Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-201730196 nr. 540

30 196 Duurzame ontwikkeling en beleid

Nr. 540 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 28 februari 2017

In het VAO van 22 december 2016 over Energiebesparing in de gebouwde omgeving (Handelingen II 2016/17, nr. 39, item 6) heeft Kamerlid Voortman een motie ingediend die de regering verzoekt een werkgroep in te stellen met als doel de haalbaarheid en effectiviteit van verschillende varianten van gebouwgebonden financiering van energiebesparingrenovaties te onderzoeken (Kamerstuk 30 196, nr. 491). De Minister voor Wonen en Rijksdienst heeft in zijn reactie de relatie gelegd met de City Deal Woningabonnement: een innovatieve financieringsvorm voor energiebesparingrenovaties voor particulieren.

De Minister voor W&R heeft toegezegd de Kamer voor de verkiezingen over deze City Deal te informeren en daarbij tevens in te gaan op de taakopdracht en vormgeving van de gevraagde werkgroep. Deze brief doet die toezeggingen gestand.

De City Deal Deventer

Op maandag 6 februari jl. is de «City Deal Woningabonnement» afgesloten tussen veertien samenwerkende partijen, te weten de provincie Overijssel, het Energiefonds Overijssel, de gemeenten Deventer, Enschede, Zutphen, Lochem, Ede en Breda, de werkgeversorganisaties VNO/NCW, Bouwend Nederland, UNETO/VNI, MKB Deventer en de Deventer Kring van Werkgevers en het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De getekende Citydeal is als bijlage bij deze brief opgenomen1.

De kern van de gemaakte afspraken is als volgt. Als uitbreiding van een eerder experiment met 20 huizen in Deventer krijgen 600 particuliere huiseigenaren in Overijssel in een proef de mogelijkheid een abonnement te nemen op een maatwerkpakket aan energiebesparende maatregelen in hun huis. De huiseigenaren hoeven daardoor vooraf geen eigen spaargeld in energiebesparing (isolatie) of energieopwekking (zonnepanelen, warmtepomp) te steken omdat de aanbieder dit voorfinanciert. Ze betalen per maand met een abonnement via een centrale organisatie aan de bedrijven die de voorzieningen aanleggen. Zij kunnen het abonnementsgeld betalen doordat hun energierekening daalt en krijgen een garantie op hun energiebesparing.

Na afloop van de abonnementsperiode blijven de energievoorzieningen eigendom van de huiseigenaar. Niet alleen verbruikt de eigenaar minder energie en heeft hij meer wooncomfort, het huis is ook meer waard.

Het concept van het woningabonnement faciliteert daarmee investeringen in energiebesparende maatregelen maar het is niet zo dat de financiering automatisch over gaat bij verkoop. Zoals mijn ambtsvoorganger in zijn brief van 28 november 2016 heeft gemeld (Kamerstuk 30 196, nr. 485) is automatische overdracht één van de kenmerken van gebouwgebonden financiering, maar juridisch niet mogelijk. In geval van het Deventer Woningabonnement moeten bij verhuizing voor afloop van de abonnementsperiode de nog komende termijnen betaald worden. De financiële kant van dit product is een lening voor de eigenaar, waar de gebruikelijke condities van de Wet Financieel Toezicht op van toepassing zijn.

De initiatiefnemers zijn voornemens om voor het abonnement een keurmerk te ontwikkelen, dat een goede uitvoering en financiering garandeert. Ik zal de ontwikkeling van deze deal met veel belangstelling volgen, ook om bijvoorbeeld te bezien of opschaling kansrijk is en wat daar voor nodig is.

De werkgroep

De werkgroep wil ik breed samenstellen en vormgeven als een platform dat een aantal keer per jaar bijeen komt om innovatieve concepten voor financiering van energiebesparende woondiensten te bespreken, waar mogelijk op basis van door de samenwerkende leden in te brengen casuïstiek. De werkgroep brengt in kaart in welke mate deze concepten bijdragen aan besparingsdoelstellingen, wat de kosteneffectiviteit van het voorstel is en of het concept binnen bestaande wet- en regelgeving gerealiseerd kan worden. Indien dat niet het geval is zal inzichtelijk worden gemaakt wat daarvoor in wet- en regelgeving moet worden aangepast. U wordt over de voortgang van de werkzaamheden eind 2017 nader geïnformeerd.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.H.A. Plasterk


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl