Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-2018nr. 103, item 54

54 Ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit kinderopvangtoeslag voor het jaar 2019

Aan de orde is het VSO Ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit kinderopvangtoeslag voor het jaar 2019 (31322, nr. 367).

De voorzitter:

Aan de orde is het VSO Ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit kinderopvangtoeslag voor het jaar 2019. Een hartelijk woord van welkom aan de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De eerste spreker van de zijde van de Kamer is de heer Kwint van de fractie van de SP. Het woord is aan hem. Hij heeft, zoals iedereen, twee minuten spreektijd.

De heer Kwint (SP):

Voorzitter. Die ga ik hard nodig hebben vrees ik, want er staat me toch een partij getallen in deze motie. Maar de strekking zal het kabinet bekend voorkomen, dus de staatssecretaris kan vast goed reageren. Deze motie is medeondertekend door de heer Van Dijk.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de intensivering van 248 miljoen in de kinderopvangtoeslag voor 1 januari 2019 per Besluit kinderopvangtoeslag wordt geregeld;

overwegende dat het terugbetalen van kinderopvangtoeslag vooral voor de lagere inkomens kan leiden tot schuldenproblematiek;

van mening dat onnodige bureaucratie kan worden verminderd door het gratis maken van de kinderopvang voor de lagere inkomens;

verzoekt de regering, om de 42.000 gezinnen die een toetsingsinkomen van minder dan €24.611 hebben de kinderopvang gratis te maken en de dekking te vinden in het niet doorvoeren van de inkomensgrens naar €123.920 en het restant van 5 miljoen te vinden in de investering voor drie keer modaal,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Kwint en Gijs van Dijk. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 368 (31322).

U weet dat we meerdere Van Dijken hebben hier in de zaal, hè?

De heer Kwint (SP):

Deze motie is meeondertekend door de heer Gijs van Dijk.

De voorzitter:

Het is toch even handig om dat te melden. Ik dacht dat het uw fractiegenoot was, namelijk.

De heer Kwint (SP):

Die wil er misschien ook wel onder. Ik zal even kijken waar hij is.

De voorzitter:

Zijn naam staat er niet onder, valt me op.

De heer Kwint (SP):

Nee, u heeft gelijk, voorzitter. We kunnen een moment schorsing aanvragen, maar ik weet niet of we dat echt willen.

De voorzitter:

Nee, laten we dat niet doen.

Het woord is aan mevrouw Westerveld van de fractie van GroenLinks.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks):

Dank, voorzitter. Ik heb ook twee moties.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat ouders die twee keer tot drie keer modaal verdienen er het meest op vooruitgaan volgens het ontwerpbesluit kinderopvangtoeslag;

overwegende dat juist voor minimagezinnen de toegankelijkheid van de kinderopvang verder verhoogd moet worden;

verzoekt de regering de extra middelen voor de kinderopvangtoeslag zo te verdelen dat deze het meest ten goede komt aan gezinnen die minder dan modaal verdienen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Westerveld. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 369 (31322).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat in het ontwerpbesluit kinderopvangtoeslag wordt uitgegaan van een kostenstijging van 4,9%;

overwegende dat uit het rapport van Buitenhek blijkt dat de kostenstijging door de nieuwe beroepskracht-kindratio van een op drie bij de babygroepen hoger zal uitkomen;

overwegende dat dit resulteert in een hogere uurprijs van de kinderopvang;

overwegende dat dit relatief nadeliger is voor gezinnen onder een modaal inkomen;

voorts overwegende dat er grote onrust is in het veld over de gevolgen van de nieuwe beroepskracht-kindratio;

verzoekt de regering de maximumuurprijs van de kinderopvangtoeslag te verhogen en dit te dekken door een andere verdeling van de 248 miljoen euro die extra wordt uitgegeven aan de kinderopvangtoeslag,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Westerveld. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 370 (31322).

Dank u wel. Dan komen we uit bij de heer Raemakers van D66. Dat is meteen de laatste spreker van de zijde van de Kamer. En hij heeft geen moties bij zich, stel ik vast. Ik hoor dat hij alleen maar een korte vraag wil stellen. Dat kan altijd.

De heer Raemakers (D66):

Voorzitter, dank u wel. Ik vind de motie van mevrouw Westerveld heel interessant. Er wordt inderdaad door partijen in het veld gezegd dat het extra geld dat er komt voor de kinderopvang niet genoeg zou zijn. Het ministerie heeft SEO gevraagd om onderzoek te doen. Daar komt die 4,7% uit. De kinderopvangsector heeft een eigen onderzoek gevraagd, via Buitenhek. Daar komt de 7% uit. Daarover gaat de tweede motie van mevrouw Westerveld. Ik zou eigenlijk aan de staatssecretaris willen vragen: hoe zit het nou precies met die twee onderzoeken? We hebben een onderzoek van SEO dat is gedaan in opdracht van het ministerie, we hebben een onderzoek van Buitenhek dat is gedaan in opdracht van de sector. Er zijn verschillende meetcriteria gebruikt en verschillende dagdelen onderzocht. Het is daardoor voor ons in de Kamer heel lastig om nou te bepalen welk onderzoek wij moeten geloven. Ik vraag de staatssecretaris daarom of zij die twee onderzoeken met elkaar kan vergelijken en de Kamer kan informeren welk onderzoek wij nou moeten geloven.

Dank u wel.

De voorzitter:

Heel goed. Er zijn een vraag en drie moties. Het woord is aan de staatssecretaris.

Staatssecretaris Van Ark:

Voorzitter, dank u wel. De motie van de heren Kwint en Gijs van Dijk, op stuk nr. 368, moet ik ontraden. Het is op dit moment het geval dat kinderopvangtoeslag in principe over drie partijen wordt verdeeld, namelijk overheid, werkgever en werknemer, en dat voor de laagste inkomens geldt dat zo'n 96% van de kosten van de kinderopvang door anderen dan de ouders zelf wordt gedragen. Dat komt neer op zo'n €0,32 per uur. Dus we hebben al een goede voorziening voor mensen met een laag inkomen. Daarom ontraad ik de motie.

De motie van mevrouw Westerveld op stuk nr. 369 gaat over kinderopvangtoeslag voor gezinnen die minder dan modaal verdienen. Die motie ontraad ik. De kinderopvangtoeslag die inkomensafhankelijk is, wordt verhoogd. Op die manier gaan bijna alle ouders erop vooruit en wordt werken lonender. Hiermee wordt ook de combinatie van arbeid en zorg verder gestimuleerd. Hierbij is er ook rekening mee gehouden dat in het verleden de bezuinigingen met name zijn neergeslagen bij de midden- en hogere inkomens. En het sluit ook aan op het advies van de WRR om kinderopvang goedkoper te maken voor middeninkomens. Daarnaast krijgen ouders met een minimuminkomen straks 96% van de kosten vergoed. Dat is nu 94%. Daarmee daalt ook hun eigen bijdrage voor tarieven binnen de maximum uurprijs.

Dan heeft mevrouw Westerveld een motie ingediend op stuk nr. 370, waar ook de heer Raemakers een vraag over heeft gesteld. Deze motie moet ik ontraden, maar ik kan mogelijk wel in het antwoord op de vraag van de heer Raemakers nog wat duidelijkheid geven. Op dit moment heb ik nog geen verklaring voor de verschillen in de cijfers uit enerzijds het onderzoek van Buitenhek en anderzijds het onderzoek van SEO. In afstemming met veldpartijen is afgesproken dat SEO een aanvullend onderzoek zal doen, om te proberen ook de cijfers en de verschillen daarin te verklaren. De uitkomsten van het aanvullend onderzoek zal ik meenemen bij een eventuele discussie over de verhoging van de maximumuurprijs in de kinderdagopvang. Ik kan op dit moment niet vooruitlopen op de uitkomsten van het aanvullend onderzoek en daarom vind ik het op dit moment ook niet wenselijk om de maximumuurprijs verder te verhogen, omdat er nog geen zekerheid over is. Ik vind het wel van belang dat er snel duidelijkheid komt over de uitkomsten van het aanvullend SEO-onderzoek en eventuele consequenties voor de maximumuurprijs. Ik streef ernaar uw Kamer in september te informeren. Daarbij teken ik aan dat een eventuele aanpassing van het ontwerpbesluit in potentie mogelijk is, waarbij natuurlijk wel rekening moet worden gehouden met de rol van de Afdeling advisering van de Raad van State en de uitvoerbaarheid voor de Belastingdienst.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan is de vraag beantwoord en zijn alle drie de moties becommentarieerd.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Ik dank de staatssecretaris voor haar aanwezigheid. We gaan straks nog stemmen. We hebben nog één VAO'tje te gaan. Daarna ga ik voor drie kwartier schorsen. Dat zeg ik ook even voor de fractiesecretarissen, de ambtelijk secretarissen, vicevoorzitters die nu met het zweet op hun rug bezig zijn om stemmingslijsten, stemmingssets en stemmingsadviezen te verzamelen. Nu schors ik even voor een changement.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.