Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2006-2007nr. 90, pagina 5087-5090

Aan de orde is het debat naar aanleiding van een algemeen overleg op 27 juni 2007 over synthetische drugs.

De heer De Wit (SP):

Voorzitter. Tijdens het algemeen overleg over de aanpak van de handel en productie van synthetische drugs hebben wij aangevoerd dat het noodzakelijk is om het testen van synthetische drugs weer in te voeren.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat enige jaren geleden het testen van XTC-pillen op danceparty's, andere feesten en in het uitgaanscircuit is afgeschaft;

overwegende dat het drugs informatie en monitoring systeem van het Trimbos-instituut thans XTC-pillen test die hoofdzakelijk worden aangeboden door de instellingen voor de verslavingszorg, dientengevolge niet voldoende in staat is een volledig en juist beeld van de markt te schetsen en onvoldoende contact heeft met de gebruiker;

overwegende dat het voor gebruikers niet mogelijk is pillen die bij feesten worden aangeboden, te doen testen;

van mening dat het in het belang van de volksgezondheid is dat deze testen weer worden ingevoerd;

verzoekt de regering, te bevorderen dat XTC-pillen kunnen worden getest op de hier bedoelde locaties,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden De Wit, Van der Ham, Van Velzen en Azough. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 21(23760).

Mevrouw Joldersma (CDA):

Voorzitter. Ik dien één motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat zich met enige regelmaat levensbedreigende incidenten voordoen met ecstasy en andere drugs, zoals GHB, paddo's, cannabis en cocaïne alsook met excessief alcoholgebruik;

constaterende dat een landelijke registratie en analyse van deze alcohol- en drugsgerelateerde incidenten nog steeds ontbreekt;

overwegende dat alert en snel op deze incidenten moet worden gereageerd om verdere schade te voorkomen en zo nodig aanvullende beleidsmaatregelen te nemen;

overwegende dat het wenselijk is, het landelijke drugs informatie- en monitoringsysteem hiermee te versterken;

verzoekt de regering, te komen tot een snelle en eenvoudige, landelijk dekkende en continue registratie van alcohol- en drugsgerelateerde incidenten, met de relevante achtergrondinformatie en de daarbij te ondernemen vervolgstappen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Joldersma, Anker en Teeven. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 22(23760).

Mevrouw Koşer Kaya (D66):

Voorzitter. Ook ik heb één motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat goede voorlichting over drugs, zoals XTC, een belangrijke rol speelt in het voorkomen of beperken van gezondheidsschade;

overwegende dat het testen van XTC op samenstelling weliswaar niets afdoet aan de schade van de drug, maar wel grotere schadelijkheid kan voorkomen van ongewenste bijmenging, en het derhalve past in het uitgangspunt van "harm reduction";

overwegende dat het testen van XTC op samenstelling reeds mogelijk is, maar dat een beperkte groep daar gebruik van maakt;

overwegende dat er nu al actieve informatie wordt verschaft aan uitgaand publiek op feesten over de effecten van druggebruik met het oog op het beperken van gezondheidsschade;

voorts overwegende dat een mogelijkheid van testen van XTC op feesten een verdieping kan geven aan die informatievoorziening;

verzoekt de regering om na overleg met de relevante betrokken instellingen, politie en drugsvoorlichting op experimentele basis het testen van XTC bij bepaalde feesten opnieuw toe te staan en in dit experiment te onderzoeken welke effecten dit heeft op de gezondheid en het kennisniveau van de feestgangers,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Koşer Kaya, Van der Ham, De Wit, Van Velzen en Azough.

Zij krijgt nr. 23(23760).

De heer Teeven (VVD):

Voorzitter. Ook ik dien één motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de kabinetsnotitie "Voortzetting aanpak synthetische drugs vanaf 2007" een duidelijk beeld geeft van de in Nederland in beslag genomen synthetische drugs over de periode 2001-2006;

constaterende dat er vanaf 2005 sprake is van een zeer aanzienlijke afname van de hoeveelheid in beslag genomen precursors PMK en BMK en dat de inbeslagname voor de eerste helft van 2006 zelfs nul bedroeg;

overwegende dat de Belastingdienst, waarvan de douane een onderdeel uitmaakt, niet optimaal functioneert;

van oordeel dat het voor de "Voortzetting aanpak synthetische drugs vanaf 2007" van groot belang is dat er voldoende fysieke controles naar de precursors PMK en BMK plaatsvinden in de Nederlandse zeehavens;

verzoekt de regering, per direct extra capaciteit vrij te maken binnen de douane ten behoeve van een groter aantal fysieke controles op precursors in de Nederlandse zeehavens,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Teeven. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 24(23760).

De heer Anker (ChristenUnie):

Voorzitter. Ik dien een motie in over financiële opsporingstrajecten.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat in veel opsporingsonderzoeken naar drugsgerelateerde strafbare feiten geen financieel opsporingstraject wordt gevolgd;

constaterende dat als gevolg hiervan drugswinsten van soms grote omvang ongemoeid worden gelaten;

overwegende dat dergelijke winsten (kunnen) worden ingezet om de handel in verdovende middelen in stand te houden en/of uit te breiden en voorts dat dergelijke winsten (kunnen) worden omgezet in roerende en onroerende goederen;

overwegende dat het wenselijk is dat ook drugsgerelateerde misdaad niet loont en dat wederrechtelijk verkregen voordeel zo veel mogelijk wordt ontnomen;

verzoekt de regering, maatregelen te nemen die bevorderen dat in een substantieel groter aantal opsporingsonderzoeken naar drugsgerelateerde strafbare feiten een financieel opsporingstraject wordt gevolgd en de Kamer hierover in te lichten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Anker, Teeven, Joldersma en De Wit. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 25(23760).

Minister Klink:

Voorzitter. De motie van de heer De Wit vraagt in feite om het herinvoeren van controle tijdens dansfeesten. Om verschillende redenen wil ik de aanneming van die motie ontraden. In het kader van het Drugs Informatie Monitoring Systeem kunnen gebruikers, zoals de heer De Wit zelf al signaleerde, op dit moment pillen laten testen bij kantoren van instellingen voor verslavingszorg. Die zijn verspreid over heel Nederland. Gebruikers krijgen op die manier ook voorlichting over het voorkomen van schade met betrekking tot drugsgebruik. Uit onderzoek blijkt dat het testen uiteindelijk ook effectief is.

Men is indertijd gestopt met het testen op dansvloeren, omdat slechts weinig pillen onmiddellijk konden worden herkend. Dit komt onder andere door de hoge omloopsnelheid van soorten pillen. In de motie wordt specifiek gevraagd om het testen van XTC, maar ik wijs er dus op dat de herkenning van bepaalde pillen lastig was vanwege de hoge omloopsnelheid. Op die locaties werd testen gaandeweg dus lastiger.

De hoofdreden waarom wij deze motie niet willen steunen, is dat bij steeds meer dansfeesten mensen bij de ingang streng worden gecontroleerd op drugs. Dan is het niet logisch om vlak na aanvang van het feest een testservice aan te bieden. Wij vinden dat dat eigenlijk op gespannen voet met elkaar staat. Steekproefsgewijs wordt wel steeds meer in beslag genomen en geanalyseerd. Dat komt de beveiliging van de dansfeesten en de bezoekers daarvan uiteindelijk ten goede.

De afgelopen jaren heeft het DIMS goed gewerkt. Vanuit het veld zijn er nauwelijks verzoeken geweest om een en ander aan te vullen. Ook over de testen op de dansvloeren zijn er niet al te veel verzoeken gekomen. Wij willen het dus laten bij de huidige praktijk en ontraden daarom de aanneming van de motie.

Dat geldt eigenlijk ook voor de motie van mevrouw Koşer Kaya, die in feite een soortgelijke strekking heeft maar die vraagt om experimenten in die richting.

