Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2006-2007nr. 90, pagina 5141-5142

Aan de orde is het debat naar aanleiding van een algemeen overleg van heden over het spoor.

De heer Roemer (SP):

Voorzitter. Ik stel de volgende motie voor.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

van mening dat betaalbaar openbaar vervoer belangrijk is;

constaterende dat de ov-chipkaart ingevoerd zal worden, maar nog niet op een breed draagvlak kan rekenen;

overwegende dat terughoudendheid in de tariefontwikkeling vermoedelijk het draagvlak voor de ov-chipkaart kan vergroten;Roemer

van mening dat reizigersgroei in het openbaar vervoer wenselijk is en een tariefstijging hier een negatieve bijdrage levert;

verzoekt de regering, met een voorstel te komen waarbij de gemiddelde tariefstijging voor het openbaar vervoer in 2008 zo minimaal mogelijk is en te streven naar een tariefverhoging van maximaal de inflatie,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Roemer en Duyvendak. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 52(29893,29984).

Staatssecretaris Huizinga-Heringa:

Voorzitter. De heer Roemer verzoekt de regering, een voorstel te doen waarbij de gemiddelde tariefstijging voor het openbaar vervoer minimaal is, en te streven naar een tariefsverhoging van maximaal de inflatie. Wij hebben hierover in het algemeen overleg gesproken en ik heb toen toegezegd dat ik de Kamer voor het einde van het zomerreces hierover een brief zou sturen. Naar aanleiding van het besprokene ben ik bereid, nog eens te overwegen of de tarieven minder verhoogd kunnen worden, dus ik kan toezeggen dat ik een minimale tariefstijging zal voorstellen, maar streven naar een tariefsverhoging van maximaal de inflatie gaat echt te ver. Ik moet de Kamer dan ook ontraden, dit deel van de motie aan te nemen.

De heer Roemer (SP):

Klopt het dat de tarieven nog tot en met 15 september kunnen worden aangepast?

Staatssecretaris Huizinga-Heringa:

Ik heb begrepen dat 15 september voor mij de uiterste datum is om de tarieven definitief vast te stellen.

De heer Roemer (SP):

Bent u bereid om de Kamer na de zomervakantie een brief toe te sturen, opdat wij die na het reces nog kunnen bespreken voordat er een definitief besluit over genomen is?

Staatssecretaris Huizinga-Heringa:

Ik heb vanmorgen in het algemeen overleg al een brief toegezegd, ik zeg u nu toe dat ik mij nog eens zal beraden op de tariefstijgingen. Ik zal hier in die brief op terugkomen en de Kamer zal die op een zodanig tijdstip ontvangen dat er nog vóór 15 september overleg over gevoerd kan worden.

De heer Roemer (SP):

Dan zal ik mijn motie aanhouden.

De voorzitter:

Op verzoek van de heer Roemer stel ik voor, zijn motie (29893, 29984, nr. 52) van de agenda af te voeren.

Daartoe wordt besloten.

De beraadslaging wordt gesloten.