Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201834588 nr. 69

34 588 Regels met betrekking tot de inlichtingen- en veiligheidsdiensten alsmede wijziging van enkele wetten (Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 20..)

Nr. 69 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 15 december 2017

In deze brief geef ik, mede namens de Minister van Defensie, invulling aan mijn toezegging aan uw Kamer1 om nader in te gaan op de uitgangspunten die zijn opgenomen in het regeerakkoord over de nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv 2017) (Kamerstuk 34 588). Ook wil ik met de Minister van Defensie stilstaan bij het belang van deze wet. Tot slot ga ik in op enkele aandachtspunten van de toezichthouder, de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) en de wijze waarop hiermee zal worden omgegaan.

In de bijlage bij deze brief worden de belangrijkste wijzigingen van de Wiv 2017 en het bijbehorende stelsel van waarborgen en toezicht nader toegelicht en in het bijzonder de bevoegdheid tot onderzoeksopdracht gerichte interceptie (OOG-interceptie)2.

Wet bij de tijd gebracht

Voor het kabinet gaan de belangen van veiligheid en privacy hand in hand. Hierover is ten tijde van de totstandkoming van de Wiv 2017 een uitgebreid politiek en maatschappelijk debat gevoerd, met als resultaat dat beide belangen een plaats hebben gekregen: de modernisering van de bevoegdheden van de AIVD en de MIVD gaat gepaard met een versterking van de grondrechtelijke waarborgen en het toezicht. Deze balans waarborgt dat de privacy van burgers beschermd blijft terwijl de inlichtingen- en veiligheidsdiensten over de noodzakelijke middelen beschikken om te zorgen voor veiligheid en de bescherming van onze democratische rechtsstaat.

Met de modernisering van de bevoegdheden wordt het wettelijk kader bij de tijd gebracht en gehouden. Het bestaande wettelijke kader (de Wiv 2002) is van ruim voor de grote veranderingen in ons communicatielandschap, zoals de introductie van de smartphone en de verspreiding van kabelgebonden netwerken, en inmiddels verouderd. Kwaadwillenden communiceren net als wij in bits en bytes.

Vanwege het verouderd wettelijke kader verliezen de AIVD en de MIVD in toenemende mate zicht op relevante communicatie en bedreigingen. Dit is onderstreept door zowel de Commissie Evaluatie Wiv 2002 (Commissie-Dessens), de afdeling Advisering van de Raad van State als de CTIVD. Met de techniekonafhankelijke formulering van bevoegdheden zorgen we ervoor dat we ook voor de toekomst over voldoende middelen beschikken om de veiligheid te waarborgen.

Inlichtingenwerk speelt een doorslaggevende rol op velerlei terreinen van veiligheid. Zonder modernisering van de Wiv kunnen onze nationale veiligheid, onze digitale veiligheid en de ondersteuning van onze militairen op missie onvoldoende worden gewaarborgd. Voor Nederlandse militairen die ver van huis hun waardevolle werk verrichten zijn tijdige, concrete inlichtingen van levensbelang, om snel op een acute dreiging te kunnen acteren. Groepen die onze militairen en hun missiedoelstellingen bedreigen, zoals piraten voor de kust van Somalië, of tribale milities in de binnenlanden van Mali, moeten we daarom tijdig kunnen onderkennen. In een wereld die op geopolitiek gebied steeds onzekerder wordt, willen we op de hoogte zijn van de heimelijke intenties en acties van belangrijke spelers op het wereldtoneel. Recente internationale voorbeelden van pogingen tot diepgaande beïnvloeding van democratische processen laten zien dat we onze democratie actief moeten beschermen. We zijn trots op onze digitale infrastructuur, maar we moeten alle zeilen bijzetten in de strijd tegen vijandige hackers en anderen die deze infrastructuur misbruiken. Dit is ook van belang voor Nederland als veilige plek om te wonen, te werken en te leven en daarmee voor onze economie. Recente arrestaties van personen in Nederland en Europa die mogelijk terroristische aanslagen wilden plegen zijn het directe gevolg van inlichtingenwerk, waarbij de Europese samenwerking belangrijker is dan ooit.

Het regeerakkoord

Voor het kabinet is het duidelijk: onze inlichtingen- en veiligheidsdiensten moeten hun werk kunnen doen, maar niet tegen elke prijs. De balans tussen privacy en veiligheid moet gewaarborgd blijven.

Daarom zijn in het regeerakkoord drie elementen expliciet benoemd: strikte waarborgen, vertrouwde partners en een evaluatie na twee jaar.

Strikte waarborgen

Van het willekeurig en massaal verzamelen van gegevens van burgers in Nederland of het buitenland («sleepnet») kan, mag en zal geen sprake zijn. Daarom zal het kabinet bij de uitvoering strikt de hand houden aan de extra waarborgen in deze wet. Het doel van de inzet van bijzondere bevoegdheden moet op voorhand duidelijk zijn en precies worden omschreven. Dankzij de zorgvuldige keuze voor allereerst een specifieke datastroom en vervolgens de verplichting de verkregen data tot een minimum te reduceren is de kans dat bij de inzet van kabelinterceptie de data van niet relevante personen wordt bewaard zo klein mogelijk. Inhoudelijke communicatie kan pas in het operationele proces worden gebruikt nadat meermaals toestemming is verkregen van de betrokken Minister en een toets is uitgevoerd door de onafhankelijke Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (TIB) en enkel op grond van specifieke selectoren voor het operationele proces.

Bovendien zal de toezichthouder, de CTIVD strikt toezien op de naleving hiervan. Een meer gedetailleerde beschrijving van dit proces is opgenomen in de bijlage bij deze brief.

