Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-201528140 nr. 88

28 140 Evaluatie orgaandonatie

Nr. 88 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 30 juni 2015

De Gezondheidsraad heeft op 10 juni jl. haar advies «Vaststellen van de dood bij postmortale orgaandonatie» gepubliceerd. Het advies heb ik bij deze brief gevoegd1.

De Wet op de Orgaandonatie (WOD) voorziet in wettelijke garanties voor een zorgvuldige aanpak van orgaandonatie en de waarborging van de rechten van de donor. Op grond van de WOD is de Gezondheidsraad belast met het opstellen, en periodiek bijstellen, van een hersendoodprotocol dat methoden en criteria geeft voor het vaststellen van de hersendood van een potentiële donor. Het huidige hersendoodprotocol is van kracht vanaf 2007.

Het afgelopen decennium is er een sterke toename geweest van het aandeel donoren bij wie de dood wordt vastgesteld op grond van circulatoire criteria: onomkeerbare stilstand van het hart en de bloedcirculatie. Terwijl zulke donoren inmiddels ruim de helft van het aantal postmortale donoren uitmaken, zijn er geen specifieke regels voor het vaststellen van de dood bij orgaandonatie op grond van circulatoire criteria. Het vaststellen van de dood vond in deze gevallen plaats op basis van bestaande protocollen en praktijkrichtlijnen. Mede naar aanleiding van een eerder advies van de Gezondheidsraad om te komen tot een specifiek protocol voor het vaststellen van de dood op grond van circulatoire criteria, heeft de toenmalige Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport de Gezondheidsraad gevraagd een protocol tot stand te brengen waarin deze criteria zijn opgenomen. Met dit advies is aan dat verzoek gevolg gegeven.

Daarnaast heeft de Gezondheidsraad het huidige hersendoodprotocol opnieuw bekeken en heeft het beoordeeld of deze nog voldeed aan de laatste stand van de wetenschap.

Het bijgevoegde advies van de GR bestaat uit volgende onderdelen:

  • 1. Een aangepast hersendoodprotocol waarmee de Gezondheidsraad invulling geeft aan de aan haar in artikel 15 van de WOD opgenomen verplichting om een hersendoodprotocol vast te stellen dat voldoet aan de laatste stand van de wetenschap.

  • 2. Een advies voor het vaststellen van een tweetal protocollen waarin de juiste wijze van handelen is geformuleerd bij het vaststellen van de dood op grond van circulatoire criteria.

  • 3. Een advies om de drie afzonderlijke protocollen onder te brengen in een gemeenschappelijk kader en hiertoe de WOD aan te passen.

Ik begrijp de behoefte om te komen tot een gemeenschappelijk kader dat kan dienen als een bindend richtsnoer voor het vaststellen van de dood bij de drie in de praktijk voorkomende vormen van postmortale orgaandonatie. De punten 2 en 3 van het advies van de Gezondheidsraad vragen echter nadere bestudering gelet op de complexiteit van het onderwerp. Met de Nederlandse Transplantatiestichting zal ik de consequenties van het GR advies voor de uitvoeringspraktijk nader bespreken. Daarnaast moet een eventuele aanpassing van de WOD worden voorbereid.

Ik wil hierop niet wachten om het hersendoodprotocol, conform het advies van de Gezondheidsraad, aan te passen en zo spoedig mogelijk in werking te laten treden. Hiervoor moet het Besluit hersendoodprotocol worden aangepast. Ik zal daarom het door de Gezondheidraad voorgestelde hersendoodprotocol door middel van een wijziging van het Besluit hersendoodprotocol opnemen in dat besluit.

Daarnaast zal ik u nog dit jaar informeren over mijn standpunt ten aanzien van het invoeren van de protocollen tot vaststelling van de dood op grond van circulatoire criteria.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E.I. Schippers


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl