een personeels­informatiesysteem.

Bijdragen aan agentschappen

Kwaliteitsverbetering

Het budget voor kwaliteitsverbetering dat afkomstig is uit het afgeroomde eigen vermogen van FMHaaglanden is voor alle SSO’s beschikbaar.

Werkgeversbeleid

UBR ontvangt een bijdrage voor het uitvoeren van diverse opdrachten voor de implementatie van het werkgeversbeleid.

UBR (Arbeidsmarkt Communicatie)

UBR ontvangt een bijdrage voor het uitvoeren van de Rijksbrede arbeidsmarktcommunicatie. Hierbij zorgt UBR ervoor dat de rijksoverheid zich profileert en werft als één werkgever.

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

Werkgeversbeleid

In 2020 wordt evenals voorgaande jaren een rijksbreed interdepartementaal klantentevredenheidsonderzoek (iKTO) uitgevoerd.

7.2 Pensioenen en uitkeringen

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

Stichting Administratie Indonesische Pensioenen (SAIP)

Dit betreft de bijdrage aan de SAIP, welke verantwoordelijk is voor de pensioenen voor gewezen overheidspersoneel in de voormalige overzeese gebiedsdelen en hun nagelaten betrekkingen. De rijksbijdrage bestaat uit middelen om de pensioenen en toeslagen uit te keren (inkomens) en middelen om de regeling uit te voeren (uitvoeringskosten).

Ontvangsten

De ontvangsten hebben betrekking op de Garantiewet Surinaamse Pensioenen van de SAIP. Het Ministerie van BZK verrekent jaarlijks een deel van dit bedrag met het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

Artikel 8. Kwaliteit Rijksdienst

A. Algemene doelstelling

Het tot stand brengen van een moderne rijksoverheid met goede prestaties op het gebied van de Rijksbrede bedrijfsvoering, goed werkgeverschap, en management van de Rijksdienst van hoge kwaliteit.

B. Rol en verantwoordelijkheid

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) heeft een beleidsontwikkelende en kaderstellende rol op het terrein van de organisatie en bedrijfsvoering van de Rijksdienst. De Minister van BZK bevordert eenheid in het Rijksbreed bedrijfsvoeringbeleid en is systeemverantwoordelijke op de terreinen personeel, organisatie, ICT, facilitaire dienstverlening, huisvesting en beveiliging. De Minister van BZK is daarnaast verantwoordelijk voor de arbeidsvoorwaarden en rechtspositie van de ambtenaren werkzaam bij de sector Rijk, inclusief de modernisering van het werkgeverschap.

De Minister van BZK regisseert, in samenwerking met de andere ministeries, de totstandkoming van kaders en brengt daarin meer samenhang aan, met als doel een beter bestuurbare, data gedreven en efficiëntere bedrijfsvoering binnen de Rijksdienst. Binnen die kaders zijn de afzonderlijke ministers verantwoordelijk voor de bedrijfsvoering van hun eigen ministerie.

De uitgaven voor de bedrijfsvoering worden verantwoord door de individuele ministers, tenzij de taak is gecentraliseerd en het budget is overgeheveld. Op dit begrotingsartikel zijn middelen beschikbaar die de Minister van BZK inzet voor het invullen van zijn systeemverantwoordelijkheid ten aanzien van de bedrijfsvoering van het Rijk. Deze verantwoordelijkheid krijgt in de praktijk vorm door één of meer van de volgende componenten:

  • Kaderstelling door het vastleggen van normen en standaarden;

  • Monitoring door het volgen van de uitvoering in de praktijk;

  • Het zo nodig plegen van interventies door het aanspreken van betrokkenen op de naleving van normen en standaarden of het aanpassen van de kaders aan de geconstateerde tekortkomingen.

Bovendien is de Minister van BZK werkgever voor de circa 90 managers op het hoogste niveau, daar waar het gaat om benoeming, arbeidsvoorwaarden en ontslag.

Om de kwaliteit van de Rijksdienst te bevorderen, verzorgt Bureau Algemene Bestuursdienst (ABD) de werving en selectie en loopbaanbegeleiding voor (top)managers in Rijksdienst en bij de Nationale Politie. Tevens zorgt het bureau voor een gericht ontwikkelaanbod voor managers op het gebied van leiderschaps- en talentontwikkeling.

Bureau ABD ondersteunt de departementen bij de doelstelling om ten minste 30% van de topfuncties binnen de Rijksdienst vervuld te hebben door een vrouw. Om de instroom van vrouwen in de ABD te vergroten, zorgt Bureau ABD er onder meer voor dat er voldoende zicht is op talent en managementpotentieel binnen de Rijksdienst. Daarnaast verleent het bureau diensten aan nieuwe doelgroepen, zoals publiekrechtelijke ZBO's en diverse gemeenten. Ook verzorgt Bureau ABD enkele HR-diensten aan de kabinetsleden, waaronder de salarisadministratie.

C. Beleidswijzigingen

Vanaf de ontwerpbegroting 2019 kent de begroting van BZK een nieuwe begrotingsstructuur. In deze nieuwe begrotingsstructuur is beleidsartikel 8 samengevoegd met beleidsartikel 7. De middelen voor het begrotingsjaar 2019 en verder worden per ontwerpbegroting 2019 verantwoord op beleidsartikel 7.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 18 Budgettaire gevolgen van beleid, beleidsartikel 8 Kwaliteit Rijksdienst (bedragen in € 1.000)

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Art.nr.

Verplichtingen

78.884

0

0

0

0

0

0

Uitgaven

74.031

0

0

0

0

0

0

Waarvan juridisch verplicht (percentage)

8.1

Kwaliteit Rijksdienst

74.031

0

0

0

0

0

0

Subsidies

3.600

0

0

0

0

0

0

A&O-fonds

3.400

0

0

0

0

0

0

Fysieke werkomgeving Rijk

200

0

0

0

0

0

0

Opdrachten

6.873

0

0

0

0

0

0

Bedrijfsvoering Rijk

6.873

0

0

0

0

0

0

Bijdrage aan agentschappen

62.686

0

0

0

0

0

0

Bedrijfsvoering beleid

1.182

0

0

0

0

0

0

DICTU

275

0

0

0

0

0

0

FMHaaglanden

1.582

0

0

0

0

0

0

Logius

3.500

0

0

0

0

0

0

SSC-ICT

45.804

0

0

0

0

0

0

UBR

2.927

0

0

0

0

0

0

UBR (Arbeidsmarkt Communicatie)

7.416

0

0

0

0

0

0

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

420

0

0

0

0

0

0

Bedrijfsvoering Rijk

397

0

0

0

0

0

0

CBS

23

0

0

0

0

0

0

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

452

0

0

0

0

0

0

Bedrijfsvoering Rijk

452

0

0

0

0

0

0

Ontvangsten

37.074

0

0

0

0

0

0

Artikel 9. Uitvoering Rijksvastgoedbeleid

A. Algemene doelstelling

Het Ministerie van BZK geeft uitvoering aan het Rijksvastgoedbeleid door:

  • het verzorgen van de Rijkshuisvesting van Hoge Colleges van Staat, het Ministerie van Algemene Zaken (AZ) en het Koninklijk Huis, het beheren van monumenten die, naar hun aard, niet geschikt zijn voor Rijkshuisvesting en het uitvoeren van het Rijkshuisvestingsbeleid;

  • het realiseren van een optimaal financieel resultaat en maatschappelijk rendement bij het verwerven, beheren, ontwikkelen en vervreemden van materiële activa van/voor het Rijk voor de realisatie van Rijksdoelstellingen, gerelateerd aan de strategische opgaven van het kabinet.

B. Rol en verantwoordelijkheid

Uitvoeren

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is, als opdrachtgever en uitvoerder, verantwoordelijk voor:

  • de huisvesting van de Hoge Colleges van Staat en het Ministerie van AZ;

  • de huisvesting van het Koninklijk Huis, voor zover vallend onder de verantwoordelijkheid van de Staat;

  • het beheer en onderhoud van de monumenten die aan het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) zijn toevertrouwd en die naar hun aard niet geschikt zijn voor de huisvesting van rijksdiensten;

  • de doelmatige uitvoeringspraktijk van de Rijkshuisvesting binnen de wettelijke en afgesproken kaders.

Daarnaast is de Minister van BZK als uitvoerder op het terrein van Rijksvastgoed verantwoordelijk voor:

  • het (privaatrechtelijk) beheer van onroerende zaken die aan de Staat toebehoren dan wel zijn toevertrouwd, een en ander voor zover de verantwoordelijkheid voor dat beheer niet bij of krachtens de wet bij een of meer andere ministers is gelegd;

  • de vertegenwoordiging namens het Rijk bij gebiedsontwikkelingsprojecten waarbij meervoudige Rijksdoelstellingen aanwezig zijn. Ook hierbij wordt gestreefd naar een optimale inzet van (overtollige) Rijksactiva en/of financiële bijdragen van het Rijk;

  • ingebruikgeving en vervreemding van (overtollige) onroerende zaken van andere ministeries. Voor zover er op basis van de huidige begrotingsregels van het kabinet sprake is van een generieke middelenafspraak met een Minister, wordt de opbrengst uit ingebruikgeving en/of vervreemding door de betreffende Minister begroot en verantwoord op de eigen begroting.

C. Beleidswijzigingen

Er zijn geen beleidswijzigingen.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 19 Budgettaire gevolgen van beleid, beleidsartikel 9 Uitvoering Rijksvastgoedbeleid (bedragen x € 1.000)

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Art.nr.

Verplichtingen

115.700

121.732

128.168

123.426

125.896

135.034

139.223

Uitgaven

117.433

121.732

128.168

123.426

125.896

135.034

139.223

Waarvan juridisch verplicht (percentage)

94%

9.1

Doelmatige Rijkshuisvesting

48.954

56.190

64.606

59.349

61.365

70.488

74.677

Bijdrage aan agentschappen

48.954

56.190

64.606

59.349

61.365

70.488

74.677

RVB (bijdrage voor huisvesting Koninklijk Huis)

13.130

15.940

15.922

15.752

15.761

15.766

15.766

RVB (bijdrage voor huisvesting Hoge Colleges van Staat)

0

25.859

35.724

30.942

33.744

42.867

47.049

RVB (bijdrage voor huisvesting Ministerie van AZ)

0

2.884

3.518

2.577

2.876

2.887

2.894

Overig

25.414

0

0

0

0

0

0

RVB (bijdrage voor monumenten)

3.811

4.935

2.870

2.870

2.915

2.899

2.899

RVB (bijdrage voor rijkshuisvesting)

6.599

6.572

6.572

7.208

6.069

6.069

6.069

9.2

Beheer materiële activa

68.479

65.542

63.562

64.077

64.531

64.546

64.546

Opdrachten

7.462

0

0

0

0

0

0

Onderhoud- en beheerkosten

7.462

0

0

0

0

0

0

Bekostiging

49.296

0

0

0

0

0

0

Zakelijke lasten

49.296

0

0

0

0

0

0

Bijdrage aan agentschappen

11.721

65.542

63.562

64.077

64.531

64.546

64.546

RVB (onderhoud en beheerkosten)

0

7.092

4.717

4.717

4.717

4.717

4.717

RVB (zakelijke lasten)

0

46.524

47.038

47.557

48.013

48.013

48.013

RVB

11.721

11.926

11.807

11.803

11.801

11.816

11.816

Ontvangsten

224.364

99.782

121.690

121.574

120.282

120.282

102.984

Budgetflexibiliteit

Van het totale uitgavenbudget van artikel 9 is 94% juridisch verplicht en dit kent de volgende onderverdeling:

Bijdragen aan agentschappen

Het budget voor bijdragen aan agentschappen is voor 94% juridisch verplicht. De overige middelen zijn echter niet vrij besteedbaar omdat hiermee o.a. wordt bijgedragen aan het apparaat van het RVB (waaronder Atelier Rijksbouwmeester).

E. Toelichting op de instrumenten
9.1 Doelmatige Rijkshuisvesting

Bijdrage aan agentschappen

RVB (Bijdrage voor huisvesting Koninklijk Huis)

In 2015 heeft het kabinet besloten om de uitgaven die worden gedaan voor de Koning uitgebreider toe te lichten. Op de begroting van het Ministerie van BZK staan de huisvestingsbudgetten voor de paleizen. Hieronder volgt een nadere toelichting. Bij de begroting van de Koning (I) is een extracomptabele bijlage opgenomen waarin deze uitgaven ook worden gepresenteerd.

Specifieke toelichting huisvesting Koninklijk Huis

Krachtens de Wet financieel statuut van het Koninklijk Huis (artikel 4) worden drie paleizen ter beschikking gesteld aan de Koning. Dit zijn paleis Huis ten Bosch, paleis Noordeinde en het Koninklijk Paleis te Amsterdam. De uitvoering hiervan vindt plaats via de begroting van BZK.

Als bijdrage aan het RVB voor huisvesting van het Koninklijk Huis, de Hoge Colleges van Staat en het Ministerie van AZ is in de begroting € 55,2 mln. opgenomen, waarvan € 15,9 mln. voor de paleizen.

De € 15,9 mln. voor de paleizen die aan het RVB wordt betaald, is opgebouwd uit een aantal componenten:

  • ten eerste € 7,9 mln. rente en afschrijving voor investeringen die via de leenfaciliteit zijn gefinancierd en zijn geactiveerd op de balans van het RVB;

  • vervolgens € 6,4 mln. voor regulier onderhoud. Hiervoor worden de technische installaties onderhouden, worden storingen verholpen en worden gebouwen geschilderd, onderhouden en hersteld. Evenzo worden terreinen onderhouden en hersteld. Voor het onderhoud aan de paleizen geldt, vanwege het veelal monumentale karakter van de objecten, een hogere norm dan voor kantoren en;

  • het restant van ca. € 1,6 mln. betreft betalingen voor met name kleinere investeringen op basis van wet- en regelgeving (o.a. brandveiligheid) en kosten voor kleinere aanpassingen.

Ook voor latere jaren zijn deze middelen nodig, omdat gebouwen structureel onderhouden moeten worden, er langdurig wordt afgeschreven en er rente wordt betaald op de leningen. In de middelen zijn de kosten inbegrepen voor rente en afschrijving van de vervangingsinvesteringen, aanpassingen op basis van vingerende wet- en regelgeving (o.a. brandveiligheid), kosten voor kleinere aanpassingen.

Conform een toezegging van de Minister-President gedaan bij de behandeling van de ontwerpbegroting 2016 van de Koning geeft onderstaande meerjarenplanning inzicht in geplande onderzoeken naar en het meerjarig groot onderhoud/renovatie van de paleizen. Over de wijze waarop zulke projecten gefinancierd worden is de Tweede Kamer geïnformeerd in de brief van 2 december 2015 (Kamerstukken II 2015-2016 34 300 XVIII, nr. 45).

Tabel 20 Onderzoek en renovatie huisvesting Koninklijk Huis (bedragen x € 1.000)

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Onderzoek

100

100

Renovatie/groot onderhoud

- Paleis Huis ten Bosch

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

- Koninklijk Paleis Amsterdam

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

- Paleis Noordeinde

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

Geen

In 2019 vindt onderzoek plaats naar eventuele restauratie van de Burgerzaal en groot onderhoud aan het dak van het Koninklijk Paleis Amsterdam. De uitgaven voor de onderzoekswerkzaamheden worden gedekt binnen de beschikbare begrotingsmiddelen.

RVB (Bijdrage voor huisvesting Hoge Colleges van Staat)

Uit de beschikbare middelen in de begroting worden rente en afschrijving, onderhoud en kleine investeringen bekostigd ten behoeve van de huisvesting van de Hoge Colleges van Staat. In deze begrotingsreeks zijn ook de kosten van de renovatie van het Binnenhof opgenomen.

RVB (Bijdrage voor huisvesting Ministerie van AZ)

Uit de beschikbare middelen in de begroting worden rente en afschrijving, onderhoud en kleine investeringen bekostigd ten behoeve van de huisvesting van AZ.

RVB (Bijdrage voor monumenten)

De middelen zijn de bijdrage aan het RVB voor het beheer en onderhoud van een aantal monumenten dat naar hun aard niet geschikt is voor huisvesting van Rijksdiensten.

RVB (Bijdrage voor rijkshuisvesting)

Dit betreft activiteiten die in het kader van verschillende beleidsdoelen op het gebied van rijkshuisvesting worden uitgevoerd. Het RVB draagt onder meer bij aan de realisatie van rijksdoelstellingen door te werken aan energiebesparing in de rijkshuisvesting, de duurzaamheid van de gebouwenvoorraad van het Rijk en de doelmatige werking van het rijkshuisvestingstelsel. En ook door bij te dragen aan de totstandkoming van de rijkswerkplek en uitvoering te geven aan professioneel publiek opdrachtgeverschap in de bouw. Dit gebeurt door middel van zorgvuldig en transparant aanbesteden, de coördinatie van deze diensten en afstemming met de markt. En ook door werkzaamheden van de Rijksbouwmeester voor de bevordering en bewaking van de kwaliteit van de architectuur, van de stedenbouwkundige inpassing en van de beeldende kunst. Dit komt tot uiting bij het tot stand brengen, het wijzigen en het beheren van gebouwen, werken en terreinen waarover de zorg van het RVB zich uitstrekt.

Binnen het RVB loopt het Programma Groene Technologieën (PGT). In 2020 zijn uitgebreide testresultaten beschikbaar van de toegepaste innovaties bij een tweetal testomgevingen. De succesvolle innovaties worden waar mogelijk opgeschaald binnen de portefeuille van het RVB. De planning is dat er in 2020 een aantal nieuwe PGT-projecten gereed zijn om aanbesteed te worden en enkele experimenten ontwikkeld worden op het gebied van circulair bouwen en op het gebied van verduurzaming van defensiekazernes en –terreinen.

9.2 Beheer materiële activa

Bijdragen aan agentschappen

RVB (Onderhoud- en beheerkosten)

Het betreft uitgaven voor onderhoud en beheer van de onroerende zaken (niet-rijkshuisvesting) welke in het bezit zijn van het RVB. Beheerkosten zijn (externe) kosten in verband met ingebruikgeving en vervreemding, bijvoorbeeld energie-, beveiligings- en taxatiekosten.

RVB (Zakelijke lasten)

Het betreft de betaling van door gemeenten en waterschappen opgelegde belastingen en heffingen op onroerende zaken in eigendom bij de Staat voor zover het niet de rijkshuisvesting betreft. Gedacht moet worden aan de onroerendzaakbelasting, waterschapsheffingen en rioolheffingen bij de onroerende zaken van de Staat. De uitgaven bestaan voor circa 80% uit gemeentelasten en voor 20% uit waterschapslasten. De zakelijke lasten die samenhangen met rijkshuisvesting worden verantwoord op de baten-lastenbegroting van het agentschap RVB.

RVB

Het betreft de bijdrage aan het RVB voor de uitvoering van de wettelijke taak van het (privaatrechtelijk) beheer van onroerende zaken (niet-rijkshuisvesting) die de Staat toebehoren. Dit beheer betreft met name werkzaamheden rond (ver)huur, (erf)pacht, medegebruik en de verwerking van zakelijke lasten van het Rijk.

Ontvangsten

Zakelijke lasten

De ontvangsten betreffen met name terugbetalingen door huurders - niet zijnde Rijksgebruikers - van door het RVB betaalde gebruikerslasten.

Ingebruikgeving

Het gaat hierbij om de ingebruikgeving (met name verpachting en verhuur) van de onroerende zaken van de Staat voor zover er voor de opbrengst uit ingebruikgeving geen middelenafspraak bestaat.

Vervreemding

Het gaat hierbij om de vervreemding van de (o.a. agrarische) onroerende zaken van de Staat, voor zover voor de opbrengst uit vervreemding geen middelenafspraak bestaat. De opbrengsten uit middelenafspraken worden verantwoord via de begrotingen van het vakdepartement.

Generale ontvangsten

Hieronder vallen de ontvangsten uit de verkoop van bodemmaterialen zoals zand en de ontvangsten uit de veiling van huurrechten van benzinestations langs rijkswegen. Over de winst van een gedeelte van de generale ontvangsten moet het Ministerie van BZK vennootschapsbelasting afdragen. Deze uitgave vindt plaats op niet-beleidsartikel 12 Algemeen van de BZK-begroting.

4 NIET-BELEIDSARTIKELEN

Artikel 11. Centraal apparaat

A. Apparaatsuitgaven kerndepartement

Op dit artikel worden naast alle personele en materiële uitgaven en ontvangsten van het kerndepartement ook de apparaatsuitgaven van de agentschappen gepresenteerd.

Tabel 21 Budgettaire gevolgen, niet-beleidsartikel 11 Centraal apparaat (bedragen x € 1.000)

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Art.nr.

Verplichtingen

431.675

463.513

401.762

383.013

375.854

375.488

374.640

Uitgaven

433.319

463.513

401.762

383.013

375.854

375.488

374.640

11.1

Apparaat (excl. AIVD)

433.319

463.513

401.762

383.013

375.854

375.488

374.640

Personele uitgaven

216.040

232.814

200.694

178.664

172.706

172.577

172.138

waarvan: eigen personeel

198.271

202.529

181.324

167.944

164.356

164.216

163.777

waarvan: inhuur externen

14.298

25.638

15.290

6.640

4.270

4.271

4.271

waarvan: overige personele uitgaven

3.471

4.647

4.080

4.080

4.080

4.090

4.090

Materiele uitgaven

217.279

230.699

201.068

204.349

203.148

202.911

202.502

waarvan: bijdrage SSO's

199.074

209.495

190.896

190.927

190.468

191.015

190.646

waarvan: ICT

946

3.948

42

0

0

0

0

waarvan: overige materiële uitgaven

17.259

17.256

10.130

13.422

12.680

11.896

11.856

Ontvangsten

45.253

62.198

19.292

19.292

19.116

19.116

19.116

In deze tabel zijn de apparaatsuitgaven van het kerndepartement opgenomen, inclusief het Huis voor Klokkenluiders (HvK). De reeks is exclusief de apparaatsuitgaven van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD). Deze zijn vanwege het specifieke karakter begroot op beleidsartikel 2.

B. Totaaloverzicht apparaatsuitgaven en -kosten inclusief agentschappen en ZBO/RWT's

De apparaatskosten van BZK bestaan uit de apparaatsuitgaven voor het kerndepartement, de AIVD en de apparaatskosten voor acht baten-lastenagentschappen. In tabel 22 staan de structurele apparaatsuitgaven van het kerndepartement en de AIVD aangegeven.

Tabel 22 Totaal apparaatsuitgaven ministerie (bedragen x € 1.000)

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Totaal apparaatsuitgaven Ministerie van BZK

683.060

741.653

683.878

675.374

669.955

669.425

668.018

Kerndepartement

433.319

463.513

401.762

383.013

375.854

375.488

374.640

Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD)

249.741

278.140

282.116

292.361

294.101

293.937

293.378

Tabel 23 geeft een overzicht van de apparaatskosten van de baten-lastenagentschappen, de Zelfstandige Bestuursorganen (ZBO’s) en de Rechtspersonen met een Wettelijke Taak (RWT’s).

Tabel 23 Totaaloverzicht apparaatskosten agentschappen en ZBO's/RWT's (bedragen x € 1.000)

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Totaal apparaatskosten Agentschappen

1.214.191

1.270.515

1.327.819

1.315.549

1.305.896

1.287.067

1.327.117

Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG)

115.032

97.912

102.975

105.379

102.908

90.892

132.593

Logius

177.205

228.368

220.867

192.768

187.142

182.236

182.630

P-Direkt

78.522

86.871

91.897

93.701

91.895

89.988

87.943

Uitvoeringsorganisatie Bedrijfsvoering Rijk (UBR)

232.415

247.250

264.841

271.841

271.841

271.841

271.841

FMHaaglanden (FMH)

118.422

123.208

130.471

130.471

130.471

130.471

130.471

SSC-ICT

226.662

209.150

212.705

212.705

212.705

212.705

212.705

Rijksvastgoedbedrijf (RVB)

257.046

266.706

292.810

297.431

297.681

297.681

297.681

Dienst van de Huurcommissie (DHC)

8.887

11.050

11.253

11.253

11.253

11.253

11.253

Totaal apparaatskosten ZBO's en RWT's1

206.845

212.439

227.860

223.264

214.467

212.967

209.267

Stichting Administratie Indonesische Pensioenen (SAIP)

1.345

1.539

1.360

1.364

1.367

1.367

1.367

Referendumcommissie

0

0

0

0

0

0

0

Kadaster

205.500

210.900

226.500

221.900

213.100

211.600

207.900

X Noot
1

BZK verstrekt bijdragen aan vijf begrotingsgefinancierde ZBO’s en RWT’s: Stichting Administratie Indonesische Pensioenen (SAIP), Huis voor Klokkenluiders (HVK), de Referendumcommissie, de Huurcommissie en het Kadaster. De apparaatskosten van het HVK en de Huurcommissie zijn hier niet vermeld, omdat ze respectievelijk worden bekostigd vanuit de apparaatskosten van het kerndepartement (artikel 11) en de apparaatskosten van het agentschap Dienst van de Huurcommissie (DHC). De apparaatsuitgaven voor de Referendumcommissie worden geraamd op nihil, tenzij er in een jaar een referendum wordt voorzien. Bij de SAIP worden de apparaatskosten niet alleen door BZK gefinancierd, maar ook door andere opdrachtgevende ministeries en derden. Voor meer informatie over de ZBO’s en RWT’s van BZK zie de bijlage ZBO’s en RWT’s in de begrotingshoofdstukken IIB en VII.

