Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-2013nr. 104, item 41

41 Bedrijfslevenbeleid

Aan de orde is het VAO Bedrijfslevenbeleid (AO d.d. 27/6).

Mevrouw Lucas (VVD):

Voorzitter. Het stimuleren van de samenwerking tussen kennisinstellingen en het bedrijfsleven is van groot belang voor het innovatieve vermogen van Nederland en daarom is het belangrijk dat we een goed functionerend topsectorenbeleid hebben.

De VVD bedankt de minister voor de toezegging die hij reeds in het algemeen overleg heeft gedaan om die goede werking te garanderen. Op twee punten blijven er bij mijn fractie zorgen bestaan, respectievelijk over de betrokkenheid van het mkb en over een goede voorbereiding op Horizon 2020. Over die twee punten dien ik dan ook graag een motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat een goed functionerend topsectorenbeleid van belang is voor het innovatieve vermogen van de Nederlandse economie;

constaterende dat veel innovaties bij start-ups en het mkb vandaan komen. maar dat het mkb nog onvoldoende aansluiting vindt bij het topsectorenbeleid;

verzoekt de regering, in de voortgangsbrief van dit najaar in te gaan op de volgende punten die de betrokkenheid van het mkb bij het topsectorenbeleid verder kunnen versterken:

- mogelijkheden voor een "in kind"-bijdrage, in plaats van een cashbijdrage van mkb'ers en universitaire spin-offs;

- mogelijkheden voor versnelling van besluitvormingsprocedures binnen de topsectoren over onderzoeksaanvragen, om zo beter aan te sluiten op de bedrijfsvoering van het mkb;

- de verdeling van MIT-middelen tussen de verschillende topsectoren, waarbij niet alleen gekeken wordt naar de grootte van de sector, maar ook naar de verhouding innovatieve mkb-bedrijven die actief zijn in de sector,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Lucas en Agnes Mulder. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 62 (32637).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Nederlandse universiteiten en onderzoeksinstellingen zeer succesvol zijn in hun deelname aan het Europese programma voor onderzoek en innovatie (KP7), met een jaarlijks return die 40% hoger is dan dat Nederland als lidstaat bijdraagt aan dit programma;

constaterende dat de focus in het topsectorenbeleid de afgelopen jaren op de sectoren heeft gelegen en minder op de doorsnijdende thema's;

constaterende dat Horizon 2020 werkt met zogenoemde "grand challenges", die juist aansluiten op deze doorsnijdende thema's;

overwegende dat een goede aansluiting van het Nederlandse onderzoeks- en innovatiebeleid op Horizon 2020 van belang is voor een hoge "return rate";

verzoekt de regering, de Kamer dit najaar te informeren op welke wijze een goede aansluiting van het Nederlandse onderzoeks- en innovatiebeleid op Horizon 2020 geborgd wordt,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Lucas en Agnes Mulder. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 63 (32637).

Mevrouw Klever (PVV):

Voorzitter. Ik heb één motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er elke werkdag 50 bedrijven in Nederland failliet gaan;

constaterende dat huishoudens steeds minder te besteden hebben;

overwegende dat de enige manier om verdere economische krimp tegen te gaan is de lasten voor burgers en bedrijven te verlagen;

verzoekt de regering, de belastingen voor burgers en bedrijven te verlagen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Klever. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 64 (32637).

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Voorzitter. Zoals zojuist door mevrouw Lucas aangegeven, steun ik de moties die door haar namens de VVD-fractie zijn ingediend. Er waren inderdaad een paar punten blijven liggen.

Er is nog een ander punt waar ik graag meer aandacht voor zou vragen. Dat doe ik in de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat een gelijk speelveld en keuzevrijheid van ondernemers van groot belang is;

overwegende dat aanbieders van veiligheidsmateriaal die aan de gestelde criteria voldoen, de kans moeten hebben met elkaar te concurreren;

constaterende dat de regering geen oneerlijke concurrentie wil toepassen;

constaterende dat de keuzevrijheid van ondernemers en de concurrentiemogelijkheden voor aanbieders rondom de subsidieregeling Veiligheid Kleine Bedrijven in het geding is;

verzoekt de regering, de subsidieregeling Veiligheid Kleine Bedrijven per direct te evalueren;

verzoekt de regering tevens, daarbij de keuzevrijheid van ondernemers en een gelijk speelveld voor aanbieders van beveiligingsmateriaal te waarborgen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Agnes Mulder. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 65 (32637).

