Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201634300-XVI nr. 2

34 300 XVI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2016

Nr. 2 MEMORIE VAN TOELICHTING

Inhoudsopgave

 

Pagina

Factsheet

3

A. Artikelsgewijze toelichting bij het begrotingsvoorstel

5

B. Begrotingstoelichting

6

Leeswijzer

6

Beleidsagenda

7

Belangrijkste mutaties t.o.v. vorig jaar

14

Meerjarenplanning beleidsdoorlichtingen

16

Overzicht garanties en achterborgstellingen

19

Beleidsartikelen

23

Artikel 1 Volksgezondheid

23

Artikel 2 Curatieve zorg

37

Artikel 3 Langdurige zorg en ondersteuning

50

Artikel 4 Zorgbreed beleid

62

Artikel 5 Jeugd

76

Artikel 6 Sport en bewegen

83

Artikel 7 Oorlogsgetroffenen en herinnering Tweede Wereldoorlog

91

Artikel 8 Tegemoetkoming specifieke kosten

99

Niet-beleidsartikelen

102

Niet-beleidsartikel 9 Algemeen

102

Niet-beleidsartikel 10 Apparaatsuitgaven

106

Niet-beleidsartikel 11 Nominaal en onvoorzien

114

Begroting agentschappen

115

College ter Beoordeling van Geneesmiddelen

115

Centraal Informatiepunt Beroepen Gezondheidszorg

121

Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

126

   

Financieel Beeld Zorg

131

   

Bijlagen

218

ZBO’s en RWT’s

218

Verdiepingsbijlage Begroting

222

Moties en toezeggingen

229

Subsidieoverzicht

297

Evaluatie- en onderzoeksoverzicht

301

Begrippenlijst

306

Lijst met afkortingen

311

Trefwoordenregister

316

Factsheet

FACTSHEET BEGROTINGSUITGAVEN EN -ONTVANGSTEN 2016
(bedragen x € 1.000)

Omschrijving

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Artikel:1 Volksgezondheid

494.841

593.297

614.456

621.203

637.677

645.775

640.713

1. Gezondheidsbescherming

103.671

105.449

103.030

100.146

115.084

114.151

114.151

2. Ziektepreventie

321.563

417.990

442.812

452.286

454.018

462.824

457.762

3. Gezondheidsbevordering

51.796

51.866

50.445

51.110

50.991

51.216

51.216

4. Ethiek

17.810

17.992

18.169

17.661

17.584

17.584

17.584

Ontvangsten

37.511

11.003

10.903

10.903

10.903

10.903

10.903

               

Artikel:2 Curatieve zorg

2.722.717

4.553.791

4.187.157

3.930.874

3.627.165

3.332.555

3.433.801

1. Kwaliteit en veiligheid

114.608

122.892

129.213

108.658

107.007

103.255

106.743

2. Toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg

2.549.096

4.326.805

3.918.893

3.662.750

3.385.353

3.094.309

3.191.774

3. Bevorderen werking van het stelsel

59.013

104.094

139.051

159.466

134.805

134.991

135.284

Ontvangsten

81.998

60.853

60.955

60.955

60.955

60.955

60.955

               

Artikel:3 Langdurige zorg en ondersteuning

4.560.102

3.634.712

3.644.801

3.807.261

4.004.867

4.221.449

4.450.188

1. Participatie en zelfredzaamheid van mensen met beperkingen

188.367

125.605

88.899

87.558

86.472

86.472

86.472

2. Zorgdragen voor langdurige zorg tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten

4.371.735

3.509.107

3.555.902

3.719.703

3.918.395

4.134.977

4.363.716

Ontvangsten

9.404

3.441

3.441

3.441

3.441

3.441

3.441

               

Artikel:4 Zorgbreed beleid

697.803

895.016

871.197

878.441

862.756

872.275

870.484

1. Positie cliënt

26.045

25.485

23.383

24.482

24.458

24.458

24.458

2. Opleidingen, beroepenstructuur en arbeidsmarkt

253.067

396.723

430.131

433.771

428.484

431.182

431.246

3. Kwaliteit, transparantie en kennisontwik-keling

109.189

132.734

124.782

129.099

118.537

123.122

118.236

4. Inrichten uitvoeringsactiviteiten

220.856

230.405

180.401

176.349

174.030

173.155

173.156

5. Zorg, welzijn en jeugdzorg op Caribisch Nederland

87.895

107.052

109.018

112.008

115.047

118.158

121.188

6. Voorkomen oneigenlijk gebruik en aanpak fraude

748

2.617

3.482

2.732

2.200

2.200

2.200

Ontvangsten

32.300

4.858

4.858

4.858

4.858

4.858

4.858

               

Artikel:5 Jeugd

1.545.047

208.532

126.154

129.803

75.848

83.493

83.493

1. Laagdrempelige ondersteuning bij het opvoeden en opgroeien

47.516

0

0

0

0

0

0

2. Noodzakelijke en passende zorg

1.497.531

0

0

0

0

0

0

3. Effectief en efficiënt werkend jeugdstelsel

0

208.532

126.154

129.803

75.848

83.493

83.493

Ontvangsten

24.660

4.508

82.508

4.508

4.508

4.508

4.508

               

Artikel:6 Sport en bewegen

69.986

73.149

128.813

128.244

126.551

127.578

127.578

1. Passend sport- en beweegaanbod

26.825

22.566

79.648

80.872

81.291

82.192

82.192

2. Uitblinken in sport

37.002

43.505

39.513

37.656

35.346

35.347

35.347

3. Borgen van innovatie, kennisontwikkeling en kennisdeling

6.159

7.078

9.652

9.716

9.914

10.039

10.039

Ontvangsten

738

740

740

740

740

740

740

               

Artikel:7 Oorlogsgetroffenen en herinnering Tweede Wereldoorlog

321.328

309.034

290.109

272.400

256.865

241.235

226.883

1. De zorg- en dienstverlening aan verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen WOII en de herinnering aan WOII

16.165

19.135

20.260

20.260

20.260

20.260

20.260

2. Pensioenen en uitkeringen voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen WOII

305.163

289.899

269.849

252.140

236.605

220.975

206.623

Ontvangsten

9.125

901

901

901

901

901

901

               

Artikel:8 Tegemoetkoming specifieke kosten

5.296.989

4.157.911

4.432.332

4.905.439

5.214.827

5.488.492

5.662.138

1. Zorgtoeslag

4.842.250

4.045.830

4.383.295

4.863.298

5.174.586

5.450.193

5.623.839

2. Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten (Wtcg)

408.792

59.782

7.738

3.842

1.942

0

0

3. Tegemoetkoming specifieke zorgkosten

45.947

52.299

41.299

38.299

38.299

38.299

38.299

Ontvangsten

786.389

0

0

0

0

0

0

               

Artikel:9 Algemeen

39.260

32.572

27.336

28.835

32.434

35.604

40.604

1. Internationale samenwerking

4.638

5.296

5.127

5.127

5.127

5.127

5.127

2. Verzameluitkering VWS

8.559

0

0

0

0

0

0

3. Strategisch onderzoek RIVM

26.062

27.276

22.209

18.708

17.307

15.477

15.477

4. Begrotingsreserve achterborg WFZ-garanties

0

0

0

5.000

10.000

15.000

20.000

Ontvangsten

1.000

0

0

0

0

0

0

               

Artikel:10 Apparaatuitgaven

318.157

292.896

249.168

239.306

238.557

235.340

235.439

Kerndepartement

231.533

206.652

160.066

150.792

150.579

147.358

147.457

Inspecties

67.765

69.683

76.203

75.974

75.560

75.563

75.563

SCP en raden

18.858

16.561

12.899

12.540

12.418

12.419

12.419

Ontvangsten

54.958

21.255

5.357

5.357

10.357

5.357

5.357

               

Artikel:11 Nominaal en onvoorzien

0

– 45.611

– 15.009

2.074

2.646

2.706

2.706

Ontvangsten

0

5.400

5.000

0

0

0

0

               

Totaal uitgaven

16.066.229

14.705.299

14.556.514

14.943.880

15.080.193

15.286.502

15.774.027

Totaal ontvangsten

1.038.083

112.959

174.663

91.663

96.663

91.663

91.663

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSVOORSTEL

Wetsartikel 1

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld.

Het wetsvoorstel strekt ertoe om de onderhavige begrotingsstaat/begrotingsstaten voor het aangegeven jaar vast te stellen.

Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor dat jaar. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota.

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten vastgesteld. De in de begrotingsstaat/begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zogenoemde Begrotingstoelichting).

Wetsartikel 2

Onder het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport ressorteren de volgende agentschappen die een baten-lastenstelsel voeren: het Agentschap College ter Beoordeling van Geneesmiddelen, het Centraal Informatiepunt Beroepen Gezondheidszorg en het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu.

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de baten en de lasten, het saldo van de baten en de lasten en de kapitaaluitgaven en -ontvangsten van de in de staat opgenomen baten-lastenagentschappen voor het onderhavige jaar vastgesteld. De in de begroting opgenomen begrotingsartikelen worden toegelicht in onderdeel B (Begrotingstoelichting) van deze memorie van toelichting en wel in de paragraaf inzake de agentschappen.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E.I. Schippers

B. BEGROTINGSTOELICHTING

LEESWIJZER

Inleiding

Voor u ligt de begroting 2016 van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Deze begroting bestaat uit de volgende onderdelen:

  • beleidsagenda;

  • beleidsartikelen en de niet-beleidsartikelen;

  • begroting baten-lastenagentschappen;

  • Financieel Beeld Zorg;

  • diverse bijlagen.

De beleidsprioriteiten met betrekking tot de Zorgverzekeringswet worden vermeld in het Financieel Beeld Zorg.

Motie-Schouw

In juni 2011 is de motie Schouw ingediend en aangenomen. Deze motie zorgt ervoor dat de landenspecifieke aanbevelingen van de Raad op grond van de nationale hervormingsprogramma's een eigenstandige plaats krijgen in de departementale begrotingen. In de beleidsagenda wordt ingegaan op de uitwerking van de aanbeveling.

Groeiparagraaf

  • Tijdens het wetgevingsoverleg over het VWS jaarverslag 2014 op 25 juni 2015 heeft de Kamer aangegeven dat zij een verbetering wenst van de verantwoordingsfunctie van het jaarverslag. Het is volgens de Kamer nu niet goed mogelijk om op basis van het jaarverslag te beoordelen of beleid moet worden bijgestuurd. De Kamer denkt daarbij onder meer aan het bieden van meer beleidsinformatie, het SMARTer formuleren van (voorgenomen) beleidsprestaties en scherpere beleidsconclusies. Dit heeft mogelijk ook consequenties voor de inrichting van de begroting. Komend jaar zal in samenwerking met de Kamer bezien worden welke verbeteringen kunnen worden doorgevoerd in de ontwerpbegroting 2017.

  • Op artikel 9 is het instrument Garanties toegevoegd in verband met de aan te leggen begrotingsreserve ten behoeve van de achterborg WFZ-garanties.

BELEIDSAGENDA 2016

Naar merkbaar betere zorg

Onze gezondheidszorg is van en voor iedereen. Er worden steeds meer mensen verzorgd of genezen. We leven daardoor langer. We doen dat ook vaker in goede gezondheid. Zo kunnen we langer participeren en werken. En blijven we langer zelfredzaam.

Gezondheid is een groot goed, voor iedereen, in elke levensfase. Waar vroeger gezondheid vaak werd gezien als de afwezigheid van ziekte, wordt gezondheid nu steeds vaker op een positieve manier omschreven: het vermogen van mensen zich aan te passen en eigen regie te voeren, in het licht van de fysieke, emotionele en sociale uitdagingen van het leven.

De beste zorg is mogelijk als genezing, verzorging, ondersteuning met elkaar zijn verbonden. En als wij gebruik maken van de kracht van preventie. Want voorkomen is beter dan genezen. Daarom is het belangrijk dat iedereen – zo nodig met behulp van technologie – makkelijk gezonde keuzes kan maken. Bij een gezonder en vitaler Nederland moet de hele samenleving worden betrokken, zoals we doen met het programma Alles is gezondheid.

Voor patiënten en cliënten is het cruciaal dat de zorg van hoge kwaliteit, veilig en persoonsgericht is. En dat zij hierover betrouwbare informatie kunnen krijgen. Zorgverleners willen met plezier hun werk kunnen doen, zonder hinder van overbodige regels en formulieren. En voor elke Nederlander is het belangrijk dat de zorgkosten en zorgpremie niet te hoog oplopen.

Samen met patiënten, cliënten en professionals uit de zorg, hebben wij de afgelopen jaren hard gewerkt om de verbeteringen in de zorg voor elkaar te krijgen. De eerste resultaten zijn geboekt: de kwaliteit van de zorg verbetert, zoals ook de recente Zorgbalans aantoont, terwijl de uitgaven zich voor het eerst in meer dan een decennium beheerst ontwikkelen en minder hard groeien. Binnen de curatieve zorg creëren de hoofdlijnenakkoorden rust en ruimte om te werken aan verbetering van het stelsel en aan innovatie. De wetten in de langdurige zorg, ondersteuning en jeugdhulp zijn veranderd en taken opnieuw verdeeld. Dit biedt veel kansen om de zorg beter te organiseren voor mensen thuis. De veranderingen vinden op veel plekken al plaats, maar gaan niet vanzelf: er is blijvende aandacht nodig om de ingezette beweging in goede banen te leiden.

De veranderingen in de zorg moeten zorgvuldig worden uitgevoerd. Ze moeten bijdragen aan de kwaliteit en continuïteit van zorg en deze niet in de weg staan. Wij willen een groot compliment geven aan de duizenden zorgprofessionals, de gemeenten, zorgverzekeraars en zorgkantoren die hard hebben gewerkt om goede zorg en ondersteuning te blijven bieden. Tegelijkertijd zijn wij ons ervan bewust dat de veranderingen tijd kosten en de nodige onzekerheid met zich mee brengen.

Het komende jaar willen wij de ingezette bewegingen verder brengen en resultaten zien. De kern van onze beleidsagenda is drieledig.

  • 1. In 2016 willen wij dat mensen verbeteringen in de zorg echt gaan merken. Dat de zorg aansluit op hun wensen, behoeften en mogelijkheden. Dat zij begrijpelijke informatie over kwaliteit makkelijk kunnen vinden. Dat keuzes mét in plaats van vóór patiënten worden gemaakt. Dat ze zich gehoord voelen als ze een klacht hebben over de zorg. Dat verwanten, mantelzorgers en vrijwilligers zich gezien weten. Dat e-health vanzelfsprekend is. Dat mensen makkelijk kunnen overstappen van de ene naar de andere zorgverzekeraar. En dat preventie meer aandacht krijgt: van nazorg naar voorzorg. Zo zal het tegengaan van antibioticaresistentie prioriteit krijgen. Nationaal via de Antibioticaresistentie agenda 2015–2018 (TK 32 620, nr. 159) en internationaal via het Europees voorzitterschap. De aanpak van antibioticaresistentie die wij voorstellen, richt zich op alle terreinen waar de gezondheid van mensen wordt bedreigd door antibioticaresistente bacteriën: zorg, dieren, voedsel en milieu, de zogenoemde One Health-benadering.

  • 2. In 2016 moeten zorgverleners merken dat zij de ruimte en het vertrouwen krijgen om hun werk te doen, om nieuwe effectieve en efficiënte manieren te vinden om zorg te verlenen en daartoe gericht worden opgeleid. Dat zij de tijd en aandacht kunnen besteden aan mensen en minder aan onnodig papierwerk en dat eigen initiatief en samenwerking wordt gewaardeerd.

  • 3. In 2016 willen wij verdere stappen zetten om de zorguitgaven blijvend in de hand houden. Zo blijft de zorg ook voor toekomstige generaties betaalbaar. De doorgevoerde veranderingen in de zorg bieden daarvoor kansen en uitdagingen. De druk op de uitgaven blijft groot. De opgave om meer te doen met minder middelen geldt niet alleen voor Nederland, maar voor heel Europa. Het Nederlands voorzitterschap van de Europese Unie in de eerste helft van 2016 biedt ons niet alleen de mogelijkheid antibioticaresistentie, maar ook een aantal andere onderwerpen hoog op de Europese agenda te zetten. Zoals de transparantie van geneesmiddelenprijzen en inkoop van geneesmiddelen samen met andere EU-landen. Hierop is internationale samenwerking cruciaal.

Merkbaar betere zorg dichtbij mensen

Belangrijk is dat mensen merken dat de zorg inspeelt op hun wensen en behoeften. Wij willen doorgaan op de ingeslagen weg om zorg dichterbij te organiseren. Iedereen ontvangt het liefst zorg thuis of in de buurt. Iedereen wil zo lang mogelijk thuis blijven wonen. Ook als je ouder en hulpbehoevend wordt of chronisch ziek.

E-health is een waardevol middel om de zorg beter, dichterbij, klantvriendelijker en goedkoper te organiseren. En om te helpen gezond te leven. Wij willen dat de technologie die mensen in het dagelijks leven al lang gebruiken, ook vanzelfsprekend wordt in de zorg. Dat we daarmee de zorg in huis halen en zorg op afstand mogelijk wordt. Wij zien dat e-health mensen kan helpen bij keuzemogelijkheden in de zorg. Om een behandeling te begrijpen of zelfs aantrekkelijk te maken en vol te houden. En ook om af te zien van behandeling, als die niet nodig of nuttig is of ten koste gaat van kwaliteit van leven. Door het gebruiksgemak kan e-health ook helpen bij het verkleinen van bestaande gezondheidsverschillen van mensen met lagere gezondheidsvaardigheden. Naast de potentie van e-health bij aandoeningen, kan het van grote toegevoegde waarde zijn in preventie. Door vroege en betere opsporing en het herkennen van symptomen bijvoorbeeld. Ook kunnen serious gaming, apps en andere innovaties mensen motiveren gezonde keuzes te maken.

Goede samenwerking en onderling vertrouwen tussen zorgaanbieders is cruciaal. Dat vraagt meer coördinatie en regie rondom mensen. Zodat ze maar één keer hun verhaal hoeven te vertellen. En om gepast gebruik van zorg te waarborgen en onnodige medicalisering te voorkomen. De wijkverpleegkundige is terug in de buurt en speelt daarin een belangrijke rol. Samen met de huisarts, apothekers en wijkteams bepaalt zij in overleg welke verpleegkundige zorg nodig is. De sociale wijkteams met hun generalisten en casemanagers spelen een vergelijkbare verbindende rol. Zij zijn de spil bij het coördineren van hulpverlening in het kader van de Wmo en jeugdhulp die vanuit gemeenten wordt geboden.

Of het nu gaat om de huisarts, het streekziekenhuis, de geestelijke gezondheidszorg, spoedeisende hulp of acute verloskunde. Voorop staat dat de zorg waar mensen veel gebruik van maken, zo dichtbij mogelijk beschikbaar moet zijn. Waar zij ook wonen. Om de kwaliteit van de zorg te behouden in de regio's met een dalend aantal inwoners en huishoudens nemen wij extra maatregelen. Zo krijgen zorgverzekeraars meer mogelijkheden om huisartsen in krimpregio’s extra te belonen. Ook de dienstapotheek, bijvoorbeeld, moet in krimpregio’s voor mensen beschikbaar en betaalbaar blijven. Versterking van zorg in de buurt betekent ook dat taken die nu nog door specialisten worden gedaan, overgaan naar huisartsen. Huisartsen krijgen nieuwe taken en maken gebruik van online consults met specialisten.

Zorgverzekeraars spelen – naast en samen met gemeenten – een sleutelrol bij het organiseren van goede zorg dichtbij. Zorgverzekeraars kunnen bij hun inkoop kiezen voor zorgaanbieders die kwaliteit bieden, samenwerken en doelmatig zijn. Die cruciale rol van de zorgverzekeraars en hun toegevoegde waarde voor de mensen moet beter over het voetlicht gebracht worden, in het bijzonder voor chronisch zieken en andere kwetsbare groepen. Daarom gaan zorgverzekeraars merken dat het loont om zich in te zetten doordat zij voor deze groep vanaf 2016 een betere compensatie krijgen. Het voordeel kunnen zij aan hun verzekerden doorgeven. Deze verbetering in de werking van het stelsel geeft chronisch zieken en andere kwetsbare groepen een veel sterkere positie. Dat is de kern van het programma Kwaliteit loont (TK 31 765, nr. 116).

Goede contracten op basis van kwaliteit komen alleen tot stand bij evenwichtige verhoudingen tussen zorgaanbieders en zorgverzekeraars. Daarom werken wij met name in de eerste lijn aan betere inkoopmodellen en onderhandelingsprocessen. Er komt scherper toezicht op fusies in de tweede lijn, ziekenhuiszorg en ggz, zodat keuzevrijheid blijft bestaan. Verzekerden krijgen – juist ook op moderne manieren via social media – meer invloed op het beleid van zorgverzekeraars. In de langdurige zorg maakt spreadsheet-inkoop steeds meer plaats voor een dialoog op basis van plannen van instellingen.

Het persoonsgebonden budget (pgb) is een goed middel om de zorg persoonsgericht te organiseren. Het pgb stelt mensen in staat eigen regie te voeren over de zorgbehoefte en te blijven participeren in de samenleving. Maar juist deze groep en hun zorgverleners hebben overlast ervaren van de veranderingen in de zorg. Dit is betreurenswaardig. Wij zijn dit zo snel als mogelijk aan het oplossen door het systeem waar mogelijk te vereenvoudigen. Daarbij moeten we voorkomen dat het stelsel fraudegevoeliger wordt.

Goede zorg in de buurt houdt ook in dat mensen met psychische problemen dichtbij huis terecht kunnen voor laagdrempelige zorg. De praktijkondersteuner GGZ is nu al van grote waarde en bewijst zich de komende jaren verder. Ook kan E-mental health de kwaliteit van leven van mensen met psychische klachten aantoonbaar verbeteren. Deze klantvriendelijke vorm van zorg wordt nog onvoldoende benut. Dat willen wij de komende jaren veranderen.

Tegelijkertijd is het van groot belang dat tijdig zwaardere hulp wordt ingezet bij mensen die zo verward zijn dat zij een gevaar vormen voor zichzelf of voor anderen. Het gaat om mensen die vaak kwetsbaar zijn en die te kampen hebben met verschillende aandoeningen of beperkingen (psychisch, licht verstandelijk beperkt, dementie of verslaving) of verschillende levensproblemen (schulden, dakloosheid, verlies van dierbaren, gebrek aan participatie, onverzekerdheid of illegaliteit). Gemeenten, justitie, politie, de geestelijke gezondheidszorg (ggz) en andere betrokken instanties gaan hiervoor via het plan van aanpak Problematiek rondom verwarde personen (TK 25 424, nr. 279) beter met elkaar samenwerken. De nieuwe wet Verplichte GGZ maakt de omslag van opname naar behandeling. Door hulp eerder in te zetten kan escalatie worden voorkomen. Ook krijgen familieleden en andere direct betrokkenen een veel prominentere rol.

We organiseren de zorg dichtbij omdat goede zorg voor iedereen iets anders is. Gemeenten kunnen mensen thuis beter ondersteunen omdat ze bij hen thuis kunnen komen. Daarom hebben gemeenten zorgtaken overgenomen op het terrein van ondersteuning thuis en jeugdhulp. Dit heeft gevolgen voor cliënten en hun naasten. Zij hebben te maken met een ander en soms beperkter zorgaanbod. Dit gaat op veel plaatsen goed; op sommige plekken moet de uitvoering beter. Aan gemeenten is een huishoudelijke hulp toelage beschikbaar gesteld voor het stimuleren van de vraag naar huishoudelijke hulp, teneinde zoveel mogelijk volwaardige werkgelegenheid te behouden.

Gemeenten kunnen zich vanaf nu richten op een goede uitvoering van de wetten en de noodzakelijke vernieuwing doorzetten. Nu gemeenten extra taken krijgen, is het van belang de samenhang tussen publieke gezondheid en jeugd, langdurige zorg, ondersteuning en participatie vorm te geven en taken anders aan te pakken. Leren van elkaar, innoveren en lastenreductie zijn sleutelbegrippen. Bij ondersteuning kan en moet de samenwerking tussen gemeenten en zorgverzekeraars beter. Een gezamenlijk lokaal, sociaal beleid gericht op preventie kan de gezondheid van bijvoorbeeld de zorg voor kwetsbare groepen verbeteren en zo de kosten van de zorg beteugelen. Goede ondersteuning van jeugdigen kan niet zonder een passende verbinding tussen zorg en onderwijs.

Het is belangrijk dat mensen hun weg naar goede ondersteuning en jeugdzorg makkelijk kunnen vinden en bekend zijn met de mogelijkheden. Gemeenten spelen een belangrijke rol bij het geven van voorlichting aan burgers. Zorg kan alleen passend zijn, als deze aansluit op de persoonlijke situatie van cliënten. Mantelzorgers en vrijwilligers zijn daar meer en meer een wezenlijk onderdeel van. Bij het ondersteunen en ontlasten van mantelzorgers en het maken van goede (regie)afspraken tussen naasten en zorgverleners vervullen gemeenten ook een cruciale rol.

Dementie is een groot maatschappelijk vraagstuk. Met name de zorg thuis voor iemand met dementie kan zeer zwaar zijn. Het aantal mensen met dementie dat thuis woont, wordt steeds groter. Samenleven met dementie vraagt om meer kennis in de samenleving. Het programma Dementievrienden is erop gericht om één miljoen Nederlanders binnen vijf jaar meer over dementie te laten weten en leren hoe ze dementerenden kunnen helpen. Zo wordt Nederland dementievriendelijker.

Ook mensen met een beperking moeten zorg zo dichtbij mogelijk krijgen en met een grote mate van zelfstandigheid en zeggenschap deel kunnen uitmaken van de samenleving. Wij zetten de schouders onder de ratificatie van het VN-verdrag rechten van personen met een handicap. De ambitie van dit verdrag is dat iedereen, met of zonder een beperking, volwaardig kan deelnemen aan de samenleving. Doel van het Nationaal Programma Gehandicapten Gewoon Bijzonder (TK 24 170, nr. 150) is de beschikbare kennis over mensen met een handicap te delen en in de praktijk te brengen. Via het programma Grenzeloos Actief (TK 30 234, nr. 124) willen wij mensen met een beperking uitnodigen vaker en over een langere periode in hun leven te laten sporten en bewegen: dichtbij huis, in de eigen buurt en zoveel mogelijk bij bestaande sportverenigingen.

Meer bewegen speelt naast gezond eten en niet-roken een belangrijke rol bij preventie. Sport is daarbij cruciaal. Van recreatieve sportdeelname tot topsport. Komend jaar komen wij met voorstellen om het sportbestel slagvaardiger te maken.

Ook de hervormingen in de jeugdhulp leiden tot voordelen voor cliënten en hun naasten. Problemen bij het opgroeien of opvoeden en gedragstoornissen van kinderen en jeugdigen worden nu in samenhang opgepakt onder verantwoordelijkheid van gemeenten. De hulp wordt dichter bij het gezin aangeboden en sluit beter aan bij de behoeften van gezinnen. Gezinnen moeten kunnen rekenen op de juiste hulp door goed opgeleide deskundige professionals. Daarom steunen wij de branche- en beroepsorganisaties, cliëntenorganisaties en gemeenten in het vierjarenprogramma Professionalisering Jeugdhulp 2015–2018 (TK 31 839, nr. 466). Dit programma heeft als doel dat alle professionals in de jeugdhulp met een HBO-opleiding of hoger geregistreerde professionals worden. Tegelijkertijd blijven wij werk maken van de aanpak van kindermishandeling. Elk kind heeft immers recht op een gezonde en veilige jeugd.

Door de zorg dichtbij mensen goed te organiseren, blijven ze langer zelfstandig wonen en gaan pas van instellingszorg gebruik maken als het echt niet anders kan. Juist voor de groep meest kwetsbare patiënten en cliënten moeten wij nadrukkelijk oog houden. De zorgvraag in zorginstellingen wordt immers zwaarder en vraagt om extra investeringen en professionalisering.

Zo willen wij dat mensen in verzorgings- en verpleeghuizen ook op hun oude dag kwaliteit van leven houden en een groot vertrouwen hebben in hun zorgverleners. Zoals aangekondigd in het plan Waardigheid en Trots, liefdevolle zorg voor onze ouderen (TK 31 765, nr. 124) zal fors worden geïnvesteerd in de kwaliteit van het leven in verpleeghuizen. De kwaliteit van zorg moet omhoog en beter aansluiten op de wensen, behoeften en mogelijkheden van de cliënt. Wij stellen daartoe onder andere structureel extra budget beschikbaar voor dagactiviteiten voor ouderen in een verpleeghuis. Daarnaast zal een grote impuls worden gegeven aan de opleiding en bijscholing van professionals in de verpleeghuiszorg. Zij krijgen meer ruimte om het vak waarvoor zij gekozen hebben uit te oefenen zoals de cliënt dat nodig heeft, waarbij we ook oog hebben voor de aanpak van administratieve lasten. Om de zorgaanbieders te helpen bij de verbetering van kwaliteit krijgen zij extra ondersteuning, worden cliëntenraden versterkt en krijgen de zorgkantoren meer armslag om zich te richten op kwaliteitsverbetering. Tegelijkertijd zal de Inspectie voor de Gezondheidszorg investeren in vernieuwing van het toezicht, waarbij de nadruk meer en meer ligt op de beleving van cliënten en hun naasten in plaats van op het strikt het naleven van regels. Ten slotte wordt de taakstelling voor de langdurige zorg uit het Regeerakkoord voor 2016 teruggedraaid.

Minder regels: vertrouwen in elkaar

Zorgverleners moeten gaan merken dat meer openheid niet hoeft te leiden tot meer administratie opgelegd door zorgverzekeraars, de eigen instelling of beroepsgroep, toezichthouders of de overheid. Merkbaar minder regeldruk is een belangrijke doelstelling voor de resterende kabinetsperiode. Hoewel al de nodige maatregelen zijn genomen om de regeldruk te verminderen, is het tijd voor een forse extra inspanning om de bureaucratie in de zorg terug te dringen. Het komende jaar moet de zorg makkelijker worden door slimmer samen te werken, formulieren te standaardiseren, regels eenvoudiger te maken, te schrappen wanneer overbodig en waar nodig te verduidelijken. Zo kunnen zorgverleners met plezier hun werk doen en zijn ze geen tijd kwijt aan overbodig papierwerk.

Bij het opruimen van onnodige regelgeving en administratieve lasten zoeken wij het evenwicht met de noodzaak om fraude, verspilling en slecht bestuur aan te pakken. Iedereen moet zich immers aan de regels houden. Uit verschillende signalen blijkt dat er nog regelmatig fouten voorkomen in declaraties. In sommige gevallen wordt er opzettelijk en doelbewust in strijd met regels gehandeld met het oog op eigen of andermans gewin. Dat is onacceptabel. Wij gaan daarom verder met het programmaplan Rechtmatige Zorg (TK 28 828, nr. 89). Om goede zorg te kunnen leveren is goed bestuur en intern toezicht bij een zorginstelling cruciaal. Wij streven naar een open cultuur van transparantie, aanspreekbaarheid en verantwoording binnen instellingen. De door de sector zelf ontwikkelde governancenormen en eigen verantwoordelijkheid kunnen hier een effectief instrument bij zijn.

Bij alle verbeteringen die wij willen bereiken in de zorg, is informatie over kwaliteit een voorwaarde. Voor zorgverzekeraars. Voor patiënten. Voor cliënten en hun naasten. Voor zorgaanbieders die zichzelf willen verbeteren. Die informatie moet dan ook snel beschikbaar komen, voor iedereen te begrijpen zijn en niet tot extra administratie leiden. In het Jaar van de transparantie (TK 32 620, nr. 149) hebben wij daarvoor de fundamenten gelegd. Dat vergt in 2015 en 2016 nog een fikse inspanning. Behandelrichtlijnen van artsen worden samengevat in begrijpelijke taal en er komen keuzehulpen die mensen helpen bij het kiezen tussen behandelopties. Meer inzicht in kwaliteit biedt verzekeraars de mogelijkheid zich meer als zorgpartner richting mensen op te stellen en zodoende meer krediet op te bouwen.

Ook klantgerichtheid in de zorg gaat van woorden naar daden. Patiënten en cliënten, zorgverzekeraars en de Inspectie voor de Gezondheidszorg kunnen zorgverleners die het niet goed doen, daar beter op aanspreken. Zorgaanbieders worden gestimuleerd om hun zorg te blijven verbeteren, open te zijn over incidenten en klachten, en daarvan te leren. De Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) maakt de positie van patiënten en cliënten sterker en steviger.

Uitgavenbeheersing: gezamenlijk inspelen op toekomstige ontwikkelingen en uitdagingen

Verbetering van kwaliteit tegen lagere kosten blijft van groot belang. Zorgverleners, patiënten en cliënten, gemeenten en zorgverzekeraars zijn hierin niet elkaars tegenstanders, maar elkaars bondgenoten. Dit vertrouwen in elkaar moet de komende tijd worden vergroot. De zorgverzekeraar die inkoopt op basis van kwaliteit en doelmatigheid, de zorgverlener die samen met patiënt en cliënt beslist wat de meest gepaste behandeling is – ieders rol is cruciaal om zinnige en zuinige zorg te kunnen verlenen.

Gezamenlijke inzet op zinnige en zuinige zorg blijft cruciaal. Wij zijn er wel in geslaagd de groei van de zorguitgaven af te vlakken; technologische en wetenschappelijke ontwikkelingen en maatschappelijke trends gaan hun eigen weg. Het beperken van de uitgavenstijging blijft in de toekomst een uitdaging. Nieuwe technologie, zoals health checks, medische apps, screening en thuisdiagnostiek geeft ongekende mogelijkheden en vrijheden voor patiënten en cliënten, maar kan er ook toe leiden dat mensen sneller ongerust raken en onnodig een arts bezoeken.

Door voortschrijdende innovatie worden er bovendien nieuwe, zeer dure geneesmiddelen ontwikkeld, vaak bedoeld voor kleine groepen mensen. Als deze middelen daadwerkelijk kwaliteit van leven bieden aan ernstig zieke mensen, willen wij dat deze voor hen beschikbaar zijn. «Personalised medicine» is sterk in opkomst. Deze geneesmiddelen kunnen effectiever zijn en minder bijwerkingen hebben en daarmee groot verschil maken voor individuele patiënten. Maar ze kunnen de kosten van de zorg ook verder opdrijven en de toegankelijkheid onder druk zetten. Komend jaar komt er een nieuw geneesmiddelenbeleid gericht op kwaliteitsverbetering en kostenbeheersing. Tijdens het Nederlands EU-voorzitterschap in 2016 willen wij het geneesmiddelenbeleid eveneens een sterke impuls geven.

Ook voedselveiligheid heeft grensoverschrijdende aspecten. Hiervoor geldt evenzeer dat een internationale aanpak nodig is. Bijvoorbeeld als het gaat om veilig en betrouwbaar voedsel en richtlijnen voor productsamenstelling. Daarom staat ook dit onderwerp op de agenda van het EU-voorzitterschap.

Merkbaar betere zorg dichtbij mensen, vertrouwen in elkaar en een blijvende inzet op kosten- en uitgavenbeheersing. Dat is onze agenda voor 2016.

Belangrijkste beleidsmatige mutaties t.o.v. vorig jaar (uitgaven)
 

Artikel

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Stand ontwerpbegroting 2015 (inclusief NvW)

 

14.585.866

14.797.889

14.959.782

14.846.048

14.747.762

0

Belangrijkste mutaties

             

1) Rijksvaccinatieprogramma: De uitgaven voor de uitvoering van het Rijksvaccinatieprogramma en de hielprik zijn als gevolg van gunstige aanbestedingen en lager dan verwachte geboortecijfers structureel lager dan het hiervoor beschikbaar gestelde budget.

1

– 35.432

– 30.432

– 30.432

– 30.432

– 30.432

– 30.432

2) Overgang integrale tarieven medisch-specialistische zorg: Voor vrijgevestigde medisch specialisten is een subsidieregeling ingesteld om de financiële belemmeringen te verminderen om voor een dienstverband met het ziekenhuis of zbc te kiezen. In de begroting 2015 is hiervoor dit jaar € 125 miljoen beschikbaar gesteld. Het beroep op de subsidieregeling is in 2015 € 80 miljoen lager dan geraamd. De vrijvallende middelen blijven in 2016 en 2017 beschikbaar voor een mogelijke verlenging van de subsidieregeling.

2

– 80.000

30.000

50.000

0

0

0

3) Wanbetalers. Sinds eind april 2015 ligt het wetsvoorstel Wet verbetering wanbetalersmaatregelen ter behandeling in de Eerste Kamer. Dit wetsvoorstel heeft tot doel verbeteringen te realiseren in de uitvoering van de wanbetalersregeling. Deze maatregelen kunnen leiden tot aanpassingen in de uitgaven en ontvangsten. Vooralsnog is de uitgavenraming met een gelijk bedrag als de ontvangstenraming verhoogd.

2

0

25.000

25.000

25.000

25.000

25.000

4) Rijksbijdrage Zorgverzekeringsfonds voor financiering van verzekerden 18–: Bijstelling van de raming op basis van de actualisatie CPB cijfers.

 

0

– 185.300

– 98.400

– 98.600

– 63.500

36.600

5) Uitvoeringskosten pgb trekkingsrechten SVB. De kosten voor de uitvoering van de pgb-trekkingsrechten door de SVB zijn voor 2015 hoger dan eerder geraamd. De middelen voor de extra uitgaven zijn overgeboekt van het BKZ.

3

44.665

26.400

8.400

5.700

5.700

5.700

6) Bijdrage in de kosten van kortingen (BIKK): Bijstelling van de raming op basis van de actualisatie CPB cijfers.

3

0

– 79.200

– 83.500

– 88.200

– 93.200

133.800

7) Kwaliteitsimpuls personeel ziekenhuiszorg. Dit betreft een overheveling van premiegefinancierde middelen die waren gereserveerd voor de UMC’s als gevolg van het inhouden van de ILO als onderdeel van de Zorgafspraken. Via toevoeging aan de kwaliteitsimpuls personeel ziekenhuiszorg vloeien de middelen weer terug naar de sector. Het gaat om een bedrag van € 37 miljoen per jaar. Daarnaast wordt de € 37 miljoen die in 2014 niet zijn besteed, opnieuw voor de subsidieregeling beschikbaar gemaakt, gelijkelijk verdeeld over de jaren 2015–2017.

4

49.849

49.849

49.849

37.386

37.386

37.386

8) Zorg en welzijn Caribisch Nederland. Dit betreft een stijging van de uitgaven voor zorg op Caribisch Nederland. Daarnaast leidt de waardedaling van de euro ten opzichte van de dollar tot aanzienlijke meerkosten voor 2015 en verder.

4

20.000

20.000

20.000

20.000

20.000

20.000

9) Jeugdhulp. Dit betreft een kasschuif van € 25 miljoen in verband met de capaciteitsreductie in de jeugdzorg plus

5

25.000

– 25.000

0

0

0

0

10) Compensatie AKW/WKB. Er wordt in totaal € 18,2 miljoen overgeboekt naar SZW in verband met de structurele dekking van het besparingsverlies bij de kinderregelingen AKW (€ 14,3 miljoen) en WKB (€ 3,9 miljoen) door de afstelling van het wetsvoorstel verbetering financiële positie pleegouders.

5

– 18.178

– 18.178

– 18.178

– 18.178

– 18.178

– 18.178

11) Zorgtoeslag: Bijstelling van de raming op basis van de actualisatie CPB cijfers.

8

55.407

– 367.494

– 15.322

295.965

571.572

745.218

12) Maatregelen Zorgtoeslag: In het kader van het koopkrachtpakket voor 2016 wordt de tijdelijke verhoging van de zorgtoeslag eenmalig verlengd.

0

252.000

0

0

0

0

0

Overige mutaties

 

58.122

60.980

76.681

85.504

84.392

14.818.933

Stand ontwerpbegroting 2016

 

14.705.299

14.556.514

14.943.880

15.080.193

15.286.502

15.774.027

Belangrijkste beleidsmatige mutaties t.o.v. vorig jaar (ontvangsten)
Bedragen x € 1.000
 

artikel

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Stand ontwerpbegroting 2015 (inclusief NvW)

 

82.658

150.663

72.663

72.663

72.663

0

Belangrijkste mutaties

             

1) Ontvangsten Wanbetalers. De raming is naar boven bijgesteld.

2

40.000

25.000

25.000

25.000

25.000

25.000

Overige mutaties

 

– 9.699

– 1.000

– 6.000

– 1.000

– 6.000

66.663

Stand ontwerpbegroting 2016

 

112.959

174.663

91.663

96.663

91.663

91.663

MEERJARENPLANNING BELEIDSDOORLICHTINGEN

Artikel

Naam artikel

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Geheel artikel?

1

Volksgezondheid

             

Nee

1. Gezondheidsbescherming

           

X

 

2. Ziektepreventie

 

X

           

3. Gezondheidsbevordering

   

X

         

4. Ethiek

               

2

Curatieve Zorg

             

Nee

1. Kwaliteit en veiligheid

   

X

         

2. Toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg

     

X

       

3. Bevordering werking van het stelsel

 

X

           

3

Langdurige zorg en ondersteuning

       

X

   

Ja

4

Zorgbreed beleid

             

Nee

1. Positie cliënt

 

X

           

2. Opleidingen, beroepenstructuur en arbeidsmarkt

   

X

         

3. Kwaliteit, transparantie en kennisontwikkeling

     

X

       

4. Inrichten uitvoeringsactiviteiten

               

5. Zorg, welzijn en jeugdzorg op Caribisch Nederland

   

X

         

5

Jeugd

             

Nee

1. Laagdrempelige ondersteuning bij het opvoeden en opgroeien

 

X

           

2. Noodzakelijke en passende zorg

       

X

     

3. Effectief en efficiënt werkend jeugdstelsel

 

X

   

X

     

6

Sport en bewegen

     

X

     

Ja

7

Oorlogsgetroffenen en Herinnering WO II

       

X

   

Ja

8

Tegemoetkoming specifieke kosten

         

X

 

Ja

1. Voor artikel 1 is, gegeven de diversiteit van de beleidsonderwerpen en de omvang van het beleidsartikel, gekozen om het beleid per artikelonderdeel door te lichten.

2. Voor artikel 2 is, gegeven de diversiteit van de beleidsonderwerpen en de omvang van het beleidsartikel, gekozen om het beleid per artikelonderdeel door te lichten.

3. Voor artikel 4 is, gegeven de diversiteit van de beleidsonderwerpen en de omvang van het beleidsartikel, gekozen om het beleid per artikelonderdeel door te lichten.

4. Voor artikelonderdeel 4.4 is geen doorlichting gepland. Binnen de inrichting van uitvoeringsactiviteiten en de daarmee samenhangende beheerskosten vindt per ZBO vijfjaarlijks een evaluatie plaats op grond van de Kaderwet ZBO’s.

In 2014 zijn de NZa en ZiNL geëvalueerd. Bij de NZa is dit in samenhang met de evaluatie van de Wmg gebeurd. Gegeven de aard van artikelonderdeel 4.4 is een beleidsdoorlichting niet aan de orde.

5. Met de transitie van de Jeugdzorg is de structuur van begrotingsartikel 5 aangepast. De resterende budgettaire gevolgen van beleid, die tot 2016 op artikel 5.1 en 5.2 stonden, worden in artikel 5.3 ondergebracht. De beleidsdoorlichting van artikel 5.1 is in 2015 aan de Tweede Kamer verzonden (TK 32 772, nr. 3).

6. Het meest recente overzicht van afgeronde beleidsdoorlichtingen kan hier worden ingezien.

7. Voor overig beleidsonderzoek wordt verwezen naar de bijlage evaluaties en overig onderzoek.

Toelichting per artikel(-onderdeel)

Artikel 1

  • 1.1 Het beleid dat voortvloeit uit het Nationaal Programma Preventie (NPP) beslaat het grootste deel van artikel 1. De komende jaren worden evaluaties op onderdelen van artikel 1 uitgevoerd. Deze beleidsevaluaties worden betrokken in een integrale beleidsdoorlichting van artikel 1. Deze is in 2020 gereed.

  • 1.2 De beleidsdoorlichting Ziektepreventie is in 2015 naar de Tweede Kamer verzonden (TK 32 772, nr. 5).

  • 1.3 Voor het artikelonderdeel gezondheidsbevordering is de beleidsdoorlichting Letselpreventie in 2013 aan de Tweede Kamer verzonden (TK 32 772, nr. 2). Momenteel wordt gewerkt aan een IBO Leefstijl.

  • 1.4 Het beleid van Ethiek wordt voor een belangrijk deel vormgegeven door wetgeving. Hiervoor vindt geen beleidsdoorlichting plaats. Medisch-ethische wetgeving wordt over het algemeen eens per 5 jaar geëvalueerd. Deze wetsevaluaties zijn onafhankelijke onderzoeken, waarvan de resultaten naar de Tweede Kamer worden gestuurd.

Bovengenoemde beleidsdoorlichtingen bestrijken het totale artikel, met uitzondering van artikelonderdeel 1.4 Ethiek.

Artikel 2

  • 2.1 Het beleid op het gebied van kwaliteit en (patiënt-)veiligheid wordt in 2016 doorgelicht. Hierbij wordt een aantal (externe) onderzoekstrajecten rond het VMS-veiligheidsprogramma ziekenhuizen betrokken.

  • 2.2 De doorlichting van het beleid gericht op toegankelijkheid en betaalbaarheid van het stelsel (gereed in 2017) vindt plaats op basis van evaluaties van subsidies en regelingen die onder dit artikelonderdeel vallen.

  • 2.3 Het beleid om de werking van het stelsel te bevorderen wordt in 2015 doorgelicht, hierbij wordt onder andere de evaluatie onverzekerden en wanbetalers betrokken.

Bovengenoemde beleidsdoorlichtingen bestrijken het totale artikel.

Artikel 3

Vanwege de hervorming van de langdurige zorg (HLZ) is een brede beleidsdoorlichting gepland in 2018.

Artikel 4

  • 4.1 De beleidsdoorlichting (geplande oplevering 2015) op het terrein van de positie van de cliënt vindt plaats op basis van de evaluatie van het beleidskader voor subsidiëring patiënten- en gehandicaptenorganisaties.

  • 4.2 De evaluaties stagefonds en regionaal arbeidsmarktbeleid worden in de beleidsdoorlichting van de opleidingen, beroepenstructuur en de arbeidsmarkt binnen de zorg betrokken (oplevering in 2016).

  • 4.3 De evaluatie van ZonMw (2016) wordt bij de doorlichting (2017) van het kennisontwikkelingsbeleid betrokken.

  • 4.4 Binnen de inrichting van uitvoeringsactiviteiten en de daarmee samenhangende beheerskosten vindt per ZBO vijfjaarlijks een evaluatie plaats op grond van de Kaderwet ZBO’s. In 2014 zijn de NZa en het ZiNL geëvalueerd. Bij de NZa heeft dit in samenhang met de evaluatie van de Wmg plaatsgevonden. Gegeven de aard van dit artikelonderdeel is een beleidsdoorlichting niet aan de orde.

  • 4.5 In het najaar van 2015 is een beleidsdoorlichting gestart naar de zorg en jeugdzorg op Caribisch Nederland, in navolging van de in 2015 uitgevoerde evaluatie van de Wet op de openbare lichamen Bonaire, St. Eustatius en Saba (WolBES). De doorlichting wordt in 2016 aan de Kamer verzonden.

Bovenstaande beleidsdoorlichtingen bestrijken het totale artikel, met uitzondering van artikelonderdeel 4.4.

Artikel 5

  • 5.1 Het beleid op het gebied van ondersteuning bij opvoeden en opgroeien is in 2014–2015 doorgelicht en begin 2015 aan de Kamer verzonden (TK 32 772, nr. 3). Voor 2015 en verder staan geen uitgaven begroot op dit artikelonderdeel.

  • 5.2 De jeugdzorg en de daarmee gemoeide begrotingsuitgaven zijn per 2015 gedecentraliseerd. Na drie jaar wordt deze decentralisatie geëvalueerd: de doorlichting van het jeugdzorgbeleid is gepland voor 2018.

  • 5.3 De beleidsinstrumenten op artikel 5.3 worden in 2018 doorgelicht.

Bovengenoemde beleidsdoorlichtingen bestrijken het totale artikel.

Artikel 6

De Topsportcyclus loopt van 2013 tot en met 2016. De doorlichting van het sportbeleid is gepland in 2017.

Bovengenoemde beleidsdoorlichting bestrijkt het totale artikel.

Artikel 7

Het beleid rondom uitkeringen en pensioenen oorlogsgetroffenen en verzetsdeelnemers en de herinnering aan WOII wordt in 2018 doorgelicht.

Bovengenoemde beleidsdoorlichting bestrijkt het totale artikel.

Artikel 8

  • 8.1 Het beleid omtrent de zorgtoeslag wordt in 2019 worden doorgelicht.

  • 8.2 De Wtcg is per 2014 afgeschaft.

OVERZICHT GARANTIES EN ACHTERBORGSTELLINGEN

In reactie op het rapport van de Commissie Risicoregelingen heeft het kabinet in 2013 voor nieuwe en bestaande risicoregelingen een garantiekader opgesteld (TK 33 750, nr 13). In lijn met het kabinetsbeleid gaat VWS terughoudend om met het gebruik van risicoregelingen. Conform de afspraken binnen het kabinet worden in deze paragraaf de garanties en achterborgstellingen van VWS uitgebreid toegelicht.

Overzicht verstrekte garanties (bedragen x € 1.000)

Artikel

Omschrijving

 

Uitstaande garanties 2014

Geraamd te verlenen 2015

Geraamd te vervallen 2015

Uitstaande garanties 2015

Geraamd te verlenen 2016

Geraamd te vervallen 2016

Uitstaande garanties 2016

Garantieplafond 2016

Totaal plafond

2

Voorzieningen tbv De Hoogstraat

begrotingswet

10.028

 

397

9.631

 

397

9.234

 

9.234

2

Voorzieningen tbv ziekenhuizen

1958

366.659

 

41.648

325.010

 

41.903

283.107

 

283.107

3

Voorzieningen tbv verpleeghuizen

financiering

22.228

 

2.960

19.268

 

2.870

16.398

 

16.398

3

Voorzieningen tbv psychiatrische instellingen

1958

30.608

 

2.984

27.624

 

2.865

24.759

 

24.759

3

Voorzieningen tbv zwakzinnigen inrichtingen

1958

11.602

 

1.456

10.146

 

1.456

8.690

 

8.690

3

Voorzieningen tbv overige instellingen

1958

1.033

 

171

862

 

171

691

 

691

3

Voorzieningen tbv instellingen gehandicapten

1958

26.785

 

2.118

24.668

 

2.118

22.550

 

22.550

3

Voorzieningen tbv zwakzinnigeninrichtingen

rijksregeling

7.955

 

588

7.367

 

588

6.779

 

6.779

3

Voorzieningen tbv instellingen gehandicapten

rijksregeling

93.762

 

11.493

82.269

 

7.633

74.636

 

74.636

2

Voorzieningen tbv ziekenhuizen

rijksregeling

551

 

48

503

 

48

456

 

456

3

Niet sedentaire personen

 

1.099

 

127

971

 

127

844

 

844

TOTAAL

 

572.310

0

63.990

508.319

0

60.176

448.144

0

448.144

Toelichting

Doel en werking garantieregeling

De in de tabel vermelde verstrekte garanties komen voort uit drie aparte regelingen: de Garantieregeling inrichtingen voor gezondheidszorg 1958, de Rijksregeling Dagverblijven voor gehandicapten inzake erkenning, subsidiëring, verlening van garanties en toezicht uit 1971 en de Rijksregeling Gezinsvervangende Tehuizen voor gehandicapten, ook uit 1971. De betreffende regelingen dateren uit een tijd dat de overheid een expliciete verantwoordelijkheid had voor bouw en spreiding van intramurale zorgvoorzieningen. Door het afgeven van de garanties was het voor zorginstellingen eenvoudiger om via institutionele beleggers, en in latere jaren door banken, financiering te krijgen voor investeringen in hun vastgoed.

Beheersing risico’s en versobering

De Rijksgarantieregelingen zijn rond de eeuwwisseling gesloten voor nieuwe gevallen waardoor het financiële risico van het Ministerie van VWS door reguliere en vervroegde aflossing van de uitstaande leningen geleidelijk wordt afgebouwd. De laatste rijksgegarandeerde lening loopt af in 2043. Het monitoren van de instellingen aan wie een rijksgarantie verstrekt is, alsmede van de leningen (bijvoorbeeld renteherziening), wordt sinds 2004 in mandaat uitgevoerd door het Waarborgfonds voor de Zorgsector (WFZ) namens de Minister van VWS (Besluit van 17 december 2003, Stcrt. 2004, nr. 7, blz. 11).

Instellingen die financieel in de gevarenzone dreigen te komen, worden door het WFZ onder verscherpte bewaking gesteld waarbij onder meer frequent informatie wordt ingewonnen. Indien een zorginstelling met een geborgde lening niet in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen dan neemt het Ministerie van VWS in een dergelijk geval de betalingsverplichting van de zorginstelling over. Dit betekent dat een schade niet ineens hoeft te worden uitgekeerd, maar ook verspreid over de resterende looptijd van de lening kan worden betaald.

Premiestelling en kostendekkendheid

De bovengenoemde regelingen zijn rond de eeuwwisseling gesloten. Voor de afgegeven garanties worden geen risicopremies doorberekend en dit is op basis van de afgesloten contracten ook niet mogelijk.

Overzicht uitgaven en ontvangsten garanties (bedragen x € 1.000)

Artikel

Omschrijving

Uitgaven 2014

Ontvangsten 2014

Saldo

2014

Uitgaven 2015

Ontvangsten 2015

Saldo 2015

Uitgaven 2016

Ontvangsten 2016

Saldo 2016

3

Voorzieningen tbv instellingen gehandicapten

0

0

0

2.500

0

2.500

0

0

0

Toelichting

In verband met het faillissement van Zorggroep Pasana (onder andere ziekenhuis De Sionsberg) eind 2014 is het Rijk aangesproken op de resterende rente en aflossing van vier leningen met een rijksgarantie van de Zorggroep Pasana. VWS heeft de financiële verplichtingen van deze leningen in 2015 afgekocht voor een bedrag van € 2,5 miljoen.

Overzicht verstrekte garanties (bedragen x € 1.000)

Artikel

Omschrijving

Uitstaande garanties 2014

Geraamd te verlenen 2015

Geraamd te vervallen 2015

Uitstaande garanties 2015

Garantieplafond 2015

Geraamd te verlenen 2016

Geraamd te vervallen 2016

Uitstaande garanties 2016

Garantieplafond 2016

Totaal plafond

2

GO Cure

28.248

1.457

26.791

1.544

25.247

Toelichting

Garantie ondernemingsfinanciering cure

De tijdelijke regeling Garantie Ondernemingsfinanciering Curatieve Zorg (Go Cure) is in het kader van de kredietcrisis ingesteld om de bouw in de curatieve gezondheidszorg te stimuleren. Ziekenhuizen, categorale instellingen, geestelijke gezondheidszorg en zelfstandige behandelcentra hebben tot en met 2012 gebruik kunnen maken van de regeling. Bij de Go Cure heeft de overheid garanties verstrekt voor 50% van een nieuwe banklening vanaf € 1,5 tot € 50 miljoen, met een maximale looptijd van 8 jaar. De verstrekte garanties lopen af in 2020. De Go Cure maakt deel uit van de bredere Garantieregeling Ondernemingsfinanciering (GO) die wordt uitgevoerd door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), onderdeel van het Ministerie van Economische Zaken. De cijfermatige gegevens van de Go Cure zijn daarom tevens opgenomen onder de GO in de begroting van het Ministerie van Economische Zaken.

