Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-2013nr. 104, item 52

52 Vijfde actieprogramma Nitraatrichtlijn

Aan de orde is het VSO Vijfde actieprogramma Nitraatrichtlijn (33037, nr. 67),

en van de behandeling van:

  • - het wetsvoorstel Beantwoording vragen commissie over het vijfde actieprogramma Nitraatrichtlijn (33037).

De voorzitter:

Ik heet de staatsecretaris van Economische Zaken van harte welkom.

De heer Van Gerven (SP):

Voorzitter. Ik zal meteen een motie indienen. De voorgeschiedenis is de deelnemers uiteraard bekend.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering, alsnog vrijstelling te verlenen voor het bovengronds aanwenden van mest, aan maximaal honderd gecertificeerde kringboeren van de Vereniging tot Behoud van Boer en Milieu (VBBM) en de Noordelijke Friese Wouden (NFW), voor een periode van vijf jaar teneinde deze periode te gebruiken voor vervolgonderzoek en doorontwikkeling,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Gerven, Dijkgraaf, Graus, Ouwehand, Dik-Faber, Geurts, Schouw, Klaver en Klein.

Zij krijgt nr. 68 (33037).

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Voorzitter. Ons landje stikt van de mest. In plaats van daaraan iets te veranderen, probeert Nederland uitzonderingen te krijgen op afspraken die wij hebben gemaakt over de mate waarin die mest ons water mag vervuilen. De Partij voor de Dieren is het daar niet mee eens, dat zal u niet verbazen.

Ik dien twee moties in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Nederland onverminderd kampt met een mestoverschot en niet aan de waterkwaliteitsnormen voldoet vanwege de aanhoudende uitspoeling van mest;

overwegende het belang van gezonde bodems en een goede oppervlaktewaterkwaliteit;

verzoekt de regering, het verzoek tot derogatie van de Nitraatrichtlijn in te trekken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Ouwehand. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 69 (33037).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Nederland er al in een vroeg stadium door de Eurocommissaris van Milieu op is gewezen dat het nemen van bronmaatregelen in het mestbeleid een essentieel onderdeel is waarop de goedkeuring van het actieprogramma Nitraatrichtlijn door de Europese Commissie gebaseerd zal zijn;

constaterende dat de Nederlandse inzet tot nu toe enkel inzet op be- en verwerking van mest;

verzoekt de regering, in het vijfde actieprogramma Nitraatrichtlijn gerichte bronmaatregelen op te nemen, waaronder een krimp van de veestapel,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Ouwehand. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 70 (33037).

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Staatssecretaris Dijksma:

Voorzitter. Allereerst een reactie op de motie-Van Gerven c.s. Ondanks de indrukwekkende lijst van geachte afgevaardigden die de heer Van Gerven voor deze motie heeft weten te verzamelen, moet ik de motie ontraden. Ik leg graag uit waarom en wil vervolgens ook nog een voorstel doen aan de Kamer.

Op dit moment ben ik bezig om opnieuw een derogatie op de Nitraatrichtlijn te bevechten. Dat geeft meteen al een klein stemadvies over de moties die door mevrouw Ouwehand zijn ingediend. Daarvoor moet Nederland echt serieus laten zien dat het zijn mestprobleem oplost. Een van de punten waarop ook de Commissie kritisch is ten opzichte van Nederland, zijn onze zogenaamde experimenten met mest. Ik heb de praktijkproef van de bewuste boeren, die nu vrijstelling willen, eerder laten beoordelen door de Technische commissie bodem. Die commissie heeft weinig heel gelaten van de effecten van die proef. Ik zie dus geen reden om op basis van wat die proef heeft opgeleverd tot een dergelijke vrijstelling te komen. Er ligt ook nog geen voorstel voor onderzoek. Dat zou een route kunnen zijn die we kunnen bewandelen om toch nog eens opnieuw te kijken. Dan moet men echter een serieus voorstel doen, dat wetenschappelijk gevalideerd kan worden en waaruit kan blijken dat je, als je doet wat zij doen, ook echt een goede bijdrage levert. Om die reden zou ik de heer Van Gerven en zijn kompanen willen vragen om deze motie aan te houden. Laten we de vereniging vragen om met een serieus voorstel te komen en laten we dat dan beoordelen. Als de Kamer het nu echter op de manier van deze motie wil doen, dan heb ik geen goede tekst in Brussel en dat loopt mogelijk ook onze onderhandelingen over het verkrijgen van de derogatie in de weg. Ik vind dat de Kamer dat risico niet moet nemen. Daarom moet ik deze motie op dit moment ontraden.