De heer Verhoeven (D66):

Voorzitter. We hebben in twee delen over het bedrijfslevenbeleid gesproken. D66 is daarbij met name ingegaan op de situatie van het midden- en kleinbedrijf. We hebben geconstateerd dat het midden- en kleinbedrijf voortdurend tegen vijf muren oploopt, waaronder de situatie en het benutten van kansen op het gebied van export, innovatie, lasten, regeldruk en een gelijk, eerlijk speelveld waarbij ook kleine ondernemers een goede kans hebben om toe te treden en niet worden weggedrukt door de gevestigde orde.

Op al die punten zijn we ingegaan. Het is prettig dat de minister heeft toegezegd, met een aantal punten aan de slag te gaan. Eén ding is helder geworden. Er wordt in dit land heel veel over het midden- en kleinbedrijf gesproken. Er wordt heel vaak gezegd dat het midden- en kleinbedrijf zal worden gestimuleerd, maar als het erop aankomt, gebeurt het vaak niet. Om ervoor te zorgen dat daar verandering in komt, dien ik een algemene motie in. Die motie luidt als volgt.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het mkb de motor van de economie is;

overwegende dat in het regeerakkoord het mkb veelvuldig wordt genoemd;

overwegende dat het mkb het zwaar heeft;

verzoekt de regering, meer werk te maken van het stimuleren van het midden- en kleinbedrijf,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Verhoeven. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 66 (32637).

De heer Jan Vos (PvdA):

Voorzitter. Tijdens het algemeen overleg over het bedrijfslevenbeleid heeft de Partij van de Arbeid de regering verzocht om vier maatregelen te onderzoeken die een fundamentele verschuiving in de Nederlandse economie teweeg moeten brengen. Ik noem investeringen van pensioenfondsen in de Nederlandse economie, ondersteuning van het Nederlandse mkb, investeringen in onze infrastructuur en meer focus op groene groei. De minister heeft op deze punten toezeggingen gedaan. Ik ben dan ook niet voornemens om moties in te dienen, mede in het licht van het uitstekende pleidooi dat de fractievoorzitter van de VVD onlangs in een groot landelijk dagblad hield.

De voorzitter:

U laat ons een beetje raden waar die laatste opmerking precies over gaat, maar u hoeft dat niet nader toe te lichten.

De heer Jan Vos (PvdA):

Dit is een uitnodiging. Het ging over de tsunami van moties.

De voorzitter:

Oké, nu snap ik het. De minister is in staat om meteen te antwoorden.

Minister Kamp:

Mijnheer de voorzitter. De motie van mevrouw Lucas op stuk nr. 62 bevat een aantal punten over de relatie van het mkb met het topsectorbeleid. Mevrouw Lucas maakte duidelijk dat zij van mening is dat het innovatieve mkb goed aangehaakt moet worden op het topsectorenbeleid. Ik ben dat zeer met haar eens. Ik ben dan ook blij dat het aantal aangehaakte mkb'ers als gevolg van het nieuwe topsectorenbeleid inmiddels is gestegen van 750 naar 1.500. Wij hebben de ambitie om dit aantal verder te verhogen. Wij zijn het dus zeer met mevrouw Lucas eens dat dit belangrijk is. Ik heb de Kamer toegezegd om in het najaar een voortgangsrapportage over dit punt te sturen. Daarin ga ik graag in op de ontwikkelingen in de aansluiting van het mkb op het topsectorenbeleid.