Overzicht achterborgstellingen (bedragen x € 1.000.000)

Omschrijving

2015

2016

Achterborgstelling

8.228

8.046

Bufferkapitaal

256

264

Obligo

247

241

Stand begrotingsreserve

0

0

TOTAAL

8.731

8.551

Toelichting

Doel en werking garantieregeling

De bovenstaande tabel is gebaseerd op gegevens van het Waarborgfonds voor de Zorgsector (WFZ). Het WFZ verstrekt garanties aan financiële instellingen voor leningen van de bij het WFZ aangesloten leden. De Staat is achterborg voor het WFZ. Het WFZ is voortgekomen uit de financieringsproblemen voor zorginstellingen die ontstonden begin jaren ’90 van de vorige eeuw. Het WFZ is door de koepels in de sector opgericht om de financiering voor zorginstellingen te vergemakkelijken en daarmee de continuïteit van de zorg veilig te stellen. Het totaal bedrag aan uitstaande verplichtingen is in 2015, volgens de raming van het WFZ, € 8.731 miljoen.

Beheersing risico’s en versobering

De risico’s voor het Ministerie van VWS van de achterborg worden beperkt door een aantal maatregelen. Allereerst kent het WFZ een selectieve toelating. Voor deelname aan het WFZ moeten zorginstellingen hun financiële situatie voldoende op orde hebben. Daarnaast worden garanties alleen verstrekt aan vertrouwenwekkende investeringen. Te risicovolle projecten worden niet geborgd. Verder zijn aangesloten leden gebonden aan het reglement van het WFZ en de daarin omschreven risicobeperkende bepalingen. Een deelnemer mag bijvoorbeeld niet zonder toestemming van het WFZ gebruik maken van rentederivaten. In het kader van het kabinetsbeleid van versobering van risicoregelingen heeft een evaluatieonderzoek van het WFZ plaatsgevonden. Dit onderzoek is in de Miljoenennota 2015 aangekondigd en is in maart 2015 afgerond (TK 34 000 XVI, nr. 108). Het onderzoek laat zien dat de doelstellingen van het Waarborgfonds voor de Zorgsector (WFZ) nog steeds actueel zijn: bevorderen van de continuïteit van financiering, beperken van de macrorentekosten en stimuleren van goed financieel management bij zorginstellingen. Het WFZ, met het Rijk als achterborg, speelt kortom nog steeds een waardevolle rol bij de financierbaarheid van investeringen in zorgvastgoed.

Premiestelling en kostendekkendheid

Het Ministerie van VWS ontvangt geen premie voor de achterborg. Zorginstellingen betalen een eenmalige premie (disagio) voor de garantstelling aan het WFZ. Hiermee bouwt het WFZ een risicovermogen op waarmee eventuele claims kunnen worden gedekt. Als dit risicovermogen onvoldoende zou zijn om eventuele schades te dekken, kunnen de deelnemers aan het WFZ via de zogenaamde obligo worden verplicht een financiële bijdrage te leveren van maximaal 3% van de uitstaande garanties van de instelling. Als het risicovermogen van het WFZ en de obligoverplichting van de deelnemers tezamen (circa € 525 miljoen in 2015) niet voldoende zijn voor het WFZ om aan zijn verplichtingen richting geldverstrekkers te kunnen voldoen, kan het WFZ zich richting VWS beroepen op de achterborg. Dit houdt in dat op dat moment VWS het WFZ van een lening zal voorzien zodat het WFZ aan zijn verplichtingen kan voldoen. Het WFZ heeft nog nooit een beroep hoeven doen op de obligoverplichting van de WFZ-deelnemers.

Begrotingsreserve

Uit het voorgaande volgt dat het nog nooit nodig is geweest voor het WFZ om de achterborg van het Rijk in te roepen. Niettemin is besloten om in het kader van de verdere beperking van de risico’s vanaf het jaar 2017 een begrotingsreserve aan te leggen voor eventuele schade in het kader van de achterborg. Deze begrotingsreserve is opgenomen onder artikel 9.

Overzicht verstrekte leningen (bedragen x € 1.000)

Artikel

Omschrijving

Uitstaande lening

Looptijd lening

2

IJsselmeer ziekenhuis

5.000

3 jaar

De Stichting IJsselmeerziekenhuizen heeft in het voorjaar van 2009 twee leenovereenkomsten (van € 12,5 respectievelijk € 2 miljoen) gesloten met VWS als gevolg van financiële problemen. De IJsselmeerziekenhuizen werden destijds aangemerkt als systeemziekenhuis waarbij de continuïteit van zorg moest worden gewaarborgd. In 2013 is met IJsselmeerziekenhuizen afgesproken dat deze lening in termijnen wordt afbetaald. Ook in mijn brief aan de Kamer van 10 december 2014 over de inventarisatie van specifieke financiële toezeggingen staat deze lening vermeld (TK 34 000-XVI, nr. 95).

BELEIDSARTIKELEN

Beleidsartikel 1 Volksgezondheid

1. Algemene doelstelling

Een goede volksgezondheid, waarbij mensen zo min mogelijk bloot staan aan bedreigingen van hun gezondheid én zij gezond leven.

 

2000

2003

2005

2007

2008

2009

2010

2011

2012

2013

1. Absolute levensverwachting in jaren:

                   

– mannen

75,5

76,2

77,2

78,0

78,3

78,5

78,8

79,2

79,1

79,4

– vrouwen

80,6

80,9

81,6

82,3

82,3

82,6

82,7

82,9

82,8

83,0

2. Waarvan jaren in goed ervaren gezondheid:

                   

– mannen

61,5

62,4

62,5

64,7

63,7

65,3

63,9

63,7

64,7

64,6

– vrouwen

60,9

61,6

61,8

63,4

63,5

63,8

63,0

63,3

62,6

63,5

1. Bron absolute levensverwachting: CBS-Statline De levensverwachting van in Nederland geboren vrouwen in 2013 bedroeg 83,0 jaar. Dat is 3,6 jaar hoger dan die van mannen (79,4 jaar). Sinds 1980 is het verschil in levensverwachting tussen de seksen kleiner geworden. Mannen boekten vanaf 1980 een winst van 6,7 jaar, vrouwen zijn gemiddeld 3,7 jaar ouder geworden.

2. Bron levensverwachting in goed ervaren gezondheid: CBS-StatLine – Gezonde levensverwachting; vanaf 1981. Voor het berekenen van levensverwachting in goed ervaren gezondheid is het aantal «gezonde» jaren bepaald op basis van een vraag naar de ervaren gezondheid. In de loop der jaren is de vraag naar de ervaren gezondheid op twee (vrijwel identieke) manieren gesteld, namelijk:

1. Hoe is het over het algemeen met uw gezondheid?

2. Hoe is over het algemeen de gezondheidstoestand van de onderzochte persoon?

Mensen die deze vraag beantwoorden met «goed» of «zeer goed» worden gezond genoemd.

2. Rol en verantwoordelijkheid Minister

Een belangrijke beleidsopgave van de Minister van VWS is het beschermen en bevorderen van de gezondheid van burgers. Dit laat onverlet dat mensen in eerste instantie zelf verantwoordelijk zijn voor hun gezondheid en zichzelf – indien mogelijk – dienen te beschermen tegen gezondheidsrisico’s. De verantwoordelijkheid voor veilig voedsel en veilige producten ligt primair bij het bedrijfsleven. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA), een agentschap van het Ministerie van Economische Zaken (EZ), ziet namens VWS onder meer toe op de naleving van de Warenwet en de Tabakswet. Op het gebied van voedselveiligheid en consumenteninformatie zijn vrijwel uitsluitend Europese Verordeningen rechtstreeks van toepassing.

De Minister is verantwoordelijk voor:

Stimuleren:

  • Bevorderen dat mensen gezonder leven door gezonde keuzes makkelijker te maken en te zorgen voor betrouwbare informatie over een gezonde leefstijl.

Financieren:

  • Financieren van doelmatige, kwalitatieve en toegankelijke bevolkingsonderzoeken ter voorkoming en vroegtijdige opsporing van levensbedreigende ziekten, zoals borstkanker, baarmoederhalskanker en darmkanker.

  • Vroegtijdige opsporing en bestrijding van infectieziekten. Dit betreft onder andere de financiering van het Rijksvaccinatieprogramma en de bescherming tegen infectieziekten.

  • Financiering voor het uitvoeren van wettelijke taken en beleidsondersteuning zorgbreed door het RIVM. Dit betreft onder andere infectieziektebestrijding en medische milieukunde.

  • Financiering van de Stichting donorgegevens kunstmatige bevruchting

  • Financiering van de abortusklinieken.

Regisseren:

  • Het opstellen van een wettelijk kader voor bescherming van consumenten tegen onveilige producten en levensmiddelen en het handhaven ervan door de NVWA.

  • Het tegengaan van ontstaan en verspreiding van antibioticaresistentie in de gezondheidszorg, voedsel, milieu en binnen de veehouderij, in nauwe samenwerking met het Ministerie van EZ.

  • Opstellen wettelijk kader en doen handhaven van de kwaliteit van de jeugdgezondheidszorg.

  • Opstellen van het wettelijk kader voor de bescherming van de gezondheid van burgers tegen de risico’s van het gebruik van alcohol en tabak en doen handhaven ervan door gemeenten respectievelijk de NVWA.

  • Inzetten op een gezonder aanbod van voeding (Akkoord Verbetering Productsamenstelling) en aandacht voor een gezonde, beweegvriendelijke en veilige omgeving waarin de gezonde keuze de makkelijke keuze is.

  • Coördinatie van het interdepartementaal drugsbeleid en zorgen voor het wettelijk kader (Opiumwet) en voor de gezondheidsaspecten van het drugsbeleid.

  • Het formuleren van wet- en regelgeving en beleid op het terrein van medisch-ethische vraagstukken.

3. Beleidswijzigingen

Aanpak gezondheidsachterstanden

Het programma «Gezond in...» (TK 32 620, nr. 132) is uitgebreid tot 164 deelnemende gemeenten, waardoor ook kleine plattelandsgemeenten en krimpregio’s deelnemen. Naast deze stimulans voor een lokale aanpak wordt de komende jaren geëxperimenteerd met een regionale benadering van deze problematiek in de Veenkoloniën. Dit is de uitwerking van het amendement Wolbert (TK 34 000-XVI, nr. 43) waarvoor € 10 miljoen voor een periode van acht jaar beschikbaar is gesteld.

Screeningsbeleid

In 2016 zal gevolg worden gegeven aan de voornemens rond gezondheidschecks zoals die in de beleidsreactie (najaar 2015) op het Gezondheidsraadsadvies «Doorlichten doorgelicht» worden opgenomen. Ook wordt in 2016 uitvoering gegeven aan de voorgenomen uitbreiding van de hielprik.

Gezonder voedingsaanbod

Tijdens het Nederlands EU-voorzitterschap wordt een conferentie georganiseerd om te komen tot een gelijk speelveld voor productverbetering in de EU en een gezamenlijk actieplan voor reductie van zout, verzadigd vet en calorieën. Ook na het voorzitterschap blijft dit een prioriteit.

Europese Tabaksproductenrichtlijn

In 2016 wordt naar verwachting de nieuwe Tabaksproductenrichtlijn (2014/40/EU) ingevoerd in de Nederlandse wetgeving. Deze richtlijn beoogt dat vooral jongeren niet gaan roken, onder meer door tabaksproducten minder aantrekkelijk te maken. Zo zullen tabaksproducten met kenmerkende aroma’s worden verboden en moeten verpakkingen van sigaretten, shag en waterpijptabak worden voorzien van grote afschrikwekkende afbeeldingen en waarschuwingen. Ook worden eisen gesteld aan grensoverschrijdende internetverkoop en nieuwe tabaksproducten. Op grond van de Tabaksproductenrichtlijn zal voor de elektronische sigaret, ook zonder nicotine, een minimumleeftijd voor verkoop worden ingesteld.

Rijksvaccinatieprogramma en hielprik

Het Rijksvaccinatieprogramma en het programma rond de hielprik bij pasgeborenen worden geborgd in de Wet publieke gezondheid (Wpg). De wetswijziging van de Wpg is in voorbereiding met de streefdatum van 1 januari 2018 als ingangsdatum. Met de inwerkingtreding van de Wet langdurige zorg (per 1 januari 2015) is een tijdelijke regeling (tot 1 januari 2018) in de Wpg opgenomen. Voor beide progamma’s staat het budget op de VWS-begroting.

Antibioticaresistentie

De aanpak van antibioticaresistentie blijft de komende jaren een prioriteit, zowel voor het nationale als internationale beleid. Deze aanpak is geschetst in de kamerbrief van 24 juni 2015 (TK 32 620, nr. 159) Maatregelen worden genomen op het terrein van de zorg, veehouderij, voedselveiligheid, milieu, internationaal, communicatie en de ontwikkeling van nieuwe antibiotica met als doel de dreiging van antibioticaresistentie tegen te gaan zodat bacteriën ook in de toekomst bestreden kunnen worden.

4. Tabel budgettaire gevolgen van beleid
Begrotingsuitgaven (bedragen x € 1.000)
 

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Verplichtingen

614.940

624.150

608.239

616.266

633.611

643.130

639.747

               

Uitgaven

494.841

593.297

614.456

621.203

637.677

645.775

640.713

Waarvan juridisch verplicht

   

95%

       
               

1. Gezondheidsbescherming

103.671

105.449

103.030

100.146

115.084

114.151

114.151

               

Subsidies

1.716

4.664

4.988

3.795

3.992

3.992

3.992

waarvan onder andere:

             

Uitvoering landelijke nota gezondheidsbeleid/ Nationaal Programma Preventie

934

4.189

4.654

3.459

3.569

3.569

3.569

Crisisbeheersing Volksgezondheid

190

460

319

321

408

408

408

               

Opdrachten

4.600

2.023

2.735

1.222

1.629

1.363

1.363

waarvan onder andere:

             

Crisisbeheersing Volksgezondheid

3.550

174

1.268

268

268

268

268

Aanschaf Jodiumtabletten

0

0

1.000

0

0

0

0

               

Bijdragen aan agentschappen

97.052

98.507

94.975

95.029

94.361

93.694

93.694

waarvan onder andere:

             

Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit

77.672

78.546

78.313

78.298

78.117

78.117

78.117

RIVM: wettelijke taken en beleidsondersteuning zorgbreed

19.024

18.154

14.627

14.655

13.930

13.261

13.261

               

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

209

111

232

0

0

0

0

               

Bijdragen aan medeoverheden

94

144

100

100

15.102

15.102

15.102

waarvan onder andere:

             

College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden

0

100

100

100

100

100

100

Lokale aanpak gezondheidsachterstanden

0

0

0

0

15.000

15.000

15.000

               

2. Ziektepreventie

321.563

417.990

442.812

452.286

454.018

462.824

457.762

               

Subsidies

201.112

211.314

222.553

228.468

231.718

236.021

230.206

Ziektepreventie

4.477

8.871

15.036

15.249

14.323

14.323

7.823

Jeugdgezondheidszorg

3.024

2.100

1.952

1.627

1.582

1.582

1.582

RIVM: Uitvoering Subsidieregeling Publieke Gezondheid

182.334

187.984

193.425

199.756

204.251

208.554

209.239

RIVM: Infectieziektebestrijding en/of bevordering seksuele gezondheid

11.278

12.359

12.140

11.836

11.562

11.562

11.562

               

Opdrachten

464

3.643

15.377

13.909

11.058

14.558

14.558

waarvan onder andere:

             

(Vaccin)onderzoek

0

3.537

15.271

13.804

10.954

14.454

14.454

               

Bijdragen aan agentschappen

119.003

202.067

203.916

208.943

210.276

211.279

212.032

RIVM: Opdrachtverlening Centra

119.003

202.067

203.916

208.943

210.276

211.279

212.032

               

Bijdragen aan medeoverheden

984

966

966

966

966

966

966

               

3. Gezondheidsbevordering

51.796

51.866

50.445

51.110

50.991

51.216

51.216

               

Subsidies

33.615

33.486

30.733

31.626

31.683

31.420

31.420

waarvan onder andere:

             

Preventie van schadelijk middelengebruik (alcohol, drugs en tabak)

1.185

2.368

1.524

913

852

761

761

Verslavingszorg

9.153

8.805

7.361

7.186

7.186

6.970

6.970

Gezonde voeding en gezond gewicht/JOGG

9.803

10.193

10.458

12.038

12.238

12.338

12.338

Gezonde leefstijl jeugd

0

100

300

300

300

200

0

Letselpreventie

4.670

3.767

3.709

3.709

3.534

3.534

3.534

Bevordering kwaliteit en toegankelijkheid zorg

4.074

4.753

4.579

2.932

2.816

2.816

2.816

Bevordering van seksuele gezondheid

4.658

2.632

2.631

2.631

2.631

2.631

2.631

               

Opdrachten

3.629

4.234

4.951

4.772

4.596

5.011

5.011

waarvan onder andere:

             

Heroïnebehandeling op medisch voorschrift

2.874

3.106

3.100

3.100

3.100

3.100

3.100

Communicatie verhoging leeftijdsgrenzen alcohol en tabak

0

0

1.060

1.060

1.060

1.060

1.060

Preventie schadelijk middelengebruik (alcohol, drugs en tabak)

0

728

513

70

70

390

390

Letselpreventie

233

18

75

75

75

75

75

Gezonde voeding en gezond gewicht/JOGG

181

52

196

200

200

200

200

               

Bijdragen aan agentschappen

0

76

577

528

528

601

601

RIVM: Voedselconsumptiepeiling

0

20

121

121

121

121

121

RIVM: Monitoring, opdrachten, kennisvragen e.d.

0

56

106

57

57

130

130

Afgifte Schengenverklaringen via het CAK

0

0

350

350

350

350

350

               

Bijdragen aan medeoverheden

14.552

14.070

14.184

14.184

14.184

14.184

14.184

waarvan onder andere:

             

Heroïnebehandeling op medisch voorschrift

14.552

14.070

14.067

14.067

14.067

14.067

14.067

               

4. Ethiek

17.810

17.992

18.169

17.661

17.584

17.584

17.584

               

Subsidies

1.331

17.025

17.067

16.909

16.909

16.909

16.909

Abortusklinieken

0

15.713

15.661

15.661

15.661

15.661

15.661

Beleid Medische Ethiek

1.331

1.312

1.406

1.248

1.248

1.248

1.248

               

Opdrachten

132

161

396

329

329

329

329

               

Bijdragen aan agentschappen

2.164

803

703

420

343

343

343

CIBG: Uitvoeringstaken medische ethiek

2.164

803

703

420

343

343

343

               

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

14.183

3

3

3

3

3

3

ZiNL: Rijksbijdrage abortusklinieken

14.122

0

0

0

0

0

0

Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek

61

3

3

3

3

3

3

               

Ontvangsten

37.511

11.003

10.903

10.903

10.903

10.903

10.903

waarvan onder andere:

             

Bestuurlijke boetes

5.341

4.252

4.252

4.252

4.252

4.252

4.252

Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten-Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.

Budgetflexibiliteit

Subsidies

Van het beschikbare budget 2016 ad € 275 miljoen is 94% juridisch verplicht. Het betreft de financiering van de tot en met 2015 aangegane verplichtingen op basis van de Kaderregeling VWS-subsidies en de Subsidieregeling publieke gezondheid en de financiering van de abortusklinieken. De niet-juridisch verplichte middelen zijn onder andere bestemd voor de uitvoering van de landelijke nota gezondheidsbeleid/Nationaal Programma Preventie en de uitvoering van de aanpak van antibioticaresistentie.

Opdrachten

Van het budget 2016 ad € 23,5 miljoen is 88% juridisch verplicht. Het betreft de financiering van verplichtingen die tot en met 2015 zijn aangegaan. De niet-juridisch verplichte middelen zijn onder andere bestemd voor de uitvoering van de landelijke nota gezondheidsbeleid/Nationaal Programma Preventie en de aanschaf van jodiumtabletten.

Bijdragen aan agentschappen

Het budget betreft de financiering van de opdrachtverlening voor 2016 aan het RIVM, de NVWA en het CIBG. Op basis van het offertetraject is het budget 2016 ad € 300 miljoen voor 96% juridisch verplicht. De niet-juridisch verplichte middelen zijn bestemd voor het Rijksvaccinatieprogramma en de handhavingstaken van de NVWA.

Bijdragen aan medeoverheden

Betreft de heroïneverstrekking door gemeenten op medisch voorschrift via het gemeentefonds, de bijdrage aan het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden en de bijdrage aan Caribisch Nederland inzake de Wet publieke gezondheid. Het budget voor 2016 ad € 15,1 miljoen is voor 98% juridisch verplicht.

5. Toelichting op de instrumenten
1. Gezondheidsbescherming

Subsidies

Uitvoering landelijke nota gezondheidsbeleid/Nationaal Programma Preventie

In 2016 zal uitwerking worden gegeven aan de voornemens die zijn opgenomen in landelijke nota gezondheidsbeleid die in het najaar van 2015 verschijnt.

  • Nationaal Programma Preventie

    In februari 2014 is het Nationaal Programma Preventie «Alles is Gezondheid...» gelanceerd (TK 32 793, nr. 164). In maart 2016 vindt de tweede vervolgconferentie van het Nationaal Programma Preventie «Alles is Gezondheid...» plaats. In dezelfde periode ontvangt de Kamer ook de tweede voortgangsrapportage. Verschillende partijen (waaronder gemeenten, ministeries, werkgevers, onderwijsinstellingen, bedrijven en maatschappelijke organisaties) dragen bij aan het programma. VWS stelt € 1,5 miljoen beschikbaar voor de uitvoeringskosten.

  • Betrouwbaarheid van de publieke gezondheidszorg

    De uitwerking van de visie met betrekking tot de publieke gezondheid (TK 32 620, nr. 132) vraagt inzet van VWS, gemeenten en GGD’en. In het kader van een driejarig stimuleringsprogramma krijgt dit in gezamenlijkheid vorm. Dit programma loopt tot eind 2017 (€ 0,5 miljoen).

  • Overig

    Verder financiert VWS enkele specifieke activiteiten waaronder Healthy Pregnancy 4 All-2 (vernieuwing en afstemming binnen de verloskundige- en jeugdgezondheidszorg), stimuleringsprogramma lokale aanpak gezondheidsverschillen (zogenoemde GIDS – Gezond In De Stad – gelden), depressiepreventie, verrichten van nader onderzoek doodsoorzaak bij kinderen en de bijdrage aan kennisplatforms op het gebied van gezondheid en de fysieke omgeving (€ 2,7 miljoen).

In totaal is in 2016 € 4,7 miljoen beschikbaar.

Opdrachten

Aanschaf jodiumtabletten

In Nederland worden de interventiewaarden voor nucleaire incidenten afgestemd op de waarden in Duitsland en België. Dit betekent dat de distributie van jodiumtabletten in grotere zones zal moeten plaatsvinden dan voorheen. Voor de aanschaf en distributie van de tabletten is € 1 miljoen beschikbaar.

Bijdragen aan agentschappen

Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit

De Minister van VWS is opdrachtgever voor het agentschap Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). De NVWA heeft een centrale rol bij het bewaken van de veiligheid van voedsel- en consumentenproducten op grond van de wettelijke normen en ontvangt hiertoe financiering van de Minister van VWS. Eind 2013 is met het Plan van Aanpak besloten (TK 33 835, nr. 1) de NVWA adequaat toe te rusten op haar taak en hierin fors te investeren. Hiervoor is vanaf 2015 jaarlijks een bedrag van € 10 miljoen beschikbaar. In totaal ontvangt de NVWA in 2016 € 78,3 miljoen. In navolgende tabel wordt aangegeven uit welke onderdelen dit bedrag is opgebouwd.

Belangrijkste financieringsstromen van VWS naar de NVWA 2016
(Bedragen x 1 miljoen)

Beleidsterrein

Bedrag

Voedselveiligheid

41,7

Productveiligheid

13,1

Tabak en alcohol

7,1

Overig

6,4

Plan van aanpak verbeterplan

10,0

Totaal

78,3

In onderstaande tabel is weergegeven hoe het aantal verloren levensjaren door voedselinfecties zich ontwikkelt.

Kengetallen voedselveiligheid: Aantal verloren gezonde levensjaren ten gevolge van voedselinfecties door ziekteverwekkende micro-organismen in voedsel in Nederland gegevens 2013

Micro-organismen

Aantal verloren gezonde levensjaren

(DALY=Disability Adjusted Life Year)

 
 

2011

2012

2013

Toxoplasma gondii

2.000

1.950

1.930

Campylobacter spp.

1.650

1.560

1.430

Salmonella spp

680

1.3501

600

S. aureus toxine

670

670

670

C. perfringens toxine

490

490

490

Norovirus

300

300

280

Rotavirus

210

185

210

B. cereus toxine

100

100

100

Listeria monocytogenes

140

90

60

STEC O157

56

57

60

Giardia spp.

17

14

13

Hepatitis-A virus

9

9

8

Cryptosporidium spp.

8

8

8

Hepatitis-E virus

2

2

2

Totaal

6.330

6.780

5.850

Bron: Nationaalkompas, RIVM

DALY=Disability Adjusted Life Year. Maat voor ziektelast in een populatie uitgedrukt in tijd; opgebouwd uit het aantal verloren levensjaren (door vroegtijdige sterfte) en het aantal jaren geleefd met gezondheidsproblemen (bijvoorbeeld een ziekte), gewogen voor de ernst hiervan (ziektejaarequivalenten). In deze maat komen de drie belangrijke aspecten van de volksgezondheid terug: kwantiteit (levensduur), kwaliteit van leven en het aantal personen dat een effect ondervindt.

De getallen in de tabel zijn afgerond. Het totaal kan afwijken van de som van de weergegeven getallen.

X Noot
1

Deze geschatte stijging met ca. 500 DALY’S komt door de Salmonella uitbraak in 2012 ten gevolge van besmette gerookte zalm.

RIVM: wettelijke taken en beleidsondersteuning zorgbreed

Het RIVM heeft de wettelijke taak periodiek te rapporteren over de toestand en de toekomstige ontwikkeling van de volksgezondheid. Het RIVM rapporteert hierover in de Volksgezondheid Toekomst Verkenningen (VTV). Het samenvattend rapport uit 2014 vormt input voor de landelijke nota gezondheidsbeleid die in het najaar van 2015 verschijnt. Daarin worden de inhoudelijke speerpunten voor de komende jaren geformuleerd. Het RIVM actualiseert de beschikbare gegevens via de website www.volksgezondheidenzorg.info. In 2015 is gestart met de voorbereiding van de VTV 2018. Het werk aan de VTV zal heel 2016 en 2017 in beslag nemen. In 2016 zal ook gewerkt worden om de data op landelijk, regionaal en lokaal niveau worden beter op elkaar te stemmen en zal de methodiek voor de toekomstvoorspellingen van de epidemiologische trends worden verbeterd.

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

ZonMw voor uitvoering van het preventieprogramma

Het vijfde Preventieprogramma (PP5) levert kennis op die bijdraagt aan de doelstellingen van het Nationaal Programma Preventie (NPP). Het kader voor PP5 wordt naast het NPP gevormd door vier thema’s waarop VWS aan ZonMw om onderzoek heeft gevraagd:

  • Kennis die bijdraagt aan algemene aspecten van preventiebeleid.

  • Kennis die tot verdere verbetering van het instrumentarium leidt.

  • Enkele specifieke onderzoeksterreinen passend bij de domeinen van het NPP.

  • Monitoring van uitvoeringsprogramma’s (het voorstel voor een monitor specifiek voor het NPP wordt nader uitgewerkt).

De hiervoor beschikbare middelen (€ 3,7 miljoen in 2016) staan verantwoord op artikel 4 Zorgbreed beleid. In de paragraaf «Toelichting op de instrumenten» van artikel 4 is een overzichtstabel opgenomen.

2. Ziektepreventie

Subsidies

Ziektepreventie

De Minister zorgt op het terrein van de ziektepreventie subsidies (€ 15 miljoen) voor een goede bescherming tegen infectieziekten en preventie van chronische ziekten door onder andere te zorgen voor:

  • Een goede landelijke structuur om bekende en onbekende infectieziektedreigingen inclusief zoönosen en vectorgebonden aandoeningen snel te kunnen signaleren en bestrijden.

  • Het internationaal uitwisselen van informatie en afstemmen van voorbereidings- en bestrijdingsmaatregelen.

