Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 20 maart 2015
Tijdens het AO geneesmiddelen van 2 oktober 2014 heb ik u, naar aanleiding van een
vraag van Kamerlid Rutte (VVD), mijn opvatting toegezegd over de lange tijdspanne
en kosten voor ontwikkeling van vaccins, de octrooiering en de gevolgen daarvan voor
het wel of niet op de markt brengen (Kamerstuk 29 477, nr. 306).
De overwegingen van de heer Rutte waren de volgende:
«Hetzelfde dilemma (als bij AMR), maar dan in iets mindere mate, lijkt ook te bestaan
rondom vaccins. Het kost heel veel tijd om vaccins te ontwikkelen en we hebben zeer
hoge veiligheidseisen. Het lijkt erop dat de ontwikkeltijd van een vaccin daardoor
te lang wordt om het nog met enige verdienste op de markt te kunnen brengen. We kunnen
dan twee dingen doen. We zouden de veiligheidsregels kunnen versoepelen, maar dat
ligt gevoelig omdat we vaccins in gezonde mensen stoppen. Hoewel, op het moment dat
er een vaccin tegen ebola zou komen, zou iedereen dat willen hebben. Dat is dus een
kant van de medaille. Aan de andere kant zouden we wellicht de patenten kunnen verlengen.
Ik krijg hierop graag een reactie van de Minister».
Mijn antwoord hierop is als volgt:
De ontwikkeltijd van vaccins is inderdaad doorgaans lang. Gesproken wordt van een
gemiddelde ontwikkeltijd van 10–12 jaar. Maar dat is een zeer grof gemiddelde. Aan
de ene kant zien we de nog langduriger pogingen om tegen aandoeningen als HIV en malaria
een goed werkend vaccin te ontwikkelen en aan de andere kant zien we doorgaans een
veel korter durende ontwikkeling van vaccins tegen vormen van influenza, waar we al
veel kennis van en ervaring mee hebben.
Cruciaal voor de ontwikkeling van vaccins is de stand van wetenschap en techniek.
Als we eenmaal weten hoe we voor een aandoening een vaccin moeten creëren, kán het
met de ontwikkeling van een vaccin heel snel gaan.
Dat neemt niet weg dat de Europese veiligheidsregels streng zijn en dat moet ook,
want vaccins worden gebruikt voor gezonde mensen om ze gezond te houden. Natuurlijk
betekent zo’n beleid dat er meer kosten en tijd nodig zijn om vaccins te ontwikkelen.
Maar wanneer veiligheidregels minder streng zouden worden, zou het vertrouwen in de
veiligheid van vaccins kunnen verminderen. Dan zou het risico groter worden dat vaccins
te weinig worden gebruikt om de samenleving effectief te kunnen beschermen waardoor
een infectieziekte onnodige slachtoffers zou kunnen maken.
Betekent dit dat er sprake is van een slecht verdienmodel waardoor kennisinstellingen
en bedrijven onvoldoende gemotiveerd zijn om vaccins te ontwikkelen? Er is voldoende
reden om aan te nemen dat, in tegenstelling tot antibiotica, bij vaccins het verdienmodel
voor bedrijven voldoende mogelijkheden biedt. Bij antibiotica is het probleem dat
nieuwe antibiotica als laatste redmiddel op de plank moeten blijven liggen, dat speelt
voor vaccins niet. Die worden gemaakt om meteen te kunnen worden gebruikt.
Voor bepaalde in (soms ook kleine) aandoeningen in het armere deel van de wereld kan
dat anders liggen, zoals ook de recente uitbraak van ebola heeft aangetoond. Daarom
is het van belang dat gesignaleerde aandoeningen in gezamenlijkheid, dus in Europees
en WHO-verband, tijdig worden bestudeerd en adequaat worden aangepakt. Het European
Developing Countries Clinical Trials Partnership (EDCTP) is een voorbeeld van een
Europees initiatief dat zich richt op ontwikkeling van vaccins voor armoedegerelateerde
ziekten. De Europese Commissie heeft eind vorig jaar ook heel snel extra middelen
beschikbaar gesteld voor onderzoek naar Ebolavaccins, gedeeltelijk via publiek-private
samenwerking. De WHO heeft gekeken hoe bepaalde klinische onderzoeken konden worden
aangepast of overgeslagen, om snelle toepassing van nieuwe middelen mogelijk te maken.
De wereld wordt door het intensieve reizigersverkeer steeds kleiner. Een aandoening,
opgedaan in hartje Afrika, kan morgen in Amsterdam zijn. Het is dus zaak als wereldgemeenschap
om alert te zijn en onze wetenschap en techniek tegen infectieziekten voortdurend
te verbeteren en deze tijdig in te zetten om erger te voorkomen. De Europese Investeringsbank
ontwikkelt momenteel ook een voorstel voor een innovatief financieringsinstrument
om onderzoek naar infectieziekten, en het bijzonder vaccins, doormiddel van risicodragen
de leningen verder te ondersteunen. Ik volg deze ontwikkeling met veel belangstelling.
Vanouds is Nederland op dit terrein actief, zowel in kennisinstellingen als vanuit
een innovatie stimulerende overheid, ingebed in een intensieve internationale samenwerking.
Verder start het RIVM nog dit jaar met een publieksvoorlichting voor vaccins die niet
in het pakket zitten.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
E.I. Schippers