Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2006-2007nr. 90, pagina 5095-5099

Aan de orde is het debat naar aanleiding van een algemeen overleg op 28 juni 2007 over de Regeling agressieve dieren.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Voorzitter. Ik heb een aantal moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het beoogde doel van de Regeling Agressieve Dieren (RAD) bij de inwerkingtreding in 1993 was om een toename te voorkomen van het aantal honden van het type Pitbull Terriër en te voorkomen dat de bestaande honden van dit type in het openbaar schade zouden aanrichten aan mens en dier;

constaterende dat het aantal in beslag genomen honden in het kader van de RAD de laatste jaren sterk is toegenomen en dat er na 14 jaar nog geen cijfers beschikbaar zijn van het aantal bijtincidenten dat heeft plaatsgevonden met dit type honden;

constaterende dat de vereniging Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland en de Dierenbescherming vaststellen dat de huidige RAD de illegale handel in honden aanwakkert;

voorts concluderende dat de huidige RAD niet de beoogde doelen heeft behaald en derhalve niet goed functioneert;

constaterende dat bij de huidige uitvoering van de RAD alleen gekeken wordt naar uiterlijke kenmerken van de hond en niet naar het gedrag;

van mening dat het gedrag van een hond en niet het uiterlijk bepalend zou moeten zijn bij het besluit of een hond potentieel gevaarlijk is en dient te worden afgemaakt;

verzoekt de regering, de inbeslagnames van honden in het kader van de Regeling Agressieve Dieren te staken tot de resultaten van de aangekondigde evaluatie bekend zijn en de regeling op basis van de conclusies is aangepast, met uitzondering van honden die daadwerkelijk agressief gedrag vertonen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Ouwehand en Thieme. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 43(28286).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat bij de huidige uitvoering van de Regeling Agressieve Dieren (RAD) alleen gekeken wordt naar uiterlijke kenmerken van de hond en niet naar het gedrag;

van mening dat het gedrag van een hond en niet het uiterlijk bepalend zou moeten zijn bij het besluit of een hond potentieel gevaarlijk is en dient te worden afgemaakt;

verzoekt de regering, bij de schouwing van de honden die op dit moment in beslag zijn genomen en in opvangcentra verblijven, een gedragstest (zoals bijvoorbeeld de MAG-test) als onderdeel van de schouwing op te nemen en bij goed resultaat de hond onder voorwaarden terug te laten gaan naar de eigenaar, in afwachting van de resultaten van de aangekondigde evaluatie van de RAD,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Ouwehand en Thieme. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 44(28286).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de minister in haar brief van 19 juni over de Regeling Agressieve Dieren (RAD) aangeeft dat zij een evaluatie van belang acht vanwege de consequenties van het wel of niet handhaven van de RAD en dat zij een "commissie van wijzen" zal installeren die een risicobeoordeling zal maken;

van mening dat het van groot belang is dat deze evaluatie zorgvuldig zal worden uitgevoerd, waarbij alle aspecten van de RAD en de gevolgen hiervan voor de samenleving, de betreffende hondenrassen en hun eigenaren dienen te worden meegenomen;

verzoekt de regering, de Kamer te betrekken bij de opzet van de evaluatie van de Regeling Agressieve Dieren en bij de samenstelling van de "commissie van wijzen" die de risicobeoordeling zal maken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Ouwehand en Thieme. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 45(28286).

De heer Ormel (CDA):

Voorzitter. Ik heb twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,Ormel

constaterende dat de Regeling Agressieve Dieren wordt geëvalueerd en dat de kabinetsreactie op deze evaluatie uiterlijk 1 maart 2008 tegemoet gezien kan worden;

van mening dat agressief gedrag van honden de resultante is van erfelijke aanleg en omgevingsfactoren en dat honden in het algemeen niet agressief geboren, maar agressief gemaakt worden;

verzoekt de regering, de mogelijkheid te onderzoeken om aan artikel 429 van het Wetboek van Strafrecht een langjarig houdverbod toe te voegen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Ormel. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 46(28286).

De heer Waalkens (PvdA):

Is collega Ormel ervan op de hoogte dat in het coalitieakkoord staat dat het houdverbod in wetgeving wordt opgenomen? Het zou daar dus kunnen worden ondergebracht.

