Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-2013nr. 104, item 7

7 Voortgang aanpak problematische jeugdgroepen

Aan de orde is het VAO Voortgang aanpak problematische jeugdgroepen (AO d.d. 26/06).

De voorzitter:

Er zijn twee deelnemers aan dit debat, van wie er een gaat spreken, namelijk mevrouw Helder van de fractie van de Partij voor de Vrijheid. Terwijl zij hiernaartoe komt, heet ik de minister van Veiligheid en Justitie hartelijk welkom.

Mevrouw Helder (PVV):

Voorzitter. Ik ga snel van start, want twee minuten spreektijd zijn zo om.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de isd-maatregel niet kan worden opgelegd aan personen in de leeftijd van 12 tot 16 jaar;

overwegende dat de isd-maatregel een nuttige maatregel is die het veelplegers letterlijk onmogelijk maakt om criminaliteit te plegen en zo de maatschappij aanzienlijke kosten bespaart;

overwegende dat onder veelplegers helaas ook jeugdigen vallen van 12 tot 16 jaar;

verzoekt de regering, mogelijk te maken dat de isd-maatregel ook kan worden opgelegd aan jeugdigen vanaf 12 jaar,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Helder. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 385 (28684).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het onacceptabel is dat criminele jeugdbendes nog steeds de Nederlandse straten terroriseren;

overwegende dat deze straatterroristen de Nederlandse samenleving ernstig verzieken en vele burgers confronteren met (herhaalde) criminaliteit;

constaterende dat uit de Evaluatie aanpak criminele jeugdgroepen (Van Montfoort/Bureau Alpha, januari 2013, pagina 14) blijkt dat de helft van de groepen grotendeels of geheel bestaat uit leden van Marokkaans-Nederlandse afkomst;

verzoekt de regering, het mogelijk te maken dat wanneer sprake is van meerderjarige criminelen zij na veroordeling en na afloop van de straf worden gedenaturaliseerd en worden teruggestuurd naar het land van de overgebleven nationaliteit en wanneer sprake is van minderjarige criminelen, zij na veroordeling en afloop van de straf worden gedenaturaliseerd en worden teruggestuurd naar het land van de overgebleven nationaliteit, samen met hun ouders,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Helder. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 386 (28684).

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Minister Opstelten:

Voorzitter. Ik dank mevrouw Helder. In haar motie op stuk nr. 385 stelt zij voor de isd-maatregel ook van toepassing te kunnen laten zijn op minderjarigen. Ik vind deze motie overbodig en ontraad die. Het jeugdstrafrecht kent verschillende straffen en maatregelen voor de 12- tot 18-jarigen. Specifiek voor de groep van de jonge veelplegers waarop mevrouw Helder doelt, zijn er de gedragsbeïnvloedende maatregel, de jeugddetentie en de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen. Bij de jeugddetentie en de maatregel van plaatsing in een jeugdinrichting worden de jeugdigen in een jeugdinrichting geplaatst en daar behandeld en heropgevoed. Bij de gedragsmaatregel worden de jeugdigen met gedragsinterventies onder scherp toezicht behandeld. Met name de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen vertoont grote gelijkenis met de isd-maatregel. Beide worden voor de duur van twee jaar opgelegd. Gedurende de tenuitvoerlegging wordt aan gedragsverandering gewerkt. In zoverre zie ik dan ook niet de noodzaak van een wetgevingstraject om de isd-maatregel in het jeugdstrafrecht te introduceren. Ik acht de motie dus overbodig en wil haar ontraden. Verder heb ik in het AO het nodige gezegd over de isd-maatregel. Onder het Project adolescentenstrafrecht starten deze maand pilots die scherp gaan krijgen wat er qua toeleiding naar de isd en de behandeling in een isd-inrichting nodig is voor de groep volwassenen vanaf 18 jaar. Tegen het eind van het jaar levert dit ons kennis op over wat ons te doen staat. Hiermee geef ik ook uitvoering aan de motie-Marcouch op dit punt. Ik verwijs naar het VAO over jeugdgroepen op 26 april. Ik ontraad de motie op stuk nr. 385 derhalve.

Over de motie op stuk nr. 386 herhaal ik wat ik in het AO heb gezegd: wat de jeugdbendes betreft zijn wij op koers. We hebben niet helemaal het resultaat gehaald waarop ik had gehoopt, maar we zijn zoals gezegd wel op koers. Ik denk dat we daar met brede steun van de Kamer aan werken. Ik kan constateren dat de criminele jeugdgroepen veelal bestaan uit jeugdigen met een van origine Nederlandse achtergrond. Ik denk dat wij de situatie zo aanpakken dat, als er een Marokkaanse, een Turkse of een andere achtergrond is, wij voor de normale aanpak kiezen die bij die groep hoort, zonder aanzien des persoons. Verder hebben we voor denaturalisering de maatregelen die daarvoor staan, of die daarvoor in voorbereiding zijn. Wat dat betreft is deze motie dus niet relevant, zodat ik haar ontraad.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Wij gaan vandaag nog over beide moties stemmen.