C. Apparaatsuitgaven per Directoraat Generaal

Om de Tweede Kamer inzicht te bieden in de apparaatsuitgaven per beleidsterrein wordt in tabel 24 weergegeven wat de apparaatsuitgaven zijn per onderdeel van het Ministerie van BZK.

Tabel 24 Apparaatsuitgaven per Directoraat Generaal (bedragen x € 1.000)

Directoraat Generaal

2020

Algemene Bestuursdienst (Bureau ABD)

34.921

Bestuur, Ruimte en Wonen (DGBRW)

2.435

Koninkrijksrelaties (DGKR)

1.368

Omgevingswet (PDGOW)

7.256

Overheidsorganisatie (DGOO)

169.829

Vastgoed en bedrijfsvoering Rijk (DGVBR)

12.038

SG-Cluster (SGC)

170.842

Huis voor Klokkenluiders

3.073

Artikel 12. Algemeen

Budgettaire gevolgen
Tabel 25 Budgettaire gevolgen, niet-beleidsartikel 12 Algemeen (bedragen x € 1.000)

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Art.nr.

Verplichtingen

6.978

63.980

21.235

12.586

11.218

10.997

10.928

Uitgaven

7.262

63.980

21.235

12.586

11.218

10.997

10.928

12.1

Algemeen

7.262

63.980

21.235

12.586

11.218

10.997

10.928

Subsidies

458

801

865

849

731

510

441

Diverse subsidies

408

750

814

798

680

459

390

Koninklijk Paleis Amsterdam

50

51

51

51

51

51

51

Opdrachten

885

803

759

759

759

759

759

Diverse opdrachten

292

313

389

408

408

408

408

Internationale samenwerking

593

490

370

351

351

351

351

Bijdrage aan agentschappen

0

22.434

0

0

0

0

0

SSC-ICT (eigenaarsbijdrage)

0

22.434

0

0

0

0

0

Bijdragen aan medeoverheden

0

89

0

0

0

0

0

Diverse bijdragen

0

89

0

0

0

0

0

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

19

0

0

0

0

0

0

Diverse bijdragen

19

0

0

0

0

0

0

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

5.900

39.853

19.611

10.978

9.728

9.728

9.728

Financiën en Nationale Schuld (Belastingdienst)

5.875

39.853

19.611

10.978

9.728

9.728

9.728

Justitie en Veiligheid (H6)

25

0

0

0

0

0

0

Ontvangsten

5.924

13.101

0

0

0

0

0

Toelichting
12.1 Algemeen

Subsidies

Diverse subsidies

Dit betreft voornamelijk een subsidie aan de Stichting Parlementaire Geschiedenis voor exploitatie van het Centrum Parlementaire Geschiedenis (CPG). Daarnaast betreft het een subsidie voor een wetenschappelijk samenwerkingsverband van de AIVD met de Technische Universiteit Delft. Omdat artikel 2 "Nationale veiligheid" een apparaatsartikel is waar geen subsidies opgenomen kunnen worden, wordt de subsidie via artikel 12 "Algemeen" verstrekt.

Koninklijk Paleis Amsterdam

Dit betreft de jaarlijkse subsidie voor de openstelling van het Koninklijk Paleis Amsterdam.

Opdrachten

Diverse opdrachten

Een veilige informatievoorziening en verbetering van de ICT is een prioriteit. De CIO-office van het departement zorgt voor samenhang in de informatievoorziening en voor de verdere versterking van de beheersing van projecten met een ICT-component, waaronder het meehelpen bij het doorvertalen van beleidsdoelen naar ICT. Het budget voor de CIO-office wordt aangewend om bij te dragen aan de verdere inrichting van strategische advisering en toezicht, IT-governance en securitygovernance, informatievoorziening en professionalisering.

Voorts zijn middelen bestemd voor de inrichting van de crisisbeheersings-organisatie bij BZK en voor fysieke- en informatiebeveiliging van de organisatie op basis van risicomanagement. Naast bovenstaande zal bijzondere aandacht uitgaan naar de verdere versterking en inrichting van de adviescapaciteit op het gebied van Openbare Orde, Inlichtingen en Veiligheid.

Internationale Samenwerking

Het betreft middelen voor het versterken van de strategische, constitutionele en wetgevende, internationale en economische advisering voor BZK breed. De advisering dient als verbindende spil tussen de (beleids)directies onderling en de politieke en ambtelijke leiding. Hier worden opdrachten verstrekt die ondersteunend zijn aan bovengenoemd doel en daarbij vaak een (specifiek) beleidsveld overstijgend karakter hebben.

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

Financiën en Nationale Schuld (Belastingdienst)

Over de winst op een aantal activiteiten op de begroting van BZK en daaronder vallende agentschappen moet vennootschapsbelasting (VPB) worden afgedragen. Het Ministerie van BZK ontvangt één aanslag van de Belastingdienst. Deze wordt verantwoord op dit artikel. De uitgave aan VPB betreft de verwachte naheffing over 2019 en de voorlopige aanslag voor 2020 over de winst op de generale en een deel van de specifieke ontvangsten van artikel 9 (Uitvoering Rijksvastgoedbeleid) van deze begroting.

Artikel 13. Nog onverdeeld

Budgettaire gevolgen
Tabel 26 Budgettaire gevolgen, niet-beleidsartikel 13 Nog onverdeeld

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Art.nr.

Verplichtingen

0

0

0

0

0

0

0

Uitgaven

0

0

0

0

0

0

0

13.1

Loonbijstelling

0

0

0

0

0

0

0

13.2

Prijsbijstelling

0

0

0

0

0

0

0

13.3

Onvoorzien

0

0

0

0

0

0

0

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

5 BEGROTING AGENTSCHAPPEN

Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG)

Inleiding

De Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG) is de autoriteit en regisseur van het veilig en betrouwbaar gebruik van identiteitsgegevens en is de uitvoeringsorganisatie op het gebied van persoonsgegevens en reisdocumenten voor het Koninkrijk der Nederlanden. In een constant veranderende samenleving is de veiligheid en betrouwbaarheid van identiteitsgegevens van essentieel belang.

RvIG streeft samen met ketenpartners naar een uitstekende dienstverlening voor burgers. Zowel analoog als digitaal, en toekomstbestendig door innovatie.

RvIG is verantwoordelijk voor de volgende diensten:

  • de Basisregistratie Persoonsgegevens (BRP);

  • de beheervoorziening burgerservicenummer (BV-BSN);

  • het systeem van aanvraag, productie en distributie van reisdocumenten;

  • de persoonsinformatievoorziening van het Caribisch gebied (PIVA);

  • het beheren van voorzieningen ten behoeve van het eIDAS-stelsel;

  • het Centraal Meldpunt Identiteitsfraude (CMI);

  • de Landelijke Aanpak Adreskwaliteit (LAA).

Basis Registratie Personen (BRP)

Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is verantwoordelijk voor de registratie van ingezetenen, de Basis Registratie Personen (BRP) en de Registratie niet-ingezetenen (RNI). Deze registraties vormen samen het BRP stelsel en is een kernproduct uit de RvIG productportfolio. Belangrijk speerpunt voor 2020 van RvIG in het kader van de BRP werkzaamheden is de health check. Aanleiding voor de health check is het beëindigen van Operatie BRP zoals toegezegd in het Algemeen Overleg op 5 juli 2017 aan de Tweede Kamer. Daarop heeft de toenmalige Minister van BZK ook de toezegging gedaan dat er onderzoek naar het toekomstvast maken van de bestaande centrale voorziening GBA-V zal worden uitgevoerd. De werkzaamheden die onder de health check vallen, zijn de volgende:

  • Uitgesteld onderhoud van de RNI, Schouwen & Toetsen, Wet Besluit en Regeling BRP en het Logisch Ontwerp BRP;

  • Gegevensverstrekking volgens overheidsstandaarden;

  • Oplossen van knelpunten.

Burgerservicenummer (BSN)

RvIG is verantwoordelijk voor de beheervoorziening BSN. Hieronder valt het beheer van de voorziening voor het genereren, distribueren, toekennen en beheren van Burgerservicenummers.

De werkzaamheden die RvIG voor de BSN uitvoert zijn:

  • Het zorgdragen voor gedegen voorzieningen voor het stellen van verificatievragen over de identiteit van een persoon en over Nederlandse identiteitsdocumenten;

  • Het beheer van het foutenmeldpunt voor het melden van vermoedens over BSN nummerfouten;

  • Het beheren van de voorzieningen met behulp waarvan algemene informatie beschikbaar wordt gesteld met betrekking tot het gebruik van burgerservicenummers en de gegevensverwerking van gebruikers;

  • Het beheren van de voorziening waar burgers met vragen en klachten over het gebruik van hun BSN terecht kunnen (BSN-punt).

Reisdocumenten

RvIG ziet in haar verantwoordelijkheid voor het reisdocumentenstelsel toe op de productie van paspoorten en Nederlandse identiteitskaarten (NIK) en het aanvraag- en uitgifte proces bij uitgevende instanties. Daarnaast beheert RvIG de registers ‘Register Paspoortsignalering’ (RPS), Basisregister 'Reisdocumenten’ (BRR) en ‘Verificatieregister Reisdocumenten’ (VR).

In 2019 is er een start gemaakt met de verbetering van het aanvraag- en uitgifteproces en het proces voor het beheer van signaleringen. Op dit moment vereisen deze kennisintensieve processen nog veel handmatige handelingen. Een simpeler en minder mens-afhankelijk proces zal worden ingericht met als doel o.a. onterechte verstrekking van reisdocumenten en het onterecht vervallen van reisdocumenten te voorkomen en zo het betrouwbare imago van het Nederlandse reisdocument hoog te houden. Deze verbetering van het reisdocumentenstelsel (VRS) legt ook de basis voor veranderingen die op termijn in het nog te ontwikkelen beleidskader van de strategische visie van de Opdrachtgever kunnen worden doorgevoerd.

Caribisch gebied

In 2020 wordt gezamenlijk met het Caribisch gebied, zijnde de Openbare Lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (Caribisch Nederland) en de landen binnen het Koninkrijk der Nederlanden (Aruba, Curaçao en Sint Maarten), gewerkt aan verdere kwaliteitsverbetering van de bevolkingsadministraties. In samenwerking met het Openbaar Lichaam Sint Eustatius wordt over de periode 1 maart 2017 tot 1 maart 2021 duurzame ondersteuning geboden in de vorm van personele inzet van RvIG medewerkers bij de afdeling burgerzaken.

Electronic Identification Authentication and Trust Services (eIDAS)

eIDAS is een stelsel om met behulp van elektronische Identiteit (eID) op een hoogbetrouwbare manier digitale dienstverlening mogelijk te maken van (semi) overheid aan burgers en bedrijven binnen Europa. Met ingang van 2019 voert RvIG het stelselbeheer over één van de voorzieningen binnen eIDAS.

Centraal Meldpunt Identiteitsfraude (CMI)

RvIG begeleidt naast slachtoffers van identiteitsfraude ook burgers met fouten met betrekking tot hun persoonsgegevens. RvIG fungeert als ketenregisseur en schakelt indien nodig ketenpartners zoals Politie, Belastingdienst, RDW, IND en Logius in.

Landelijke aanpak adreskwaliteit (LAA)

De LAA kan gezien worden als de samenwerking van de toekomst. Rijksoverheid en uitvoeringsorganisaties werken nauw samen om gemeenten te voorzien van risicoadressen op basis van door RvIG uitgevoerde data-analyse. Gemeenten voeren op basis van deze risicosignalen een adresonderzoek uit, waarbij ook een huisbezoek wordt afgelegd. Deze intensieve manier van samenwerken over alle lagen van de overheid heen is van grote meerwaarde voor de kwaliteit van de BRP en tegelijkertijd een effectieve werkwijze in het kader van adresgerelateerde fraude.

Ontwikkelingen

RvIG vervult een rol in de strategische Digitale agenda Rijkdienst. Hierbij wordt samengewerkt met publieke-, private- en wetenschappelijke partijen. RvIG wil de essentie van e-governance en digital citizenship verkennen.

Staat van baten en lasten
Tabel 27 Begroting van baten-lastenagentschap RvIG voor het jaar 2020 (bedragen x € 1.000)

2018Stand Slotwet

20191e suppletoire begroting

2020

2021

2022

2023

2024

Baten

Omzet

146.241

75.311

73.971

73.010

78.412

72.617

166.949

- Omzet moederdepartement

37.824

42.708

48.284

45.066

46.902

47.616

47.848

- Omzet overige departementen

0

0

0

0

0

0

0

- Omzet derden

108.417

32.603

25.687

27.944

31.510

25.001

119.101

Vrijval voorzieningen

0

20.407

27.950

31.414

27.357

22.265

0

Bijzondere baten

0

0

0

0

0

0

0

Rentebaten

0

0

0

0

0

0

0

Totaal baten

146.241

95.718

101.921

104.424

105.769

94.882

166.949

Lasten

Apparaatskosten

115.032

97.912

102.975

105.379

102.908

90.892

132.593

- personele kosten

19.447

20.355

29.346

28.987

28.763

27.742

26.728

- waarvan eigen personeel

13.459

17.426

16.702

21.011

21.327

21.646

21.971

- waarvan externe inhuur

5.988

2.929

12.644

7.976

7.436

6.096

4.757

- waarvan overige personele kosten

0

0

0

0

0

0

0

- materiële kosten

95.585

77.557

73.629

76.392

74.145

63.150

105.865

- waarvan apparaat ICT

549

1.250

850

833

833

833

833

- waarvan bijdrage aan SSO's

60

165

275

275

275

275

275

- waarvan overige materiële kosten

94.976

76.142

72.504

75.284

73.037

62.042

104.757

Afschrijvingskosten

1.281

1.350

2.083

2.675

3.565

3.990

4.449

- materieel

910

1.350

2.083

2.675

3.565

3.990

4.449

- waarvan apparaat ICT

0

1.350

1.970

1.970

1.970

1.970

1.970

- immaterieel

371

0

0

0

0

0

0

Dotaties voorzieningen

22.048

1.193

0

0

0

0

29.907

Overige kosten

0

0

0

0

0

0

0

Bijzondere lasten

0

0

0

0

0

0

0

Rentelasten

0

0

0

0

0

0

0

Totaal lasten

138.361

100.455

105.058

108.054

106.473

94.882

166.949

Saldo van baten en lasten

7.880

‒ 4.737

‒ 3.137

‒ 3.630

‒ 704

0

0

Toelichting

Baten

Omzet

De omzet van RvIG is als volgt over de diverse opdrachten begroot:

Tabel 28 Omzet (bedragen x € 1.000.000)

Moederdepartement

Overige departementen

Derden

Totaal

BRP

22,9

10,4

33,3

Health Check BRP

6,4

6,4

BSN

5,1

5,1

Reisdocumenten

15,3

15,3

Caribisch Gebied

1,7

1,7

eIDAS

2,8

2,8

CMI

0,8

0,8

LAA

8,6

8,6

Totaal

48,3

25,7

74

Vrijval voorzieningen

Om te voorkomen dat er grote fluctuaties in de kostprijs van reisdocumenten ontstaan als gevolg van de invoering van de 10-jarige geldigheid, heeft RvIG een egalisatiereserve opgebouwd. Deze egalisatiereserve wordt in de dipperiode (2019-2023) aangewend, zodat tarieven in de dipperiode niet hoeven te worden verhoogd als gevolg van de invoering van de 10-jarige geldigheid. Dit maakt realisatie van kostendekkendheid over 10 jaar mogelijk. Vanaf 2019 valt per jaar een deel van het opgebouwde bedrag op de egalisatiereserve vrij om de kostprijs gelijk te houden. In 2020 is dat bedrag € 28,0 mln.

Lasten

Apparaatskosten

Personele lasten

De personele lasten bedragen € 34,1 mln. De verhoging van de eigen personele kosten heeft onder andere te maken met de verambtelijking en de nieuwe taken met betrekking tot eIDAS en LAA. De externe inhuur is sterk gestegen ten gevolge van het meerjarig programma VRS en het project Health Check BRP.

Materiële kosten

Het grootste gedeelte van de lasten betreft de kosten die worden gemaakt voor de productie en distributie van de reisdocumenten, het in stand houden van het BRP-netwerk, het beheer van de centrale verstrekkingvoorziening van de BRP (GBA-V en RNI) en de beheervoorziening BSN, CMI, PIVA-V en Sédula. Voor de uitvoering van de taken maakt RvIG gebruik van geautomatiseerde systemen die werken op een technische infrastructuur.

De geraamde kosten voor de health check BRP bedragen € 14,7 mln., waarvan € 6,4 mln. in 2020 is begroot.

Afschrijvingskosten

Op de materiële activa wordt in 2020 € 2,1 mln. afgeschreven. Dit betreft de afschrijving op de investering van de vernieuwde RvIG-infrastructuur en investeringen uit het programma VRS.

Saldo van baten en lasten

De kosten voor het beheren van de BRP worden doorberekend aan de gebruikers met een kostendekkend tarief in de vorm van een abonnementsprijs. Deze doorberekening vindt deels via het Ministerie van BZK en deels rechtstreeks aan derden plaats. De kosten voor het beheren van de reisdocumentenketen, innovatie, investering en de kosten van de productie en distributie worden in de huidige systematiek gedekt uit het tarief dat RvIG in rekening brengt bij de uitgevende instanties. De overige opdrachten worden betaald door de opdrachtgever, namelijk het Ministerie van BZK. Uitgangspunt voor de begroting van baten en lasten van RvIG is een kostendekkende exploitatie.

Schuld aan gebruikers BRP

Het exploitatieresultaat over het boekjaar 2018 met betrekking tot de BRP ad € 7,5 mln. wordt met de gebruikers van de BRP vereffend door de staffelprijs van de BRP in 2020 en latere jaren zoveel mogelijk gelijk te houden aan de staffelprijs in 2019. Hierdoor zijn de tarieven in 2019 niet volledig kostendekkend en ontstaat een begroot negatief saldo van baten en lasten. Deze wordt met de openstaande schuld aan gebruikers BRP verrekend.

Kasstroomoverzicht
Tabel 29 Kasstroomoverzicht van baten-lastenagentschap RvIG voor het jaar 2020 (bedragen x € 1.000)

2018Stand Slotwet

20191e suppletoire begroting

2020

2021

2022

2023

2024

1.

Rekening courant RHB 1 januari + depositorekeningen

112.849

145.311

120.710

91.706

58.485

32.447

13.120

+/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom

169.058

75.311

73.971

73.010

78.412

72.617

166.949

-/- totaal uitgaven operationele kasstroom

‒ 135.315

‒ 97.912

‒ 102.975

‒ 105.379

‒ 102.908

‒ 90.892

‒ 132.593

2.

Totaal operationele kasstroom

33.743

‒ 22.601

‒ 29.004

‒ 32.369

‒ 24.496

‒ 18.275

34.356

-/- totaal investeringen

‒ 1.281

‒ 2.000

‒ 4.260

‒ 3.448

‒ 1.816

‒ 1.738

‒ 500

+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen

0

0

0

0

0

0

0

3.

Totaal investeringskasstroom

‒ 1.281

‒ 2.000

‒ 4.260

‒ 3.448

‒ 1.816

‒ 1.738

‒ 500

-/- eenmalige uitkering aan moederdepartement

0

0

0

0

0

0

0

+/+ eenmalige storting door moederdepartement

0

0

0

0

0

0

0

-/- aflossingen op leningen

0

0

0

‒ 852

‒ 1.542

‒ 1.053

‒ 1.400

+/+ beroep op leenfaciliteit

0

0

4.260

3.448

1.816

1.738

500

4.

Totaal financieringskasstroom

0

0

4.260

2.596

274

685

‒ 900

5.

Rekening courant RHB 31 december + stand depositorekeningen (=1+2+3+4)1

145.311

120.710

91.706

58.485

32.447

13.120

46.075

X Noot
1

Maximale roodstand is € 0,5 mln.

Toelichting

Operationele kasstroom

In 2020 vertoont de operationele kasstroom een negatief saldo. Dit wordt veroorzaakt doordat vanaf 2019 het aantal aangevraagde 10-jarige reisdocumenten terugloopt, waardoor de kasontvangsten teruglopen.

Investeringskasstroom

Voor 2020 wordt de omvang van de investeringen geraamd op € 4,3 mln. Het grootste deel hiervan betreft investeringen ten behoeve van het programma VRS. Desinvesteringen worden niet verwacht.

Financieringskasstroom

Het beroep op de leenfaciliteit wordt gedaan ter financiering van investeringen in het programma VRS.

Overzicht doelmatigheidsindicatoren
Tabel 30 Overzicht doelmatigheidsindicatoren RvIG

2018Stand Slotwet

2019Vastgestelde begroting

2020

2021

2022

2023

2024

Omschrijving generiek deel

Kostprijzen per product:

Abonnementsstructuur (B) in €

2.430

2.430

2.430

2.430

2.430

2.430

2.430

Reisdocumenten: Paspoort 5 jaar (in €)

21,31

21,78

23,19

23,58

23,98

24,39

24,81

Reisdocumenten: Paspoort 10 jaar (in €)

34,61

35,37

41,04

41,74

42,45

43,17

43,90

Identiteitskaart (in €) 5 jaar

5,33

5,45

5,86

5,96

6,06

6,16

6,27

Identiteitskaart (in €) 10 jaar

27,36

27,96

33,44

34,01

34,58

35,17

35,77

Omzet per productgroep (bedragen x € 1.000)

BRP

35.344

31.742

33.249

33.249

36.429

37.391

37.653

Reisdocumenten

102.188

23.049

15.311

17.568

20.136

13.326

107.344

FTE-totaal (excl. externe inhuur)

160

167

215

267

267

267

267

Saldo van baten en lasten (%)

5,7%

‒ 4,7%

‒ 3,0%

‒ 3,4%

‒ 0,7%

0,0%

0,0%

Omschrijving specifiek deel

ICT diensten

Kwaliteitsindicatoren

Beschikbaarheid GBA netwerk

100%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

Beschikbaarheid GBA -V

100%

99,9%

99,9%

99,9%

99,9%

99,9%

99,9%

Responstijd GBA-V

<3 sec

<3 sec

<3 sec

<3 sec

<3 sec

<3 sec

<3 sec

Beschikbaarheid Basisregister

100%

99,9%

99,9%

99,9%

99,9%

99,9%

99,9%

Beschikbaarheid Verificatieregister

100%

99,9%

99,9%

99,9%

99,9%

99,9%

99,9%

Beschikbaarheid BSN

100%

99,9%

99,9%

99,9%

99,9%

99,9%

99,9%

Klanttevredenheid

n.v.t

7,5

n.v.t.

7,6

n.v.t.

7,7

n.v.t.

Doorlichting uitgevoerd cq. gepland in

2021

Toelichting op de doelmatigheidsindicatoren

Kostprijzen per product

De hoogte van de leges die RvIG in rekening brengt bij de uitgevende instanties, zoals de gemeenten, de buitenlandse posten en de Caribische gemeenten (Bonaire, Eustatius en Saba), is exclusief de gemeentelijke leges en eventuele spoedtoeslagen.

Het BRP-tarief is stabiel gebleven t.o.v. 2018 en 2019.

