Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2006-2007nr. 90, pagina 5099-5100

Aan de orde is het debat naar aanleiding van een algemeen overleg op 28 juni 2007 over de zorgzwaartefinanciering.

Mevrouw Van Miltenburg (VVD):

Voorzitter. Ik dien de volgende motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat noch de definitieve tarieven voor zzp'ers, noch de uitkomst van het onderzoek naar de consequenties van de invoering van de zzp'ers voor de hoogte van de pgb's bekend zijn;

overwegende dat met een pgb voldoende zorg van goede kwaliteit ingekocht moet kunnen worden en dat om dat te bepalen genoemde informatie noodzakelijk is;

verzoekt de regering, te garanderen dat de hoogte van nieuwe pgb's voor mensen met een verblijfsindicatie tot 1 januari 2008 gelijkwaardig is aan de vóór 1 juni 2007 vastgestelde pgb's en zodoende een volwaardig alternatief is voor zorg in natura,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Miltenburg, Jan de Vries, Wolbert en Wiegman-van Meppelen Scheppink. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 218(26631).

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Staatssecretaris Bussemaker:

Voorzitter. Tijdens het algemeen overleg over de zorgzwaartepakketten hebben wij uitgebreid gediscussieerd over de pgb's. Dat bleek geen makkelijke materie. Er is nog een brief overheen gekomen. Als ik het goed begrijp, wil mevrouw Van Miltenburg ervoor zorgen dat het pgb ook na 1 juli een volwaardig alternatief blijft voor verblijfsgeïndiceerden. Zij wil dat tot 1 januari 2008 garanderen. De bedoeling en de strekking van de motie kan ik onderschrijven, maar ik zeg erbij dat ik dit niet wil bereiken langs de weg van een andere indicatiestelling. Ik ben bereid om te kijken naar een manier om het bedrag dat bij dat pgb hoort, een vergelijkbaar niveau te laten hebben – mevrouw Van Miltenburg spreekt van gelijkwaardig – als het bedrag dat voor 1 juli 2007 vaststaat. In gevallen waarin de cliënt in overleg met het zorgkantoor van mening is dat de hoogte van het pgb volgens het eerder aangegeven overzicht niet volwaardig is, moet men vergelijkbare gevallen aan het CVZ voorleggen, dat vervolgens kan besluiten het pgb op een gelijkwaardig of vergelijkbaar niveau vast te stellen. Daarbij sluit ik dan min of meer aan bij de bestaande procedure voor extreem hoge pgb's boven de € 300 per dag. Als ik de motie zo mag begrijpen– ik zie mevrouw Van Miltenburg knikken – dan laat ik het oordeel over de motie aan de Kamer.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Wij zullen vanavond over de motie stemmen.