Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-2018nr. 103, item 49

49 Water

Aan de orde is het VAO Water (AO d.d. 28/06).

De voorzitter:

We moeten er met z'n allen even zeven VAO'tjes respectievelijk VSO'tjes doorheen persen voordat we naar huis kunnen. Dat gaan we dus met een redelijke snelheid doen. Ik ben door de voorzitter ingezet als pinchhitter. Alle verloven zijn ingetrokken.

Een hartelijk woord van welkom aan de minister van Infrastructuur en Waterstaat. Fijn dat u bij ons bent. Alle sprekers hebben twee minuten spreektijd. De eerste spreker van de zijde van de Kamer is mevrouw Van Brenk van 50PLUS.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):

Dank u wel, voorzitter. De minister gaf mij een compliment dat ik een goede ambassadeur ben van SDG 6 Water en Sanitatie. Dank daarvoor, maar ik heb haar inzet als verantwoordelijk minister voor waterbeleid hierbij keihard nodig. Tot mijn grote vreugde heeft u inmiddels in deze commissie niet één maar twee ambassadeurs voor water. Ook de heer Stoffer is tot dit goede gezelschap getreden. Dus u bent gewaarschuwd. Daarom de volgende motie van de twee SDG 6-ambassadeurs Van Brenk en Stoffer.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het High-level Political Forum in New York het podium is om de 5 SDG's die centraal staan naar voren te brengen;

overwegende dat Nederland zich gecommitteerd heeft aan de SDG-doelen, waaronder SDG 6 inzake water en sanitatie;

overwegende dat dit betekent dat het te bereiken doel, te weten 50 miljoen mensen van sanitatie en 30 miljoen mensen van schoon drinkwater te voorzien, een grote uitdaging is;

verzoekt de regering voor dit doel het podium op het High-level Political Forum optimaal te benutten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Brenk en Stoffer. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 435 (27625).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat in het regeerakkoord een bestuurlijk akkoord klimaatadaptatie is aangekondigd;

overwegende dat de medeoverheden hebben aangegeven dat de komende jaren 230 miljoen nodig is voor klimaatadaptatiemaatregelen;

overwegende dat er tot dusver slechts 10 miljoen voor 2019 en 2020 beschikbaar is;

overwegende dat de potentiële schadelast bij het niet of onvoldoende nemen van maatregelen enorm is, te weten 71 miljard;

overwegende dat de Waterwet mogelijk gewijzigd wordt om extra middelen beschikbaar te krijgen;

overwegende dat bij een substantieel te lage investering van het Rijk het sluiten van het bestuursakkoord ook in gevaar komt, en dat dit in niemands belang is;

verzoekt de regering alles op alles te zetten om meer middelen voor klimaatadaptatie te vinden, en ervoor zorg te dragen dat het bestuurlijk akkoord klimaatadaptatie gesloten kan worden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Brenk. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 436 (27625).

Als u nog even blijft staan, want er is een vraag aan uw adres van de heer Sienot.

De heer Sienot (D66):

Ik zal het heel kort houden. Die SDG's zijn fantastisch belangrijk, en die zijn ook heel erg gebaat bij concrete voorstellen. Ik vraag me even af wat het optimaal benutten van dat podium in New York betekent. Hoe moet ik dat zien?

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):

Dank u wel, meneer Sienot. U was bij de bijeenkomst en u heeft gezien dat ik aan de minister een brief heb overhandigd met daarin zes voorstellen wat daar te behandelen in New York. Die heb ik niet alleen aan deze minister gegeven, die heb ik ook aan minister Kaag gegeven. Die heb ik uitgeschreven. Die kan ik zo aan u doen toekomen. Er zijn dus hele concrete maatregelen waarvan wij hopen dat onze staatssecretaris die gaat inbrengen.

De voorzitter:

Prima, hartstikke goed. Dank u wel. De heer Geurts van de fractie van het CDA.

De heer Geurts (CDA):

Voorzitter. Een lange motie, maar die gaat in twee minuten.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat:

  • -de bestrijding van wateroverlast vooral een taak is van gemeenten en waterschappen en zij daarvoor zelf bekostigingsinstrumenten zoals de rioolheffing en de watersysteemheffing hebben;

  • -de intensiteit en frequentie van extreme neerslag toenemen en dat dit (ook bovenregionale) overlast en schade veroorzaakt;

  • -dit grote impact heeft op de samenleving en maatregelen tegen wateroverlast noodzakelijk zijn;

overwegende dat:

  • -de urgentie om maatregelen versneld uit te voeren toeneemt en het Rijk met cofinanciering een belangrijke impuls kan geven om de aanpak gedurende vijf jaar te versnellen;

  • -het Deltafonds als waterfonds bedoeld is voor het bekostigen van maatregelen in het kader van waterbeheer en één van de doelen van het Deltafonds het beperken van wateroverlast is;

  • -het Rijk uit het Deltafonds alleen maatregelen kan bekostigen ter bestrijding van wateroverlast en dat het verstrekken van subsidies uit het Deltafonds aan decentrale overheden nu niet mogelijk is;

verzoekt de regering de Waterwet aan te passen om subsidiëring van maatregelen en voorzieningen ter bestrijding van wateroverlast en daarmee samenhangende onderzoeken uit het Deltafonds mogelijk te maken, zonder dat dit ten koste gaat van noodzakelijke investeringen in de waterveiligheid;

verzoekt de regering tevens de Kamer bij de begrotingsbehandeling 2019 over het tijdspad te informeren met als doel zo snel mogelijk gestalte te geven aan de aanpassing Waterwet,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Geurts, Sienot, Remco Dijkstra, Stoffer, Van Brenk en Dik-Faber.

Zij krijgt nr. 437 (27625).

De heer Van Aalst van de fractie van de Partij voor de Vrijheid.

De heer Van Aalst (PVV):

Dank u wel, voorzitter. We hebben een mooi, emotioneel AO gehad. Helaas zonder excuses. Helaas zonder de benodigde toezegging. Vandaar dien ik vandaag de volgende motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de vergunning voor het lozen van GenX nog steeds te ruim is;

overwegende dat diverse bevoegde gezagen betrokken zijn bij het dossier GenX, die allemaal een eigen rol en verantwoordelijkheid hebben;

overwegende dat deze versnippering van de bevoegdheden tot extra onduidelijkheid kan leiden voor omwonenden over hun drinkwater en leefomgeving;

verzoekt de regering om de regie te pakken in het dossier GenX, en te bevorderen dat er meer duidelijkheid ontstaat voor zowel de omwonenden als de chemiesector,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Aalst. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 438 (27625).

De heer Van Aalst (PVV):

Ik ga ervan uit dat de minister hier blij van wordt en haar regierol neemt. Zo niet, dan is ook zij degene die GenX aan haar handen zal hebben.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dan de heer Remco Dijkstra van de fractie van de VVD.

De heer Remco Dijkstra (VVD):

Voorzitter. Ik wil drie punten benoemen. Allereerst de motie op stuk nr. 437 die de heer Geurts indiende. Die ondersteunen wij natuurlijk, aangezien er voor die mogelijkheid om schade door water te voorkomen een wijziging van de wet moet plaatsvinden. Ik denk dat het verstandig is om het Deltafonds hier ook voor te kunnen gebruiken.

Mijn tweede punt is dat het goed is dat de minister in Limburg was. Ze is ook bereid om twee keer 10 miljoen in totaal voor heel Nederland ter beschikking te stellen om alvast een soort overflow te hebben, letterlijk en figuurlijk. Ik zou zeggen: besteed het dan met name aan de mensen, bijvoorbeeld in Meerssen, in Limburg, die inderdaad als eerste schade hebben.

Ten slotte, voorzitter. De VVD is erg verheugd dat de nevengeul bij Varik-Heesselt van de baan is. De veiligheid kunnen we garanderen. We gaan de uiterwaarden uitbaggeren en de dijken versterken. Dat moeten we sowieso doen. En we nemen geen risico's met de mensen daar, die ook langs de rivier wonen. Ik wens de minister en Rijkswaterstaat succes met de uitvoering. Ik hoop dat ze ook spoedig van start gaan. Ik denk dat het nodig is dat in de toekomst dit soort waterprojecten kunnen worden getoetst aan zo'n langetermijnvisie voor de rivieren, die ook aangekondigd is.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan de heer Sienot van D66.

De heer Sienot (D66):

Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Wat we nu "extreem weer" noemen, kunnen we straks weleens vrij normaal gaan vinden: enorme hoosbuien die worden afgewisseld door lange perioden van hitte en droogte. D66 wil dat we ons hier nu op voorbereiden door van gemeenten sponzen te maken die het water opvangen bij plensbuien en weer teruggeven in periodes van droogte. Die sponzen ontstaan helaas niet vanzelf. Daarom waarderen we het plan van de minister om in 2019 en 2020 al te investeren in oplossingen die ons beschermen tegen wolkbreuken. Bovendien hebben we haar verzoek om steun gehoord voor de wetswijziging waarmee we het Deltafonds ook kunnen inzetten voor bescherming tegen wateroverlast. Daarom staat onze naam ook onder de motie hierover op stuk nr. 437, die de heer Geurts zojuist heeft ingediend.

Voorzitter. Met veel plezier denk ik terug aan de fietstocht door Varik-Heesselt. Zelfs de heer Remco Dijkstra fietste! Na alle gesprekken met betrokkenen begrijp ik nu de keuze om de dijken te versterken. Tegelijkertijd vind ik het verstandig om de reservering voor de nevengeul te behouden. We houden daarmee de ruimte om in te spelen op de toekomstige ontwikkelingen, terwijl er nu in het gebied ook nog veel mogelijk is.

Ten slotte, voorzitter. Het is vandaag 5 juli. Dat zeg ik niet zomaar, want het is de dag na 4 juli. Gisteren werd, als het goed is, een klap gegeven op de afspraken met de provincies, waterschappen en andere partners voor het Bestuursakkoord Water. Was de klap raak? Graag een reactie van de minister.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dan mevrouw Kröger van GroenLinks.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):

Dank u wel, voorzitter. Ik heb drie moties, dus ik ga snel van start.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het tegengaan van klimaatverandering, klimaatadaptatie en de bouwopgave een grote opgave voor Rijk, provincies en gemeenten betekenen;

overwegende dat er grote voordelen te behalen zijn voor milieu, veiligheid en leefbaarheid als deze opgaven gecombineerd en reeds vanaf de planfase als een geheel worden opgepakt;

verzoekt de regering om te onderzoeken hoe provincies en gemeenten met grootschalige bouw-, sanerings- en uitbreidingsplannen het beste ondersteund kunnen worden in het combineren van deze nieuwe uitdagingen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Kröger. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 439 (27625).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat er steeds meer persistente, mobiele en toxische stoffen, zogenaamde PMT-stoffen, bij komen;

overwegende dat deze moeilijk uit het drinkwater te zuiveren zijn;

overwegende dat deze stoffen een negatieve impact op de gezondheid kunnen hebben;

verzoekt de regering zich in Europa in te zetten voor het toevoegen van de persistente, mobiele en toxische stoffen aan de lijst van zeer zorgwekkende stoffen binnen de REACH-regelgeving,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Kröger. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 440 (27625).

Mevrouw Kröger (GroenLinks):

Tot slot een motie over de ramp in de haven van Rotterdam.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat bij de olieramp in de Rotterdamse haven grote hoeveelheden scheepsstookolie van onbekende samenstelling zijn vrijgekomen;

overwegende dat het daardoor lastig is in te schatten wat de daadwerkelijke ecologische schade voor het getroffen gebied is en of er gezondheidsschade dreigt voor de hulpverleners en vrijwilligers die met de olie in aanraking zijn gekomen;

verzoekt de regering om de ecologische gezondheid van het getroffen gebied en de medische gezondheid van de blootgestelde mensen goed te monitoren en zo nodig maatregelen te treffen om verdere schade te voorkomen;

verzoekt de regering tevens te onderzoeken of de processen en procedures in de haven met betrekking tot de dagelijkse veiligheid van schepen en installaties en de procedures bij een ongeluk of ramp nog steeds voldoen of dat verbetering nodig is,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Kröger. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 441 (27625).

Dan is het woord aan mevrouw Van Kooten-Arissen van de Partij voor de Dieren.