FTE-totaal

Het aantal FTE neemt in 2020 toe, onder andere als gevolg van de in 2019 in beheer genomen nieuwe taken met betrekking tot brpk en LAA. Naar verwachting zal in 2021 de formatie voltallig zijn op 267 FTE.

Beschikbaarheid

De doelstelling in 2020 met betrekking tot de beschikbaarheid van de diverse ICT-voorzieningen is het halen van de gestelde normen, als opgenomen onder de kwaliteitsindicatoren in bovenstaande tabel.

Klanttevredenheid

Tweejaarlijks vindt er een klanttevredenheidsonderzoek plaats, het eerstvolgende onderzoek staat gepland voor 2019.

Logius

Inleiding

Logius zorgt voor producten en diensten voor de Digitale Overheid. We bieden ICT-oplossingen en standaarden die vrijwel alle overheidsorganisaties gebruiken in hun digitale dienstverlening. Zo helpen we bedrijven, burgers en de overheid om snel, eenvoudig en veilig met elkaar te communiceren. Om dit te bereiken wordt het gesprek gevoerd met eindgebruikers, klanten en opdrachtgevers. Samen zorgen wij voor een digitale overheid die werkt voor iedereen en doen dit volgens onze kernwaarden betrouwbaar, vakkundig én in eenvoud.

Onze toegevoegde waarde

Het merendeel van de voorzieningen die bij Logius in beheer zijn valt onder de Generieke Digitale Infrastructuur (GDI) van de Nederlandse overheid. We passen deze voorzieningen aan met oog voor de eindgebruiker op een manier die past bij het tempo van een samenleving die nooit stilstaat. Dit doet Logius door:

  • Regie te voeren op de samenhang binnen de generieke digitale infrastructuur en besluitvorming daarover, met oog voor de eindgebruikers.

  • Ondersteunen bij een heldere afweging hoe publieke organisaties middelen voor de digitale overheid het beste kunnen in zetten.

  • Standaard voorzieningen te leveren voor de digitale overheid en het bundelen van kennis en expertise op dit gebied voor efficiënte dienstverlening. Publieke organisaties kunnen zich zo maximaal richten op hun kerntaken.

Dienstverlening

Logius biedt dienstverlening op de volgende gebieden:

  • Toegang: Logius biedt inlogmethodes waardoor mensen en organisaties veilig toegang krijgen tot de digitale overheid.

  • Standaarden en stelsels: Via standaarden en stelsels zorgt Logius voor eenduidigheid, herbruikbaarheid en generieke oplossingen binnen de digitale overheid.

  • Gegevensuitwisseling: Logius biedt oplossingen voor elektronisch berichtenverkeer tussen overheden en hun ketenpartners. Dit maakt het ontsluiten en beschikbaar stellen van gegevens mogelijk én hierdoor wordt informatie maar één keer aangeleverd.

Logius zorgt ervoor dat de voorzieningen voor de Digitale Overheid steeds meer in samenhang worden ontwikkeld. Functionaliteiten voor burgers en bedrijven worden niet vanuit een specifieke voorziening opgebouwd, maar als algemene bouwsteen die voor meer voorzieningen ingezet kan worden. Verder werkt Logius aan de Agenda Digitale Overheid NL DIGIbeter. Daarbij kan onder andere worden gedacht aan doelgroep verbreding DigiD substantieel. Met dit middel is het mogelijk voor burgers gebruik makend van een smartphone met NFC-technologie, hun DigiD account te versterken naar het niveau Substantieel.

Organisatieontwikkeling

Hoofdtaak van Logius is de continuïteit leveren in voorzieningen voor de Digitale Overheid. Dit doet Logius, samen met haar stakeholders, in een complexe, veranderlijke en beperkt voorspelbare omgeving. Wij willen hier vanuit onze rol aan bijdragen door de organisatie en werkwijze steeds aan te passen, zodat we efficiënte, wendbare en robuuste dienstverlening leveren. De introductie van de Agile/SAFe werkwijze binnen Logius zorgt daarbij voor de optimale samenwerking met onze stakeholders. Een hierop afgestemde nieuwe organisatievorm en werkwijze is per 1 januari 2019 binnen Logius ingevoerd. In 2020 willen we verder investeren in deze nieuwe werkwijze die meer flexibiliteit oplevert.

Staat van baten en lasten
Tabel 31 Begroting van baten-lastenagentschap Logius voor het jaar 2020 (bedragen x € 1.000)

2018Stand Slotwet

2019Vastgestelde begroting

2020

2021

2022

2023

2024

Baten

Omzet

178.472

228.779

221.267

193.568

188.742

184.696

185.090

- Omzet moederdepartement

70.907

26.471

46.720

44.303

43.199

42.273

42.363

- Omzet overige departementen

87.486

153.580

142.582

121.301

118.277

115.741

115.988

- Omzet derden

20.079

48.728

31.965

27.964

27.266

26.682

26.739

Vrijval voorzieningen

65

0

0

0

0

0

0

Bijzondere baten

492

0

0

0

0

0

0

Rentebaten

0

0

0

0

0

0

0

Totaal baten

179.029

228.779

221.267

193.568

188.742

184.696

185.090

Lasten

Apparaatskosten

177.205

228.368

220.867

192.768

187.142

182.236

182.630

- personele kosten

54.667

53.613

61.143

59.175

57.168

55.162

55.191

- waarvan eigen personeel

26.541

29.967

33.074

35.934

38.793

41.653

41.653

- waarvan externe inhuur

26.416

21.394

25.592

20.702

15.812

10.921

10.921

- waarvan overige personele kosten

1.711

2.252

2.477

2.539

2.563

2.588

2.617

- materiële kosten

122.538

174.755

159.724

133.593

129.974

127.074

127.439

- waarvan apparaat ICT

3.648

3.500

5.576

5.894

6.137

6.395

6.668

- waarvan bijdrage aan SSO's

131

200

137

145

152

160

167

- waarvan overige materiële kosten

118.759

171.055

154.011

127.554

123.685

120.519

120.604

Afschrijvingskosten

406

410

400

800

1.600

2.460

2.460

- materieel

406

410

400

400

0

0

0

- waarvan apparaat ICT

4

0

0

0

0

0

0

- immaterieel

0

0

0

400

1.600

2.460

2.460

Dotaties voorzieningen

0

0

0

0

0

0

0

Overige kosten

0

0

0

0

0

0

0

Bijzondere lasten

0

0

0

0

0

0

0

Rentelasten

0

1

0

0

0

0

0

Totaal lasten

177.611

228.779

221.267

193.568

188.742

184.696

185.090

Saldo van baten en lasten

1.418

0

0

0

0

0

0

Toelichting

Baten

Omzet

Omzet moederdepartement, overige departementen en derden

De begrote omzet voor 2020 is € 221 mln. en is circa € 42 mln. hoger dan realisatie 2018 en circa € 8 mln. lager dan begroting 2019. Logius brengt kostendekkende tarieven in rekening. De omzetstijging in 2020 ten opzichte van 2018 komt met name door een stijging in de materiële kosten. Deze kosten stijgen in 2020 met name door een uitbreiding van het betrouwbaarheidsniveau DigiD, door een groei in investeringsprogramma’s en door opname van kosten voor de aanbesteding, migratie en transitie van enkele grote contracten in het kader van infrastructuur, middleware en applicatiesoftware. Verder stijgen de kosten voor apparaat ICT door een toename van intern personeel. Ten opzichte van begroting 2019 daalt de omzet. Dit komt met name doordat in 2019 rekening is gehouden met hogere kosten voor aanbesteding, migratie en transitie van enkele grote contracten dan in jaar 2020.

Onderstaande tabel geeft de omzetverdeling 2020 weer van de voorzieningen en de programma’s.

Tabel 32 Voorzieningen en programma's (bedragen x € 1.000)

OW2020

Moederdepartement

Overige departementen

Derden

Stelselvoorzieningen

15.044

527

12.214

2.303

Samenwerkende Catalogi

364

13

295

56

PKIOverheid

1.376

48

1.117

211

Digitoegankelijk

488

17

396

75

Haagse Ring

7.460

633

6.827

Rijksdiensten

1.979

168

1.811

DigiD

42.737

8.984

21.030

12.723

MijnOverheid

33.295

1.108

20.991

11.196

DigiD Machtigen

12.068

12.067

1

Digipoort SBR

27.144

566

23.380

3.198

Digipoort H&T

29.497

29.497

Digipoort FS

1.939

1.673

266

Digipoort OTP

400

400

e-Factureren

4.134

211

3.923

DigiZSM

1.463

1.463

DigiInkoop

4.115

210

3.905

Centrale Catalogi

400

400

Diginetwerk

2.537

108

1.956

473

Toegankelijkheidstool

306

306

e-Herkenning

3.786

3.786

Bureau Forum & Standaardisatie

2.142

1.442

700

Programma eID (BSNk, Routering)

12.227

12.227

Logius Platform

1.200

1.200

DigiD Hoog

1.159

1.159

DigiCampus

1.545

1.545

Uitrol visie Stelseldiensten

797

797

Verbreding DigiD Substantieel

1.850

1.850

Programma Machtigen

7.400

7.400

SBR Verbreding

1.415

1.415

MijnOverheid Regie op Gegevens

1.000

1.000

Totaal

221.267

46.720

142.582

31.965

Lasten

Apparaatskosten

Personele kosten

De kosten voor eigen personeel zijn gebaseerd op een formatie van 347 fte’s per 31 december 2020. Voor het overige deel aan personele inzet wordt extern ingehuurd. Door de combinatie van organisatorische randvoorwaarden (formatie), arbeidsmarktproblematiek (schaarste op ICT-personeel) en politiek-bestuurlijke urgenties (nieuwe werkzaamheden) maakt dat bij Logius het aandeel externe inhuur hoog is. Daarbij wordt er zoveel als mogelijk gebruik gemaakt van detacheringen, I-interim en resultaatverplichtingen, waardoor de kosten externe inhuur worden beperkt. Ten opzichte van 2018 is in de personele kosten een stijging van circa € 6 mln. te zien. Dat wordt veroorzaakt door een uitbreiding van intern personeel. Het streven voor de komende jaren is om het aandeel externe inhuur ter verlagen door verambtelijking. Hierdoor is meerjarig een daling te zien in de totale personele kosten.

Materiële kosten

De materiële kosten van € 160 mln. bestaan voor het grootste deel uit contractkosten voor de dienstverlening van Logius, zoals deze zijn opgenomen bij de omzet. Deze kosten vallen onder overig materieel en bestaan uit kosten voor leveranciers die zorgen voor o.a. applicatiebeheer, infrastructuurbeheer en hosting van de producten. Daarnaast vallen hieronder de contractkosten voor bedrijfsvoering. Een klein deel van de materiële kosten, de kantoorautomatisering en huisvesting, valt onder apparaat ICT en bijdrage SSO’s. De afschrijvingen betreffen afschrijvingskosten voor de investeringen uit 2016 van de migratie van de Digipoort. In de cijfers is rekening gehouden met de overgang van Digipoort Handel &Transport naar de Belastingdienst. Daardoor is vanaf jaar 2021 een daling te zien in de materiële kosten.

Kasstroomoverzicht
Tabel 33 Kasstroomoverzicht van baten-lastenagentschap Logius voor het jaar 2020 (bedragen x € 1.000)

2018Stand Slotwet

2019Vastgestelde begroting

2020

2021

2022

2023

2024

1.

Rekening courant RHB 1 januari + depositorekeningen

65.643

48.000

48.000

50.000

56.000

60.300

60.300

+/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom

192.087

228.779

221.267

193.568

188.742

184.696

185.090

-/- totaal uitgaven operationele kasstroom

‒ 189.650

‒ 228.379

‒ 222.997

‒ 199.168

‒ 191.442

‒ 182.236

‒ 182.630

2.

Totaal operationele kasstroom

2.437

400

‒ 1.730

‒ 5.600

‒ 2.700

2.460

2.460

-/- totaal investeringen

0

0

2.000

6.000

4.300

0

0

+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen

0

0

0

0

0

0

0

3.

Totaal investeringskasstroom

0

0

2.000

6.000

4.300

0

0

-/- eenmalige uitkering aan moederdepartement

0

0

0

0

0

0

0

+/+ eenmalige storting door moederdepartement

0

0

0

0

0

0

0

-/- aflossingen op leningen

‒ 410

‒ 400

‒ 270

‒ 400

‒ 1.600

‒ 2.460

‒ 2.460

+/+ beroep op leenfaciliteit

0

0

2.000

6.000

4.300

0

0

4.

Totaal financieringskasstroom

‒ 410

‒ 400

1.730

5.600

2.700

‒ 2.460

‒ 2.460

5.

Rekening courant RHB 31 december + stand depositorekeningen (=1+2+3+4)1

67.670

48.000

50.000

56.000

60.300

60.300

60.300

X Noot
1

Maximale roodstand is € 0,5 mln.

Toelichting

Investeringskasstroom/financieringskasstroom

In 2020 vindt de bouw plaats van de nieuwe Digipoort. Het huidig uitgangspunt is dat de kosten als immateriële vaste activa geactiveerd worden. In de begroting is daarvoor een investering opgenomen van € 2,0 mln. In 2021 en 2022 wordt respectievelijk € 6,0 mln. en € 4,3 mln. geïnvesteerd. Voor het financieren van de uitgaven wordt een beroep gedaan op de leenfaciliteit.

Overzicht doelmatigheidsindicatoren
Tabel 34 Overzicht doelmatigheidsindicatoren Logius

2018Stand Slotwet

2019Vastgestelde begroting

2020

2021

2022

2023

2024

Omschrijving generiek deel

Verloop kostprijs (basisjaar 2017 = 100)

99

99

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Verloop kostprijs MijnOverheid

€ 0,38

€ 0,44

€ 0,40

€ 0,40

€ 0,40

€ 0,40

€ 0,40

Verloop kostprijs DigiD

€ 0,10

€ 0,12

€ 0,14

€ 0,14

€ 0,14

€ 0,14

€ 0,14

Verloop kostprijs DigiD Machtigen

n.v.t.

€ 0,71

€ 0,73

€ 0,73

€ 0,73

€ 0,73

€ 0,73

Verloop tarieven (basisjaar 2011 = 100)

94

94

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Verloop uurtarief

n.v.t.

n.v.t.

83,14

80,27

77,39

74,51

74,51

Totale omzet Logius

€ 179 mln.

€ 229 mln.

€ 221 mln.

€ 194 mln.

€ 189 mln.

€ 185 mln.

€ 185 mln.

Omzet per cluster (in %):

Gegevensuitwisseling

n.v.t.

n.v.t.

36%

27%

27%

27%

27%

Identificatie & Autorisatie

n.v.t.

n.v.t.

37%

43%

43%

43%

43%

Infrastructuur

n.v.t.

n.v.t.

3%

4%

4%

4%

4%

Interactie

n.v.t.

n.v.t.

15%

18%

18%

18%

18%

Overig

n.v.t.

n.v.t.

8%

9%

9%

9%

9%

FTE overhead

30%

30%

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

FTE externe inhuur

n.v.t.

n.v.t.

31%

25%

19%

13%

13%

FTE-totaal (excl. externe inhuur)

306 fte

356 fte

347

377

407

437

437

Saldo van baten en lasten

0,79%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

Ziekteverzuim

n.v.t.

n.v.t.

2,3%

2,3%

2,3%

2,3%

2,3%

Klanttevredenheid (KTO)

uitgevoerd

n.v.t.

gepland

n.v.t.

gepland

n.v.t.

gepland

Medewerkerstevredenheidsonderzoek (MTO)

n.v.t.

n.v.t.

gepland

n.v.t.

gepland

n.v.t.

gepland

Benchmark

uitgevoerd

n.v.t.

gepland

gepland

gepland

gepland

gepland

Omschrijving specifiek deel

DigiD

*Aantal DigiD authenticaties

308 mln.

341 mln.

317 mln.

317 mln.

317 mln.

317 mln.

317 mln.

MijnOverheid

* Aantal berichten

82 mln.

106 mln.

83 mln.

83 mln.

83 mln.

83 mln.

83 mln.

Digipoort (OTP)

* Aantal berichten via Digipoort

184 mln.

169 mln.

197 mln.

67 mln.

67 mln.

67 mln.

67 mln.

* Doorlooptijd 1e lijns vraagbeantwoording

96% 48 uur

90% 24 uur

80% in 48 uur

80% in 48 uur

80% in 48 uur

80% in 48 uur

80% in 48 uur

Serviceniveau beschikbaarheid MijnOverheid

n.v.t.

n.v.t.

98,0%

98,0%

98,0%

98,0%

98,0%

Serviceniveau beschikbaarheid DigiD

n.v.t.

n.v.t.

99,5%

99,5%

99,5%

99,5%

99,5%

Doorlichting uitgevoerd cq. gepland in

2020

Toelichting

Kostprijzen per product

Verloop kostprijs: deze doelmatigheidsindicator is gebaseerd op het gemiddelde verloop van de kosten van de transactiegerichte voorzieningen MijnOverheid, DigiD en DigiD Machtigen. Bij MijnOverheid wordt de kostprijs berekend door de kosten te delen door het aantal berichten. Bij DigiD wordt de kostprijs berekend door de kosten te delen door het aantal authenticaties. Kostprijs DigiD stijgt van 2018 tot 2020 door het verhogen van het beveiligingsniveau in het kader van misbruik- en fraudebestrijding. Bij DigiD Machtigen wordt de kostprijs berekend door de kosten te delen door het aantal machtigingen.

Uurtarief

Het uurtarief is gebaseerd op de som van de loonkosten intern personeel en kosten externe inhuur gedeeld door het totaal aantal productieve uren.

Omzet naar clusters

De omzet is ingedeeld naar clusters. Daarbij is aansluiting gezocht bij de indeling van de klantraden.

FTE externe inhuur

Deze doelmatigheidsindicator geeft het aantal FTE externe inhuur ten opzichte van het totaal aantal FTE weer. Het streven is om het percentage externe inhuur te verlagen naar 13% in 2024.

Ziektevezuim

De norm betreft de Verbaannorm.

Klanttevredenheid

Tweejaarlijks organiseert Logius een onderzoek naar klanttevredenheid met betrekking tot de dienstverleningsprestaties. De doelstelling is een minimale score van 7 te halen.

Medewerkertevredenheid

Tweejaarlijks organiseert het moederdepartement een onderzoek naar de medewerkertevredenheid. De uitkomsten worden op onderdelen van het departement vergeleken en tevens middels een benchmark op de publieke taak.

Benchmark

Het algemene beleid van Logius is om elk jaar de Rijksbrede Benchmark uit te voeren. Benchmarking is voor Logius een methode om op een objectieve wijze inzicht te verkrijgen in de marktconformiteit van haar dienstverlening, die van haar externe leveranciers en transparantie van de dienstverlening.

Aantal DigiD authenticaties

Het aantal authenticaties 2020 betreft een opgave van de afnemers, hierin zitten ook de DigiD authenticaties voor het inloggen bij MijnOverheid. De prognose voor 2020 is hoger dan realisatie 2018. Meerjarig is de prognose 2020 gehanteerd.

Aantal berichten MijnOverheid

Het aantal berichten 2020 betreft een opgave van de afnemers. De prognose voor 2020 is hoger dan realisatie 2018. Meerjarig is de prognose 2020 gehanteerd.

Aantal berichten via Digipoort

De prognose voor 2020 is €197 mln. Vanaf jaar 2021 is domein Handel en Transport niet meer in beheer bij Logius, daardoor is een daling in het aantal berichten zichtbaar.

P-Direkt

Inleiding

P-Direkt levert voor circa 130.000 medewerkers en managers, werkzaam binnen de Rijksoverheid, moderne, efficiënte, betrouwbare en direct toegankelijke administratieve dienstverlening voor personeelszaken. De salarisbetaling en informatievoorziening zijn belangrijke eindproducten. Onze dienstverlening wordt gewaardeerd met minimaal een 7.

P-Direkt hanteert de volgende kernwaarden: Betrouwbaar, Efficiënt, Klantgericht en Innovatief (BEKI).

De doelstellingen voor 2020 en verder

Ontwikkelingen in de rechtspositie

P-Direkt is betrouwbaar en volgt de veranderingen in de wet- en regelgeving op het gebied van arbeidsvoorwaarden en voert die waar nodig door in de dienstverlening. Zo wordt de Wet normalisering rechtpositie ambtenaren (Wnra) van kracht en verandert de rechtspositie van de (Rijks)ambtenaar per 1 januari 2020. Ook wordt dan een individueel keuzebudget ingevoerd. P-Direkt zal de dienstverlening hierop vanaf 2020 leveren.

Efficiency bij P-Direkt en voor de keten

Snel en met een hoge mate van kwaliteit, dit is wat men van P-Direkt mag verwachten. P-Direkt besteedt veel aandacht en zorg aan een zo efficiënt mogelijke dienstverlening, waarbij niet alleen wordt gedacht aan het werk dat de organisatie zelf uitvoert, maar ook te zorgen dat de gebruikers sneller hun informatie vinden en met minder inspanning hun administratieve personeelszaken uitvoeren. Ook Rijksbreed kunnen zaken slimmer worden geregeld. Zo levert P-Direkt in 2020 een rijksbrede roosterapplicatie op.

Ontwikkelingen gaan steeds sneller

De omgeving verandert snel. P-Direkt staat als een huis en kan daarom een rol spelen in de doorontwikkeling van de bedrijfsvoering van en voor het Rijk. P-Direkt kan, met zijn HR-expertise, organisaties ondersteunen in de bedrijfsprocessen op basis van e-HRM dienstverlening en zal als volwassen HR-uitvoeringsorganisatie beleidskeuzes agenderen. In 2020 presenteert P-Direkt een nieuw Masterplan 2020-2025. Omdat veranderingen steeds sneller gaan bevat het plan vooral de kaders, waarbinnen de dienstverlening van P-Direkt zich verder ontwikkelt en waarbij de (BEKI) kernwaarden het uitgangspunt blijven.

Samenwerking met de bedrijfsketen

P-Direkt zal de modernisering van haar dienstverlening zodanig vormgeven dat, met de opgedane HR-expertise, de HR-processen rijksbreed kunnen worden ondersteund op basis van e-HRM dienstverlening. P-Direkt werkt hierin samen met de Uitvoeringsorganisatie Bedrijfsvoering Rijk en de uitvoeringsorganisaties Rijkswaterstaat, de Belastingdienst en de Dienst Justitiële Instellingen.

P-Direkt werkt samen met de rijksbrede facilitaire en ICT-dienstverleners aan oplossingen die zorgen voor betere processen rondom de onboarding van medewerkers, waarbij P-Direkt als uitvoerder bijvoorbeeld kan zorgen voor signalen naar diverse verstrekkers van bedrijfsvoeringsmiddelen (zoals telefoon en laptop) en bij vertrek voor de inname van deze middelen.

Verbetering Informatievoorziening vanuit «veilige haven»

Voor de verbetering en vernieuwing van de informatievoorziening voert P-Direkt de nodige vernieuwingen door aan de 'achterkant van het systeem', die ervoor zorgen dat het portaal en de bijbehorende informatievoorziening steeds sneller wordt en dat nieuwe functionaliteiten makkelijker kunnen worden ingepast.

Er wordt een bijdrage geleverd aan het meer datagedreven werken van de overheid. Het geheel ondersteunt de ministeries in de groei van kennis en toepassingen op gebied van HR-analytics.

P-Direkt wil de «veilige haven» zijn voor de privacy van en voor het Rijk, die de data van de medewerkers voor zowel de HR-administratie als de Identiteit borgt. Daarmee vervolmaakt P-Direkt de creatie van één ICT e-HRM huis.