  • Subsidiëring van de stichting Q-support om patiënten, die na de Q-koorts epidemie te maken hebben met langdurige klachten, te ondersteunen, te adviseren en te begeleiden.

  • Het ondersteunen van de oprichting van het Kennisplatform Intensieve Veehouderij en Humane Gezondheid dat handvatten kan meegeven aan lokale bestuurders voor de afweging van gezondheid in de bestuurlijke beslissingen bij ontwikkelingen in de veehouderij.

  • Financiering van het onderzoek Veehouderij en Gezondheid Omwonenden ten behoeve van kennisvermeerdering over eventuele risico’s van ziekteverwekkers afkomstig uit de veehouderij.

  • Financiering van onder andere de herijking en implementatie van richtlijnen voor goed gebruik van antibiotica, de versterking van de positie van ziekenhuizen en GGD’en, nieuwe vormen van bekostiging van diagnostiek en behandeling, en onderzoek om de ontwikkeling van nieuwe antibiotica en alternatieven voor antibiotica te stimuleren zoals verwoord in de kamerbrief van 24 juni 2015 over de aanpak van antibioticaresistentie (TK 32 620, nr. 159).

Jeugdgezondheidszorg

De Minister verleent op het terrein van de jeugdgezondheidszorg (JGZ) onder andere subsidie (€ 1,7 miljoen) aan het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid (NCJ) voor activiteiten gericht op het ondersteunen van de JGZ-organisaties en de professionals bij het invoeren van vernieuwingen en verbeteringen in de praktijk.

RIVM

De Subsidieregeling publieke gezondheid wordt uitgevoerd door het RIVM en bestaat uit:

  • Het financieren, bewaken en verbeteren van de kwaliteit van de landelijke bevolkingsonderzoeken naar borstkanker, baarmoederhalskanker en – sinds 2014 – darmkanker (€ 119,1 miljoen). Het financieren van het Nationaal Programma Grieppreventie. Doel van dit programma is om kwetsbare groepen (alle 60-plussers en mensen onder de 60 jaar met een risico-indicatie, zoals longziekten, hart- of nieraandoeningen en diabetes mellitus) te beschermen tegen (de ernstige gevolgen van) griep (€ 40,9 miljoen).

  • Het financieren van soa-onderzoek en aanvullende seksuele gezondheidszorg en coördinatie (€ 33,4 miljoen). In 2014 heeft het kabinet op basis van een evaluatie besloten om de regeling Aanvullende Seksuele Gezondheidszorg voort te zetten (TK 32 239, nr. 3). Naast enkele kleinere wijzigingen is er een plafond ingebouwd, waardoor het openeindekarakter van de regeling is verdwenen.

Verder verstrekt het RIVM subsidies op basis van de Kaderregeling VWS-subsidies op het terrein van de seksuele gezondheid (€ 12,1 miljoen). Inhoudelijk is dit opgenomen onder het artikelonderdeel Gezondheidsbevordering.

Kengetallen Deelname aan vaccinatieprogramma, bevolkingsonderzoeken en screeningen in procenten
 

2007

2008

2009

2010

2011

2012

2013

2014

1. Percentage deelname aan Rijksvaccinatieprogramma

94,00%

94,50%

95,20%

95,00%

95,40%

95,50%

95,40%

94,80%

2. Percentage deelname aan Nationaal Programma Grieppreventie

73,50%

71,50%

70,40%

68,90%

65,70%

62,40%

59,60%

3. Percentage deelname aan Bevolkingsonderzoek borstkanker

82,40%

82,00%

81,50%

80,70%

80,10%

79,70%

79,40%

4. Percentage deelname aan Bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker

66,60%

66,00%

65,30%

64,30%

65,00%

63,90%

64,70%

5. Percentage deelname aan hielprik

99,90%

99,80%

99,80%

99,70%

99,50%

99,50%

 

Bron:

1. Vaccinatiegraad Rijksvaccinatieprogramma Nederland. RIVM rapport 2015–0067 (pagina 11, tabel 3).

2. Voor het verslagjaar 2015 (betreft alle vaccinaties gegeven t/m 2014) is dit percentage 95,4%. Dit betreft het percentage kinderen geboren in 2012 dat basisimmuun is voor DKTP vóór het bereiken van hun 2-jarige leeftijd.

3. Monitor vaccinatiegraad Nationaal Programma Grieppreventie, IQ Healthcare (Radboudumc), (pagina 1, belangrijkste resultaten 2013) in opdracht van het Centrum voor bevolkingsonderzoek (RIVM).

4. Landelijk Evaluatieteam bevolkingsonderzoek borstkanker (LETB). Erasmus MC Rotterdam (pagina 2, Overzicht belangrijkste indicatoren 1991–2013).

5. Landelijke Evaluatie Bevolkingsonderzoek naar Baarmoederhalskanker (LEBA). Rapportage 2013 (pagina 1, figuur 1).

6. Monitor en evaluatie van de neonatale hielprikscreening bij kinderen geboren in 2013, TNO-rapport.

Deze cijfers geven een goede indicatie van de ontwikkelingen op de beleidsterreinen met dien verstande dat de nadruk op geïnformeerde keuze voor deelname ligt en niet op een zo hoog mogelijk percentage. De beschermingsgraad ligt in de praktijk hoger dan het met het deelnamepercentage weergegeven cijfer in verband met bijvoorbeeld de groepsimmuniteit.

Opdrachten

(Vaccin)onderzoek

Er is onder andere budget beschikbaar voor vaccinonderzoek (€ 5,8 miljoen), ontwikkeling van het RSV-vaccin (€ 4,3 miljoen) en onderzoek naar alternatieven voor dierproeven (€ 1,7 miljoen). Voor 2016 zullen deze taken worden ondergebracht bij de directie Antonie van Leeuwenhoekterrein (Alt). In 2016 zal over de nieuwe organisatievorm van het onderdeel (vaccin)onderzoek een besluit worden genomen.

Bijdragen aan agentschappen

RIVM

De Minister van VWS is opdrachtgever en eigenaar van het agentschap Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Het RIVM stelt zich tot doel om de gezondheid van de Nederlandse bevolking te beschermen en te bevorderen. Het RIVM geeft hieraan uitvoering door middel van het (doen) uitvoeren van wetenschappelijk onderzoek en advisering op het terrein van volksgezondheid en het voeren van de regie op diverse terreinen van de publieke gezondheid. Binnen het RIVM zijn hiertoe verschillende centra actief, waaronder:

  • Het Centrum Infectieziektebestrijding (CIb) bij het RIVM ontvangt financiële middelen voor het vervullen van zijn taken ten aanzien van de preventie en bestrijding van infectieziekten met specifiek ook aandacht voor antimicrobiële resistentie, het bevorderen van seksuele gezondheid door de ondersteuning van professionals bij een goede uitvoering en taken op het gebied van vaccinologie (€ 44,1 miljoen).

  • Het Centrum voor Bevolkingsonderzoek (CVB) bij het RIVM ontvangt financiële middelen voor het uitvoeren van zijn coördinerende taken gericht op de voorlichting over bevolkingsonderzoeken, het Nationaal Programma Grieppreventie en pre- en neonatale screeningen en de kwaliteit van de uitvoering en monitoring ervan. Mensen die tot de betreffende doelgroep behoren, kunnen vrijwillig aan de bevolkingsonderzoeken deelnemen (€ 24 miljoen). Ook verzorgt het CVB de uitvoering van de prenatale screening infectieziekten en erytrocytenimmunisatie (€ 20,1 miljoen).

  • Het Centrum Gezondheid en Milieu (CGM) van het RIVM ontvangt financiële middelen om de Minister van VWS en de regio’s bij te staan met gezondheidskundige advisering, advisering over het uitvoeren van gezondheidsonderzoek en risicoanalyses over mogelijke gezondheidseffecten en over psychosociale nazorg. Vragen over gezondheid en veiligheid in relatie tot milieu en het voorkomen van incidenten en rampen komen samen bij het CGM. Het CGM is erop gericht deze kennis waar nodig te ontwikkelen, te borgen en te ontsluiten voor professionals en bestuurders (€ 5,5 miljoen).

  • De Dienst Vaccinatievoorzieningen en Preventieprogramma’s (DVP) bij het RIVM zorgt ervoor dat er voldoende goede en betaalbare vaccins en antisera beschikbaar zijn voor het Rijksvaccinatieprogramma (RVP), het Nationaal Programma Grieppreventie (NPG) en calamiteiten (€ 1,8 miljoen).

  • Voor de uitvoering van het Rijksvaccinatieprogramma en het programma rond de hielprik bij pasgeborenen is € 105 miljoen beschikbaar.

  • Het Centrum Gezond Leven (CGL) bij het RIVM ontvangt financiële middelen met als doel samenhangende en effectieve lokale gezondheidsbevordering te faciliteren. Het CGL bevordert het gebruik van erkende leefstijlinterventies, onder meer door beschikbare interventies overzichtelijk te presenteren en te beoordelen op kwaliteit en samenhang en het versterken van gezondheidsbeleid via diverse handreikingen. Daarnaast voert het CGL het programma «Structurele versterking Gezondeschool.nl» uit (€ 2,7 miljoen).

3. Gezondheidsbevordering

Subsidies

Preventie van schadelijk middelengebruik (alcohol, drugs en tabak)

Organisaties zoals het Trimbos-instituut ontvangen projectsubsidies voor het uitvoeren van activiteiten die gericht zijn op preventie van (schadelijk) alcohol-, tabaks- en drugsgebruik. Voorbeelden zijn de NIX18-campagne om te bevorderen dat jongeren onder de 18 jaar niet roken en drinken en de registratie van genotmiddelengebruik in de leefstijlmonitor. Voor 2016 gaat het om projectsubsidies van € 1,3 miljoen.

Verslavingszorg

Op dit onderdeel is de instellingssubsidie voor het Trimbos-instituut opgenomen voor het uitvoeren van activiteiten die gericht zijn op verslavingszorg, maar ook preventie van (schadelijk) alcohol-, tabaks- en drugsgebruik en voor andere VWS-beleidsterreinen, zoals de geestelijke gezondheidszorg. Het Trimbos-instituut zet zich in om wetenschappelijk onderbouwde, onafhankelijke informatie te geven aan professionals en burgers. Ook ontvangen de stichtingen Mainline en Informatievoorziening Zorg subsidie voor het uitvoeren van activiteiten in het kader van verslavingszorg. Bij instellingssubsidies gaat het voor 2016 in totaal om circa € 7,4 miljoen.

Gezonde voeding en gezond gewicht/JOGG

De gezonde keuze moet zo makkelijk mogelijk worden gemaakt voor de Nederlandse bevolking, jong en oud. Om te voorzien in de juiste informatie over gezonde voeding voor burgers en professionals wordt subsidie verleend aan het Voedingscentrum.

Om gemeenten, scholen, sportverenigingen en andere lokale partijen te stimuleren om een gezonde(re) omgeving te creëren en in te zetten op een stijging van het aantal kinderen en jongeren op een gezond gewicht, wordt de stichting Jongeren Op Gezond Gewicht (TK 34 080 A, nr. 1) gesubsidieerd. Hierbij werkt de stichting samen met diverse partijen: overheden, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties.

Ten slotte wordt ingezet op het realiseren van een sluitende ketenaanpak van preventie en zorg voor kinderen met overgewicht en obesitas door het Partnerschap Overgewicht Nederland. Ook hierbij wordt nauw samengewerkt met de stichting Jongeren Op Gezond Gewicht.

De totale geraamde subsidies voor gezonde voedingskeuze en gezond gewicht bedragen € 10,5 miljoen in 2016. Voor een deel gaat het hierbij om middelen uit het Begrotingsakkoord 2013 (in totaal € 26 miljoen) voor een extra inzet op de bestrijding van overgewicht bij kinderen. Hierbij komen verschillende gezondheidsthema’s voor de jeugd aan bod. De middelen worden grotendeels via bestaande lijnen en structuren ingezet, zoals op het programma Jongeren Op Gezond Gewicht (JOGG), de Gezonde School en de Onderwijsagenda SBGL (in nauwe samenwerking met het Ministerie van OCW).

Letselpreventie

Voor letselpreventie is € 3,7 miljoen beschikbaar. De Stichting VeiligheidNL ontvangt € 3,5 miljoen subsidie van VWS voor het uitvoeren van haar activiteiten die zijn gericht op letselpreventie door middel van interventies en programma’s voor bijvoorbeeld jongeren en ouderen en de monitoring daarvan.

Bevordering van kwaliteit en toegankelijkheid van zorg

De Stichting Pharos ontvangt als kennis- en adviescentrum subsidie voor het stimuleren van de toepassing van kennis in de praktijk voor de verbetering van de kwaliteit en effectiviteit van de zorg voor migranten en mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden (€ 3,2 miljoen). Het gaat daarbij om mensen die minder vaardig zijn in het verkrijgen, begrijpen en gebruiken van informatie over (hun) gezondheid bij het nemen van gezondheidsgerelateerde beslissingen. Verder worden gemeenten geactiveerd om lokale gezondheidsachterstanden structureel aan te pakken. Het lokale proces wordt ondersteund door het landelijk stimuleringsprogramma waarin kennis van werkzame interventies, goede voorbeelden en ervaringen worden samengebracht, onder regie van Pharos en Platform31. Hiermee is jaarlijks € 1 miljoen gemoeid.

Bevordering van de seksuele gezondheid

Om de seksuele gezondheid te bevorderen verleent VWS rechtstreeks (onder andere Stichting Ambulante FIOM), dan wel via het RIVM/Centrum Infectieziektebestrijding (onder andere Rutgers, Soa-Aids Nederland en de HIV-vereniging Nederland) subsidie aan diverse gezondheidsbevorderende instellingen. De middelen aan het RIVM staan verantwoord onder het artikelonderdeel Ziektepreventie. Naar aanleiding van het amendement Voortman (TK 33 750, nr. 34) is het budget voor de preventie en begeleiding van tienermoeders structureel verhoogd.

Opdrachten

Heroïnebehandeling op medisch voorschrift

De geraamde kosten voor de medicatie voor de medische heroïnebehandeling zijn € 3,1 miljoen; zie verder onder Bijdragen aan medeoverheden.

Communicatie verhoging leeftijdsgrenzen alcohol en tabak

Per 1 januari 2014 is de leeftijdsgrens voor alcohol en tabak verhoogd naar 18 jaar. De NIX18 campagne heeft tot doel het versterken van de sociale norm dat het normaal is dat je voor je 18eniet rookt of drinkt.

Bijdragen aan medeoverheden

Heroïnebehandeling op medisch voorschrift

VWS verstrekt een financiële bijdrage (circa € 14,2 miljoen) aan gemeenten voor het binnen een gesloten systeem aanbieden van een behandeling, waarbij naast methadon medicinale heroïne wordt verstrekt aan een beperkte groep langdurig opiaatverslaafden. Deze behandeling leidt tot verbetering van de gezondheid en van de maatschappelijke re-integratie en helpt overlast en criminaliteit door ernstig opiaatverslaafden voorkomen. Omdat het een beperkte groep betreft, is deze behandeling niet in het reguliere zorgstelsel opgenomen. Binnen dit systeem zijn alle noodzakelijke veiligheidsmaatregelen genomen om ongeoorloofd gebruik van medicatie te voorkomen.

Kengetallen Gezondheidsbevordering
 

2001

2007

2008

2009

2010

2011

2012

2013

1. Het percentage niet-rokers ≥ 15 jaar

72%

73%

72%

73%

76%

76%

76%

2. Overgewicht bij volwassenen ≥ 20 jaar

45,7%

47,1%

47,4%

48,2%

48,2%

47,9%

48,2%

3. Overgewicht bij kinderen leeftijd 4–20 jaar

11,4%

13,4%

13,1%

13,6%

12,8%

13,2%

11,8%

4. Het percentage mensen in algemene bevolking (12 jaar en ouder) dat niet zwaar drinkt

89,3%

90,0%

89,6%

89,6%

90,6%

87,1%

5. Het percentage 12–15 jarigen dat nog nooit alcoholhoudende drank heeft gedronken

25,6%

36,5%

35,0%

38,4%

6. Aantal problematische drugsverslaafden per 1.000 inwoners

3,1

1,6

1,3

1,3

7. Aantal spoedeisende hulpbehandelingen in ziekenhuizen door privéongevallen en sportblessures

700.000

650.000

650.000

640.000

600.000

600.000

590.000

430.000

8. Vindpercentage seksueel overdraagbare aandoeningen (soa’s) bij de soa-poli’s van de GGD

12,7%

13,2%

13,2%

13,7%

14,3%

15,1%

Bron:

1. T/m 2011: – TNS NIPO in opdracht van het Trimbos-instituut. Continu Onderzoek Rookgewoonten (COR)

– Voor 2012 e.v. het CBS cijfer bij http://statline.cbs.nl.

2. Permanent Onderzoek Leefstijl Situatie (POLS), Lengte en gewicht van personen, ondergewicht en overgewicht; vanaf 1981, zie http://statline.cbs.nl.

3. Permanent Onderzoek Leefstijl Situatie (POLS), Lengte en gewicht van personen, ondergewicht en overgewicht; vanaf 1981, zie www.statline.cbs.nl.

4. www.Statline.nl van Centraal Bureau voor de Statistiek. Cijfer over 2012 niet goed vergelijkbaar met 2011 door verandering(aanscherping) van de definitie.

5. Health Behaviour in School-aged Children, Trimbos-instituut, zie www.trimbos.nl.

6. Cruts, G., Van Laar, M., Buster, M. (2013). Aantal en kenmerken van problematische opiatengebruikers in Nederland. Utrecht: Trimbos-instituut/GGD Amsterdam.

7. Letselinformatiesysteem 2001–2010 VeiligheidNL en CBS, zie www.veiligheid.nl en www.cbs.nl. De trend voor letsel als gevolg van privéongevallen en sportblessures in de afgelopen jaren is positief, waarbij in 2011 geen verandering is te zien ten opzichte van 2010.

8. Betreft het percentage bezoekers van soa-poli’s, waarbij één (of meer) soa is gevonden, zie www.nationaalkompas.nl.

4. Ethiek

Subsidies

Abortusklinieken

Sinds de inwerkingtreding van Wet langdurige zorg vindt de subsidiëring van de abortusklinieken (€ 15,7 miljoen) plaats via de Kaderregeling VWS-subsidies. De abortusklinieken dienen over een Waz-vergunning (Wet afbreking zwangerschap) te beschikken.

Bijdragen aan agentschappen

CIBG: Uitvoeringstaken medische ethiek

Het CIBG verzorgt de uitvoering van het secretariaat van de stichting donorgegevens kunstmatige bevruchting.

De uitvoering van de secretariaten van de regionale toetsingscommissies euthanasie en de centrale deskundigencommissie late zwangerschapsafbreking en levensbeëindiging bij pasgeborenen zijn bij een uitvoeringseenheid van het Ministerie van VWS ondergebracht. De daarmee samenhangende middelen (€ 3,5 miljoen) staan geraamd op artikel 10 onder Personele uitgaven kerndepartement.

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek (CCMO)

De CCMO is verantwoordelijk voor het waarborgen van de bescherming van proefpersonen bij medisch-wetenschappelijk onderzoek door middel van toetsing aan de hiervoor geldende wettelijke bepalingen en protocollen. De CCMO ontvangt hiervoor een jaarlijkse bijdrage van € 1,8 miljoen. Deze middelen staan geraamd op artikel 10 bij het onderdeel Personele uitgaven SCP en raden.

Het onderzoeksprogramma «Translationeel Adult Stamcelonderzoek» richt zich op onderzoek naar mogelijke nieuwe toepassingsmogelijkheden van adulte (niet-embryonale) stamcellen. De middelen voor 2016 (circa € 2,7 miljoen) staan geraamd op artikel 4 Zorgbreed beleid.

Ontvangsten

Bestuurlijke boetes

In het kader van haar handhavingsbeleid schrijft de NVWA bestuurlijke boetes uit. Het houdt in dat de overtreder de onvoorwaardelijke verplichting heeft tot het betalen van een geldsom aan de overheid wegens overtreding van een voorschrift, gesteld bij of krachtens een van de aan het toezicht door de NVWA onderworpen wetten. De ontvangsten die hieruit voortvloeien worden geraamd op € 4,3 miljoen in 2016.

Beleidsartikel 2 Curatieve zorg

1. Algemene doelstelling

Een kwalitatief goed en toegankelijk stelsel voor curatieve zorg tegen maatschappelijk verantwoorde kosten.

2. Rol en verantwoordelijkheid Minister

De Minister van VWS is verantwoordelijk voor een goed werkend en samenhangend stelsel voor curatieve zorg. De Zorgverzekeringswet vormt samen met de zorgbrede wetten, zoals de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) en de Wet Toelating Zorginstellingen (WTZi) de wettelijke basis van dit stelsel.

De Minister is verantwoordelijk voor:

Stimuleren:

  • Het bevorderen van de kwaliteit, (patiënt)veiligheid en innovatie in de curatieve zorg.

  • Het ondersteunen van initiatieven op het terrein van de Life Sciences and Health met als doel de beschikbaarheid van medische producten en materialen op termijn te bevorderen.

  • Bevorderen van de uitbreiding van het implantatenregister en het bevorderen van de juistheid, volledigheid en betrouwbaarheid van het implantatenregister.

  • Het ondersteunen van initiatieven om de toegankelijkheid en betaalbaarheid van de curatieve zorg te garanderen en/of te verbeteren. Belangrijk daarin zijn de initiatieven om verspilling in de zorg tegen te gaan.

  • Het ondersteunen van initiatieven om fraude in de zorg zoveel mogelijk te voorkomen.

  • Het bevorderen van de werking van het stelsel door het systeem van risicoverevening.

Financieren:

  • Het bevorderen van kwalitatief goede zorg door medefinanciering van hoogwaardig oncologisch onderzoek.

  • Verbetering van de kwaliteit van de zorg door financiering van de familie- en vertrouwenspersonen in ggz-instellingen.

  • Het (mede)financieren van het digitale communicatiesysteem voor de zwaailichtsector.

  • Het financieren van initiatieven die bijdragen aan een zorgvuldige orgaandonorwerving in de ziekenhuizen, het onderhouden van het donorregister en het geven van publieksvoorlichting over orgaandonatie.

  • Het financieren van bijwerkingenregistraties ten behoeve van het monitoren van de productveiligheid.

  • Bevorderen van de toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg door het deels compenseren van de gederfde inkomsten van zorgaanbieders als gevolg van het verstrekken van zorg aan illegalen en andere onverzekerbare vreemdelingen.

  • Bevorderen van de toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg door het financieren van de zorguitgaven voor kinderen tot 18 jaar.

  • Het financieren van kostencomponenten die een gelijk speelveld verstoren.

Regisseren:

  • Het onderhouden van wet- en regelgeving op het gebied van geneesmiddelen, medische hulpmiddelen, lichaamsmaterialen en bloedvoorziening.

  • Het (door)ontwikkelen van productstructuren op basis waarvan onderhandelingen over bekostiging plaatsvinden.

  • Het bepalen van de normen/criteria, waaraan de registers (bijvoorbeeld BIG-register) die worden bijgehouden om de werking van het stelsel te bevorderen, moeten voldoen.

  • De werking van het zorgverzekeringsstelsel wordt bevorderd door het actief opsporen van onverzekerden en wanbetalers.

3. Beleidswijzigingen

Aanvullende taken CPZ

Medio 2014 heeft de Minister in twee kamerbrieven het College Perinatale Zorg (CPZ) extra opdrachten gegeven om te komen tot verbeteringen in de geboortezorg door versnelling van de implementatie in de regionale praktijk en tot verbinding van initiatieven en partijen.

Richtlijnen kwaliteit verzorgend handelen

In maart 2014 is het akkoord verpleging en verzorging (transitie naar de Zvw) met veldpartijen (Zorgverzekeraars Nederland (ZN), ActiZ, Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland (V&VN), Nederlandse Patiënten en Consumenten Federatie (NPCF), Branchebelang Thuiszorg Nederland (BTN) en het ministerie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS)) afgesloten. Hierin is – naast de financiële randvoorwaarden – ook opgenomen dat er door VWS structureel € 1 miljoen wordt vrijgemaakt om richtlijnen te ontwikkelen voor verpleegkundig en verzorgend handelen.

Voorwaardelijke toelating

In de kamerbrief over Voorwaardelijke Toelating (VT) van juni 2014 (TK 32 620, nr. 122) is een wijziging van het beleid voor VT aangekondigd. Als gevolg hiervan kunnen er de komende jaren meer interventies voorwaardelijk tot het basispakket worden toegelaten.

Apothekers opleidingen

In het Bestuurlijk overleg Farmacie is het belang van de rol van de apotheker als zorgverlener benadrukt. Om de huidige generatie openbaar apothekers, net als de nieuwe generatie openbaar apothekers, klaar te stomen voor de veranderingen in het beroep en te borgen dat zij bekwaam zijn en blijven in het verlenen van farmaceutische patiëntenzorg wordt via een subsidie aan de KNMP een stimuleringsprogramma voor competentieontwikkeling van openbaar apothekers op de gewenste gebieden georganiseerd.

Risicoverevening

Elk jaar wordt er in opdracht van VWS een breed onderzoeksprogramma uitgevoerd waarin de mogelijkheden voor toekomstige verbeteringen van de risicoverevening worden onderzocht. Per 2016 zal er een groot aantal verbeteringen worden doorgevoerd in de risicovereveningsmodellen.

Door deze verbeteringen wordt het voor verzekeraars meer lonend om zich op groepen kwetsbare verzekerden te richten die veel zorg gebruiken. De herverdeling bij verzekeraars van gezond naar ongezond is reeds toegenomen van € 5,2 miljard in 2006 tot € 13,8 miljard in 2016 (een stijging van 26 naar 36 procentpunt, uitgedrukt als percentage van de totale kosten die omgaan in de somatische zorg). Voorts is verbetering van de risicoverevening van belang om de ex post compensaties op verantwoorde wijze af te kunnen bouwen. Dit vloeit voort uit het kabinetsvoornemen om de Zorgverzekeringswet per 2017 volledig risicodragend uit te laten voeren door zorgverzekeraars.

Ook in 2016 zullen weer diverse onderzoeken worden uitgevoerd met als doel om de risicoverevening in de toekomst verder te verbeteren.

