Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2006-2007nr. 90, pagina 5122-5124

Aan de orde is het debat naar aanleiding van een algemeen overleg op 28 juni 2007 over diverse onderwerpen op het terrein van LNV.

Mevrouw Snijder-Hazelhoff (VVD):

Voorzitter. Ik wil twee moties indienen die betrekking hebben op de uitvoering van de Europese richtlijn fytosanitair.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat:

  • - de overheid zich zo veel mogelijk moet concentreren op de kerntaken;

  • - dit uitgangspunt ertoe leidt dat keuringen in de fytosanitaire sfeer zo veel als mogelijk is door het bedrijfsleven worden verricht, uiteraard binnen de toepasselijke regelgeving;

  • - de Europese regelgeving (de zogenaamde Fytorichtlijn en de Richtlijn bestrijding aardappelcyste-aaltjes) daartoe onder voorwaarden voldoende mogelijkheden biedt;

  • - de uitleg die de minister thans aan de genoemde richtlijnen verbindt, de private laboratoria en daarmee onderzoek voor een deel van het agrarisch bedrijfsleven, onnodig in de problemen brengt;

verzoekt de minister, dat ook private ondernemingen/laboratoria, zo ook als de scheiding tussen NAK en NAK Agro, de mogelijkheid krijgen een aparte quarantaine onderneming op te zetten, die zich uitsluitend met quarantaineonderzoek bezighoudt om daarmee de concurrentie (met NAK Agro en de andere zbo's) te behouden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Snijder-Hazelhoff en Mastwijk. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 124(30800 XIV).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat:

  • - de overheid zich zoveel mogelijk dient te concentreren op de kerntaken;

  • - het niet acceptabel is dat door de vertaling van een Europese richtlijn de rol van private partijen volledig wordt uitgesloten;

Snijder-Hazelhoff

verzoekt de minister van LNV om met de minister van EZ te overleggen in hoeverre het intrekken van erkenningen van private laboratoria zich verhoudt met het algemeen beleid van privatisering en wat de mogelijke schade is wanneer private laboratoria van bepaalde taken worden uitgesloten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Snijder-Hazelhoff en Mastwijk. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 125(30800 XIV).

De heer Mastwijk (CDA):

Voorzitter. Ik dien over hetzelfde onderwerp een motie in. Zij luidt als volgt.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat:

  • - de overheid zich zoveel mogelijk moet concentreren op de kerntaken;

  • - dit uitgangspunt ertoe leidt dat keuringen in de fytosanitaire sfeer zoveel als mogelijk is door het bedrijfsleven worden verricht, uiteraard binnen de toepasselijke regelgeving;

  • - de Europese regelgeving (de zogenaamde Fytorichtlijn en de Richtlijn bestrijding aardappelcyste-aaltjes) daartoe onder voorwaarden voldoende mogelijkheden biedt;

  • - de uitleg die de minister van LNV thans aan de genoemde richtlijnen verbindt, een deel van het agrarisch bedrijfsleven onnodig in de problemen brengt;

verzoekt de regering, in overleg te treden met de Europese Commissie over een eenduidige duiding van het bepaalde in de Fytorichtlijn en de Richtlijn bestrijding aardappelcyste-aaltjes, alsmede de verhouding tussen beide richtlijnen, de Kamer over de uitkomsten van dit overleg zo spoedig mogelijk te berichten en in afwachting daarvan de huidige keuringspraktijk in stand te laten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Mastwijk en Snijder-Hazelhoff. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 126(30800 XIV).

Minister Verburg:

Voorzitter. Ik bedank u en de Kamer voor het geduld en voor de toestemming om even de inhoud van de moties op mij te laten inwerken, zodat ik in staat werd gesteld om mij daarover een oordeel te vormen. Zeer veel dank.

Het dictum van de eerste motie van mevrouw Snijder behelst het verzoek aan de minister dat "ook private ondernemingen/laboratoria, zo ook als de scheiding tussen NAK en NAK Agro, de mogelijkheid krijgen een aparte quarantaine onderneming op te zetten, die zich uitsluitend met quarantaineonderzoek bezighoudt om daarmee de concurrentie (met NAK Agro en andere zbo's) te behouden".

Dit zou op zichzelf kunnen. Ik heb vorige week gezegd dat private laboratoria dit volgens de richtlijn wel mogen doen, onder de voorwaarde dat zij dan uitsluitend publieke taken uitoefenen en dat er evident geen privaat ander belang bij is. Met andere woorden, deze mogelijkheid is er, maar mevrouw Snijder heeft het ook over andere zbo's. Ik ga ervan uit dat zij het heeft over private laboratoria die een publieke taak uitoefenen, onder de absolute voorwaarden die de Europese Commissie daaraan stelt. Vorige week heb ik een gedachtewisseling gehad met mevrouw Snijder en de heer Mastwijk over hoe je die richtlijn zou moeten lezen. Op hun verzoek heb ik de toezegging gedaan om hierover een brief te schrijven en dat heb ik gedaan. Mijn mensen zijn lang in onderhandeling en in overleg geweest met de Europese Commissie. Er is geen andere interpretatie van de richtlijn mogelijk dan die ik in de Kamer heb gegeven en die ik heb verwoord in mijn brief.