Staat van baten en lasten
Tabel 35 Begroting van baten-lastenagentschap P-Direkt voor het jaar 2020 (bedragen x € 1.000)

2018Stand Slotwet

2019Vastgestelde begroting

2020

2021

2022

2023

2024

Baten

Omzet

92.446

98.656

100.386

100.114

97.999

97.141

96.293

- Omzet moederdepartement

87.873

89.826

90.788

91.602

90.245

89.387

88.541

- Omzet overige departementen

4.563

8.830

9.598

8.512

7.754

7.754

7.752

- Omzet derden

10

0

0

0

0

0

0

Vrijval voorzieningen

556

0

0

0

0

0

0

Bijzondere baten

168

0

0

0

0

0

0

Rentebaten

0

0

0

0

0

0

0

Totaal baten

93.170

98.656

100.386

100.114

97.999

97.141

96.293

Lasten

Apparaatskosten

78.522

86.871

91.897

93.701

91.895

89.988

87.943

- personele kosten

47.425

50.118

52.877

54.727

53.105

51.459

49.326

- waarvan eigen personeel

38.846

42.166

44.121

45.121

43.706

42.791

41.376

- waarvan externe inhuur

7.931

6.717

7.463

8.313

8.133

7.430

6.739

- waarvan overige personele kosten

648

1.235

1.293

1.293

1.266

1.238

1.211

- materiële kosten

31.097

36.753

39.020

38.974

38.790

38.529

38.617

- waarvan apparaat ICT

6.228

11.109

9.831

9.785

9.954

10.045

10.485

- waarvan bijdrage aan SSO's

22.284

23.394

27.002

27.002

26.693

26.384

26.075

- waarvan overige materiële kosten

2.585

2.250

2.187

2.187

2.143

2.100

2.057

Afschrijvingskosten

13.667

11.445

8.489

6.413

6.104

7.153

8.350

- materieel

233

95

150

150

150

150

150

- waarvan apparaat ICT

38

95

150

150

150

150

150

- immaterieel

13.434

11.350

8.339

6.263

5.954

7.003

8.200

Dotaties voorzieningen

323

0

0

0

0

0

0

Overige kosten

0

0

0

0

0

0

0

Bijzondere lasten

0

0

0

0

0

0

0

Rentelasten

652

340

0

0

0

0

0

Totaal lasten

93.164

98.656

100.386

100.114

97.999

97.141

96.293

Saldo van baten en lasten

6

0

0

0

0

0

0

Toelichting

Baten

Omzet

Omzet Moederdepartement

De structurele budgettaire reeksen van de ministeries voor de P-Direkt basisdienstverlening zijn overgeheveld naar de begroting van BZK. De ministeries ontvangen geen factuur meer voor de basisdienstverlening. Met het overhevelen van deze budgetten voor P-Direkt naar de begroting van BZK, is de opdrachtgeversrol van de ministeries centraal neergelegd bij de centraal opdrachtgever BZK.

De omzet stijgt in 2020 ten opzichte van 2019 door een stijging van de aantallen medewerkers bij de departementen en in het bijzonder bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) vanwege de aansluiting van de Rijks Schoonmaak Organisatie (RSO) en de aansluiting van de Raad van State op de (volledige) dienstverlening.

Lasten

Apparaatskosten

Personele kosten

De stijging van de kosten van eigen personeel is het gevolg van extra benodigde IT-kennis door de hoeveelheid IT-ontwikkeling, de gestegen complexiteit van de systemen, de intensivering van het systeemonderhoud (meer kort cyclische vernieuwing) en de hogere aantallen individuele arbeidsrelaties (IAR’s).

Materiële kosten

De kosten stijgen door de hogere kosten van de dienstverlening housing & hosting van de apparatuur en indirect als gevolg van de gestegen formatie door de transitie van grote systeemvervanging naar kort cyclische vernieuwing.

Afschrijvingskosten

De afschrijvingskosten bestaan uit afschrijvingen van de investeringen in de immateriële en materiële vaste activa. Het betreft onder andere de P-Direkt-systemen Payroll, het Portaal, het HR-registratiesysteem, het Electronisch personeelsarchief en het contact center/Optimaal Verbinden.

De komende jaren worden de systemen gemoderniseerd. De afschrijvingslast zal, door minder grootschalige bouw, structureel op een lager niveau liggen, maar daar staat tegenover dat het kort cyclisch onderhoud en beheer intensiever zal worden.

Kasstroomoverzicht
Tabel 36 Kasstroomoverzicht van baten-lastenagentschap P-Direkt voor het jaar 2020 (bedragen x € 1.000)

2018Stand Slotwet

2019Vastgestelde begroting

2020

2021

2022

2023

2024

1.

Rekening courant RHB 1 januari + depositorekeningen

14.143

3.919

8.400

9.222

7.658

5.927

4.985

+/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom

102.126

98.656

100.386

100.114

97.999

97.141

96.293

-/- totaal uitgaven operationele kasstroom

‒ 80.204

‒ 87.211

‒ 91.897

‒ 93.701

‒ 91.895

‒ 89.988

‒ 87.943

2.

Totaal operationele kasstroom

21.922

11.445

8.489

6.413

6.104

7.153

8.350

-/- totaal investeringen

‒ 3.811

‒ 8.095

‒ 8.095

‒ 8.095

‒ 8.095

‒ 8.095

‒ 8.095

+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen

0

0

0

0

0

0

0

3.

Totaal investeringskasstroom

‒ 3.811

‒ 8.095

‒ 8.095

‒ 8.095

‒ 8.095

‒ 8.095

‒ 8.095

-/- eenmalige uitkering aan moederdepartement

‒ 733

0

0

0

0

0

0

+/+ eenmalige storting door moederdepartement

0

0

0

0

0

0

0

-/- aflossingen op leningen

‒ 11.122

‒ 10.222

‒ 7.572

‒ 7.882

‒ 7.740

‒ 8.000

‒ 8.000

+/+ beroep op leenfaciliteit

0

8.000

8.000

8.000

8.000

8.000

8.000

4.

Totaal financieringskasstroom

‒ 11.855

‒ 2.222

428

118

260

0

0

5.

Rekening courant RHB 31 december + stand depositorekeningen (=1+2+3+4)1

20.399

5.047

9.222

7.658

5.927

4.985

5.240

X Noot
1

Maximale roodstand is € 0,5 mln.

Toelichting

Investeringskasstroom

In 2020 verwacht P-Direkt door te gaan met de transitie naar SAP HANA, een in-memory data- en applicatieplatform, die de basis vormt voor de verdere ontwikkelingen rondom informatievoorziening en de vervanging van software die aan het eind van de levensduur is.

Verder wordt gestart met het inrichten van nieuwe koppelvlakken en een nieuw integratieplatform. In de loop van 2020 en 2021 kan hierop nieuwe tooling aansluiten voor complexe klantvragen en tooling voor informatievoorziening en HR analytics.

Beroep op de leenfaciliteit

Voor 2020 en volgende jaren wordt een beroep gedaan op de leenfaciliteit voor de modernisering van de ICT-technologie. De leningen worden bij aanvang van de dienstverlening of bij oplevering van het gerealiseerde actief in vijf jaar afgelost en afgeschreven.

Overzicht doelmatigheidsindicatoren
Tabel 37 Overzicht doelmatigheidsindicatoren P-Direkt

2018Stand Slotwet

2019Vastgestelde begroting

2020

2021

2022

2023

2024

Omschrijving generiek deel

Kostprijzen per product (groep) (x € 1)

697

689,6

687,6

680,7

673,9

667,1

660,4

Verloop tarief (basisjaar 2011=100)

121,2

119,9

119,6

118,4

117,2

116,0

114,9

Aantal individuele arbeidsrelaties (IAR)

126.812

128.630

132.196

132.196

132.196

132.196

132.196

Totale omzet basisdienstverlening (x € 1.000)

84.643

84.126

87.344

86.467

85.603

84.740

83.889

Totale omzet overige + projecten (x € 1.000)

7.803

14.530

13.042

13.647

12.396

12.401

12.404

FTE-totaal (excl. externe inhuur)

606,9

622

636

636

622,5

609

595,5

Saldo van baten en lasten (%)

0,01%

0

0

0

0

0

0

Medewerkerstevredenheid

7

7

7

7

7

7

7

Omschrijving specifiek deel ICT-diensten

Gebruikerstevredenheid:

De mate waarin de gebruiker tevreden is over de dienstverlening

7,3

>7

>7

>7

>7

>7

>7

Tijdige afhandeling wijzigingen:

P-Direkt heeft de opdracht verwerkt voor afgesproken salarisbetaling

93,10%

nvt

nvt

nvt

nvt

nvt

nvt

P-Direkt handelt de aangeboden «kritische mutatieopdrachten binnen 5 werkdagen af (aanstelling, overplaatsing, ontslag)

89,20%

nvt

nvt

nvt

nvt

nvt

nvt

Tijdige afhandeling vragen, klachten, wijzigingen en documenten:

P-Direkt beantwoordt vragen en klachten binnen 5 werkdagen.

ng

90%

90%

90%

90%

90%

90%

P-Direkt verwerkt wijzigingen binnen 5 werkdagen.

ng

90%

90%

90%

90%

90%

90%

P-Direkt archiveert documenten binnen 10 werkdagen.

ng

90%

90%

90%

90%

90%

90%

De gemiddelde wachttijd per dag aan de telefoon is maximaal 45 seconden.

ng

45 sec

45 sec

45 sec

45 sec

45 sec

45 sec

Vraagafhandeling contactcenter:

P-Direkt handelt de vragen die per telefoon, email of post binnenkomen binnen 5 werkdagen af

92,00%

nvt

nvt

nvt

nvt

nvt

nvt

Klachtbehandeling: P-Direkt handelt de klachten volgens de klachtenprocedure binnen 5 dagen inhoudelijk af

82,80%

nvt

nvt

nvt

nvt

nvt

nvt

Responsetijden Contactcenter: het percentage gesprekken waarbij de responstijd om de telefoon op te nemen minder is dan 60 seconden (na keuzemenu)

80,40%

nvt

nvt

nvt

nvt

nvt

nvt

Beschikbaarheid systeem:

Het P-Direktportaal is zeven dagen per week en 24 uur per dag beschikbaar.

99,50%

98%

98%

98%

98%

98%

98%

Wet en regelgeving up to date. Men kan wijzigingen in de wet- en regelgeving binnen 2 weken na publicatie in de Staatscourant op het Rijksportaal Personeel raadplegen

100,00%

nvt

nvt

nvt

nvt

nvt

nvt

Bereikbaarheid:

Het contactcenter is bereikbaar van 8.00 uur tot 22.00 uur.

ng

98%

98%

98%

98%

98%

98%

Betrouwbaarheid:

P-Direkt zorgt voor volledige en tijdige dataleveringen via interfaces.

99,40%

98%

98%

98%

98%

98%

98%

P-Direkt verwerkt wijzigingen op een juiste manier.

99,20%

98%

98%

98%

98%

98%

98%

Doorlichting uitgevoerd cq. gepland in

2022

Toelichting

Algemeen

P-Direkt streeft naar operational excellence waarbij maximaal wordt afgestemd op de behoefte van de gebruiker. P-Direkt zet methodes in als Lean en Agile/Scrum om te zorgen voor een organisatie die in staat is (continue) kort cyclisch verbeteringen (continue) doorvoeren voor onze klant en processen.

P-Direkt werkt met een Producten- en dienstengids (PDG) inclusief servicelevels. In de PDG zijn de verschillende diensten en activiteiten, leveringsvoorwaarden en de kwaliteitsborging vastgelegd die de ministeries van P-Direkt kunnen verwachten.

Generiek deel

P-Direkt realiseert jaarlijks goedkopere basisdienstverlening: tot en met 2018 1,5% per jaar, voor 2019 en verder 1% per jaar.

P-Direkt heeft ook in 2020 weer de ambitie om minimaal 1% op de totale kosten van de uitvoering te besparen. Een groot deel van de kosten van P-Direkt zit in vaste kosten zoals ICT-hardware en software en huisvestingkosten. Om deze ambitie te realiseren is het daarom nodig om per jaar 3% te besparen op de inzet van medewerkers op het contact center.

P-Direkt operationaliseert dat in 2020 door met de inzet van Lean en agile werken de processen en techniek te verbeteren en de overname van administratieve handelingen door bijvoorbeeld de inzet van robotisering.

Specifiek deel ICT diensten

P-Direkt verantwoordt zich naar de centraal opdrachtgever, respectievelijk de achterliggende departementen, door een aantal servicelevels op de dienstverlening en beschikbaarheid/ bereikbaarheid.

Onze servicelevels gelden voor het hele jaar en zijn voor alle klanten hetzelfde. De servicelevels zijn geen doel op zich, maar minimale normen. P-Direkt informeert de stakeholders periodiek over de servicelevels. De behaalde servicelevels worden drie keer per jaar in het bestuurlijk overleg (BO) besproken. Het BO kent naast de directeur P-Direkt (de opdrachtnemer) de volgende deelnemers: de gedelegeerd eigenaar, de centraal opdrachtgever (CO), de financieel deskundige en een vertegenwoordiging van de afnemers.

Inhoudelijk zijn deze servicelevels sinds 2010 grotendeels ongewijzigd gebleven. Door alle ontwikkelingen in ons takenpakket, maar ook de huidige professionele sturingsbeginselen en verbetering op meetmethoden, sluiten deze servicelevels niet meer goed aan. Om die reden is in juni 2018 in overleg met de CO, de interdepartementale commissie organisatie- en personeelsbeleid (ICOP) en het BO gekozen voor een nieuw stelsel van servicelevels. Hierin staan de maandelijks gemeten gebruikerstevredenheid en een aantal daarvan afgeleide servicelevels centraal.

Uitvoeringsorganisatie Bedrijfsvoering Rijk (UBR)

Inleiding

Als Rijksbrede dienstverlener werkt de Uitvoeringsorganisatie Bedrijfsvoering Rijk (UBR) elke dag aan het beter, sterker en slimmer maken van het Rijk. UBR doet dit door (kennisintensieve) dienstverlening te leveren op het gebied van ICT, personeel, organisatie, inkoop, overheidspublicaties, beveiliging en logistiek. Zo levert UBR op de verschillende terreinen advies-, transitie-, innovatiediensten en is UBR expert in (rijks)beveiliging en in het afhandelen van koeriers- en transportdiensten.

Onze partners en de opgaven waar ze voor staan zijn continu én in een hoog tempo in beweging. De ontwikkelingen op het terrein van digitalisering en IT-kennis is hier een sprekend voorbeeld van. Om te kunnen blijven bijdragen aan de opgaven waar onze partners voor staan, is het nodig UBR op een aantal punten door te ontwikkelen.

UBR kiest voor focus en samenhang in de doorontwikkeling van haar portfolio door te gaan richten op hoogwaardige, kennisintensieve dienstverlening op het terrein van ICT, Personeel, Organisatie en Inkoop. Voor dienstverlening die nu is ondergebracht bij UBR, maar niet meer past binnen de focus van de doorontwikkeling van het portfolio, worden passende landingsplekken verkend. Op dit moment is de dienstverlening op het gebied van rijksbeveiliging en logistiek hier het meest prominente voorbeeld van.

UBR focust op het exploitabel maken van technologische ontwikkelingen, innovatieve dienstverleningsconcepten en nieuwe manieren van werken. Daarmee draagt UBR bij aan het invullen van politiek-bestuurlijke ambities en Rijksbrede prioriteiten. Zo helpt UBR het Rijk bij haar ICT opgaven door tijdelijke expertise te leveren en kennis uit te wisselen. Niet alleen levert UBR interim capaciteit, ook zoeken wij een duurzame oplossing voor het groeiend tekort aan ICT-personeel met de opbouw van het RijksICTGilde voor schaarse hoogwaardig technische ICT-capaciteit van de Rijksoverheid en het programma Rijksaanpak HR-ICT. Belangrijk onderdeel van het HR-ICT programma zijn onderstaande traineeships:

  • Rijks ICT Trainee Pool (RiTP);

  • Rijksdata Traineeship (RDTP);

  • Rijkscybersecurity Traineeship (RCSTP).

Het programma is gestart als onderdeel van de Innovatieagenda Bedrijfsvoering Rijk en draagt bij aan de rapporten ‘Maak waar’ en het vervolg daarop ‘Aan de Slag’. Dit programma is vanaf 2018 uitgevoerd in opdracht van DGOO/CIO-Rijk.

Daarnaast draagt UBR bij aan de arbeidsmarktopgaven van de maatschappij en het Rijk voor mensen met een arbeidsbeperking. Zo is UBR eind 2016 met de programmaorganisatie Binnenwerk gestart. Deze organisatie creëert banen voor mensen met een arbeidsbeperking. Voor rijksonderdelen verzorgt Binnenwerk het werven, begeleiden en organiseren van banen. Het programma Binnenwerk geeft invulling aan de Wet Arbeidsparticipatie en het convenant Banenafspraak. Het programma wordt gefinancierd vanuit deelnemende organisaties.

De activiteiten van UBR worden bekostigd uit de omzet gebaseerd op aan afnemers geleverde producten en diensten tegen jaarlijks vastgestelde tarieven (veelal p x q). Het onderdeel Personeel i.o. heeft een belangrijk deel van haar dienstverlening budgetgefinancierd op basis van het doorberekenen van de jaarlijkse kosten naar rato van het aantal individuele arbeidsrelaties (IAR) bij de betreffende departementen.

Staat van baten en lasten
Tabel 38 Begroting van baten-lastenagentschap UBR voor het jaar 2020 (bedragen x € 1.000)

2018Stand Slotwet

20191e suppletoire begroting

2020

2021

2022

2023

2024

Baten

Omzet

238.808

248.788

266.379

273.379

273.379

273.379

273.379

- Omzet moederdepartement

75.653

71.457

75.608

76.808

76.808

76.808

76.808

- Omzet overige departementen

156.087

170.287

183.586

189.386

189.386

189.386

189.386

- Omzet derden

7.068

7.044

7.185

7.185

7.185

7.185

7.185

Vrijval voorzieningen

44

0

0

0

0

0

0

Bijzondere baten

9

0

0

0

0

0

0

Rentebaten

0

0

0

0

0

0

0

Totaal baten

238.861

248.788

266.379

273.379

273.379

273.379

273.379

Lasten

Apparaatskosten

232.415

247.250

264.841

271.841

271.841

271.841

271.841

- personele kosten

148.063

159.432

172.935

178.885

178.885

178.885

178.885

- waarvan eigen personeel

121.720

135.334

147.774

152.674

152.674

152.674

152.674

- waarvan externe inhuur

22.574

16.599

15.483

15.483

15.483

15.483

15.483

- waarvan overige personele kosten

3.769

7.499

9.678

10.728

10.728

10.728

10.728

- materiële kosten

84.352

87.818

91.906

92.956

92.956

92.956

92.956

- waarvan apparaat ICT

8.875

3.437

3.641

3.641

3.641

3.641

3.641

- waarvan bijdrage aan SSO's

16.676

17.418

19.724

20.774

20.774

20.774

20.774

- waarvan overige materiële kosten

58.801

66.963

68.541

68.541

68.541

68.541

68.541

Afschrijvingskosten

2.436

1.536

1.536

1.536

1.536

1.536

1.536

- materieel

426

307

307

307

307

307

307

- waarvan apparaat ICT

18

67

67

67

67

67

67

- immaterieel

2.010

1.229

1.229

1.229

1.229

1.229

1.229

Dotaties voorzieningen

3.795

0

0

0

0

0

0

Bijzondere lasten

0

0

0

0

0

0

0

Rentelasten

1

2

2

2

2

2

2

Totaal lasten

238.647

248.788

266.379

273.379

273.379

273.379

273.379

Saldo van baten en lasten

214

0

0

0

0

0

0

Toelichting

Uitgangspunt voor de begroting van baten en lasten van UBR is een kostendekkende exploitatie. Bij het opstellen van de begroting 2020 is uitgegaan van de 2019 tarieven, geïndexeerd (2%) met een gewogen loon- en prijsontwikkeling. In de jaren vanaf 2021 is geen rekening gehouden met een indexatie voor loon- en prijsontwikkeling. Ingeval van (momenteel nog onvoorziene) grote structurele prijsstijgingen van toeleveranciers berekent UBR dit door in de betreffende tarieven.

Baten

Omzet

Hieronder zijn de begrote omzetcijfers voor 2020 per organisatieonderdeel (afgerond op miljoenen euro’s) weergegeven:

  • UBR|Rijks Beveiligings Organisatie (RBO) € 78 mln.

  • UBR|Interdepartementale Post en Koeriersdienst (IPKD) € 16 mln.

  • UBR|Haagse Inkoop Samenwerking (HIS) € 13 mln.

  • UBR| Kennis- en exploitatiecentrum Officiële Overheidspublicaties (KOOP) € 17 mln.

  • UBR|I-Interim Rijk (IIR) € 31 mln.

  • UBR|Organisatie i.o. € 13 mln.

  • UBR|Personeel i.o. € 55 mln.

  • UBR|Ontwikkelbedrijf (OW) € 39 mln.

  • UBR|Bedrijfsvoering & Financiën/Concernstaf (Bv&F/CS) € 4 mln.

Voor UBR|HIS geldt een daling als gevolg van overheveling van categoriemanagement IWR naar het Ministerie van EZK. De groei van de activiteiten bij UBR|OW als gevolg van de verdere uitrol van het ICT-traineeship leidt vanaf september 2019 tot een hogere omzet:

  • in 2019 een toename van de omzet van € 3 mln. (reeds verwerkt in de 1e suppletoire begroting 2019);

  • in 2020 een toename van de omzet van € 10 mln.;

  • in 2021 een toename van de omzet van € 7 mln.

Lasten

De ontwikkeling van de lasten is gerelateerd aan de omzetontwikkelingen bij de organisatieonderdelen van UBR.

Apparaatskosten

Personele kosten

De ontwikkeling van de kosten eigen personeel is met name een gevolg van de ontwikkeling in de groei van de activiteiten bij UBR|OW en door generieke loonontwikkeling. De externe inhuur voor UBR komt naar verwachting uit op € 15,5 mln. in 2020. Om de flexibiliteit in de vraag te kunnen opvangen huurt UBR|Personeel i.o. arbeidsjuristen in en UBR|HIS inkoopdeskundigen. De overige externe inhuur bij UBR|Personeel hangt samen met het business model bij het onderdeel Workflow en de dienstverlening op gebied van recruitment, waarbij gewerkt wordt met een kleine vaste bezetting en aangevuld met een grote flexibele schil van zzp-ers conform afspraken in het Interdepartementale Commissie Organisatie en Personeel.

Materiële kosten

De ontwikkeling van de materiële kosten is gerelateerd aan de omzetontwikkeling bij de organisatieonderdelen van UBR.

Afschrijvingskosten

De afschrijvingskosten zijn met name immaterieel en betreffen de geactiveerde investeringen in het klantvolgsysteem InBeeld van UBR|Personeel i.o. en de geactiveerde investeringen in het financiële systeem voor UBR en een aantal collega-SSO’s.

Kasstroomoverzicht
Tabel 39 Kasstroomoverzicht van baten-lastenagentschap UBR voor het jaar 2020 (bedragen x € 1.000)

2018Stand Slotwet

20191e suppletoire begroting

2020

2021

2022

2023

2024

1.

Rekening courant RHB 1 januari + depositorekeningen

4.508

7.404

36.252

37.208

38.165

39.122

40.078

+/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom

297.662

254.731

272.322

279.322

279.322

279.322

279.322

-/- totaal uitgaven operationele kasstroom

‒ 269.294

‒ 252.774

‒ 270.365

‒ 277.365

‒ 277.365

‒ 277.365

‒ 277.365

2.

Totaal operationele kasstroom

28.368

1.957

1.957

1.957

1.957

1.957

1.957

-/- totaal investeringen

‒ 938

‒ 1.000

‒ 1.000

‒ 1.000

‒ 1.000

‒ 1.000

‒ 1.000

+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen

684

0

0

0

0

0

0

3.

Totaal investeringskasstroom

‒ 254

‒ 1.000

‒ 1.000

‒ 1.000

‒ 1.000

‒ 1.000

‒ 1.000

-/- eenmalige uitkering aan moederdepartement

0

0

0

0

0

0

0

+/+ eenmalige storting door moederdepartement

2.927

0

0

0

0

0

0

-/- aflossingen op leningen

‒ 527

‒ 727

0

0

0

0

0

+/+ beroep op leenfaciliteit

0

1.000

0

0

0

0

0

4.

Totaal financieringskasstroom

2.400

273

0

0

0

0

0

5.

Rekening courant RHB 31 december + stand depositorekeningen (=1+2+3+4)1

35.022

8.634

37.208

38.165

39.122

40.078

41.035

X Noot
1

Maximale roodstand is € 0,5 mln.

Toelichting

Het rekening-courantsaldo ultimo 2020 is een resultante van de ontwikkeling van de operationele kasstroom. De investering in de jaren 2020 t/m 2024 betreft voor € 1 mln. overige materiële vaste activa bij organisatieonderdelen van UBR, waaronder reguliere vervanging van bedrijfsmiddelen en vervoersmiddelen voor UBR|IPKD en UBR|Personeel i.o. (bedrijfsmaatschappelijk werk). Voor de financiering van de investeringen zal naar verwachting geen beroep worden gedaan op de leenfaciliteit. Aflossingen vanaf 2020 zijn 0 aangezien de langlopende lening in 2019 volledig is afgelost.

Overzicht doelmatigheidsindicatoren
Tabel 40 Overzicht doelmatigheidsindicatoren UBR

2018Stand Slotwet

2019Vastgestelde begroting

2020

2021

2022

2023

2024

Omschrijving generiek deel

Kostprijzen per product(groep) (indexcijfer)

110,1

113,4

117,0

117,0

117,0

117,0

117,0

Tarieven/uur (indexcijfer)

110,2

113,4

117,0

117,0

117,0

117,0

117,0

Omzet per FTE (x € 1.000)

160

144

148

147

147

147

147

FTE-totaal (excl. externe inhuur)

1.495

1.635

1.796

1.856

1.856

1.856

1.856

Saldo van baten en lasten (%)

0,1%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

Kwaliteitsindicator 1 - KTO

n.v.t.

7,1

7,1

7,1

7,1

7,1

7,1

Kwaliteitsindicator 2 - MTO

6,8

nvt

7,5

nvt

7,5

nvt

7,5

Werkplezier

6,8

ng

> 7

nvt

> 7

nvt

> 7

Werkdruk

5,6

ng

> 7

nvt

> 7

nvt

> 7

Omschrijving specifiek deel

Tevredenheid dienstverlening:

UBR|Bv&F

7

7

7

7

7

7

7

UBR|EC O&P

n.v.t.

7

7

7

7

7

7

UBR|HIS

8,8

7

7

7

7

7

7

UBR|ICG

8,1

8

8

8

8

8

8

UBR|IIR

ng

8

8

8

8

8

8

UBR|KOOP

ng

7

7

7

7

7

7

UBR|IPKD

ng

7

7

7

7

7

7

UBR|RBO

ng

7

7

7

7

7

7

Doorlichting uitgevoerd cq. gepland in

2021

Toelichting

Kostprijzen per product

UBR levert als Shared Service Organisatie vele producten en diensten. Door de diversiteit van producten en diensten en bijbehorende tarieven is gekozen voor een tweetal overall indicatoren voor de integrale kostprijzen en de tarieven. Beide zijn door indexcijfers weergegeven (2011 = 100). Bij de vastgestelde begroting voor 2019 is uitgegaan van een lagere indexatie van de indexcijfers (2,8%) dan uiteindelijk daadwerkelijk is gerealiseerd (3,9%). Rekeninghoudend met de daadwerkelijke indexatie komen beide indexcijfers in 2019 uit op 114,7. Voor 2020 zijn de UBR-tarieven gemiddeld met 2,0% geïndexeerd voor loon- en prijsontwikkeling. Het indexcijfer kostprijs en indexcijfer tarieven komen als gevolg hiervan uit op 117,0 in 2020.

FTE totaal

De toename van het aantal FTE’s in 2020 en 2021 t.o.v. 2019 is vooral een gevolg van de uitbreiding van de dienstverlening bij UBR|OW.

Groei van UBR is geen doel op zich, UBR zal organisch groeien als gevolg van het vollediger aansluiten van departementen. Hierdoor hoeven de departementen minder in eigen beheer uit te voeren dan wel uit te besteden in de markt.

KTO en tevreden dienstverlening

Als belangrijke graadmeter voor de kwaliteit hanteert UBR de indicator tevredenheid diensteverlening per organisatieonderdeel. De gestelde doelstellingen per organisatieonderdeel resulteren in een totaal gemiddelde klanttevredenheid doelstelling voor UBR van 7,1.

MTO, werkplezier en werkdruk

In 2020 wordt het medewerkerstevredenheidonderzoek (MTO) weer uitgevoerd. Twee belangrijke indicatoren in het MTO zijn werkplezier en werkdruk. De doelstelling van UBR is om op beide indicatoren een score van 7 of hoger te halen. UBR stelt zich ten doel om voor het gehele MTO een gemiddelde score van 7,5 te realiseren.

FMHaaglanden (FMH)

Inleiding

FMHaaglanden (FMH) is de professionele facilitair dienstverlener voor rijksorganisaties in de Haagse regio. FMH levert werkplekken met faciliteiten die het mogelijk maken dat mensen comfortabel kunnen werken, met aandacht voor service in nabijheid, klanttevredenheid en eenvoud in bekostiging en aansturing. Alle dienstverlening wordt gecontracteerd en geregisseerd en in samenhang op en rond de werkomgeving aangeboden.

In 2020 levert FMH dienstverlening voor de kerndepartementen (uitgezonderd het Ministerie van Algemene Zaken) en diverse rijksorganisaties in de regio Den Haag. Voor Financiën levert FMH alleen personenvervoer. Daarnaast voert FMH DBFMO (Design, Build, Finance, Maintain, Operate)-contractmanagement uit voor de panden Bezuidenhoutseweg 30 en Rijnstraat 8.

FMH heeft de volgende meerjarige doelen:

  • Voorbereid zijn op en uitvoeren van veranderingen verzorgingsgebied;

  • Vormgeven en intensiveren samenwerking en partnerschap;

  • Doorontwikkeling bedrijfsvoering Rijk;

  • Doorontwikkeling medewerkers en dienstverlening FMH.

De komende jaren staan voor FMH in het teken van nieuwe aansluitingen, het masterplan Rijkskantoorhuisvesting (2019-2023), het overnemen van facilitaire resttaken (Hervormingsagenda Rijksdienst) en verdere kwaliteitsverbetering.

FMH zoekt de verdere kwaliteitsverbetering in innovatieve dienstverlening, betere aansluiting op klantprocessen en intensivering van de samenwerking met onder andere de rijkspartners binnen het Directoraat Generaal Vastgoed en Bedrijfsvoering Rijk (DGVBR) en de facilitaire concerndienstverleners.

Staat van baten en lasten
Tabel 41 Begroting van baten-lastenagentschap FMH voor het jaar 2020 (bedragen x € 1.000)

2018Stand Slotwet

20191e suppletoire begroting

2020

2021

2022

2023

2024

Baten

Omzet

127.994

129.762

137.321

137.321

137.321

137.321

137.321

- Omzet moederdepartement

87.066

90.287

96.318

96.318

96.318

96.318

96.318

- Omzet overige departementen

38.042

36.626

38.097

38.097

38.097

38.097

38.097

- Omzet derden

2.886

2.849

2.906

2.906

2.906

2.906

2.906

Vrijval voorzieningen

5

0

0

0

0

0

0

Bijzondere baten

0

0

0

0

0

0

0

Rentebaten

0

0

0

0

0

0

0

Totaal baten

127.999

129.762

137.321

137.321

137.321

137.321

137.321

Lasten

Apparaatskosten

118.422

123.208

130.471

130.471

130.471

130.471

130.471

- personele kosten

38.389

42.585

44.947

44.947

44.947

44.947

44.947

- waarvan eigen personeel

33.552

37.407

39.651

39.651

39.651

39.651

39.651

- waarvan externe inhuur

4.837

5.177

5.296

5.296

5.296

5.296

5.296

- waarvan overige personele kosten

0

0

0

0

0

0

0

- materiële kosten

80.033

80.623

85.524

85.524

85.524

85.524

85.524

- waarvan apparaat ICT

40

60

61

61

61

61

61

- waarvan bijdrage aan SSO's

55.338

48.733

52.052

52.052

52.052

52.052

52.052

- waarvan overige materiële kosten

24.654

31.830

33.411

33.411

33.411

33.411

33.411

Afschrijvingskosten

5.621

6.300

6.592

6.592

6.592

6.592

6.592

- materieel

5.621

6.300

6.592

6.592

6.592

6.592

6.592

- waarvan apparaat ICT

0

0

0

0

0

0

0

- immaterieel

0

0

0

0

0

0

0

Dotaties voorzieningen

0

0

0

0

0

0

0

Overige kosten

0

0

0

0

0

0

0

Bijzondere lasten

0

0

0

0

0

0

0

Rentelasten

282

254

258

258

258

258

258

Totaal lasten

124.325

129.762

137.321

137.321

137.321

137.321

137.321

Saldo van baten en lasten

3.674

0

0

0

0

0

0

Toelichting 

Baten

Omzet

Omzet moederdepartement

De omzet moederdepartement heeft met name betrekking op de generieke facilitaire dienstverlening binnen het verzorgingsgebied. De budgetten van de departementen voor de facilitaire dienstverlening (het generieke pakket) zijn overgeheveld naar het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). De toename is het gevolg van meer afname van generieke dienstverlening. Het gaat daarbij met name om extra afname van vervoer en werkplekken en nieuwe dienstverlening die FMH levert zoals de product/dienst Kunst. De toename van het aantal werkplekken is mede het gevolg van de aansluiting van Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) op de dienstverlening van FMH.

Omzet overige departementen

De omzet overige departementen heeft betrekking op de generieke dienstverlening van de nog niet centraal bekostigde departementen en de specifieke dienstverlening die geleverd wordt aan de overige departementen. De stijging is het gevolg van meer afname van specifieke dienstverlening.

Tabel 42 Omzet overige departementen (bedragen x € 1.000)

Departementen

1e supp 2019

2020

2021

2022

2023

2024

BZ

11.494

11.725

11.725

11.725

11.725

11.725

DEF

401

409

409

409

409

409

EZK

2.883

3.678

3.678

3.678

3.678

3.678

FIN

1.331

1.357

1.357

1.357

1.357

1.357

IenW

11.600

11.833

11.833

11.833

11.833

11.833

JenV

7.457

7.607

7.607

7.607

7.607

7.607

OCW

493

503

503

503

503

503

SZW

333

339

339

339

339

339

VWS

634

646

646

646

646

646

Totaal

36.626

38.097

38.097

38.097

38.097

38.097

Omzet derden

De omzet derden betreft de facilitaire dienstverlening die geleverd wordt aan met name de Kansspelautoriteit, het Centraal Orgaan opvang asielzoekers en het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid.

Lasten

Apparaatskosten

Personele kosten

De personele kosten omvatten alle personele uitgaven van de ambtenaren in dienst, gedetacheerde ambtenaren en kosten van uitzendkrachten en inhuur van externen. De toename van de personele kosten is gerelateerd aan de extra dienstverlening die wordt geleverd.

Materiële kosten

De materiële kosten bestaan voor een belangrijk deel uit directe inkoopkosten van de dienstverlening (circa 88% van de materiële kosten). De inkoopkosten zijn opgenomen onder de posten bijdrage SSO’s en overige materiële kosten. De toename is ook het directe gevolg van de extra dienstverlening die wordt geleverd.

In de bijdrage aan SSO’s hebben de kosten voor Uitvoeringsorganisatie Bedrijfsvoering Rijk (UBR) een groot aandeel. Dit betreft bijvoorbeeld de kosten voor de Rijksbeveiligersorganisatie in de panden waar FMH de dienstverlening verzorgt. Daarnaast zijn de kosten voor onder andere Rijnstraat 8 door het consortium DBFMO hier opgenomen, aangezien deze kosten via het RVB bij FMH in rekening worden gebracht.

Afschrijvingskosten

De overgenomen activa (m.n. meubilair en audiovisuele middelen) van de departementen zijn geactiveerd en worden conform de betreffende regelgeving afgeschreven. Voor nieuwe investeringen is dit eveneens van toepassing.

Rentelasten

Onder deze post zijn alle rentelasten opgenomen die verband houden met de financiering van materiële vaste activa vanuit het Ministerie van Financiën.

Kasstroomoverzicht
Tabel 43 Begroting van baten-lastenagentschap FMH voor het jaar 2020 (bedragen x € 1.000)

2018Stand Slotwet

20191e suppletoire begroting

2020

2021

2022

2023

2024

1.

Rekening courant RHB 1 januari + depositorekeningen

16.089

12.598

11.334

12.812

15.106

17.772

22.055

+/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom

144.152

129.762

137.321

137.321

137.321

137.321

137.321

-/- totaal uitgaven operationele kasstroom

‒ 142.777

‒ 122.540

‒ 130.729

‒ 130.729

‒ 130.729

‒ 130.729

‒ 130.729

2.

Totaal operationele kasstroom

1.375

7.222

6.592

6.592

6.592

6.592

6.592

-/- totaal investeringen

‒ 3.282

‒ 10.723

‒ 4.088

‒ 1.116

‒ 460

‒ 545

‒ 600

+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen

173

0

0

0

0

0

0

3.

Totaal investeringskasstroom

‒ 3.109

‒ 10.723

‒ 4.088

‒ 1.116

‒ 460

‒ 545

‒ 600

-/- eenmalige uitkering aan moederdepartement

‒ 1.331

‒ 3.618

0

0

0

0

0

+/+ eenmalige storting door moederdepartement

0

0

0

0

0

0

0

-/- aflossingen op leningen

‒ 4.626

‒ 4.868

‒ 5.114

‒ 4.298

‒ 3.926

‒ 2.309

‒ 1.170

+/+ beroep op leenfaciliteit

4.200

10.723

4.088

1.116

460

545

600

4.

Totaal financieringskasstroom

‒ 1.757

2.237

‒ 1.026

‒ 3.182

‒ 3.466

‒ 1.764

‒ 570

5.

Rekening courant RHB 31 december + stand depositorekeningen (=1+2+3+4)1

12.598

11.334

12.812

15.106

17.772

22.055

27.477

X Noot
1

Maximale roodstand is € 0,5 mln.

Toelichting

FMH investeert in voornamelijk meubilair en audiovisuele middelen. De investeringen hebben met name betrekking op vervanging van activa in het verzorgingsgebied.

Overzicht doelmatigheidsindicatoren
Tabel 44 Overzicht doelmatigheidsindicatoren FMH

2018Stand Slotwet

2019Vastgestelde begroting

2020

2021

2022

2023

2024

Omschrijving generiek deel

Verloop tarieven generieke dienstverlening

ntb

ntb

ntb

ntb

ntb

ntb

Omzet per productgroep (pxq) (x € 1.000)

127.994

122.438

137.321

137.321

137.321

137.321

137.321

*Generiek

109.345

109.107

119.602

119.602

119.602

119.602

119.602

*Specifiek

18.856

13.331

17.719

17.719

17.719

17.719

17.719

*Overig

‒ 207

0

0

0

0

0

0

Tarieven/uur

Saldo van baten en lasten (%)

2,9%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

Personele kosten als % van de totale kosten

30,9%

32,1%

32,7%

32,7%

32,7%

32,7%

32,7%

Materiële kosten als % van de totale kosten

69,1%

67,9%

67,3%

67,3%

67,3%

67,3%

67,3%

Omschrijving specifiek deel

Apparaatskosten (x € 1.000)

47.907

48.392

55.210

55.210

55.210

55.210

55.210

Klanttevredenheid KTO

Tevreden

nvt

Tevreden

nvt

Tevreden

nvt

Tevreden

Tevredenheid maatwerk

7,7

7

7

7

7

7

7

Medewerkerstevredenheid

Tevreden

nvt

Tevreden

nvt

Tevreden

nvt

Tevreden

FTE-totaal (excl. externe inhuur)

476

492

531

531

531

531

531

Doorlichting uitgevoerd cq. gepland in

2019

2024

Toelichting

Verloop tarieven generieke dienstverlening

De intentie is om per 2020 de verrekensystematiek voor de generieke dienstverlening aan te passen naar een regiotarief (tarief per m2) waardoor een vergelijking met voorgaande jaren niet gemaakt kan worden.

Omzet per productgroep

De productgroep Generiek is een afgesproken pakket producten en diensten dat wordt afgenomen waarvoor een vaste prijs per vaste verrekeneenheid wordt betaald. De prijs (p) en hoeveelheid (q) staan in principe gedurende het jaar vast.

De productgroep Specifiek heeft betrekking op producten en diensten waarvoor de opdrachtgever, afhankelijk van de afgenomen hoeveelheid, een prijs per product/dienst betaalt (vb. catering, extra beveiliging, overig vervoer) en/of producten en diensten waarover tussen opdrachtgever en opdrachtnemer aparte afspraken worden gemaakt (vb. uitvoering van maatwerkprojecten).

Saldo van baten en lasten (%)

Het saldo baten en lasten van 0% geeft een sluitende begroting weer.

Personele- en materiële kosten als % van de totale kosten

Dit betreft de procentuele verhouding van de respectievelijk de personele en materiële kosten in de totale lasten. Het aandeel van de personele kosten in de totale kosten laat een lichte toename zien. Dit komt met name doordat de uitbreiding van de dienstverlening verhoudingsgewijs een grotere personele inzet kent.

Apparaatskosten

De apparaatskosten hebben betrekking op de personele kosten en de materiële kosten exclusief de inkoopkosten voor de dienstverlening. De toename is ook het directe gevolg van de extra dienstverlening die wordt geleverd. 

Klanttevredenheid/medewerkerstevredenheid

Tweejaarlijks wordt de klanttevredenheid gemeten en vindt er een medewerkersonderzoek plaats. De eerstvolgende zijn gepland in 2020.

Tevredenheid maatwerk

Na afronding van een project wordt de klant gevraagd een evaluatieformulier in te vullen. FMH streeft naar een gemiddelde score van minimaal 7.0.

FTE-totaal

De toename van het aantal FTE is gerelateerd aan de extra dienstverlening die wordt geleverd. Hierbij wordt zoveel mogelijk ingezet op invulling door ambtelijk personeel.

Shared Service Center ICT (SSC-ICT)

Inleiding

SSC-ICT is het Shared Service Centrum ICT van en voor het Rijk, onderdeel van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). Het is één van de grootste fullservice ICT-dienstverleners binnen het rijk en levert onder meer rijksbrede ICT-services. SSC-ICT ondersteunt 40.000 werkplekken en mobiele devices in Nederland en op 160 ambassadeposten over de gehele wereld.

SSC-ICT beheert en ontwikkelt ruim duizend applicaties, verzorgt de housing en hosting in het overheidsdatacenter (ODC), biedt IT-diensten met extra hoge beveiligingsniveaus en voert jaarlijks zo’n 260 ICT-projecten uit.

SSC-ICT verzorgt voor de aangesloten departementen binnen het verzorgingsgebied de telecommunicatie, hosting van bedrijfsspecifieke applicaties en op de Digitale Werkplekomgeving Rijk (DWR) gebaseerde kantoorautomatisering. In 2020 betreft dit de Ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Buitenlandse Zaken, Financiën, Infrastructuur en Waterstaat, Justitie en Veiligheid, Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Met de Tweede Kamer zijn alleen afspraken gemaakt over housing dienstverlening.

Staat van baten en lasten
Tabel 45 Begroting van baten-lastenagentschap SSC-ICT voor het jaar 2020 (bedragen x € 1.000)

2018Stand Slotwet

20191e suppletoire begroting

2020

2021

2022

2023

2024

Baten

Omzet

258.312

275.200

267.595

267.595

267.595

267.595

267.595

- Omzet moederdepartement

67.882

67.413

65.550

65.550

65.550

65.550

65.550

- Omzet overige departementen

189.764

207.787

202.045

202.045

202.045

202.045

202.045

- Omzet derden

666

0

0

0

0

0

0

Vrijval voorzieningen

2.060

0

0

0

0

0

0

Bijzondere baten

29

0

0

0

0

0

0

Rentebaten

0

0

0

0

0

0

0

Totaal baten

260.401

275.200

267.595

267.595

267.595

267.595

267.595

Lasten

Apparaatskosten

226.662

209.150

212.705

212.705

212.705

212.705

212.705

- personele kosten

122.022

114.800

114.428

114.428

114.428

114.428

114.428

- waarvan eigen personeel

76.382

80.200

77.984

77.984

77.984

77.984

77.984

- waarvan externe inhuur

40.916

29.000

30.999

30.999

30.999

30.999

30.999

- waarvan overige personele kosten

4.724

5.600

5.445

5.445

5.445

5.445

5.445

- materiële kosten

104.640

94.350

98.277

98.277

98.277

98.277

98.277

- waarvan apparaat ICT

85.933

75.550

78.130

78.130

78.130

78.130

78.130

- waarvan bijdrage aan SSO's

16.566

16.100

15.655

15.655

15.655

15.655

15.655

- waarvan overige materiële kosten

2.141

2.700

4.492

4.492

4.492

4.492

4.492

Afschrijvingskosten

55.987

56.450

54.890

54.890

54.890

54.890

54.890

- materieel

46.860

47.300

45.993

45.993

45.993

45.993

45.993

- waarvan apparaat ICT

46.860

47.300

45.993

45.993

45.993

45.993

45.993

- immaterieel

9.127

9.150

8.897

8.897

8.897

8.897

8.897

Dotaties voorzieningen

1.424

0

0

0

0

0

0

Overige kosten

0

0

0

0

0

0

0

Bijzondere lasten

0

9.600

0

0

0

0

0

Rentelasten

23

0

0

0

0

0

0

Totaal lasten

285.354

275.200

267.595

267.595

267.595

267.595

267.595

Saldo van baten en lasten

‒ 24.953

0

0

0

0

0

0

Toelichting

Bij 1e Suppletoire begroting 2019 is de Ontwerpbegroting 2019 neerwaarts bijgesteld tot het niveau van het financieel jaarplan SSC-ICT 2019. Voor de Ontwerpbegroting 2020 zal derhalve hiervan worden uitgegaan, waarbij een eenmalige dotatie in 2019 van de klanten van € 12,0 mln. in mindering is gebracht. Wel is rekening gehouden met een indexatie van 1,67% voor loon- en prijsbijstelling. Het totaal van de begroting komt daarmee uit op € 267,6 mln.

Lasten

Apparaatskosten

Personele kosten

De personele kosten omvatten alle personele uitgaven van de ambtenaren in dienst, gedetacheerde ambtenaren, kosten van uitzendkrachten en inhuur van externen. Als gevolg van een blijvende vraag naar specialistische ICT kennis en de arbeidsmarktproblematiek (schaarste op ICT personeel) stijgt het aandeel externe inhuur licht.

Materiële kosten

De materiële kosten bestaan voor een belangrijk deel uit de directe inkoopkosten van de dienstverlening, zoals kosten voor de (reguliere) ICT-werkplek en hostingskosten voor applicaties. Daarnaast vallen de kosten voor huisvesting, ICT en de servicekosten BZK onder deze post.

Afschrijvingskosten

De afschrijvingen bestaan uit afschrijvingen van de investeringen in hard- en software en overige materiële vaste activa. De voor de generieke en gemeenschappelijke basis- en basisplusdienstverlening benodigde activa zijn in eigendom bij SSC-ICT.

Rentelasten

De rentelasten hebben betrekking op de financieringslasten van de bij het Ministerie van Financiën aangegane leningen voor de aanschaf van de voor de dienstverlening benodigde hard- en software en overige materiële vaste activa. In deze begroting is een rente van 0,0% gehanteerd.

Kasstroomoverzicht
Tabel 46 Kasstroomoverzicht van baten-lastenagentschap SSC-ICT voor het jaar 2020 (bedragen x € 1.000)

2018Stand Slotwet

20191e suppletoire begroting

2020

2021

2022

2023

2024

1.

Rekening courant RHB 1 januari + depositorekeningen

3.410

17.000

17.000

17.000

17.000

17.000

17.000

+/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom

267.478

275.200

267.595

267.595

267.595

267.595

267.595

-/- totaal uitgaven operationele kasstroom

‒ 236.735

‒ 241.185

‒ 212.705

‒ 212.705

‒ 212.705

‒ 212.705

‒ 212.705

2.

Totaal operationele kasstroom

30.743

34.015

54.890

54.890

54.890

54.890

54.890

-/- totaal investeringen

‒ 40.424

‒ 69.098

‒ 43.375

‒ 43.375

‒ 43.375

‒ 43.375

‒ 43.375

+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen

818

0

0

0

0

0

0

3.

Totaal investeringskasstroom

‒ 39.606

‒ 69.098

‒ 43.375

‒ 43.375

‒ 43.375

‒ 43.375

‒ 43.375

-/- eenmalige uitkering aan moederdepartement

0

0

0

0

0

0

0

+/+ eenmalige storting door moederdepartement

45.805

22.435

0

0

0

0

0

-/- aflossingen op leningen

‒ 67.196

‒ 56.450

‒ 54.890

‒ 54.890

‒ 54.890

‒ 54.890

‒ 54.890

+/+ beroep op leenfaciliteit

34.300

69.098

43.375

43.375

43.375

43.375

43.375

4.

