Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201832761 nr. 123

32 761 Verwerking en bescherming persoonsgegevens

Nr. 123 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 29 juni 2018

Hierbij ontvangt u de kabinetsreactie op het advies van de Autoriteit Persoonsgegevens1 over het gemak waarmee persoonsgegevens te raadplegen zijn via het Kadaster.

Bij de beantwoording van de Kamervragen van het lid Verhoeven2 is verwezen naar dit kabinetsstandpunt.

Het advies is gevraagd door de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie op verzoek van de vaste Kamercommissie voor Veiligheid en Justitie3. In de adviesaanvraag is verzocht in te gaan op twee casus: toegankelijkheid van persoonsgegevens via het Kadaster en openbaarheid van donorgegevens. Het advies is uitgebracht aan de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie. Omdat het in de tweede casus om statistische gegevens per postcodegebied gaat valt deze niet onder de werking van de Wet bescherming persoonsgegevens. De toegankelijkheid van persoonsgegevens via het Kadaster valt hier wel onder. Omdat het advies zich verder volledig hierop richt doe ik u deze kabinetsreactie vanuit mijn verantwoordelijkheid voor het Kadaster, toekomen.

Advies Autoriteit Persoonsgegevens t.a.v. casus raadplegen persoonsgegevens via het Kadaster

In de volgende tekst hanteer ik de term verstrekking van persoonsgegevens in plaats van de meer algemene term verwerking van persoonsgegevens die de Autoriteit Persoonsgegevens hanteert omdat het in deze casus vooral gaat om het gemak waarmee persoonsgegevens kunnen worden geraadpleegd via het Kadaster.

Het advies van de Autoriteit Persoonsgegevens beschrijft eerst de algemene principes die van toepassing zijn in het kader van bescherming persoonsgegevens:

  • toestemming van betrokkene of wettelijke grondslag: de verstrekking van de persoonsgegevens gebeurt met toestemming of is noodzakelijk in het kader van een van de in de Wet bescherming persoonsgegevens genoemde wettelijke grondslagen (art. 8 WBP),

  • proportionaliteit: er is een afweging gemaakt of het belang van verstrekken van persoonsgegevens zwaarder weegt dan de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer,

  • subsidiariteit: er is bezien of het doel ook gediend kan worden via een andere weg dan verstrekking van de persoonsgegevens,

  • doelbinding: verstrekking gebeurt in het kader van het doel waarvoor de gegevens zijn verzameld.

Daarna gaat het advies in op de specifieke casus van het Kadaster. Bij de invoering van de Wet bescherming persoonsgegevens is in 2001 in de Kadasterwet een bepaling opgenomen dat bij algemene maatregel van bestuur beperkingen kunnen worden gesteld aan de toegankelijkheid van persoonsgegevens (Art. 107b Kadasterwet). Er is echter tot op heden geen gebruik gemaakt van dit artikel. Hierbij trekt de Autoriteit Persoonsgegevens de vergelijking met het Handelsregister waar dit in 2008 wel is gebeurd.

De Autoriteit Persoonsgegevens beziet de Kadastercasus in het licht van de algemene principes als volgt:

  • het Kadaster kent in de Kadasterwet een wettelijke grondslag op basis waarvan gegevens desgevraagd worden verstrekt,

  • de Autoriteit Persoonsgegevens ziet in de Kadasterwet ruimte om doelbinding toe te passen, aangezien de verstrekking gebeurt in het kader van in de wet benoemde doelen (Art. 2a Kadasterwet),

  • op basis van proportionaliteit is het daarnaast mogelijk om b.v. in gevallen waarin de veiligheid van personen in het geding is op verzoek persoonsgegevens af te kunnen schermen.

N.B. het advies van de Autoriteit Persoonsgegevens is nog gebaseerd op de Wet bescherming persoonsgegevens (WBP). Inmiddels is deze opgevolgd door de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) die op 25 mei 2018 in werking is getreden. De strekking van de AVG is voor dit onderwerp vergelijkbaar met de eerdere WBP.

Reactie op het advies van de Autoriteit Persoonsgegevens

De Minister van Infrastructuur en Milieu heeft u reeds eerder aangegeven dat ze in overleg met het Kadaster zou onderzoeken of de huidige balans tussen toegankelijkheid in het belang van de rechtszekerheid enerzijds en bescherming van de persoonsgegevens inclusief veiligheidsaspecten anderzijds nog steeds passend is.4 Ik heb deze lijn overgenomen en heb dit advies betrokken bij deze afweging.

Voor ik inga op de afweging en de conclusies wil ik eerst een korte toelichting geven op de huidige stand van zaken t.a.v. de toegankelijkheid van gegevens via het Kadaster, waarbij ik benadruk dat deze werkwijze past binnen de wettelijke kaders en die van de AVG.

De kadastrale registratie, kadastrale kaart en de openbare registers van het Kadaster zijn op grond van de Kadasterwet openbaar en voor eenieder toegankelijk, in het belang van de rechtszekerheid ten aanzien van onroerende zaken, de transparantie van de vastgoedmarkt en het functioneren van de overheid. De Kadasterwet regelt dat expliciet. Desgevraagd verstrekt het Kadaster aan eenieder de gevraagde informatie. De dienstverlening van het Kadaster is daarop ingesteld en het bevragen van het Kadaster is door de digitalisering zeer laagdrempelig. Veel gegevens zijn direct via internet opvraagbaar.

