Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201830985 nr. 25

30 985 Beleidsdoorlichting Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Nr. 25 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 8 december 2017

Bijgaand ontvangt u de beleidsdoorlichting van art 6.4 van de rijksbegroting BZK voor het thema «burgerschap» over de periode 2012–20161. Over de opzet van deze beleidsdoorlichting is uw Kamer geïnformeerd bij brief van 16 december 2016 (Kamerstuk 30 985, nr. 21). Hoofdvraag van de beleidsdoorlichting was: «In hoeverre heeft het beleid aan de beoogde doelen bijgedragen en in hoeverre zijn er (gewenste of ongewenste) neveneffecten opgetreden?»

De beleidsdoorlichting is in overeenstemming met de Regeling periodiek evaluatieonderzoek door het Ministerie van BZK zelf uitgevoerd. Hierdoor verwacht het ministerie te leren wat er van de beleidsintenties is terecht gekomen en hoe het beleid voor de toekomst kan winnen aan doelmatigheid en doeltreffendheid. De doorlichting is begeleid door een externe commissie. Daarnaast heeft prof. dr. W. Voermans, hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Leiden als extern deskundige een onafhankelijk oordeel uitgebracht over het voorlaatste concept. Prof. Voermans komt tot het (positieve) oordeel dat de doorlichting van goede kwaliteit is en tot bruikbare uitkomsten leidt. Zijn rapportage is als bijlage aan de beleidsdoorlichting toegevoegd.

Onder artikel 6.4 vallen drie begrotingsonderdelen:

  • Subsidies en opdrachten in het kader van «doe-democratie» en burgerschap. In totaal over de jaren 2012–2016 een bedrag van € 5.965.000;

  • Subsidie aan ProDemos: In totaal een bedrag van € 23.595.608;

  • Subsidie aan het Nationaal Comité 4 en 5 mei: In totaal een bedrag van € 539.000.

Dit brengt de totale besteding van middelen op beleidsartikel 6.4 in de periode 2012 t/m 2016 op € 30.099.608.

Uit de beleidsdoorlichting blijkt dat met name de subsidie aan ProDemos doelmatig en doeltreffend is geweest, gezien de kwaliteit van de programma’s, het bereik en de tevredenheid. Voor het Nationaal Comité is de subsidie niet direct te relateren aan daarmee bereikte resultaten, maar is ook daar het beeld dat de (bescheiden) subsidie van BZK functioneel is ingezet. Voor de doe-democratie is niet «hard» na te gaan wat de effectiviteit van de subsidie precies is geweest. Dit ligt vooral aan het feit dat het een stimuleringsprogramma was zonder vooraf geformuleerde einddoelen. Wel is waarneembaar dat steeds meer gemeenten in de afgelopen periode burgerinitiatieven zijn gaan ondersteunen en faciliteren, en burgers op verschillende manieren betrokken zijn bij de besluitvorming over publieke thema’s.

De optie van een 20% budgetreductie waarop de beleidsdoorlichting dient in te gaan, kan niet worden doorgevoerd voor ProDemos en het Nationaal Comité 4 en 5 mei, omdat met deze organisaties meerjarige subsidierelaties zijn aangegaan tot en met 2021. Tot dat jaar staat alleen de optie open het budget voor (doe-) democratie en burgerschap te reduceren, van € 181.000 in 2018 oplopend naar € 221.800 in 2021. Met ingang van 2022 kan desgewenst een vermindering bij ProDemos en het Nationaal Comité worden ingeboekt van € 862.400 resp. € 21.600. Samen komt dat op een mogelijke bezuiniging van € 1.105.800, overeenkomend met de gevraagde 20%.

In lijn met het Regeerakkoord «Vertrouwen in de toekomst» is het mijn voornemen te blijven inzetten op burgerschapseducatie, in het bijzonder onder jongeren, naturalisandi en nieuwkomers. Dat doe ik in samenspraak met mijn collega van OCW, zodat het aanbod aansluit bij wat scholen doen aan burgerschapseducatie. Een subsidievermindering voor ProDemos is daarom niet aan de orde. Hetzelfde geldt voor het Nationaal Comité 4 en 5 mei, dat de subsidie eveneens inzet op burgerschapseducatie.

Het Regeerakkoord onderstreept het belang van participatie door burgers, verenigingen en geloofsgemeenschappen, in combinatie met een versterkte rol van gemeenten en provincies. Dit sluit aan bij het beleid dat het Ministerie van BZK reeds voert rond versterking van de participatiepositie van burgers en de ondersteunende rol van de lokale overheid hierbij. Ook voor de toekomst blijft een stimulerende rol van BZK daarom nodig, zowel richting lokale en provinciale overheden als richting burgers, organisaties en gemeenschappen. Vooralsnog zie ik daarom evenmin reden om het budget voor democratie en burgerschap met 20% te korten.

De beleidsdoorlichting bevat vier verbeterpunten:

  • 1. Maak een robuuste beleidstheorie en verbind die aan de vraag welke partij welke verantwoordelijkheden op zich neemt, in het kader van de systeem-verantwoordelijkheid van BZK voor goed bestuur in een meervoudige democratie.

  • 2. Omschrijf aan de voorkant duidelijker wat je doelen zijn en volg de ontwikkelingen met een monitor, zodat het effect van experimenten groter kan zijn.

  • 3. Bevorder consistent gebruik van de Regeling periodiek evaluatieonderzoek, ook bij beleidsevaluaties die voorafgaand aan een beleidsdoorlichting worden uitgevoerd.

  • 4. Breng artikel 1.2 (participatie) van de Rijksbegroting samen met artikel 6.4 (burgerschap) onder één begrotingsartikel, om het onderlinge verband te versterken.

Ik zal erop toezien dat aan deze verbeterpunten uitvoering wordt gegeven en uw Kamer hierover informeren.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.H. Ollongren


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl