Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2006-2007nr. 90, pagina 5085-5087

Aan de orde is het debat naar aanleiding van een algemeen overleg op 28 juni 2007 over de evaluatie van de Elektriciteitswet en de Gaswet in verband met een onafhankelijk netbeheer.

De heer Zijlstra (VVD):

Voorzitter. Hierbij dien ik de volgende twee moties in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat uit de evaluatie van de Elektriciteit- en Gaswet 1998 naar voren komt dat de gasmarkt momenteel niet goed functioneert;

constaterende dat in de evaluatie wordt aangegeven dat de toezichthouder DTe uit hoofde van de Elektriciteit- en Gaswet 1998 niet over instrumenten en/of bevoegdheden beschikt om het functioneren van de gasmarkt te bevorderen;

constaterende dat in het juridisch advies wordt aangegeven dat een wetswijziging noodzakelijk is om te komen tot een beter functionerende gasmarkt en toezicht daarop;

verzoekt de regering, de instrumenten en bevoegdheden van de DTe uit te breiden, zodat zij op effectieve wijze het functioneren van de gasmarkt kan bevorderen en de hiervoor noodzakelijke wetswijzigingen zo spoedig mogelijk aan de Kamer voor te leggen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Zijlstra, Crone en Jansen. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 59(30212).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat zowel de Eerste als de Tweede Kamer is gehoord over het slaan van het Koninklijk Besluit voor de daadwerkelijke splitsing van energiebedrijven in het kader van de Wet onafhankelijk netbeheer;

constaterende dat de minister van Economische Zaken eerder heeft toegezegd twee keer per jaar beide Kamers te rapporteren over de uitvoering van de motie-Doek/Sylvester c.s. (30212, H) om het groepsverbod onder voorwaarden te effectueren;

overwegende dat de minister van Economische Zaken het groepsverbod zal effectueren en genoemde rapportages derhalve achterwege kunnen blijven;

voorts overwegende dat het van belang is dat de voortgang van de daadwerkelijke implementatie van de Wet onafhankelijk netbeheer gedurende de implementatiefase voortdurend wordt gemeten;

verzoekt de regering om de toegezegde DTe-onderzoeken hiervoor te benutten en de Kamer iedere zes maanden te rapporteren over de voortgang,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Zijlstra. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 60(30212).

De heer Jansen (SP):

Voorzitter. Ik wil eveneens twee moties indienen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat:

  • - de minister van Economische Zaken het voornemen heeft om het Koninklijk Besluit te slaan waarmee het groepsverbod voor netbeheerders in de energiesector geëffectueerd wordt;

  • - recent onderzoek van de NMa heeft bevestigd dat het met het publieke en onafhankelijke netbeheer in Nederland, in vergelijking met andere EU-lidstaten, goed gesteld is;

  • - de minister van Economische Zaken het voornemen heeft om op korte termijn in overleg te treden met de lagere overheden die eigenaar zijn van de ongesplitste energiebedrijven om de maatschappelijke controle van de aandeelhouders te verbeteren;

  • Jansen- de regering opgeroepen is, op 1 november 2007 een eerste rapportage te voorzien over de bevindingen van de DTe en de stand van het publiek en onafhankelijk netbeheer,

verzoekt de minister van Economische Zaken om het Koninklijk Besluit niet te slaan voordat zij met de Kamer heeft gesproken over de uitkomsten van het overleg met de lagere overheden en de rapportage naar aanleiding van de stand van het publiek en onafhankelijk netbeheer en de bevindingen van de DTe,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Jansen. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 61(30212).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat:

  • - netbeheerders op grond van het methodebesluit op hun gereguleerde activiteiten een rendement van 5,8% mogen maken;

  • - de winstuitkeringen van de energiebedrijven aan hun publieke aandeelhouders de afgelopen tien jaar verveelvoudigd zijn;

  • - de netbeheerders blijkens recent onderzoek van de NMa in de jaren 2004 en 2005 393 mln. meer winst hebben gemaakt dan de toezichthouder redelijk acht;

  • - het risicoprofiel van netbeheer zeer beperkt is;

  • - gemeenten en provincies wettelijk verplicht zijn dienstverlening tegen kostprijs aan te bieden;

  • - de huidige netbeheerders zijn voortgekomen uit gemeentelijke/provinciale diensten en bedrijven;

van mening dat de netbeheerders in een gereguleerde markt een taak uitvoeren die te vergelijken is met de dienstverlening van lagere overheden en dat bijgevolg dienstverlening tegen kostprijs voor de hand ligt;

verzoekt de regering om een voorstel uit te werken voor de aanpassing van de regels voor het normrendement voor netbeheerders, waarbij het uitgangspunt is dat deze gereguleerde dienstverlening tegen kostprijs wordt uitgevoerd en de publieke eigenaren voor hun geïnvesteerd kapitaal een vergoeding ontvangen gelijk aan de rente op staatsleningen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Jansen. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 62(30212).

De heer Crone (PvdA):

Voorzitter. Mede namens de heren Hessels en Jansen dien ik de volgende motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat gemeenten en provincies weliswaar voor 100% eigenaar zijn van de energiebedrijven;

constaterende dat de overheidsaandeelhouders echter gehinderd worden bij het sturen op publieke belangen door het geldende structuurregime voor grote vennootschappen;

overwegende dat in de Kamers de wens leeft dat de overheidsaandeelhouders weer greep krijgen op de energiebedrijven om te sturen op publieke belangen zoals duurzaamheid, betaalbaarheid en leveringszekerheid;

overwegende dat er een onbalans is tussen de publieke zeggenschap enerzijds en mogelijke risico's aan de andere kant;

overwegende dat het structuurregime ooit bedoeld was om besluitvorming door toevallige meerderheden in private vennootschappen te voorkomen, en nooit bedoeld is geweest voor publieke vennootschappen die publieke belangen dienen;

verzoekt de minister, in overleg te treden met de minister van Justitie teneinde de mogelijkheid te onderzoeken om door middel van wetswijziging het structuurregime niet meer van toepassing te laten zijn op overheids-NV's met een publieke functie, waaronder in ieder geval de energiebedrijven;

verzoekt de minister, de Kamer hierover binnen twee maanden te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Crone, Hessels en Jansen. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 64(30212).

De heer Crone (PvdA):

Voorzitter. Ik wens de minister veel wijsheid toe bij haar besluiten na volgende week.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Minister Van der Hoeven:

Mevrouw de voorzitter. Met de motie van de leden Zijlstra, Crone en Jansen op stuk nr. 59 wordt de regering verzocht, de instrumenten en bevoegdheden van de DTe uit te breiden, zodat hij op effectieve wijze het functioneren van de gasmarkt kan bevorderen. De hiervoor noodzakelijke wetswijziging moet zo spoedig mogelijk aan de Kamer worden voorgelegd. Deze motie drukt zorg uit over het niet goed functioneren van de gasmarkt. Het is waar: de gasmarkt werkt nog niet optimaal. Ik deel de zorg en neem maatregelen. Er zijn mogelijkheden via artikel 66a van de Gaswet. Daarmee geef ik uitvoering van de motie-Crone van 12 oktober 2006. De evaluatie van de Gaswet is daarbij de leidraad.

Daarnaast zal ik de ministeriële regeling die de omvang van de bankgaranties beperkt, kort na de zomer bekend maken. De DTe zal uiteraard toezien op naleving. De dienst is daar voldoende voor toegerust. Ik blijf daarmee binnen de gebruikelijke rolverdeling. De Kamer zal daarover in het najaar een brief krijgen. Ik heb dat vorige week toegezegd, dus de motie is eigenlijk een formulering van reeds gedane toezeggingen.

Ik kom op de motie van de heer Zijlstra op stuk nr. 60. Mij wordt verzocht, de toegezegde DTe-onderzoeken te benutten en de Kamer iedere zes maanden te rapporteren over de voortgang. Met alle respect, ik vind de motie erg beperkt. Er is meer waarover de Kamer geïnformeerd zal worden. Ik noem de ontwikkelingen rondom het publiek aandeelhouderschap. Ik noem de ontwikkelingen tussen het slaan van het KB en de daadwerkelijke datum van splitsing. De Kamer zou zich met deze motie beperken in de informatie die zij krijgt. Als de motie beoogt om de Kamer te informeren over DTe-onderzoeken, dan zal ik dat uiteraard doen. Of dat elke zes maanden is, daar moeten wij even naar kijken. Dát de Kamer geïnformeerd wordt over de voortgang van de implementatie tussen het slaan van het KB en de datum van inwerkingtreding is logisch. Ik laat het oordeel aan de Kamer, maar de motie is iets beperkter dan mijn toezeggingen.

Dat brengt mij op de motie van de heer Jansen op stuk nr. 61. Dat moeten wij dus echt niet doen. Ik ontraad aanneming van deze motie dan ook ten stelligste. Hierover is uitvoerig gesproken tijdens het algemeen overleg in deze Kamer en tijdens het overleg in de Eerste Kamer. Beide Kamers hebben in meerderheid ingestemd met de effectuering, dus met het slaan van het KB. Er is alleen nog wat gedoe over de datum. Met deze motie wordt de zaak terug naar af gebracht. Ik ontraad aanneming ervan met alle kracht die ik in mij heb. Het zou geheel in tegenspraak zijn met het signaal dat de Kamers hebben afgegeven.

Ik kom op de motie van de heer Jansen op stuk nr. 62. Er is al een aanpassing van het normrendement voor netbeheerders aangekondigd. Dat deel van het verzoek is dus achterhaald. Het tweede deel van het verzoek betreft zaken die aan de aandeelhouders zijn. Om die redenen ontraad ik aanneming van deze motie.

De heren Crone, Hessels en Jansen hebben op stuk nr. 63 een motie voorgesteld, waarin mij wordt verzocht om met de minister van Justitie in overleg te treden teneinde de mogelijkheid te onderzoeken om door middel van wetswijziging het structuurregime niet meer van toepassing te laten zijn op overheids-NV's met een publieke functie. Dat onderzoek wil ik graag toezeggen. Het past bij de discussie die wij hebben gehad rondom de inwerkingtreding van het verlichte regime. Dat is iets wat men op dit moment al wel kan doen, maar nog niet gedaan heeft. Nogmaals, ik zeg het onderzoek toe, maar ik red het niet binnen twee maanden. De Kamer gaat met reces; er zijn meer mensen die in de komende twee maanden op vakantie zijn. Met een formulering als "eind dit jaar" of "over zes maanden" zou ik wel kunnen leven.

De heer Crone (PvdA):

Wat mij betreft wordt het: zo spoedig mogelijk.

Minister Van der Hoeven:

Dat is prima, want wij zijn het eens over de insteek. Ik laat het oordeel over de motie aan de Kamer.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Aan het eind van de dag zullen wij over de moties stemmen.

Voorzitter: Ten Hoopen