Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2006-2007nr. 90, pagina 5100-5101

Aan de orde is het debat naar aanleiding van een algemeen overleg op 28 juni 2007 over de Wet maatschappelijke ondersteuning.

De heer Vendrik (GroenLinks):

Voorzitter. Er is rond de Wmo heel veel aan de hand; wij zullen er nog heel veel over praten. Mijn fractie wil voor de zomer één punt regelen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat uit het beleidsprogramma blijkt dat het kabinet wil investeren in vrijwilligerszorg en mantelzorg en dat ook de noodzaak wordt onderkend om de steunpunten te versterken;

overwegende dat een herverdeling van de huidige middelen leidt tot afbraak van bestaand aanbod en verlies van opgebouwde deskundigheid en ervaring;

verzoekt de regering:

  • - de huidige overgangsregeling, die de overheveling van de oude CVTM-subsidieregeling naar de Wmo regelt, met één jaar te verlengen;

  • - in haar voortgangsbrief in september aan te geven welke maatregelen zij neemt om de ondersteuning te versterken;

  • - er met Mezzo en VNG actief naar te streven dat er geen versnippering van aanbod optreedt en, indien noodzakelijk, daartoe maatregelen te nemen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Vendrik. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 54(29538).

Mevrouw Agema (PVV):

Voorzitter. Ik stel de volgende motie voor.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat sinds de invoering van de Wmo op 1 januari 2007 veel ouderen en hulpbehoevenden alleen nog schoonmaakhulp krijgen in plaats van thuiszorg;

overwegende dat het juist wenselijk is dat hulpbehoevenden thuiszorg krijgen die naast schoonmaaktaken, bijvoorbeeld ook helpt bij het invullen van formulieren, de koelkast nakijkt op bedorven producten en eventuele vereenzaming signaleert;

verzoekt de regering, te bevorderen dat gemeenten uitsluitend huishoudelijke zorg (HH2) inzetten in de thuiszorg,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Agema. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 55(29538).

Staatssecretaris Bussemaker:

Voorzitter. Met een motie wil de heer Vendrik de overgangsregeling met één jaar verlengen. Ik ontraad aanneming van deze motie. Tijdens het algemeen overleg heb ik al aangegeven dat ik de geluiden van Mezzo heb gehoord. Er zijn zorgen over de ondersteuning van mantelzorgers. Die signalen neem ik serieus. Ik krijg echter ook andere signalen, bijvoorbeeld van de VNG, dat gemeenten wel degelijk serieus werk willen maken van mantelondersteuning. Men is echt bezig om samen met Mezzo te kijken naar mogelijke knelpunten en deze op te lossen. In mijn voortgangsbrief Wmo van september zal ik uitgebreider op de positie van mantelzorg en vrijwilligers terugkomen. Overigens kan ik de subsidieregeling ook niet zomaar een jaar verlengen. Immers, wij hebben in het bestuursakkoord afspraken met de gemeenten gemaakt. Besloten is om het gehele Wmo-budget vanaf 2008 objectief te verdelen. 2007 is een overgangsjaar. Na overleg met Mezzo en de gemeenten hebben wij afgesproken, het bedrag in één keer over te hevelen. Dat betekent niet dat wij niet in de gaten houden of de middelen ook goed besteed worden. Ik zal daar zo nodig het overleg met Mezzo en VNG over voeren.

Het kabinet hecht aan mantelzorgondersteuning, maar ik geef ook nog maar even aan dat het budget voor de ondersteuning van mantelzorgers de afgelopen jaren is opgelopen van 7,6 mln. in 2000 naar bijna 100 mln. in 2007. Het gaat om instellingssubsidies, om expertisecentra, maar ook om het bedrag dat met de Wmo naar de gemeenten is overgegaan. Daarnaast is er de 65 mln. die beschikbaar is gekomen voor de waardering van mantelzorgers. Er wordt door dit kabinet zeer fors geïnvesteerd in mantelzorgers. Ik zal zeker de vinger aan de pols houden dat het geld terechtkomt bij de mensen die dit werk doen.

Aanneming van de motie van mevrouw Agema ontraad ik. Het is aan de gemeenten om te bepalen of mensen HH1 of HH2 nodig hebben. Als HH1 voldoende is, kunnen gemeenten dat geld wellicht beter inzetten voor mantelzorgers, voor gehandicapten of voor andere kwetsbare groepen die het nodig hebben. Wat van belang is, is dat mensen adequate hulp krijgen. Naar aanleiding van het vorige algemeen overleg heeft de CDA-fractie een motie ingediend waarmee de regering verzocht werd om bij gecombineerde HH1- en HH2-functies, HH2 in te zetten. Dat lijkt mij een adequate invulling van de vraag om evenwichtig om te gaan met de vormen van huishoudelijke hulp.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Vanavond zullen wij over de ingediende moties stemmen.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.