De heer Ormel (CDA):

Dat steun ik, maar ik heb deze motie ingediend omdat ik het van belang vind, dat juist ook eigenaren van agressieve dieren kunnen worden aangepakt. De relatie tussen agressiviteit en eigenaar heb ik in deze motie verwoord.

Mevrouw Van Velzen (SP):

Wat is langjarig?

De heer Ormel (CDA):

Ik heb gevraagd, dat te onderzoeken, dus ik wacht het oordeel van de regering af.

Mijn tweede motie luidt als volgt.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

van mening dat agressie bij honden niet louter rasgebonden is;

van mening dat in potentie zeer agressieve honden een gevaar voor de volksgezondheid kunnen zijn;

constaterende dat agressieve honden alleen in beslag genomen kunnen worden bij ontdekking op heterdaad;

verzoekt de regering, inbeslagname van een potentieel gevaarlijke hond mogelijk te maken en de mate van agressiviteit te bepalen door een gedragstest,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Ormel. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 47(28286).

De heer Graus (PVV):

Voorzitter. Gelet op de beperkte spreektijd begin ik direct met mijn moties. Ik heb er vier.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het dierenwelzijn in opvanglocaties verbonden aan Dienst Regelingen ter discussie staat;

overwegende dat in beslag genomen dieren vaak onnodig lang in erbarmelijke omstandigheden verblijven in deze opvanglocaties;

verzoekt de regering:

  • - verscherpte controles op deze opvanglocaties in te voeren;

  • - een maximum verblijftijd gekoppeld aan een versnelde uitspraak van het OM te realiseren;

  • - diervriendelijke omstandigheden voor in beslag genomen dieren in te voeren;

  • - te bewerkstelligen dat ten onrechte in beslag genomen dieren onmiddellijk worden vrijgelaten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Graus. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 48(28286).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

van mening dat wanneer dieren door mensen agressief worden gemaakt, dit moet worden aangemerkt als dierenmishandeling;

verzoekt de regering, in geval van dierenmishandeling een levenslang verbod op het houden van dieren en hoge minimumstraffen op te nemen in het Wetboek van Strafrecht,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Graus. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 49(28286).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat een hond op zijn karakter en niet op zijn uiterlijk moet worden beoordeeld;Graus

verzoekt de regering om een onmiddellijke vrijstellingsregeling op de Regeling Agressieve Dieren (RAD) voor honden die een zogenaamde Maatschappelijk Aanvaard Gedrag (MAG)-test positief afleggen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Graus. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 50(28286).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de regering voornemens is de Regeling Agressieve Dieren (RAD) te evalueren;

verzoekt de regering, onmiddellijk over te gaan tot validatie van de Maatschappelijk Aanvaard Gedrag (MAG)-test en na deze validatie tot het moment van wijziging van de RAD geen inbeslaggenomen dieren meer te euthanaseren louter op basis van uiterlijke kenmerken zonder dat deze dieren de MAG-test hebben doorstaan,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Graus. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 51(28286).

Ik deel de Kamer mee dat de minister na haar reactie op de moties de Kamer een mededeling wil doen. Ik stel haar daartoe in de gelegenheid.

Minister Verburg:

Mijnheer de voorzitter. Ik hoop dat ik alle moties in de juiste volgorde heb. Anders bent u of is de Kamer zeer wel in staat om mij te helpen dan wel te corrigeren.

Ik begin bij de motie die mevrouw Ouwehand mede namens mevrouw Thieme heeft ingediend, waarin de regering wordt verzocht de inbeslagneming van honden in het kader van de Regeling Agressieve Dieren te staken tot de resultaten van de aangekondigde evaluatie bekend zijn en de regeling op basis van de conclusie is aangepast, met uitzondering van honden die daadwerkelijk agressief gedrag vertonen. Ik ontraad aanvaarding van deze motie. Ik vind het maatschappelijk niet verantwoord om nu te stoppen met de handhaving van de regeling waartoe in 1993 is besloten. Het gaat om pitbullachtigen die generaties lang zijn gefokt op het ontwikkelen van agressiviteit en een bepaalde vechtlust. Mevrouw Ouwehand heeft gerefereerd aan het feit dat het aantal in beslag genomen honden de afgelopen jaren groeiende is. Na 1993 werd het minder, maar het aantal neemt nu weer toe. Dat betekent dat tegen de regels meer van deze illegale honden worden gefokt en gehouden. Ik vind dat wij daartegen moeten optreden, al is het alleen maar uit preventieve overwegingen op de gezondheid. Mij is vorige week gevraagd een staatje toe te sturen van het aantal bijtincidenten. Het aantal bijtincidenten is de afgelopen jaren toegenomen. Ook het aantal ziekenhuisopnamen als gevolg van bijtincidenten neemt toe. Ik maak haast en ben voortvarend, maar ik ben ook zorgvuldig met het instellen van de commissie van wijzen die de regeling zal evalueren en mij en via mij de Kamer op een aantal punten zal adviseren over mogelijke aanpassingen van de Regeling Agressieve Dieren. Uit maatschappelijk oogpunt vind ik het niet verantwoord om nu de inbeslagnemingen te stoppen. De handhaving moet doorgaan en gaat wat mij betreft ook door. Ik ontraad dus aanvaarding van de motie.

Vervolgens heeft mevrouw Ouwehand mede namens mevrouw Thieme in een motie gevraagd of ik bereid ben om bij de schouwing van de honden die op dit moment in beslag genomen zijn en in opvangcentra verblijven, een gedragstest te laten doen, bijvoorbeeld een test Maatschappelijk Aanvaardbaar Gedrag (MAG), als onderdeel van de schouwing en bij goed resultaat de hond onder voorwaarden te laten teruggaan naar de eigenaar in afwachting van de resultaten van de aangekondigde evaluatie. Ik ben daar vorige week vrij uitvoerig op ingegaan. Ik heb er toen op gewezen dat de test Maatschappelijk Aangepast Gedrag nog niet gevalideerd is. In Nederland is die nog niet van kracht. De test vertoont ook nog zwakheden en is niet duidelijk. De test gaat bijvoorbeeld niet in op territoriaal gedrag van honden. Ik heb er ook op gewezen dat de MAG-test niet is toegesneden op pitbullachtigen, omdat pitbullachtigen vanaf 1993 niet meer gefokt mogen worden en dus illegaal gefokt zijn. Daarom wil ik in de opdracht aan de commissie van wijzen de vraag opnemen of de test zo ingericht kan worden dat deze wel voldoet aan alle eisen en criteria, zodat hij in elk geval kan worden toegepast voor alle honden. Ik wil de vraag ook specifiek toespitsen op pitbullachtigen, als het na ommekomst van de evaluatie en de maatregelen mogelijk zou worden om pitbullachtigen legaal te fokken en te houden. Ik ontraad dus ook aanvaarding van deze motie.

In de derde motie wordt de regering verzocht de Kamer te betrekken bij de opzet en de evaluatie van de Regeling Agressieve Dieren en de samenstelling van de commissie van wijzen die de risicobeoordeling zal maken. De Kamer is erbij betrokken. Wij hebben de vorige week over de opdracht gesproken. Ik voel de urgentie ervan en ik zal de Kamer zo snel mogelijk informeren over de samenstelling van een kleine commissie die snel, adequaat en actief aan de gang kan. Ik zal dan ook de specifieke vragen die ik heb gesteld, die mede voortkomen uit het algemeen overleg dat ik met de Kamer heb gevoerd, toesturen. Wij gaan dus door. Ik kan hier niet te veel vertraging hebben. Daarom ontraad ik aanvaarding van de motie.

De heer Ormel verzoekt de regering bij motie om de mogelijkheid te onderzoeken om aan artikel 425 van het Wetboek van Strafrecht een langjarig houdverbod toe te voegen. Dit voorstel heeft de heer Ormel vorige week al gedaan. Ik heb er toen op gewezen dat de heer Waalkens een initiatiefwetsvoorstel heeft ingediend waarin wordt voorgesteld om de bestaande mogelijkheid van het opleggen van een houdverbod als bijzondere voorwaarde bij een geheel of ten dele voorwaardelijke veroordeling te verruimen van drie tot tien jaar. Het lijkt mij verstandig om dit verzoek bij de behandeling van dit initiatiefwetsvoorstel te betrekken. Ik ontraad aanneming van de motie op dit moment.

In zijn tweede motie vraagt de heer Ormel of in potentie gevaarlijke honden die in beslag zijn genomen, aan een MAG-test onderworpen kunnen worden. In reactie op een motie van mevrouw Ouwehand heb ik gezegd dat ik dit niet opportuun acht. Wellicht kan dit wel na de evaluatie door de commissie van wijzen. Ik heb al toegezegd dat ik dit zal betrekken bij de opdracht aan de commissie en dat ik daar haast mee zal maken. Ik ontraad nu aanvaarding van deze motie.

De heer Graus heeft vier moties ingediend. In de eerste verzoekt hij de regering om verscherpte controles op opvanglocaties in te voeren, om een maximumverblijftijd gekoppeld aan de uitspraak van het OM te realiseren, om diervriendelijke omstandigheden voor inbeslaggenomen dieren in te voeren en om te bewerkstelligen dat ten onrechte inbeslaggenomen dieren onmiddellijk worden vrijgelaten. De meeste wensen zijn al praktijk. Ik stuur daar ook op. Ik heb mondeling contact gehad met mijn collega van Justitie om de versnelde uitspraak van het OM te realiseren. Ik ontraad aanneming van deze motie.

In zijn tweede motie verzoekt de heer Graus de regering om in geval van dierenmishandeling een levenslang verbod op het houden van dieren en hoge minimumstraffen op te nemen in het Wetboek van Strafrecht. Er is wetgeving ten aanzien van dierenmishandeling. Deze kan op elk moment bij de handhaving worden toegepast. Ik heb al gezegd dat het mij verstandig lijkt dat de heer Graus een initiatiefwetsvoorstel op het terrein van Justitie indient. Alles overziende ontraad ik aanneming van deze motie.

In zijn derde motie verzoekt de heer Graus om onmiddellijk een vrijstellingsregeling in de Regeling Agressieve Dieren in te voeren voor honden die de MAG-test positief afleggen. Ik heb al twee moties van een dergelijke strekking besproken. Ik heb gezegd dat de MAG-test niet is toegesneden op honden en niet aan de criteria van territoriaal gedrag met bijbehorende risico's voldoet. Ik vind deze motie niet aanvaardbaar, mede met het oog op de volksgezondheid, de veiligheid en een zorgvuldige handhaving. Ik zal de commissie van wijzen vragen om na te gaan of er een test voor alle honden mogelijk is. Daarbij vraag ik tevens om te bezien of pitbullachtige honden onder bepaalde condities gehouden mogen worden en of daar een betrouwbare test voor ontwikkeld kan worden.

In zijn laatste motie verzoekt de heer Graus om onmiddellijk over te gaan tot validatie van de MAG-test en tot het moment van wijziging van de Regeling Agressieve Dieren geen inbeslaggenomen dieren meer te euthanaseren louter op basis van uiterlijke kenmerken. Ik heb al gezegd dat de MAG-test niet valide is. Ik moet dan ook deze motie ontraden.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Vanavond stemmen wij over de moties.

Ik geef nu de minister van LNV de gelegenheid om een mededeling te doen. In het algemeen overleg over de Landbouw- en Visserijraad kan hierover gediscussieerd worden.

Minister Verburg:

Voorzitter. Vanmiddag om 14.00 uur kondig ik een afschermplicht af voor commercieel gehouden gevogelte. Het vogelgriepvirus H5N1 komt steeds een klein beetje dichterbij. Vandaag is het opgedoken in het noordoosten van Frankrijk nabij Metz. Eerder is het virus geconstateerd in Thüringen, Beieren en Saksen. Alles overwegende, is het nu noodzakelijk om de afschermplicht voor commercieel gehouden gevogelte af te kondigen. Deze plicht geldt vooralsnog niet voor houders van hobbydieren. Ik adviseer wel om hobbydieren preventief af te schermen. Voor houders van gevaccineerde vogels geldt dat deze dieren gewoon buiten kunnen blijven. In het verlengde van de maatregel adviseer ik zowel de commerciële als de niet-commerciële sector om maximale hygiëne te betrachten en om de geldende hygiëne- en preventiemaatregelen strikt na te leven. Het pluimveebedrijfsleven is inmiddels op de hoogte gesteld van dit voornemen.