Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2006-2007nr. 90, pagina 5121-5122

Aan de orde is het debat naar aanleiding van een algemeen overleg van heden over de Landbouw- en Visserijraad.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Voorzitter. Ik dien twee moties in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat transporten met pluimvee en pluimveeproducten de belangrijkste veroorzakers zijn van de verspreiding van het vogelpestvirus H5N1, dat ook voor mensen gevaarlijk is;

constaterende dat internationale pluimveetransporten nog steeds onbeperkt zijn toegestaan en dat de verspreiding van het H5N1-virus hierdoor kan worden versneld;

overwegende dat het belang van de volksgezondheid noopt tot vergaande maatregelen om de verspreiding van aviaire influenza te voorkomen;

verzoekt de regering, met onmiddellijke ingang internationale transporten van levend pluimvee sterk te beperken tot alle kippen in Nederland gevaccineerd zullen zijn,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Thieme. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 231(21501-32).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat pluimveehouders met vrije-uitloopsystemen en hobbydierhouders onevenredig zwaar en keer op keer getroffen worden door maatregelen als een verplichte afscherm- of ophokplicht in het kader van het preventiebeleid ten aanzien van H5N1;

overwegende dat, gelet op grootschalige dodingen, de ingezette middelen om aviaire influenza te bestrijden voor dieren dodelijker zijn dan de kwaal zelf ooit is geweest;

overwegende dat het belang van de volksgezondheid noopt tot vergaande maatregelen om de verspreiding van aviaire influenza te voorkomen;

verzoekt de regering, beleid te ontwikkelen waarmee pluimveehouders met vrije-uitloopsystemen en hobbydierhouders gecompenseerd worden voor verplichte maatregelen die de regering met het oog op economische belangen van pluimveehouders en pluimveevervoerders neemt,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Thieme. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 232(21501-32).

Minister Verburg:

Voorzitter. De moties van mevrouw Thieme hebben beide betrekking op het algemeen overleg dat enkele minuten geleden is afgerond en beide moties hebben te maken met het risico van vogelgriep. Met haar eerste motie zegt mevrouw Thieme dat belangen van de volksgezondheid nopen tot vergaande maatregelen om de verspreiding van aviaire influenza te voorkomen. Zij verzoekt de regering om met onmiddellijke ingang internationale transporten van levend pluimvee sterk te beperken totdat alle kippen in Nederland gevaccineerd zijn.

In het algemeen overleg en vanmorgen ook in deze Kamer heb ik aangegeven dat de vogelgriep die is aangetroffen in Tsjechië, Beieren, Saksen en vandaag in Noordoost-Frankrijk nabij Metz in meerderheid van de gevallen voorkwam bij in het wild levende vogels. Ik heb ook aangegeven dat de transportsector gewaarschuwd is. Zij is met name bij transport van pluimvee buitengewoon alert. De terugkerende transportwagens worden extra gereinigd. Daarover is een- en andermaal met de sector overleg gepleegd. Eerdere ervaringen hebben geleerd dat de sector in dergelijke situaties toch al buitengewoon alert is. Dat moet ook. Dat betekent dat ik aanneming van deze motie moet ontraden. Zij geeft namelijk geen antwoord op de huidige situatie. De oorzaken van de vogelgriep liggen namelijk niet op de veronderstelde plaatsen. Met mevrouw Thieme wil ik weten waar die wel liggen. Ik zei al dat het H5N1-virus is aangetroffen bij in het wild levende vogels.

Met haar tweede motie zegt mevrouw Thieme dat belangen van de volksgezondheid nopen tot vergaande maatregelen om de verspreiding van aviaire influenza te voorkomen. Zij verzoekt de regering beleid te ontwikkelen waarmee pluimveehouders met vrije uitloopsystemen en hobbydierhouders gecompenseerd worden voor verplichte maatregelen die met het oog op economische belangen van pluimveehouders en pluimvervoerders door de regering worden getroffen. Ik meen dat van compensatie geen sprake hoeft te zijn. Wij hebben niet de hobbydierhouders, maar de commerciële pluimveehouders een afschermplicht opgelegd. Hierover heb ik afspraken met de sector gemaakt. Vorige week hebben wij een afweging gemaakt en ons afgevraagd of het nodig zou zijn om een afschermplicht op te leggen, gelet op de ontwikkelingen en het feit dat toen in Duitsland vogelgriep werd geconstateerd. Vandaag is daar Noord-Frankrijk bijgekomen. Dat is de reden waarom ik heb gezegd een stap verder te gaan dan het geven van advies om af te schermen. Ik kom nu dan ook tot een afschermplicht, maar ik maak daarbij een zorgvuldig onderscheid tussen commerciële pluimveehouders enerzijds en hobbydierhouders en houders van gevaccineerd pluimvee anderzijds. Voor die laatste groep geldt dus geen afschermplicht.

Mevrouw Thieme doelt met haar motie op economische schade voor pluimveehouders. Ik wijs erop dat als een afschermplicht van niet langer dan twaalf weken geldt er geen enkele economische schade voor de uitloopsector is. Ik hoop met haar dat de noodzaak van afscherming niet langer dan twaalf weken hoeft te duren. Laten wij ook hopen dat het vogelgriepvirus H5N1 zich niet verder over Europa verspreidt en dat het dus Nederland niet bereikt. Kortom, ik ontraad aanneming van deze motie.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

De stemming over de moties vindt plaats bij de eindstemming van vanavond.