Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-201531839 nr. 466

31 839 Jeugdzorg

Nr. 466 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARISSEN VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT EN VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 20 april 2015

Zoals aangekondigd in onze brief van 14 april jl. (Kamerstuk 31 839, nr. 465) over de eerste maanden van het gedecentraliseerde jeugdstelsel, informeren wij u met deze brief over het bijgevoegde rapport toegang tot jeugdhulp vanuit de wijkteams van het Samenwerkend Toezicht Jeugd1 en de rapportage van de Kinderombudsman2 over de toegang tot en kwaliteit van de jeugdhulp na decentralisatie. Daarnaast zijn ook de uitkomsten van de enquête van de VNG over jeugd en toegang in het sociaal domein3 beschikbaar gekomen.

Hoewel de onderzoeksopzet verschillend is, komen de belangrijkste bevindingen en aandachtspunten van deze rapportages overeen. Daarom hebben wij ervoor gekozen om u hierover in samenhang te informeren voor het Algemeen Overleg met uw Kamer op 22 april a.s.

Continuïteit van zorg

Volgens de Kinderombudsman is de zorgcontinuïteit voor kinderen die op 1 januari 2015 al in zorg waren gewaarborgd. Er zijn de Kinderombudsman in de eerste maanden van 2015 geen signalen ter ore gekomen van kinderen die in ernstige nood verkeerden en geen hulp kregen. Ook zijn jongeren en ouders positief over de kwaliteit van de jeugdhulp en over de jeugdhulpverleners. Dit is positief en sluit goed aan bij het beeld dat wij schetsen in onze brief van 14 april jl. Wij vinden dit een compliment aan de duizenden jeugdhulpprofessionals en mensen van gemeenten die daar zo hard aan hebben gewerkt de afgelopen periode en hieraan blijven werken.

Gemeentelijke toegang

Bij de uitvoering van het nieuwe jeugdstelsel hebben gemeenten sinds 1 januari 2015 de verantwoordelijkheid om de jeugdhulp voor jeugdigen, ouders en professionals herkenbaar en laagdrempelig te organiseren (Jeugdwet, artikel 2.5, eerste lid, onderdeel b). Gemeenten zorgen er voor dat jeugdigen en hun ouders goed terecht kunnen met vragen en zorgen over de opvoeding, ontwikkeling, geestelijke gezondheid of veiligheid van een kind, bij crisissituaties ook buiten kantooruren.

Het algemene beeld dat uit de rapportages naar voren komt is dat de gemeentelijke toegang is ingericht maar tegelijkertijd nog volop in ontwikkeling is.

Uit de rapportages komt een aantal ontwikkelpunten naar voren ten aanzien van de toegang bij nieuwe zorgvragers waarop wij nader zullen ingaan.

Herkenbaarheid en laagdrempeligheid

Zowel de Kinderombudsman als STJ geven aan dat het belangrijk is dat jeugdigen en gezinnen de toegang tot jeugdhulp weten te vinden. Maar ook dat ouders en jeugdigen in beeld komen bij medewerkers van de toegang (wijkteams/CJG etc) als ze zorg en ondersteuning nodig hebben. De informatievoorziening aan ouders en kinderen door gemeenten kan volgens de onderzoeken nog sterk verbeterd worden. Dit blijkt ook uit de cliëntenmonitor Jeugd en het rapport van de TAJ. Hierop zijn wij in onze brief van 14 april al ingegaan. De VNG heeft hiervoor aandacht gevraagd bij gemeenten en is in overleg met cliëntenorganisaties over hoe dit kan worden verbeterd. Ook de Staatssecretaris van VWS heeft deze maand in een brief aan alle wethouders WMO en Jeugd nogmaals het belang van goede informatievoorziening aan ouders en kinderen benadrukt.

Deskundigheid en kwaliteit

Ingevolge de Jeugdwet en het Uitvoeringsbesluit dienen professionals bij de toegang te beschikken over de juiste competenties en de benodigde bevoegdheden. Een van de kwaliteitseisen is dat het werk waar mogelijk wordt toebedeeld aan een geregistreerde professional (de wettelijke norm van verantwoorde werktoedeling). Daarnaast dient helder te zijn hoe de expertise en competenties van professionals op peil worden gehouden, hoe de triage plaatsvindt en hoe een check op de veiligheid van de jeugdige wordt gedaan. De organisatie van de toegang en de wijkteams vraagt dus om een brede deskundigheid van medewerkers.

