Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2006-2007nr. 90, pagina 5124-5126

Aan de orde is het debat naar aanleiding van een algemeen overleg op 4 juli 2007 over Natura 2000.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Voorzitter. Ik heb een aantal moties die ik wil indienen tijdens dit VAO over Natura 2000 en ammoniakbeleid.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de aanwijzing van Natura 2000-gebieden de ruimtelijke inplanning van de Vogel- en Habitatrichtlijn betreft en dat deze tot doel heeft beschermde dier- en plantensoorten alsmede hun leefomgeving te beschermen;

overwegende dat de behoeften van deze beschermde planten- en diersoorten leidend dienen te zijn voor de concretisering en uitwerking van instandhoudingsdoelstellingen in de definitieve begrenzing van Natura 2000-gebieden én de op te stellen beheersplannen;

constaterende dat de regering aangeeft dat zij sociaaleconomische belangen nadrukkelijk wil meewegen bij de ontwikkeling van het Natura 2000-beleid;

van mening dat bij de implementatie van natuurbeschermingsrichtlijnen de daadwerkelijke bescherming van natuur centraal dient te staan;

verzoekt de regering, bij de aanwijzing en begrenzing van Natura 2000-gebieden, alsmede bij de invulling van de beheersplannen de verplichte instandhoudingsdoelen als leidend te beschouwen en pas dan rekening te houden met sociaaleconomische belangen wanneer de natuurdoelen dat toelaten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Ouwehand en Van Gent. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 127(30800 XIV).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het Milieu en Natuurplanbureau (MNP) in haar rapport (Perspectieven voor de Vogel- en Habitatrichtlijn in Nederland, 27 juni 2007) aangeeft dat de milieu-, water- en ruimtecondities in tweederde van de belangrijke natuurgebieden onvoldoende zijn om de Europese natuurwaarden in Nederland te beschermen;

constaterende dat het MNP stelt dat het beschikbare budget van ongeveer 8 mln. (via het programma Effect Gerichte Maatregelen) niet toereikend is om de huidige staat van natuurgebieden te herstellen en dat de geschatte kosten voor herstelbeheer jaarlijks tussen de 16 en 27 mln. liggen, afhankelijk van het scenario;

verzoekt de regering om de benodigde kosten voor herstelbeheer conform de Vogel- en Habitatrichtlijn op te nemen in de begroting voor 2008 en daarbij de aanbevelingen van het MNP ten aanzien van het benodigd budget als leidend te beschouwen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Ouwehand en Van Gent. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 128(30800 XIV).

De OuwehandKamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het generieke ammoniakbeleid niet op korte termijn zal leiden tot de noodzakelijke daling van de ammoniakdepositie op kwetsbare natuurgebieden;

constaterende dat de ruimte die aan veehouderij geboden wordt om de toegestane ammoniakdepositie te verhogen middels het interim-toetsingskader ammoniak, de noodzakelijke daling van de landsbrede ammoniakdepositie zelfs zal vertragen;

concluderende dat hierdoor nationale en Europese doelstellingen ten aanzien van het natuurbeleid onder druk komen te staan;

verzoekt de regering, een plan van aanpak op te stellen ter aanscherping van het generieke ammoniakbeleid met het bereiken van natuurdoelen als uitgangspunt en dit plan binnen een halfjaar aan de Kamer voor te leggen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Ouwehand, Polderman en Van Gent. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 129(30800 XIV).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het generieke ammoniakbeleid niet op korte termijn zal leiden tot de noodzakelijke daling van de ammoniakdepositie op kwetsbare natuurgebieden;

constaterende dat de ruimte die aan veehouderij geboden wordt om de toegestane ammoniakdepositie te verhogen middels het interim-toetsingskader ammoniak, de noodzakelijke daling van de landsbrede ammoniakdepositie zelfs zal vertragen;

concluderende dat hierdoor nationale en Europese doelstellingen ten aanzien van het natuurbeleid onder druk komen te staan;

overwegende dat een aanpak van het probleem bij de bron het meest efficiënt en effectief zal zijn en dat dit een reductie van de veestapel behelst;

verzoekt de regering, een plan te ontwikkelen voor het realiseren van de ammoniakdoelstellingen waarbij de reductie van de veestapel als uitgangspunt dient,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Ouwehand. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 130(30800 XIV).

Mevrouw Jacobi (PvdA):

Voorzitter. Naar aanleiding van het algemeen overleg van gisteren over Natura 2000 dien ik mede namens collega Polderman van de SP de volgende twee moties in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de spelregels Ecologische Hoofdstructuur een verbetering zijn ten opzichte van de huidige situatie;

overwegende dat het voor burgers niet duidelijk is wat de status is van de spelregels Ecologische Hoofdstructuur en wat de mate van verbindendheid van deze regels is;

overwegende dat de spelregels Ecologische Hoofdstructuur een uitwerking van de Wet Ruimtelijke Ordening zouden moeten zijn;

verzoekt de regering, de spelregels Ecologische Hoofdstructuur vast te leggen in een ministeriële regeling en het ontwerp van deze regeling tijdig te overleggen aan de Kamer,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Jacobi en Polderman. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 131(30800 XIV).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de spelregels Ecologische Hoofdstructuur een verbetering zijn ten opzichte van de huidige situatie;

overwegende dat de spelregels Ecologische Hoofdstructuur geen garantie op goede bescherming geven;

overwegende dat compensatie nu niet vooraf geregeld hoeft te worden en er daardoor geen garantie bestaat dat de compensatie er ook daadwerkelijk komt;

overwegende dat daarmee de realisatie van de Ecologische Hoofdstructuur in 2018 in gevaar komt;Jacobi

verzoekt de regering, compensatie vooraf aan de ingreep op te nemen in de spelregels Ecologische Hoofdstructuur,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Jacobi en Polderman. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 132(30800 XIV).

Minister Verburg:

Voorzitter. Ik bespreek een zestal moties. Allereerst de motie van mevrouw Ouwehand en mevrouw Van Gent, die de regering verzoekt om bij de aanwijzing en begrenzing van Natura 2000-gebieden, alsmede bij de invulling van de beheerplannen, de verplichte instandhoudingsdoelen als leidend te beschouwen en pas rekening te houden met de sociaaleconomische belangen wanneer de natuurdoelen dat toestaan. In Natura 2000 staan ecologische doelen en belangen voorop; daarin is die keuze gemaakt. De volgende stap is dat ecologische en sociaaleconomische doelen hand in hand kunnen gaan, in eerste instantie met inachtneming van de ecologische doelen. Als deze motie stelt dat de verplichte instandhoudingsdoelen leidend moeten zijn bij de aanwijzing en de invulling van de beheerplannen, beschouw ik haar als ondersteuning van mijn beleid. Dat is omdat bij de aanwijzing van de gebieden de instandhoudingsdoelen gelden en in de beheerplannen, die worden ontwikkeld met draagvlak van alle betrokken organisaties, bewoners en instanties, wordt gekeken naar de wijze waarop ecologische en sociaaleconomische doelen hand in hand kunnen gaan. Bij de aanwijzing van de gebieden zijn de instandhoudingsdoelen al ingevuld. Nogmaals, deze motie ondersteunt mijn beleid.

De tweede motie is ook een motie van mevrouw Ouwehand en mevrouw Van Gent. In het dictum wordt de regering verzocht om de benodigde kosten voor herstelbeheer conform de Vogel- en Habitatrichtlijn op te nemen in de begroting van 2008 en daarbij de aanbevelingen van het MNP voor het benodigde budget als leidend te beschouwen. De geachte afgevaardigden hebben dit eerder deze week ook gevraagd. Ik begrijp hun nieuwsgierigheid naar de begroting van 2008, maar kan en wil daar niet op vooruitlopen. Ik ontraad deze motie.

De motie van de leden Ouwehand, Polderman en Van Gent verzoekt de regering een plan van aanpak op te stellen ter aanscherping van het generieke ammoniakbeleid met het bereiken van natuurdoelen als uitgangspunt en dit plan binnen een halfjaar aan de Kamer voor te leggen. De regering zet zich in om de ammoniakdruk terug te brengen; langs generieke maatregelen, maar in het kader van Natura 2000 ook via een gebiedsgerichte aanpak. Op die manier kan zo doelgericht mogelijk worden gewerkt. Een generieke aanscherping is voor mij daarom nu niet aan de orde, want we werken generiek en specifiek. Op dit moment ontraad ik dus deze motie.

Verder heb ik een tweetal moties van de leden Jacobi en Polderman. De eerste verzoekt de regering om de spelregels Ecologische Hoofdstructuur vast te leggen in een ministeriële regeling en het ontwerp van deze regeling tijdig te overleggen aan de Kamer. Ik heb hier een bestuurlijk bezwaar tegen. Ik denk dat het goed is dat deze week is gezegd dat in het kader van de Wet inrichting landelijk gebied sprake is van veel decentralisatie, overigens met behoud van de coördinerende verantwoordelijkheid van de regering. Een ministeriële regeling past niet in de afspraak met de provincies dat zij, binnen de spelregels, zo veel mogelijk zelf invulling geven van de aanpak. Als ik het verzoek om een ministeriële regeling overneem of het oordeel over de motie aan de Kamer overlaat, dan zet dat naar mijn mening een dikke streep door de afspraken die wij met de provincies hebben gemaakt. Ik denk, sterker uitgedrukt, ook dat dit schadelijk zou zijn voor het vertrouwen dat er bestaat tussen rijk en provincies. Ik ontraad dan ook de aanneming van deze motie. Wel neem ik de spelregels rondom de Ecologische Hoofdstructuur buitengewoon serieus. De volgende mede door de heer Polderman ingediende motie gaat daar eveneens over. Ik zal daar ook nog op reageren.

De heer Polderman (SP):

Als ik in het algemeen overleg goed heb geluisterd, heb ik toch van de minister begrepen dat die spelregels in nauw overleg met de provincies tot stand zijn gekomen. Dan klopt het toch niet dat de minister zegt: het is bestuurlijk niet in orde, want anders overrulen wij hen? Dat klopt toch niet? Zij zijn er toch bij betrokken geweest? Als wij het op deze manier nu vastleggen, is dat alleen een bevestiging van de afspraken die tot dusverre gemaakt zijn.

Minister Verburg:

Dan bestaat er een misverstand over wat het betekent om hier een ministeriële regeling van te maken. Juist omdat ik in goed overleg met de provincies en met draagvlak die spelregels heb uitgewerkt, zouden de provincies het als een blijk van wantrouwen opvatten als ik nu zeg: ik heb het gezamenlijk met u uitgewerkt, maar nu ga ik er een ministeriële regeling op zetten om u te dicteren hoe u het moet doen. Juist omdat je op basis van vertrouwen werkt, moet dat onnodig zijn. Als u wilt weten hoe dit najaar de uitwerking eruit ziet, dan zeg ik: natuurlijk, daar bent u bij betrokken. Dat past ook in de lijn van het besluit dat de Kamer heeft genomen met betrekking tot de aanwijzing van de Ecologische Hoofdstructuur als groot project.

Dan kom ik bij de tweede motie die is ingediend door de leden Jacobi en Polderman. Die motie verzoekt de regering compensatie vooraf aan de ingreep op te nemen in de spelregels Ecologische Hoofdstructuur. Dat is wat wij gaan doen. De ingreep en het compensatieplan worden gelijktijdig in het bestemmingsplan vastgelegd. Er is dus sprake van evenredigheid. Met andere woorden: ik zie deze motie als ondersteuning van staand beleid.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Ik stel voor, over de ingediende moties vanavond te stemmen.

Daartoe wordt besloten.