4. Tabel budgettaire gevolgen van beleid
Begrotingsuitgaven (bedragen x € 1.000)
 

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Verplichtingen

2.753.584

4.591.897

4.097.613

3.930.874

3.627.165

3.323.555

3.433.801

               

Uitgaven

2.722.717

4.553.791

4.187.157

3.930.874

3.627.155

3.332.555

3.433.801

Waarvan juridisch verplicht (%)

 

99%

       
               

1. Kwaliteit en veiligheid

114.608

122.892

129.213

108.658

107.007

103.255

106.743

               

Subsidies

105.024

113.901

118.421

98.006

96.140

92.695

96.525

waarvan onder andere:

             

Integraal Kankercentrum Nederland

34.219

33.736

34.490

34.490

34.490

34.490

34.490

Nederlands Kanker Instituut

18.274

17.403

17.226

17.226

17.226

17.226

17.226

Zwangerschap en geboorte

1.852

3.523

3.505

3.489

2.739

1.949

1.949

Registratie en uitwisseling zorggegevens (PALGA)

3.572

3.262

3.462

3.648

3.648

3.648

3.648

Nictiz

5.105

5.610

5.110

5.110

5.110

5.110

5.110

Stichting Lareb: bijwerkingenregistratie voor vaccins en teratologie informatie service

1.385

1.272

1.272

1.272

1.272

1.272

1.272

Regio's landelijke implementatie pilots orgaandonatie

9.090

6.819

6.819

0

0

0

0

Nederlandse Transplantatie Stichting

3.084

3.490

3.032

3.032

3.032

3.032

3.032

Regeling Donatie bij leven

475

600

700

700

700

700

700

Onderzoek

0

0

2.000

2.000

2.000

2.000

2.000

TKI Life Sciences and Health (LSH Plaza)

17.167

4.075

2.825

725

150

150

150

LSH projecten inclusief DCTI

0

2.813

7.742

1.085

0

0

0

UMC Groningen: Lifelines project

4.601

2.802

3.498

0

0

0

0

Expertisefunctie zintuigelijk gehandicapten

0

21.250

21.250

21.250

21.250

21.250

21.250

               

Opdrachten

6.743

5.681

7.923

7.851

8.094

7.945

7.603

waarvan onder andere:

             

Implantatenregister

0

1.122

300

150

150

150

150

Publiekscampagne orgaandonatie

0

1.500

1.500

1.500

1.500

1.500

1.500

               

Bijdragen aan agentschappen

2.841

3.310

2.869

2.801

2.773

2.615

2.615

waarvan onder andere:

             

CIBG: Donorregister

2.744

2.746

2.355

2.279

2.249

2.249

2.249

               

2. Toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg

2.549.096

4.326.805

3.918.893

3.662.750

3.385.353

3.094.309

3.191.774

               

Subsidies

12.029

14.875

15.054

12.355

12.159

11.450

9.450

waarvan onder andere:

             

Eerstelijns gezondheidscentra in VINEX-gebieden

1.331

2.000

2.000

1.700

1.700

1.700

1.700

Anonieme e-mental health

1.090

2.000

2.000

0

0

0

0

Vertrouwenspersoon in de ggz

5.085

6.199

6.199

6.199

6.199

6.199

6.199

Suïcidepreventie

0

1.642

1.642

1.345

1.345

1.345

1.345

Kwaliteitsimpuls apothekers

0

1.000

2.900

2.900

2.900

2.000

0

               

Bekostiging

2.532.710

4.306.800

3.893.700

3.640.700

3.362.300

3.073.300

3.173.400

waarvan onder andere:

             

Rijksbijdrage Zorgverzekeringsfonds voor financiering van verzekerden 18-

2.498.500

2.470.800

2.508.700

2.706.700

2.879.300

3.041.000

3.141.400

Rijksbijdrage dempen premie ten gevolgen van HLZ

0

1.804.000

1.353.000

902.000

451.000

0

0

Zorg illegalen en andere onverzekerbare vreemdelingen

33.045

32.000

32.000

32.000

32.000

32.000

32.000

               

Opdrachten

3.142

3.859

8.145

7.776

9.006

7.824

7.189

waarvan onder andere:

             

Programma Verspilling in de zorg

115

300

300

0

0

0

0

Aanvulling ZonMw-programma Doelmatigheidsonderzoek

0

0

500

1.000

1.000

1.000

0

Programma Goed Gebruik Geneesmiddelen

0

1.180

2.880

1.085

2.120

635

0

               

Bijdragen aan agentschappen

1.215

1.270

1.375

1.300

1.269

1.116

1.116

CIBG: WPG/GVS/APG

1.215

1.270

1.375

1.300

1.269

1.116

1.116

               

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

0

1

619

619

619

619

619

ZiNL: Uitvoering Compensatie kosten van zorg illegalen en andere onverzekerbare vreemdelingen

0

1

619

619

619

619

619

               

3. Bevorderen werking van het stelsel

59.013

104.094

139.051

159.466

134.805

134.991

135.284

               

Subsidies

353

50.208

30.930

50.480

25.480

25.480

25.480

waarvan onder andere:

             

Stichting Klachten en Geschillen Zorgverzekeringen

331

1.131

791

341

341

341

341

Overgang integrale tarieven medisch-specialistische zorg

0

44.911

30.000

50.000

25.000

25.000

25.000

               

Bekostiging

4.191

0

0

0

0

0

0

               

Inkomensoverdrachten

32.241

26.442

26.927

27.346

27.688

27.873

28.166

Overgangsregeling FLO/VUT ouderenregeling ambulancepersoneel

32.241

26.442

26.927

27.346

27.688

27.873

28.166

               

Opdrachten

4.014

3.999

4.529

4.528

4.528

4.528

4.528

waarvan onder andere:

             

Risicoverevening

1.139

2.128

1.890

1.890

1.890

1.890

1.890

Uitvoering zorgverzekeringstelsel

313

421

471

471

471

471

471

               

Bijdragen aan agentschappen

18.214

20.937

21.539

21.988

21.987

21.987

21.987

CJIB: Onverzekerden en wanbetalers

18.214

20.937

21.539

21.988

21.987

21.987

21.987

               

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

0

2.507

51.022

51.020

51.018

51.019

51.019

Zorginstituut Nederland: Onverzekerden en wanbetalers

0

479

35.954

35.953

35.951

35.952

35.952

Zorginstituut Nederland: Doorlichten pakket

0

2.028

15.068

15.067

15.067

15.067

15.067

               

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

0

1

4.104

4.104

4.104

4.104

4.104

VenJ: Bijdrage C2000

0

1

4.104

4.104

4.104

4.104

4.104

               

Ontvangsten

81.998

60.853

60.955

60.955

60.955

60.955

60.955

waarvan onder andere:

             

Wanbetalers

69.681

59.800

59.902

59.902

59.902

59.902

59.902

Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten-Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.

Budgetflexibiliteit

Subsidies

Van het beschikbare budget 2016 ad € 164,4 miljoen is 91% juridisch verplicht. Het betreft diverse subsidies op het gebied van kwaliteit en (patiënt)veiligheid, subsidies ter bevordering van de toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg en subsidies die de werking van het stelsel bevorderen.

Bekostiging

Van het beschikbare budget 2016 ad € 3,9 miljard is 100% juridisch verplicht. Het betreft de rijksbijdrage aan het Zorgverzekeringsfonds voor de financiering van verzekerden jonger dan 18 jaar en de bekostiging van de compensatie van (een deel van) de gederfde inkomsten van zorgaanbieders als gevolg van het verstrekken van zorg aan illegalen en andere onverzekerbare vreemdelingen.

Inkomensoverdrachten

Van het beschikbare budget 2016 ad € 26,9 miljoen is 100% juridisch verplicht. Het betreft de overgangsregeling FLO/VUT voor het ambulancepersoneel.

Opdrachten

Van het beschikbare budget 2016 ad € 20,6 miljoen is 57% juridisch verplicht. Het betreft diverse opdrachten op het gebied van kwaliteit en (patiënt)veiligheid, en opdrachten die de toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg en de werking van het stelsel moeten bevorderen.

Bijdragen aan agentschappen

Van het beschikbare budget 2016 ad € 25,8 miljoen is 98% juridisch verplicht. Het betreft voornamelijk de bijdrage voor het Centraal Justitieel Incasso bureau (CJIB) voor taken rond onverzekerden en wanbetalers en voor taken van het CIBG (Donorregister) het Geneesmiddelen Vergoedingensysteem (GVS) en het uitvoeren van de Wet geneesmiddelenprijzen (Wgp).

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

Van het beschikbare budget 2016 ad € 51,6 miljoen is 100% juridisch verplicht. Het betreft voornamelijk de bijdrage aan het Zorginstituut Nederland voor de actieve opsporing van onverzekerden en wanbetalers Zorgverzekeringswet en de bijdrage aan het Zorginstituut Nederland voor stringent pakketbeheer.

Bijdrage aan andere begrotingshoofdstukken

Van het beschikbare budget 2016 ad € 4,1 miljoen is 100% juridisch verplicht. Het betreft de bijdrage aan C2000.

5. Toelichting op de instrumenten
1. Kwaliteit en veiligheid

Subsidies

Integraal kankercentrum Nederland

Het Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL) is een kennis- en kwaliteitsinstituut voor professionals en bestuurders in de oncologische en palliatieve zorg met als doel deze zorg voortdurend te verbeteren. Het IKNL draagt bij aan het verbeteren van de oncologische en palliatieve zorg door het verzamelen van gegevens, het opstellen van richtlijnen, het bewaken van kwaliteit, het faciliteren van samenwerkingsverbanden en bij- en nascholing. In totaal is voor de uitvoering van deze activiteiten in 2016 een bedrag van € 34,5 miljoen beschikbaar.

Nederlands Kanker Instituut

Het Nederlands Kanker Instituut (NKI) is een internationaal erkend centre of excellence op het gebied van oncologisch onderzoek. Het wetenschappelijk onderzoek beweegt zich op een breed gebied dat fundamenteel biologische vraagstellingen, klinisch onderzoek, epidemiologie en psychosociaal onderzoek omvat. De combinatie van een focus op oncologie en de aanwezigheid van state of the art kennis en technologie, maakt dat het NKI goed past binnen deconcentratie/concentratiebeleid van VWS waarin eenvoudige ingrepen worden gedecentraliseerd en wordt gespecialiseerd/geconcentreerd als het complexe ingrepen betreft met een laag volume aan patiënten. In totaal is in 2016 een bedrag beschikbaar van € 17,2 miljoen. Ongeveer € 6,4 miljoen daarvan is bestemd voor de kapitaallasten.

Zwangerschap en geboorte

In navolging van de adviezen van de Stuurgroep zwangerschap en geboorte (TK 32 279, nr. 10) neemt het kabinet maatregelen om de perinatale gezondheid in Nederland te verbeteren. Dat moet er mede toe leiden dat goede resultaten worden doorgezet. Een Europese vergelijkende studie (Peristat 3 uit 2013) laat zien dat verdere verbeteringen mogelijk zijn. Dit beeld is ook bevestigd in rapporten van de Inspectie voor de Gezondheidszorg en in een knelpuntenbrief van het College Perinatale Zorg (CPZ). In 2016 is voor de maatregelen zwangerschap en geboorte in totaal circa € 3,5 miljoen beschikbaar. Hier worden onder andere het College Perinatale Zorg (CPZ) en de gefuseerde organisaties van de Perinatale Audit Nederland (PAN) en Perinatale Registratie Nederland van gesubsidieerd.

Registratie en uitwisseling zorggegevens (PALGA)

De Stichting Pathologisch-Anatomisch Landelijk Geautomatiseerd Archief (PALGA) beheert de landelijke databank met alle pathologie-uitslagen en het computernetwerk voor de gegevensuitwisseling met alle pathologielaboratoria in Nederland. Voor de uitvoering van deze activiteiten is in 2016 een bedrag beschikbaar van € 3,5 miljoen.

Nictiz

Het Nationaal ICT Instituut in de Zorg (Nictiz) is het landelijke expertisecentrum dat ontwikkeling van ICT in de zorg faciliteert. Voor de invulling van de coördinerende functie die Nictiz heeft bij de ontwikkeling van ICT- en informatiestandaarden en implementatieondersteuning bij het gebruik van deze standaarden is in 2016 een bedrag van € 5,1 miljoen beschikbaar. Om de zorgsector te ondersteunen bij de efficiënte inzet van eHealth, analyseert en duidt Nictiz ontwikkelingen in het gebruik van ICT in de zorg. Tevens fungeert Nictiz als nationaal en internationaal kennis- en expertisecentrum en vervult het een verbindende rol bij de ontwikkeling en het gebruik van ICT in de zorg.

Stichting Lareb: bijwerkingenregistratie voor vaccins en de teratologie informatie service

Stichting Lareb zorgt voor het signaleren van risico's van het gebruik van geneesmiddelen en vaccins in de dagelijkse praktijk en het verspreiden van kennis hierover. Voor het ondersteunen van voorschrijvers bij medicatietoediening aan zwangere vrouwen en moeders die borstvoeding geven en de registratie en analyse van bijwerkingen bij vaccins is een bedrag van € 1,3 miljoen beschikbaar.

Regio’s landelijke implementatie pilots orgaandonatie.

Na de evaluatie van de pilots in de ziekenhuizen van 2014 is besloten om de twee in 2012 landelijk uitgerolde pilots (Zelfstandige Uitname Teams en donorwervingstructuur) voort te zetten tot en met 2016 (€ 6,8 miljoen). Uit de evaluatie is gebleken dat deze pilots positieve veranderingen met zich hebben meegebracht. Voortzetting van de pilots geeft alle betrokken partijen ook de mogelijkheid om de in de evaluatie benoemde verbeterpunten door te voeren.

Kengetallen orgaandonatie

Kengetallen orgaandonatie

Nederlandse Transplantatie Stichting

De Nederlandse Transplantatie Stichting (NTS) zal ook in 2016 de voorlichting over orgaandonatie verzorgen, bijvoorbeeld met een publieksinformatielijn en voorlichting op scholen, met als doel kennis over het onderwerp orgaandonatie te bevorderen. Ook verzorgt de NTS de campagne rond de jaarlijkse aanschrijving aan 18-jarigen en nieuw-ingezetenen. Daarnaast ondersteunt en monitort de NTS donorwerving in ziekenhuizen, bijvoorbeeld door de inzet van Zelfstandig Uitname Teams en gesprekstrainingen voor het medisch personeel op de IC en SEH, met als doel het aantal orgaantransplantaties te verhogen. De NTS ontvangt voor deze activiteiten jaarlijks een instellingssubsidie van € 3 miljoen. In 2016 zal de NTS worden geëvalueerd.

Regeling donatie bij leven

De NTS zorgt ook voor de uitvoering van de Regeling donatie bij leven. Met deze regeling wordt er voor gezorgd dat niet-medische kosten die ontstaan door het bij leven afstaan van een nier worden vergoed aan de donor. Doel van de regeling is dat er zo min mogelijk financiële drempels voor mensen zijn om bij leven te doneren. In 2015 is een evaluatie van deze subsidieregeling uitgevoerd. Over de uitkomst van de evaluatie is de Tweede Kamer per brief geïnformeerd (TK 28 140, nr. 87). De aanbevelingen worden in de tweede helft van 2015 verder uitgewerkt. In 2016 worden overgenomen aanbevelingen geïmplementeerd. Voor 2016 is een bedrag van € 0,7 miljoen beschikbaar.

Onderzoek

Dit betreft onderzoek op het terrein van oncologie.

TKI life Sciences and Health (LSH Plaza)

Aan het Topconsortium voor Kennis en Innovatie (TKI) van de topsector Life Sciences and Health (LSH) zijn meerjarige subsidies verstrekt tot en met 2017. Deze subsidies dragen bij aan de verwezenlijking van de ambitie uit het Regeerakkoord om extra middelen uit het Europese onderzoeksprogramma Horizon 2020 te verkrijgen voor R&D in Nederland en aan het creëren van een ondersteunende data-infrastructuur.

Overheidsbijdragen voor het innovatiecontract en de ontwikkeling van personalised medicine

In het kader van het innovatiebeleid is voorzien in bijdragen voor nader te bepalen onderdelen van de Kennis- en Innovatieagenda en het Innovatiecontract van de topsector LSH die zonder publieke bijdrage niet tot stand kunnen worden gebracht. In dat kader wordt ook ingezet op de ontwikkeling van personalised medicine (geneeskunde op maat). De besteding van deze middelen kan zowel via het TKI als via ZonMw tot stand komen.

LSH projecten inclusief DCTI en UMC Groningen Lifelines project

Er worden nog een aantal projecten bekostigd uit middelen die destijds uit het Fonds Economische Structuurversterking (FES) zijn verstrekt. Het betreft de projecten LSH-FES, het Diabetes Cell Therapy Initiative (DCTI) en het project Lifelines

Expertisefunctie zintuiglijk gehandicaptenzorg

Per 1 januari 2015 is de extramurale zintuiglijk gehandicaptenzorg (ZG) overgaan vanuit de AWBZ naar de Zorgverzekeringswet (Zvw). De specifieke expertisefunctie van de aanbieders van ZG-zorg (voor Kennisinfrastructuur, R&D en innovatie en Voorlichting en kennisoverdracht) past niet binnen de Zvw, omdat zij niet onder te brengen is in prestaties ten behoeve van individuele cliënten. Via een instellingssubsidie wordt zorg gedragen dat de expertisefunctie gecontinueerd kan worden. Voor 2016 is een bedrag van € 21,3 miljoen beschikbaar.

Doelmatigheid UMC's/Citrienfonds

Vanaf 2014 is voor een periode van 5 jaar een bedrag van € 25 miljoen beschikbaar gesteld aan de Nederlandse Federatie van Universitair medische centra (NFU) voor projecten die een bijdrage leveren aan een duurzame gezondheidszorg. Dit gebeurt in de vorm van een fonds, genaamd het Citrienfonds. Kern van het fonds is dat gewerkt wordt aan de belangrijkste uitdaging van dit moment: hoe zorgen we dat de kwaliteit van de zorg goed blijft of zelfs nog beter wordt èn de zorg ook in de toekomst betaalbaar blijft?

De NFU heeft samen met het Ministerie van VWS een inventarisatie gemaakt van mogelijke projecten die hieraan kunnen bijdragen. Dit betreft onder andere het initiatief «registratie aan de bron» en «naar regionale oncologienetwerken». Deze gekozen projecten kunnen nog wijzigen als gevolg van nieuwe inzichten. ZonMw coördineert het traject. Na afloop van het fonds zal worden geëvalueerd in welke mate de doelstellingen zijn behaald. De middelen hiervoor zijn opgenomen onder artikel 4.

Experiment topklinische ziekenhuizen

Vanaf 2014 is voor een periode van vier jaar een bedrag van € 30 miljoen toegezegd aan een aantal STZ-ziekenhuizen voor een experiment waarmee een combinatie van zeer specialistische zorg en onderzoek in bovengenoemde ziekenhuizen gefinancierd kan worden. De middelen hiervoor zijn opgenomen onder artikel 4.

Opdrachten

Publiekscampagne orgaandonatie

Om vast te houden aan de integrale aanpak van het Masterplan Orgaandonatie zal de landelijke campagne rond orgaandonatie worden voortgezet. De communicatiestrategie wordt echter aangepast. De «Nederland zegt Ja»- campagne die gericht was op een oproep tot registratie zal worden vervangen door een campagne die meer gericht is op kennis en voorlichting. Deze zal in deelcampagnes worden uitgewerkt voor specifieke doelgroepen. Ook wordt verkend of het onderwerp en de registratievraag op meer plekken aan de orde kan komen. Voor 2016 is hier € 1,5 miljoen voor begroot.

Bijdragen aan agentschappen

CIBG: Donorregister

Het CIBG verzorgt in 2016 diverse registers, zoals het Donorregister, dat de keuze van burgers vastlegt over het afstaan van organen na overlijden.

Kengetal: aantal geregistreerden in het Donorregister

Kengetal: aantal geregistreerden in het Donorregister
2. Toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg

Subsidies

Vertrouwenspersoon in de ggz

De patiëntenvertrouwenspersoon is de onafhankelijke ondersteuner van cliënten in de ggz. De werkzaamheden van de patiëntenvertrouwenspersoon hebben een wettelijke basis in de Wet Bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet Bopz) en het besluit patiëntenvertrouwenspersoon Bopz. Met de subsidie stelt VWS de Stichting Patiëntvertrouwenspersoon (PVP) in staat deze wettelijke taak onafhankelijk van de instellingen uit te voeren. De patiëntenvertrouwenspersoon verleent ggz-cliënten advies, informatie en bijstand bij de handhaving van hun rechten. De dienstverlening is primair gericht op cliënten die intramuraal in de ggz verblijven. De Stichting PVP draagt ook zorg voor een bredere ondersteuning zoals aan ambulante cliënten die met een dwangmaatregel worden geconfronteerd en cliënten die vrijwillig zijn opgenomen in een Bopz-aangemerkte instelling. Ambulante cliënten kunnen per telefoon of via e-mail terecht bij de Helpdesk van de Stichting PVP.

Daarnaast financiert VWS de Landelijke Stichting Familievertrouwenspersonen (LSFVP) in verband met de uitvoering van de motie TK 30 492, nr. 23. In deze motie is verzocht om in iedere ggz-instelling een familievertrouwenspersoon beschikbaar te hebben. Een familievertrouwenspersoon voorziet familieleden en naasten van advies, bijstand en informatie over de patiënt in de geestelijke gezondheidszorg. De omvang van de financiering is gebaseerd op gefaseerde introductie van de familievertrouwenspersoon in ggz-instellingen en de landelijke uitrol van de familievertrouwenspersoon.

In totaal is voor deze activiteiten in 2016 een bedrag beschikbaar van € 6,2 miljoen.

Suïcidepreventie

De impact van een (poging tot) suïcide is groot, zowel voor de nabestaanden en naasten als voor de omgeving en de samenleving. Het aantal suïcides vertoont sinds 2008 in Nederland een stijgende lijn.

VWS financiert ten behoeve van acute anonieme hulp die 24/7 beschikbaar is, zowel Stichting Ex 6 als Stichting 113Online. Daarnaast financiert VWS de coördinatie en het aanjagen van de uitvoering van de Landelijke agenda suïcidepreventie. Deze agenda heeft een looptijd van 2014–2017. De Kamer wordt jaarlijks geïnformeerd over de landelijke suïcidecijfers en de uitvoering van deze agenda.

In totaal is voor deze activiteiten in 2016 een bedrag beschikbaar van € 1,6 miljoen.

Naar aanleiding van de aangenomen motie Van der Staaij (TK 25 424, nr. 264) heeft ZonMw een meerjarige onderzoeksagenda uitgewerkt in afstemming en samenwerking met alle betrokken experts op het terrein van suïcidepreventie. Deze agenda is op 30 juni 2015 aangeboden aan de Tweede Kamer (TK 32 793, nr. 193). Voor de uitvoering van deze agenda is gedurende de periode 2015–2019 een bedrag van € 3,2 miljoen beschikbaar. De middelen hiervoor zijn opgenomen onder artikel 4.

Kwaliteitsimpuls apothekers

In het Bestuurlijk overleg Farmacie is het belang van de rol van de apotheker als zorgverlener benadrukt. Via multidisciplinaire samenwerking met andere zorgverleners zorgt dit voor een sterke, geïntegreerde eerste lijn die zo dicht mogelijk bij de patiënt staat.

Daarnaast is de samenwerking van de apotheker met voorschrijvers in de tweedelijn ook van belang. De apotheker kan hen adviseren en ondersteunen bij het beter voorschrijven van geneesmiddelen en het tijdig aanbrengen van wijzigingen in voorschrijven, inclusief het stoppen van de medicatie.

Voor 2016 is een bedrag van € 2,9 miljoen beschikbaar voor een subsidie aan de KNMP voor een stimuleringsprogramma ten behoeve van de competentieontwikkeling van openbaar apothekers op de gewenste gebieden te organiseren.

Bekostiging

Rijksbijdrage Zorgverzekeringsfonds voor financiering van verzekerden 18-

Kinderen tot achttien jaar betalen geen nominale premie Zvw. De rijksbijdrage Zorgverzekeringsfonds (circa € 2,7 miljard) voorziet in de financiering van deze premie.

Rijksbijdrage demping premie ten gevolgen van HLZ

De transitie van de AWBZ naar de Wlz, waarbij tevens overhevelingen plaatsvinden van de AWBZ naar de Zvw, zorgt voor een effect op de Zvw-premie. Een tegengesteld effect doet zich voor als gevolg van de overheveling van de jeugd-ggz naar de gemeenten. Om het gesaldeerde premie-effect te dempen is een rijksbijdrage ingevoerd. Deze rijksbijdrage loopt af van € 1,804 miljard in 2015 naar € 0 in 2019. In 2016 is de rijksbijdrage circa € 1,4 miljard.

Zorg aan illegalen en andere onverzekerbare vreemdelingen

Zorgaanbieders kunnen een bijdrage vragen aan het Zorginstituut Nederland als zij medisch noodzakelijke zorg hebben verleend aan illegalen en andere onverzekerbare vreemdelingen en de kosten daarvan niet of niet volledig verhaalbaar blijken op de patiënt. Zorgaanbieders kunnen in aanmerking komen voor compensatie uit collectieve middelen onder in de wet (Zvw, art. 122a) gestelde voorwaarden. Voor compensatie aan de zorgaanbieders is in 2016 € 32 miljoen beschikbaar.

Opdrachten

Aanvulling ZonMw-programma Doelmatigheidsonderzoek

Tijdens de behandeling van de begroting 2015 is het amendement van het lid Rutte (TK 34 000 XVI, nr. 39) aangenomen voor de financiering van «de cyclus» omtrent zorgevaluaties, aanpassing van richtlijnen en inkoopbeleid van zorgverzekeraars. Doel is hiermee de kwaliteit en doelmatigheid in de zorg te bevorderen. Hierbij zal een inhoudelijke link worden gelegd met de Kwaliteits- en Doelmatigheidsagenda Medisch-Specialistische Zorg (hoofdlijnenakkoord MSZ). Hiertoe wordt het budget voor het doelmatigheidsprogramma bij ZonMw voor drie jaar verhoogd met in totaal € 3 miljoen (gegeven de looptijd van het hoofdlijnenakkoord t/m 2017).

3. Bevorderen werking van het stelsel

Subsidies

Overgang integrale tarieven medisch-specialistische zorg

Voor vrijgevestigde medisch specialisten is een subsidieregeling ingesteld om de financiële belemmeringen, om voor een dienstverband met het ziekenhuis of zbc te kiezen, te verminderen. Dit is een uitvloeisel van het hoofdlijnenakkoord medisch-specialistische zorg en de invoering van integrale tarieven in de medisch-specialistische zorg. In 2016 zijn middelen gereserveerd voor een mogelijke verlenging van de regeling.

Inkomensoverdrachten

Overgangsregeling FLO/VUT ouderenregeling ambulancepersoneel

Bij de afschaffing van de regelingen rond Functioneel Leeftijdsontslag/Vervoegde Uittreding (FLO/VUT) rond 2006 heeft de rechter destijds bepaald dat de kosten van het overgangsrecht in de tarieven voor de publieke ambulancediensten dienden te worden verwerkt. Om de continuïteit van ambulancezorg te garanderen en om een ongelijk speelveld tussen de verschillende soorten ambulancediensten (publiek, B3 en particulier) te voorkomen zijn vervolgens afspraken gemaakt over de vergoeding van het overgangsrecht ouderenregelingen voor de verschillende diensten. Deze afspraken zijn afhankelijk van de cao’s die voor de verschillende diensten golden. Met elk van de groepen is een overeenkomst gesloten, waarin is geregeld dat een groot deel van de kosten bij VWS gedeclareerd kan worden. Om verschillen in de tariefstelling ten gevolge van de ouderenregelingen te voorkomen, is ervoor gekozen de betalingen van alle drie deze regelingen via de begroting van VWS te laten verlopen (bijdrage 2016 € 26,9 miljoen).

Opdrachten

Risicoverevening

Het systeem van risicoverevening wordt jaarlijks aangepast aan de gewijzigde omstandigheden in de zorg. In de brief «Kwaliteit loont» is al aangekondigd dat extra middelen word vrijgemaakt voor onderzoek en de begeleidingscapaciteit binnen het ministerie. In 2016 en de jaren daarna wordt de aandacht gericht op de verbetering van de risicoverevening voor de kosten van de somatische zorg inclusief wijkverpleging en de kosten van de geestelijke gezondheidszorg, teneinde verzekeraars in het risicovereveningssysteem beter te compenseren voor chronisch zieken en andere verzekerden die veel zorg gebruiken. Voor verzekeraars wordt het aantrekkelijk om zich te richten op deze groep verzekerden. Verder vindt er een kwantitatieve analyse plaats van de werking van het vereveningssysteem. Hiervoor is in 2016 circa € 1,9 miljoen beschikbaar.

Bijdragen aan agentschappen en bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

CJIB en Zorginstituut Nederland: onverzekerden en wanbetalers

Het kabinet vindt het ongewenst dat mensen zich aan de solidariteit van de Zorgverzekeringswet onttrekken door zich niet te verzekeren. Op grond van de Wet opsporing en verzekering onverzekerden zorgverzekering (Wet Ovoz) worden onverzekerde verzekeringsplichtigen actief opgespoord. Die opsporing vindt plaats door het Zorginstituut Nederland (ZiNL) in samenwerking met de Sociale Verzekeringsbank (SVB). Bij niet nakomen van de verzekeringsplicht kan tot twee keer een bestuursrechtelijke boete worden opgelegd. Inning van de bestuurlijke boetes vindt plaats door het Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB). De uitvoeringskosten van het ZiNL, de SVB en het CJIB worden door VWS betaald. De raming voor het jaar 2016 is lager dan voor het jaar 2015 vanwege de genomen maatregelen gericht op het voorkomen dat niet-verzekeringsplichtigen onnodig het traject van de Wet Ovoz instromen.

