Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2006-2007nr. 90, pagina 5101-5103

Aan de orde is het debat naar aanleiding van een algemeen overleg op 5 juli 2007 over de uitvoering van het tabaks- en rookbeleid.

Mevrouw Schippers (VVD):

Voorzitter. Ik wil twee moties indienen. De eerste is eerder ingediend door de fracties van de VVD, het CDA en de LPF, die ik nu onder dit nieuwe kabinet opnieuw wil indienen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat in de Tabakswet het plaatsen en in werking stellen van luchtzuiverings- of ventilatieapparatuur niet kan gelden als een acceptabele manier om werknemers tegen tabaksrook te beschermen;

overwegende dat de Tabakswet met betrekking tot luchtzuiverings- of ventilatieapparatuur tegenstrijdig is met vigerende richtlijnen in het milieubeleid;

overwegende dat het eindresultaat geldt en er ruimte moet blijven voor de horeca, horecagerelateerde sectoren – zoals de podia voor podiumkunsten – en instellingen om zelf te besluiten hoe zij dat resultaat willen bereiken;

verzoekt de regering, in de Tabakswet ruimte te laten voor ventilatie en luchtzuivering;

verzoekt de regering om de horeca, horecagerelateerde sectoren – zie hiervoor – en instellingen af te rekenen op door de overheid vastgestelde redelijke normen voor luchtkwaliteit en een blootstellingrichtlijn vast te stellen waarin wordt afgerekend op het eindresultaat in plaats van hoe dat resultaat wordt bereikt,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Schippers. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 159(30800 XVI).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de Tabakswet uitgaat van bescherming van werknemers tegen tabaksrook;

constaterende dat een horecaondernemer zonder personeel geen werknemers in dienst heeft;

constaterende dat derhalve ook geen werknemers beschermd hoeven worden en de ondernemer zelf beschikt en beslist over zijn werkomgeving;

overwegende dat deze horecaondernemer ook volgens de ratio van de wet moet kunnen kiezen voor beleid in zijn zaak waarin wel mag worden gerookt, en mits bij binnenkomst helder aangegeven, ook bezoekers zelf kiezen al dan niet in de zaak aanwezig te zijn;

verzoekt de regering, deze mogelijkheid in stand te houden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Schippers. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 160(30800 XVI).

Mevrouw Joldersma (CDA):

Voorzitter. Ik dien de volgende motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de regering een uitgebreid overzicht zal samenstellen van de eisen die andere landen aan een rookruimte stellen en de wijze waarop zij de rookvrije horeca handhaven;

overwegende dat in samenspraak met de branche zal worden toegewerkt naar een rookvrije horeca per 1 juli 2008;Joldersma

verzoekt de regering om op basis van het internationale overzicht en na samenspraak met de branche zo spoedig mogelijk te komen tot een nadere omschrijving van de rookruimte in de horeca en de wijze van handhaving van het rookverbod,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Joldersma en Wiegman-van Meppelen Scheppink. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 161(30800 XVI).

De heer Pechtold (D66):

Voorzitter. Mede namens mijn collega Van der Ham dien ik de volgende motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat op alle vormen van tabak reeds via een boodschap op de verpakking gewaarschuwd wordt voor de schadelijke gevolgen van het roken ervan;

constaterende dat sommige coffeeshops hun klanten reeds op vrijwillige basis, door middel van voorlichting op de verpakking, informeren over de schadelijke gevolgen van tabak in voorgedraaide joints, maar dat velen dit nalaten;

verzoekt de regering, in overleg te treden met de cannabissector om te komen tot afspraken over de voorlichting over de werking en gevolgen van tabak in voorgedraaide joints;

verzoekt de regering voorts, in overleg met de sector tot afspraken te komen over het opnemen in algemene zin van voorlichting over de werking en gevolgen van het gebruik van cannabis op de verpakking van voorgedraaide joints zowel als op de zakjes losse hasj en wiet,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Pechtold en Van der Ham. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 162(30800 XVI).

Mevrouw Agema (PVV):

Voorzitter. Ik wil de volgende twee moties indienen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het onmogelijk is rookvrije werkplekken in de horeca te creëren en tegelijkertijd de mogelijkheid tot rookruimtes te bieden, omdat het personeel na sluitingstijd deze rookgedeelten toch schoon moet maken;

constaterende dat de minister voor het probleem van het schoonmaken/opruimen van de rookruimten door het personeel geen oplossing heeft;

overwegende dat er voldoende vrijwillig draagvlak is en er legio initiatieven zijn voor volledig rookvrije horecagelegenheden;

verzoekt de regering, het voornemen om te komen tot rookvrije horeca niet door te voeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Agema. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 163(30800 XVI).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het gebruik van cannabis veel slechter is voor de gezondheid dan roken;

verzoekt de regering, een rookverbod in coffeeshops in te voeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Agema. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 164(30800 XVI).

Minister Klink:

Voorzitter. Ik ga allereerst in op de motie van mevrouw Schippers. Tijdens het algemeen overleg hebben wij vrij uitvoerig besproken in hoeverre ondernormen gesteld zouden kunnen worden die als streef- of grenswaarden zouden kunnen gelden voor de horecaondernemingen. Ik wil de aanneming van die motie ontraden. Ik heb vrij uitvoerig aangegeven dat er op dit moment simpelweg geen ventilatiesystemen zijn die toereikend zijn om de schadelijkheid van een omgeving met rook voldoende weg te nemen. Wij hebben ook al gesproken over een norm. Met betrekking tot de blootstelling en het daarmee gemoeide veiligheidsniveau is de enige acceptabele grenswaarde een nulblootstelling. De ventilatiesystemen zijn daarvoor ontoereikend. Vandaar dat ik met een zekere klem de aanneming van deze motie ontraad.

De andere motie van mevrouw Schippers gaat over de eenmanszaken. In het algemeen overleg heb ik aangegeven dat wij een gelijk speelveld willen voor alle horecaondernemingen, dat wij tegelijkertijd handhavingsproblemen vrezen en dat die problemen ook gebleken zijn uit internationale vergelijkingen. Om die reden ontraad ik dus ook de aanneming van deze motie.

Dan de motie van mevrouw Joldersma over het in een internationaal vergelijkend opzicht in kaart brengen van zowel de handhavingsstrategieën als de eisen die gesteld worden aan de ruimtes waarin men mag roken. Daar wil ik zodanig aan tegemoetkomen dat wij dat doen in overleg met de sector. Een nadere omschrijving waarin dat zou moeten uitmonden, lijkt mij ook prima, met de kanttekening dat die nadere omschrijving ook zou kunnen betekenen dat wij geen eisen stellen aan de rookruimte. Uit een internationale vergelijking zou immers kunnen blijken dat de nu door ons beoogde flexibiliteit uiteindelijk de uitkomst van onze overwegingen zou kunnen zijn. Daarbij gaat het echter meer om de einduitkomst van het proces dat mevrouw Joldersma bepleit. Dat laatste willen wij graag onderstrepen en ondersteunen.

Dan de motie van mevrouw Agema, die stelt dat het schoonmaken en opruimen van de rookruimte geen oplossing biedt. In het overleg heb ik al aangegeven dat de tijd waarin men als werknemers in zo'n rookruimte verkeert, natuurlijk vele malen geringer is dan het urenlang en dagen na elkaar doorbrengen in een ruimte waarin gerookt wordt. De gezondheidsschade is daar dus vele malen minder. Om die reden ontraad ik de aanneming van deze motie, want zij zou ook betekenen dat wij vanaf nu voor elke rookvrije werkplek vervolgens zouden moeten gaan verbieden dat er gelegenheid geboden wordt om te roken. Zover zou ik niet willen gaan.