Vertrouwde partners

Informatie-uitwisseling beperkt zich tot partnerdiensten waar een wegingsnotitie voor is opgesteld, tenzij de Minister toestemming geeft voor uitwisseling met niet-partnerdiensten. Op basis van deze wegingsnotities wordt de aard en de intensiteit van de samenwerking bepaald. In een wegingsnotitie wordt aandacht besteed aan zaken als de omgang van de betreffende partnerdienst met mensenrechten en de democratische inbedding. Alvorens ongeëvalueerde gegevens kunnen worden uitgewisseld moet toestemming van de Minister worden verkregen. Wanneer de data uit OOG-interceptie zijn verkregen moet bovendien de CTIVD direct worden geïnformeerd zodat zij hierop toezicht kunnen uitoefenen. Een uitzondering op de hoofdregel dat sprake moet zijn van een samenwerkingsrelatie met een partnerdienst voordat informatie wordt uitgewisseld, is enkel mogelijk als het niet geven van informatie aan een ander land mensenlevens in gevaar kan brengen.

Het niet geven van de informatie zou dan onverantwoord zijn. Nederland zou van andere landen hetzelfde verlangen. In dit geval moet wel de betrokken Minister om toestemming worden gevraagd.

Evaluatie na twee jaar

De evaluatie van de wet wordt vervroegd uitgevoerd door een onafhankelijke commissie en zal in ieder geval niet later beginnen dan twee jaar na inwerkingtreding. Indien de evaluatie hiertoe aanleiding geeft, zal het kabinet voorstellen additionele waarborgen in de wet op te nemen om het toezicht op de wet te versterken. De commissie zal onafhankelijk zijn en bestaan uit in ieder geval deskundigen op het gebied van privacy, veiligheid en techniek. Zij krijgt toegang tot alle nodige gegevens, ook als die staatsgeheim zijn. Haar rapport zal openbaar zijn. Mede ingevolge de toezeggingen en aangenomen moties in het kader van de parlementaire behandeling, waarvan de uitvoering voor een deel is belegd bij de CTIVD, zal in ieder geval aandacht moeten zijn voor het verzamelen van gegevens, de internationale uitwisseling van gegevens, de TIB en de bewaartermijnen.

CTIVD

De CTIVD speelt een doorslaggevende rol in het toezicht op de rechtmatigheid van de uitvoering van de Wiv 2017. De CTIVD heeft, net als onder de Wiv 2002, voor haar onderzoek rechtstreekse toegang tot alle gegevens bij de diensten en een ieder die betrokken is of is geweest bij de uitvoering van de wet. Zij beschikt hiertoe over diepgravende bevoegdheden en ruime ondersteuning. Sinds haar oprichting heeft de CTIVD met talloze kwalitatief hoogstaande en leesbare rapporten informatie verschaft die in het publieke debat gebruikt kan worden en die het parlement een middel geeft haar controle op de diensten nog beter vorm te geven. Tijdens de parlementaire behandeling van Wiv 2017 nam de Tweede Kamer bovendien de motie Schouten aan, waarmee het budget van de CTIVD ten behoeve van het toezicht op de uitvoering van de Wiv 2017 is verhoogd. Zo kan blijvend worden voorzien in juridische controle van het gemoderniseerd wettelijk kader, waaronder niet in de laatste plaats de bevoegdheid tot onderzoeksopdracht gerichte interceptie.

De CTIVD heeft op meerdere momenten aandacht gevraagd voor bepaalde aspecten van de wet die in haar ogen nog onvoldoende waren. Veel van deze aspecten zijn tijdens de parlementaire behandeling van de wet besproken en hebben geleid tot wijziging van de wet of toezeggingen door de regering. Tot voor kort bleven echter twee aspecten over: de invulling van de zorgplicht voor gegevensbescherming en de overgangstermijn van twee jaar die nodig is voor het opstellen van wegingsnotities. De Minister van Defensie en ik hebben ons verstaan met de CTIVD om de resterende bezwaren van de CTIVD zoveel als mogelijk weg te nemen. In dat kader zal ervoor worden gezorgd dat bij inwerkingtreding van de wet een adequaat instrumentarium beschikbaar is waarmee gegevensbescherming is geborgd, zodat de CTIVD dit onmiddellijk kan betrekken bij haar toezichthoudende taken.

Tevens zal ervoor worden gezorgd dat alle wegingsnotities voor de kopgroep van vertrouwde partners waarmee binnen samenwerkingsverbanden intensief wordt samengewerkt en gegevens worden uitgewisseld, gereed zijn bij de inwerkingtreding van de wet. Het betreft partners die lid zijn van de Counter Terrorism Group (CTG) en partners waarmee op het gebied van SIGINT intensief wordt samengewerkt. Ook het opstellen van de overige wegingsnotities zal met voortvarendheid worden opgepakt. In aanvulling op deze toezegging kan de CTIVD meteen toezicht houden zodra een wegingsnotitie is vastgesteld ongeacht de in de Wiv 2017 opgenomen overgangsbepaling van twee jaar. Dit geeft de CTIVD bij inwerkingtreding van de wet meer handvatten, zodat een substantiële toetsing van deze internationale samenwerking mogelijk wordt.

De Minister van Defensie en ik hebben de overtuiging dat met deze wet recht wordt gedaan aan eventuele zorgen die er leven in samenleving. De Wiv 2017 is een moderne wet die een verantwoorde balans vormt tussen de bescherming van onze privacy én veiligheid.

Mede namens de Minister van Defensie,

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.H. Ollongren


X Noot
1

Kamerstuk 34 700, nr. 52

X Noot
2

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl