51 Arbeidsmarktbeleid/topinkomens

Aan de orde is het VAO Arbeidsmarktbeleid/topinkomens (AO d.d. 2/7).

De voorzitter:

Ik wijs er nog even op dat de spreektijden zijn bepaald op twee minuten, inclusief het indienen van moties. Mevrouw Karabulut, veel succes.

Mevrouw Karabulut (SP):

Voorzitter. Dan zal ik maar rap beginnen. Ik heb twee moties om de zelfverrijking in de top van het grote Nederlandse bedrijfsleven aan te pakken.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de verhouding tussen het inkomen van bestuurders van grote ondernemingen en mensen op de werkvloer uit balans is;

overwegende dat door de salarissen van bestuurders van grote ondernemingen onder de cao te brengen er een natuurlijke balans kan ontstaan tussen de salarissen van de bestuurders en de mensen op de werkvloer;

verzoekt de regering, in gesprek te gaan met de sociale partners over het onder de cao brengen van de lonen van bestuurders van grote ondernemingen, alsmede wettelijke mogelijkheden hiertoe te onderzoeken en de Kamer te informeren over de resultaten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Karabulut. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 463 (29544).

Mevrouw Karabulut (SP):

De tweede motie gaat over het versterken van de positie van ondernemingsraden. Op het moment dat je werknemers meer inspraak geeft, geef je de topbestuurders die daar soms gewoon niet mee kunnen omgaan minder ruimte om zichzelf te verrijken.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de verhouding tussen het inkomen van bestuurders van grote ondernemingen en mensen op de werkvloer uit balans is;

overwegende dat het recht van spreken van ondernemingsraden tijdens de aandeelhoudersvergadering niet genoeg mogelijkheden biedt voor ondernemingsraden om excessen in de beloningen van bestuurders tegen te houden;

verzoekt de regering, ondernemingsraden instemmingsrecht te geven waar het gaat om het beloningsbeleid van een bedrijf en hiertoe een voorstel naar de Kamer te zenden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Karabulut. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 464 (29544).

De voorzitter:

Voor de heer Van Weyenberg gelden dezelfde beperkingen aan spreektijd.

De heer Van Weyenberg (D66):

Voorzitter. Ik dank de minister voor zijn beantwoording tijdens het AO en voor zijn toezegging om ook in de adviesaanvrage aan de Sociaal Economische Raad een aantal van de suggesties van mijn fractie op te nemen. Over de financiering van prepensioen zijn wij het niet eens geworden. Daarom de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de regering de deur heeft opengezet voor cofinanciering van vervroegd uittreden in de sectorplannen;

overwegende dat het financieren van vervroegd uittreden geen structurele werkgelegenheid oplevert;

van mening dat belastinggeld niet besteed moeten worden aan het stimuleren van eerder stoppen met werken, maar dat de inzet juist moet zijn om meer mensen de kans te geven op werk en langer doorwerken;

verzoekt de regering, vervroegd uittreden niet te cofinancieren met belastinggeld;

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Weyenberg en Heerma. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 465 (29544).

De heer Krol (50PLUS):

Voorzitter. Ook mijn dank aan de minister. Ik dien één motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de FNV in april 2013 een "generatiepact ter bestrijding van de crisis" heeft gepresenteerd;

constaterende dat de in het generatiepact voorgestelde maatregel van deeltijdpensioen zowel de jeugd- als de ouderenwerkloosheid beoogt te bestrijden omdat er een controleerbare een-op-eenregeling komt waarbij er voor elke oudere die er gedeeltelijk uitgaat een jongeren of werkzoekende in dienst komt;

constaterende dat het kabinet heeft aangegeven zeer terughoudend te staan tegenover financiering van deze plannen;

overwegende dat dergelijke regelingen mogelijk budgetneutraal kunnen worden ingevoerd omdat zij onder andere een besparend effect kunnen hebben op de kosten voor werkloosheidsuitkeringen;

overwegende dat dergelijke regelingen voor oudere werknemers, die het wat kalmer aan willen doen, een manier kan zijn om toch langer aan de slag te blijven, waardoor de effectieve pensioenleeftijd daadwerkelijk kan stijgen;

verzoekt de regering, te onderzoeken in hoeverre deze maatregel budgetneutraal kan worden uitgevoerd en de Kamer hierover de informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Krol. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 466 (29544).

Ik zie aan de beweeglijkheid van de minister dat hij in staat en bereid is om onmiddellijk te antwoorden.

Minister Asscher:

Voorzitter. Dat doe ik met genoegen. Ik dank de Kamerleden voor dit toetje na ons prettige AO over deze onderwerpen.

Ik kom op de motie-Karabulut op stuk nr. 463. Mevrouw Karabulut vraagt om in gesprek te gaan. Dat heb ik reeds toegezegd. Sterker nog, dat gesprek vindt reeds plaats. Mevrouw Karabulut verzoekt ook om de wettelijke mogelijkheden voor het onder de cao brengen te onderzoeken. Dat ben ik niet van plan. Het lijkt mij ook niet goed voor de positie van de cao-partners als dit onder de wet wordt gebracht. Daarom wil ik die motie ontraden.

De voorzitter:

Mevrouw Karabulut heeft wellicht een vraag naar aanleiding van dit advies. Gaat uw gang, mevrouw Karabulut.

Mevrouw Karabulut (SP):

Ik wil graag weten waarom het niet goed zou zijn. In de motie staat niet dat er wettelijke mogelijkheden moeten worden gecreëerd, maar dat onderzocht moet worden of er wettelijke mogelijkheden voor zijn en of die gewenst zijn. Ik kan mij voorstellen dat de minister met de sociale partners het gesprek aangaat over dit specifieke onderwerp en vervolgens met hen bestudeert of er nog instrumenten zijn die wij wettelijk zouden kunnen inzetten. Is de minister daartoe bereid?

Minister Asscher:

Die mogelijkheden zijn er nu niet. Het lijkt ons ook niet gewenst om die te introduceren. Daarom ontraad ik de motie.

Mevrouw Karabulut (SP):

Maar voorzitter …

De voorzitter:

Dat is een antwoord op uw vraag, mevrouw Karabulut. Hebt u nog een vraag? Vraagt u om een toelichting? We gaan namelijk geen debatten overdoen.

Mevrouw Karabulut (SP):

Ik heb zeker nog een vraag. Daarom sta ik hier.

De voorzitter:

Gaat uw gang.

Mevrouw Karabulut (SP):

Als ik het goed begrijp, zegt de minister: ik ben hier gewoon niet voor. Hoe verhoudt dit advies zich dan tot de wens van de minister om werknemers meer inspraak te geven en meer mogelijkheden te bieden?

Minister Asscher:

Het gaat om twee verschillende dingen. In mijn brief heb ik aangegeven dat het goed zou zijn als cao-partners ook de hogere inkomens onder de cao zouden brengen, maar dat moeten zij zelf doen. Dat is de vrijheid van contractvorming tussen cao-partijen. Daarnaast is het goed als bijvoorbeeld via de ondernemingsraad kan worden meegesproken, niet alleen over het beloningsbeleid maar ook over de beloningsverschillen. Daarover ging een andere passage in mijn brief. Die twee dingen hebben niet met elkaar te maken. Ik heb in het AO al aangegeven dat ik het, om heel andere redenen, niet goed zou vinden om het opnemen van de topinkomens in de cao wettelijk af te dwingen. Die mogelijkheid is er nu niet. Die zou je moeten introduceren. Dat lijkt mij niet verstandig, omdat dit afbreuk doet aan de vrijheid van de partijen ...

De voorzitter:

Dank u zeer. We hebben het hier over uw oordeel over de motie en uw advies, maar we gaan het algemeen overleg niet overdoen. Graag willen we uw reactie op de motie-Karabulut op stuk nr. 464.

Minister Asscher:

De motie-Karabulut op stuk nr. 464 gaat over het instemmingsrecht voor ondernemingsraden. Ik heb in het debat toegezegd daarnaar te willen kijken, maar ik heb ook gezegd dat ik daar nog geen keuzes in wil maken. Ik verzoek de indiener om de motie aan te houden. Als zij daar niet toe bereid is, moet ik de motie op dit moment ontraden.

De voorzitter:

Ik kijk even wat de reactie is van de indienster op uw vraag.

Mevrouw Karabulut (SP):

Als de minister bereid is om hiernaar te kijken, zou hij de motie ook als ondersteuning van het beleid kunnen zien, om vervolgens te rapporteren wat de uitkomst is van dat onderzoek.

De voorzitter:

Wij zijn in de onderhandelingsfase beland.

Minister Asscher:

Dat klopt toch echt niet. In de motie wordt verzocht instemmingsrecht te geven. Dan hoef je er ook niet meer naar te kijken. Ik heb aangegeven dat ik er in het najaar op terugkom naar aanleiding van mijn brief. Nu maakt mevrouw Karabulut de keuze al. Daar ben ik niet voor. Ik vraag mevrouw Karabulut om de motie aan te houden, zodat misschien op het moment dat wij er echt over gaan spreken, alsnog deze wens van de Kamer tot uiting kan worden gebracht. Als mevrouw Karabulut daar niet toe bereid is, dan ontraad ik de motie.

De voorzitter:

Mevrouw Karabulut, houdt u de motie aan?

Mevrouw Karabulut (SP):

Nee.

De voorzitter:

Dan is het oordeel duidelijk.

Minister Asscher:

Ik kom op de motie-Van Weyenberg/Heerma op stuk nr. 465. Die heb ik niet bij de hand, maar ik heb die motie wel goed verstaan. Hier is ze. Er zitten een aantal overwegingen in. Ik heb in het debat omstandig aangegeven welke voorwaarden en clausules gelden op grond van het sociaal akkoord, alsmede op basis van mijn brief naar aanleiding van het sociaal akkoord, ter introductie van de sectorplannen. Onder die voorwaarden is cofinanciering mogelijk. Met deze motie wordt beoogd dat onmogelijk te maken. Daarom ontraad ik de motie.

In de motie-Krol op stuk nr. 466 wordt verzocht te onderzoeken in hoeverre deze maatregel budgetneutraal kan worden uitgevoerd en de Kamer hierover de informeren. Die maatregel kan budgetneutraal worden uitgevoerd als partijen het zelf doen. Het gaat daarbij om afspraken tussen werkgevers en werknemers. Op het moment dat er financiering van de overheid noodzakelijk is, kan het niet budgettair neutraal. Het feit dat er mogelijke inverdieneffecten zijn omdat er besparingen zijn op de uitkeringslasten, mogen wij niet op deze manier als budgetneutraal beschouwen en boeken. Het onderzoek wil ik dus niet doen, want het is eigenlijk al gedaan. Op de ene manier ben ik er voorstander van; laten partijen dit vooral met elkaar afspreken. Maar de schaarse ruimte die wij hebben, moeten wij niet daarvoor inzetten. Daarom ontraad ik de aanneming van de motie.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Wij gaan vanavond nog over de ingediende moties stemmen.

Naar boven