Op grond van de wanbetalersregeling in de Zvw worden wanbetalers die geen premie betalen bij een premieachterstand van zes maanden overgedragen aan het ZiNL. Via onder andere bronheffing betalen zij verplicht een bestuursrechtelijke premie die op dit moment 130% van de standaard premie bedraagt. De uitvoeringskosten van het ZiNL worden door VWS betaald. Van de bestuursrechtelijke premie die wanbetalers betalen vloeit 23% naar de ontvangsten op de VWS-begroting ter dekking van de kosten van de uitvoering. De overige ontvangsten vloeien in het Zorgverzekeringsfonds.

Sinds eind april 2015 ligt het wetsvoorstel Wet verbetering wanbetalersmaatregelen ter behandeling in de Eerste Kamer (EK 33 683, nr. A). Dit wetsvoorstel heeft tot doel verbeteringen te realiseren in de uitvoering van de wanbetalersregeling. De effecten van het wetsvoorstel op het aantal wanbetalers zijn niet verwerkt in de raming voor het jaar 2016, vanwege de onduidelijkheid over het moment waarop het wetsvoorstel in werking zal treden. De raming is gebaseerd op de stijgende trend die al enkele jaren is waar te nemen in het aantal wanbetalers.

Kengetallen onverzekerden en wanbetalers Zorgverzekeringswet
 

2013

2014

2015

Raming 2016

Aantal onverzekerden bij het Zorginstituut Nederland

20.300

28.000

29.500

27.500

Aantal wanbetalers bij het Zorginstituut Nederland

316.000

341.000

339.000

349.000

Bron: maandrapportage Zorginstituut Nederland.

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

Zorginstituut Nederland: Doorlichten pakket

In het regeerakkoord Rutte-Asscher II is afgesproken dat het Zorginstituut Nederland (ZiNL) jaarlijks een deel van het verzekerd pakket zal doorlichten (stringent pakketbeheer/systematische doorlichting pakket). Hiervoor wordt aan het ZiNL aanvullend budget beschikbaar gesteld ten behoeve van de uitbreiding van personele capaciteit en onderzoek. Voor 2016 is een budget van € 15,1 miljoen beschikbaar.

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

VenJ: Bijdrage C2000

VWS draagt 4,8% bij aan de exploitatiekosten van het digitale communicatiesysteem voor de hulpverleningsdiensten, C2000. Daarmee is het aandeel van de ambulancezorg gedekt. Deze uitgaven bedragen voor 2016 € 4,1 miljoen.

Ontvangsten

Wanbetalers

De ontvangsten als gevolg van de aan wanbetalers opgelegde bestuursrechterlijke premie worden met ingang van 2012 voor 30/130ste deel toegevoegd aan de begroting van VWS, waaruit de uitvoeringskosten worden gefinancierd. Voor 2016 worden de ontvangsten geraamd op € 59,9 miljoen.

Beleidsartikel 3 Langdurige zorg en ondersteuning

1. Algemene doelstelling

Een stelsel voor maatschappelijke ondersteuning en langdurige zorg dat ieder mens in staat stelt om zijn leven zo lang mogelijk zelf in te vullen en – wanneer dit nodig is – om thuis of in een instelling kwalitatief goede ondersteuning en zorg te krijgen. Daarbij worden ondersteuning en zorg aangeboden aansluitend op informele vormen van hulp. De complexiteit van de zorgvraag, de kwetsbaarheid van de burger en de mogelijkheden van zijn informele netwerk staan centraal. Er wordt gestreefd naar welbevinden en een afname van de afhankelijkheid van ondersteuning en zorg. Dit alles tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten.

In dit begrotingsartikel zijn de begrotingsuitgaven voor de langdurige zorg en maatschappelijke ondersteuning opgenomen.

De premie-uitgaven en -ontvangsten op het terrein van de langdurige zorg en ondersteuning komen aan bod in het hoofdstuk Financieel Beeld Zorg (FBZ).

2. Rol en verantwoordelijkheid Minister

De Minister is verantwoordelijk voor een goed en efficiënt werkend systeem van langdurige zorg en maatschappelijke ondersteuning in Nederland. Mensen die zorg en ondersteuning nodig hebben, dienen dit zoveel mogelijk thuis of in een instelling op maat en van een goede kwaliteit te krijgen.

Gemeenten dragen zorg voor de ondersteuning thuis via de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Het budget voor de Wmo 2015 wordt via de integratie-uitkering Sociaal domein aan gemeenten uitgekeerd. Daarnaast ontvangen gemeenten ook budget met betrekking op de Wmo 2015 via de integratie-uitkering Wmo/huishoudelijke verzorging, de decentralisatie-uitkeringen maatschappelijke opvang, vrouwenopvang en HHT (huishoudelijke hulp toelage), en de algemene uitkering van het gemeentefonds.

Voor mensen met een blijvende behoefte aan permanent toezicht en die 24 uur per dag zorg in de nabijheid nodig hebben, is zorg vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz) beschikbaar. Zorgkantoren sluiten namens Wlz-uitvoerders overeenkomsten met zorgaanbieders voor het leveren van verzekerde zorg. Het kan onder andere gaan om verblijf in een instelling, persoonlijke verzorging en verpleging en/of geneeskundige zorg in natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget.

Voorts is de Minister verantwoordelijk voor:

Stimuleren:

  • De Minister stimuleert vernieuwing in de langdurige zorg en maatschappelijk ondersteuning en jaagt deze aan. Vernieuwing wordt hoofdzakelijk door burgers, cliëntenorganisaties, gemeenten, zorg- en welzijnsaanbieders en zorgverzekeraars vormgegeven.

  • De Minister stimuleert de ontwikkeling en brede verspreiding van kennis, waaronder goede voorbeelden en innovaties op het gebied van langdurige zorg en maatschappelijke ondersteuning en initiatieven om de kwaliteit en het innoverend vermogen van de zorg en de ondersteuning te versterken.

Financieren:

  • De Minister draagt zorg voor het financieren van de Wlz en de Wmo 2015.

  • De Minister is (mede)financier door onder meer de rijksbijdrage in de kosten van kortingen (BIKK) in de Wlz en door het financieren van partijen die een belangrijke rol vervullen binnen het stelsel, zoals het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) en Centrum voor Consultatie en Expertise (CCE).

Regisseren:

  • De Minister stelt de wettelijke kaders van de Wmo 2015 en de Wlz vast en stuurt voorts door het maken van bestuurlijke afspraken.

  • De Minister is verantwoordelijk voor het monitoren en evalueren van de uitwerking van de Wmo 2015 en de Wlz.

3. Beleidswijzigingen

Voor 2016 blijft de focus liggen op een goede afwikkeling van de transitie. Een specifiek aandachtspunt hierbij is dat het overgangsrecht voor veel cliënten met een AWBZ-indicatie eind 2015 beëindigd is. Het is van belang dat deze mensen kunnen (blijven) rekenen op passende zorg en ondersteuning.

Daarnaast wordt in 2016 ingezet op de vernieuwing van de (langdurige) zorg en ondersteuning. In de vernieuwingsbrief «zorg en ondersteuning dichtbij huis» (TK 34 104, nr. 55), het plan Waardigheid en Trots, liefdevolle zorg voor onze ouderen» (TK 31 765, nr. 124) en in de vernieuwingsagenda Wlz die in het najaar van 2015 zal worden verzonden, wordt een aantal thema’s benoemd waar vernieuwing nodig en wenselijk is en – in veel gevallen – ook al in gang is gezet. Deze praktijkvernieuwing heeft als oogmerk om zorg en ondersteuning op een doelmatige en verantwoorde wijze dichter bij mensen te organiseren en deze beter te laten aansluiten bij individuele wensen en behoeften. Dit omvat onder meer een verandering in de manier waarop burgers worden betrokken en diensten worden aangeboden, gericht op het versterken van het potentieel van mensen. Kernbegrippen zijn kwaliteit, zelfredzaamheid, eigen regie, evenals waardigheid en trots van de cliënt, zijn sociale omgeving en de betrokken zorgverleners. Dit is primair een taak voor burgers, cliëntenorganisaties, gemeenten, zorg- en welzijnsaanbieders, professionals, zorgkantoren/Wlz-uitvoerders en verzekeraars. Met het vernieuwde stelsel hebben deze partijen meer ruimte gekregen voor innovaties. De rijksoverheid zal de vernieuwing faciliteren en aanjagen waar nodig en wenselijk.

Andere beleidswijzigingen voor 2016:

  • De transitie naar een betere aansluiting van het huidige aanbod en de vraag om langer zelfstandig te wonen met nieuwe zorgarrangementen, zal meerdere jaren beslaan. Zoals aangekondigd in de Voortgangsrapportage Transitieagenda Langer zelfstandig wonen van 1 juli 2015 (TK 32 847, nr. 182) zijn in 2016 in alle regio’s of gemeenten afspraken gemaakt tussen gemeenten, woningcorporaties en zorgaanbieders over het aantal geschikte woningen en de te leveren zorg en ondersteuning om mensen langer thuis te kunnen laten wonen. De beschikbare informatie van de mogelijkheden om langer thuis te wonen en de kosten voor de burgers wordt duidelijk ontsloten en zorgt voor een heldere boodschap richting burgers over het langer zelfstandig wonen.

  • De informele zorg wordt in 2016 verder versterkt, wordt indien nodig tijdig verlicht en is verbonden met de formele zorg. Om mantelzorg vol te kunnen houden, biedt iedere gemeente verlichting als dat nodig is. Gemeenten betrekken mantelzorgers bij het onderzoek naar de ondersteuningvraag van de cliënt en bieden integrale ondersteuning.

  • Naar verwachting wordt het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap begin 2016 geratificeerd. Het proces voor nadere implementatie van het Verdrag wordt in 2016 in gang gezet. De ambitie van het Verdrag is dat iedereen, mensen met of zonder een beperking, volwaardig kan deelnemen aan de samenleving.

  • Voor mensen met dementie en hun mantelzorger worden in 2016 aanvullende maatregelen genomen om hun kwaliteit van leven te verbeteren.

  • Voor zowel het verbeteren van de kwaliteit van verzorgingshuizen als de gehandicaptensector geldt een plan van aanpak waarin de relatie tussen de cliënt, zijn naaste en de professional centraal staat. Daar waar een maatregel een meerjarenaanpak betreft, is deze vertaald in concrete tussenresultaten, zodat kan worden gestuurd op de voortgang.

  • In vervolg op de al genomen maatregelen om het werkgelegenheidsverlies als gevolg van de Hervorming Langdurige Zorg (HLZ) zoveel mogelijk te beperken zal 2016 – net als in 2015 – worden benut om samen met de sector een op de toekomst gerichte werkagenda voor huishoudelijke hulp en een code voor verantwoord marktgedrag op te stellen.

  • In 2016 zullen de eerste resultaten van het Nationaal Programma Palliatieve Zorg (NPPZ) beschikbaar komen. Zo zullen de eerste projecten in het ZonMw-programma «Palliantie. Meer dan zorg» van start gaan en een kennissynthese worden opgeleverd. In 2016 zal ook de voortgang op de NPPZ-doelstellingen voor 2020 voor het eerst in kaart worden gebracht.

  • In 2016 zal tevens de nadruk blijven liggen en geïnvesteerd worden in het versterken van burger- en cliëntregie (onder andere right to challenge), een vermindering van de administratieve lasten voor burgers en instellingen en het verbeteren van de informatie aan cliënten en de informatie-uitwisseling tussen de verschillende ketenpartners.

4. Tabel budgettaire gevolgen van beleid
Begrotingsuitgaven (bedragen x € 1.000)
 

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Verplichtingen

4.479.923

3.636.902

3.643.306

3.805.766

4.004.867

4.221.449

4.450.188

               

Uitgaven

4.560.102

3.634.712

3.644.801

3.807.261

4.004.867

4.221.449

4.450.188

Waarvan juridisch verplicht (%)

   

98%

       
               

1. Participatie en zelfredzaamheid van mensen met beperkingen

188.367

125.605

88.899

87.558

86.472

86.472

86.472

               

Subsidies

34.667

34.828

22.629

21.991

21.986

21.986

21.986

waarvan onder andere:

             

Movisie

8.198

8.198

7.198

7.198

7.198

7.198

7.198

Transitie en transformatie

0

3.882

1.135

0

0

0

0

Wmo-werkplaatsen

0

2.605

2.600

2.600

0

0

0

Ondersteuning vrijwilligers

0

700

1.400

1.400

700

0

0

Vilans (In voor mantelzorg)

0

2.379

0

0

0

0

0

Mezzo

3.200

3.200

3.200

3.200

3.200

3.200

3.200

Siriz (opvang specifieke groepen)

0

1.517

1.517

1.517

1.517

1.517

1.517

Aanpak Laaggeletterdheid

0

0

2.000

2.000

2.000

0

0

               

Bekostiging

0

432

0

0

0

0

0

               

Inkomensoverdrachten

87.555

21.500

0

0

0

0

0

Mantelzorgcompliment

87.555

21.500

0

0

0

0

0

               

Opdrachten

63.376

67.332

66.270

65.567

64.486

64.486

64.486

waarvan onder andere:

Bovenregionaal gehandicaptenvervoer

59.648

60.654

60.654

60.652

60.650

60.650

60.650

Evaluatie Wmo 2015

280

1.150

980

0

0

0

0

Categorale opvang slachtoffers mensenhandel

0

1.700

1.700

1.700

0

0

0

               

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

2.769

1.513

0

0

0

0

0

SVB: uitvoering Regeling maatschappelijke ondersteuning

2.769

1.513

0

0

0

0

0

               

2. Zorgdragen voor langdurige zorg tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten

4.371.735

3.509.107

3.555.902

3.719.703

3.918.395

4.134.977

4.363.716

               

Subsidies

229.472

85.326

82.613

75.009

71.823

73.005

74.744

waarvan onder andere:

             

Centrum Indicatiestelling Zorg

122.180

0

0

0

0

0

0

Compensatieregeling pgb-trekkingsrechten

0

2.000

18.000

0

0

0

0

Vilans

5.315

5.154

4.686

4.686

4.686

4.686

4.686

Centrum Consultatie en Expertise (CCE)

10.767

11.256

11.142

10.951

10.782

10.685

10.685

InVoorZorg! (IVZ)

30.205

27.181

9.642

0

0

0

0

Joodse en Indische instellingen

0

2.594

2.504

2.415

2.265

2.115

1.888

Subsidieregeling palliatieve zorg

15.551

15.551

15.551

15.551

15.551

15.551

15.551

Subsidies netwerken palliatieve zorg

3.484

3.480

3.480

3.480

3.480

3.480

3.480

Kwaliteitsverbetering palliatieve zorg

1.942

2.271

2.416

2.291

2.281

2.281

2.281

Dementie

0

2.000

3.000

3.000

3.000

3.000

2.000

Transitie HLZ

6.055

6.016

4.722

0

0

0

0

Bureau mentorschap

513

513

513

230

230

230

230

Bekostiging

4.136.300

3.250.000

3.365.700

3.549.000

3.752.100

3.966.800

4.193.800

Bijdrage in de kosten van kortingen (BIKK)

4.136.300

3.250.000

3.365.700

3.549.000

3.752.100

3.966.800

4.193.800

               

Opdrachten

3.260

9.030

12.859

17.014

18.842

19.542

19.542

waarvan onder andere:

Informatievoorziening zorg en ondersteuning

1.441

1.979

1.670

1.669

1.669

1.669

1.669

Transitie HLZ

485

1.722

2.350

0

0

0

0

               

Bijdragen aan agentschappen

2.703

2.735

2.600

2.550

2.500

2.500

2.500

CIBG: Opdrachtgeverschap

2.703

2.735

2.600

2.550

2.500

2.500

2.500

               

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

0

162.016

92.130

76.130

73.130

73.130

73.130

waarvan onder andere:

             

Uitvoeringskosten SVB pgb trekkingsrechten

0

74.713

23.400

8.400

5.700

5.700

5.700

Centrum Indicatiestelling Zorg

0

87.272

68.707

65.707

65.407

65.407

65.407

ZiNL: iWlz

0

0

0

2.000

2.000

2.000

2.000

               

Ontvangsten

9.404

3.441

3.441

3.441

3.441

3.441

3.441

Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten-Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.

Budgetflexibiliteit

Subsidies

Van het beschikbare budget van circa € 105,2 miljoen is 98% juridisch verplicht. Dit betreft zowel instellingsubsidies die jaarlijks worden verleend als projectsubsidies die meerjarig kunnen zijn.

Bekostiging

Van het beschikbare budget van circa € 3,4 miljard is 100% juridisch verplicht. Het betreft de bijdrage in de kosten van kortingen (BIKK).

Opdrachten

Van het beschikbare budget van circa € 79,1 miljoen is 80% reeds juridisch verplicht. Het betreft met name bovenregionaal gehandicaptenvervoer ad € 60,7 miljoen.

Bijdrage aan agentschappen

Van het beschikbare budget ad € 2,6 miljoen is 100% reeds juridisch verplicht. Het betreft betalingen aan het CIBG.

Bijdrage aan ZBO’s/RWT’s

Van het beschikbare budget circa € 92,1 miljoen is 100% reeds juridisch verplicht. Het betreft onder andere de uitvoeringskosten voor het persoongebonden budget.

5. Toelichting op de instrumenten
1. Participatie en zelfredzaamheid van mensen met beperkingen

Kengetal: De participatie van mensen met een lichamelijke beperking, lichte of matige verstandelijke beperking, ouderen (≥ 65 jaar) en de algemene bevolking in 2014 (percentages)

Kengetal: De participatie van mensen met een lichamelijke beperking, lichte of matige verstandelijke beperking, ouderen (≥ 65 jaar) en de algemene bevolking in 2014 (percentages)

* < 65 jaar. Bij mensen met een verstandelijke beperking gaat het om (on)betaald werk, zowel 65-plus als 65-min.

Bron: Participatiemonitor 2015, NIVEL

Bovenstaand kengetal is afkomstig uit de Participatiemonitor 2015 van het NIVEL (met gegevens tot en met 2014). Het belangrijkste doel van de Participatiemonitor is het beschrijven van ontwikkelingen in de wijze en mate van maatschappelijke participatie van mensen met een lichamelijke of verstandelijke beperking, ouderen (65+) en de algemene bevolking in Nederland. Daarnaast is de monitor ook bedoeld om beter zicht te krijgen op factoren die de participatie kunnen bevorderen dan wel belemmeren en op het verband tussen participatie en kwaliteit van leven. De Participatiemonitor wordt om de twee jaar uitgebracht.

Subsidies

Movisie

Het kennisinstituut Movisie ontvangt in 2016 circa € 7,2 miljoen subsidie voor het verzamelen, verrijken, valideren en verspreiden van kennis voor de ondersteuning van gemeenten en instellingen ten behoeve van een adequate uitvoering van de Wmo 2015 en aanpalende terreinen. Rondom de vernieuwing van de landelijke kennisinfrastructuur zal in 2016 toegewerkt worden naar een kennissysteem dat gericht is op kennisvragen vanuit de praktijk, waarbij gemeenten meer invloed krijgen op de inhoud van de kennisagenda en de programmering van de kennisinstituten. Tevens wordt de programmering van de kennisinstituten beter op elkaar afgestemd, zoals aangegeven in de Tweede voortgangsrapportage HLZ van 25 juni 2015 (TK 34 104, nr. 63).

Wmo-werkplaatsen

In 2016 worden de 14 Wmo-werkplaatsen voor € 2,6 miljoen gesubsidieerd. Dit zijn regionale samenwerkingsverbanden van hogescholen en lectoraten, gemeenten en zorg- en welzijnsinstellingen, gericht op praktijkonderzoek en deskundigheidsbevordering op het terrein van maatschappelijke ondersteuning. In 2015 zijn naast de hogescholen 121 gemeenten en 280 zorg- en welzijnsinstellingen betrokken bij de Wmo-werkplaatsen. Zij dragen voor tweederde deel bij aan de voor het samenwerkingsverband benodigde middelen. De Wmo-werkplaatsen zijn door de wisselwerking tussen onderzoek, onderwijs en praktijk een succesvolle formule om kennis te ontwikkelen, toe te passen en te implementeren. Het naar gemeenten gedecentraliseerde stelsel zal in de praktijk steeds meer integraal en interdisciplinair vorm krijgen en niet uitsluitend passen binnen de kaders van de Wmo 2015. De werkplaatsen zullen zich daarom de komende jaren doorontwikkelen tot werkplaatsen die op het bredere sociale domein actief zijn. Zij kunnen daarmee voldoen aan regionale kennisvragen, maar staan uiteraard ook in verbinding met de landelijke kennisinfrastructuur.

Ondersteuning vrijwilligers

In 2016 wordt een impuls gegeven aan de versterking van de ondersteuning van vrijwilligers op lokaal niveau (€ 1,4 miljoen, amendement Dik-Faber en Van der Staaij TK 34 000-XVI, nr. 38). Dit gebeurt in een programma van drie jaar, onder de vlag van de Vereniging Nederlandse Organisatie Vrijwilligerswerk (NOV) en het Landelijk Overleg Vrijwilligers in de Zorg (LOVZ).

Vilans (In voor mantelzorg)

In de eerste maanden van 2016 vindt de afronding van het programma «In voor mantelzorg» plaats, waarin de deelnemende zorgorganisaties werken aan het bestendigen van een beter samenspel tussen formele en informele zorg.

Mezzo

Mezzo ontvangt in 2016 instellingssubsidie vanwege hun kennis en activiteiten gericht op het versterken en verlichten van mantelzorgers en vrijwilligers (€ 3,2 miljoen).

Siriz

Voor een impuls voor de hulp aan onbedoeld zwangeren en tienermoeders ontvangt Siriz in totaal een subsidie van € 1,5 miljoen. Uitgangspunt hierbij is dat de expertise op dit gebied wordt behouden en verder kan worden uitgedragen. Deze impuls is een gevolg van het amendement Van der Staaij c.s. (TK 33 750-XVI, nr. 17).

Aanpak laaggeletterdheid

Het actieprogramma «Tel mee met taal» is een integrale aanpak van de ministeries OCW, SZW en VWS om in periode 2016–2018 gezamenlijk taalachterstanden te voorkomen, het lezen te bevorderen en laaggeletterdheid te bestrijden. Het programma biedt ondersteuning aan gemeenten, provincies en maatschappelijke organisaties. VWS participeert in het programma omdat laaggeletterdheid een negatief effect heeft op welzijn en gezondheid. Het gezamenlijke jaarlijkse budget is € 18 miljoen, waarvan € 2 miljoen van VWS.

Opdrachten

Bovenregionaal gehandicaptenvervoer (BRV)

Mensen met een mobiliteitsbeperking kunnen gebruik maken van het bovenregionaal sociaalrecreatief vervoer (ook bekend als Valys) per (deel)taxi (circa € 60,7 miljoen in 2016).

Over het geheel genomen geven de pashouders het reizen met het BRV een hoog waarderingscijfer (zie onderstaande tabel).

Valys-indexcijfers

Valys-indexcijfers

Bron & toelichting

Bron: Tevredenheidsonderzoek Valys, november 2014, Jes marketing en onderzoek.

pkb = persoonlijk kilometer budget

Het BRV is vraagafhankelijk vervoer, dit betekent dat factoren zoals de toegankelijkheid van het lokale openbaar vervoer, het weer of de gezondheid van de pashouders invloed kunnen hebben op het aantal verreden kilometers.

2. Zorgdragen langdurige zorg tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten

Subsidies

Vilans

Vilans is het kenniscentrum voor de langdurige zorg. Vilans werkt aan de beschikbaarheid van een kennisinfrastructuur voor professionals in de langdurige zorg. Het doel is om op basis van kennis de kwaliteit van de uitvoering te verbeteren (€ 4,7 miljoen).

Stichting Centrum Consultatie en Expertise (CCE)

De stichting CCE ontvangt subsidie voor diverse activiteiten rond het hanteerbaar maken van probleemsituaties bij cliënten in de langdurige zorg die kampen met ernstige en aanhoudende gedragsproblemen. Zo mobiliseert het CCE in dit kader expertise en ondersteuning op maat via een netwerk van circa 600 velddeskundigen (consultatiefunctie inclusief signalering en feedback) en toetst het CCE aanvragen voor diverse toeslagen (toeslag reguliere meerzorg, meerzorg pgb-ZZP en extramurale interventies Kinderdienstencentra). CCE ontvangt hiervoor een subsidie (€ 11,1 miljoen).

InVoorZorg! (IVZ)

In 2009 is «InVoorZorg!» vormgegeven om zorgaanbieders te helpen met het invoeren van bestaande vernieuwingen.

Joodse en Indische instellingen

Een aantal Joodse en Indische instellingen ontving, in aanvulling op de reguliere bekostiging, budgettoeslagen in verband met de specifieke problematiek van de eerste generatie Joodse en Indische oorlogsgetroffenen van de Tweede Wereldoorlog. Vanwege de veranderingen in de bekostiging in de Zvw en AWBZ konden deze toeslagen vanaf 1 januari 2015 niet meer via de NZa worden verstrekt. Gezien de bijzondere solidariteit met deze doelgroepen zijn de toeslagen omgezet in een subsidie, waarbij sprake is van een afbouw in de komende 10 jaar.

Palliatieve zorg

De Rijksoverheid verstrekt vanuit de subsidieregeling Vrijwillige Palliatieve Zorg instellingssubsidies aan organisaties voor vrijwillige palliatieve zorg (€ 15,6 miljoen). Het gaat hierbij om een exploitatiecomponent en, voor wat betreft palliatieve terminale zorg in een bijna-thuis-huis en in een high-care hospice, tevens om een huisvestingscomponent. Daarnaast is vanuit de subsidies netwerken palliatieve zorg een bijdrage mogelijk voor de coördinatie van de netwerken palliatieve zorg (€ 3,5 miljoen).

Ten slotte wordt via ondersteuning van de instellingen Agora, Vrijwillige Palliatieve Terminale Zorg (VPTZ), Fibula (netwerken) en Stichting Pal gezorgd dat de verbinding met het veld aanwezig blijft om projecten voor kwaliteitsverbetering uit te voeren.

Nationale programma’s via ZonMw

Via ZonMw (zie artikel 4) verstrekt de rijksoverheid een subsidie voor het Nationaal programma ouderenzorg, waarmee belangrijke verbeteringen in de zorg en ondersteuning voor kwetsbare ouderen worden gerealiseerd. In het Nationaal Programma Ouderenzorg zijn sinds 2008 vele nieuwe interventies ontwikkeld en wetenschappelijk onderzocht. Hiermee kunnen belangrijke – door ouderen gewenste – verbeteringen in de zorg en ondersteuning voor kwetsbare ouderen worden gerealiseerd. Het komende jaar staat in het teken van de implementatie. Er is via ZonMw in totaal € 10 miljoen subsidie beschikbaar voor 2015, 2016 en een deel van 2017 om, met betrokkenheid van de regionale netwerken ouderenzorg, de implementatie te versnellen. Het digitale platform «Beteroud.nl» faciliteert voor alle mensen die hieraan meewerken of anders betrokken zijn de uitwisseling van kennis en ervaring en de discussie over (verdere) verbeteringen.

Ook worden subsidies verstrekt voor Gewoon Bijzonder, nationaal programma gehandicapten, waarmee wordt gewerkt aan de inhoud en de structuur van het kennisbeleid in deze sector en voor het Nationaal Programma Palliatieve Zorg dat in 2015 van start is gegaan.

Op 22 juni 2015 is de aftrap gegeven voor het nationaal programma gehandicapten Gewoon Bijzonder (looptijd 8 jaar; uitvoerder ZonMw). In 2016 zal met name ingezet worden op het ontwikkelen van kennis, het verspreiden en implementeren van bestaande kennis op de werkvloer en in de opleidingen. De komende tijd zal worden bezien waar het traject Verbeteren Kwaliteit Gehandicaptenzorg en het nationaal programma Gewoon Bijzonder elkaar kunnen versterken.

Dementie

De aanvullende maatregelen voor deze doelgroep zijn aangekondigd in de brief «Samenleven met dementie» die op 8 juli 2015 aan de Tweede Kamer is aangeboden (TK 25 424, nr. 281).

Er is gekozen voor een brede benadering die bestaat uit verschillende pijlers: (1) dementievriendelijke samenleving; (2) netwerken rondom de mensen met dementie en de mantelzorger; (3) structureel verbeteren en (4) (regel)ruimte voor dementiezorg.

