Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2006-2007nr. 90, pagina 5168-5169

Aan de orde is de stemming over een motie, ingediend bij het debat over de Wet inburgering buitenland, te weten:

- de motie-Zijlstra over correctie van de berekening van de zak/slaaggrens (29700, nr. 44).

(Zie vergadering van heden.)

De voorzitter:

Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van de VVD, de SGP en de PVV voor deze motie hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Wij zijn klaar met de stemmingen, dames en heren. Nu komt het. Gaat u er maar eens voor zitten. Ik sta immers in een geschiedenis van lange eindverhalen. Ik dacht aan een halfuurtje. Wij zijn vroeg klaar, dus dat kan toch wel? Ik neem aan dat u niet weg wilt voordat de volgende dag begint.

Geachte medeleden, na deze laatste stemming is het bijna zomerreces. Voordat ik de vergadering sluit, zeg ik nog iets tegen u. De aanvang van het zomerreces is een moment om even stil te staan bij het feit dat deze Kamer nu ruim zeven maanden aan het werk is. Na de verkiezingen van 22 november vorig jaar telde de Kamer 68 nieuwe leden en 2 nieuwe fracties deden hun intrede. Vandaag constateer ik dat velen, soms na een heel korte inwerkperiode, hun maidenspeech hebben gehouden. Nog 10 leden zullen dat na het zomerreces doen. Daarvoor spreek ik veel waardering uit en uiteraard ook voor de ondersteuning van de fracties en de Kamerorganisatie daarbij.

Aan het begin van mijn voorzitterschap op 6 december 2006 heb ik gezegd dat ik een bijdrage wil leveren aan het vergroten van het vertrouwen van de burgers in onze Kamer: het huis van de democratie. Graag herhaal ik enkele opmerkingen die ik heb gemaakt tijdens het debat over de raming. Ik ben van mening dat de Kamer daaraan zelf een bijdrage kan leveren door bijvoorbeeld maat te houden in het vertoon van zelfkritiek. Natuurlijk loopt niet alles hier op rolletjes, maar het zou geen kwaad kunnen als de Kamer een hogere graad van zelfvertrouwen toonde in haar werk. Dat draagt ertoe bij dat ons werk meer gezag heeft. De Kamer moet letterlijk en figuurlijk duidelijke taal spreken, korte inleidingen en puntige interrupties houden. Dat zijn naar mijn mening voorwaarden om het vertrouwen van de burgers in de volksvertegenwoordiging te vergroten. Ik vind ook dat wij op een correcte manier moeten omgaan met afwijkende opvattingen. Daarom roep ik alle leden op om respect voor elkaar te tonen. Juist als wij zo bezorgd zijn over wat er tegenwoordig op straat allemaal gebeurt en als wij horen waarvoor mensen elkaar durven uitmaken, moeten wij zelf het goede voorbeeld geven. Daarin passen volgens mij geen beledigende uitdrukkingen of kwalificaties van personen. Wederzijds respect is naar mijn mening een belangrijk element in de positieve uitstraling van de Kamer. Scherpte in het debat verlevendigt de discussie, dat verduidelijkt de standpunten en het versterkt de kwaliteit van het debat. Debatten en de conclusies die daaruit worden getrokken, moeten toch voor iedereen goed te volgen zijn, zeker nu die live op de televisie of op het internet worden uitgezonden? Wist u bijvoorbeeld dat het afgelopen halfjaar gemiddeld 89.000 mensen naar het vragenuur hebben gekeken en dat naar het debat over de regeringsverklaring gemiddeld 281.000 mensen hebben gekeken? En zo kan ik ook met enige vreugde melden dat de belangstelling voor het korte redactionele verslag dat de Kamer sinds kort op haar website publiceert, groot is. In de periode van 1 april tot en met 25 juni jongstleden is dat verslag door maar liefst 41.976 mensen aangeklikt. Het lijkt erop dat dit een succesformule is.

Alle 150 leden zijn verantwoordelijk voor het aanzien van de Kamer. Zij zijn ook verantwoordelijk voor een zelfbewuste Kamer die weet en uitstraalt dat zij is berekend op haar taken op het gebied van controle en medewetgeving.

Nu de stemmingen over de raming hebben plaatsgehad, stel ik vast dat de Kamer gewoon vasthoudt aan een bezuiniging van 5% op haar eigen budget op een wijze die haar controlerende en medewetgevende taak niet aantast.

Wij willen een Kamer die uiteraard openstaat voor berichten uit de samenleving. Veel burgers willen constructief met ons meedenken. U krijgt ongetwijfeld net als ik regelmatig suggesties van burgers over het verbeteren van het functioneren van de Kamer. Het zijn burgers die nauw betrokken zijn bij onze Kamer en bij datgene wat in onze samenleving leeft. Er zijn ook burgers die praktische aanbevelingen doen. Zo kreeg ik van een burger de tip om pepermuntolie tegen de muizen te gebruiken. Misschien is dat ook iets voor u, meneer Schinkelshoek.

In het afgelopen jaar is veel gebeurd. Het is te veel om daarop nu in te gaan. Wel spreek ik een dankwoord uit aan al onze medewerkers en die van de fracties voor hun inzet in het afgelopen jaar.

(applaus)

De voorzitter:

Ook de parlementaire pers heeft een druk jaar achter de rug.

(applaus)

De voorzitter:

Rest mij u te zeggen dat ik u graag terugzie aan het eind van het zomerreces. Ik wens u toe dat het reces u de gelegenheid biedt om uit te rusten, contacten te hernieuwen, nieuwe energie op te doen en vooral om nieuwe politieke inspiratie te krijgen. Ik dank u wel.

(applaus)

De voorzitter:

Dan sluit ik nu de vergadering.