De voorzitter:

Maar u hebt een vraag gesteld aan de heer Van Gerven en uw terminologie overnemend, vraag ik de heer Van Gerven of hij, zonder dat hij zijn kompanen daartoe hoeft te raadplegen, daarop een antwoord kan geven.

De heer Van Gerven (SP):

Het antwoord van de staatssecretaris is niet nieuw. Dat heeft zij al eerder betoogd. Alleen is de Kamer in grote meerderheid voor voortzetting van het experiment, omdat zij niet overtuigd is van de wetenschappelijke discussie — laat ik het zo maar formuleren — die daarover gaande is.

De voorzitter:

Laten we de discussie niet opnieuw voeren. Het gaat hier vanavond om het volgende. Er zijn moties ingediend. De bewindslieden vinden daar iets van, en vervolgens hebt u daar nog vragen over of geeft u antwoord op een nadere vraag van de zijde van het kabinet.

De heer Van Gerven (SP):

Maar...

De voorzitter:

Ik was nog niet uitgesproken!

De heer Van Gerven (SP):

Ik ook niet, voorzitter.

De voorzitter:

Ja, maar ik bewaak hier de orde en we willen een beetje op tijd klaar zijn met zijn allen, hebben we afgesproken. De staatssecretaris heeft aan u gevraagd of u die motie wilt aanhouden. Ik heb aan u gevraagd wat daarop uw antwoord is. Dan moet u niet een betoog beginnen. Dat heeft geen zin. We zijn hier dingen aan het afkaarten. Gaat uw gang.

De heer Van Gerven (SP):

Voorzitter. Het is gebruikelijk bij het bespreken van moties dat we de mogelijkheid hebben om toch enige ideeën uit te wisselen. Het is niet alleen maar aanhouden ja of nee. Anders zouden we het schriftelijk kunnen afdoen.

De voorzitter:

Wilt u gewoon kort en krachtig antwoorden, eventueel met inhoudelijke redegeving, op de vraag van de staatssecretaris?

De heer Van Gerven (SP):

De Kamer wil graag dat experiment voortzetten. En de Kamer is er ook niet van overtuigd dat dit de derogatiediscussie zal schaden en verzoekt dus de staatssecretaris om ruimte voor dat experiment te creëren. Het verzoek is of de staatssecretaris die motie wil overnemen.

Staatssecretaris Dijksma:

Voorzitter. Dat zal ik niet doen. Als de indieners die motie in stemming brengen, dan zeg ik... De heer Van Gerven zegt: wij zijn er niet van overtuigd dat die motie ons in Brussel in de problemen brengt. Ik mag de heer Van Gerven er misschien aan helpen herinneren dat hij in Brussel niet aan tafel zit, en ik wel.

De voorzitter:

Nee, nu gaan we echt de discussie opnieuw openen. Heel kort graag uw antwoord.

Staatssecretaris Dijksma:

Ik blijf de motie ontraden. Ik wil de Kamer een aanbod doen, onder het voorbehoud dat de motie wordt aangenomen. Als de Kamer dat niet wil, dan is mijn stemadvies volgens mij klip-en-klaar.

De voorzitter:

En dat luidt ontraden. Heb ik dat goed samengevat?

Staatssecretaris Dijksma:

Zeker, voorzitter.

Dat geldt ook voor de motie op stuk nr. 69, van mevrouw Ouwehand. Zij verzoekt de regering om niet om derogatie te verzoeken. Ik denk dat ik net uitgebreid heb uitgelegd dat wij dat wel gaan doen. Ook deze motie moet ik dus ontraden.

In haar motie op stuk nr. 70 verzoekt mevrouw Ouwehand om maatregelen te nemen, waaronder een krimp van de veestapel. Die ontraad ik ook. Dat is namelijk niet wat het beleid beoogt. Het beleid beoogt om de mestproblematiek binnen de milieunormen te krijgen en daar werken wij aan.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Wij gaan hedenavond stemmen over de moties, voor zover die niet aangehouden zijn.

Ik stel vast dat de woordvoerders en de bewindspersoon voor het volgende agendapunt al aanwezig zijn, dus gaan wij maar meteen door.