Totaal financieringskasstroom

12.909

35.083

‒ 11.515

‒ 11.515

‒ 11.515

‒ 11.515

‒ 11.515

5.

Rekening courant RHB 31 december + stand depositorekeningen (=1+2+3+4)1

7.456

17.000

17.000

17.000

17.000

17.000

17.000

X Noot
1

Maximale roodstand is € 0,5 mln.

Toelichting

De belangrijkste ontwikkeling qua kaseffect, zijn de verwachte investeringen en het daarbij behorende beroep op de leenfaciliteit. Voor 2020 geldt dat er investeringen voorzien worden in de ICT-infrastructuur, (persoonlijke) devices en locatiegebonden investeringen zoals WIFI-apparatuur en printers.

Overzicht doelmatigheidsindicatoren
Tabel 47 Overzicht doelmatigheidsindicatoren SSC-ICT

2018Stand Slotwet

2019Vastgestelde begroting

2020

2021

2022

2023

2024

Omschrijving generiek deel

Kostprijs voor beheertaken (werkplektarief)

2.325

nvt

nvt

nvt

nvt

nvt

nvt

Kostprijs backend werkomgeving

865

865

1.015

1.015

1.015

1.015

1.015

Kostprijs locatiegebonden werkplek

795

795

870

870

870

870

870

Kostprijs Kiosk PC incl. monitor

325

245

255

255

255

255

255

Totale omzet per product of dienst (bedragen x € 1.000)

258.312

318.791

267.595

267.595

267.595

267.595

267.595

Generiek (infrastructuur, rijksportaal en samenwerkfunctionaliteit, ODC DH km2) (bedragen x € 1.000)

10.646

11.500

8.202

8.202

8.202

8.202

8.202

Gemeenschappelijk (basis kantoorautomatisering en hosting) (bedragen x € 1.000)

215.767

273.791

240.312

240.312

240.312

240.312

240.312

Specifiek (plusdiensten en maatwerk) (bedragen x € 1.000)

31.899

33.500

19.081

19.081

19.081

19.081

19.081

FTE-totaal (excl. externe inhuur)

964

1.043

1.046

1.046

1.046

1.046

1.046

Aantal externe FTE's in % van de totale FTE's

22,1%

20,1%

20,1%

20,1%

20,1%

20,1%

20,1%

Saldo van baten en lasten (%)

‒ 9,7%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

Klanttevredenheid (KTO)

6,8

7

7

7

7

7

7

Medewerkertevredenheid (MTO)

6,2

7

7

7

7

7

7

Omschrijving specifiek deel - ICT-diensten

Beschik-/betrouwbaarheid basisfunctionaliteit

NB

99,9%

NB

NB

NB

NB

NB

Geleverd binnen gestelde termijn

71,0%

90,0%

90,0%

90,0%

90,0%

90,0%

90,0%

Incidenten hersteld binnen afgesproken tijd

96,0%

90,0%

90,0%

90,0%

90,0%

90,0%

90,0%

Kwaliteit beantwoorden vragen

Beantwoorden helpdeskvragen binnen afgesproken tijd

NB

95,0%

95,0%

95,0%

95,0%

95,0%

95,0%

Direct beantwoorden helpdeskvragen

83,0%

85,0%

85,0%

85,0%

85,0%

85,0%

85,0%

Doorlichting uitgevoerd cq. gepland in

2019

2024

Toelichting

Kostprijs

De tarieven zijn opgenomen zoals deze voor 2019 goedgekeurd zijn. De tarieven voor 2020 zijn op het moment van verschijnen van deze begroting nog niet definitief vastgesteld.

Met de digitale (mobiele) werkomgeving wordt, via persoonlijk account, toegang verkregen tot applicaties, bedrijfsdata en selfservice oplossingen.

Locatie gebonden services betreft het beschikbaar stellen van:

  • netwerkvoorzieningen zoals LAN en WIFI, incl. WIFI voor gebruik van bezoekers van buiten de publieke sector;

  • afdrukdiensten zoals follow-me-printing m.b.v. de rijkspas;

  • verhuizing van werkplekken binnen en tussen locaties van het Rijk;

  • telefonie via het Shared Telefonieplatform Rijk;

  • audio visuele middelen voor beeld en geluidsystemen.

Omzet

De totale omzet betreft de geraamde kostendekkende opbrengsten welke grotendeels worden gerealiseerd op basis van financiële afspraken met de klanten. Deze worden vastgelegd in het Dossier Financiële Afspraken (DFA).

De totale omzet per product/dienst 2020 betreft de, bij 1e Suppletoire 2019, vastgestelde begroting voor 2019, inclusief een tariefstijging van 1,67% voor loon- en prijsontwikkeling. De voor 2019 geldende incidentele bijdrage van de departementen in het verzorgingsgebied van SSC-ICT is hierop voor 2020 in mindering gebracht.

FTE

FTE totaal betreft de vastgestelde formatie van SSC-ICT. Hierbij is rekening gehouden met de ontwikkeling van de dienstverlening naar de klanten in het verzorgingsgebied. Het percentage voor externe FTE’s is berekend op basis van de totale bezetting.

Specifieke ICT diensten

Beschikbaarheid basis functionaliteit.

Er wordt gewerkt aan een definitie voor het kunnen meten van de beschikbaarheid van de basis infrastructuur. Verwacht wordt dat deze medio 2019 zal worden opgeleverd.

Geleverd binnen gestelde termijn.

Dit maakt onderdeel uit van de strategische KPI betrouwbaar leveren (binnen streeftijd). Meting vindt plaats bij projecten, wijzigingen en offertetrajecten.

Incidenten hersteld binnen afgesproken tijd.

Voor de meting wordt vanaf 2019 gebruik gemaakt van de indicator MTTR (Mean Time To repair) gehanteerd. Hierbij wordt het percentage gemeten van alle incidenten die binnen 8 uur zijn opgelost.

Gebruikers- en medewerkerstevredenheid

Het Gebruikerstevredenheid onderzoek is een aanvullend onderzoek onder de eindgebruikers binnen het verzorgingsgebied van SSC-ICT. Hiermee wordt gemeten wat het effect is van de getroffen maatregelen naar aanleiding van de uitkomsten van het 2 jaarlijkse Rijksbrede iKTO (Intern Klant Tevredenheidsonderzoek uitgezet door DGOO in opdracht van het ICBR) met als doel de dienstverlening aan de eindgebruikers te verbeteren en te sturen op de jaarplandoelen van SSC-ICT. Meting vindt plaats middels een digitale enquête.

Het medewerker tevredenheidsonderzoek (MTO) betreft een aanvullend onderzoek onder de medewerkers van SSC-ICT om te meten wat het effect is van de maatregelen die zijn genomen naar aanleiding van de uitkomsten van het 2 jaarlijkse BZK brede MTO, met als doel het werkplezier te verhogen voor de medewerkers van SSC-ICT. Meting vindt plaats 1x per kwartaal aan alle vaste medewerkers die minimaal 3 maanden in dienst van SSC-ICT zijn.

Rijksvastgoedbedrijf (RVB)

Inleiding

Het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) is een baten-lastenagentschap en heeft de grootste en meest diverse vastgoedportefeuille van Nederland in beheer en bestaat uit (landbouw)gronden, gevangenissen, rechtbanken, kazernes, vliegvelden, oefenterreinen, ministeries, havens, (belasting)kantoren, monumenten zonder huisvestingsfunctie, musea en paleizen. Het gaat in totaal om ruim 12 miljoen m² aan gebouwen en circa 89.000 hectare aan grond.

Het RVB zet dit vastgoed in voor de realisatie van rijksoverheidsdoelen, in samenwerking met, en met het oog voor de omgeving. De opdracht is het effectief en efficiënt inzetten van het rijksvastgoed, het maatschappelijk en financieel rendement uit vastgoed optimaliseren en het verlagen van kosten voor het Rijk.

De hiertoe strekkende vastgoedportefeuillestrategie steunt op vijf pijlers: toekomstbestendigheid, technische kwaliteit, veiligheid, maatschappelijk rendement en duurzaamheid.

Het RVB verzorgt o.a.:

  • de rijkshuisvesting via kantoren en specialties;

  • de huisvesting van de Hoge Colleges van Staat en het Ministerie van Algemene Zaken (AZ), de huisvesting van het Koninklijk Huis voor zover vallend onder de verantwoordelijkheid van de Staat en de instandhouding van monumenten in beheer van het RVB;

  • het onderhoud aan en beheer van defensiegebouwen en terreinen;

  • de projectontwikkeling en nieuwbouw voor Defensie;

  • de doelmatige verkoop van overtollig rijksvastgoed en/of geeft dit waar mogelijk in gebruik bij derden;

  • de uitgifte in pacht van gronden;

  • de vertegenwoordiging namens het Rijk bij gebiedsontwikkelingsprojecten waarbij meervoudige rijksdoelstellingen aanwezig zijn.

Het RVB staat de komende jaren voor een aanzienlijke opgave voor de rijkshuisvesting. Tot en met 2020 moet de huisvesting worden gerealiseerd die de departementen de mogelijkheden geeft om de taakstellingen op de bedrijfsvoering in het kader van SGO-5 te realiseren. Daarnaast worden op basis van het huidige kabinetsbeleid onze ambities met betrekking tot duurzaamheid en vastgoedportefeuille verder uitgewerkt. Ook in de minst ingrijpende scenario’s vergt dit forse investeringen.

Het RVB is vraaggestuurd. De vraag vloeit met name voort uit de masterplannen voor de kantoorhuisvesting, de huisvestingsbehoeften vanuit de specialties, de wensen voor dienstverlening vanuit Defensie en de behoefte aan te verkopen/ontwikkelen projecten/gebieden.

De begrotingsposten van het RVB geven inzicht in een deel van de dienstverlening van het RVB. Op grond van de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving mogen diverse posten niet tot omzet worden gerekend. Deze posten worden daarom ook niet begroot en verantwoord bij het Rijksvastgoedbedrijf. Het gaat hierbij onder andere om de programmagelden van Defensie en kasstromen die voortvloeien uit de verkopen middelenafspraak, pacht en zakelijke lasten.

Aan het eind van de paragraaf ‘Overzicht doelmatigheidsindicatoren’ is een tabel opgenomen die een beter inzicht geeft in de productie van het RVB.

Staat van baten en lasten
Tabel 48 Begroting van baten-lastenagentschap RVB voor het jaar 2020 (bedragen x € 1.000)

2018Stand Slotwet

20191e suppletoire begroting

2020

2021

2022

2023

2024

Baten

Omzet

1.205.013

1.154.590

1.244.654

1.294.577

1.276.112

1.294.143

1.334.662

- Omzet moederdepartement

104.533

148.757

124.275

122.539

128.670

130.640

138.472

- Omzet overige departementen

747.594

876.165

998.404

1.042.435

1.027.402

1.050.013

1.090.759

- Omzet derden

352.886

129.668

121.975

129.603

120.040

113.490

105.431

Vrijval voorzieningen

8.304

0

0

0

0

0

0

Bijzondere baten

54.379

60.085

58.601

58.601

58.601

58.601

58.601

Rentebaten

143

500

500

500

500

500

500

Totaal baten

1.267.839

1.215.175

1.303.755

1.353.678

1.335.213

1.353.244

1.393.763

Lasten

Apparaatskosten

257.046

266.706

292.810

297.431

297.681

297.681

297.681

- personele kosten

202.925

201.029

221.380

222.931

222.931

222.931

222.931

- waarvan eigen personeel

175.064

182.279

193.380

194.931

194.931

194.931

194.931

- waarvan externe inhuur

27.610

18.750

28.000

28.000

28.000

28.000

28.000

- waarvan overige personele kosten

251

0

0

0

0

0

0

- materiële kosten

54.121

65.677

71.430

74.500

74.750

74.750

74.750

- waarvan apparaat ICT

24.590

36.400

38.826

41.896

42.146

42.146

42.146

- waarvan bijdrage aan SSO's

0

0

0

0

0

0

0

- waarvan overige materiële kosten

29.531

29.277

32.604

32.604

32.604

32.604

32.604

Afschrijvingskosten

303.553

350.583

361.836

404.994

398.983

421.455

447.740

- materieel

303.553

350.583

361.836

404.994

398.983

421.455

447.740

- waarvan apparaat ICT

0

0

0

0

0

0

0

- immaterieel

0

0

0

0

0

0

0

Dotaties voorzieningen

1.847

4.000

3.000

4.000

4.000

4.000

4.000

Overige kosten

0

0

0

0

0

0

0

Bijzondere lasten

618.320

504.173

550.084

544.525

525.165

512.638

514.992

Rentelasten

75.153

89.713

96.025

102.728

109.384

117.470

129.350

Totaal lasten

1.255.919

1.215.175

1.303.755

1.353.678

1.335.213

1.353.244

1.393.763

Saldo van baten en lasten

11.920

0

0

0

0

0

0

Toelichting

Baten

Omzet

Omzet moederdepartement

De Minister van Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) betaalt de kosten voor een aantal taken aan het RVB. Het gaat met name om de kosten van:

  • het leveren van ondersteuning aan BZK en de uitvoering van het rijksbeleid gerelateerd aan de rijkshuisvesting;

  • het apparaat om de uitvoering van het beheer van materiële activa mogelijk te maken;

  • de huisvesting voor de Hoge Colleges van Staat, Ministerie van AZ, de staatspaleizen en Ministerie van BZK;

  • het onderhoud van de monumenten met een erfgoedfunctie (zonder huisvestingsfunctie) in beheer bij het RVB.

Omzet overige departementen

De omzet overige departementen omvat opbrengsten voor geleverde producten en diensten aan departementen. Het gaat daarbij met name om ontvangen gebruiksvergoedingen voor kantoren en specialties. Op basis van de overeengekomen huurprijsmethodiek brengt het RVB een gebruiksvergoeding in rekening. In de ramingen van de gebruiksvergoeding is onder meer rekening gehouden met de (geactualiseerde concept) masterplannen kantoren, het afsluiten van nieuwe contracten en met de verwachte beëindiging van contracten.

Voor wat betreft de dienstverlening aan Ministerie van Defensie is alleen de vergoeding vanuit Defensie voor de apparaatsinzet van het RVB in deze post opgenomen. De programmagelden voor de dienstverlening aan Defensie (nieuwbouw en instandhouding) zijn niet in de omzet opgenomen.

Omzet derden

Deze omzet betreft de baten vanuit het Kader Overname Rijksvastgoed (KORV), de verkoop van onroerend goed en de inkomsten vanuit de exploitatie van een aantal bijzondere objecten zoals parkeergarages en de Grafelijke Zalen van het Binnenhof. Voorts zijn in deze omzet opgenomen de baten uit verhuur aan musea en internationale organisatie.

Bijzondere baten

Dit betreft met name de uren die worden ingezet op rijkshuisvestingsprojecten. Deze worden geactiveerd en als potentiele omzet gewaardeerd zolang projecten nog niet zijn opgeleverd.

Rentebaten

Dit betreft de baten voorzien vanuit de rekening courantverhouding met het Ministerie van Financiën.

Lasten

Apparaatskosten

Personele kosten

Dit betreft de kosten van het eigen apparaat, met name van salaris- en opleidingskosten. Daarnaast betreft het de kosten van externe inzet voor zowel het primaire als het secundaire proces. De kosten van de externe inzet worden op 13% van de totale personeelskosten berekend.

Materiële kosten

Deze kosten betreffen met name de kosten voor de eigen huisvesting en van het eigen ICT-gebruik.

Afschrijvingskosten

Dit betreft met name de afschrijvingen op geactiveerde waarden van objecten, voortvloeiend uit investeringen vanuit masterplannen kantoren en huisvestingsbehoeften voor specialties. De afschrijvingstermijnen zijn afhankelijk van de categorie: grond/terreinen 0 jaar, erfpacht 5-100 jaar, gebouwen 15-60 jaar, en inventaris 3-15 jaar.

Dotaties voorzieningen

Dit betreffen dotaties aan met name de voorziening voor asbest. Deze dotaties vloeien voort uit eerder uitgevoerde inspecties.

Bijzondere lasten

De bijzondere lasten betreffen belangrijke elementen van de primaire processen van het RVB. In de tabel hieronder is een nadere toelichting van de specificatie opgenomen.

Tabel 49 Specificatie Bijzondere lasten (bedragen x € 1.000)

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

realisatie

Markthuren

184.869

180.007

170.544

171.088

157.479

147.515

140.181

DBFMO-lasten

55.395

71.829

77.938

91.347

83.493

86.368

106.012

Onderhoud rijkshuisvesting

133.213

106.505

125.265

124.083

122.619

122.090

121.190

Belastingen en heffingen

22.881

23.251

23.656

22.874

22.340

22.112

22.284

Energielasten

27.101

26.478

27.565

27.129

27.238

27.135

26.605

Ontwikkeling en verkoop OG

61.292

57.500

40.000

37.000

33.000

32.000

27.000

Overige bijzondere lasten

133.569

38.603

85.116

71.004

78.996

75.418

71.720

Totaal

618.320

504.173

550.084

544.525

525.165

512.638

514.992

Toelichting tabel specificatie bijzondere lasten

Markthuren

Deze post betreft de huren die het RVB aan de markt betaalt. Het beleid is erop gericht departementen en diensten zo veel mogelijk in eigendomsobjecten te huisvesten. Hierdoor nemen de m² huurhuisvesting en de kosten ervan af.

DBFMO-lasten

Dit betreft de lasten van lopende en nieuwe DBFMO-contracten met marktpartijen. Het investeringsdeel (Design - Build - Finance) van deze lasten omgerekend naar rente en afschrijving en aldaar opgenomen. Deze post bevat alleen de vergoeding aan de consortia voor de operationele (Maintanance -Operate) kosten van de objecten.

Onderhoud rijkshuisvesting

Deze post betreft de kosten voor onderhoud en instandhouding van gebouwen en terreinen voor de rijkshuisvestingsportefeuille.

Belastingen en heffingen

Deze post betreft met name de onroerende zaakbelasting en de waterschapslasten over de voorraad onroerend goed die het RVB inzet voor rijkshuisvesting.

Energielasten

Dit betreft de energielasten in de kantorenportefeuille bij de rijkshuisvesting. Deze kosten worden bij de departementen in rekening gebracht via het regiotarief.

Ontwikkeling en verkoop onroerend goed

Dit betreft de kosten van ingekocht onroerend goed binnen het Kader Overname Rijksvastgoed (KORV) en de restant boekwaarde van verkochte eigen gebouwen en terreinen (niet KORV).

Overige bijzondere lasten

De bijzondere lasten betreffen met name de wederopleveringkosten bij contracteinde, kleinere investeringen voor de gebruikers, facilitaire leegstand- en ICT kosten en verwachte waardedaling.

Rentelasten

De rentelasten vloeien voort uit investeringen en zijn geraamd op basis van de afgesloten en nog af te sluiten leningen met het Ministerie van Financiën voor rijkshuisvesting (masterplannen kantoren en huisvestingsbehoefte voor specialties) en KORV- en ontwikkelprojecten. Daarnaast is rente opgenomen op DBFMO –contracten (Design Build Finance Maintanance en Operate).

Kasstroomoverzicht

Het kasstroomoverzicht geeft aan hoeveel kasmiddelen beschikbaar zijn gekomen of naar verwachting zullen komen en op welke wijze gebruik is, of zal worden gemaakt van deze middelen.

De operationele kasstromen zijn aanzienlijk hoger dan de inkomsten en uitgaven in de baten-lastenbegroting. Deze kasstromen zijn namelijk inclusief de dienstverlening aan Defensie, de kasstromen vanuit de kas-verplichtingenbegroting en de werkzaamheden buiten begrotingsverband, welke op basis van de verslaggevingsregels niet tot de omzet worden gerekend.

Tabel 50 Kasstroomoverzicht van baten-lastenagentschap RVB voor het jaar 2020 (bedragen x € 1.000)

2018 Stand Slotwet

2019 1e suppletoire begroting

2020

2021

2022

2023

2024

1.

Rekening courant RHB 1 januari + depositorekeningen

430.605

392.041

341.176

331.711

366.305

377.490

390.673

+/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom

2.254.493

1.842.028

2.061.093

2.090.826

2.098.751

2.112.875

2.153.980

-/- totaal uitgaven operationele kasstroom

‒ 1.933.923

‒ 1.552.301

‒ 1.762.164

‒ 1.750.691

‒ 1.762.025

‒ 1.754.483

‒ 1.768.246

2.

Totaal operationele kasstroom

320.570

289.727

298.929

340.135

336.726

358.392

385.734

-/- totaal investeringen

‒ 669.286

‒ 737.000

‒ 647.000

‒ 456.000

‒ 456.000

‒ 456.000

‒ 456.000

+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen

88.767

36.000

0

0

0

0

0

3.

Totaal investeringskasstroom

‒ 580.519

‒ 701.000

‒ 647.000

‒ 456.000

‒ 456.000

‒ 456.000

‒ 456.000

-/- eenmalige uitkering aan moederdepartement

‒ 34.486

‒ 9.487

0

0

0

0

0

+/+ eenmalige storting door moederdepartement

0

0

0

0

0

0

0

-/- aflossingen op leningen

‒ 379.015

‒ 367.105

‒ 308.394

‒ 305.541

‒ 325.541

‒ 345.209

‒ 348.105

+/+ beroep op leenfaciliteit

634.886

737.000

647.000

456.000

456.000

456.000

456.000

4.

Totaal financieringskasstroom

221.385

360.408

338.606

150.459

130.459

110.791

107.895

5.

Rekening courant RHB 31 december + stand depositorekeningen (=1+2+3+4) (noot: maximale roodstand 0,5 miljoen euro)

392.041

341.176

331.711

366.305

377.490

390.673

428.303

Toelichting

Investeringskasstroom

De investeringen in rijkshuisvesting en het beroep op de leenfaciliteit zijn gebaseerd op lopende en voorgenomen huisvestingsprojecten. Het RVB investeert in grond en gebouwen die in de balans onder de post materiële vaste activa worden verantwoord. In deze investeringen worden ook brandveiligheidsinvesteringen meegenomen en de investeringen uit hoofde van de instandhoudingsplicht, die bij het RVB is belegd. De investeringskasstroom neemt in 2019 en 2020 toe met name als gevolg van een aantal aankopen en voor het project EMA (European Medicine Agency). Daarnaast worden investeringen voorzien in het kader van de overname van vastgoed van andere rijksdiensten en betreft het investeringen voor ontwikkelprojecten.

Financieringskasstroom

De afdrachten aan het moederdepartement betreffen, conform de Regeling Agentschappen, het surplus op het eigen vermogen.

Daarnaast gaat het om de aflossing op lopende en toekomstige leningen in het kader van de rijkshuisvesting, de overname van vastgoed van andere rijksdiensten en aflossingen op leningen voor ontwikkelprojecten.

Het beroep op de leenfaciliteit komt overeen met de investeringsstroom. In de investeringsstroom zijn de diverse rijkshuisvestingsprojecten opgenomen. In onderstaande tabel zijn in ieder geval de grotere projecten opgenomen. Deze worden (deels) via de leenfaciliteit gefinancierd. Het meerjarige (indicatieve) bedrag van het investeringsvolume via de leenfaciliteit is opgenomen. De investeringen van PPS-marktpartijen zijn daarbij niet verwerkt.

Investeringen rijkshuisvesting boven € 20 mln.

Tabel 51 Investeringen rijkshuisvesting boven € 20 mln. (bedragen x € 1.000.000)

Project

Indicatie investeringsvolume leenfaciliteit1

Eerste jaar investering

1.      Den Haag, veiligheidsdiensten

Nog niet gegund

2016

2.      Den Haag, Binnenhofcomplex

499

lopend

3.      Amsterdam, Europees Geneesmiddelen Agentschap (EMA)

310

lopend

4.      Utrecht, PPS nieuwbouw RIVM

179

lopend

5.      Amsterdam, PPS nieuwbouw rechtbank Parnas

140

lopend

6.      Apeldoorn, Walterbos Complex

Nog niet gegund

2019

7.      Den Bosch, Paleizenkwartier

Nog niet gegund

2017

8.      Utrecht, Herman Gorterstraat

Nog niet gegund

2017

9.      Rotterdam, Rijkskantorencampus

55

lopend

10.    Eindhoven, Rijkskantoor

Nog niet gegund

2019

11.    Den Haag, PI Scheveningen Toekomstvast

Nog niet gegund

2017

12.    Vught, PI Nieuwe Entree

Nog niet gegund

2017

13.    De Bilt, verdichting KNMI-complex

Nog niet gegund

2017

14.    Den Haag, Defensie, Plein Kalvermarkt Complex

Nog niet gegund

2018

15.    Assen, Mandemaat EZ

Nog niet gegund

n.t.b.

