Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-2013nr. 104, item 50

50 Europese Defensiesamenwerking

Aan de orde is het VAO Europese Defensiesamenwerking (AO d.d. 03/07).

De voorzitter:

Ik mag het woord geven aan mevrouw Hachchi. De spreektijden zijn twee minuten, inclusief het indienen van eventuele moties.

Mevrouw Hachchi (D66):

Voorzitter. Ik heb één motie, dus dat gaat lukken.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Defensie deelneemt aan verschillende internationale samenwerkingsverbanden en dat het Europees Defensieagentschap (EDA) samenwerking op het gebied van materieel, research- en technologieprojecten en aanschaf bevordert;

verzoekt de regering, bij de GVDB-herziening, in lijn met het AlV-advies in Europees verband ervoor te pleiten om één Europees onderzoeksbudget voor interne en externe veiligheid in het leven te roepen, teneinde meer synergie in het onderzoek naar interne en externe veiligheid te stimuleren en daarover afspraken te maken tussen de Europese Commissie en het EDA,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Hachchi en Eijsink. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 7 (33279).

Ik kijk even naar de minister, die zo te zien meteen kan antwoorden.

Nee, nee, nee, nee, nee. Wacht even, dit gaan we niet doen.

Minister Hennis-Plasschaert:

Sorry voorzitter. Ik refereerde bij mevrouw Hachchi even aan het debat van vorige week. Ik vroeg me af of het over hetzelfde thema gaat. Voorzitter, niet zo zenuwachtig.

De voorzitter:

Nee, ik doe helemaal niet zenuwachtig. Ik zal het u uitleggen. Wat we niet willen, is dat hier de indruk ontstaat dat een lid van de Kamer snel even iets met de minister bespreekt, terwijl de mensen thuis het niet kunnen volgen.

Minister Hennis-Plasschaert:

Voorzitter, ik begrijp u goed: excuses. Maar geloof me: mevrouw Hachchi ritselt helemaal niets met mij, ik moet er hard voor werken.

De voorzitter:

Niettemin moet er vanuit deze stoel voor worden gewaakt dat de verkeerde indruk ontstaat.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Minister Hennis-Plasschaert:

Voorzitter. Over wat mevrouw Hachchi in haar motie op stuk nr. 7 vraagt, hebben we gisteravond met elkaar gesproken. Toen heb ik gezegd niet onwelwillend tegenover deze motie te staan. Ik vraag de Kamer, in het bijzonder de indieners, wel om de motie even aan te houden. Wij zijn namelijk nog in afwachting van een mededeling van de Europese Commissie. Deze werd eind juni verwacht, maar ik verwacht haar nu eind juli. Aan de hand van de mededeling van de Commissie kunnen we dan verder kijken naar nut en noodzaak van de motie en naar hoe we daaraan invulling kunnen geven.

Mevrouw Hachchi (D66):

Ik wil de motie best aanhouden in afwachting van de brief. Die zal op korte termijn komen. Ik houd de motie aan.

De voorzitter:

Op verzoek van mevrouw Hachchi stel ik voor, haar motie (33279, nr. 7) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Minister Hennis-Plasschaert:

Dank u wel.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Ik dank de minister voor de gegeven informatie. Ik kan dus niet zeggen dat we hedenavond nog over deze motie zullen stemmen.

De vergadering wordt van 19.37 uur tot 19.50 uur geschorst.