Ik ga in op drie concrete punten die mevrouw Lucas in de motie heeft gemaakt. Allereerst vindt zij dat er meer mogelijkheden moeten zijn voor een zogenoemde "in kind"-bijdrage. Dat is een bijdrage die een bedrijf aan innovatie levert, niet in de vorm van geld dat bijvoorbeeld aan een onderzoeksinstituut ter beschikking wordt gesteld, maar in de vorm van het beschikbaar stellen van mensen die onderzoekswerk kunnen doen of van andere "fysieke middelen" die je voor onderzoek kunt gebruiken. Ik zeg graag toe dat ik het verruimen en creëren van de mogelijkheden voor het leveren van "in kind"-bijdragen door het mkb zal bekijken. Wij moeten ons wel realiseren dat dit niet heel gemakkelijk is. Het leveren van cash bijdragen kun je heel gemakkelijk controleren. Het betreft namelijk een betaling van een bedrijf aan een onderzoeksinstituut. Als je echter moet controleren of een bedrijf een "in kind"-bijdrage heeft geleverd, moet je bekijken hoe die precies is vormgegeven, of die voldoende inhoud heeft en of de waarde klopt die ertegenover staat. Het kan dus tot nogal hoge administratieve lasten leiden. Dat is niet de bedoeling. Wij moeten de voor- en nadelen dus goed afwegen. Ik kom daarop terug in de voortgangsreportage.

Het tweede punt dat Mevrouw Lucas heeft aangedragen, is dat de besluitvormingsprocedures binnen het topsectorenbeleid moeten worden versneld. Het is goed om hieraan aandacht te besteden. Het topsectorenbeleid is pas net opgestart. Wij hebben niet de indruk dat alles wat wij doen, perfect is. Wij zullen graag bekijken of er inderdaad versnelling mogelijk is op het punt van de besluitvorming, zoals mevrouw Lucas stelt. In de voortgangsrapportage zullen wij daarop terugkomen.

In het derde punt stelt mevrouw Lucas dat in sommige topsectoren niet zo veel mkb-bedrijven actief zijn, maar dat die evenveel geld ontvangen als topsectoren waarbinnen veel mkb-bedrijven actief zijn. Zij doelt met name op de MIT-regeling. Met uitzondering van de topsector hightechsystemen en -materialen en de topsector chemie, die wat extra krijgen, hebben alle topsectoren eenzelfde bedrag van 2 miljoen gekregen voor het stimuleren van de betrokkenheid van het midden- en kleinbedrijf. Dit is een eenvoudige regeling die voor de verschillende topsectoren goed toepasbaar is. Als wij willen weten hoeveel innovatieve mkb'ers in een sector actief zijn, moeten wij eerst vaststellen wat een innovatieve mkb'er is. Iedere mkb'er vindt zichzelf innovatief, maar het gaat om de vraag of hij objectief innovatief is. Dat moet dan weer beoordeeld worden. Daaraan zitten nogal wat haken en ogen. De gedachte van mevrouw Lucas dat er evenwicht moet zijn tussen de mkb-activiteiten in een bepaalde sector en het bedrag dat wij daarvoor beschikbaar stellen, kan ik wel delen. Wij zullen in de voortgangsrapportage bekijken wat wij kunnen doen om enige nuancering aan te brengen in de geldverdeling in dezen. Met die kanttekeningen laat ik het oordeel over deze motie graag aan de Kamer.

Ook de tweede motie van mevrouw Lucas is medeondertekend door mevrouw Mulder. Hierin wordt ingegaan op Horizon 2020, het stimuleringsprogramma voor wetenschappelijk en toegepast onderzoek van de Europese Unie. Net als mevrouw Lucas vind ik de aansluiting van ons topsectorenbeleid op Horizon 2020 van groot belang. Ik ben wat positiever over de kansen die wij hebben om hierop goed aan te sluiten en de mogelijkheden hiervan te benutten. In de topsectoren zijn wij inmiddels heel goed georganiseerd om hierop in te spelen. De raakvlakken tussen de topsectoren en de maatschappelijke uitdagingen — de grand challenges, zoals het in Horizon 2020 heet — hebben wij goed in beeld gebracht. Wij moeten ons echter realiseren dat Horizon 2020 meer betreft dan alleen de grand challenges. Het grootste deel van het budget is niet aan dit doel, maar aan twee andere doelstellingen gerelateerd.

Desondanks is het goed om aandacht te besteden aan de aansluiting van de topsectoren op dit onderdeel van het Europese stimuleringsprogramma. Mevrouw Lucas vraagt om een plan van aanpak daarvoor. In de voortgangsrapportage waarmee ik in het najaar naar de Kamer kom, zal ik ingaan op de vraag hoe wij dit analyseren en verder uitwerken. Als het de bedoeling van mevrouw Lucas en mevrouw Mulder is dat ik hieraan aandacht besteed in het rapport, kom ik graag aan die wens tegemoet. Dan laat ik het oordeel over deze motie aan de Kamer.

Mevrouw Klever verzoekt ons met haar motie om de belastingen voor bedrijven en burgers te verlagen. Tegenover deze motie staat geen dekking. Daarom moet ik die motie ontraden.

De heer Verhoeven heeft ook een motie ingediend. Hij zegt dat is toegezegd dat de regering nu aan de slag gaat voor het mkb. Dat is geen goede weergave, dat weet de heer Verhoeven ook. De regering is natuurlijk volop op alle fronten aan de slag voor het mkb. Het mkb maakt meer dan de helft van ons bedrijfsleven uit. Het bedrijfsleven is de drager van onze welvaart. Wij zijn met man en macht op alle fronten bezig om het mkb te ondersteunen, ook vanuit de overheid. Wij doen van alles en nog wat op het punt van export, innovatie, vermindering van de regeldruk, lastenverlichting en stimuleren van innovatie. Dus dat gebeurt allemaal al volop. Dat hoeven wij niet toe te zeggen, want dat doen wij al. Wij gaan eerder meer dan minder doen, omdat het op dit moment niet goed gaat in het bedrijfsleven. Ons gezamenlijke belang is dat het bedrijfsleven als geheel, en zeker het mbk, het wel goed gaat doen. Met respect voor de heer Verhoeven, maar zijn motie is toch overbodig. Daarom ontraad ik deze motie.

De heer Verhoeven (D66):

Ik had elk oordeel van de minister over deze motie aanvaard, behalve dit. Als er wordt gevraagd om meer te doen, kun je onmogelijk zeggen dat het overbodig is, dat het al gebeurt en dat je nooit meer kunt doen dan je al doet. Het is nogal raar om te zeggen dat deze motie overbodig is. Als de minister zegt dat hij niets meer wil doen voor het mkb en er helder over is, accepteer ik dat oordeel en zal ik zien wat de Kamer zegt. Je kunt echter niet zeggen dat deze motie overbodig is, want je kunt altijd meer doen dan er nu gebeurt. Daartoe wordt ook opgeroepen in de motie.

Minister Kamp:

Dan is de vraag wat de meerwaarde daarvan is. Ik heb per week vier AO's met de Kamer. Bij ieder AO kan de Kamer tegen mij zeggen dat ik meer moet doen. Vervolgens komt er een VAO en wordt een motie ingediend waarin de Kamer zegt dat de regering meer moet doen. Wat schieten wij daarmee op? De heer Verhoeven leek te suggereren dat wij niet van plan zijn om aan de slag te gaan voor het mkb. Ik heb gezegd dat wij al volop, op alle fronten, zeer gemotiveerd aan de slag zijn. Wij begrijpen ook heel goed dat er meer moet gebeuren, omdat het op dit moment slecht gaat in de economie. Wij moeten alle krachten verzamelen en alle creativiteit gebruiken om het mkb en het bedrijfsleven in brede zin te ondersteunen. Nog een motie waarin de Kamer aangeeft dat ik meer moet doen, heeft echter geen meerwaarde. Om die reden ontraad ik deze motie.

De heer Verhoeven (D66):

Dat kan de minister in politiek-technische zin prima zeggen, maar de woorden waarmee hij begon, vond ik het meest zorgwekkend. Dat meen ik serieus. Hij zegt dat het eigenlijk niet zo veel zin heeft als de regering meer zou doen. Het zou heel veel zin hebben als de regering meer doet, in het bijzonder voor het midden- en kleinbedrijf. Ik heb deze motie juist ingediend om de minister op dit belangrijke punt een beetje in beweging te krijgen.

