Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-2013nr. 104, item 45

45 Diverse fiscale onderwerpen

Aan de orde is het VAO Diverse fiscale onderwerpen (AO d.d.25/06).

De voorzitter:

Als eerste spreker had zich gemeld de heer Omtzigt, maar hij is nog niet aanwezig, dus ik geeft de heer Van Vliet het woord.

De heer Van Vliet (PVV):

Voorzitter. Bij het AO over diverse fiscale onderwerpen kwamen verschillende thema's aan de orde. Ik benut deze gelegenheid om even wat te zeggen over de fraude met de rest-bpm bij de import van jonge gebruikte auto's. Dat is een thema dat prima past onder het kopje "diverse fiscale onderwerpen". Het was vorige week heel actueel, want toen kwamen de cijfers van een onderzoek over fraude naar buiten. Sinds de mogelijkheid bestaat dat importeurs van jonge gebruikte auto's zelf die waarde taxeren, wordt daar gigantisch mee gesjoemeld en loopt de fiscus tientallen miljoenen mis, ten koste van alle belastingbetalers die wel netjes hun auto kopen en gewoon vastzitten aan de bpm. Ik vind het ook geen leuke belasting, maar zolang deze er is, moet deze wel netjes geheven worden. Daarom dien ik de volgende motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de overheid er alles aan moet doen om belastingfraude te bestrijden;

overwegende dat bpm-fraude bij import van gebruikte auto's mogelijk is door eigen taxatie van importeurs en ook daadwerkelijk leidt tot tientallen miljoenen euro's belastingderving;

overwegende dat hierdoor ook nog eens ernstige concurrentievervalsing optreedt ten opzichte van importeurs die gewoon de wettelijke, forfaitaire staffel of de koerslijst toepassen;

verzoekt de regering, de eigen taxatie bij import van gebruikte auto's bij wet af te schaffen dan wel taxatie alleen toe te staan door gecertificeerde taxateurs gekoppeld aan de RDW-keuring,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Vliet. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 13 (31213).

De heer Omtzigt (CDA):

Voorzitter. Er zijn nog twee puntjes blijven liggen. Het eerste gaat over de registratie van anbi's. Dat anbi-register komt er en daar zijn wij zeer content mee, maar er was nog een vraag over de namen van bestuurders. Met deze motie doe ik een compromisvoorstel, om te kijken of wij dat kunnen doen. Een aantal anbi's is verplicht om zich te registreren in het handelsregister, inclusief de namen. Die anbi's die daartoe verplicht zijn, kun je volgens de CDA-fractie ook verplichten om de namen gewoon in het anbi-register te zetten, want zij moeten zich toch al registreren. Hoe dat gebeurt, via automatische koppeling of door dat er apart bovenop te zetten, dat maakt ons niet zo veel uit.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de regering de motie Omtzigt/Van Vliet (33 003, nr. 52) over anbi's niet volledig uitvoert door de namen van de bestuurders van goede doelen niet in het register op te nemen;

constaterende dat de meeste anbi's wel verplicht openbaarheid moeten geven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel, dat echter wat minder toegankelijk is dan het anbi-register;

verzoekt de regering, de regeling zo aan te passen dat die anbi's die de namen van hun bestuurders openbaar moeten maken in het handelsregister, de namen (zonder adressen) ook moeten publiceren in het anbi-register,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Omtzigt. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 14 (31213).

De heer Omtzigt (CDA):

Ik denk dat er zo nog een motie komt van collega Mei Li Vos over zzp'ers en daar kan ik mij van harte in vinden. Ik heb hierover ook een motie, namelijk over de administratieve lasten bij de invoering van de webmodule.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de nieuwe webmodule VAR kan leiden tot een onnodige stijging van administratieve lasten;

verzoekt de regering, tijdig om advies te vragen bij Actal over de webmodule en het advies aan de Kamer doen toekomen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Omtzigt. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 15 (31213).

De heer Bashir heeft aangegeven geen gebruik te maken van zijn spreektijd, dus dan geef ik het woord aan mevrouw Mei Li Vos.

Mevrouw Mei Li Vos (PvdA):

Voorzitter. Een aantal dingen zijn nog blijven liggen. Daarover horen wij graag een uitspraak van de Kamer. Ook horen wij daar graag een reactie van de staatssecretaris op. Het gaat hierbij met name om de VAR-webmodule. Hierover dien ik samen met mevrouw Neppérus een motie in die lijkt op de motie van de heer Omtzigt, die ik net pas heb gehoord. Wij maken ons zorgen over de ontwikkeling van de VAR-webmodule, over de administratieve lasten en over de invoering van de webmodule. Ik zal de motie nu voorlezen.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de invoering van de VAR-webmodule met een kalenderjaar is uitgesteld omdat de uitwerking daarvan complexer bleek dan aanvankelijk gedacht;

overwegende dat het ontbreken van eenduidig inzicht in de arbeidsmarkteffecten, de administratieve lasten en de nalevingskosten van het invoeren van de webmodule tot onnodige financiële en maatschappelijke effecten kan leiden;

overwegende dat het aanvragen van een VAR voor zzp'ers via de webmodule extra administratieve lasten met zich mee kan brengen;

overwegende dat de administratievelastendruk voor zzp'ers en hun opdrachtgevers zo mogelijk moet worden verminderd;

verzoekt de regering, met spoed de uitkomsten van het aangekondigde onderzoek naar de arbeidsmarkteffecten, de administratieve lasten en de nalevingskosten naar de Kamer te zenden;

verzoekt de regering tevens, Actal advies te vragen over de administratieve lasten van invoering van de webmodule en daar binnen drie maanden verslag van uit te brengen aan de Kamer,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Mei Li Vos en Neppérus. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 16 (31213).

Mevrouw Mei Li Vos (PvdA):

Voor zzp'ers in de zorg is het niet duidelijk of zij wel of niet btw moeten betalen; mijn laatste motie gaat hierover. Dit bleef toch een beetje liggen. De staatssecretaris was zeer stellig over de bestendige lijn. Dat willen wij graag in een motie benadrukken.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat diensten van BIG-geregistreerde zzp'ers en zorgverleners zijn vrijgesteld van btw-plicht als er sprake is van gezondheidskundige verzorging van de mens;

constaterende dat onder zzp'ers in de zorg onduidelijkheid bestaat of zij al dan niet btw-plichtig zijn;

constaterende dat sommige zzp'ers in de zorg de sector daardoor de rug toekeren;

overwegende dat de bestendige lijn die de Belastingdienst hanteert, niet tot de gewenste duidelijkheid leidt over de btw-plicht voor zzp'ers in de zorg;

overwegende dat een herhaling van problemen voor zzp'ers met bijvoorbeeld de startersregeling als gevolg van onduidelijkheid over de interpretatie van de regels voorkomen moet worden;

verzoekt de regering om vanaf volgende week te garanderen dat zzp'ers die over de btw-plicht met de Belastingdienst contact opnemen, binnen vijf werkdagen uitsluitsel krijgen over hun btw-plicht, en de Kamer nog voor het einde van het zomerreces te informeren over de voortgang;

verzoekt de regering tevens, direct na het hoger beroep dat in het najaar plaatsvindt een heldere beslisboom te publiceren van de bestendige lijn zoals de Belastingdienst die toepast over de btw-plicht van zelfstandigen in de zorg,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Mei Li Vos. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 17 (31213).

Hiermee is een einde gekomen aan de termijn van de Kamer. De staatssecretaris wil twee minuten ruggenspraak. Ik schors de vergadering twee minuten.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Staatssecretaris Weekers:

Voorzitter. Ik loop de moties even langs. Ik ben het overigens zeer eens met de woorden die de heer Van Vliet heeft gewijd aan fraude met bpm en gesjoemel met taxaties. Dat kan niet. Ik kan echter ook niet de mogelijkheid van een taxatierapport volledig uitsluiten en een en ander alleen baseren op de lijsten van afschrijving op bpm. Dat komt door een uitspraak van de Europese rechter een aantal jaren geleden.

Wat ik wel kan en wil doen — daar ben ik ook mee bezig — is bekijken of we enige vorm van certificering kunnen introduceren. Zo kunnen we in ieder geval wat meer het kaf van het koren scheiden. Dat deel wil ik toezeggen aan de Kamer. Misschien hoeft de motie op stuk nr. 13 dan niet in stemming worden gebracht. Als de heer Van Vliet de motie wel graag in stemming wil brengen, verzoek ik hem in ieder geval het eerste deel van het verzoek te schrappen, omdat ik dit niet kan doen.

De heer Van Vliet (PVV):

Ik kwam zelf met die kwestie. Ik heb de staatssecretaris gehoord en ik zal het eerste deel schrappen. Dan gaat het dus alleen om gecertificeerde taxatie. Ik zal het deel over verbieden bij wet eruit halen en zo een gewijzigde motie indienen.

De voorzitter:

Wij zien haar tegemoet.

Staatssecretaris Weekers:

Als de uitleg daarvan is dat ik wel de ruimte heb om de beste weg te kiezen en dat het niet op een bepaalde manier wordt voorgeschreven, laat ik het oordeel aan de Kamer. Ik zie dat de heer Van Vliet en ik elkaar begrijpen.

Dan kom ik bij de motie van de heer Omtzigt op stuk nr. 14, over de anbi's. Ik stel het op prijs dat de heer Omtzigt in ieder geval een aantal argumenten tot zich heeft laten komen en dat hij nu met een compromistekst is gekomen. Eerder wilde hij eigenlijk veel meer. Toen heb ik aangegeven dat dit vooral tot problemen zou leiden bij kerken en geloofsgemeenschappen. Die angel is eruit. De angel die er nog in zit, betreft de bezwaren van vermogensfondsen. Zij geven aan dat er een verhoogd risico op kidnapping bestaat.

Ik heb afspraken gemaakt met de filantropische koepels. Volgende week zit ik aan tafel met de koepels, samen met collega Teeven. Laten we het anders zo doen. Vorige week heb ik in de Kamer gezegd dat ik mij zal neerleggen bij datgene wat de Kamer uitspreekt. Als de Kamer in meerderheid vindt dat dit moet gebeuren, zal ik dit uitwerken. De heer Omtzigt kan ook zeggen dat ik die ferme wens volgende week eerst op tafel moet leggen en dat ik moet proberen om er met de koepels uit te komen. Er bestaat echter al een verplichting om een en ander in het handelsregister in te schrijven. Dit is tegen betaling van een bepaalde leges ook raadpleegbaar. Er is dus al een zekere openbaarheid. Je kunt je afvragen waarom je dat niet wat gemakkelijker zou maken.

De voorzitter:

Wat is dan het oordeel over deze motie?

Staatssecretaris Weekers:

Gelet op de afspraken die ik heb gemaakt met de koepels, moet ik de motie ontraden. Ik geef echter wel aan in de richting van de heer Omtzigt dat ik het zeer op prijs stel dat hij toch een compromistekst heeft voorgesteld. Ik kan de heer Omtzigt ook nog vragen om de motie aan te houden en mij eerst volgende week dat gesprek te laten aangaan. Dan zal ik hem daarover rapporteren. Het kan zijn dat hij het toch in stemming gebracht wil hebben omdat hij vindt dat dit geregeld moet worden. Als hij er een Kamermeerderheid voor heeft, zal ik het ook regelen.

Ik ga in op de tweede motie van de heer Omtzigt. Ik kan het gevraagde toezeggen. Ik laat de motie aan het oordeel van de Kamer, als zij in stemming wordt gebracht. Ik zie de motie als ondersteuning van beleid. Ik wil het in elk geval aan Actal voorleggen, want ik vind het zelf ook van groot belang dat administratieve lasten in beeld worden gebracht.

De heer Omtzigt (CDA):

Dan trek ik mijn motie in.

De voorzitter:

Aangezien de motie-Omtzigt (31213, nr. 15) is ingetrokken, maakt zij geen onderwerp van beraadslaging meer uit.

Staatssecretaris Weekers:

Dat stel ik zeer op prijs.

In de motie op stuk nr. 16, van de leden Vos en Neppérus wordt de regering gevraagd om de arbeidsmarkteffecten, de administratieve lasten en de nalevingskosten in beeld te brengen en om Actal om advies te vragen over de beslisboom. In een brief aan de Kamer heb ik aangegeven dat ik dit van plan ben, maar wel pas als de testversie van de beslisboom en de webmodule klaar zijn. Voor die tijd heeft het geen zin om dit soort toetsen uit te voeren. Mij wordt gevraagd om nu advies aan Actal te vragen en daarover binnen drie maanden verslag uit te brengen. Ik zal dan echter niets kunnen melden. Het antwoord van Actal zal zijn dat het de concrete testversie, de beslisboom, nodig heeft om de administratieve lasten in beeld te brengen. Misschien kunnen de leden Vos en Neppérus de tijdsbepaling achterwege laten; dan krijgen zij volgend voorjaar de informatie die zij graag willen hebben.

Mevrouw Mei Li Vos (PvdA):

Het gaat ons er vooral om dat er ergens een beslismoment is, zodat wij kunnen zien of het wel goed gaat. Als de boel eerst helemaal ontwikkeld wordt en er dan pas een test komt, vraag ik mij af of die niet veel te laat is. Het gaat ons erom dat Actal kan meekijken met deze ontwikkelfase.

Staatssecretaris Weekers:

Mijn ervaring met Actal is dat men dan geen oordeel kan vellen, omdat men wil weten wat concreet de voorstellen zijn. Er komt wel een moment waarop ook de Kamer nog kan zeggen dat zij dit niet wil. Ik houd mevrouw Vos het volgende voor. Laten wij ervoor zorgen dat wij eerst ons huiswerk doen. De zaken waar mevrouw Vos om vraagt, zal ik zeker leveren aan de Kamer. Vervolgens kunnen wij daarover het gesprek met elkaar aangaan. Dan kunnen wij met elkaar vaststellen of het wijs is om daarmee verder te gaan op de datum die wij in gedachten hebben, dan wel dat er hier of daar nog aan gesleuteld moet worden.

Mevrouw Mei Li Vos (PvdA):

Daar kan ik mij wel in vinden. Het gaat ons er vooral om dat er ergens een moment is waarop wij kunnen zeggen: dit doen wij niet. Het gaat wel vaker zo met ICT-projecten: je zit erin en je rolt eruit en er is geen moment om op tijd "stop" te zeggen. Zegt de staatssecretaris nu dat eerst de testversie ontwikkeld moet worden en dat wij daarna een serieus gesprek kunnen voeren over de vraag of wij dit nog moeten doen?

Staatssecretaris Weekers:

Ja. Het parlement heeft natuurlijk altijd het laatste woord. Er zal ook nog wat in de wetgeving aangepast moeten worden door de collega van Sociale Zaken om een zekere verantwoordelijkheid bij de inlener te leggen. Ik wijs erop, misschien voor sommigen ten overvloede, dat de VAR zoals wij die thans kennen, behoorlijk fraudegevoelig is. Wij zullen toch iets moeten! Ik zou niet graag met de Kamer het debat aangaan over de fraudegevoeligheid van de VAR zonder dat ik zicht kan bieden op verbetering. Wij kennen natuurlijk ook heel wat schijnzelfstandigen die nu met een eenvoudige VAR te maken hebben met uitgebreide rechtsgevolgen. De aansprakelijkheid van de inlener is er namelijk totaal niet. Dat zal toch echt aangepast moeten worden om daar weer balans in te krijgen.

Mijn verzoek aan de indieners is het volgende. Ik heb het inhoudelijke punt toegezegd. Mevrouw Vos en mevrouw Neppérus zouden in overweging kunnen nemen om de motie in te trekken. Mochten zij persisteren bij de motie, omdat zij dit expliciet als Kamer zo willen uitspreken, dan verzoek ik hun om in elk geval de termijn open te laten en mij daar wat ruimte te geven. Dan laat ik het oordeel van de motie aan de Kamer over.

De motie op stuk nr. 17 van mevrouw Vos gaat over de toepassing van de btw-plicht van zelfstandigen in de zorg. Ik kan niet beloven dat de Belastingdienst binnen vijf werkdagen met een standpunt komt. De Belastingdienst kan geen garantie geven. Als mevrouw Vos daarin persisteert, moet ik de motie ontraden, simpelweg omdat zij niet uitvoerbaar is. Ik ga de Belastingdienst niet opzadelen met opdrachten die niet uitvoerbaar zijn. Dan krijgen we hier ook weer allerlei debatten in de Kamer, en terecht. Ik kan de Belastingdienst wel vragen om zijn best te doen om, wanneer een standpunt wordt gevraagd, dat binnen twee weken te leveren. Ik begrijp dat zzp'ers graag die duidelijkheid willen hebben. Dat zou ik dus wel kunnen toezeggen naar aanleiding van deze motie. Laat mij op de btw-plicht van zelfstandigen in de zorg terugkomen zodra de Hoge Raad arrest heeft gewezen. We verwachten dat dit arrest binnen een paar maanden wordt gewezen. Dan kunnen we dat in het najaar, ook aan de hand van de jurisprudentie en de wat breder uitgelichte problematiek, met elkaar bespreken.