Dan de motie van mevrouw Joldersma over de incidentenmonitor voor alcohol- en drugsincidenten. In de kabinetsnotitie die deel uitmaakte van de beraadslaging in het AO is aangekondigd dat het Drugs Informatie Monitoring Systeem zodanig zal worden verbeterd dat een incidentenregistratie met betrekking tot XTC zal gaan plaatsvinden. Dat kun je zien als een incidentenmonitor en de opmaat daarnaar. Een pilotstudie van een paar jaar geleden toonde aan dat een registratiesysteem voor acute hulpvragen op de EHBO waarbij drugsgebruik mogelijk een rol speelde, niet goed werkte. Inmiddels heeft het DIMS echter een voorstel voor een eenvoudiger en naar verwachting ook beter werkzaam model ontwikkeld. Een verbreding van de incidentenmonitor – dus niet alleen gericht op XTC, maar ook op andere drugs – is wenselijk en uiteindelijk ook mogelijk. Het DIMS heeft daar in zijn voorstellen al aandacht aan besteed. Wij willen die ontwikkeling graag onderlijnen, bespoedigen en steunen.

Een uitbreiding met alcohol zou ik willen ontraden, ook omdat via andere registraties voldoende gegevens beschikbaar zijn, bijvoorbeeld via het letsel- en informatiesysteem van Consument en Veiligheid. Met andere woorden: wij willen de aanneming van deze motie ontraden omdat zij naar onze overtuiging overbodig is. Het DIMS werkt al aan een soort registratie die uiteindelijk een bredere reikwijdte heeft dan alleen de XTC. Met betrekking tot alcohol bestaan dergelijke monitors al. Wij vinden de motie dus in feite overbodig, maar het is natuurlijk aan de Kamer of zij toch nog eens wil onderstrepen dat zij de ingezette koers steunt.

Minister Hirsch Ballin:

Voorzitter. Beide moties geven uiting aan de betrokkenheid bij versterking van de rechtshandhaving bij drugs die in het algemeen overleg over synthetische drugs van 27 juni jongstleden ook duidelijk naar voren is gekomen.

De motie van de heer Teeven kan ik desalniettemin niet van een positief advies voorzien. Het aandeel van de douane in het totaal van de handhaving wordt in zijn motie te geïsoleerd bezien. Ik breng uiteraard graag het punt van zorg dat in de motie tot uiting wordt gebracht over aan de staatssecretaris van Financiën. Er is geen aanleiding voor mij om op basis van het voorliggende materiaal iets te zeggen over de interne verdeling van de capaciteit binnen de Belastingdienst of de douane. De rol van de douane heeft onze volle aandacht. Wellicht heb ik de heer Teeven hiermee voldoende ruimte gegeven om de motie in te trekken of aan te houden tot de vervolgrapportage over de inzet van de diverse diensten op dit terrein.

De andere motie brengt iets tot uitdrukking dat ik van harte onderschrijf. Ik heb de Kamer eerder gemeld dat er een versterkingsprogramma komt voor de aanpak van financieel-economische criminaliteit. OM, politie, Belastingdienst en de bijzondere opsporingsdiensten hebben de afgelopen maanden de aanpak van diverse vormen van financieel-economische criminaliteit in kaart gebracht. Daarbij ging het ook om de inzet van het financieel rechercheren. Inmiddels beginnen de contouren van de extra financiële ruimte voor het versterkingsprogramma zich af te tekenen. Zoals wellicht bekend is, zijn wij heel ver gevorderd met de invulling van de financiële elementen van het beleidsprogramma. Dat betekent dat het aangekondigde vervolg er binnenkort is. Wij beginnen overigens bepaald niet op nul bij de versterking van het financieel rechercheren. De beoogde versterking van de aanpak zal gebeuren in aansluiting op de best practices op dit terrein. Ik noem de cabrio-aanpak in Amsterdam bij onverklaarbaar crimineel vermogen en andere verbetermaatregelen die kunnen worden ingevoerd zonder dat daarvoor extra financiële middelen nodig zijn. De middelen op basis van het beleidsprogramma zijn mede bedoeld voor de versterking van het financieel rechercheren. De maatregel om die te bevorderen, zal ook moeten leiden tot een substantieel groter aantal financieel opsporingsonderzoeken en -trajecten. Dat past in de door mij geschetste aanpak. Ik zie de motie als steun in de rug voor ons beleid.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Vanavond wordt over de ingediende moties gestemd.