Mevrouw Van Kooten-Arissen (PvdD):

Voorzitter, dank u wel. Ik heb ook drie moties, dus ik ga ook snel van start.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat weerextremen reeds heftiger zijn dan voorspeld werd in de klimaatmodellen;

constaterende dat waterberging van groot belang is bij het voorkomen van wateroverlast en droogte;

constaterende dat er internationaal breed enthousiasme is over het recent afgesloten project Ruimte voor de Rivier;

constaterende dat de watermanagement-drietrapsstrategie "vasthouden, bergen, afvoeren" een kernonderdeel is van Ruimte voor de Rivier;

verzoekt de regering, gegeven de huidige en toekomstige klimaatverandering, te bevorderen dat zowel in de bebouwde omgeving als bij de waterveiligheidsprojecten deze drietrapsstrategie wordt aangehouden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Kooten-Arissen. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 442 (27625).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat uit rapportage van de ILT blijkt dat GenX-stoffen op verschillende plekken in de keten, van Chemours tot aan afvalverwerking, via afval in de lucht, de grond en het water terechtkomen;

constaterende dat door de toename van de verspreiding van GenX-stoffen steeds meer gemeenten en provincies betrokken zullen zijn als bevoegd gezag;

overwegende dat het een omslachtig en zeer tijdrovend proces is om de kennis van de verschillende bevoegde gezagen te vergroten en onderlinge afstemming te stimuleren;

verzoekt de regering om de regie op zich te nemen als het enige bevoegde gezag als het gaat om GenX-stoffen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Kooten-Arissen en Wassenberg. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 443 (27625).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er niet voldoende middelen op voorraad waren om alle dieren adequaat te helpen bij het recente stookolielek in Rotterdam;

van mening dat dit met enkele simpele voorzorgsmaatregelen, zoals het aanschaffen van een voorraad zwanenzakken, verholpen kan worden;

verzoekt de regering in de evaluatie van het ongeval specifiek aandacht te besteden aan de beschikbaarheid van getrainde mensen en materialen bij vogelopvangcentra,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Kooten-Arissen. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 444 (27625).

De voorzitter:

De laatste spreker van de zijde van de Kamer is de heer Laçin van de fractie van de SP. Terwijl hij hiernaartoe komt, gaat de heer Geurts iets bij de microfoon zeggen. Komt u maar, meneer Laçin!

De heer Geurts (CDA):

Dank, voorzitter. Ik zou graag bij mijn motie op stuk nr. 437 de ondertekening aanvullen met de persoon van mevrouw Dik-Faber van de ChristenUniefractie.

De voorzitter:

U wordt steeds populairder. Het woord is aan de heer Laçin.

De heer Laçin (SP):

Dank je wel, voorzitter. Ik denk dat we een goed AO hebben gehad met veel punten die we delen met de minister. Ik ben benieuwd naar het onderzoeksrapport over de milieuramp in Rotterdam. We zijn benieuwd naar wat er allemaal met die stookolie was vermengd, want we weten dat dat op grote schaal gebeurt. Honderden zwanen zijn er de dupe van geworden.

We zijn blij met de beslissing over de dijkversterking bij Varik-Heesselt. Ik mag alleen nog een keer een kanttekening bij het Barro, omdat dat blijft staan. De minister heeft gezegd dat ze in gesprek blijft met de bewoners over hun zorgen als dat nodig is, zodat zij niet voor verrassingen komen te staan.

Nu dan toch het hoofdpijndossier bij water: Chemours en GenX. Kamerbreed zijn er zorgen geuit over de lozingen, de risico's en de regierol. Wat ons betreft moeten die lozingen gewoon zo snel mogelijk stoppen. Daarom zijn we blij met de inzet van de minister en de staatssecretaris om GenX op de zeerzorgwekkendestoffenlijst te krijgen, hopelijk zo snel mogelijk.

De voorzitter:

Maar dat vraag ook om een motie.

De heer Laçin (SP):

De motie komt zo.

De voorzitter:

Let u ook op uw tijd?

De heer Laçin (SP):

Jaja, ik let zeker op mijn tijd.

Ik wacht ook nog steeds met smart op de brief over de inzet om het drinkwatercriterium in REACH op te nemen. Die brief zie ik graag snel komen.