Minister Kamp:

Ik heb niet gezegd dat het geen zin heeft dat de regering meer gaat doen. Ik heb gezegd dat ik per week vier AO's met de Kamer heb en dat de Kamer vier keer over alle onderwerpen tegen mij zegt dat ik meer moet gaan doen, vervolgens vraagt om een VAO en bij motie zegt dat de regering meer moet doen. Dat heeft geen enkele zin. Wij spreken hier over de inhoud, wij nemen elkaar serieus en wij diepen onderwerpen uit. Het is heel goed mogelijk dat er over bepaalde onderwerpen verschillen van inzicht zijn tussen de Kamer en de regering. Dan is het waardevol dat de Kamer in een motie uitspreekt hoe zij vindt dat iets moet gebeuren. Dan is het aan de regering om daaraan uitvoering te geven. Ik zie er echter de meerwaarde niet van in, als de Kamer mij hier laat komen en vervolgens zegt dat ik meer moet gaan doen. Ik blijf de motie dan ook ontraden.

In haar motie op stuk nr. 65 spreekt mevrouw Mulder over de keuzevrijheid van ondernemers en een gelijk speelveld voor aanbieders van veiligheidsmateriaal. Ik heb niet de indruk dat dit onderdeel was van het algemeen overleg over het bedrijfslevenbeleid. Mijn collega van Veiligheid en Justitie is verantwoordelijk voor dit onderwerp. Als een subsidieregeling van het ministerie van Veiligheid en Justitie genaamd Veiligheid kleine bedrijven geëvalueerd moet worden, zal mijn collega van Veiligheid en Justitie daarover moeten beslissen. De Kamer kan dan daarover met hem van gedachten wisselen. Ik schat in dat een even actieve woordvoerder van de fractie van het CDA zich met Veiligheid en Justitie bezighoudt. Die zou dit onderwerp met mijn collega kunnen bespreken. Op dit moment zou de motie niet aan de orde moeten zijn en daarom ontraad ik die.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Wij hebben de minister van Economische Zaken gezien als een minister van ondernemers. Ondernemers komen bij het CDA om aan te geven dat deze subsidieregeling in hun ogen niet werkt en dat er geen gelijk speelveld is. Wij zouden het mooi vinden als de minister toch met zijn collega hierover in beraad wil gaan en wil bekijken of deze motie alsnog kan worden aangeraden. Ondernemers zitten hierop te wachten.

Minister Kamp:

Waar ik toe bereid ben, is om mijn collega van Veiligheid en Justitie mee te delen dat mevrouw Mulder dit met nadruk naar voren heeft gebracht. Ik beveel hem aan om daaraan aandacht te besteden. Ik vraag mevrouw Mulder dan om de motie zolang aan te houden. Dan kan ze kijken hoe mijn collega daarop reageert. Mevrouw Mulder moet begrijpen dat, als een collega verantwoordelijk is voor een regeling, het gek is als ik toezeg dat die regeling geëvalueerd zal worden. Daarmee creëer je alleen maar problemen in het kabinet, wat naar mijn inschatting het laatste is wat mevrouw Mulder wil. Nogmaals, ik zal het onder de aandacht van mijn collega brengen en mevrouw Mulder zal overwegen of zij de motie aanhoudt. Dan kan zij zien hoe mijn collega reageert en of zij daarover toch nog een Kameruitspraak wenst te vragen. Die afweging laat ik graag aan mevrouw Mulder.

Ik dank de Kamer voor de gelegenheid om te reageren op wat zij naar voren heeft gebracht.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Wij danken u voor uw aanwezigheid en voor uw bijdrage aan dit debat. Wij stemmen vanavond over de vier ingediende moties.

De vergadering wordt van 14.56 uur tot 15.00 uur geschorst.

Voorzitter: Van Miltenburg