De maatregelen bestaan uit het stimuleren van:

  • de dementievriendelijke samenleving door steun aan het programma «Dementievrienden» in het kader van het Deltaplan Dementie en activiteiten op advies van de Werkgroep vanuit Dementie Bekeken;

  • een verbetertraject, langs de lijnen van de Zorgstandaard Dementie, voor tijdige, passende en continue zorg en ondersteuning;

  • de herziening van de Zorgstandaard Dementie;

  • de begeleiding bij experimenten met zorg en ondersteuning over domeinen heen;

  • de «Monitor woonvormen dementie» van het Trimbos-instituut;

  • de «Dementie verhalenbank» van de stichting Dementie verhalenbank.

Het budget voor deze maatregelen is in 2015 in totaal € 2 miljoen. Voor de periode 2016–2020 is het totale budget € 9 miljoen voor het programma «Dementievrienden» en € 5 miljoen voor de overige maatregelen.

Bureau mentorschap

Het past binnen de visie op de langdurige zorg dat de stem van de cliënt wordt gehoord. Wanneer een cliënt niet zelf van zich kan laten horen, dan heeft hij iemand nodig om voor zijn belang op te komen. Een mentor is één van de personen die deze rol kan vervullen. In 2016 bedraagt de subsidie € 0,5 miljoen. De gelden zijn bedoeld voor het uitvoeren van landelijke en regionale activiteiten rond het werven en ondersteunen van de (vrijwillige) mentoren.

Subsidies en opdrachten

Transitie HLZ

Begin 2014 hebben de NPCF, Ieder(in) en andere partijen met VWS afspraken gemaakt om de HLZ-transitie te begeleiden, zie ook de brief Transitie hervorming langdurige zorg van 28 maart 2014 (TK 30 597, nr. 428). Onderdeel van deze afspraken was dat de NPCF en Ieder(in) de effecten van de transitie voor cliënten monitoren en burgers helpen hun weg te vinden in de nieuwe situatie. Afgesproken is dat zowel NPCF als Ieder(in) hiervoor € 1,6 miljoen per jaar ontvangen. Daarnaast worden de transitiemiddelen ingezet voor de beleidsevaluatie HLZ die wordt uitgevoerd door het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). Het doel van de beleidsevaluatie is te bepalen in hoeverre de ontwikkelingen in de gewenste richting gaan. In de evaluatie staan twee onderzoeksvragen centraal: «In hoeverre worden, voor potentiële gebruikers en voor het wettelijk systeem, de doelen van de hervorming langdurige zorg en de betreffende wetten en maatregelen behaald?» en «In hoeverre houdt het doelbereik verband met de uitvoering van de betreffende wetten en maatregelen en met de vrijwillige inzet van burgers? Welke andere factoren spelen een rol? Zijn er (on)gewenste neveneffecten?». De evaluatie is vóór 1 januari 2018 gereed en wordt aangeboden aan de Tweede Kamer. In totaal is hiervoor (inclusief opdrachten Transitie HLZ en de evaluatie van de Wmo 2015) circa € 8,1 miljoen beschikbaar in 2016.

Bekostiging

Bijdrage in kosten van kortingen (BIKK)

De BIKK is een rijksbijdrage die is ingesteld bij de invoering van het nieuwe belastingstelsel in 2001 en wordt ingezet om de lagere premieopbrengst als gevolg van de grondslagverkleining van de Wlz te compenseren.

Opdrachten

Informatievoorziening zorg en ondersteuning

De rol van VWS op het terrein van informatievoorziening zorg en ondersteuning (IZO) is beperkter geworden. In 2016 ligt de focus meer op informatiebeleid en het formuleren van ambities, dan op informatievoorziening. Waar dat past bij de regierol van VWS, zal een aantal activiteiten worden gecoördineerd en afstemmingsoverleggen worden gefaciliteerd. Ook is er aandacht voor het versterken van de opdrachtgeversrol op het terrein van ICT. Doel is onder meer het formuleren van gezamenlijke ambities, bevorderen van de standaardisering van gegevensuitwisseling en vereenvoudiging en modernisering van de informatievoorziening. Dit in samenwerking met de diverse (keten)partners.

Bijdragen aan agentschappen

CIBG: Opdrachtgeverschap

Aanvankelijk werd beoogd af te zien van toelating van zorginstellingen, maar inmiddels is aan de Tweede Kamer toegezegd dat de WTZi wordt aangepast om scherper toezicht op kwaliteit te houden. Daarbij zal een meldplicht onder voorwaarden voor alle nieuwe zorgaanbieders worden geïntroduceerd, die plaatsvindt bij het CIBG.

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

Uitvoeringskosten SVB pgb trekkingsrechten

Voor de Wmo 2015, de Jeugdwet en de Wlz is vanaf 2015 sprake van trekkingsrechten voor het persoonsgebonden budget, waarbij betaling aan de zorgaanbieder door de Sociale Verzekeringsbank (SVB) wordt verzorgd. Met de gemeenten is de afspraak gemaakt dat gemeenten zelf de integrale uitvoeringskosten voor de Wmo 2015 en de Jeugdwet bekostigen. Na afronding van de hersteloperatie zal door de SVB een herziene raming van de uitvoeringkosten in 2016 worden gemaakt.

Centrum Indicatiestelling Zorg

Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzorgt de onafhankelijke en regelgebonden indicatiestelling voor de Wlz. De transitie als gevolg van de herziening langdurige zorg en consolidatie van de nieuwe werkwijze zal in 2016 worden afgerond. De transitie leidt in eerste instantie tot extra (frictie)kosten. Op termijn zullen de kosten dalen door beperking van de doelgroep van de Wlz. De precieze effecten hiervan op de meerjarenbegroting worden de komende periode in beeld gebracht.

ZiNL: iWlz

Vanaf 1 januari 2015 werken ketenpartners binnen de Wlz met de iWlz 1.0-berichtenstandaard. Dit is een uniforme systematiek waarmee indicatieorganen, zorgkantoren en zorgaanbieders elektronisch informatie over cliënten kunnen uitwisselen. Het Zorginstituut Nederland (ZiNL) draagt zorg voor de specificaties van iWlz, de standaarden en de bedrijfsregels en begeleidt de implementatie. Daarvoor ontvangt het ZiNL een bijdrage van VWS. De bijdrage 2016 is reeds overgeboekt naar het ZiNL.

Beleidsartikel 4 Zorgbreed beleid

1. Algemene doelstelling

Het scheppen van randvoorwaarden om het zorgstelsel te laten werken zodat de kwaliteit, de toegankelijkheid en de betaalbaarheid van de zorg voor de burger is gewaarborgd.

2. Rol en verantwoordelijkheid Minister

De Minister bevordert de werking van het stelsel door partijen in staat te stellen hun rol te spelen en door belemmeringen weg te nemen die een goede werking van het stelsel in de weg staan.

Daar waar publieke belangen in het geding zijn die niet voldoende door (partijen in) het stelsel behartigd kunnen worden, bevordert de Minister dat deze belangen worden behartigd.

Stimuleren:

  • dat verzekerden, waaronder patiënten, een stevige positie innemen in het zorgstelsel, ondermeer door goed samenwerkende patiënten- en gehandicaptenorganisaties;

  • van kwalitatief goede en veilige zorgverlening met keuzevrijheid voor consumenten;

  • van transparantie over kwaliteit en kosten van zorg;

  • van een logische beroepenstructuur die aansluit op de huidige en toekomstige zorg- en ondersteuningsvraag;

  • van beschikbaarheid van voldoende gekwalificeerd zorgpersoneel door kwalitatief goede en samenhangende opleidingen;

  • van innovaties in de zorg en de ontwikkeling en toepassing van ontwikkelde kennis;

  • van betrokken partijen om het aanbod van (jeugd)zorg in Caribisch Nederland te verbeteren. Wat de zorg betreft conform de aanbevelingen van de Commissie Goedgedrag en wat jeugd betreft conform de bestuurlijke afspraken uit 2009.

  • van initiatieven om onrechtmatigheden in de zorg zoveel mogelijk te voorkomen.

Financieren:

  • van patiënten- en gehandicaptenorganisaties om de belangen van verzekerden, waaronder patiënten in het systeem te behartigen en hen goed te infomeren;

  • van ZBO’s (CAK, NZa, ZiNL, CBZ, CSZ) om hun wettelijke verantwoordelijkheid in het zorgstelsel invulling te kunnen geven;

  • van agentschappen (CIBG, RIVM) om hun taken in het zorgstelsel uit te voeren;

  • van veldpartijen middels een subsidie om informatie over de kwaliteit van het zorgaanbod snel te ontsluiten voor patiënten;

  • van instrumenten om personeel in de zorg goed op te leiden en bij te scholen (Stagefonds, kwaliteitsimpuls ziekenhuispersoneel);

  • van zorg en welzijn in Caribisch Nederland.

Regisseren:

  • van een stevige positie van de patiënt in het zorgstelsel door wet- en regelgeving en toepassing en handhaving daarvan, zoals de Wet BIG;

  • dat alle betrokken partijen in de zorg in staat zijn hun verantwoordelijkheid in het zorgstelsel waar te maken;

  • van goed bestuur in de zorg en het toezicht daarop;

  • van de dialoog tussen veldpartijen, gericht op de toekomstige (arbeidsmarkt-)uitdagingen en de (arbeidsmarkt-)gevolgen van de transities;

  • door het ontwikkelen van een wettelijk kader voor de taken van NZa, ZiNL en andere organisaties;

  • van verlagen van regeldruk in de zorg;

  • van het tot stand komen van een passend aanbod van (jeugd)zorg in Caribisch Nederland;

  • van de totstandkoming, implementatie en monitoring van een ketenaanpak voor preventie, toezicht, opsporing en vervolging op het gebied van fraude, oneigenlijk gebruik en onrechtmatig declareren in de zorg.

3. Beleidswijzigingen

Positie cliënt

De regering wil met het wetsvoorstel kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) verbeteringen doorvoeren in de regeling van kwaliteit van zorg en in de regeling van behandeling van klachten en geschillen. Als het voorstel (TK 32 402) door de Eerste Kamer is goedgekeurd, zal deze in 2016 in werking treden en worden geïmplementeerd.

Het beleidskader voor subsidiëring patiënten- en gehandicaptenorganisaties wordt dit jaar geëvalueerd. De evaluatie is gecombineerd met de beleidsdoorlichting van dit artikelonderdeel. De verwachting is dat deze ook dit jaar zal worden afgerond. De (mogelijke) effecten en voornemens zullen hun beslag krijgen in de periode na 2016.

Kwaliteit, transparantie en kennisontwikkeling

Met de brief «Kwaliteit loont» (TK 31 765, nr. 116) zijn maatregelen aangekondigd om langs de weg van kwaliteitsverbetering een besparing op de zorgkosten te realiseren. Voor deze maatregelen zijn extra (structurele) middelen beschikbaar gesteld.

Acties in het kader van het jaar van de transparantie (TK 32 620, nr. 149) worden ook in 2016 en verder voortgezet.

Ook wordt er een extra inspanning gedaan om de bureaucratie in de zorg terug te dringen. Dit om in de hele zorgsector te komen tot een betekenisvolle en merkbare vermindering van de ervaren regeldruk, zodat er meer ruimte komt voor de zorgprofessional. De aanpak krijgt onder andere vorm door domeinoverstijgende zorgaanbieders te ondersteunen om regelarme werkwijzen in de praktijk te brengen en met de Kafka-methodiek de ervaren regeldruk op individueel niveau te onderzoeken en problemen, waar mogelijk, op te lossen.

Inrichten uitvoeringsactiviteiten

Om de taken die door intermediaire organisaties voor VWS worden uitgevoerd doelmatiger te organiseren zijn taakoverhevelingen in gang gezet. Vanuit het Zorginstituut Nederland zullen per 1 januari 2016 de vier burgerregelingen (wanbetalers-, onverzekerden-, gemoedsbezwaarden – en de buitenlandregeling (inclusief het Nationaal contactpunt)) en de uitvoering van de compensatieregeling voor zorg aan onverzekerbare vreemdelingen worden overgeheveld naar het CAK.

De aanbevelingen uit de evaluatie Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) en NZa worden verder uitgewerkt. In samenhang met de adviezen van de commissie Borstlap naar het intern functioneren van de NZa wordt de positionering van de taken van de NZa bezien (TK 25 268, nr. 87). Met de in voorbereiding zijnde aanpassing van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), die uitgaat van stapsgewijze deregulering, zal de NZa duidelijker worden gepositioneerd, zodat deze als een robuuste en onafhankelijke autoriteit kan functioneren. De fusietoets en het instrument van de aanmerkelijke marktmacht, die nu nog bij de NZa liggen, zullen overgaan naar de Autoriteit Consument en Markt (ACM). Het bestaande loket bij de NZa waar mogelijke overtredingen kunnen worden gemeld, wordt klantvriendelijker gemaakt en uitgebreid. Naast de wijziging in de taken van de NZa worden ook maatregelen genomen om de interne organisatie te versterken. De NZa voert zelf verbeterplannen uit op het gebied van personeelsbeleid, integriteit en informatievoorziening en informatiebeveiliging.

Opleidingen beroepenstructuur en arbeidsmarkt

In 2016 zal de commissie Innovatie, Zorgberoepen en Opleidingen van het Zorginstituut als vervolg op het advies over de veranderende zorgvraag in 2016 advies uitbrengen over een passend opleidingscontinuüm. Met het traject Zorgpact wordt een impuls gegeven aan de samenwerking tussen overheid, onderwijs- en zorginstellingen om het huidige en toekomstige personeel optimaal voor te bereiden op de eisen die nu en in de toekomst aan de zorg worden gesteld.

Het regionaal arbeidsmarktbeleid wordt geïntensiveerd en er wordt in nauw overleg met de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid bekeken hoe de gevolgen voor verschillende groepen werknemers in de zorg en ondersteuning op een verantwoorde manier kunnen worden opgevangen. Denk bijvoorbeeld aan de sectorplannen zorg en de huishoudelijke hulp toelage.

Verbeteren van het zorgaanbod Caribisch Nederland

Het in mei 2014 uitgebrachte advies van de Werkgroep Zorg Caribisch Nederland is volledig overgenomen. Op basis van de aanbevelingen van de werkgroep wordt de verdere verbetering van het zorgaanbod ter hand genomen in de komende jaren. Dat houdt in dat in de periode 2014–2020 de zorg in Caribisch Nederland verder zal worden verbeterd richting een voor Europees Nederland aanvaardbaar niveau. Het gaat hierbij om het realiseren van een goed functionerend, duurzaam stelsel van zorg, dat voor alle rechthebbenden in gelijke mate toegankelijk is.

Besluit uitoefenen medisch beroep BES

Sinds 1 januari 2015 is het Besluit uitoefenen medisch beroep BES van kracht. De bevoegdheidsbesluiten voor arts, tandarts, verloskundige en of apotheker op Bonaire, Sint Eustatius en Saba stellen Nederlandse/Europese opleidingseisen. Het streven is om iedereen in 2020 op het niveau van die bevoegdheidsbesluiten te hebben. In 2016 wordt een nieuwe uitvoeringsrichtlijn bij het Besluit uitoefenen medisch beroep BES van kracht en zal de ontheffingverlening van het verbod op medische beroepsarbeid in Caribisch Nederland verder worden geprofessionaliseerd en door het CIBG worden uitgevoerd. Voor de huisartsen zal een intensief bijscholingsprogramma worden aangeboden met een looptijd van vier jaar.

Jeugdzorg in Caribisch Nederland

De focus voor de jeugd ligt op het bieden van goede basisvoorzieningen en het voortzetten van de verbeteringen die de laatste jaren in dit kader zijn bereikt. Voorbeelden zijn de verbetering van de jeugdgezondheidszorg, het bieden van opvoedingsondersteuning, het versterken van seksuele educatie, het verbeteren van de gezinsvoogdij en een sluitende aanpak van kindermishandeling.

In 2015 is gestart met een beleidsdoorlichting van de (jeugd)zorg in Caribisch Nederland. Begin 2016 zal deze doorlichting worden opgeleverd.

Voorkomen oneigenlijk gebruik en aanpak fraude

Een verdere verbetering van rechtmatigheid in de zorg vraagt een integrale aanpak waarin elke partij in de keten zijn verantwoordelijkheid neemt. Aan de hand van onder meer het programmaplan Rechtmatige Zorg, dat op 27 maart 2015 naar de Tweede Kamer is gezonden (TK 28 828, nr. 89), wordt ingezet op het verder voorkomen en aanpakken van onrechtmatigheden in de zorg die ten laste komen van de voor de zorg bestemde middelen.

4. Tabel budgettaire gevolgen van beleid
Begrotingsuitgaven (bedragen x € 1.000)
 

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Verplichtingen

715.427

958.775

829.432

802.748

812.754

844.930

870.484

               

Uitgaven

697.803

895.016

871.197

878.441

862.756

872.275

870.484

Waarvan juridisch verplicht (%)

   

94%

       
               

1. Positie cliënt

26.045

25.485

23.383

24.482

24.458

24.458

24.458

               

Subsidies

21.501

19.017

20.002

20.258

20.313

20.313

20.313

waarvan onder andere:

             

Patiënten- en gehandicaptenorganisaties

21.080

18.589

19.730

20.258

20.313

20.313

20.313

               

Opdrachten

3.678

5.268

3.289

4.224

4.145

4.145

4.145

waarvan onder andere:

             

Ondersteuning cliëntorganisaties

3.139

3.144

3.144

4.000

4.000

4.000

4.000

               

Bijdragen aan agentschappen

866

1.200

92

0

0

0

0

waarvan onder andere:

             

CIBG: Landelijk Meldpunt Zorg

366

1.000

0

0

0

0

0

               

2. Opleidingen, beroepenstructuur en arbeidsmarkt

253.067

396.723

430.131

433.771

428.484

431.182

431.246

               

Subsidies

242.099

376.260

414.954

418.712

411.825

413.836

413.835

waarvan onder andere:

             

Kwaliteitsimpuls personeel ziekenhuiszorg

48.353

185.334

191.433

196.452

190.078

190.198

190.199

Stageplaatsen zorg / Stagefonds

110.400

110.433

112.022

112.020

112.019

112.021

112.021

Publieke Gezondheidszorgopleidingen

16.054

19.821

20.615

20.615

20.614

20.614

20.613

Vaccinatie stageplaatsen zorg

3.869

4.680

4.700

4.700

4.700

4.700

4.700

Opleiding tot verpleegkundig specialist/physician assistant

20.718

15.998

38.197

38.194

38.191

38.192

38.192

Opleidingsplaatsen jeugd ggz

0

659

1.501

1.501

1.501

1.501

1.501

Regionaal arbeidsmarktbeleid

7.813

7.500

8.500

8.500

8.500

8.500

8.500

Innovatie, beroepen en opleidingen (o.a. ziekenhuisarts)

0

0

8.312

6.487

5.057

5.000

5.000

Arbeidsomstandigheden (o.a. veilig werken in de zorg)

0

0

3.474

2.000

2.000

2.000

2.000

               

Opdrachten

2.649

9.967

8.653

8.719

8.718

9.405

9.470

Arbeidsmarktonderzoek

0

0

1.250

2.300

2.300

2.300

2.300

Celsus

0

0

550

570

590

0

0

               

Bijdragen aan agentschappen

8.319

10.495

6.521

6.337

6.264

6.264

6.264

waarvan onder andere:

             

CIBG: Bijdrage voor onder andere UZI-register, BIG-register en SVB-Z

8.319

10.495

6.521

6.337

6.264

6.264

6.264

               

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

0

1

3

3

1.677

1.677

1.677

Zorginstituut Nederland: sectie Zorgberoepen en opleidingen

0

1

3

3

1.677

1.677

1.677

               

3. Kwaliteit, transparantie en kennisontwikkeling

109.189

132.734

124.782

129.099

118.537

123.122

118.236

               

Subsidies

5.287

10.903

10.636

10.527

10.002

9.874

9.874

waarvan onder andere:

             

Nivel

5.187

5.903

5.636

5.527

5.002

4.874

4.874

Jaar van de transparantie

0

5.000

5.000

5.000

5.000

5.000

5.000

               

Opdrachten

60

150

344

344

344

344

344

               

Bijdragen aan agentschappen

2.099

3.879

3.791

3.791

3.791

3.791

3.791

waarvan onder andere:

             

CIBG: toelating nieuwe zorgaanbieders

0

500

500

500

500

500

500

CIBG: Landelijk register Zorgaanbieders

0

2.192

1.411

1.411

1.411

1.411

1.411

CIBG: Jaardocument Maatschappelijke Verantwoording

845

750

800

800

800

800

800

               

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

101.743

117.802

110.011

114.437

104.400

109.113

104.227

ZonMw: programmering

101.743

117.802

110.011

114.437

104.400

109.113

104.227

               

4. Inrichten uitvoeringsactiviteiten

220.856

230.405

180.401

176.349

174.030

173.155

173.156

               

Subsidies

426

80

26

1

1

1

1

Uitvoering Wtcg

426

80

26

1

1

1

1

               

Opdrachten

4.411

2.593

202

127

127

127

127

waarvan onder andere:

             

TNO centrum Zorg en Bouw

3.507

2.367

0

0

0

0

0

Uitvoering Wtcg

169

123

102

27

27

27

27

               

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

216.019

226.732

178.173

173.721

171.402

170.527

170.528

CAK

102.156

99.459

69.870

69.667

69.209

69.209

69.209

NZa

47.120

55.023

55.969

53.827

53.673

53.097

53.097

Zorginstituut Nederland

62.928

68.479

48.503

46.401

44.698

44.398

44.399

CBZ

892

900

899

898

897

898

898

CSZ

2.923

2.871

2.932

2.928

2.925

2.925

2.925

               

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

0

1.000

2.000

2.500

2.500

2.500

2.500

EZ: ACM

0

1.000

2.000

2.500

2.500

2.500

2.500

               

5. Zorg, welzijn en jeugdzorg op Caribisch Nederland

87.895

107.052

109.018

112.008

115.047

118.158

121.188

               

Subsidies

21

0

0

0

0

0

0

               

Bekostiging

87.874

107.052

109.018

112.008

115.047

118.158

121.188

Zorg en welzijn

86.265

107.052

109.018

112.008

115.047

118.158

121.188

               

6. Voorkomen oneigenlijk gebruik en aanpak fraude

748

2.617

3.482

2.732

2.200

2.200

2.200

               

Subsidies

494

868

300

0

0

0

0

               

Opdrachten

254

1.749

3.182

2.732

2.200

2.200

2.200

               

Ontvangsten

32.300

4.858

4.858

4.858

4.858

4.858

4.858

Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten-Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.

Budgetflexibiliteit

Subsidies

Van het beschikbare budget 2016 ad € 445,9 miljoen is 94% juridisch verplicht. Het betreft de subsidies aan patiënten- en gehandicaptenorganisaties, subsidies opleidingen, beroepen en arbeidsmarktbeleid, een subsidie aan Nivel, subsidie voor de uitvoering van de Wtcg en voor de fraudeaanpak.

Bekostiging

Van het beschikbare budget 2016 ad € 109 miljoen is 98% juridisch verplicht. Het betreft de bekostiging van de zorg, welzijn en jeugdzorg van Caribisch Nederland.

Opdrachten

Van het beschikbare budget 2016 ad € 15,7 miljoen is 77% juridisch verplicht. Het betreft onder andere opdrachten gericht op de ondersteuning van cliëntenorganisaties, arbeidsmarktonderzoek, opdrachten aan Celsus (de academie voor betaalbare zorg), uitvoering van de Wtcg en opdrachten gericht op de fraudeaanpak.

Bijdragen aan agentschappen

Van het beschikbare budget 2016 ad € 10,4 miljoen is 93% juridisch verplicht. Het betreft onder andere bijdragen aan het CIBG ten behoeve van werkzaamheden in verband met het beheer van een aantal registers en het Landelijk Meldpunt Zorg (LMZ).

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

Van het beschikbare budget 2016 ad € 288,2 miljoen is 95% juridisch verplicht. Het betreft de bijdragen aan het Zorginstituut Nederland, NZa, CAK, CBZ, CSZ en ZonMw.

5. Toelichting op de instrumenten
1. Positie cliënt

Subsidies

Patiënten- en gehandicaptenorganisaties

Er worden subsidies verstrekt aan patiënten- en gehandicaptenorganisaties, zodat kennis en ervaringen van cliënten zelf optimaal benut worden voor goede zorg en ondersteuning (€ 19,7 miljoen in 2016). Doel is het op collectief niveau inbrengen van cliëntenervaringen en het cliëntperspectief voor beter beleid, zorg en ondersteuning. Daarnaast kunnen patiënten en gehandicapten hun ervaringsdeskundigheid uitwisselen, zodat zij hun eigen leven met ziekte of beperking zo goed mogelijk kunnen inrichten en de zorg ontvangen die het beste bij hun behoeften past.

Opdrachten

Ondersteuning cliëntenorganisaties

Met PGO-support (een onafhankelijke netwerkorganisatie die versterking en ondersteuning biedt aan patiënten- en gehandicaptenorganisaties) is een overeenkomst gesloten voor de ondersteuning van de cliëntenorganisaties bij het opstellen van subsidieaanvragen en het inbrengen van het cliëntenperspectief. Deze overeenkomst loopt tot en met 2016 (€ 3,1 miljoen in 2016).

Bijdrage aan agentschappen

CIBG: Landelijk Meldpunt Zorg (LMZ)

Er wordt een bijdrage verleend voor het Landelijk Meldpunt Zorg dat vooralsnog is ondergebracht bij het CIBG. Bij dit meldpunt kunnen burgers terecht voor advies en begeleiding en het zal ook toezicht houden op de klachtenafhandeling door zorgaanbieders (€ 1,4 miljoen in 2016, geraamd bij de IGZ op artikel 10).

2. Opleidingen, Beroepenstructuur en Arbeidsmarkt

Subsidies

Kwaliteitsimpuls personeel ziekenhuiszorg

Om ziekenhuizen en UMC’s te stimuleren zo veel mogelijk medewerkers de mogelijkheid te bieden zich verder te ontwikkelen, kunnen zij sinds 2014 een subsidie aanvragen. Het beschikbare budget voor UMC’s is verhoogd met € 37 miljoen per jaar structureel. Dit betreft een overheveling van premiegefinancierde middelen die waren gereserveerd voor de UMC’s als gevolg van het inhouden van de ILO als onderdeel van de afspraken uit het Zorgakkoord. Er is bovendien een bedrag van € 37 miljoen vrijgemaakt dat in gelijke delen wordt toegevoegd aan de subsidieregeling in de jaren 2015–2017, waarmee het bedrag in die jaren wordt opgehoogd tot € 49,8 miljoen per jaar; de facto blijft daarmee de gehele opbrengst van het vervroegen van de ILO-korting beschikbaar voor de UMC’s.

In 2016 is voor de totale kwaliteitsimpuls € 191,4 miljoen beschikbaar.

Stageplaatsen zorg/Stagefonds

Om de instroom van voldoende gekwalificeerd personeel te waarborgen is de zorg voor opleidingen van belang. Het Stagefonds is één van de instrumenten die VWS inzet om de kwaliteit en toegankelijkheid van zorgopleidingen te verbeteren. In 2016 en verder wordt het Stagefonds voortgezet met een budget van € 112 miljoen. De subsidieregeling wordt uitgebreid en is vanaf 2016 ook van toepassing op tandartsassistenten en apothekersassistenten. Hiertoe is het subsidieplafond verhoogd met € 1,6 miljoen per jaar vanaf 2016.

Publieke Gezondheidszorgopleidingen

Per 1 oktober 2012 is de Subsidieregeling opleidingen publieke gezondheidszorg 2013–2017 in werking getreden. Op grond van deze regeling kan een instellingssubsidie worden verstrekt aan opleidingsinrichtingen die een opleiding tot arts maatschappij en gezondheid voor de profielen infectieziektebestrijding, jeugdgezondheidszorg, medische milieukunde of tuberculosebestrijding verzorgen. In 2016 is hiervoor € 20,6 miljoen beschikbaar.