Dan de cannabis en het invoeren van een rookverbod in coffeeshops. Dat is inderdaad een beetje hetzelfde als niet kunnen zwemmen in een zwembad, zoals mevrouw Van Gent met duidelijke illustraties heeft aangegeven. Zover wil ik niet gaan. Wél moet de werknemer worden beschermd tegen de rook. Vandaar dat het een afgeschermde rookruimte moet zijn, net zoals dat geldt voor de horecaondernemingen. Ik ontraad dus de aanneming van deze motie.

Dan de motie van de heer Pechtold c.q. de heer Van der Ham. Er wordt op dit moment door het Trimbos-instituut gewerkt aan voorlichting en aan strategieën voor voorlichting. Om die reden denk ik dat de motie overbodig is, want er wordt op dit moment dus aan gewerkt.

De voorzitter:

Ik geef gelegenheid voor één verhelderende vraag. Wij gaan, zoals afgesproken, de discussie niet herhalen.

Mevrouw Joldersma (CDA):

Ik heb een vraag over de motie van mevrouw Agema. Volgens mij staat daar gewoon "een rookverbod in coffeeshops invoeren". Het is maar net wat je onder "rookvrije horeca" verstaat. Volgens mij heeft de minister ons duidelijk gemaakt dat hij op het punt van het invoeren van rookvrije horeca geen uitzondering wil maken voor de coffeeshops.

Minister Klink:

Die uitzondering maken wij ook niet, maar als ik generiek zou verbieden dat er gerookt wordt in een coffeeshop, zou dat tegelijkertijd betekenen dat er geen afgeschermde ruimte mag zijn waarin gerookt kan worden. Die regel geldt voor de horecaondernemingen én voor de coffeeshops: er is een rookverbod, waarbij er sprake kan zijn van een afgeschermde rookruimte.

De heer Pechtold (D66):

Waarom is onze motie overbodig? Zij geeft u immers de mogelijkheid om de sector bij het onderzoek van het Trimbos-instituut met wat meer druk vanuit de Kamer te bewegen tot echte afspraken. Ik zou dus graag willen dat u dat extra beetje omarmt en een positief advies over de motie geeft. Is dat mogelijk?

Minister Klink:

Er wordt voorlichtingsmateriaal ontwikkeld ten behoeve van de koper. Bij verkoop is er dus voorlichtingsmateriaal. Uit dien hoofde wordt tegemoetgekomen aan wat met deze motie gevraagd wordt. Ik kan zeggen dat de motie overbodig is, maar ik kan ook aangeven dat zij een ondersteuning is van het beleid dat in ontwikkeling is. Ik zou het dus graag aan de Kamer willen overlaten om te kiezen waarvoor zij wil kiezen.

De voorzitter:

Mevrouw Agema, ook u mag alleen een verhelderende vraag stellen.

Mevrouw Agema (PVV):

Ik zou de minister willen vragen om eens een kijkje te nemen in de horeca, vooral na sluitingstijd, om te zien hoe lang dan moet worden schoongemaakt in die ruimte.

De voorzitter:

Dat is een aanbeveling. Wij hebben afgesproken dat wij alleen moties indienen en die moties verhelderen.

Mevrouw Agema (PVV):

De verheldering van de motie is dat ik vind dat de minister niet goed op de hoogte is van de werkelijkheid. Ik vind het ook jammer dat zijn houding op dat punt is zoals zij nu is.

De voorzitter:

Dat is een constatering.

Minister Klink:

Die constatering zou ik overigens wel willen aanvechten, maar dat is de constatering van mevrouw Agema.

De voorzitter:

Waarvan akte.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Wij zullen vanavond stemmen over de ingediende moties.

De vergadering wordt van 14.00 uur tot 14.15 uur geschorst.

Voorzitter: Verbeet

De voorzitter:

Op de tafel van de griffier ligt een lijst van ingekomen stukken. Op die lijst staan voorstellen voor de behandeling van deze stukken. Als voor het einde van de vergadering daartegen geen bezwaar is gemaakt, neem ik aan dat daarmee wordt ingestemd.