Mijn motie gaat over de bevindingen van de ILT. Er is heel weinig bekend over GenX bij afvalverwerkers en dat wil ik toch anders geregeld zien. Daarom deze motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de ILT concludeert dat bij bezochte afvalverwerkers geen specifieke eisen met betrekking tot GenX staan in de milieu- of lozingsvergunningen;

constaterende dat GenX in veel delen van ons land opduikt zonder dat duidelijk is dat daar met GenX gewerkt wordt;

constaterende dat GenX op de lijst met potentieel zeer zorgwekkende stoffen staat en er initiatieven lopen om het op de lijst met zeer zorgwekkende stoffen te krijgen;

overwegende dat we GenX zo veel mogelijk moeten minimaliseren in ons milieu, oppervlaktewater en drinkwater;

overwegende dat het duidelijk moet zijn welke bedrijven met GenX werken;

verzoekt de regering te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om het verwerken van GenX door afvalverwerkers verplicht te registreren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Laçin. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 445 (27625).

De heer Laçin (SP):

Precies op tijd!

De voorzitter:

Ongelooflijk. De feestvreugde wordt nog extra opgevoerd doordat de heer Stoffer zich ook heeft aangemeld als spreker. Hij is de echte laatste spreker van de zijde van de Kamer. Het woord is aan hem.

De heer Stoffer (SGP):

Voorzitter, nu mevrouw Van Brenk melding had gemaakt van ons geregistreerd partnerschap als ambassadeur voor SDG 6, kan het natuurlijk niet zo zijn dat ik niet bij het VAO Water aan de orde kom. Dank, dat ik toch nog even mag. Ik denk dat er iets mis is gegaan met de aanmelding.

Ik heb één motie en die ga ik gauw voorlezen om de tijd zo veel mogelijk te beperken.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat tuinders die investeren in collectieve zuivering van afvalwater hun MIA/VAMIL-voordeel dreigen mis te lopen, in verband met de voorwaarde dat de installatie binnen drie jaar gerealiseerd moet zijn;

verzoekt de regering, gelet op de verplichting voor de glastuinbouw om per 2021 het afvalwater te zuiveren, te bezien of de genoemde voorwaarde voor dit geval geschrapt of verruimd kan worden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Stoffer. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 446 (27625).

Kan de minister de moties reeds becommentariëren? Dat is niet het geval, maar ik denk dat de voorbereiding in twee of drie minuten moet lukken. U doet uw best en dat waardeer ik. Ik schors voor twee à drie minuten.

De vergadering wordt van 23.48 uur tot 23.52 uur geschorst.

De voorzitter:

Het woord is aan de minister. De becommentariëring mag kort en puntig. Het woord is aan haar.

Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:

Voorzitter, dank u wel. Ik zal proberen de moties zo snel mogelijk te behandelen. De motie op stuk nr. 435 van mevrouw Van Brenk gaat over de SDG. We hebben dat daar al vaker over gehad. U weet dat ik dat deel. De heer Stoffer weet dat ook. De motie is eigenlijk overbodig in die zin dat ik het verzochte graag al doe en we daar ook mee bezig zijn. Daarom zou ik de motie willen overnemen.

De voorzitter:

Is daar bezwaar tegen, vraag ik aan de leden. Ja, daar is bezwaar tegen bij de fractie van de PVV. Dan moet er dus gewoon gestemd worden en dan wil ik even een oordeel van de minister horen.

Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:

Dan zeg ik ontraden, omdat de motie eigenlijk overbodig is. We doen het immers allemaal al wel.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):

Ik heb deze motie echt specifiek ingediend omdat de minister heeft gezegd: de staatssecretaris kan dat in de zijlijn wel even meenemen. Het punt is dat dit niet in de zijlijn moet, maar echt fundamenteel aan de orde gesteld moet worden. Ik vind echt dat de minister ons onrecht aandoet.

Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:

Ik heb gezegd dat de staatssecretaris alles wat er extra in de brief stond en marge mee zou kunnen nemen. Hier gaat het natuurlijk ook over wat u voorstelt over het High Level Panel zelf. Het High Level Panel on Water, waar onze minister-president in zit, heeft dit in het verleden al meerdere keren ingebracht. Maar goed, als u er echt heel erg op aan zou dringen, dan zou u met elkaar toch kunnen beslissen om mevrouw Van Brenk te steunen en dan gaat u erover stemmen. Maar het blijft dan bij ontraden.

