Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 22 mei 2018
Op 4 december 2017 heb ik u de tweede Overall rapportage sociaal domein van het Sociaal
en Cultureel Planbureau aangeboden (Kamerstuk 34 477, nr. 29). Het ordedebat van 5 december 2017, waarin het thema rol en positie van raadsleden
in het sociaal domein aan de orde is gesteld, heeft geresulteerd in het verzoek om
een integrale reactie op de rapportage (Handelingen II 2017/18, nr. 30, item 16).
De inzet van de decentralisatie, per 1 januari 2015, van taken op het gebied van maatschappelijke
ondersteuning, jeugdzorg en (arbeids)participatie naar gemeenten, was om de dienstverlening
zo dicht mogelijk bij de burger te brengen en gemeenten in staat te stellen integraal
en samenhangend beleid te voeren.
Deze uitbreiding van verantwoordelijkheden voor gemeenten heeft ook een behoefte aan
monitoringsinformatie met zich meegebracht, waarmee op landelijk niveau inzicht ontstaat
over de ontwikkeling van het sociaal domein in de praktijk. Zie over informatievoorziening
in het sociaal domein de brieven van mijn voorganger (Kamerstuk 33 750 VII, nr. 67 en Kamerstuk 34 300 VII, nr. 14). Het SCP heeft inmiddels twee rapportages afgerond.
In mijn brief van 4 december 2017 liet ik weten dat de tweede overall rapportage sociaal
domein een bijdrage levert aan het verkrijgen van een landelijk beeld van de stand
van zaken van het sociaal domein. Naast de talrijke andere signalen over het sociaal
domein, ontstaat het beeld dat de transitie is afgerond, maar dat er ook nog veel
tijd en aandacht nodig is voor de verdere ontwikkeling, de zogenaamde transformatie.
In aanvulling hierop zie ik dat de tweede Overall rapportage van het Sociaal en Cultureel
Planbureau (SCP) een goed overzicht biedt van tal van zaken die spelen op het sociaal
domein. Ik heb daarvan met waardering kennisgenomen. Het SCP benoemt waardevolle bevindingen
over de kwaliteit van leven van burgers. Ook brengt het SCP bestuurlijke zaken in
beeld als gemeentelijke samenwerking en de rol van gemeenteraden, en gaat het in op
meer zorginhoudelijke vraagstukken als schuldenproblematiek, toegang tot de jeugdhulp
en zorgcontinuïteit voor jongeren die de overgang naar jongvolwassenheid maken (18-/18+).
Ik herken de bevindingen van het SCP en de noodzaak om hiermee aan de slag te gaan.
Diverse onderwerpen uit de rapportage hebben daarom een plaats gekregen in het Interbestuurlijk
Programma (IBP) (Kamerstuk 29 362, nr. 266). Over het sociaal domein staan in het IBP de thema’s Merkbaar beter in het sociaal
domein en Problematische schulden voorkomen en oplossen. Het SCP benoemt in de overall
rapportage sociaal domein dat huishoudens met schulden vaker te maken blijken te hebben
met andere problemen. In de Overall rapportage concludeert het SCP dat in huishoudens
met schulden het gebruik van sociaal domeinvoorzieningen tweeënhalf keer zo vaak voorkomt
dan wanneer er geen schulden zijn. Deze huishoudens met schulden komen ook veel vaker
in aanraking met politie. Het oppakken van multiproblematiek in deze huishoudens vergt
een integrale aanpak. In het IBP gaan gemeenten, VNG en het Rijk samen aan de slag
om het aantal mensen met problematische schulden terug te dringen en mensen met schulden
effectiever te helpen. Specifiek wordt gezocht naar ruimte voor maatwerk, waarbij
naar oplossingen wordt gezocht voor de schuldenproblematiek vanuit een integraal perspectief.
Ook in het thema Goed openbaar bestuur in een veranderende samenleving wordt onder
meer een relatie gelegd met het sociaal domein. Ingezet wordt op het stimuleren van
meer domeinoverstijgende samenwerking, bijvoorbeeld tussen jeugdzorg en onderwijs,
het gebruik van moderne ICT-toepassingen, vroegsignalering en het stimuleren van burgerinitiatieven.
Het doel van monitoring is om het functioneren van het stelsel als geheel inzichtelijk
te maken. De huidige initiatieven op landelijk niveau (Gemeentelijke Monitor Sociaal
Domein (VNG/KING), de Overall Rapportage Sociaal Domein (BZK/SCP) en statistieken
en onderzoeken (o.a. van de ROB, CBS, CPB, etc.)) geven een beeld. Daarnaast werken
gemeenten en Rijk zelf aan de ontwikkeling van «outcome» indicatoren. Gemeenten doen
daarnaast onderzoek naar de ervaring/beleving van de burgers over de gemeentelijke
dienstverlening en de kwaliteit van leven, aangevuld met «hardere» indicatoren.
Samengevat: bij gemeenten en bij het Rijk ontstaat, ook gezien de snelle ontwikkelingen
in het sociaal domein, behoefte aan meer outcome-informatie: de juiste informatie
over het gebruik en de effecten van voorzieningen in het sociaal domein. Het instrument
Overall rapportage heeft zijn waarde de afgelopen twee jaar bewezen. Er wordt in lijn
met bovenstaande in overleg met het SCP gezocht naar een meer toekomstbestendige vorm,
die voldoet in deze behoefte aan outcome informatie. Ik zal u daar te zijner tijd
verder over informeren.
Over gemeentelijke samenwerking wordt u binnenkort geïnformeerd, over de rol en positie
van gemeenteraden bent u in een afzonderlijke brief uitgebreider geïnformeerd (Kamerstuk
34 775 VII, nr. 59).
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
K.H. Ollongren