16.    Alphen a/d Rijn, PI

Nog niet gegund

2018

17.    Zoetermeer, Europalaan 2

66

2018

18.    Veenhuizen, PI

Nog niet gegund

n.t.b.

19.    Utrecht, onderhoud Rechtbank Midden-Nederland

Nog niet gegund

2018

20.    Den Haag, verbouwing Bruggebouw

Nog niet gegund

2018

21.    Arnhem, Stationsplein West

Nog niet gegund

2016

22.    Haarlem, renovatie Surinameweg Rijkswaterstaat

Nog niet gegund

2018

23.    Paleis van Justitie, Den Haag

Nog niet gegund

2019

X Noot
1

Projecten die nog niet zijn gegund, zijn nog onderhevig aan definitieve besluitvorming. Van deze projecten, kunnen vanwege marktoverwegingen geen bedragen worden genoemd.

Toelichting

Den Haag, Binnenhofcomplex

De Kamer is begin 2019 geïnformeerd over de ontwikkeling met betrekking tot het prijspeil, namelijk dat de huidige marktsituatie een financiële spanning op het beschikbare budget (van € 475 mln., prijspeil 2015) geeft. In de komende periode wordt duidelijk hoe groot de prijsstijging in de bouwsector zal zijn en wat dit betekent voor de renovatie.

Amsterdam, aankoop grond, ontwerp en bouw EMA.

Het stichtingsbudget ten laste van de leenfaciliteit voor het gebouw ten behoeve van huisvesting EMA bedraagt € 310 mln. Dit bestaat uit investeringen voor ontwerp, de bouw en de grond. De waarde van het met de marktpartij afgesloten contract over 20 jaar bedraagt € 255 mln. en kent naast de investering in ontwerp en bouw ook de onderhoudscomponent van het pand.

Utrecht, PPS nieuwbouw RIVM

Het in de tabel vermelde bedrag is de bijdrage van het Rijk in de financiering van het project. De waarde van het met de marktpartij afgesloten contract over 25 jaar bedraagt € 267 mln. Dit betreft zowel investering, als onderhoud als de algehele exploitatie van het pand.

Amsterdam, PPS Nieuwbouw rechtbank Parnas

Het in de tabel vermelde bedrag is de bijdrage van het Rijk in de financiering van dit PPS-project. De waarde van het met de marktpartij afgesloten contract over 30 jaar bedraagt ruim € 230 mln. Dit betreft zowel investering, als onderhoud als de algehele exploitatie van het pand.

Overzicht doelmatigheidsindicatoren
Tabel 52 Overzicht doelmatigheidsindicatoren RVB

2018Stand Slotwet

2019Vastgestelde begroting

2020

2021

2022

2023

2024

Omschrijving generiek deel

Omzet per product

Ingebruikgeving

888.147

853.289

941.052

991.493

975.337

996.310

1.042.315

Waarvan extern

17.607

10.804

86.837

99.522

94.958

93.423

91.364

In stand houden vastgoed

68.236

142.192

175.358

173.140

171.676

171.147

170.247

Waarvan andere eigenaar

40.091

37.917

46.993

46.957

46.957

46.957

46.957

Projectrealisatie

81.256

33.470

62.234

69.320

74.434

77.020

78.434

Waarvan andere eigenaar

15.345

33.116

32.951

33.537

34.651

35.237

34.651

Verkoop

146.650

70.294

48.312

43.312

38.312

33.312

27.312

Expertise en advies

20.724

35.345

17.697

17.311

16.353

16.353

16.353

Saldo van baten en lasten

11.170

0

0

0

0

0

0

Saldo van baten en lasten (% t.o.v. de baten)

0,90%

0,0%

0

0

0

0

0

Omschrijving specifiek deel

Rijkshuisvestingsvoorraad x 1.000 m2 BVO1

5.993

5.725

5.705

5.527

5.353

5.251

5.224

Waarvan verhuurd

5.067

4.855

4.826

4.792

4.770

4.804

4.841

Waarvan leeg frictie

ng

63

121

97

104

126

112

Waarvan leeg renovatie

ng

367

248

264

182

122

118

Waarvan leeg afstoot

ng

439

510

374

296

199

152

Waarvan eigendom

4.870

4.656

4.616

4.463

4.360

4.316

4.349

Waarvan huur

1.123

1.069

1.089

1.064

993

935

875

ITK rijkshuisvesting

2,21

2,1–2,8

2,1-2,8

2,1-2,8

2,1-2,8

2,1-2,8

2,1-2,8

Voorraad beheerde Defensieobjecten

Gebouwen x 1.000 m2 BVO

5.973

5.959

5.959

5.754

5.619

5.448

5.398

Terreinen x 1.000 m2

349.814

348.899

345.294

345.205

341.441

341.018

340.987

Doelmatigheid verkoop vastgoed

50.128

>0

>0

>0

>0

>0

>0

Bezetting ambtelijke fte's ultimo

2.070

2.122

2.122

2.122

2.122

2.122

2.122

Apparaat-omzet indicator

21,30%

22,20%

23,53%

22,98%

23,33%

23,00%

22,30%

Projecten binnen budget gerealiseerd

97%

83%

84%

84%

85%

85%

85%

Projecten tijdig gerealiseerd

97%

83%

84%

85%

85%

85%

85%

Productiviteit

954

965

975

1.000

1.025

1.025

1.025

Doorlichting uitgevoerd cq. gepland in

2020

Toelichting

Omzet per product

Met de producten bestrijkt het RVB de gehele keten van de huisvesting, vanaf de initiële vraag van een afnemer tot en met de realisatie (bouw en/of verbouw), het beheer, ontwikkeling en de afstoot. Het RVB werkt vraaggestuurd. Dit betekent dat in principe de jaarlijkse omzet voor een groot deel bepalend is voor de benodigde omvang van het personeelsbestand. Vanwege de afslanking en concentratie van de Rijksoverheid zal er op termijn minder huisvestingsvraag zijn. Het RVB zal daardoor minder m2 huisvesting leveren.

Overigens neemt de omzet komende jaren toe. Dit heeft ermee te maken dat nieuwe huisvesting per definitie duurder is (hogere afschrijvingslasten) dan oude huisvesting. Daarbij worden oude objecten verkocht. Zodoende resteert een relatief nieuwe voorraad.

Saldo baten en lasten

Het saldo van baten en lasten geeft een sluitend resultaatbeeld.

Rijkshuisvestingsvoorraad in 1.000 m2 BVO

De huisvestingsvoorraad zal de komende jaren door enerzijds het kabinetsbeleid en anderzijds adequate sturing door het RVB afnemen. Hoewel de masterplannen voor kantoren een toename te zien geven blijft het totaal verhuurd constant door de ontwikkelingen in de andere stelsels. De toename van de leegstand is opgenomen in drie categorieën. Bij de afstootopgave voor het RVB wordt gestreefd naar een optimale verhouding tussen de te realiseren verkoopopbrengsten en de kosten van de afstootleegstand.

Indicator technische kwaliteit (ITK) rijkshuisvesting

Dit betreft het gewogen gemiddelde van de technische conditie van alle gebouwen op een schaal van 1 (nieuwbouw) t/m 6 (extreem slecht). Deze conditie wordt mede bepaald door de staat van het onderhoud en (vervangings)investeringen. Op grond van voorraadoverwegingen (o.a. is een pand wel/niet strategisch, blijft het wel/niet in de voorraad) worden economische afwegingen gemaakt over het uitvoeren van onderhoud en investeringen. Voor een deel van de (niet-strategische) voorraad kan dan een slechtere ITK-score worden geaccepteerd.

Voorraad beheerde Defensieobjecten in 1.000 m2 BVO

De Defensieobjecten worden door het RVB onderhouden (instandhouding). Defensie voorziet de komende jaren per saldo minder m2 BVO in haar portefeuille.

Doelmatigheid verkoop vastgoed

Doelstelling is objecten te verkopen tegen tenminste de voorgecalculeerde bedragen die in een businesscase waren opgenomen.

Bezetting in FTE’s

De bezetting van ambtelijk personeel neemt toe tot het niveau van de afgesproken formatie. De afgelopen jaren was er sprake van veel vacatures binnen de formatie die nu nagenoeg volledig zijn ingevuld.

Apparaat-omzet indicator

Dit betreft de procentuele verhouding van de apparaatskosten van het RVB tot de omzet (totale baten) van de dienst. Een daling van de waarde van de indicator geeft aan dat de verhouding tussen de omzet en het ingezette apparaat verbetert.

Projecten binnen budget gerealiseerd

Het percentage projecten binnen budget gerealiseerd is vanaf 2016 gesteld op meer dan 80%. Het getuigt van ambitie om als norm te hebben dat het overgrote deel van de projecten wordt uitgevoerd binnen het afgesproken budget.

De ervaring leert dat het prognosticeren van de kosten van vastgoedprojecten niet eenvoudig is. De uitkomsten van aanbestedingen laten zich lastig voorspellen. Daarnaast kunnen tijdens de uitvoering van de projecten tegenvallers aan het licht komen.

Projecten tijdig gerealiseerd

Het percentage projecten tijdig gerealiseerd is vanaf 2016 gesteld op meer dan 80%. Deze norm houdt concreet in dat minder dan 20% van de projecten later wordt opgeleverd dan met de opdrachtgever is afgesproken. Een deel van de projecten kan vertragen doordat tijdens de uitvoering feiten boven water komen, waar vooraf geen rekening mee is gehouden. Dit zal nooit uit te sluiten zijn, maar ook voor deze indicator geldt dat met een goede kennisbundeling en professionaliteit het percentage waarbij de afgesproken tijd wordt overschreden, kan worden verminderd. Over enkele jaren (2021) kan deze norm ook naar 85%.

Productiviteit

De productiviteit geeft inzicht in de sturing op directe uren. Hoe meer directe uren worden ingezet, ofwel hoe minder indirecte/overige, hoe beter wordt gepresteerd. In de periode 2018 tot en met 2020 is nog sprake van een langzaam groeipad als gevolg van de in uitvoering zijnde harmonisatie en integratie van de processen.

Invulling van vacatures heeft de afgelopen jaren geleid tot een forse groei van de bezetting. Dit betreft voor het overgrote deel direct personeel waarvoor financiële dekking aanwezig is. Het aantal indirecte functies is over de afgelopen vijf jaar niet meegegroeid waarmee per saldo een efficiency voordeel is gerealiseerd. Daarnaast is vanaf 2019 intensiever ingezet op het verhogen van het aandeel declarabele uren.

Productie RVB

De omzet van het RVB in deze baten-lastenbegroting geeft geen volledig beeld op de werkelijke omvang van de te verrichten werkzaamheden, omdat een deel van deze werkzaamheden op grond van de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving niet tot omzet mogen worden gerekend. Het gaat hierbij om de programmakosten voor Defensie, om posten uit de kas-verplichtingenbegroting en om verkopen en ingebruikgevingen op grond van middelenafspraken.

In onderstaande tabel zijn al deze werkzaamheden, gebaseerd op kasstromen, opgenomen in een overzicht van de ‘productie’.

De hoge ‘piekproductie’ in 2020 is vooral het gevolg van een aantal aankopen van objecten voor de rijkshuisvesting.

Tabel 53 Productie RVB (bedragen x € 1.000.000)

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Ingebruikgeving

501

494

489

469

457

460

Instandhouding

342

354

352

351

347

346

Projectrealisatie

975

898

706

704

704

704

Verkoop & ontwikkeling

98

146

129

136

131

125

Expertise en advies

205

201

200

201

201

201

Totaal productie

2.121

2.093

1.876

1.861

1.840

1.836

Dienst van de Huurcommissie (DHC)

Inleiding

Het werkterrein van de Huurcommissie wordt voor een grootste deel gevormd door het gereguleerde deel van de markt voor huurwoonruimte. Als huurders en verhuurders een geschil hebben en er onderling niet uitkomen, dan doet de Huurcommissie op verzoek van de huurder of de verhuurder een uitspraak in geschillen over de hoogte van huurprijzen en servicekosten. De Huurcommissie beslecht ook geschillen in het kader van de Wet op het overleg huurders verhuurder (Wohv) en geschillen die voort vloeien uit klachten van de huurder over het handelen of nalaten van de verhuurder bij de producten en diensten die hij aan de huurder levert.

Het Zelfstandig Bestuursorgaan (ZBO) Huurcommissie (zonder eigen rechtspersoonlijkheid) wordt ondersteund door het agentschap de Dienst van de Huurcommissie (DHC). Voor de huurders en verhuurders presenteert de Huurcommissie zich als één landelijk opererende, onpartijdige en toegankelijke organisatie.

De Huurcommissie is continu gericht op verbetermogelijkheden bij de uitvoering van haar taken: het voorkomen, helpen oplossen en waar nodig beslechten van geschillen tussen huurder en verhuurder. Het gaat daarbij om verbeteringen in de dienstverlening aan huurders en verhuurders, en verbeteringen in de bedrijfsvoering. De Huurcommissie speelt flexibel in op wijzigingen in het aantal en soort informatievragen, veranderingen in de samenleving, het aantal en soort geschillen en op wijzigingen in de huurprijswet- en regelgeving. Uitgangspunt bij deze verbeteringen is het kader van de wet- en regelgeving van het huurprijsbeleid en de Rijksbrede ontwikkelingen die bij alle uitvoeringsorganisaties spelen.

Daarnaast is de Huurcommissie officieel buitengerechtelijke geschillenbeslechter in de zin van de Implementatiewet buitengerechtelijke geschillenbeslechting consumenten (ofwel een Europese Alternative Dispute Resolution (ADR) instantie). De Huurcommissie voldoet aan de eisen die aan zo’n geschillenbeslechter – in dit geval voor huurprijsgeschillen – worden gesteld.

Ook de dienstverlening van de Huurcommissie is verbeterd. Huurders en verhuurders hebben meer keuzemogelijkheden gekregen en hebben daardoor zelf meer invloed op het verloop van de procedure.

In de begroting zijn ook de kosten van het ZBO verwerkt.

Staat van baten en lasten
Tabel 54 Begroting van baten-lastenagentschap DHC voor het jaar 2020 (bedragen x € 1.000)

2018Stand Slotwet

20191e suppletoire begroting

2020

2021

2022

2023

2024

Baten

Omzet

9.860

11.125

12.434

12.328

12.328

12.328

12.328

- Omzet moederdepartement

4.330

5.271

6.570

6.464

6.464

6.464

6.464

- Omzet overige departementen

0

0

0

0

0

0

0

- Omzet derden

5.530

5.854

5.864

5.864

5.864

5.864

5.864

Vrijval voorzieningen

0

0

0

0

0

0

0

Bijzondere baten

460

0

0

0

0

0

0

Rentebaten

0

0

0

0

0

0

0

Totaal baten

10.320

11.125

12.434

12.328

12.328

12.328

12.328

Lasten

Apparaatskosten

8.887

11.050

11.253

11.253

11.253

11.253

11.253

- personele kosten

6.248

7.152

7.606

7.606

7.606

7.606

7.606

- waarvan eigen personeel

4.819

4.001

5.152

5.752

6.152

6.152

6.152

- waarvan externe inhuur

1.052

2.661

1.964

1.364

964

964

964

- waarvan overige personele kosten

377

490

490

490

490

490

490

- materiële kosten

2.639

3.898

3.647

3.647

3.647

3.647

3.647

- waarvan apparaat ICT

1.035

1.161

1.195

1.195

1.195

1.195

1.195

- waarvan bijdrage aan SSO's

0

0

0

0

0

0

0

- waarvan overige materiële kosten

1.604

2.737

2.452

2.452

2.452

2.452

2.452

Afschrijvingskosten

93

75

75

75

75

75

75

- materieel

93

75

75

75

75

75

75

- waarvan apparaat ICT

0

74

74

74

74

74

74

- immaterieel

0

0

0

0

0

0

0

Dotaties voorzieningen

2.588

0

0

0

0

0

0

Overige kosten

0

0

0

0

0

0

0

Bijzondere lasten

3.062

3.545

1.106

1.000

1.000

1.000

1.000

Rentelasten

0

0

0

0

0

0

0

Totaal lasten

14.630

14.670

12.434

12.328

12.328

12.328

12.328

Saldo van baten en lasten

‒ 4.310

‒ 3.545

0

0

0

0

0

Toelichting

Baten

Omzet

Omzet moederdepartement

De reeks bedragen voor Omzet moederdepartement in de jaren 2020–2024 heeft betrekking op de bekostiging van de Huurcommissie ten laste van artikel 3 van de ontwerpbegroting 2020 van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Tabel 55 Productie in 2020

Productie

Aantal zaken

Huurprijsgeschillen

4.479

Servicekostengeschillen

1.851

Huurverhogingsgeschillen (inclusief IAH)

2.325

Klachten huurders jegens verhuurders

250

Wohv geschillen

5

Onderzoeksrapporten rechtbank

10

Onderzoeksrapporten publiekrechtelijke organen

60

Advies geliberaliseerde huurprijs

54

Verklaring over redelijkheid van de huurprijs

0

Totaal

9.034

Het aantal zaken betreft een prognose op basis van een meerjarige trend in de instroom van de afgelopen jaren en actuele ontwikkelingen. De productie doelstelling voor 2020 is mede afhankelijk van het succesvol werven van nieuwe medewerkers in 2019 en 2020. Op basis van de instroom prognose en rekening houdend met de ervaringen in de eerste helft van 2019 met het verloop van de werving komt de geraamde prognose voor het jaar 2020 uit op circa 9.000 zaken.

Omzet derden

Deze baten betreffen in de eerste plaats de legesopbrengsten die gebaseerd zijn op de veroordeling door de Huurcommissie van geschilpartijen tot vergoeding aan de Staat. De legesontvangsten zijn voor 2020 begroot op € 0,4 mln.

Daarnaast dragen verhuurders conform de wijziging van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte (Uhw) met ingang van begrotingsjaar 2018 vast bij aan de kosten van de Huurcommissie. De verwachte verhuurdersbijdrage bedraagt in 2020 € 5,4 mln.

Lasten

Apparaatskosten

De apparaatskosten betreffen zowel de Dienst van de Huurcommissie als de salarissen en vergoedingen van de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter, de zittingsvoorzitters en de zittingsleden van de Huurcommissie (het ZBO).

Personele kosten

De personele kosten betreffen met name de salarissen van de vaste medewerkers van DHC, maar ook de inhuur van externe medewerkers. Vanaf 2018 zijn er vanwege het personeelsverloop door de reorganisatie relatief veel externe inhuurkrachten in dienst. Het streven is om de vaste formatie weer op het niveau te krijgen waardoor geen achterstanden meer optreden. Om de achterstanden weg te werken wordt de komende jaren nog extra personeel ingehuurd.

Materiële kosten

De belangrijkste posten zijn huisvesting, bureaukosten, communicatie en ICT. De verwachting is dat deze kosten de komende jaren stijgen. De bijdrage aan SSO's loopt via het kerndepartement en is daarom niet zichtbaar in de staat van baten en lasten.

Afschrijvingskosten

De afschrijvingskosten zijn conform de door de Minister van Financiën voorgeschreven afschrijvingstermijnen. Afgeschreven wordt op ICT en kantoorinventaris.

Bijzondere lasten

Onder deze post vallen de kosten voor het verbeteren en aanpassen van de digitale dienstverlening en de kosten die betrekking hebben op de doorontwikkeling van de organisatie naar aanleiding van de reorganisatie.

Kasstroomoverzicht
Tabel 56 Kasstroomoverzicht van baten-lastenagentschap DHC voor het jaar 2020 (bedragen x € 1.000)

2018Stand Slotwet

20191e suppletoire begroting

2020

2021

2022

2023

2024

1.

Rekening courant RHB 1 januari + depositorekeningen

2.702

2.590

285

360

435

510

585

+/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom

4.795

11.125

12.434

12.328

12.328

12.328

12.328

-/- totaal uitgaven operationele kasstroom

‒ 12.193

‒ 14.595

‒ 12.359

‒ 12.253

‒ 12.253

‒ 12.253

‒ 12.253

2.

Totaal operationele kasstroom

‒ 7.398

‒ 3.470

75

75

75

75

75

-/- totaal investeringen

0

0

0

0

0

0

0

+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen

0

0

0

0

0

0

0

3.

Totaal investeringskasstroom

0

0

0

0

0

0

0

-/- eenmalige uitkering aan moederdepartement

0

‒ 2.380

0

0

0

0

0

+/+ eenmalige storting door moederdepartement

6.884

3.545

0

0

0

0

0

-/- aflossingen op leningen

0

0

0

0

0

0

0

+/+ beroep op leenfaciliteit

0

0

0

0

0

0

0

4.

Totaal financieringskasstroom

6.884

1.165

0

0

0

0

0

5.

Rekening courant RHB 31 december + stand depositorekeningen (=1+2+3+4)1

2.188

285

360

435

510

585

660

X Noot
1

Maximale roodstand is € 0,5 mln.

Toelichting

Operationele kasstroom

Uitgegaan is van een jaarlijks exploitatieresultaat van nihil en een stabiel saldo van debiteuren en crediteuren.

Investeringskasstroom

Voor 2020 en volgende jaren is het uitgangspunt dat geen omvangrijke investeringen worden verricht, maar diensten worden afgenomen.

Financieringskasstroom

Er wordt geen beroep gedaan op de leenfaciliteit van het Ministerie van Financiën.

Overzicht doelmatigheidsindicatoren
Tabel 57 Overzicht doelmatigheidsindicatoren DHC

Omschrijving

2018Stand Slotwet

2019Vastgestelde begroting

2020

2021

2022

2023

2024

FTE-totaal (excl. externe inhuur)

50

69

67

75

80

80

80

Saldo van baten en lasten (%)

‒ 42%

‒ 32%

0%

0%

0%

0%

0%

% Huurprijsgeschillen afgerond binnen 4 maanden

60

90

90

90

90

90

90

% Servicekostengeschillen afgerond binnen 5 maanden

61

90

90

90

90

90

90

% Huurverhogingsgeschillen afgerond binnen 4 maanden

98

90

90

90

90

90

90

% Wohv-geschillen afgerond binnen 4 maanden

0

90

90

90

90

90

90

% ADR geschillen afgerond binnen 90 dagen

>90

>90

>90

>90

>90

>90

>90

Doorlichting uitgevoerd cq. gepland in

2022

Toelichting

FTE-totaal

Het streven is om het aandeel medewerkers in vaste dienst de komende jaren te laten groeien.

Saldo van baten en lasten

De Dienst van de Huurcommissie is een baten-lasten agentschap en dient kostendekkend te werken.

Doorlooptijden

De Huurcommissie werkt met twee verschillende doorlooptijden. In de eerste plaats de doorlooptijd voor de hele procedure, gebaseerd op de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte (Uhw). Deze telt vanaf het moment dat de verzoeker het voorschot op de leges heeft betaald tot en met het moment waarop de uitspraak wordt verstuurd.

In de tweede plaats de doorlooptijd van ADR (Alternative Dispute Resolution) geschillen, zoals de Implementatiewet voor buitengerechtelijke geschillenbeslechting consumenten voorschrijft. Deze telt vanaf het moment dat het dossier van een zaak compleet is.

Voor de geschilbeslechting op basis van de Wet op het overleg huurders verhuurder (Wohv) geldt een wettelijke termijn van acht weken, met de mogelijkheid om indien nodig gemotiveerd een langere doorlooptijd te hanteren. De ervaringen met de Wohv-geschillen leren dat partijen hechten aan overleg onder auspiciën van de Huurcommissie, als gevolg waarvan de termijn van acht weken niet gehaald wordt zonder dat dit op bezwaren van betrokkenen stuit. Om deze reden is als streeftermijn (voor 90% van de Wohv-geschillen) vier maanden geformuleerd.

De ADR doorlooptijd, zoals de Implementatiewet voor buitengerechtelijke geschillenbeslechting consumenten voorschrijft, is 90 dagen. Nadat het dossier eenmaal compleet is, handelt de Huurcommissie minimaal 90% van de zaken binnen de wettelijke termijn van 90 dagen af.