De voorzitter:

Het oordeel blijft ontraden.

Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:

Dan de motie-Van Brenk op stuk nr. 436, die de regering verzoekt om alles op alles te zetten om meer middelen voor klimaatadaptatie te vinden. Zelfde argumentatie: dat doen we al. Ik zet me daar tot het uiterste voor in. Dus is de motie overbodig en dus ontraad ik haar.

De motie op stuk nr. 437 van de heer Geurts is nou precies een teken van wat wij allemaal al doen en dat wij ons tot het uiterste inspannen om financiële middelen voor klimaatadaptatie ook te regelen. Dus deze motie kan ik van harte aanbevelen aan het oordeel van de Kamer.

De motie op stuk nr. 438 van de heer Van Aalst wil ik ontraden. Ze verzoekt mij om een regierol te pakken. Daar hebben we het al vaker over gehad. Ik wil heel graag de bevoegde gezagen ondersteunen. Dat doen we ook. We brengen ze bij elkaar, we delen kennis, maar ik wil niet treden in de bevoegdheden van die bevoegde gezagen, die ook allemaal gewoon heel serieus hun taken oppakken.

De voorzitter:

Ik beperk de vragen tot de eerste indiener per motie, en dan slechts één vraag. Het woord is aan de heer Van Aalst.

De heer Van Aalst (PVV):

Ja, heel kort, voorzitter. Hier hebben we het inderdaad vaker over gehad. Het ging niet over het overnemen van het bevoegd gezag. Daar vraag ik niet om. Ik vraag om het overnemen van een regierol om dit op te lossen. Die motie vraagt niet meer dan dat de minister laat zien dat zij dit wil oplossen. Dus ik begrijp niet waarom ze in dezen niet gewoon de regierol neemt en zegt: ik ga dit oplossen voor zowel Chemours in Dordrecht als alle omwonenden als alle mensen die hier overlast van ondervinden.

De voorzitter:

Duidelijk.

Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:

Ik zie daar nog steeds geen aanleiding toe, want de bevoegde gezagen doen goed hun werk en wij ondersteunen ze daarbij.

De motie op stuk nr. 439 van mevrouw Kröger verzoekt om provincies en gemeenten erbij te betrekken. Hetzelfde advies: is overbodig, doen we al volop. Ik ben goed in contact met de collega van BZK, onder andere hierover. Dus ook deze motie ontraad ik.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):

Ik ben op de hoogte dat provincies en gemeenten al betrokken zijn. De vraag is hoe we ze het beste kunnen ondersteunen, vooral als er grote bouw- en saneringsplannen zijn. Dus ik ben ook heel erg blij als er een brief komt waarin de minister uitlegt hoe zij dat vorm gaat geven, samen met haar collega Ollongren en de anderen.

Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:

Ik stel me dan voor dat u dat aan collega Ollongren vraagt, want dat gaat echt over bouwen en dat moet niet in dit VAO Water terechtkomen.

Dan de motie op stuk nr. 440 van mevrouw Kröger. Daar wordt het advies hetzelfde: ontraden, omdat de motie overbodig is. We doen het al en dat is ook al eerder aan de Tweede Kamer gemeld. We zetten flink in op dat Brusselse traject en daar is tijd voor nodig.

De motie op stuk nr. 441, ook van mevrouw Kröger. Deze ...

Mevrouw Kröger (GroenLinks):

Dat zou ik heel goed nieuws vinden, maar volgens mij is ons nog niet toegezegd om deze specifieke categorie stoffen, de persistente mobiele toxische stoffen, toe te voegen aan REACH. Daar zet Nederland zich al hard voor in?

Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:

Het gaat over de potentieel zeer zorgwekkende stoffen. Daar zetten we ons hard voor in. Als u er nu een nieuwe categorie stoffen bij betrekt, gaat het binnen die categorie alleen om de stoffen die ook potentieel zeer zorgwekkend zijn. Dan doen we dat al, maar we gaan stoffen natuurlijk niet alleen hiervoor aanmelden omdat ze toxisch zijn, want dat kan in principe alles zijn. Maar ik heb het zo opgevat dat het gaat om de potentieel zeer zorgwekkende stoffen, zoals GenX, waar we het voortdurend over hebben. Ik deel zeer wat uw Kamer van ons vraagt: probeer dat zo snel mogelijk op de REACH-lijst te krijgen. Daar zijn we dus volop mee bezig.

De voorzitter:

Helder. De motie op stuk nr. 441. Ik doe één vraag per motie, mevrouw Kröger.

Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:

Voor de zogenaamde PMT-stoffen, zoals mevrouw Kröger het omschrijft, is het advies ontraden.

Over de motie over de olieramp met Odfjell geef ik hetzelfde advies. Daar zijn we ook volop mee bezig. De OVV doet onderzoek, het OM doet onderzoek en er wordt aan alle kanten bekeken hoe het zit. Ik kan u nog melden dat inmiddels bekend is dat een Saudische maatschappij de eigenaar is van het schip, dus niet Odfjell, en dat die Saudische eigenaar van het schip de aansprakelijkheid ook niet ontkent en inmiddels de verzekeraar heeft ingeschakeld. Ik heb goeie hoop dat wij daarbij in ieder geval in financiële zin gecompenseerd gaan worden voor alle kosten. U heeft helemaal gelijk dat daarvoor onderzoek van de OVV en alle anderen nodig is, maar dat ga ik afwachten. Ik zie niet in dat we dat als regering zelf ook nog moeten gaan doen als daar betere instanties voor zijn aangewezen.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):

Los van het feit dat het toch erg lijkt alsof de minister zo vlak voor het reces niet zo veel zin in oppositiemoties heeft, heb ik een vraag over het monitoren van de blootgestelde vrijwilligers. De minister heeft in het debat laten weten dat ze naar de vogelopvang geweest is. Het gaat ons erom dat die mensen in aanraking komen met potentieel toxische stoffen. Worden die mensen gemonitord? Als de minister de motie ontraadt omdat het staand beleid is, ben ik blij dat die mensen inderdaad gemonitord worden. Kan de minister dat toezeggen?

Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:

Voor zover mij daarover nu gegevens bekend zijn, is de gezondheid van mensen niet in gevaar geweest. Ik wil u best toezeggen om dat nog even te checken. Als daar risico's zouden zijn, vind ik het uiteraard ook goed om dat te monitoren. Dan verzoek ik u om deze aan te houden tot ik u laat weten of er ergens risico's voor de menselijke gezondheid zijn geweest.

De voorzitter:

Betekent dat jaknikken dat u die motie aanhoudt, mevrouw Kröger? Mij blijkt dat dit het geval is.

Op verzoek van mevrouw Kröger stel ik voor haar motie (27625, nr. 441) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:

De motie van mevrouw Van Kooten op stuk nr. 442 gaat over het belang van waterberging voor klimaatadaptatie. Volgens haar moeten we vasthouden, bergen en afvoeren als trits in stand houden. Tijdens het algemeen overleg heb ik u al gezegd dat ik dat juist wil veranderen door daar ook "bevaarbaar" aan toe te voegen, omdat ik een integrale afweging wil. Ik ga die motie dus ook ontraden.

De motie op stuk nr. 443 is eigenlijk een beetje een kopie van de motie van de heer Van Aalst van de PVV. Met dezelfde argumentatie ga ik die ook ontraden.

De motie op stuk nr. 444 ziet een beetje op hetzelfde als waar ik net een gesprek over had met mevrouw Kröger. We zullen het ongeval uiteraard goed evalueren. De OVV doet dat onderzoek. Ik zal binnen dat lopende onderzoek zeker aandacht besteden aan de beschikbaarheid van mensen en materialen voor vogelopvang; dat zeg ik u dan bij dezen toe. Maar de motie kan ik dus ontraden.

