Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2006-2007nr. 90, pagina 5144-5145

Aan de orde is het debat naar aanleiding van een algemeen overleg op 5 juli 2007 over de Netwerkaanpak.

De voorzitter:

Dan is dit het laatste VAO van deze laatste dag voor het reces. Ik heet minister Eurlings van Verkeer en Waterstaat welkom. Dit VAO wijkt iets af van eerder gehouden VAO's, omdat wij net een brief hebben ontvangen van de minister, die de leden aanleiding geeft om er iets over te zeggen. Dat sta ik bij hoge uitzondering vandaag toe.

Mevrouw Vermeij (PvdA):

Voorzitter. Ik dank u voor deze hoge uitzondering op deze dag. Grote complimenten namens veel leden voor het tempo waarmee u deze dag hebt geleid. Ik spreek namens de SP en de ChristenUnie. Wij hebben enkele minuten geleden een brief ontvangen over de vertraging die de Hanzelijn oploopt wanneer voor een tunnelvariant wordt gekozen. Alle partijen namens wie ik spreek, zouden de in deze brief aangekondigde vertraging onacceptabel vinden. Ondanks dat wij deze brief maar heel kort hebben kunnen beoordelen, dienen wij daarom geen motie in. Wel zeg ik namens deze partijen dat de in deze brief genoemde vertraging echt voor rekening van de minister is. Ik zeg erbij dat wij de komende weken en maanden derhalve niet geconfronteerd willen worden met experts of anderen die zeggen dat deze vertraging niet nodig hoeft te zijn. Ik zeg het maar even zoals het is en ik ga ervan uit dat het is zoals het is.

De heer Cramer (ChristenUnie):

Voorzitter. Misschien ben ik wel de laatste die vandaag een motie indient.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de oplossing van capaciteitsknelpunten op de spoorverbinding Amsterdam Sloterdijk-Uitgeest in de Landelijke markt- en capaciteitsanalyse Spoor wordt onderzocht als onderdeel van de corridor Alkmaar-Eindhoven;

overwegende dat op deze verbinding stoptreinen en intercity's op dit moment gebruikmaken van hetzelfde spoor, wat leidt tot capaciteits- en punctualiteitsproblemen;

overwegende dat de Zaanstreek nog niet is aangesloten op het Amsterdamse metronetwerk;

verzoekt de regering, in het kader van de Landelijke markt- en capaciteitsanalyse Spoor voor de spoorverbinding Amsterdam Sloterdijk-Uitgeest als alternatief voor mogelijke spooruitbreiding de aanleg van een metro Amsterdam West-Zaanstreek te onderzoeken die het sprintervervoer op de Zaanlijn kan overnemen, waardoor er meer ruimte ontstaat voor intercity's op deze corridor,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Cramer. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 79(29644).

Minister Eurlings:

Voorzitter. Ik dank de geachte afgevaardigden voor hun bijdragen in dit VAO. Wij hebben elkaar vandaag veelvuldig en lang gesproken. Een van de onderwerpen die het meest tot discussie heeft geleid, is de vraag of er alsnog een tunnel in Hattem kan komen. Ik vind het goed dat wij er veelvuldig over hebben gesproken en veel tijd voor hebben genomen. Deze discussie volgt op heel wat discussies in heel wat jaren voor ons. Hoewel het besluit allang was genomen, vind ik het toch goed dat wij heel serieus zijn ingegaan op de vraag of er alsnog een tunnel moet komen. Ik heb groot respect voor alle mensen uit Hattem die naar ons toe zijn gekomen, maar ik heb wel eerlijk de keuzes voorgelegd die er liggen. Je kunt nog altijd kiezen voor een tunnel, maar dat kost sowieso meer dan 100 mln. extra en dat leidt sowieso tot jaren vertraging.

Ik excuseer mij voor het feit dat de brief zo laat kwam. Ik heb deze om ongeveer zeven uur geaccordeerd, dus ik weet niet waar de vertraging heeft gezeten, maar dat doet er niet toe. In die brief staat heel nadrukkelijk dat het zelfs tot vier à vijf jaar vertraging kan leiden als wij de koninklijke procedure zouden volgen en een tunnel zouden maken. Het werken met tussenvormen zou op die locatie technisch niet in te passen zijn. Er zouden capaciteitsproblemen ontstaan bij de Veluwe- en Hanzelijn. Ook zou er sprake zijn van een tijdsoverschrijding van 2 tot 2,5 jaar. Het laatste argument geldt wat dat betreft dus in het bijzonder. Ik kan de Kamer niet verzekeren dat er geen deskundige is die daarover een andere mening heeft. Dit is gestoeld op het onderzoek van ProRail en op onze oprechte inschatting. Vandaag heb ik al gezegd dat het voor mij gemakkelijker was geweest om een ander betoog te houden of een foefje te verzinnen om een en ander alsnog te doen. Na afloop het ik nog met een aantal mensen uit Hattem gesproken. Zij hebben gelijk als zij zeggen dat het investeringen zijn voor de lange termijn. Als het echter mogelijk was geweest om alsnog een tunnel aan te leggen, had ik dat op een positieve manier met de Kamer overwogen. De feiten zijn echter zoals die zijn. Dat zou veel geld kosten en een vertraging van jaren opleveren. Voor een dermate belangrijke verbinding met een groei van 5% zou dat naar mijn oordeel een probleem zijn.

De heer Roemer (SP):

De minister heeft in het algemeen overleg gezegd dat de gunningsperiode vanaf nu ongeveer acht weken is. Mocht de minister in de tussenliggende periode relevante informatie over de vertraging ontvangen, wordt de Kamer daarover dan onmiddellijk geïnformeerd?

Minister Eurlings:

Ja, ik zeg de Kamer toe dat ik haar informeer als blijkt dat de inzichten veranderen. Ik ga echter niet over een nacht ijs. Het geschetste beeld komt niet zomaar in ons op. Dat is ontstaan op basis van diepgaand onderzoek. Ik herhaal dat ik wilde dat het positiever was, maar ik verwacht niet dat de inzichten zullen veranderen.

Vanmiddag heb ik gezegd dat ik hecht aan een goed contact met de regio en dat ik van mening ben dat de mensen daar eerlijk moeten worden geïnformeerd. Ik heb er immers niets aan om hoop te geven, terwijl die er waarschijnlijk niet is. Met mijn toezegging wil ik niet de indruk wekken dat ik verwacht dat er opeens andere inzichten zullen zijn. Het tegendeel is het geval.

Veel mensen – ik heb de heer Slob genoemd, maar er zijn ook vele anderen – hebben zich voor dit dossier ingezet. Ik ben dan ook gelukkig met het feit dat het in ieder geval is gelukt om de brug ook van een fietsverbinding te voorzien. De mensen uit Hattem hebben daardoor ook nog iets aan die brug. De meerkosten worden graag gedragen.

Ik kom op de motie-Cramer met het verzoek om een onderzoek te doen naar de mogelijkheid om een metroverbinding Amsterdam-West/Zaanstreek te realiseren. Vandaag hebben wij een interessant debat gevoerd over de vraag hoe belangrijk het is om de verschillende modaliteiten ten opzichte van elkaar te bezien. Er moet geen sprake meer zijn van het asfalt tegenover het spoor of van het spoor tegenover het asfalt. Veel vaker moet worden nagegaan hoe een en ander in elkaar grijpt. Deze intermodaliteit geldt natuurlijk ook binnen het openbaar vervoer zelf. Ik neem de motie-Cramer dan ook over. Dat houdt in dat ik dat onderzoek graag laat doen. Ik heb nu echter geen enkel signaal dat dat tot een betere uitkomst leidt. Onderzoek doen betekent immers niet dat er een beter resultaat wordt behaald.

De heer Cramer (ChristenUnie):

De toezegging is glashelder. Ik trek de motie dan ook in.

De voorzitter:

Aangezien de motie-Cramer (29644, nr. 79) is ingetrokken, maakt zij geen onderwerp van beraadslaging meer uit.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Aan het eind van de avond hebben de stemmingen plaats.

De vergadering wordt van 20.05 uur tot 22.05 uur geschorst.

De voorzitter:

Ik stel de aanwezigheid van een zo mooie delegatie vanuit het kabinet zeer op prijs. Ik begrijp dat u daar interessante andere bijeenkomsten voor laat schieten. Daarvoor spreken wij onze grote dank uit, want wij stemmen graag zichtbaar voor het kabinet.

Dames en heren, ik heb een voorstel. Ik ga bij de moties alleen het nummer en de naam van de indiener oplezen. Dat spaart tijd. Maar dan moet u dus extra goed opletten, heel stil zijn en duidelijk stemmen.