Een deel van de informatie die opvraagbaar is vanuit de kadastrale registratie en de openbare registers is te beschouwen als persoonsinformatie. Het gaat dan in de kadastrale registratie om naam, adres, woonplaats en geboortedatum van rechthebbenden, de eigendommen die iemand heeft, de koopprijs van een woning, de hoogte van een hypotheek en dergelijke. In de akten in de openbare registers worden daarnaast ook nummers van identiteitsdocumenten opgenomen. Ook kunnen in stukken in de openbare registers gegevens zijn opgenomen die betrekking hebben op andere zaken dan de vastgoedtransactie.

Binnen de dienstverlening van het Kadaster wordt thans niet principieel anders omgegaan met persoonsgegevens dan met andere gegevens. Wel is het zo dat de kadastrale kaart sinds kort als open data beschikbaar is terwijl voor de administratieve informatie een tarief verschuldigd is. Gebruikers met een abonnement kunnen daarbij op persoon zoeken in de kadastrale registratie en incidentele gebruikers alleen op adres of perceel. In de leveringsvoorwaarden is expliciet opgenomen dat de gegevens niet voor direct marketing mogen worden gebruikt.

In de afweging tussen het maatschappelijk belang van brede toegankelijkheid van kadastrale informatie enerzijds en bescherming van persoonsgegevens anderzijds ben ik, in overleg met het Kadaster, tot de volgende lijn gekomen:

  • 1. Ik bereid een algemene maatregel van bestuur voor waarin wordt geregeld dat de informatie over personen die mogelijk een persoonlijk risico lopen of bedreigd worden kan worden afgeschermd; om objectief te kunnen bepalen of iemand voor afscherming in aanmerking komt wordt aangesloten bij het stelsel van bewaken en beveiligen;

  • 2. Ik voer overleg met partijen die stukken, zoals notariële akten, aanbieden voor opname in de openbare registers om te komen tot een gedragslijn waarbij in deze stukken geen onnodige privacygevoelige gegevens worden opgenomen, zodat deze ook niet via het Kadaster zijn te raadplegen; een uitzondering vormen hierbij de nummers van identiteitsdocumenten omdat de Wet op het notarisambt vereist dat deze worden opgenomen in akten; hier bestaat echter de mogelijkheid een uittreksel van de akte waarin deze gegevens niet voorkomen aan te bieden aan het Kadaster.

  • 3. Aan de informatieverstrekkingskant van het Kadaster wil ik vasthouden aan de huidige praktijk gebaseerd op de Kadasterwet, in verband met het belang van een snelle toegang tot de informatie uit deze openbare registratie voor eenieder, waardoor voor iedereen duidelijk is wat de rechtstoestand van onroerende zaken is; de kern van de registratie van het Kadaster is het vastleggen van de relatie tussen onroerende zaken en rechthebbenden; deze informatie verliest veel waarde als de informatieverstrekking over de rechthebbenden wordt beperkt; ik besef dat niet voor ieder gebruik alle persoonsgegevens noodzakelijk zijn en dat burgers deze informatie als privacygevoelig beschouwen; differentiatie van verstrekking op basis van doelbinding leidt echter naar verwachting tot meer administratieve lasten voor de informatievrager die meer tijd en geld moet besteden om aan de gewenste informatie te komen; indien in de oplossingen gewerkt zou worden met het principe van toestemming van de geregistreerde leidt het ook bij deze partij tot administratieve lasten; het belangrijkst is echter dat de beperking van de toegankelijkheid kan leiden tot een langere doorlooptijd van vastgoedtransacties en daarmee tot economische schade; strikte hantering van doelbinding bij informatieverstrekking betekent al snel weken vertraging voor de informatievrager over de informatie kan beschikken; verschillende partijen krijgen hierdoor bovendien een ongelijke informatiepositie; het rechtsverkeer is nu gebaseerd op het snel kunnen beschikken over juiste informatie t.a.v. vastgoed; het is niet in het belang van de burgers barrières op te werpen bij het kunnen beschikken over relevante informatie in het kader van vastgoedtransacties, zoals deze informatie van het Kadaster.

Met deze lijn wordt in punt 1 invulling gegeven aan het proportionaliteitsbeginsel zoals genoemd in het advies van de Autoriteit Persoonsgegevens. Aan doelbinding wordt aan de registratiezijde van het Kadaster invulling gegeven in punt 2. Voor de informatieverstrekking door het Kadaster geldt op dit moment geen doelbinding en die lijn wil ik, zoals gesteld in punt 3, handhaven, omdat beperking van de toegankelijkheid van de informatie van het Kadaster niet strookt met de doelen waarvoor deze openbare registratie is ingericht.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.H. Ollongren


X Noot
1

Brief van de Autoriteit Persoonsgegevens aan de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie d.d. 6 juni 2017, kenmerk z2016–16176: «Adviesaanvraag over het gemak waarmee persoonsgegevens te raadplegen zijn» (zie bijlage). Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
2

Vragen van het lid Verhoeven (D66) aan de Minister voor Rechtsbescherming over het bericht «Privacywet of niet, Kadaster deelt privégegevens», Aanhangsel Handelingen II 2017/18, nr. 2299.

X Noot
3

Brief van de Commissie V&J aan de Minister van Veiligheid en Justitie d.d. 13 oktober 2016: «Verzoek advies te vragen aan de Autoriteit Persoonsgegevens over het gemak waarmee persoonsgegevens te raadplegen zijn».

X Noot
4

Aanhangsel Handelingen II 2016/17, nr. 453