De heer Laçin verzoekt de regering om te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om gebruik van GenX door afvalverwerkers verplicht te registreren. Het wordt een beetje eentonig, maar ook deze motie is overbodig, want als een stof zeer zorgwekkend is, moet er al verplicht worden geregistreerd. Als het nog geen zeer zorgwekkende stof is, zoals in het geval van GenX, kan het bevoegd gezag dit als eis opnemen. Dat kan nu dus al. Wat verplicht geregistreerd wordt is aan het bevoegd gezag. Ik wil u wel toezeggen om met de uitkomsten van het ILT-rapport contact op te nemen met de bevoegde gezagen, in dit verband bijvoorbeeld met de provincie Zuid-Holland. Die kan dit dus al doen. Ik wil u dus toezeggen dat ik hen zal verzoeken om het te doen. Maar ik hoef geen mogelijkheden te onderzoeken, want die zijn er gewoon al.

De voorzitter:

En wat betekent dat voor de motie?

Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:

Ontraden, want die is overbodig.

De voorzitter:

De heer Laçin, één vraag.

De heer Laçin (SP):

In het AO Externe Veiligheid in januari hebben wij andere informatie gekregen van de staatssecretaris en dat was dat als GenX wordt getransporteerd door Chemours naar willekeurige bedrijven daar geen vergunning voor hoeft te zijn en dat dat ook niet geregistreerd hoeft te worden, omdat ze het niet gebruiken in hun productieproces. Vandaar deze motie, om dus die bedrijven wel te verplichten om GenX te registeren. U zegt dat het al kan.

De voorzitter:

Helder.

De heer Laçin (SP):

Maar de informatie die wij eerder hebben gekregen, zegt dat dat niet kan.

Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:

Het verschil zit 'm erin dat het niet moet, maar dat het wel kan. U moet me even de kans geven om het uit te leggen. De provincie Zuid-Holland gaat deze vergunning reviseren. Als zij in de vergunning opnemen "wij willen dat u deze stof, ook de hele afvangketen daarvan, registreert en iedereen informeert", hebben zij de mogelijkheid om dat te doen. Dat ze dat tot nog toe niet gedaan hebben, is denk ik heel begrijpelijk gezien het voortraject. Wat ik u toezeg, is dat ik aan de provincie Zuid-Holland laat weten dat zij deze mogelijkheid hebben en dan zal ik ze ook adviseren om dat te doen bij de revisie van de vergunning.

De voorzitter:

Prima. Dan de motie op stuk nr. 446, de laatste motie. Meneer Laçin?

De heer Laçin (SP):

Dan wil ik de motie aanhouden tot we de informatie hebben. Dan kan ik kijken wat ik met deze motie doe.

De voorzitter:

Heel goed.

Op verzoek van de heer Laçin stel ik voor zijn motie (27625, nr. 445) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:

Dan kom ik bij de motie op stuk nr. 446 van de heer Stoffer over de verplichting voor de glastuinbouw om per 2021 het afvalwater te zuiveren en met het verzoek om die voorwaarde te schrappen. Ik begrijp heel erg de zorgen van de tuinders om op tijd die zuivering van afvalwater geregeld te krijgen. Ik heb ook heel veel waardering voor de inzet van de sector, maar de wettelijke verplichting was al geruime tijd bekend en ik kan er ook weinig meer aan veranderen. Dus uw verzoek voor een jaar uitstel kan ik helaas niet honoreren, met alle begrip dat ik toch ook heb voor de sector.

De heer Stoffer (SGP):

Mag ik de motie aanhouden?

De voorzitter:

Dat mag altijd.

Op verzoek van de heer Stoffer stel ik voor zijn motie (27625, nr. 446) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Dank aan de minister voor aanwezigheid. Tot zover dit debat.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Vannacht gaan we stemmen over deze moties. Het is inmiddels 6 juli geworden. Ik weet niet of we die stemmingen nog voor 2.00 uur gaan halen, maar dat is maar een kleine guess. Meneer Sienot, zegt u het maar.

De heer Sienot (D66):

Ik had nog een vraag gesteld.

De voorzitter:

Daar krijgt u wellicht nog even antwoord op. Het woord is aan de minister.

Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:

Het antwoord is heel kort: ik ben nog steeds in overleg, dus er is nog geen akkoord. Het overleg wordt voortgezet.

De voorzitter:

Helder. Tot zover dit debat. Ik schors voor een enkel ogenblik.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.