Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201933258 nr. 38

33 258 Voorstel van wet van de leden Van Raak, Fokke, Koşer Kaya, Voortman, Segers, Thieme en Klein houdende de oprichting van een Huis voor klokkenluiders (Wet Huis voor klokkenluiders)

Nr. 38 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 19 december 2018

Met deze brief informeer ik u dat zich tot mij twee melders hebben gewend. Deze hebben, onder het regime van een klokkenluidersmelding, een aantal door hen waargenomen vermoedens van misstanden met betrekking tot het Huis voor Klokkenluiders aangekaart.

De meldingen hebben betrekking op:

  • 1) het algemeen functioneren van het Huis, inclusief de administratieve organisatie;

  • 2) de benoemingsprocedure van de huidige voorzitter van het Huis.

Uiteraard acht ik het bij alle organisaties van groot belang, dat klokkenluiders zich met vermoedens van misstanden kunnen melden, binnen de wettelijke waarborgen die daarvoor gelden. Nu het een melding over het Huis voor Klokkenluiders betreft, kunnen melders niet terecht bij de organisatie die daarvoor is opgericht. Dit maakt dat het vinden van een passende procedure extra aandacht en onderzoek heeft gevergd.

De melding is op 17 september 2018 bij mijn ministerie binnengekomen. Direct na de ontvangst zijn er op verzoek van de melders verschillende gesprekken gevoerd om de melding compleet en helder te krijgen. Vervolgens heb ik mij tot de Landsadvocaat gewend voor advies over de juiste wijze van onderzoek naar deze meldingen.

Het Huis voor Klokkenluiders is als zelfstandig bestuursorgaan onder de verantwoordelijkheid van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties gebracht en tegelijkertijd op grote afstand gezet om de onafhankelijkheid te waarborgen. Mijn rol richting het Huis is beperkt. In tegenstelling tot de bevoegdheden bij andere zelfstandige bestuursorganen kan ik bijvoorbeeld geen beleidsregels vaststellen met betrekking tot de taakuitoefening van het Huis of besluiten van het Huis vernietigen. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kan bestuursleden van het Huis niet zelf benoemen of ontslaan, maar dient daartoe een voordracht te doen bij de Koning.

De Nationale ombudsman is bevoegd tot het doen van onderzoek naar gedragingen van bestuursorganen van het Rijk, zoals het Huis voor Klokkenluiders. Daarmee is de Nationale ombudsman voor de behandeling van onderdeel 1 van de meldingen bevoegd. Omdat onderdeel 2 van de meldingen ziet op de benoemingsprocedure van de voorzitter van het Huis en die procedure onder verantwoordelijkheid van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft plaatsgevonden, acht ik mij bevoegd om dat onderdeel in behandeling te nemen. Onderdeel 2 van de melding laat ik onderzoeken door een externe commissie bestaande uit wetenschappers vanuit relevante disciplines. Deze commissieleden worden op korte termijn geworven.

Ik vind het belangrijk dat het onderzoek naar onderdeel 2 (benoemingsprocedure) zo snel mogelijk plaatsvindt. Uiteraard staat de zorgvuldigheid richting alle betrokkenen daarbij voorop. Zodra de uitkomsten van dat onderzoek bekend zijn, zal ik de Kamer daarover informeren, of zoveel eerder als daartoe aanleiding is.

De Nationale ombudsman heeft mij laten weten onderdeel 1 van de melding spoedig in behandeling te nemen en zal daarbij zoals gebruikelijk een onafhankelijk oordeel vormen. Hij zal Uw Kamer informeren over het vervolg.

In het belang van het onderzoek en om benadeling van alle betrokkenen te voorkomen, kan ik op dit moment geen nadere mededelingen doen over de inhoud van de meldingen. Uiteraard ben ik gaarne bereid om Uw Kamer desgewenst vertrouwelijk te informeren.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.H. Ollongren