Uit alle rapportages blijkt een grote diversiteit in werkwijze van medewerkers toegang. Zolang wijkteams nog zoekend zijn in het organiseren van hun werkwijze ontstaat volgens de Kinderombudsman een risico dat kinderen essentiële zorg niet krijgen.

Volgens STJ is het belangrijk dat medewerkers enerzijds hun expertise en kennis goed kunnen inzetten en anderzijds advies kunnen vragen aan anderen wanneer ze expertise en kennis missen. Inspecties zagen in hun onderzoek geregeld dat in teams deskundigheden op specifieke gebieden ontbraken (psychische/psychiatrische/ LVB problematiek etc). Het is belangrijk dat deze expertise aanwezig is bij (de medewerkers van) de toegang en dat – indien nodig – meer gespecialiseerde hulpverleners geconsulteerd kunnen worden. Belangrijk is dat wijkteammedewerkers moeten kunnen inschatten wanneer specialistische expertise nodig is. Anders ontstaat het risico dat medewerkers te lang wachten met consulteren.

Volgens de enquête van de VNG heeft 87% van de gemeenten de toegang georganiseerd door middel van een of meerdere teams. Een derde van deze gemeenten geeft aan gebruik te maken van een jeugd- en gezinsteam voor 0–18 jaar naast een team voor volwassenen (18–100 jaar). Een derde maakt gebruik van teams van 0–100 jaar. De rest heeft de toegang anders georganiseerd, onder andere door het in stand houden van het CJG en het Wmo-loket. Volgens de VNG rapportage is ondanks alle verschillende inrichtingen van de wijkteams, de expertise en kennis op het gebied van jeugd en gezin geborgd. Tijdens het onlangs gehouden congres Toegang en wijkteams dat het Rijk en de VNG samen hebben georganiseerd, bleek een sterke behoefte bij de medewerks van de wijkteams aan deskundigheidsbevorderingen een grote wens van wijkteams om van elkaar te leren. Ook de Kinderombudsman vraagt aandacht voor het leerproces van wijkteams. In de afgelopen periode heeft het VNG-programma sociale wijkteams ondersteuning geboden aan wijkteams door het uitbrengen van een aantal ondersteuningsproducten. In de komende maanden wordt in samenwerking met de betrokken kennisinstituten een programma uitgewerkt om de wijkteams verder te ondersteunen waarbij aspecten uit de onderzoeken rondom deskundigheid, kwaliteit, samenwerking, werkproces en omgang met «eigen regie» worden betrokken.

Begin van dit jaar is het vierjarige programma professionalisering jeugd van start gegaan. Een van de programmaonderdelen is de professionalisering en registratie van professionals binnen het jeugddomein, waaronder de medewerkers in de toegang. Om voor registratie in aanmerking te komen moet een professional niet alleen aan opleidingseisen en eisen met betrekking tot werkervaring voldoen, maar worden er ook eisen gesteld aan bij- en nascholing.

De Kinderombudsman wijst verder op een toename van administratieve lasten. Over dit knelpunt en de aanpak hiervan verwijzen wij naar onze brief van 14 april jl.

(Eigen) Regie

De Jeugdwet beoogt dat gezinnen zoveel mogelijk zelf en met steun van hun netwerk problemen voorkómen en aanpakken. De bedoeling is dat ouders en jeugdigen versterkt worden in hun eigen kracht en zoveel mogelijk zelf de regie houden wanneer zij kampen met problemen.

Zowel de Kinderombudsman als STJ zien verschillen in hoe professionals omgaan met eigen regie en het inschatting van wat jeugdigen en gezinnen zelf kunnen en waar zij ondersteuning bij nodig hebben. Dit kan volgens de Kinderombudsman een veiligheidsrisico opleveren voor kinderen. Ook STJ vraagt hier aandacht voor en vraagt met name aandacht voor de gezinnen waarin één of meer gezinsleden een licht verstandelijke beperking hebben.

Wanneer een beroepskracht de regierol op zich neemt is het belangrijk dat deze op vakkundige wijze wordt ingevuld. STJ ziet dat ook de 1 gezin-1 plan aanpak nog in ontwikkeling is. Belangrijk hierbij is dat de volwassenzorg, met name de GGZ, goed wordt betrokken.

Volgens de gemeenten moet in veel gevallen de omslag die nodig is voor de transformatie nog plaatsvinden. Behalve dat eigen medewerkers moeten «kantelen» moeten volgens de VNG enquête ook aanbieders en inwoners wennen aan de nieuwe manier van denken en werken, waar eigen regie en het sociaal netwerk en meer aandacht voor preventie en inzet van de basisvoorzieningen een grotere rol spelen. Er is in het programma sociale wijkteams van de VNG aandacht voor het thema zelfregie (www.vng.nl/onderwerpenindex/decentralisaties-sociaal-domein/oprogramma-sociale-teams-producten#zelfregie)

Veiligheid van jeugdigen borgen

Alle medewerkers die zich bezighouden met toegang tot zorg en ondersteuning moeten de veiligheid van jeugdigen systematisch inschatten, duiden en signalen hierover – indien nodig- delen. Als er grote risico’s voor de veiligheid zijn, moet worden gezorgd voor een veilige situatie. Volgens de Kinderombudsman zijn er signalen dat de deskundigheid op veiligheidsinschatting in de wijkteams onvoldoende is geborgd. Volgens STJ is het belangrijk dat bij het beoordelen van veiligheidsrisico’s een risico-taxatie instrument wordt gebruikt. Casuïstiekbesprekingen moeten zo worden ingericht dat veiligheidsrisico’s altijd worden besproken (om tunnelvisie bij werkers te voorkomen). Ook vindt STJ het belangrijk dat kinderen in risicosituaties worden geregistreerd in de Verwijsindex risicojongeren (VIR) De Kinderombudsman vraagt tevens aandacht voor de kwaliteit van de verzoeken tot onderzoek (VTO) die bij de Raad voor de Kinderbescherming worden ingediend. Hierdoor gaat tijd verloren met het aanvullen van een melding wat leidt tot onderzekerheid en onduidelijkheid voor kinderen en hun ouders De Raad voor de Kinderbescherming merkt dat de kwaliteit van de VTO’s nog niet in alle regio’s op orde is en dat professionals ervaring moeten opdoen in de nieuwe situatie. Deskundigheidsbevordering, training en ondersteuning voor wijkteams is noodzakelijk zodat professionals hier hun rol kunnen pakken. De Raad draagt actief bij in deze ontwikkeling en is reeds in veel gemeenten aanwezig bij casuïstiekbesprekingen (beschermingstafels). De Raad heeft de bevoegdheid om zelfstandig zaken op te pakken en onderzoek te doen.

Volgens de VNG rapportage zijn door gemeenten afspraken gemaakt om de veiligheid van kinderen en het gezin te borgen. Onder andere door afspraken met de Raad voor de Kinderbescherming, de Gecertificeerde instellingen I en Veilig Thuis; een 24-uurs beschikbare crisisroute; afspraken over op- en afschalen; organiseren van een jeugdbeschermingstafel en samenwerking in bijv. SAVE teams. Daarbij geven alle regio’s expliciet aan dat de crisiszorg geregeld is. Dit laat onverlet dat de werkwijze over hoe te handelen in de praktijk in onveilige situaties nog sterk in ontwikkeling is.

Met de inspecties en de Kinderombudsman vinden wij het cruciaal dat de inschatting van de veiligheid van een kind een continu onderdeel is van het werkproces in de toegang en in de basisvoorzieningen

Wij vinden het positief dat STJ dit als thema opneemt voor een nader onderzoek in 2015. Het rijk zal in overleg en samenwerking met de VNG, daar waar nodig, ook praktische ondersteuning bieden.

Tot slot

De toegang bij gemeenten is volop in ontwikkeling. Wij hebben eerder aangegeven dat er nog veel moet gebeuren en dat we nu in de fase komen waarin de noodzakelijke vernieuwingsslag moet plaatsvinden. Deze ingrijpende stelselwijziging vraagt tijd. Het is belangrijk dat gemeenten, zorgprofessionals en wij als Rijkopen staan voor en willen leren van onderzoeken zoals die van de Kinderombudsman, STJ en de VNG. Uit de rapporten en uit onze contacten in het land blijkt een groot commitment van gemeenten en organisaties om de stelselwijziging tot een succes te maken. Daarbij is het van belang dat we allen alert zijn op signalen van gevolgen van deze stelselwijziging voor kinderen. Daarom blijven de bestaande meldpunten voor ouders en kinderen open en blijft de toegang onderwerp van nader onderzoek.

Wij vinden het belangrijk met alle betrokken partijen de dialoog te blijven aangaan waardoor een kwalitatief betere zorg en ondersteuning gerealiseerd kan worden voor ouders en kinderen die het nodig hebben.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, M.J. van Rijn

De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, K.H.D.M. Dijkhoff


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
3

Zie www.vng.nl