Als de motie blijft luiden zoals die nu luidt, moet ik haar ontraden. Ik wil wel graag toezeggen dat, indien de Belastingdienst wordt gevraagd naar een standpunt, er ook binnen twee weken een antwoord volgt.

Mevrouw Mei Li Vos (PvdA):

Ik begrijp dat tien werkdagen wel een redelijke termijn is. Ik wil die arme mensen van de Belastingdienst niet opjagen. Mijn tweede verzoek is dat er na die uitspraak gewoon een heldere beslisboom komt, waardoor er voor eens en altijd duidelijkheid komt voor zelfstandigen. De staatssecretaris heeft dat eigenlijk al gezegd in het algemeen overleg. Die beslisboom wordt dus na het arrest gepubliceerd?

Staatssecretaris Weekers:

Er is nu duidelijkheid. Die wordt gegeven in een brief van mijn ambtsvoorganger uit 2009. Er is rechtspraak uit de jaren negentig. Die wordt op dit moment toegepast. Er ligt nu echter een concrete casus voor bij de Hoge Raad, waarover de advocaat-generaal inmiddels advies heeft uitgebracht. Ik heb aangegeven dat ik de Kamer zal informeren na de uitspraak van de Hoge Raad. Het zou kunnen dat de bestendige gedragslijn van de Belastingdienst als gevolg van die uitspraak veranderd moet worden, maar ik kan natuurlijk niet op die uitspraak vooruitlopen. Ik kom er dus uitvoerig op terug. Wat het zal zijn, zal de Kamer dan ook in een brief van mij kunnen lezen. Dan kunnen we het gesprek verder aangaan.

Mevrouw Mei Li Vos (PvdA):

Ik begrijp dat de staatssecretaris eigenlijk zegt dat hij nu al zo'n beslisboompje kan maken, en dat het dan eventueel aangepast moet worden na de uitspraak.

Staatssecretaris Weekers:

De uitspraak komt over een paar maanden. Laten we elkaar niet opzadelen met werk voor deze komende maanden dat later misschien nutteloos blijkt te zijn. Ik verwijs naar eerdere brieven die de Kamer heeft gekregen van mijn ambtsvoorganger De Jager en van de heer Klink, de minister van Volksgezondheid in datzelfde kabinet. Dat is helder. Ik kom erop terug nadat de Hoge Raad uitspraak heeft gedaan.

De heer Omtzigt (CDA):

Is de staatssecretaris, nu er een advies ligt van de advocaat-generaal, bereid om naar dat advies voorlopig te handelen, of is hij van plan om zijn gedragslijn voort te zetten, met de kans dat wij met terugwerkende kracht een enorm groot aantal revisieverzoeken, bezwaren en beroepen krijgen?

De voorzitter:

Uw vraag is duidelijk.

Staatssecretaris Weekers:

De vraag is duidelijk. Nee, ik kan mij nu niet neerleggen bij het advies van de advocaat-generaal. Ik zal toch echt even het arrest van de Hoge Raad moeten afwachten, want niet altijd wordt het advies van de advocaat-generaal gevolgd. Dat weet de heer Omtzigt ook.

De heer Omtzigt (CDA):

Ik weet dat dat advies niet altijd wordt gevolgd. Als dat advies wel wordt gevolgd, wat in de meeste gevallen gebeurt en wat de lagere rechtbank ook al heeft besloten, betekent dat in dit geval dat met terugwerkende kracht een heleboel mensen worden vrijgesteld van btw. Mijn vraag is: zorg ervoor dat je soepel bent, zorg ervoor dat als het advies wordt gevolgd die vrijstelling ook onmiddellijk met terugwerkende kracht op juiste wijze wordt afgehandeld. Voor mijn part denkt u nu al aan een massaal bezwaarschrift, want anders krijgt u ook nog uitvoeringsproblemen.

Staatssecretaris Weekers:

Er wordt uiteraard altijd nagedacht over diverse scenario's, maar wij moeten toch eerst echt het oordeel van de Hoge Raad hebben. Ik zal zeker ook rekening houden met de uitvoering. Dat kan ik wel aangeven in de richting van de heer Omtzigt.

Ik wijs er overigens op dat als de conclusie van de advocaat-generaal wordt gevolgd, dat ook enorme budgettaire consequenties heeft. Dus dat zullen wij dan ook weer van een antwoord moeten voorzien.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Stemming over de moties zal plaatshebben hedenavond aan het einde van de vergadering.