Vaccinatie stageplaatsen zorg

De Subsidieregeling vaccinatie stageplaatsen zorg (€ 4,7 miljoen in 2016) draagt eraan bij dat stagiaires voorafgaand aan hun stage gevaccineerd zijn tegen hepatitis B. Dit komt ten goede aan de volksgezondheid en voorkomt studieuitval of -vertraging.

Opleiding tot verpleegkundig specialist/physician assistant

Zorgverleners moeten daar ingezet worden waar ze het beste tot hun recht komen. Nieuwe beroepsbeoefenaren (verpleegkundig specialisten en physician assistants) worden speciaal opgeleid om eenvoudige en routinematige taken van de huisarts of de specialist over te nemen. Er komen meer opleidingsplaatsen voor deze nieuwe beroepen. Voor 2016 is hiervoor een bedrag van € 38,2 miljoen beschikbaar.

Opleidingsplaatsen jeugd GGZ

Met de inwerkingtreding van de Jeugdwet op 1 januari 2015 wordt de geestelijke gezondheidszorg voor jongeren tot 18 jaar (jeugd-ggz) niet langer vanuit de Zorgverzekeringswet (Zvw) gefinancierd. De bekostiging van de jeugd-ggz valt vanaf dat moment onder de verantwoordelijkheid van de gemeenten, waarmee de opleidingsplekken niet langer in aanmerking komen voor de beschikbaarheidsbijdrage medische vervolgopleidingen. Om instellingen die niet langer zorg verlenen uit hoofde van de Zvw alsnog in aanmerking te laten komen voor bekostiging van opleidingsplaatsen is er vanaf 2015 een Subsidieregeling opleidingen in een jeugd-ggz-instelling 2015–2017. Hierin zijn de regels vastgelegd voor de verstrekking van subsidies voor opleidingsplaatsen voor de opleiding tot gezondheidszorg psycholoog, psychiater, psychotherapeut en klinisch psycholoog in een (ggz-)instelling die zich uitsluitend richt op de kinder- en jeugdpsychiatrie. In 2016 is hiervoor € 1,5 miljoen beschikbaar.

Regionaal arbeidsmarktbeleid

Om de noodzakelijke omslag in denken en werken in de zorg daadwerkelijk vorm te geven is op regionaal niveau een goede dialoog tussen zorginkopers, zorgaanbieders en cliënten noodzakelijk. Regionale samenwerking tussen aanbieders uit verschillende branches en sectoren is bovendien van groot belang om te kunnen anticiperen op de arbeidsmarktopgave die voortkomt uit deze nieuwe organisatie van de zorg. Via Regioplus, de koepel van regionale werkverbanden in zorg en welzijn, wordt in 2016 een subsidie van € 8,5 miljoen beschikbaar gesteld. Met deze subsidie wordt in elke regio gewerkt aan een viertal programmalijnen, te weten strategisch arbeidsmarktbeleid, werven met beleid, duurzame inzetbaarheid en kwalificeren voor zorg en welzijn. Vanuit deze regionale arbeidsmarktinfrastructuur wordt ook een aanzienlijke bijdrage geleverd aan bijvoorbeeld de uitvoering van de sectorplannen, waarmee meer dan 80.000 scholingstrajecten in gang zijn gezet. Mede vanwege die extra inzet en de grote veranderopgave, is het jaarlijks beschikbare bedrag vanaf 2016 verhoogd van € 7,5 miljoen naar € 8,5 miljoen.

Innovatie beroepen en opleidingen (o.a. ziekenhuisarts)

De omslag in de zorg en ondersteuning vraagt ook een beroepencontinuüm dat mee verandert. Aanpassing van de bestaande beroepen en het opzetten van nieuwe zorgberoepen is daarom continu noodzakelijk. De ziekenhuisarts is een voorbeeld van dit laatste. Er is behoefte aan meer generalistisch opgeleide artsen. De lopende subsidie is verstrekt om te onderzoeken of de ziekenhuisarts de gewenste invulling geeft aan deze behoefte. Navenant dienen de zorgopleidingen hierop te worden aangepast, een verantwoordelijkheid die vooral door opleidings- en beroepsorganisaties wordt opgepakt in samenspraak met werkgevers. Hiervoor is in 2016 € 8,3 miljoen beschikbaar.

Arbeidsomstandigheden (o.a. veilig werken in de zorg)

Om meer zorginstellingen verder te stimuleren beter beleid te voeren ter bestrijding van agressie tegen hun medewerkers wordt in 2016 het Actieplan Veilig Werken in de Zorg voortgezet (€ 3,5 miljoen). Dit gebeurt onder andere via een subsidie aan het Centrum voor Arbeidsverhoudingen Overheidspersoneel.

Opdrachten

Arbeidsmarktonderzoek

De beschikbaarheid van betrouwbare arbeidsmarktinformatie is een noodzakelijke voorwaarde voor een goed functionerende arbeidsmarkt. Hiertoe wordt geïnvesteerd in eenduidige en voor iedereen toegankelijke arbeidsmarktinformatie via onder andere het onderzoeksprogramma Arbeidsmarkt Zorg en Welzijn, waaraan ook de sociale partners in zorg en welzijn een belangrijke bijdrage leveren. Hiervoor is in 2016 € 1,3 miljoen gereserveerd. De arbeidsmarktinformatie uit het onderzoeksprogramma is beschikbaar via de recent vernieuwde website www.azwinfo.nl.

Celsus

Om een kennisprogramma te ontwikkelen dat het vraagstuk van stijgende zorguitgaven in al zijn aspecten in kaart brengt en verbindingen tussen academische en beleidsmatige kennis en ervaring te verbeteren is, samen met IQ Health Care – Radboud Universiteit Nijmegen, Celsus, academie voor betaalbare zorg opgericht. Hiervoor is € 2,7 miljoen beschikbaar in de jaren 2012–2017, waarvan € 0,6 miljoen beschikbaar is in 2016. Celsus kent zowel langlopend onderzoek (door verschillende promovendi) als kortdurend (beleids)onderzoek, biedt opleidingen aan, verbindt onderzoekers en beleidsmakers en verspreidt kennis over dit onderwerp.

Bijdragen aan agentschappen

CIBG: Bijdrage voor onder andere UZI-register, BIG-register en SBV-Z

Het CIBG is als registerautoriteit verantwoordelijk voor het beheer van het BIG-register. In het BIG- register kunnen zowel Nederlands als buitenlands gediplomeerde zorgverleners zich registreren. De buitenlands gediplomeerden die in de Nederlandse gezondheidszorg willen werken moeten – voor zover zij niet vallen onder de automatische erkenning van diploma’s op grond van de Europese regelgeving – een aanvraag indienen voor een verklaring van vakbekwaamheid of voor een erkenning van de opleidingstitel(s) of de beroepskwalificatie. Voor de procedure van buitenlands gediplomeerden ontvangt het CIBG een financiële bijdrage.

De Sectorale Berichten Voorziening in de Zorg (SBV-Z) van het CIBG is een betrouwbare bron voor het leveren van burgerservicenummers (BSN’s) aan de zorgsector.

Het UZI-register (Unieke Zorgverlener Identificatie register) van het CIBG verstrekt UZI-passen aan zorgaanbieder en indicatieorganen waarmee unieke identificatie van zorgaanbieders en indicatieorganen in de zorg mogelijk wordt gemaakt.

In de Wet Normering Topinkomens (WNT) is in artikel 5 het toezicht en de handhaving geregeld. Voor de zorg is het toezicht en de handhaving ondergebracht bij het CIBG. In totaal is voor al deze taken in 2016 € 6,5 miljoen gereserveerd.

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

Zorginstituut Nederland: sectie Zorgberoepen en Opleidingen

Op 10 april 2015 is het rapport «Naar nieuwe zorg en zorgberoepen: de contouren» uitgebracht over de verandering in zorgvraag en wat dit betekent voor de zorg. Het vervolgadvies van de Commissie Innovatie Zorgberoepen & Opleidingen over het opleidingscontinuüm dat daarbij past, volgt naar verwachting in het voorjaar van 2016. De middelen voor 2016 en 2017 (€ 1 miljoen per jaar) staan op onderdeel 4 (Inrichting uitvoeringsactiviteiten) van dit artikel geraamd.

3. Kwaliteit, transparantie en kennisontwikkeling

Subsidies

Nivel

Voor onderzoek naar de effectiviteit en de kwaliteit van de gezondheidszorg in Nederland en (de relatie tussen) de verschillende partijen in de zorg wordt subsidie verleend (€ 5,6 miljoen in 2016) aan het Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg (Nivel). Het Nivel ontwikkelt en beheert hiertoe databases, panels en monitors.

Jaar van de transparantie

Het Kwaliteitsinstituut heeft de rol van regisseur in het kader van het jaar van de transparantie (TK 32 620, nr. 149) en beoordeelt voorgenomen acties van veldpartijen. Voor de subsidiëring aan de veldpartijen zijn met de brief «Kwaliteit loont» (TK 31 765, nr. 116) middelen beschikbaar gesteld (€ 5 miljoen in 2016).

Bijdragen aan agentschappen

CIBG: verbetering toetsing bij toelating nieuwe aanbieders

Nieuwe zorginstellingen moeten aan de kwaliteitseisen voldoen. Met de brief «Kwaliteit loont» (TK 31 765, nr. 116) zijn extra middelen beschikbaar gesteld voor de verbetering van de CIBG-toetsing bij toelating van nieuwe zorgaanbieders (€ 0,5 miljoen in 2016).

CIBG: Landelijk Register Zorgaanbieders

Het Landelijk Register Zorgaanbieders (LRZa) is een voorziening die, op basis van bestaande bronnen zoals het Handelsregister, het BIG-register en het AGB-register een zo compleet mogelijk beeld verstrekt van de zorgaanbieders en -verleners in Nederland. Aan het LRZa wordt kwaliteitsinformatie gekoppeld. Via het consumentenportaal van het Zorginstituut Nederland (ZiNL) worden de gegevens transparant gemaakt voor de cliënt. In 2015 zal het register verder worden ontwikkeld om de compleetheid en juistheid van de informatie te vergroten en bredere toepassing in het zorgdomein te onderzoeken (€ 1,4 miljoen in 2016).

CIBG: Jaardocument Maatschappelijke verantwoording

Via het Jaardocument Maatschappelijke Verantwoording verantwoorden zorgaanbieders zich jaarlijks over de geleverde (financiële) prestaties. Zij zijn verplicht om een aantal gegevens aan te leveren aan de hiervoor bedoelde database. Alle partijen die een rol spelen binnen het zorgstelsel hebben toegang tot deze uniforme, digitale informatie via www.jaarverslagenzorg.nl. Het CIBG ontvangt hiervoor een bijdrage van VWS (circa € 0,8 miljoen in 2016).

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

ZonMw: programmering

ZonMw is een intermediaire organisatie die op programmatische wijze projecten en onderzoek op het gebied van gezondheid, preventie en zorg laat uitvoeren. ZonMw bewaakt daarbij de kwaliteit, relevantie en samenhang. In onderstaande tabel zijn de activiteiten uitgesplitst naar de verschillende beleidsterreinen waarop de programma’s bij ZonMw betrekking hebben.

Overzichtstabel geraamde programma-uitgaven ZonMw 2016–2020
(Bedragen x € 1.000)
 

2016

2017

2018

2019

2020

Totaal ZonMw

110.011

114.437

104.400

109.113

104.227

Artikel 1 Volksgezondheid: onder andere Preventieprogramma en Infectieziektebestrijding

24.717

29.193

22.190

23.170

21.248

Artikel 2 Curatieve zorg: onder andere Doelmatigheidsprogramma, Goed Gebruik Geneesmiddelen, Topzorg en Citrienfonds

47.783

52.075

46.682

53.853

52.112

Artikel 3 Langdurige zorg en ondersteuning: onder andere Nationaal Programma Ouderenzorg, «Palliantie. Meer dan Zorg», Nationaal Programma Gehandicapten «Gewoon Bijzonder» en Ambient Assisted Living

23.541

20.733

22.657

20.796

17.926

Artikel 5 Jeugd: onder andere Academische Werkplaatsen Transformatie Jeugd, Versterking Uitvoeringspraktijk JGZ, Effectief Werken in de Jeugdsector en Richtlijnen Jeugdgezondheidszorg

9.411

9.140

10.156

9.045

10.394

Artikel 6 Sport en bewegen: onder andere Onderzoeksprogramma Sport en Sportimpuls

4.559

3.296

2.715

2.249

2.547

Op de andere begrotingsartikelen staan ook begrotingsposten op het gebied van Kennisontwikkeling en innovatie, bijvoorbeeld RIVM (artikel 1), Nivel (artikel 2), Vilans (artikel 3) en Movisie (artikel 3).

4. Inrichten uitvoeringsactiviteiten

Subsidies

Uitvoering Wtcg

Ten behoeve van de afwikkeling van de kosten van de Wtcg is een gering bedrag in de financiële tabel opgenomen.

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

CAK

Het CAK voert diverse wettelijke taken uit, te weten: de centrale betaling aan 3.500 instellingen voor langdurige zorg (namens de zorgverzekeraars) (Wlz); het innen van de eigen bijdrage voor Zorg met Verblijf (intramurale zorg) (Wlz) en de Zorg zonder Verblijf (extramurale zorg) (Wlz); het vaststellen, opleggen en innen van de eigen bijdrage maatschappelijke ondersteuning (Wmo 2015); het innen van de ouderbijdrage jeugdzorg (Jeugdwet); het verstrekken van de Schengenverklaringen; en het beheer van de website Regelhulp. Daarnaast is het CAK bezig met de afhandeling van de laatste werkzaamheden rond de afgeschafte Wtcg en CER.

Tot slot zal het CAK in 2016 verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de burgerregelingen wanbetalers, onverzekerden, gemoedsbezwaarden en de zogeheten buitenlandtaak, inclusief het Nationaal contactpunt. Ook de uitvoering van de regeling voor compensatie van verleende zorg aan onverzekerbare vreemdelingen wordt overgeheveld naar het CAK. Het wetsvoorstel «overheveling burgerregelingen» ligt thans voor in de Tweede Kamer. Het beschikbare budget in 2016 bedraagt € 69,9 miljoen.

NZa

De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) is belast met het markttoezicht specifiek voor de zorgsector en moet het algemeen consumentenbelang voorop stellen bij de uitoefening van haar taken. Die taken zijn tarieven en prestaties in de zorg reguleren, toezien op de rechtmatige uitvoering van de Zvw en op de recht- en doelmatige uitvoering van de Wlz, alsmede de naleving van de Wmg.

Voor de verbeterplannen naar aanleiding van de commissie-Borstlap zijn extra middelen beschikbaar gesteld (€ 2 miljoen in 2016). De NZa is verantwoordelijk voor de doorontwikkeling en het beheer van de DBC-systematiek. Het deel van DBC-O dat zich bezighoudt met publieke taken wordt geïntegreerd in de NZa. Er zijn extra middelen voor de transitie toegekend (€ 2,8 miljoen in 2016).

Voor activiteiten, inclusief het meldpunt, naar aanleiding van de brief «Kwaliteit loont» (TK 31 765, nr. 116) zijn eveneens extra middelen beschikbaar gesteld (€ 2 miljoen in 2016). Het beschikbare budget in 2016 bedraagt circa € 56 miljoen.

Zorginstituut Nederland

Het Zorginstituut Nederland adviseert over het verzekerde Zvw- en Wlz-pakket, stimuleert de verbetering van de kwaliteit van de gezondheidszorg in Nederland en zorgt er voor dat iedereen toegang heeft tot begrijpelijke en betrouwbare informatie over de kwaliteit van geleverde zorg (het Kwaliteitsinstituut). Daarnaast adviseert het Zorginstituut over de gewenste ontwikkeling van beroepen en opleidingen in de gezondheidszorg (de adviescommissie Innovatie Zorgberoepen & Opleidingen).

Tot slot is het Zorginstituut de fondsbeheerder van het Zorgverzekeringsfonds, het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten en het Fonds Langdurige Zorg en is uitvoerder van de financiering van zorgverzekeraars uit de fondsen (in het bijzonder de risicoverevening) en bevordert de rechtmatige en doelmatige uitvoering van de Wlz.

Het beschikbare budget bedraagt in 2016 circa € 48,5 miljoen. De budgettaire gevolgen van de taakoverhevelingen van het ZiNL naar het CAK worden bezien.

CBZ

De bouwregimes voor de curatieve en de langdurige zorg zijn per 1 januari 2008 respectievelijk 1 januari 2009 afgeschaft. Daarmee zijn de wettelijke taken van het College Bouw Zorginstellingen (CBZ) komen te vervallen. De formele opheffing van het CBZ per 1 januari 2016 wordt geregeld in de veegwet VWS 2015. De resterende wachtgeldverplichtingen aan ex-werknemers gaan over naar VWS. Hiervoor is € 0,9 miljoen gereserveerd.

CSZ

Het College Sanering Zorginstellingen (CSZ) voert onder andere de meldings- en goedkeuringsregeling voor de vervreemding van onroerende zaken uit. In 2016 is hiervoor € 2,9 miljoen gereserveerd. Het voornemen om het college als zelfstandig bestuurorgaan op te heffen en het overhevelen van de resterende taken naar de NZa wordt geregeld in een wijziging van de WTZi. Het wetsvoorstel daartoe wordt naar verwachting begin 2016 naar de Tweede Kamer gestuurd.

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

ACM

Het sectorspecifieke markttoezicht (de zorgfusietoets en het instrument van de Aanmerkelijke marktmacht, AMM) gaat over van de NZa naar de Autoriteit Consument en Markt. Voor deze bundeling van kennis is extra capaciteit op het gebied van de gezondheidszorg nodig. Met de brief «Kwaliteit loont» (TK 31 765, nr. 116) zijn hiervoor middelen beschikbaar gesteld (€ 2 miljoen in 2016).

5. Zorg, welzijn en jeugdzorg op Caribisch Nederland

Bekostiging

Zorg en Welzijn

Per 1 januari 2011 is er één zorgverzekering voor iedereen in Caribisch Nederland. Dat wil zeggen dat iedereen die legaal op Bonaire, Sint Eustatius en Saba woont en/of werkt is verzekerd van zorg. De totale geraamde kosten die naar verwachting in 2016 gemoeid zijn met de (jeugd)zorg op Caribisch Nederland bedragen circa € 109 miljoen. In 2016 is voor de jeugdzorg op Caribisch Nederland circa € 1,4 miljoen beschikbaar van de € 109 miljoen. De rest van de middelen voor de jeugdzorg, circa € 3,5 miljoen, worden verantwoord op artikel 10. Op alle drie eilanden is een Centrum voor Jeugd en Gezin.

6. Voorkomen oneigenlijk gebruik en aanpak fraude

Versterken van rechtmatigheid van de zorg

VWS zet in op het realiseren van de totstandkoming en monitoring van een ketenaanpak voor preventie, toezicht, opsporing en vervolging op het gebied van fraude, oneigenlijk gebruik en onrechtmatig declareren in de zorg. In het hiervoor genoemde programmaplan zijn doelstellingen en activiteiten opgenomen gerangschikt naar vier thema’s:

  • 1. Ketenbrede samenwerking

  • 2. Preventie

  • 3. Controle

  • 4. Handhaving

Subsidies

Door middel van subsidies wordt kennisontwikkeling gestimuleerd en worden initiatieven op het terrein van het versterken van rechtmatige zorg gefinancierd.

Opdrachten

Om een stimulerende en regisserende rol te vervullen wordt ingezet op een mix van verschillende instrumenten. Door middel van opdrachten kunnen ontwikkelingen worden gestimuleerd op het terrein van kennisontwikkeling en het aanjagen en versterken van initiatieven op het terrein van rechtmatige zorg, zoals de in het programmaplan beschreven aanpak op het gemeentelijk domein en het jaarlijks organiseren van een congres rechtmatige zorg.

In 2016 zetten we in op het verder versterken van het toezicht en de (strafrechtelijke) handhaving in de zorg. In overleg met de betrokken toezichthouders, opsporingdiensten en het OM wordt bepaald welke accenten we hierbij leggen en hoe de middelen worden verdeeld.

Beleidsartikel 5 Jeugd

1. Algemene doelstelling

Kinderen in Nederland groeien gezond en veilig op, ontwikkelen hun talenten en doen mee aan de samenleving.

2. Rol en verantwoordelijkheid Minister

Ouders/verzorgers zijn primair verantwoordelijk voor de opvoeding en verzorging van hun kinderen. Als ouders of het ondersteunende sociale netwerk hun rol niet kunnen vervullen, is er een taak weggelegd voor de overheid om jeugdigen met hulp op maat naar een zelfstandige toekomst te leiden. Kinderen die in hun ontwikkeling worden bedreigd, moeten passende hulp krijgen en indien nodig in bescherming worden genomen.

Met de invoering van de Jeugdwet op 1 januari 2015 zijn gemeenten bestuurlijk en financieel verantwoordelijk voor de ondersteuning, hulp en zorg van jeugdigen (jeugdhulp) die voorheen viel onder de Wet op de jeugdzorg, de Zorgverzekeringswet (jeugd-geestelijke gezondheidszorg) en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (zorg voor jeugdigen met een verstandelijke beperking). De Ministers van VWS en VenJ zijn systeemverantwoordelijk voor het gedecentraliseerde stelsel van jeugdhulp waaronder het wettelijk kader (de Jeugdwet).

De Minister is verantwoordelijk voor:

Stimuleren:

  • Stimuleren dat de kwaliteit en veiligheid in de jeugdhulp geborgd worden door verdere professionalisering en het stellen van kwaliteitseisen.

  • Bevorderen van een effectieve aanpak van kindermishandeling, onder andere door de uitvoering van de midterm review van het Actieplan aanpak kindermishandeling 2012–2016 «Kinderen veilig».

  • Het stimuleren van gemeenten om perspectief te bieden aan kwetsbare jongeren door verbetering van de samenhang in beleid en uitvoering tussen zorg, school en werk.

  • Een landelijke kennisinfrastructuur voor beleidsontwikkeling en -implementatie en zorgvernieuwing en hierbij gemeenten en het veld van jeugdhulp de ruimte geven om de eigen aanpak verder te ontwikkelen.

Financieren:

  • Financieren van de gemeenten via het Gemeentefonds (deelfonds sociaal domein) om hun verantwoordelijkheid voor jeugdhulp op grond van de Jeugdwet te financieren.

  • Uitvoeren van de Regeling vergoeding bijzondere transitiekosten Jeugdwet.

  • Uitvoeren van de Subsidieregeling schippersinternaten.

Regisseren:

  • Het wettelijk kader (Jeugdwet) dat regels bevat voor de inrichting van het systeem onder andere op het gebied van toegang, kwaliteit en beleidsinformatie.

  • Bestuurlijk overleg met de relevante actoren in het jeugdstelsel gericht op het realiseren van de maatschappelijke doelen van het jeugdstelsel.

  • De Inspectie Jeugdzorg (IJZ), de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) en Ministerie van Veiligheid en Justitie (VenJ) zijn verantwoordelijk voor het uitvoeren van onafhankelijk toezicht op de aanbieders van jeugdhulp.

  • Monitoren en evalueren van de werking van het jeugdstelsel. De Jeugdwet verplicht tot een evaluatie na 3 jaar.

3. Beleidswijzigingen

Vernieuwing jeugdstelsel

  • Met de Jeugdwet zijn gemeenten de eerst verantwoordelijke overheid voor preventie, jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering. Naast de transitie is in 2016 het vizier gericht op de inhoudelijke vernieuwing, de transformatie.

    In 2016 wordt uitwerking gegeven aan de thema’s van de Vernieuwingsagenda Jeugd 2015–2018. (TK 31 839, nr. 465). De vernieuwing krijgt lokaal en regionaal vorm onder regie van gemeenten in het samenspel met ouders, jeugdigen, jeugdprofessionals, aanbieders, scholen, justitiële en andere maatschappelijke organisaties. Het gaat ondermeer om inzet van preventie en eigen kracht, nieuwe toegang tot jeugdhulp, participatie van jeugdigen en ouders, integraal werken, samenwerking met jeugdgezondheidszorg en (passend) onderwijs, vernieuwing jeugdbescherming, zorgvernieuwing, regionale inkoop van specialistische jeugdhulp.

  • De vernieuwingen in het jeugdstelsel wordt samen met de VNG gemonitord om eventuele knelpunten tijdig in beeld te brengen en met extra ondersteuning passende oplossingen te bieden. Daarnaast stimuleert en faciliteert het Rijk de transformatie financieel (onder andere professionaliseringstraject en andere ondersteuningsprogramma’s) en met inzet van de landelijke kennisinfrastructuur (ZonMW-programma’s en Nederlands Jeugdinstituut (NJI)).

  • De in april 2014 gestarte Transitieautoriteit Jeugd (TAJ) zet in 2016 haar bemiddelende en adviserende werkzaamheden ten aanzien van gemeenten en jeugdhulpaanbieders voort.

Gepaste zorg

  • Kinderen moeten de zorg krijgen die ze nodig hebben zonder dat er sprake is van over- of onderbehandeling. Helder moet zijn wat de lange termijn effecten van medicatie zijn op de gezondheid van kinderen en wat de effectiviteit is van zorg/ondersteuning en medicatie zijn.

  • In 2016 wordt invulling gegeven aan het plan van aanpak waaronder de ketensamenwerking van de beroepsgroepen en de verbinding met het onderwijsveld. Daarnaast wordt verdere uitvoering gegeven aan de aanbevelingen uit het advies van de Gezondheidsraad over ADHD en de participatie van jongeren met psychische problemen (ADHD: medicatie en maatschappij, Gezondheidsraad 2014, publicatie nr 2014/19).

  • Nederland zal de participatie van jongeren met psychische problemen agenderen tijdens het voorzitterschap van de Europese Unie in de eerste helft van 2016 ondermeer door het organiseren van een internationaal symposium over adolescentenzorg en het uitwisselen van goede voorbeelden tussen de lidstaten.

Kinderen veilig

  • Met de Jeugdwet zijn gemeenten verantwoordelijk om te voorzien in maatregelen om kindermishandeling en huiselijk geweld te bestrijden en bij kindermishandeling een passend hulpaanbod te organiseren. Doel van de aanpak is voorkomen dat een kind mishandeld wordt, signaleren van kindermishandeling en seksueel misbruik, stoppen van de mishandeling en beperken van de schadelijke gevolgen van de mishandeling.

  • In 2016 geven Rijk en VNG een impuls aan de bestrijding van kindermishandeling met het ondersteunen van gemeenten met een op de praktijk gerichte aanpak. Dit gebeurt in samenwerking met de Taskforce kindermishandeling en seksueel misbruik. Onder aanvoering van het ondersteuningsprogramma Veilig Thuis van de VNG worden bijvoorbeeld de gemeenten Amsterdam, Arnhem, Dordrecht, Heerlen, Leeuwarden en Rotterdam gefaciliteerd om de door hen opgestelde verbeteragenda’s uit te voeren.

Professionalisering jeugdhulp

  • Met de Jeugdwet is beroepsregistratie in het Kwaliteitsregister Jeugd en in het al langer bestaande BIG-register geïntroduceerd als instrument om verantwoorde hulp te borgen in het brede jeugddomein (jeugdzorg, jeugd-ggz, gehandicaptenzorg, jeugdgezondheidszorg, welzijn en maatschappelijke dienstverlening).

  • In 2016 voeren branche- en beroepsorganisaties, cliëntenorganisaties en gemeenten met financiële steun van VWS (€ 13,4 miljoen voor een periode van vier jaar) gezamenlijk het werkprogramma professionalisering Jeugdhulp 2015–2018 uit. Belangrijke elementen in het werkprogramma zijn:

    • ontwikkelen, versterken en borgen gemeenschappelijke basis in het handelen van jeugdprofessionals;

    • stimuleren van een lerende sector waarbij veldpartijen gezamenlijk beoordelen hoe de kwaliteit van de beroepsbeoefenaar zich ontwikkelt en wat er nodig is om ontvankelijk te zijn voor veranderingen in de omgeving;

    • de te zetten stappen om te borgen dat alle professionals werkzaam in de jeugdhulp op een HBO- of WO-functie of hoger, ook geregistreerde professionals worden.