Er is ook gevraagd of ik wil wachten op de antwoorden die de Europese Commissie misschien zal geven op vragen van de heer Mulder, die lid is van het Europees Parlement. Ik heb daarnaar geïnformeerd. Ik weet ook niet waarom het zo lang duurt om die vragen te beantwoorden, maar daar zal de Europese Commissie geen enkel antwoord op geven.

Wij hebben geen behoefte aan extra zbo's. Bij private laboratoria moeten de criteria worden gehanteerd die ik noemde en die in de richtlijn zijn verwoord.

Mevrouw Snijder-Hazelhoff (VVD):

Met andere zbo's bedoel ik natuurlijk NAK Tuinbouw et cetera, maar ik wilde dat hele riedeltje niet opschrijven. Het essentiële punt is dat de private laboratoria dezelfde mogelijkheden krijgen. De minister zegt dat er dan echt een splitsing moet zijn van een publieke en een private taak. Zij moeten wel die scheiding kunnen maken. Dat is volgens ons een perfecte uitleg van de richtlijn.

Minister Verburg:

Dat zou betekenen dat wij een gesplitst laboratorium moeten erkennen als een zbo en dan heb ik weer een probleem. Het beleid van het kabinet en naar ik meen ook van de VVD-fractie in deze Kamer is om niet mee te doen aan het laten uitdijen van het aantal zelfstandige bestuursorganen in Nederland. Ik kan het dictum niet anders lezen en na de uitleg begrijp ik deze niet anders dan dat deze zou betekenen dat wij nog meer zbo's krijgen. Daar voel ik niet voor. Dat betekent dat ik deze motie moet ontraden.

Mevrouw Snijder heeft samen met de heer Mastwijk nog een tweede motie ingediend, waarvan het dictum als volgt luidt: verzoekt de minister van LNV om met de minister van EZ te overleggen in hoeverre het intrekken van erkenningen van private laboratoria zich verhoudt met het algemeen beleid van privatisering en wat de mogelijke schade is wanneer private laboratoria van bepaalde zaken worden uitgesloten.

Ik ben iemand die graag en veel overlegt, maar ik moet wel zien dat het ergens toe kan leiden. Ik heb een- en andermaal aangegeven hoe die richtlijn moet worden geduid. Wij zitten in de voorhoede bij de toepassing van de richtlijn, maar wij worden nu als het ware teruggefloten door de Europese Commissie op basis van de tekst van de richtlijn. Op dit punt zie ik daartoe geen aanleiding. Het heeft immers niets met privatisering te maken. Private laboratoria kunnen dat doen, maar er zijn voorwaarden waaraan moet worden voldaan. In het algemeen overleg heb ik gezegd dat ik een redelijke overgangstermijn zal hanteren en ik ben van plan om mij aan die toezegging te houden. Ik maak een overgangstermijn mogelijk tot 1 juli 2008, al weet ik niet of de Europese Commissie mij dat in dank zal afnemen. Overleg met de minister van EZ dient naar mijn oordeel geen enkel doel. Ik ontraad de Kamer dan ook om deze motie aan te nemen.

Ik kom op de motie van de leden Snijder-Hazelhoff en Mastwijk waarin de regering wordt verzocht om in overleg te treden met de Europese Commissie over een eenduidige duiding van het bepaalde in de Fytorichtlijn en de Richtlijn bestrijding aardappelcyste-aaltjes, alsmede over de verhouding tussen beide richtlijnen. Tevens verzoeken de indieners mij om de Kamer zo spoedig mogelijk te berichten over de uitkomsten van dat overleg en in afwachting daarvan de huidige keuringspraktijk in stand te laten. Naar mijn idee leidt dat niet tot een andere uitkomst dan die van het algemeen overleg en die van dit debat. Ik zeg de Kamer toe dat ik in aanwezigheid van een deskundige van de Commissie de twee genoemde richtlijnen naast elkaar leg en dat ik de Kamer daarover rapporteer. Vooralsnog handhaaf ik de maatregelen voor de laboratoria, omdat ik nu geen aanleiding zie om die van tafel te vegen. Ik heb al gezegd dat ik heb besloten tot een ruime overgangstermijn tot 1 juli volgend jaar. Ik ga ervan uit dat ik daarover uiterlijk begin september aanstaande duidelijkheid heb. Op dat moment ga ik na of er aanleiding is om mijn voorgenomen beleid te wijzigen. Ik laat het oordeel over deze motie aan de Kamer over onder de voorwaarde dat zij het dictum interpreteert op de wijze zoals ik die zojuist heb verwoord.

De heer Mastwijk (CDA):

Wij stemmen vanavond over de motie zoals die is ingediend. Bij de stemming gaat het niet om de interpretatie van de minister.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Over de ingediende moties zal vanavond worden gestemd.