Doorlichting

De doorlichting van DHC zoals bedoeld in de Regeling agentschappen heeft in 2014 plaatsgevonden. Uit efficiency overweging zal zowel de evaluatie op grond van de Kaderwet zbo’s als de doorlichting van de Dienst van de Huurcommissie in 2022 plaats vinden.

6. BIJLAGEN

Bijlage 1: Zelfstandige Bestuursorganen en Rechtspersonen met een Wettelijke Taak

Tabel 58 Overzicht Rechtspersonen met een Wettelijke Taak en Zelfstandige Bestuursorganen (vallend onder Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties)

Naam organisatie

RWT

ZBO

Functie

Begrotingsartikel

Begrotingsramingen (x € 1.000)

Verwijzing (URL-link) naar website RWT/ZBO

Hyperlink uitgevoerde evaluatie ZBO onder Kaderwet

Stichting Administratie Indonesische Pensioenen (SAIP)

x

x

Namens de minister nemen van beslissingen ter uitvoering van de regelingen en aangelegenheden welke verband houden met zogenaamde overzeese pensioenen en uitkeringen. Zorgdragen voor de uitvoering van de verplichting tot voldoening van de weduwepensioenen en wezenonderstanden aan de nagelaten betrekkingen van gewezen overheidspersoneel van voormalige koloniën.

Artikel 7Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid

7.862

Saip

Evaluatieplicht niet van toepassing. Wel geëvalueerd in 2017: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2017/03/22/rapport-saip/

Huis voor Klokkenluiders

x

Het Huis voor klokkenluiders heeft in de eerste plaats tot taak het informeren, adviseren en ondersteunen van werknemers over te ondernemen stappen inzake het vermoeden van een misstand en in voorkomende gevallen werknemers te verwijzen naar bestuursorganen die belast zijn met opsporing of toezicht waar het vermoeden van een misstand kan worden gemeld. Daarnaast heeft het Huis voor klokkenluiders tot taak het verrichten van onderzoek naar een vermoeden van een misstand of de wijze waarop de werkgever zich jegens de werknemer heeft gedragen naar aanleiding van een melding van een vermoeden van een misstand.

Artikel 7 Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid

0

Huis voor Klokkenluiders

Evaluatie in 2020

Artikel 11 Centraal apparaat

3.073

Huurcommissie

x

Onafhankelijk beslechten en bemiddelen van geschillen tussen huurders en verhuurders over onderhoud, (aanvangs)huurprijs, huurverhoging, energieprestatievergoeding en servicekosten. Daarnaast beslecht de Huurcommissie een geschil dat voortvloeit uit een klacht van de huurder over een gedraging van (een medewerker van) de verhuurder.

Artikel 3 Woningmarkt

6.5701

Huurcommissie

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/blg-795373

Stichting Visitatie Woningcorporaties Nederland

x

De onafhankelijke instantie heeft tot taak ervoor te zorgen dat er eens per vier jaar bij corporaties een visitatie kan worden uitgevoerd, specifiek door het aanwijzen van 'deskundige instanties'. SVWN doet dat door het accrediteren van bureaus die visitaties mogen uitvoeren (zie art. 53a Woningwet).

Artikel 3 Woningmarkt

Visitaties

Evaluatie in 2019

Keuringsinstanties bouwproducten

x

Het optreden als onafhankelijke keurende instantie voor de CE-markering van bouwproducten of voor bouwproducten waarvoor een geharmoniseerde norm beschikbaar is.

Toelatingsorganisatie Kwaliteitsborging Bouw2

x

Kerntaak van de Toelatingsorganisatie is het toelaten tot het stelsel en toezien op de werking van instrumenten voor kwaliteitsborging voor het bouwen. De Toelatingsorganisatie zorgt ervoor dat belanghebbende partijen een gerechtvaardigd vertrouwen kunnen hebben in alle toegelaten instrumenten. Daartoe handhaaft de toelatingsorganisatie door waarschuwen, schorsen en intrekken van toelatingen van instrumenten, houdt zij een register bij, stelt vergoedingen vast voor het gebruik van de instrumenten en geeft voorlichting over de toepassing van regels van toelating. Tenslotte monitort en evalueert de toelatingsorganisatie het functioneren van het stelsel van kwaliteitsborging voor het bouwen.

Artikel 4Energietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteit

516

Evaluatie in 2025

Dienst voor het Kadaster en de openbare registers

x

x

Als onafhankelijke partij biedt het Kadaster zekerheid door transparantie over eigendom en gebruik van vastgoed en ruimte. De gegevens zijn opvraagbaar en bieden inzicht wat van wie is en helpen bij het maken van keuzes.

Artikel 5.1Ruimtelijke ordening

26.361

Kadaster

https://archief06.archiefweb.eu/archives/archiefweb/20180227041656/https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/rapporten/2015/12/17/rapport-wettelijke-evaluatie-kadaster/rapport-wettelijke-evaluatie-kadaster.pdf

Artikel 5.2Omgevingswet

19.053

X Noot
1

De bijdrage uit de begroting voor de kosten van het ZBO maakt deel uit van de totale bijdrage uit de begroting aan het ZBO Huurcommissie en het agentschap DHC. In de administratie worden kosten van het ZBO niet apart verantwoord, mede omdat ze voor een groot deel samenvallen met kosten van het agentschap. De totale bijdrage aan het ZBO Huurcommissie en agentschap DHC bedraagt € 6.908. Zie voor de cijfers artikel 3 en de batenlastenparagraaf van DHC in deze begroting.

X Noot
2

De Toelatingsorganisatie Kwaliteitsborging Bouw wordt in 2020 opgericht.

Bijlage 2: Verdiepingsbijlage

Beleidsartikel 1. Openbaar bestuur en democratie

Uitgaven

Tabel 59 Uitgaven (bedragen x € 1.000)

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Stand ontwerpbegroting 2019

59.323

56.261

52.216

48.160

48.160

Mutatie Nota van Wijziging 2019

Mutatie amendement 2019

Mutatie 1e suppletoire begroting 2019

1.472

2.787

3.410

4.020

4.020

Extrapolatie

52.180

Nieuwe mutaties

75

339

585

621

620

620

Waarvan:

1) Experiment centrale stemopneming

‒ 1.005

0

0

0

0

0

2) Software verkiezingen

2.500

0

0

0

0

0

3) Kiezers in het buitenland

‒ 1.232

0

0

0

0

0

Stand ontwerpbegroting 2020

60.870

59.387

56.211

52.801

52.800

52.800

Toelichting

1) Experiment centrale stemopneming

Gemeenten die deelnamen aan het experiment centrale stemopneming bij de gecombineerde provinciale staten- en waterschapsverkiezingen in maart 2019 en/of bij de verkiezing van het Europees Parlement in mei 2019 ontvangen voor de hogere kosten per verkiezing een bijdrage via het gemeentefonds.

2) Software verkiezingen

Er is een nieuw digitaal hulpmiddel voor het berekenen van de verkiezingsuitslag nodig, omdat blijkt dat het huidige hulpmiddel niet betrouwbaar en veilig genoeg is. De aanbesteding kan niet voor de zomer van 2019 plaatsvinden, waardoor het nieuwe digitale hulpmiddel niet gereed is voor de volgende Tweede Kamer verkiezingen. Daarom wordt opdracht gegeven om zo spoedig mogelijk de technische beperkingen van de huidige software op te lossen.

3) Kiezers in het buitenland

De gemeente Den Haag ontvangt via het gemeentefonds een bijdrage ten behoeve van de permanente registratie voor kiezers in het buitenland en de organisatie van verkiezingen voor de kiezers in het buitenland.

Ontvangsten

Tabel 60 Ontvangsten (bedragen x € 1.000)

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Stand ontwerpbegroting 2019

21.965

21.965

21.965

21.965

21.965

Mutatie Nota van Wijziging 2019

Mutatie amendement 2019

Mutatie 1e suppletoire begroting 2019

0

0

0

0

0

Extrapolatie

21.965

Nieuwe mutaties

0

0

0

0

0

0

Stand ontwerpbegroting 2020

21.965

21.965

21.965

21.965

21.965

21.965

Beleidsartikel 2: Nationale veiligheid

Uitgaven

Tabel 61 Uitgaven (bedragen x € 1.000)

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Stand ontwerpbegroting 2019

274.253

276.438

281.779

279.423

278.952

Mutatie Nota van Wijziging 2019

Mutatie amendement 2019

Mutatie 1e suppletoire begroting 2019

10.653

13.250

18.330

22.492

22.813

Extrapolatie

301.180

Nieuwe mutaties

8.579

8.173

7.997

7.931

7.917

7.943

Waarvan:

1) Loon- en prijsbijstelling

7.022

7.080

7.823

7.757

7.743

7.743

Stand ontwerpbegroting 2020

293.485

297.861

308.106

309.846

309.682

309.123

Toelichting

1) Loon- en prijsbijstelling

Dit betreft de toedeling van de loon- en prijsbijstelling van 2019.

Ontvangsten

Tabel 62 Ontvangsten (bedragen x € 1.000)

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Stand ontwerpbegroting 2019

13.214

13.214

13.214

13.214

13.214

Mutatie Nota van Wijziging 2019

Mutatie amendement 2019

Mutatie 1e suppletoire begroting 2019

1.500

1.500

1.500

1.500

1.500

Extrapolatie

14.714

Nieuwe mutaties

0

0

0

0

0

0

Stand ontwerpbegroting 2020

14.714

14.714

14.714

14.714

14.714

14.714

Beleidsartikel 3. Woningmarkt

Uitgaven

Tabel 63 Uitgaven (bedragen x € 1.000)

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Stand ontwerpbegroting 2019

4.104.213

4.291.902

4.445.606

4.598.243

4.749.907

Mutatie Nota van Wijziging 2019

Mutatie amendement 2019

Mutatie 1e suppletoire begroting 2019

9.813

8.900

‒ 3.400

‒ 18.700

‒ 34.200

Extrapolatie

4.857.707

Nieuwe mutaties

32.061

‒ 3.406

‒ 2.417

‒ 3.661

‒ 3.739

170

Waarvan:

1) Afdracht NHG

29.769

0

0

0

0

0

2) Woonregelingen RVO.nl

0

‒ 4.293

‒ 4.006

‒ 4.052

‒ 4.130

‒ 221

Stand ontwerpbegroting 2020

4.146.087

4.297.396

4.439.789

4.575.882

4.711.968

4.857.877

Toelichting

1) Afdracht NHG

De Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW) betaalt jaarlijks een achtervangvergoeding voor de Nationale Hypotheek Garantie (NHG) aan het Rijk. De jaarlijkse vergoeding wordt gestort in de daarvoor bestemde risicovoorziening NHG. De afdracht over het boekjaar 2018 bedraagt afgerond € 29,8 mln.

2) Woonregelingen RVO.nl

RVO.nl ontvangt een bijdrage voor het uitvoeren van werkzaamheden voor de vier woonregelingen BEW+, TRSHV, RVV en RVV Verduurzaming. Het beschikbare budget voor de bijdrage van RVO.nl is van artikel 3 naar artikel 4 overgeheveld, omdat RVO.nl centraal betaald wordt vanaf artikel 4.

Ontvangsten

Tabel 64 Ontvangsten (bedragen x € 1.000)

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Stand ontwerpbegroting 2019

521.000

516.000

478.000

462.000

456.000

Mutatie Nota van Wijziging 2019

Mutatie amendement 2019

Mutatie 1e suppletoire begroting 2019

‒ 30.723

‒ 44.000

‒ 12.400

1.800

1.000

Extrapolatie

435.300

Nieuwe mutaties

31.702

0

0

0

0

0

Waarvan:

1) Afdracht NHG

29.769

0

0

0

0

0

Stand ontwerpbegroting 2020

521.979

472.000

465.600

463.800

457.000

435.300

Toelichting

1) Afdracht NHG

De Stichting WEW betaalt jaarlijks een achtervangvergoeding voor de NHG aan het Rijk. De jaarlijkse vergoeding wordt gestort in de daarvoor bestemde risicovoorziening NHG. De afdracht over het boekjaar 2018 bedraagt afgerond € 29,8 mln.

Beleidsartikel 4. Energietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteit

Uitgaven

Tabel 65 Uitgaven (bedragen x € 1.000)

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Stand ontwerpbegroting 2019

209.008

167.728

23.891

23.683

18.420

Mutatie Nota van Wijziging 2019

77.500

0

0

0

0

Mutatie amendement 2019

Mutatie 1e suppletoire begroting 2019

‒ 22.205

4.368

3.467

4.500

0

Extrapolatie

18.420

Nieuwe mutaties

83.219

308.846

83.054

29.593

29.549

25.640

Waarvan:

1) Klimaatmiddelen VNG

150.000

0

0

0

0

0

2) Regionale Energie Strategieën

0

12.500

0

0

0

0

3) Regionale Energie Strategieën (Gemeentefonds)

‒ 34.640

0

0

0

0

0

4) Programma Reductie Energieverbruik (PRE)

12.600

47.400

0

0

0

0

5) Subsidieregeling PRE

6.300

23.700

0

0

0

0

6) Programma Aardgasvrije Wijken (PAW)

‒ 34.817

68.600

21.000

0

0

0

7) Subsidieregeling Aardgasvrije Huurwoningen (SAH)

0

50.000

0

0

0

0

8) Subsidieregeling Energiebesparing Eigen Huis (SEEH+)

15.000

75.000

0

0

0

0

9) Innovatieprogramma CO2 (Klimaatakkoord)

0

25.000

25.000

25.000

25.000

25.000

10) Stimuleringsregeling Energieprestatie Huursector (STEP)

‒ 22.500

‒ 5.000

27.500

0

0

0

11) Renovatieversneller (Klimaatakkoord)

0

5.000

5.000

0

0

0

12) Meerjarig Missiegedreven Innovatie Programma (MMIP)

‒ 7.324

0

0

0

0

0

13) Woonregelingen RVO.nl

0

4.293

4.006

4.052

4.130

221

Stand ontwerpbegroting 2020

347.522

480.942

110.412

57.776

47.969

44.060

Toelichting

1) Klimaatmiddelen VNG

Gemeenten krijgen extra taken om de energietransitie in de gebouwde omgeving vorm te geven. Daarom is in het Ontwerp Klimaatakkoord opgenomen dat het Rijk voor de periode 2019 t/m 2021 € 150 mln. ter beschikking stelt aan de VNG. Nadruk bij deze aanvullende middelen ligt op de ondersteuning van de decentrale overheden bij het realiseren van de Regionale Energie Strategieën (RES), de transitiesvisies warmte, de wijkaanpak en het informeren van bewoners.

2) Regionale Energie Strategieën

Aanvullend op de klimaatmiddelen voor de VNG stelt het Rijk € 20 mln. beschikbaar voor de ondersteuning van de RES in de 30 regio's. Voor 2020 wordt € 12,5 mln. overgeheveld naar de begroting van BZK. De middelen voor het expertisecentrum warmte worden overgeboekt naar de begroting van EZK (€ 7,5 mln.).

3) Regionale Energie Strategieën (Gemeentefonds)

In het Interbestuurlijke programma (IBP) is afgesproken dat Regionale Energie Strategieën (RES) in 2019 vorm moeten krijgen. Het opstellen van een RES vraagt het nodige van de decentrale overheden: expertise verwerven, overleg met stakeholders en organiseren van burgerparticipatie. Via het gemeentefonds wordt € 34,6 mln. ingezet voor de regio’s die deze middelen doelgericht inzetten voor de definiëring van de RES.

4) Programma Reductie Energieverbruik (PRE)

In het kader van de Urgenda-aanpak stelt het kabinet budget beschikbaar aan gemeenten voor het PRE. Dit programma stimuleert laagdrempelige energiebesparingsmaatregelen bij huishoudens in de koopsector. Aan het gemeentefonds wordt hiervoor € 60 mln. beschikbaar gesteld te weten € 12,6 mln. in 2019 en € 47,4 mln. in 2020.

5) Subsidieregeling PRE

In het kader van de Urgenda-aanpak stelt het kabinet budget beschikbaar aan (private) partijen voor het PRE. Dit programma draagt daar aan bij door het stimuleren van de uitvoering van (een aantal) laagdrempelige energiebesparingsmaatregelen bij huishoudens in de koopsector. Er is in totaal € 30 mln. beschikbaar in de periode 2019-2020.

6) Programma Aardgasvrije Wijken (PAW)

Voor 2019 ontvangt een aantal gemeenten via het gemeentefonds een bijdrage voor de geselecteerde proeftuinen voor het aardgasvrij maken van bestaande wijken. De middelen voor 2020 en 2021 zijn bedoeld voor de voorzetting van het Programma Aardgasvrije Wijken om te leren op welke manier de wijkgerichte aanpak kan worden ingericht en opgeschaald. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van grootschalige proeftuinen (100 wijken aanpak) en een bijbehorend Kennis- en Leerprogramma (KLP).

7) Subsidieregeling Aardgasvrije Huurwoningen (SAH)

In het Klimaatakkoord is afgesproken zo snel mogelijk bestaande woningen te verduurzamen via de Startmotor huursector. De bedoeling van deze Startmotor is om in korte tijd voldoende ervaring en schaalgrootte te realiseren bij het aardgasvrij maken van wijken, zodat een programmatische wijkaanpak mogelijk wordt.

8) Subsidieregeling Energiebesparing Eigen Huis (SEEH)

In het kader van de Urgenda-aanpak stelt het kabinet de SEEH opnieuw open voor eigenaar-bewoners. Er is voor eigenaar-bewoners € 84 mln. aan subsidie beschikbaar, dat is ongeveer twee keer zoveel als in 2016. In 2019 is hiervoor € 13 mln. beschikbaar en in 2020 € 71 mln. De rest van het budget (€ 6 mln.) is beschikbaar voor uitvoeringskosten.

9) Innovatieprogramma CO2

Het innovatieprogramma CO2-neutrale gebouwde omgeving vernieuwt, intensiveert en versterkt het topsectorenbeleid, in het bijzonder beleid in het kader van het Topconsortia Kennis en Innovatie Urban Energy (TKIUE) en de kennisopbouw en uitwisseling rondom maatschappelijke vastgoed. Het gaat hierbij om: ontwikkelen van commercieel toepasbare oplossingen voor een aardgasvrije gebouwde omgeving, Meerjarig Missiegedreven Innovatieprogramma’s (MMIP’s) en de oprichting van een Kennis- innovatieplatform Energietransitie Maatschappelijk Vastgoed.

10) Stimuleringsregeling Energieprestatie Huursector (STEP)

Het beschikbare budget voor de Stimuleringsregeling energieprestatie huursector (STEP) wordt met deze kasschuif in lijn gebracht met de uitbetalingsprognose van RVO.nl.

11) Renovatieversneller

Het Ministerie van BZK, AEDES, Woonbond, Techniek Nederland, Bouwend Nederland en OnderhoudNL richten de Renovatieversneller gezamenlijk in als een landelijk ondersteuningsprogramma. Het programma biedt een stimulerende leeromgeving waarin corporaties en aanbieders samenwerken aan onder andere standaardisatie, optimaliseren van de keten door het creëren van juiste condities voor opschaling en andere vormen van innovatie. Naast het ondersteuningsprogramma zijn er middelen beschikbaar voor het gericht stimuleren van opschaling van reeds gevalideerde prototypes en gedemonstreerde nieuwe technieken via een subsidietender.

12) Meerjarige Missiegedreven Innovatie Programma (MMIP)

Dit betreft een bijdrage aan het Ministerie van EZK voor de subsidieregeling «Energie-innovaties in de gebouwde omgeving» van het Meerjarige Missiegedreven Innovatie Programma (MMIP).

13) Woonregelingen RVO.nl

RVO.nl ontvangt een bijdrage voor het uitvoeren van werkzaamheden voor de vier woonregelingen BEW+, TRSHV, RVV en RVV Verduurzaming. Vanaf artikel 3 wordt het beschikbare budget overgeheveld naar artikel 4, omdat RVO.nl centraal betaald wordt vanaf artikel 4.

Ontvangsten

Tabel 66 Ontvangsten (bedragen x € 1.000)

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Stand ontwerpbegroting 2019

91

91

91

91

91

Mutatie Nota van Wijziging 2019

0

0

0

0

0

Mutatie amendement 2019

Mutatie 1e suppletoire begroting 2019

0

0

0

0

0

Extrapolatie

91

Nieuwe mutaties

0

0

0

0

0

0

Stand ontwerpbegroting 2020

91

91

91

91

91

91

Beleidsartikel 5. Ruimtelijke ordening en omgevingswet

Uitgaven

Tabel 67 Uitgaven (bedragen x € 1.000)

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Stand ontwerpbegroting 2019

102.919

93.875

62.186

57.593

51.453

Mutatie Nota van Wijziging 2019

Mutatie amendement 2019

Mutatie 1e suppletoire begroting 2019

9.284

3.999

0

0

0

Extrapolatie

50.282

Nieuwe mutaties

8.509

26.881

24.275

24.134

24.021

23.997

Waarvan:

1) Omgevingswet

0

7.000

5.000

5.000

5.000

5.000

2) Bijdrage VNG t.b.v. beheer DSO

0

18.000

18.000

18.000

18.000

18.000

3) Inzet Basisregistratie Ondergrond (BRO)

‒ 4.650

0

0

0

0

0

4) Informatiepunt

3.400

0

0

0

0

0

5) Bufferzonegronden

5.000

0

0

0

0

0

6) Loon- en prijsbijstelling

2.057

1.895

1.279

1.142

1.021

997

7) Desaldering diverse afrekeningen 2018

3.898

0

0

0

0

0

Stand ontwerpbegroting 2020

120.712

124.755

86.461

81.727

75.474

74.279

Toelichting

1) Omgevingswet

Voor de periode 2020-2025 wordt er in totaal € 22 mln. toegevoegd aan de begroting van BZK voor de investeringsbijdrage van het rijk voor de uitbouw van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO, fase-2).

2) Bijdrage VNG t.b.v. beheer DSO

Met deze overboeking wordt de bijdrage van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) aan het beheer van het DSO structureel overgeheveld naar de begroting van BZK, zoals afgesproken in de beheersovereenkomst.

3) Inzet Basisregistratie Ondergrond (BRO)

Dit betreft een aanvullende bijdrage van circa € 4,7 mln. aan het GIP 2019 programma in het kader van de implementatie van de wet Basisregistratie Ondergrond (BRO) voor de realisatie van de volgende diensten en producten: BRO realisatie Landelijke Voorziening tranche 2 en 3, realisatie Doelarchitectuur inclusief BRO-loket, ondiepe modellering tranche 2 (harmonisatie GeoTOP, REGIS, DGM) en ketenmanager.

4) Informatiepunt

Voor de werkzaamheden van het Informatiepunt is voor 2019 en de eerste helft van 2020 een budget benodigd van € 6,8 mln., te financieren door de Ministeries van BZK en Infrastructuur en Waterstaat (IenW). BZK heeft zijn aandeel in 2018 aan Rijkswaterstaat (RWS) beschikbaar gesteld. IenW draagt bij door € 3,4 mln. over te boeken naar de begroting van BZK.

5) Bufferzonegronden

De laatste ontvangsten op de verkoop van de bufferzonegronden van het voormalige Bureau Beheer Landbouwgronden vallen hoger uit dan geraamd. Bij de overdracht vanuit het voormalige Ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM) is de afspraak gemaakt dat de helft van de ontvangsten terugvloeit naar de begroting van het Ministerie van IenW.

6) Loon- en prijsbijstelling

Dit betreft de toedeling van de loon- en prijsbijstelling 2019.

7) Desaldering diverse afrekeningen 2018

Dit betreft de desaldering van ontvangsten van de afrekeningen 2018 met de organisaties KOOP, Geonovum, Kadaster en RWS. Hiermee worden vertraagde activiteiten uit 2018 in 2019 uitgevoerd.

Ontvangsten

Tabel 68 Ontvangsten (bedragen x € 1.000)

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Stand ontwerpbegroting 2019

3.824

3.824

3.824

3.824

3.824

Mutatie Nota van Wijziging 2019

Mutatie amendement 2019

Mutatie 1e suppletoire begroting 2019

3.750

0

0

0

0

Extrapolatie

3.824

Nieuwe mutaties

8.898

0

0

0

0

0

Waarvan:

1) Bufferzonegronden

5.000

0

0

0

0

0